CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp regionaal risicoprofiel Flevoland.pdf

Beeldvormende vergadering 5 juni 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 2: Consultatie beleidsplan 2025-2028 en risicoprofiel Veiligheidsregio Flevoland6.341 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- Ontwerp REGIONAAL RISICOPROFIEL

2024 VEILIGHEIDSREGIO FLEVOLAND

Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................... 3 1.

2.

3.

4.

Inleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1

Wat is het regionaal risicoprofiel? .......................................................................................... 5

1.2

Totstandkoming ...................................................................................................................... 6

Achtergronden Regionale Risico’s.................................................................................................... 7 2.1

Kenmerken Flevoland ............................................................................................................. 8

2.2

Risico’s uit omliggende veiligheidsregio’s .............................................................................. 9

2.3

Nationale Veiligheidsstrategie ................................................................................................ 9

Ontwikkelingen en trends .............................................................................................................. 11 3.1

Bevolkingsgroei, vergrijzing en verminderde zelfredzaamheid ........................................... 11

3.2

Klimaatverandering en energietransitie ............................................................................... 12

3.3

Cyberveiligheid en digitale afhankelijkheid .......................................................................... 14

3.4

Polarisatie, ondermijning en moedwillige dreigingen .......................................................... 15

3.5

Langdurige en sluimerende crises en geopolitieke invloed ................................................. 16

Risicobeeld Flevoland ..................................................................................................................... 17 4.1

Actualisatie regionale risico’s ............................................................................................... 17

4.2

Risicodiagram en prioritaire risico’s ..................................................................................... 18

Legenda risicodiagram Flevoland ................................................................................................... 20 Prioritaire risico’s ........................................................................................................................... 20 Specifieke aandachtspunten .......................................................................................................... 20 4.3

Verschillen en overeenkomsten tussen de regio’s ............................................................... 21

2

Samenvatting Op basis van de Wet veiligheidsregio’s stelt het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio Flevoland elke vier jaar een regionaal risicoprofiel (RRP) vast. Het RRP is een beleidsinstrument en geeft inzicht in de aanwezige (of mogelijk toekomstige) risico’s binnen het werkgebied van veiligheidsregio. Dat gebeurt door een inventarisatie van mogelijke risico’s en een analyse van de waarschijnlijkheid en impact van de meest risicovolle scenario’s. Het gaat daarbij om maatgevende risico’s op regionale schaal, oftewel risicovolle situaties met de daarbij behorende kwetsbaarheden die kunnen leiden tot een ramp, crisis of groot incident met een bovenlokaal of zelfs (boven)regionaal effect. Het RRP 2024 is één van de grondslagen onder het nieuwe beleidsplan 2025-2028 van de samenwerkende veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Er is een risicoprofiel gemaakt voor beide veiligheidsregio’s. Daarin wordt ook een vergelijking gemaakt met de andere regio, om de input voor het gezamenlijke beleidsplan scherp te stellen. Het RRP stelt het bestuur in staat om strategische beleidskeuzes te maken over het te voeren beleid met betrekking tot risicobeheersing (het verkleinen van de kans dat een risico daadwerkelijk uitmondt in een incident) en crisisbeheersing (het optreden bij calamiteiten om de gevolgen te beperken en de voorbereiding daarop).

Daarnaast legt het risicoprofiel ook een basis voor de risicocommunicatie door de veiligheidsregio’s en gemeenten. Dit ter bevordering van de zelf- en samenredzaamheid en het vergroten van de handelingsperspectieven van inwoners. Het RRP 2024 is ontwikkeld op basis van de Landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Op grond van de ervaringen over de afgelopen jaren, contacten met stakeholders binnen en buiten de veiligheidsregio’s, en de analyses en publicaties van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid zoals die ook ten grondslag liggen aan de Veiligheidsstrategie van het Rijk uit 2023, is specifiek gekeken naar een aantal trends en ontwikkelingen. Hieruit komen de volgende conclusies naar voren: •

•

•

De bekende en klassieke crisistypen (‘flitsrampen’) blijven bestaan en door de groei van de bevolking en diverse maatschappelijke ontwikkelingen nemen de risico’s in het algemeen wat toe. Nederland en ook de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek staan niet op zichzelf, en de afgelopen jaren is de invloed van buitenaf steeds groter geworden. Zaken als klimaatverandering, de energietransitie, besmettelijke (dier)ziekten, polarisatie en de geopolitieke situatie hebben in toenemende mate invloed op de risico’s in Nederland en ook in de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. De trends en ontwikkelingen zorgen voor een intensivering van de eerder geïdentificeerde regionale risico’s. Hierin zijn vier hoofdlijnen te herkennen: ➢ De klimaatverandering zorgt voor een toename van de risico’s op extreem weer, natuurbranden en overstromingen, maar kan ook invloed hebben op vitale infrastructuur, evenementen of de operationele omstandigheden bij hulpverlening. Natuurbrand is voortaan te beschouwen als een prioritair risico in onze regio’s. ➢ Polarisatie en moedwillige dreigingen zorgen ervoor dat de risico’s in het sociaal maatschappelijke domein groeien, te denken aan sociale onrust, paniek in menigten of gewelddadige acties.

