Raadsbesluit Algemene plaatselijke verordening Dronten 2026 (852543).pdf
Tekst van het document
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15.
In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1. Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Artikel 3:2 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; - beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; - bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; - escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; - exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; - klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; - prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; - raamprostitutiebedrijf: de
activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats; - seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; - seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; - werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 5. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld.
Artikel 3:4 Aanvraag 1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: c. de persoonsgegevens van de exploitant; d. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; e. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een
seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; f. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; g. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; h. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; i. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant; j. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant; k. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; l. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; m. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; n. voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding. 3. Als er een beheerder is aangesteld is het tweede lid, onder a tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.
Artikel 3:5 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: b. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; i.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; ii. 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; iii. 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; iv. 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; v. 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of vi. 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.
2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom of geldboete minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:7, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b.
als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:4 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:12, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:13 gestelde verplichtingen zal naleven.
Artikel 3:6 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Artikel 3:7 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:8, 3:10, aanhef en onder a, 3:11, eerste of tweede lid, 3:12 en 3:13, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van
kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h.
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3:8 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:6, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.
Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven Artikel 3:9 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:00 uur en 06:00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een seksrichting tussen 02:30 uur en 05:30 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.
Artikel 3:10 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam; b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees
die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees Artikel 3:11 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf 1. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 2. Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
Artikel 3:12 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 3. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h.
de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
4. 5.
6. 7.
m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
Artikel 3:13 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; i. 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; ii. 2°. de verhuuradministratie; iii. 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:12, tweede lid, onder k; iv. 4°. de werkroosters van de beheerders; c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e.
onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:14 Raamprostitutie 1. Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en
b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.
Artikel 3:15 Straatprostitutie 1. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.
Artikel 3:16 Handhaving straatprostitutie 4. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 5. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven een bevel geven zich gedurende ten hoogste 3 maanden niet op te houden op de aangewezen wegen. 6. De burgemeester beperkt het in het tweede lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt.
Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:17 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.
Artikel 3:18 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting Artikel 4:1 Definities [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten [vervallen, opgenomen in artikel 2:25 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten [vervallen, opgenomen in artikel 2:26 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [vervallen]
Artikel 4:5 Onversterkte muziek [vervallen, opgenomen in artikel 2:27 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:6 Overige geluidhinder [vervallen, opgenomen in artikel 2:28 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht [vervallen, opgenomen in artikel 2:29 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren [vervallen, opgenomen in artikel 2:30 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. [vervallen, opgenomen in artikel 2:31 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7 Straatvegen [vervallen, opgenomen in artikel 2:32 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is eenieder verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen [vervallen, opgenomen in artikel 2:33 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:9a Oplaten van ballonnen [vervallen, opgenomen in artikel 2:34 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Begripsbepalingen [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden [vervallen, opgenomen in artikel 2:35 van de Verordening fysieke leefomgeving en Bijlage 1 behorende bij de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege [vervallen]
Artikel 4:12a Afstand beplanting [vervallen, opgenomen in artikel 2:36 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. [vervallen, opgenomen in artikel 2:37 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [vervallen]
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
[vervallen, opgenomen in artikel 2:38 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:16 Vergunningsplicht (licht)reclame / verwijsborden [vervallen]
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Begripsbepaling [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen [vervallen, opgenomen in artikel 2:40 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen [vervallen, opgenomen in artikel 2:41 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen Artikel 5:1 Begripsbepalingen [vervallen]
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. [vervallen, opgenomen in artikel 2:42 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:43 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:4 Defecte voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:44 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
[vervallen, opgenomen in artikel 2:45 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. [vervallen, opgenomen in artikel 2:46 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:47 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:48 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:49 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan [vervallen, opgenomen in artikel 2:50 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:51 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:12 Overlast van voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:52 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen [vervallen, opgenomen in artikel 2:53 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 1:2 onder v van de Verordening fysieke leefomgeving (snuffelmarkt); c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van
diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 1:2 onder w van de Verordening fysieke leefomgeving (standplaatsen|).
Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 19.00 en 08.00 uur. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting [vervallen]
Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:17 Begripsbepaling [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden [vervallen, opgenomen in artikel 2:54 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende [vervallen, opgenomen in artikel 2:55 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen [vervallen, opgenomen in artikel 2:56 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 5. Snuffelmarkten Artikel 5:22 Definitie [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt [gereserveerd]
Afdeling 6. Openbaar water Artikel 5:23a Begripsomschrijvingen [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water [vervallen, opgenomen in artikel 2:57 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:58 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats [vervallen]
Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats [vervallen, opgenomen in artikel 2:59 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:27a Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel van stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbinden van een vaartuig [vervallen, opgenomen in artikel 2:60 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken [vervallen, opgenomen in artikel 2:61 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening Flevoland.
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:32 Crossterreinen [vervallen, opgenomen in artikel 2:62 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden [vervallen, opgenomen in artikel 2:63 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken [vervallen, opgenomen in artikel 2:64 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Afdeling 9. Verstrooiing van as Artikel 5:35 Begripsbepaling [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:36 Verboden plaatsen [vervallen, opgenomen in artikel 2:65 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Artikel 5:37 Hinder of overlast [vervallen, opgenomen in artikel 2:66 van de Verordening fysieke leefomgeving]
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:1, 2:6, 2:14, 2:16 tot en met 2:18, 2:23, 2:25, 2:26, 2:28 tot en met 2:33, 2:36, 2:38, 2:39, 2:41, 2:44, 2:47 tot en met 2:50, 2:59 tot en met 2:59a, 2:62, 2:73 tot en met 2:74a, 3:4, 3:6 tot en met 3:11, 3:14, 3:15, 4:8, 5:15, 5:23, 5:29 tot en met 5:31 alsmede de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de opsporingsambtenaren en aangewezen toezichthouders. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De Algemene plaatselijke verordening 2024 (laatstelijk gewijzigd, inclusief titel, op 1 januari 2024) wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. In afwijking van bovenstaande worden alle eerder verleende inzamelvergunningen conform artikel 5:13 ingetrokken bij het in werking treden van deze verordening.
Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Dronten 2026.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dronten, gehouden op 13 mei 2026 De griffier,
De voorzitter,
P.T.J. Pels
drs. J.P. Gebben
Bijlage 1; Waardevolle particuliere bomen 2016 [Vervallen, opgenomen als Bijlage 1 bij de Verordening fysieke leefomgeving]
Bijlage 2; Overzicht Lex Silencio Positivo (LSP; van rechtswege verleende vergunning) Art.
Titel
Dronten
2:1
Samenscholing en ongeregeldheden
X
2:6
Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen V
2:9
Straatartiest e.d.
V
2:22
Objecten onder hoogspanningslijn (gereserveerd)
n.v.t.
2:25
Evenement
X
2:28
Exploitatie openbare inrichting
X
2:29
Sluitingstijd
X
2:39
Speelgelegenheden
X
2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
V
2:72
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
X
3:4
Seksinrichtingen
X
4:12
Vergunning van rechtswege (gereserveerd)
n.v.t.
5:16
Ventverbod/ Vrijheid van meningsuiting
V
V
LSP van toepassing
X
LSP niet van toepassing
Toelichting
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Als niet-commerciële organisatie in de zin van dit artikel worden aangemerkt: -
(lokale) politieke partijen; Goede doelen; goede doelen met CBF keurmerk of lokaal goed gekeurde goede doelen.
De gebieden waarvoor dit artikel geldt zullen door het college aangewezen in het uitvoeringsbesluit behorend bij de Apv. Bij het verspreiden en aanbieden van gedrukte of geschreven stukken op andermans terrein, tijdens evenementen en markten moet rekening worden gehouden dat toestemming dient te worden gevraagd aan respectievelijk de eigenaar, organisator dan wel de marktmeester. Commerciële organisaties dienen op grond van dit artikel een ontheffing aan te vragen voor het aanbieden van gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. Verspreidingsgebied Niet in alle gevallen zal bij het verspreiden of aanbieden van gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen sprake zijn van een vast punt van waaruit stukken of afbeeldingen worden verspreid of aangeboden. Dit kan ook al lopen of op een andere manier voortbewegend in een bepaald gebeid worden gedaan. Hierom is gekozen het woord “verspreidingsgebied” te hanteren. Dit betekent bij een vast verspreidingspunt dat weggegooide geschreven of gedrukte stukken dan wel afbeelding binnen een straal van 50 meter rondom dit punt opgeruimd dienen te worden door de organisator.
