Raadsvoorstel Financiële Tussenrapportage 2 - 2025.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Zaaknummer: 863480 Documentnummer: 863494 Indiener: College Datum: 9 september 2025 Portefeuille(s): Financiën Portefeuillehouder(s): S.J. Lap Begrotingsprogramma: 0 t/m 8 Begrotingsdoel: Sturen op begroting en waarborgen rechtmatigheid
Onderwerp: Financiële Tussenrapportage 2 - 2025 Te besluiten om 1. De mutaties op de reserves vast te stellen en daarvoor a. De bestemmingsreserve Accommodatiebeleid per 2025 op te heffen en het resterend saldo ter grootte van € 4.982.571 toe te voegen aan de Algemene reserve; b. Vanuit de bestemmingsreserve Investering kern Swifterbant € 672.379 te onttrekken en dit saldo toe te voegen aan de Algemene reserve; c. Vanuit de bestemmingsreserve Algemeen onderhoud gem. gebouwen € 100.000 te onttrekken en beschikbaar te stellen in programma 6 ter dekking van de onderhoudslasten van De Steiger; d. Vanuit de bestemmingsreserve Zorglandschap WMO € 889.332 te onttrekken en beschikbaar te stellen in programma 6 voor de uitvoering van het Bestedingsplan Zorglandschap WMO; e. Vanuit de bestemmingsreserve Zorglandschap WMO € 131.233 te onttrekken en beschikbaar te stellen in programma 6 voor de uitvoering van het project Samen Sterker in de Wijk; f. € 1,4 miljoen toe te voegen aan de bestemmingsreserve Niet afgesloten exploitaties (POC) en dit vervolgens vrij te laten vallen ten gunste van programma 3 als resultaat; g. € 2,2 miljoen toe te voegen aan de bestemmingsreserve Niet afgesloten exploitaties (POC) en dit vervolgens vrij te laten vallen ten gunste van programma 8 als resultaat; 2. De bijstellingen van de investeringsagenda 2025 vast te stellen en daarmee a.
Een investeringskrediet voor aanvullende investeringen van € 410.000 beschikbaar te stellen voor 2025; b. Het investeringskrediet voor de overige wijzigingen met € 738.000 te verlagen voor 2025; c. Het beschikbare krediet voor 2025 in totaal met € 328.000 te verlagen; 3. Het begrotingssaldo met € 4,808 miljoen bij te stellen ter dekking van de lasten voor jeugdhulp, waarbij a. € 3,135 miljoen structureel wordt verwerkt in de begroting; b. € 1,672 miljoen incidenteel wordt verwerkt in de begroting;
De Rede 1 8251 ER Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
daarop 4. De 2e Financiële Tussenrapportage (2025) vast te stellen. Inleiding Voor u ligt de Financiële tussenrapportage 2 - 2025. De tussenrapportage is gebaseerd op de realisatiecijfers tot en met 15 augustus 2025. De rapportage geeft inzicht in afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting, zowel inhoudelijk als financieel, en vormt daarmee een belangrijk instrument voor sturing en bijstelling. Middels de 2e financiële tussenrapportage wordt de raad voorgesteld vast te stellen, - verschillende mutaties op de reserves; - bijstellingen van de investeringsagenda 2025; - het begrotingssaldo ter dekking van de lasten voor jeugdhulp bij te stellen. Argumenten 1.1 Het actualiseren van de reserves zorgt voor een doelgerichte inzet Om de financiële positie van de gemeente actueel en beheersbaar te houden, worden de reserves periodiek geactualiseerd conform de Nota reserves en voorzieningen. Waar nodig worden bedragen toegevoegd of onttrokken. Deze mutaties zorgen ervoor dat beschikbare middelen op een doelgerichte en transparante manier worden ingezet. Daarbij wordt steeds getoetst aan het vastgestelde reservebeleid. Daarnaast dient u als raad te besluiten over mutaties in de reserves. Bijlage 2 van de tussenrapportage bevat de specifieke mutaties en onderliggende argumentatie van bovenstaande besluitpunten.