➢ De technische afhankelijkheid en cyberdreiging vergroot de risico’s met betrekking tot de verstoring of uitval van vitale infrastructuur of voorzieningen. ➢ Op basis van Covid-19 worden de risico’s op besmettelijke ziekten en dierziekten hoger ingeschat.

3

•

•

Over het algemeen brengen de ontwikkelingen geen nieuwe risico’s of scenario’s in beeld die eerder nog niet onderkend zijn. Uit de energietransitie komen wel nieuwe technische risico’s naar voren, die soms nog relatief onbekend of onderbelicht zijn. Bovendien zorgt de energietransitie voor een andere geografische spreiding van risicobronnen. Geopolitieke ontwikkelingen kunnen zorgen voor sluimerende of langdurige crises (‘creeping crises’). Deze vergen een andersoortige inzet van de veiligheidsregio’s. Hierbij komt de vraag kijken hoe ver de taak en verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s reikt.

Al met al worden de eerder geïdentificeerde risico’s steeds significanter, oftewel het eerdere risicobeeld wordt bevestigd en de stippen op kaart worden alleen nog maar nadrukkelijker. Van alle relevante risico’s in dit regionaal risicoprofiel zijn de risico’s met een hoge waarschijnlijkheid in relatie tot de impact prioritair. In Flevoland betreft dit de volgende risico’s, geclusterd per themagebied uit de landelijke handreiking RRP:

Thema Gezondheid Sociaal maatschappelijke omgeving

Natuurlijke omgeving extreme weersomstandigheden Technologische omgeving Gebouwde omgeving Vitale infrastructuur en voorzieningen Verkeer en vervoer

Prioritaire risico's Flevoland Ziektegolf besmettelijke ziekte Maatschappelijke onrust Paniek in menigte Meervoudige aanslag Gewelddadige eenling Storm, wind en neerslag Koudegolf Hittegolf Wegongeval giftige stof Brand in gebouwen met niet- of verminderd zelfredzame personen Uitval spraak en data Uitval elektra Cyberaanval Wegongeval personenvervoer

Natuurlijke omgeving - overstromingen Overstroming Natuurlijke omgeving - dierziekten Ziektegolf dierziekte Natuurlijke omgeving - natuurbranden Natuurbrand Naast de risico’s die als prioritair naar voren komen uit het risicodiagram, is specifieke aandacht gewenst voor de risico’s die voortkomen uit de energietransitie, de sluimerende of langdurige crises (‘creeping crises’) als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen, en de risicofocusgebieden Walibi Holland en Lelystad Airport (bij openstelling voor passagiersverkeer). De risicofocusgebieden zijn locaties waar veel mensen samen komen, en waar sprake is van een groot economisch belang, en een hoge mate van complexiteit. De mogelijke stapeling van risico’s en effecten op deze locaties geeft een bovenlokale impact en uitstraling bij incidenten.

4

1. Inleiding 1.1

Wat is het regionaal risicoprofiel?

Op basis van de Wet veiligheidsregio’s stelt het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio Flevoland elke vier jaar een regionaal risicoprofiel (RRP) vast. Dit regionaal risicoprofiel gaat uit van realistische (maatgevende) grootschalige incidenten (crises) met méér dan lokale impact en een bovenlokaal of zelfs (boven)regionaal effect. Het RRP is een beleidsinstrument en geeft inzicht in de aanwezige (of mogelijk toekomstige) risico’s binnen het werkgebied van de beide veiligheidsregio’s. Dat gebeurt door een inventarisatie van mogelijke risico’s en een analyse van de waarschijnlijkheid en impact van de meest risicovolle scenario’s. Het gaat daarbij om maatgevende risico’s op regionale schaal, oftewel risicovolle situaties met de daarbij behorende kwetsbaarheden die kunnen leiden tot een ramp, crisis of groot incident. Daarbij is er ook aandacht voor de risico’s vanuit omliggende regio’s. Op basis van het RRP kan het bestuur van de veiligheidsregio strategische beleidskeuzes maken over het te voeren beleid met betrekking tot: • •

Risicobeheersing. Dit is het verkleinen van de kans dat een risico daadwerkelijk uitmondt in een incident. Crisisbeheersing. Dit is (het voorbereiden op) het optreden bij calamiteiten om de gevolgen te beperken.

Daarnaast legt het risicoprofiel ook een basis voor de risicocommunicatie door de veiligheidsregio’s en gemeenten. Dit ter bevordering van de zelf- en samenredzaamheid en het vergroten van handelingsperspectieven van inwoners. Het voorgaande risicoprofiel dateert van eind 2020. Het RRP 2024 vormt een belangrijke grondslag voor het nieuwe beleidsplan 2025-2028 van de gezamenlijke veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. De Wet veiligheidsregio’s geeft aan dat het beleidsplan van de veiligheidsregio’s mede gebaseerd dient te zijn op een door het bestuur vastgesteld risicoprofiel. Het (ontwerp-) RRP en beleidsplan voor de beide regio’s zijn daarom parallel aan elkaar ontwikkeld. Datzelfde geldt voor de consultatie van de gemeenten en crisispartners en de uiteindelijke vaststelling van beide plannen. Er is een afzonderlijk risicoprofiel gemaakt voor Flevoland en Gooi en Vechtstreek om voldoende focus te hebben op specifieke risico’s. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt tussen de beide regio’s als input voor het integrale beleidsplan. In het beleidsplan wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de regionale risico’s en hoe de hiervoor genoemde punten beleidsmatig worden ingevuld. Het RRP stelt de Veiligheidsregio’s in staat de beleidskeuzen met betrekking tot de crisisbeheersingsorganisatie af te stemmen op de aanwezige risico’s.