Is er geen vast punt maar een gebeid waarin stukken of afbeeldingen worden verspreid dan wel aangeboden dan betekent het dat aangeboden stukken of afbeeldingen die zijn weggegooid in een straal van 50 meter rondom dat gebied dienen te worden opgeruimd door de organisator. Artikel 2:24 Begripsbepaling/Artikel 2:25 Evenementenvergunning Feest, muziek Wanneer een feest voor publiek toegankelijk is, is er sprake van een vergunningplichtige activiteit omdat het valt onder de reikwijdte van de definitie van artikel 2:24, eerste lid. Het feest kan als een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak worden aangemerkt. Besloten feest Besloten feesten daarentegen vallen niet onder de reikwijdte van de evenementenbepaling omdat deze activiteit niet een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak is. Bijvoorbeeld bij het houden van een bedrijfsfeest waar aan de hand van uitnodigingenlijsten publiek aanwezig is, is er geen sprake van een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Maar wanneer een feest een “besloten” karakter heeft en er publiekelijk kaarten worden verkocht en/of reclame wordt gemaakt, is er sprake van een evenement. De gemeente kan bij feesten waarvoor geen vergunning nodig is, optreden wanneer deze bijvoorbeeld worden georganiseerd in ruimten strijdig met het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan).
Zie de uitspraak met betrekking tot het verplicht handhavend optreden bij schuurfeesten: ABRvS 02-04-1999, ECLI:NL:RVS:1999:BL3041. Ook in het kader van de WVW 1994 kan worden opgetreden in geval van parkeer- en verkeersoverlast. Wanneer een feest al dan niet besloten “op of aan de weg” plaatsvindt, is dit een vergunningplichtige activiteit omdat het plaats vindt op doorgaans voor publiek toegankelijk gebied. Het feit dat het feest besloten is, dus niet voor publiek toegankelijk, doet daar niets aan af. Optreden van muziekkorpsen, muziekbandjes, et cetera die voor iedereen toegankelijk zijn (zowel in een inrichting als in de
buitenlucht) vallen onder de vergunningplicht van artikel 2:25. Reguliere bedrijfsvoering Feesten/activiteiten die gehouden worden en niet behoren tot de normale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld een optreden van een bekende diskjockey of een optreden van een bekende band) zijn op grond van artikel 2.2.2 (oud, thans 2:24, 2:25 APV) vergunningplichtig (ABRvS 11-01-2006, ECLI:NL:RVS:2006:AU9388 (Ghostship/Ghosthouse)). De onderstaande punten hebben in dit geval geleid tot het oordeel dat het niet tot de reguliere bedrijfsvoering behoorde: de omvang van de activiteit was anders t.o.v. reguliere activiteiten; de activiteit trok een ander soort publiek t.o.v. reguliere activiteiten; de activiteit had een andere sluitingstijd t.o.v. reguliere activiteiten; de activiteit werd georganiseerd door een derde-organisatie in plaats van de exploitant van het bedrijf; de exploitant van het bedrijf had geen kennis van hetgeen precies zal plaatsvinden in het bedrijf; er is extra politie-inzet nodig om de openbare orde te handhaven t.o.v. reguliere activiteiten.
Andere aanwijzingen, aanvullend op de hierboven genoemde aanwijzingen, die ervoor zorgen dat een activiteit niet tot de reguliere bedrijfsactiviteiten behoren zijn (niet-limitatief): Er is sprake van: o een afwijkend programma of thematisering o een ander of groter bezoekersaantal dan gebruikelijk Er zijn aanvullende maatregelen nodig op het gebied van crowd control, verkeer, beveiliging of inzet van hulpdiensten. De activiteit heeft een ander effecten (anders dan bij reguliere bedrijfsvoering) op de fysieke leefomgeving of de openbare orde.
Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf Het doel van de exploitatievergunning is het bevorderen van de openbare orde en veiligheid. Daarvoor kan een onderzoek in het kader van de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden geëist. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Voor paracommerciële horeca instellingen gelden in Dronten de sluitingstijden zoals genoemd in art. 2:29 van de Apv. Voor de commerciële horeca gelden in beginsel geen sluitingstijden. Het kan echter in sommige gevallen wel nodig zijn om tijdelijk sluitingstijden of sluiting van een horeca instelling op te leggen. Door het begrip “openbare inrichtingen” te hanteren in dit artikel,waar zowel commerciële als wel paracommerciële horeca onder vallen, is het expliciet bedoeld en mogelijk om tijdelijke sluitingstijden in te kunnen stellen voor commerciële horeca inrichtingen en paracommerciële inrichtingen. Artikel 2:65 Bedelarij Omdat in 2000 de strafbaarstelling van bedelarij uit het Wetboek van Strafrecht (voormalig artikel 432) is verdwenen, kan de politie hiertegen niet of nauwelijks meer optreden.
Bij de opheffing van de strafbaarstelling heeft de wetgever echter expliciet de mogelijkheid opengehouden om op basis van de gemeentelijke autonomie zo nodig een regeling ter zake van bedelarij in het leven te roepen, indien dit gedrag de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren. In 2006 is daarom in de model-APV bovenstaand artikel opgenomen dat beoogt bedelarij tegen te gaan. Op grond van dit artikel kan het college gebieden aanwijzen waar een bedelverbod geldt. Wanneer er naar het oordeel van het college een overlast gevende situatie in een bepaald gebied ontstaat, kan het dus een verbod instellen. Overigens valt het spelen van straatmuziek en vervolgens vragen om een geldelijke bijdrage aan toehoorders en passanten niet onder dit bedelverbod, maar onder de regeling van artikel 2:9.
Ook de verkoop van daklozenkranten valt niet onder dit verbod. Deze kan immers niet verbonden worden aan een vergunning vanwege strijd met de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet. Er zijn tot op heden geen gebieden aangewezen op grond van artikel 2:65 omdat er geen sprake is van overlast door bedelen. Mocht er overlast ontstaan, kan het college gebieden aanwijzen. Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht Onder d Bij een regeling tot effectieve helingbestrijding mag een bepaling betreffende de vervreemding van door opkoop verkregen goederen niet ontbreken. Artikel 2:68, onder d, voorziet hierin. De bepaling sluit nauw aan op hetgeen bepaald in artikel 437, eerste lid, onder d en f, WvSr. Daar is de handelaar et cetera die in strijd met een schriftelijke last van de burgemeester (of een vanwege hem gegeven last) bepaalde goederen vervreemdt, of niet in bewaring geeft, of die niet voldoet aan de daarbij gegeven aanwijzingen, strafbaar gesteld. In onderdeel d is gekozen voor een termijn van zeven dagen, zodat de bedrijfsvoering van de handelaren niet al te zeer wordt belemmerd en er voldoende tijd is voor de politie om eventueel onderzoek te doen. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Sommige druggebruikers gebruiken hun (hard) drugs - of treffen daartoe voorbereidingen - in het openbaar.
Dit veroorzaakt veel gevoelens van onbehagen en onveiligheid bij het publiek. Op basis van dit artikel kan de politie overgaan tot aanhouding van de betrokken gebruikers, het opleggen van HALT straffen aan jeugdigen of deze van bepaalde - bij hen favoriete - plekken wegsturen. Ook kan de politie de voorwerpen waarmee de overtreding wordt gepleegd (hulpmiddelen, drugs) strafrechtelijk in beslag nemen. In het kader van de hulpverlening komt het voor, dat ook "veldwerkers" van de GGD of van andere hulpverlenende instanties op de weg in het bezit zijn van voorwerpen of stoffen, die worden gehanteerd bij drugsgebruik. Deze veldwerkers vallen desondanks niet onder deze strafbepaling, omdat zij deze voorwerpen of stoffen "ambtshalve" bij zich hebben en daarmee geen overlast veroorzaken. Het in dit artikel gestelde verbod is in beginsel gerelateerd aan het (openlijk) gebruik van drugs en richt zich dus tot de druggebruikers. Dat het artikel alleen ziet op het gebruik van drugs heeft ook te maken met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2011 [zaaknummer 201009884/1/H3]. Voor een gemeentelijke verbodsbepaling is volgens de Afdeling geen ruimte, indien deze handelingen reeds verboden zijn op grond van artikel 3, aanhef en onder c, van de Opiumwet, en strafbaar gesteld op grond van artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet.