Door deze mutaties te verwerken, blijft het financiële beeld actueel. 2.1 Bijstellen van de investeringsagenda zorgt voor een realistisch overzicht Met het voorliggende voorstel wordt de investeringsagenda 2025 geactualiseerd en volledig gemaakt. Er zijn twee nieuwe investeringen opgenomen. Het betreft enerzijds een krediet dat in 2024 niet is overgeheveld, maar in 2025 alsnog noodzakelijk is, en anderzijds een vervangingsinvestering. Omwille van de pragmatiek is hiervoor geen afzonderlijk raadsvoorstel opgesteld. Voor de twee nieuwe investeringen is een krediet benodigd van in totaal € 410.000. De overige wijzigingen leiden tot een verlaging van € 738.000. Per saldo wordt het totale krediet voor 2025 daarmee naar beneden bijgesteld met € 328.000. Met dit voorstel wordt niet alleen de financiële actualisatie doorgevoerd, maar ook de transparantie en volledigheid van de investeringsagenda vergroot. Daarmee beschikt u over een actueel en realistisch overzicht, wat de sturing en verantwoording ten aanzien van de investeringen versterkt. 3.1. Er is een kloof ontstaan tussen begrote en werkelijke uitgaven jeugdhulp Dronten Bij het uitwerken van lasten voor jeugdhulp voor de begroting 2026, met als uitgangspunt realistisch begroten, is gebleken dat er sinds 2023 een structurele kloof is ontstaan tussen de geraamde en de werkelijke uitgangen.
De kostenstijging is het gevolg van: - De overgang van lump sum naar PxQ-systematiek en het woonplaatsbeginsel; De overgang van lump sum naar PxQ in combinatie met het woonplaatsbeginsel heeft in 2023 geleid tot een blijvende kloof tussen begroting en werkelijke uitgaven. Na 2022 is er drie achtereenvolgende jaren een sterke regionale kostenstijging geweest, veroorzaakt door toepassing van reële tarieven en landelijke kwaliteitseisen (personeelsinzet, groepsverkleining).
-
-
-
-
Geen compensatie zichtbaar In tegenstelling tot regionale trends is in Dronten geen afname zichtbaar van jeugdhulp in verblijf. Daardoor worden de stijgende uitgaven op TOM/RET/TaS niet gecompenseerd, wat bijdraagt aan het verschil tussen de uitgaven in 2024 en de raming voor 2026. De investeringen gaan voor de baten uit. Zorgzwaarte in verblijfsnormen drukt disproportioneel op budget Hoewel Dronten relatief weinig jeugdigen in verblijf heeft, is het aandeel in de duurste zorgvormen (behandeld wonen en jeugdzorg+) bovengemiddeld. Juist deze vormen kennen de sterkste tariefstijgingen, wat de uitgaven extra belast. Uitgavenstijging komt door zorgzwaarte en tariefontwikkeling, niet door volumegroei De toename in uitgaven is niet het gevolg van een grotere vraag, maar van zwaardere casuïstiek en hogere tarieven—vooral binnen jeugdhulp met verblijf. Op korte termijn wordt geen daling verwacht in deze vraag. Later effect stevige lokale teams De uitvoering van het strategische beleidskader en de uitvoeringsplannen leidt de huidige beleidsperiode nog niet tot het terugdringen van de instroom door de inzet van de stevige lokale teams. Het effect is pas later te verwachten.
In de afgelopen jaren heeft er binnen de begroting onvoldoende structurele bijstelling plaatsgevonden ten aanzien van de uitgaven voor jeugdhulp. Dit is mede het gevolg van aanhoudende onzekerheden rondom kostenontwikkelingen en het uitblijven van duidelijkheid over mogelijke compensatie vanuit het Rijk. Het college erkent dat moet worden vastgesteld dat het samenspel tussen college en ambtelijke organisatie in deze periode onvoldoende proactief is geweest. Juist in tijden van onzekerheid is scherpte op realistische ramingen en tijdige bijstelling van de begroting gewenst. Daarmee is een situatie ontstaan waarin de werkelijke uitgaven structureel zijn gaan afwijken van de geraamde bedragen. Hiermee komt de kaderstellende rol en het controlerend vermogen van de raad onder druk te staan. Om inzicht te bieden in het verloop van de achterliggende oorzaken van deze situatie, is een ‘tijdlijn jeugdhulp’ opgesteld en als bijlage bij dit voorstel gevoegd. Bij de jaarrekening 2024 is het tekort zichtbaar geworden, waarbij de uitgaven dus niet zijn begroot. Deze werkwijze wijkt af van het bestuurlijk uitgangspunt van reëel begroten en belemmert de raad in haar kaderstellende en controlerende rol. Bovendien is het niet opnemen van deze structurele kosten in de (meerjaren)begroting naar verwachting niet houdbaar richting de toezichthouder.
De raad wordt daarop voorgesteld in de 2e tussentijdse rapportage 2025 het begrotingssaldo met € 4,808 miljoen bij te stellen, ter dekking van de lasten voor de jeugdhulp. Hiermee wordt: - een realistische raming van de verwachten kosten geborgd in 2025 en een solide basis gelegd voor mede de meerjarenbegroting 2026 en verder; - voorkomen dat deze begrotingsproblematiek jaarlijks terugkeert; - de transparantie richting raad versterkt richting besluitvorming richting de begroting, waardoor de raad haar kaderstellende- en controlerende rol op basis van reële uitgangspunten kan vervullen.