Maar zoals hiervoor al werd aangegeven maakt het RRP alleen de risico’s op regionale schaal inzichtelijk, oftewel de risico’s die kunnen leiden tot een ramp, crisis of incident met bovenlokale of zelfs regionale impact. Dit in lijn met de doelen en de werkwijze die landelijk worden gevolgd. De dagelijkse veiligheidsrisico’s, waaronder ook specifieke lokale risico’s zoals ijs-evenementen of brand in rieten kappen, vallen buiten de scope van het regionaal risicoprofiel. De bestuurlijke afweging over crisisbeheersing en rampenbestrijding is van andere aard dan de afweging over de dagelijkse zorg voor risicobeheersing en repressie. Lokale risico’s vergen bovendien een andere vorm van risicoanalyse, die tot uitdrukking komt in het meer gedetailleerde brandrisico- en zorgrisicoprofiel, het vastgestelde dekkingsplan, en de operationele planvorming van de afzonderlijke hulpdiensten.

5

1.2 Totstandkoming Dit RRP bouwt voort op het voorgaande RRP uit 2020. De tussengelegen periode kenmerkt zich in belangrijke mate door de COVID-19-crisis en de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, waarbij de veiligheidsregio’s een belangrijke rol hebben gespeeld. Met een beperkte frequentie hebben zich binnen de regio’s incidenten van grotere omvang voorgedaan, zoals grote branden of het incident met de hoogspanningskabels bij Dronten. Dit zijn gebeurtenissen ‘in lijn met’ de risico’s die zijn weergegeven in het RRP 2020. Het risicoprofiel is opgesteld in lijn met de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel. De handreiking geeft een methodiek waarmee de waarschijnlijkheid en impact van de belangrijkste risico’s die de regio’s kunnen treffen inzichtelijk worden gemaakt. Dit gebeurt stapsgewijs op basis van expert-judgement. In de handreiking is een niet limitatieve lijst van 79 incidenttypen beschreven. Uit deze groslijst, met zo nodig regio-specifieke aanvullingen, worden bij de risicoinventarisatie allereerst de belangrijkste risico’s voor elke regio geïnventariseerd en geselecteerd. Het scoren van die risico’s op kans en effect gebeurt in de daaropvolgende risicoanalyse, op basis van uitgewerkte incidentscenario’s. De risicoanalyse leidt tot conclusies over het risicoprofiel.

De belangrijkste risico’s voor de regio worden daarbij weergegeven in een risicodiagram, waarin de waarschijnlijkheid en impact van de risico’s ten opzichte van elkaar kan worden afgelezen. De landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel dateert van 2009. De huidige handreiking gaat vooral uit van enkelvoudige ‘flitsrampen’ in het fysieke domein. Een actualisatie van de handreiking is gewenst om beter rekening te houden met nieuwere crisistypen, de samenhang tussen bepaalde risico’s en andere ontwikkelingen. Een actualisatie van de landelijke handreiking is in 2024 voorzien. De Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek participeren in dit landelijke traject. De specifieke regionale omstandigheden, oftewel de kenmerken van de regio’s, zijn ten opzichte van het RRP 2020 niet of nauwelijks veranderd. Er is daarom voor gekozen om de inventarisatie en analyse van de risico’s volgens de landelijke handreiking niet volledig te herhalen, en in plaats daarvan een actualisatie te doen en de focus te leggen op de duiding van relevante fysieke en maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Op basis van het risicodiagram uit het vorige RRP wordt inzichtelijk gemaakt welke invloed actuele ontwikkelingen hebben op de waarschijnlijkheid of impact van de vastgestelde risico’s. Deze werkwijze komt tegemoet aan 6

het feit dat bepaalde ontwikkelingen van invloed (kunnen) zijn op verschillende crisistypen uit de landelijke handreiking. De trends en ontwikkelingen waar in het RRP 2024 specifiek bij wordt stilgestaan zijn herleid uit twee achtergronden. Op de eerste plaats de eigen ervaringen met crises en incidenten, risicoanalyses, beleidskeuzes en contacten met stakeholders binnen en buiten de veiligheidsregio’s over de afgelopen jaren. Daarnaast vormen de analyses en publicaties van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV) en de Veiligheidsstrategie van het Rijk uit 2023 een belangrijke bron. Uit deze achtergronden komen de volgende ontwikkelingen en focuspunten naar voren voor het Regionaal Risicoprofiel 2024: 1. 2. 3. 4. 5.