Op grond van de huidige redactie van artikel 2:74a bestaat er geen overlap bestaat met de artikel 2 en 3 van de Opiumwet. En dergelijke strafbepaling in de APV is gerechtvaardigd en niet in strijd met bovengenoemde uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, nu het artikel enkel ziet op het gebruik van drugs. Daarbij heeft de Hoge Raad ten aanzien van dit specifieke artikel geoordeeld dat deze de verordende bevoegdheid van de gemeente raad niet te buiten gaat. (HR, 13/10/2015, ECLI:NL:PHR:2015:706). Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Ultimum remidium
Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Het tweede lid regelt dat het instrument van de bestuursdwang (voor de goede orde, dat impliceert dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen zal de burgemeester dus moeten motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Het meest overtuigend zou zijn als uit het dossier blijkt dat andere instrumenten als buurtbemiddeling al zijn geprobeerd zonder het gewenste resultaat. Het ulitimum remediumkarakter geldt in nog sterkere mate als er sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat. Eerste lid Dit lid is geformuleerd als een zorgplichtbepaling. een bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder kan ook de verhuurder worden aangesproken.
Tweede lid Als last onder bestuursdwang of dwangsom kan de burgemeester gedragsaanwijzingen opleggen aan de overtreder. Het tweede lid schrijft ook oor dat de burgemeester in beleidsregels vastlegt hoe hij of zij invulling geeft aan deze bevoegdheid. *** Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen Artikel 1:2 Beslistermijn Artikel 1:3 Indiening aanvraag [vervallen] Artikel 1:3a Melding [vervallen] Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning en ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:7 Termijnen Artikel 1:8 Weigeringsgronden Artikel 1:9 Toonplicht [vervallen] Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing [vervallen] Hoofdstuk 2. Openbare orde Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Verstoring van de openbare orde Artikel 2:2 Optochten [vervallen] Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Artikel 2:4 Afwijking termijn [vervallen] Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens [vervallen] Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [vervallen] Artikel 2:8 Dienstverlening [vervallen]
Artikel 2:9 vertoningen op openbare plaatsen Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op, boven, in of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan [vervallen, VFL] Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg [vervallen, VFL] Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg [vervallen, VFL] Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden [vervallen] Artikel 2:14 Winkelwagentjes Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp [vervallen, VFL] Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. [gereserveerd] Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [vervallen] Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn [vervallen, VFL] Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:24 Begripsbepaling Artikel 2:25 Evenementenvergunning Artikel 2:25A nadere regels evenementen Artikel 2:26 Ordeverstoring Afdeling 4.
Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definitie Artikel 2:27a Indieningsvereisten Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting Artikel 2:28a Terrassen bij openbare inrichtingen zonder exploitatievergunning Artikel 2:28b Intrekkingsgronden Artikel 2:28b Vervallen vergunning Artikel 2:29 Sluitingstijd Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Artikel 2:31 Verboden gedragingen Artikel 2:31a Aanwezigheid leidinggevende Artikel 2:31b Melden bijschrijven leidinggevende Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Artikel 2:34 Begripsbepaling Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de alcoholwet Artikel 2:34a schenktijden paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34b bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34 c, d, e [gereserveerd] Artikel 2:34f verbod happy hours Artikel 2:34g Verbod verstrekking sterke drank paracommerciële rechtspersoon Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Begripsbepaling Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Artikel 2:37 Nachtregister [vervallen] Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Artikel 2:38a Definities Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:40 Kansspelautomaten Afdeling 8. Maatregel ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:42 Plakken en kladden [vervallen, VFL] Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. [vervallen, VFL] Artikel 2:44 Vervoer inbrekers/diefstal werktuigen Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke [vervallen, VFL] Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.