4.1 Een actueel financieel beeld draagt bij aan het maken van realistische keuzes Sinds het opstellen van de begroting zijn er nieuwe inzichten en ontwikkelingen die hebben geleid tot een gewijzigd financieel beeld van de gemeente. Dit maakt het noodzakelijk om de begroting tussentijds te herijken en bepaalde bijstellingen door te voeren. Door tijdig te actualiseren en bij te sturen, wordt voorkomen dat beleid gebaseerd blijft op verouderde aannames. Hierdoor ontstaat een begroting die beter waarmee weloverwogen en haalbare keuzes gemaakt kunnen worden. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de 2e Financiële Tussenrapportage, zodat de beschikbare middelen doelgericht kunnen worden ingezet. 4.2 Het waarborgen van de rechtmatigheid zorgt voor een correcte besteding van publieke middelen Deze rapportage biedt inzicht in de actuele financiële stand van zaken en stelt u in staat om tijdig bij te sturen waar nodig. Hiermee wordt invulling gegeven aan het waarborgen van de rechtmatigheid. Het zorgt tevens voor een efficiënte en doelmatige inzet van middelen. Met het vaststellen van deze tussenrapportage wordt daarmee de duurzame financiële gezondheid van onze gemeente en de verantwoorde besteding van publieke middelen ondersteund. Kanttekeningen 3.1 Gefaseerd opnemen in de begroting is een alternatief Een alternatieve optie is om de kostenstijging gefaseerd op te nemen in de begroting.
Dit is mogelijk door de te verwachten kosten voor 2026 en 2027 incidenteel te verwerken. Deze optie wordt echter niet geadviseerd, omdat - de toezichthouder naar verwachting geen akkoord zal geven op een incidentele verwerking van de structurele uitgaven; - het bestuurlijke risico toeneemt bij uitstel van noodzakelijke en financiële bijstelling; - directe dichting van de kloof het (bestuurlijke) inzicht (en daarmee grip) op het sociaal domein versterkt, omdat er (versnelt) de koppeling kan worden gemaakt tussen beleidsmatige keuzes en de financiële realiteit. 3.2 Opdracht aan organisatie – versterking structurele beheersbaarheid en bestuurlijke sturing Naar aanleiding van de casus jeugdhulp, zoals beschreven in de bijlage ‘Tijdlijn jeugdhulp’, en met het oog op de niet-sluitende meerjarenbegroting voor de jaren 2028–2029, heeft het college de ambtelijke organisatie opdracht gegeven om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 een voorstel uit te werken dat inzichtelijk maakt waar extra structurele beheersbaarheid, uitvoerbaarheid en bestuurlijke sturing binnen de gemeentelijke organisatie nodig is om te komen tot een sluitende begroting. Daarbij ligt de focus enerzijds op het realiseren van een sluitende begroting, anderzijds op het identificeren en creëren van mogelijkheden voor structurele ruimte binnen de begroting.
De opdracht en daaruit voortkomend voorstel heeft tot doel om: - inhoudelijk en financieel inzicht te versterken op complexe domeinen, te beginnen op sociaal domein-/ jeugdhulp; - de bestuurlijke wendbaarheid en sturingsmogelijkheden te vergroten, onder meer via monitoring, sturingsinformatie en scenario-denken; - de samenwerking tussen beleid, uitvoering en bestuur te verdiepen.
Er wordt dus nadrukkelijk ingezet op het versterken van de bestuurlijke voorbereiding: het tijdig in beeld brengen van juridische, financiële en maatschappelijke consequenties van mogelijke keuzes en wat hiervoor nodig is om dit te bereiken, zodat de raad haar kaderstellende- en controlerende rol op basis van reële informatie kan vervullen. De casus jeugdhulp fungeert hierbij als leerpunt en katalysator. De uitgaven binnen dit domein zijn van een zodanige omvang en dynamiek dat zij directe invloed hebben op de beleidsruimte binnen andere domeinen. Juist daarom is het van belang om vanuit dit domein te leren en breder te kijken naar structurele beheersbaarheid en bestuurlijke sturing binnen de gehele organisatie. Het college onderkent dat dit proces vraagt om zorgvuldigheid, transparantie en het betrekken van de raad op de juiste momenten. De verdere uitwerking van deze opdracht richt zich nadrukkelijk op het verschaffen van inzicht, handelingsopties en sturingsinformatie waarmee de raad in het voorjaar van 2026 – bij de behandeling van de Perspectiefnota 2027 – goed onderbouwde keuzes kan maken. Bijlagen Bijlage(n) bij dit voorstel: 1. Financiële Tussenrapportage 2 – 2025 (865304) 2. Tijdlijn jeugdhulp (871616)
De Secretaris,
De Burgemeester,