Bevolkingsgroei, vergrijzing en verminderde zelfredzaamheid Klimaatverandering en energietransitie Cyberveiligheid en digitale afhankelijkheid Maatschappelijke onrust, polarisatie en moedwillige dreigingen Creeping en/of langdurige crises

Relevante Ontwikkelingen Klimaatverandering en energietransitie

Cyberveiligheid en digitale afhankelijkheid

Regionale Risico’s RRP 2024

Creeping en/of langdurige crises

Bevolkingsgroei, vergrijzing en verminderde zelfredzaamheid

Maatschappelijke onrust, polarisatie en moedwillige dreigingen

Het (mogelijke) effect van deze punten op de regionale risico’s is beoordeeld door de expertisegroep risicobeheersing van het veiligheidsbureau. Tevens zijn de stakeholders geconsulteerd die ook betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van het RRP 2020. Over de resultaten die zijn weergegeven in het ontwerp-RRP 2024 vindt nogmaals een consultatieronde plaats. Conform de Wet veiligheidsregio’s wordt een formele reactie gevraagd aan de gemeenteraden en een zienswijze aan politie, het OM en waterschappen. De reacties en zienswijzen worden als bijlagen toegevoegd aan de eindversie van het regionaal risicoprofiel. Vervolgens zal het risicoprofiel door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld worden.

2. Achtergronden Regionale Risico’s Het Regionaal Risicoprofiel 2024 houdt rekening met de volgende achtergronden bij de bepaling van de regionale risico’s in Flevoland:

7

2.1

Kenmerken Flevoland

De Veiligheidsregio Flevoland beslaat de gehele provincie Flevoland en bestaat uit de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. In Flevoland wonen 444.701 mensen (1-1-2023, CBS). De afgelopen jaren is Almere qua inwoneraantal gegroeid tot de achtste gemeente van Nederland. Flevoland ligt, met uitzondering van Urk en Schokland, volledig onder NAP. De regio kent veel oppervlaktewater, waaronder een aanzienlijk deel van het IJsselmeer, Markermeer en de randmeren. Op de waterwegen vindt veel beroeps- en recreatievaart plaats. Het waterbeheer, met de daarvoor benodigde assets, is daarmee een belangrijke factor in de veiligheidsregio. In de steden en kleinere kernen bevinden zich meerdere objecten zoals ziekenhuizen, zorginstellingen en kinderdagverblijven, waar zich verminderd en/of niet zelfredzame personen bevinden. In Flevoland liggen twee penitentiaire inrichtingen. Daarnaast zijn er theaters, bioscopen en andere gebouwen waar grote groepen bezoekers samenkomen. Ook zijn in Flevoland de nodige natuurgebieden te vinden. Dit betreft bossen, water, maar bijvoorbeeld ook rietland. Dit maakt de buitengebieden tot geliefde recreatiebestemmingen. In Flevoland liggen verder twee grote evenemententerreinen en een pretpark. Ook vinden er evenementen in bebouwd gebied plaats, waar eveneens relatief grote aantallen bezoekers op af komen.

In de regio zijn er diverse industrieterreinen, waar een grote brand of ongeval met gevaarlijke stoffen plaats kan vinden. Bovendien kent Flevoland veel agrarische bedrijvigheid. Naast productiebedrijven betreft dit ook bedrijven die zich richten op ondersteunende diensten, verwerking van producten en innovatie van de landbouw en veeteelt. Op Lelystad Airport zijn diverse bedrijven in de luchtvaartsector gevestigd en vinden jaarlijks 80.000 vliegbewegingen plaats. Dit betreft les-, zakelijke en recreatieve vluchten. De voorzieningen zijn aanwezig om Lelystad Airport in de toekomst open te stellen voor vakantievluchten met grotere aantallen passagiers.

8

De centrale ligging van de veiligheidsregio in het land brengt de aanwezigheid van veel vitale infrastructuur met zich mee. Naast de snelwegen A6 en A27, de spoorlijn en vaarwegen betreft dit ook buisleidingen en hoogspanningsverbindingen. Via de infrastructuur vindt intensief reizigers- en goederenvervoer plaats, waaronder ook transport van gevaarlijke stoffen. Het spoornet kent een tunnel onder het Drontermeer die naar de Veiligheidsregio IJsselland loopt. Naast de Maxima-energiecentrale bij Lelystad zijn er meer dan 600 windmolens en in toenemende mate zonnepanelen in de regio te vinden.

Risico’s uit omliggende veiligheidsregio’s

2.2

Het Regionaal Risicoprofiel houdt rekening met grensoverschrijdende risico’s die ons redelijkerwijs kunnen raken. Deze risico’s zijn vastgelegd in het RRP van onze buurregio’s: -

Fryslân (2); IJsselland (4); Noord- en Oost-Gelderland (6); Gelderland-Midden (7); Utrecht (9); Noord-Holland Noord (10); Zaanstreek-Waterland (11); Amsterdam-Amstelland (13).

Incidenten houden zich niet aan de grenzen van regio’s. Veel soorten incidenten geven grensoverschrijdende effecten. Daarbij kan het incident zelf zich over meerdere regio’s uitstrekken, of er kunnen zich op meerdere plaatsen vergelijkbare incidenten voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor incidenten in de natuurlijke omgeving zoals overstromingen, natuurbranden en dierziekten, maar ook bij extreme weersomstandigheden. Maar het kan ook zo zijn dat een incident zich in een andere regio voordoet en dat Flevoland tot het effectgebied behoort. Te denken valt aan rook of de verspreiding van gevaarlijke stoffen bij een zeer grote brand. Ook de vitale infrastructuur heeft een sterk grensoverschrijdend karakter. Uitval en verstoring hiervan heeft grote effecten, ook wanneer de bron hiervan buiten de regio ligt. Tot slot kunnen incidenten elders invloed hebben op onze hulpverlening(capaciteit), bijvoorbeeld wanneer slachtoffer opgevangen moeten worden, en het kan ook voor komen dat veel mensen uit onze regio betrokken raken bij een grootschalig ongeval elders.