[vervallen, VFL] Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Verboden drankgebruik en glasoverlast Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. [vervallen, VFL] Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. [vervallen, VFL] Artikel 2:53 Bespieden van personen [gereserveerd] Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [vervallen] Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [vervallen] Artikel 2:56 Alarminstallaties [vervallen] Artikel 2:57 Loslopende honden en verboden plaatsen [vervallen, VFL] Artikel 2:58 Verontreiniging door honden [vervallen, VFL] Artikel 2:58a Verontreiniging door paarden [vervallen] Artikel 2:59 Gevaarlijke honden Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren [vervallen, VFL] Artikel 2:61 Wilde dieren [vervallen] Artikel 2:62 Loslopend vee [vervallen, VFL] Artikel 2:63 Duiven [vervallen, VFL] Artikel 2:64 Bijen [vervallen, VFL] Artikel 2:65 Bedelarij Artikel 2:65a Detectieverbod Afdeling 9. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel 2:66 Definitie Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [vervallen] Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven [vervallen] Afdeling 10. consumentenvuurwerk Artikel 2:71 Begripsbepaling Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen. Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Artikel 2:73a Carbidschieten Artikel 2:73b Carbidbussen meevoeren Afdeling 11. Drugsoverlast Artikel 2:74 Drugshandel op straat Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Artikel 2:76 Preventief fouilleren / Veiligheidsrisicogebieden Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1. Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening Artikel 3:2 Definities Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning Artikel 3:4 Aanvraag Artikel 3:5 Weigeringsgronden Artikel 3:6 Eisen met betrekking tot vergunning Artikel 3:7 Intrekkingsgronden Artikel 3:8 Melding gewijzigde omstandigheden Afdeling 3.
Uitoefenen seksbedrijf Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven Artikel 3:9 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang Artikel 3:10 Adverteren Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees Artikel 3:11 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf Artikel 3:13 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:14 Raamprostitutie Artikel 3:15 Straatprostitutie Artikel 3:16 Handhaving straatprostitutie Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:17 Verbodsbepalingen klanten Artikel 3:18 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting Artikel 4:1 Definities [vervallen, VFL] Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten [vervallen, VFL] Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten [vervallen, VFL] Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [vervallen] Artikel 4:5 Onversterkte muziek [vervallen, VFL] Artikel 4:6 Overige geluidhinder [vervallen, VFL] Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht [vervallen, VFL] Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren [vervallen, VFL] Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. [vervallen, VFL] Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 Straatvegen [vervallen, VFL] Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen [vervallen, VFL] Artikel 4:9a Oplaten van ballonnen [vervallen, VFL] Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Begripsbepalingen [vervallen, VFL] Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden [vervallen, VFL] Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege [vervallen] Artikel 4:12a Afstand beplanting [vervallen, VFL] Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
[vervallen, VFL] Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [vervallen, VFL] Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame [vervallen, VFL] Artikel 4:16 Vergunningsplicht (licht)reclame / verwijsborden [vervallen, VFL] Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Begripsbepaling [vervallen, VFL] Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen [vervallen, VFL] Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen [vervallen, VFL] Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen Artikel 5:1 Begripsbepalingen [vervallen] Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. [vervallen, VFL] Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen [vervallen, VFL] Artikel 5:4 Defecte voertuigen [vervallen, VFL] Artikel 5:5 Voertuigwrakken [vervallen, VFL] Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. [vervallen, VFL] Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen [vervallen, VFL] Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen [vervallen, VFL] Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen [vervallen, VFL] Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan [vervallen, VFL] Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen [vervallen, VFL] Artikel 5:12 Overlast van voertuigen [vervallen, VFL] Afdeling 2. Collecteren
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen [vervallen, VFL] Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Begripsbepaling Artikel 5:15 Ventverbod Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:17 Begripsbepaling [vervallen, VFL] Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden [vervallen, VFL] Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende [vervallen, VFL] Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen [vervallen, VFL] Afdeling 5. Snuffelmarkten Artikel 5:22 Definitie [vervallen, VFL] Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt [gereserveerd] Afdeling 6. Openbaar water Artikel 5:23a Begripsomschrijvingen [vervallen, VFL] Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water [vervallen, VFL] Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen [vervallen, VFL] Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats [vervallen] Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats [vervallen, VFL] Artikel 5:27a Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel van stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbinden van een vaartuig [vervallen, VFL] Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken [vervallen, VFL] Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Artikel 5:30 Veiligheid op het water Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen Afdeling 7.