2.3

Nationale Veiligheidsstrategie

Het Rijk heeft voorjaar 2023 de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden gepubliceerd. Onderliggend aan de veiligheidsstrategie is de Rijksbrede Risicoanalyse, opgesteld door het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV). Er zijn diverse analyses gemaakt van de risico’s waar in Nederland rekening mee moet worden gehouden. De analyses leveren belangrijke inzichten voor het RRP. In onderstaande figuur uit de Nationale Veiligheidsstrategie is weergegeven met welke risico’s landelijk rekening wordt gehouden:

9

Dreigingslandschap, Veiligheidsstrategie Koninkrijk der Nederlanden 2023 - 2029

Hoewel (inter)nationale risico’s meestal te omvattend zijn voor één veiligheidsregio, kan de mogelijke impact wel regionaal van aard zijn. De veiligheidsregio’s dragen bij aan het realiseren van de nationale veiligheidsstrategie door versterking van de crisisbeheersing en het vergroten van de paraatheid in de samenleving. Dit is één van de twaalf actielijnen uit de Nationale Veiligheidsstrategie.

10

3. Ontwikkelingen en trends De volgende trends en ontwikkelingen zijn van invloed op de diverse risico’s uit het regionaal risicoprofiel:

3.1

Bevolkingsgroei, vergrijzing en verminderde zelfredzaamheid

Tussen 2020 en 2023 is het aantal inwoners van Flevoland met ongeveer 5% toegenomen. De verwachting is dat de bevolkingsomvang, net als in het grootste deel van Nederland, zal blijven stijgen waarbij de grootste groei in Lelystad en Almere verwacht wordt. Het planbureau voorspelt daarnaast dat er in de nabije toekomst meer ouderen zullen komen die langer thuis zullen (moeten) blijven wonen, en dat de vergrijzing in de kleinere gemeenten bovengemiddeld snel gaat stijgen.

Inwoneraantallen, bevolkingsgroei en -opbouw (Centraal Bureau voor de Statistiek, 1-1-2023)

Door de toenemende vergrijzing neemt het aantal verminderd zelfredzame personen toe. Tegelijkertijd neemt daarmee het potentieel aan beschikbare mantelzorgers af. In toenemende mate blijven verminderd zelfredzame personen thuis wonen, ook ingegeven door veranderingen in het zorglandschap en de beschikbaarheid van voorzieningen en hulpmiddelen thuis. Deze doelgroep is daarbij niet altijd in beeld als extra hulpbehoevend, omdat onbekend is achter welke voordeuren zij zich bevinden. Dat is wel het geval bij de 11

ontwikkeling waarbij zorgvoorzieningen steeds vaker kiezen voor de realisatie van kleinschalige verpleeg- en woonvoorzieningen in de wijken. Tot slot zal het aantal éénpersoons huishoudens verder toenemen, zowel onder jongeren als ouderen. Alleen wonen zonder sociaal vangnet is een risicofactor bij calamiteiten. De hiervoor genoemde ontwikkelingen hebben invloed op meerdere risico’s uit het regionaal risicoprofiel. Zo heeft bevolkingsgroei (en verdichting) onder andere tot gevolg dat de impact van incidenten in de gebouwde omgeving toeneemt. Te denken aan branden, de uitval van elektriciteit, overstromingen of extreem weer. De toename van het aantal verminderd zelfredzame personen verhoogt de kans op slachtoffers en de hulpbehoefte. Verminderde zelfredzaamheid kan deels worden ondervangen door de paraatheid van de samenleving, oftewel het risicobewustzijn, de handelingsperspectieven en de samenredzaamheid, te versterken.

3.2

Klimaatverandering en energietransitie

De klimaatscenario’s van het KNMI laten zien dat Nederland rekening moet houden met zwaardere weersextremen. Kort samengevat wordt het warmer en het wordt droger doordat het minder regent. De buien worden wel zwaarder en de zeespiegel stijgt. Belangrijkste uitkomsten van dedaarentegen klimaatscenario’s

Nederland Temperatuur Rond 2050 en 2100 is de opwarming het grootst in de zomer en het kleinst in de winter. Er zijn dan meer zomerdagen en tropische nachten en minder ijs- en vorstdagen. Hittegolven komen vaker voor en worden nog heter. Steden hebben de meeste last van de opwarming. Neerslag In een warmer klimaat gaat het ’s winters meer regenen en komen extreme buien ’s zomers vaker voor. De winters worden nog natter, de zomers juist droger. Maar áls het regent in de zomer, regent het ook harder. Droogtes Zomers regent het minder en verdampt er meer vocht uit de bodem. Daardoor komt langdurige droogte vaker voor. Zonnestraling De lucht in Nederland wordt schoner en er zijn steeds minder wolken. Daardoor is er meer zon, en dus extra opwarming.

Wind en storm De kans op een stormvloed (door storm veroorzaakt hoogwater) verandert niet. Maar omdat de zeespiegel stijgt, moeten we wel rekening houden met hogere stormvloeden in de toekomst. Zicht en mist Klimaatverandering heeft geen gevolgen voor mist. Maar omdat de lucht schoner wordt, is er toch minder kans op mist. Zeespiegelstijging In de laatste 100 jaar steeg de gemiddelde zeespiegel in de wereld steeds sneller. Dit gaat nog eeuwenlang door, omdat de ijskappen bij de Noordpool en de Zuidpool nog verder afsmelten. Hoeveel de zeespiegel uiteindelijk stijgt, hangt af van hoeveel CO2 we nog uitstoten en hoeveel ijs er nog smelt op de Zuidpool, waar het meeste ijs ligt.

Belangrijkste uitkomsten van de klimaatscenario’s, KNMI ’23 klimaatscenario’s voor Nederland

Caribisch Nederland De veranderingen in het klimaat hebben invloed op meerdere risico’s die beschreven zijn in het regionaal ook aspecten waar de veiligheidsregio’s operationeel Orkanen risicoprofiel, Op de eilandenmaar Sint Eustatius en Temperatuur en wind De temperatuur en de mee te Saba komen zware orkanen met veel regen in de toekomst vaker voor, maar op Bonaire niet.

windsnelheid gaan omhoog, de hoeveelheid regen neemt af.

12

maken hebben, zoals de bluswatervoorziening of de inzet van hulpverleners tijdens extreme weersomstandigheden. Qua risico’s gaat het niet alleen om de toenemende kans op extreem weer-scenario’s of overstromingen, maar ook natuurbranden, beschadigingen van (vitale) infrastructuur, de invloed op evenementen en gezondheidsrisico’s. De gezamenlijke Veiligheidsregio’s werken samen om de impact van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden. Om de klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan, zal de roep om alternatieve energievormen nog verder toenemen. Bij de energietransitie zal gebruik gemaakt gaan worden van meer duurzame energiebronnen, zoals zon en wind, maar bijvoorbeeld ook waterstof, geothermie en biomassa. De opwekking en opslag van energie zal daarbij naast centraal ook steeds vaker lokaal plaatsvinden. De energietransitie zorgt daarmee voor belangrijke veranderingen in de opslag en het transport van energie. De risico’s verspreiden zich daarmee meer binnen de regio’s tot in de bebouwde omgeving. Maar ook de gebruiksvoorzieningen zijn anders; in toenemende mate zijn er nieuwe technieken en brandstoffen aanwezig in gebouwen en voertuigen.

Informatieblad Energietransitie, NIPV december 2023

De energietransitie brengt gewijzigde maar ook nieuwe risico’s met zich mee. Zo komen er meer energieopwekkings- en opslaglocaties, soms ook in de gebouwde omgeving, en worden er nieuwe technieken met de bijbehorende technische risico’s geïntroduceerd. Nieuwe technieken kunnen bij aanvang ook kinderziektes vertonen. In het risicodiagram op de volgende pagina is aangegeven welke risico’s beïnvloed worden door klimaatverandering (paarse ster) of de energietransitie (gele ster). Alle risico’s voorzien van een ster zullen in waarschijnlijkheid of impact toenemen als gevolg van klimaatverandering en/of de energietransitie. Het risico op uitval gas zal naar verwachting afnemen als gevolg van de energietransitie.

13

Zeer onwaarschijnlijk

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Waarschijnlijk

Zeer waarschijnlijk

Overstroming Catastrofaal

Zeer ernstig

Koudegolf Gewelddadige eenling Ernstig

Maatschappelijke onrust

Paniek in menigte

Uitval Elektra

Wegongeval giftige stof Hittegolf

Spoorongeval giftige stof

Storm, wind en neerslag

Natuurbrand Aanzienlijk

Uitval gas

Beperkt

Gele ster: beïnvloed door energietransitie | Paarse ster: beïnvloed door klimaatverandering

3.3

Cyberveiligheid en digitale afhankelijkheid

De fysieke leefomgeving en digitale wereld zijn steeds meer verweven met elkaar. Van telecommunicatie, betalen, verkeer en vervoer en vitale infrastructuur tot elementen in de eigen woning als een slimme cv, tv of koelkast; alles staat met elkaar in verbinding. De afhankelijkheid van de beschikbaarheid van ICT-systemen neemt daardoor toe. Dat geldt niet alleen voor de burgers, maar ook voor het functioneren van de infrastructuur, maatschappelijke voorzieningen en de industrie. Terugvalopties zijn daarbij niet altijd gegarandeerd. Landelijk wordt er jaarlijks een cybersecuritybeeld opgebouwd door het Nationaal Cyber Security Centrum, waaruit een landelijke strategie en actieplan zijn afgeleid. Een verstoring van digitale voorzieningen is een reële dreiging; de verwachting is dat digitale verstoringen, al dan niet moedwillig, in de toekomst vaker zullen voorkomen. Door de koppeling van ICTnetwerken en voorzieningen kunnen effecten van verstoringen zich uitbreiden en stapelen. Hierdoor kunnen verstoringen ervoor zorgen dat de dienstverlening door publieke of private partijen uitvalt, en kan er zelfs maatschappelijke ontwrichting ontstaan. De kans en impact van dit risico uit het RRP neemt daarom toe, maar dit heeft ook impact op andere risico’s. Ook de veiligheidsregio’s zelf kunnen als organisatie te maken krijgen met digitale verstoringen.

De verschillende invalshoeken van cyberveiligheid zijn weergegeven in onderstaande figuur, het zogenoemde cyberkwadrant.

14

1. cyberveiligheid 2. cyberweerbaarheid 3. cyberwaakzaamheid 4. cybergevolgbestrijding.

Figuur 1.1enHet cyberkwadrant zoals uitgewerkt door NIPV, Kennis kunde voor regionale cybergevolgbestrijding december 2021: Veiligheidsregio het cyberkwadrant zoals IJsselland uitgewerkt door Veiligheidsregio IJsselland

3.4

Polarisatie, ondermijning en moedwillige dreigingen

De afgelopen jaren hebben diverse gebeurtenissen en ontwikkelingen tot verschil van inzichten of zelfs maatschappelijke onrust geleid. Denk hierbij aan het COVID-19-beleid, de stikstofmaatregelen en de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Mensen vormen steeds sneller een eigen mening, onder andere op basis van social media, en zijn het niet altijd eens met keuzes vanuit de overheid of andere instanties. Soms is er zelfs sprake van antioverheidssentimenten en plaatsen mensen zich moedwillig buiten de maatschappij. Verschillen in opvattingen worden steeds vaker versterkt en uitvergroot. In hun werk hebben de veiligheidsregio’s ook te maken met dit krachtenveld. Zo moet er rekening mee worden gehouden dat groepen mensen maatregelen niet altijd accepteren en meewerken. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in het niet meewerken aan een evacuatie, verzet tegen bepaalde risicobronnen in de fysieke leefomgeving en mogelijk meer ongeregeldheden tijdens demonstraties. Criminelen die legale bedrijven en diensten gebruiken voor illegale activiteiten ondermijnen de samenleving. Bijvoorbeeld door panden te huren voor een drugslab. Criminelen schuwen het niet om legale partijen te beïnvloeden of te onderdrukken. Daarbij passen criminelen soms ook zwaar geweld toe, tot aan liquidaties en explosies in woonwijken toe. Ook wordt er steeds vaker gevaarlijk drugsafval gedumpt.

Naast criminaliteit is er een blijvende dreiging van extremisme of terrorisme. Door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid wordt het dreigingsbeeld gemonitord en vertaald naar vijf mogelijke dreigingsniveaus.

15

8/28

Opbouw dreigingsniveaus, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

3.5

Langdurige en sluimerende crises en geopolitieke invloed

De veiligheidsregio’s krijgen vaker te maken met zogenoemde sluimerende crises. Dit is een voorzienbare, dreigende en/of langdurige crisis. Voorbeelden hiervan in de afgelopen jaren zijn de vluchtelingenopvang uit Syrië in 2015, COVID-19 in 2020 en 2021, en de vluchtelingenopvang uit Oekraïne in 2022 en 2023. In sommige gevallen was er sprake van een dreigende crisis of onrust, te denken aan de onzekerheid over de gaslevering en energieprijzen in verband met de inval van Rusland in Oekraïne en de inval van Israël in Gaza. De langdurige crises hebben meestal een oorzaak van buiten. Geopolitieke omstandigheden spelen daarbij een belangrijke rol. Die maken de crisis soms zelfs te voorzien. De verwachting is dat dergelijke omstandigheden, met een effect binnen de veiligheidsregio’s, zich in de toekomst vaker voor zullen doen. Langdurige inzetten vergen veel capaciteit en improvisatievermogen van de veiligheidsregio’s. COVID-19 ging bovendien gepaard met gedeeltelijke uitval van het eigen personeel. Dit vereist nieuwe denk- en werkwijzen om paraatheid te blijven borgen met als uitgangspunt om de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving te handhaven. Bij een langdurige crisis is de (gevraagde) inzet vanuit de veiligheidsregio vaak meer beleidsmatig en coördinerend van aard, waarbij wordt teruggevallen op de operationele kracht van de organisatie.

Het roept soms vragen op of en welke inzet te zien is als opgave van de veiligheidsregio’s.

16

4. Risicobeeld Flevoland 4.1

Actualisatie regionale risico’s

De in het vorige hoofdstuk beschreven trends en ontwikkelingen zijn vertaald naar de risico’s die eerder zijn geïnventariseerd en geanalyseerd conform de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Daarbij is tevens een consultatieronde gehouden onder de betrokken stakeholders. Op deze wijze is opnieuw gekeken naar de inhoud, kans en impact van de risico’s. Dit leidt tot het volgende beeld en actualisatie van de risico’s per themagebied uit de landelijke handreiking: Natuurlijke omgeving

De klimaatgestuurde incidenttypen, zoals natuurbranden, storm, wind en neerslag, koude, warmte en overstromingen, geven een hogere waarschijnlijkheid en een beperkt hogere impact. Dit is een landelijk beeld en wordt bevestigd door gebiedsbeheerders en klimaatexperts. Ook extreme neerslag zal een hogere waarschijnlijkheid en impact laten zien. Daarnaast wordt er ook een hogere waarschijnlijkheid toebedeeld aan een ziektegolf dierziekten. Ook dit is een landelijk beeld. Gebouwde omgeving

Binnen dit thema worden geen grote verschuivingen gesignaleerd. De waarschijnlijkheid van branden in gebouwen met niet- of verminderd zelfredzame personen stijgt licht. Dit is een landelijk beeld en wordt onder andere gevoed door de vergrijzing. Doordat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen beperkt het risico met niet- of verminderd zelfredzame personen zich minder vaak tot speciale (zorg)objecten. Het klimaat en de energietransitie hebben effect op de risico’s binnen de gebouwde omgeving. Het gaat hierbij onder andere over warmte in steden, extreme neerslag en energieopslagsystemen in de bebouwde omgeving. Technologische omgeving

Ook binnen dit thema worden geen grote verschuivingen gezien qua waarschijnlijkheid of impact. Wel verandert de inhoud van de risico’s; de energietransitie leidt tot andere manieren en vormen van opwekken, transporteren en opslaan van energie en energiedragers. De kerncentrale in Duitsland, waarvan Flevoland deels binnen het invloedsgebied valt, is buiten bedrijf gesteld. Vitale infrastructuur en voorzieningen

Binnen dit thema is de waarschijnlijkheid van een cyberaanval en uitval van ICT en telecommunicatie gestegen. Daarnaast wordt ook het risico op uitval van elektriciteit hoger ingeschat. Hierbij speelt de afhankelijkheid en digitalisering een rol, maar ook de geopolitieke situatie en energietransitie zijn van invloed op deze onderwerpen. Verkeer en vervoer

Binnen dit thema zijn er geen noemenswaardige veranderingen op de kans of impact van grote incidenten. Wel wordt gesignaleerd dat door de energietransitie het aandeel voertuigen op alternatieve brandstoffen stijgt en dat ook de digitalisering gevolgen kan hebben op dit thema. Gezondheid

In het vorige RRP was aan een ziektegolf al een hoge waarschijnlijkheid en impact toebedeeld. Omdat de gevolgen van Covid-19 op dat moment nog niet volledig in beeld waren, wordt de impact en waarschijnlijkheid nu nog hoger beoordeeld. Ook wordt het onderliggende onderwerp op mensen overdraagbare dierziekten belangrijker.

17

Sociaal maatschappelijke omgeving

Binnen dit thema is voornamelijk aan verstoring van de openbare orde door maatschappelijke onrust een hogere waarschijnlijkheid en impact toebedeeld. Door de verschillen tussen arm en rijk, voor- en tegenstanders van bepaalde ontwikkelingen en politieke keuzes, en de invloed van sociale media, ontstaat in toenemende mate polarisatie. Conclusies actualisatie

Uit de actualisatie komen de volgende conclusies naar voren: •

•

•

De bekende en klassieke crisistypen (‘flitsrampen’) blijven bestaan en door de groei van de bevolking en diverse maatschappelijke ontwikkelingen nemen de risico’s in het algemeen wat toe. Nederland en ook de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek staan niet op zichzelf, en de afgelopen jaren is de invloed van buitenaf steeds groter geworden. Zaken als klimaatverandering, de energietransitie, besmettelijke (dier)ziekten, polarisatie en de geopolitieke situatie hebben in toenemende mate invloed op de risico’s in Nederland en ook in de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. De in hoofdstuk 3 beschreven trends en ontwikkelingen zorgen voor een intensivering van de eerder geïdentificeerde regionale risico’s. Hierin zijn vier hoofdlijnen te herkennen: ➢ De klimaatverandering zorgt voor een toename van de risico’s op extreem weer, natuurbranden en overstromingen, maar kan ook invloed hebben op vitale infrastructuur, evenementen of de operationele omstandigheden bij hulpverlening. ➢ Polarisatie en moedwillige dreigingen zorgen ervoor dat de risico’s in het sociaal maatschappelijke domein groeien, te denken aan sociale onrust, paniek in menigte of gewelddadige acties. ➢ De technische afhankelijkheid en cyberdreiging vergroot de risico’s met betrekking tot de verstoring of uitval van vitale infrastructuur of voorzieningen.

➢ Op basis van Covid-19 worden de risico’s op besmettelijke (dier)ziekten hoger ingeschat.

•

•

Over het algemeen brengen de ontwikkelingen geen nieuwe risico’s in beeld die eerder nog niet onderkend zijn. Uit de energietransitie komen wel nieuwe technische risico’s naar voren, die soms nog relatief onbekend of onderbelicht zijn. Bovendien zorgt de energietransitie voor een andere geografische spreiding van risicobronnen. Geopolitieke ontwikkelingen kunnen zorgen voor sluimerende of langdurige crises. Deze vergen een andere inzet van de veiligheidsregio’s.

Al met al worden de eerder geïdentificeerde risico’s nog significanter, oftewel het eerdere risicobeeld wordt bevestigd en de stippen op kaart worden alleen nog maar nadrukkelijker.

4.2

Risicodiagram en prioritaire risico’s

Het risicodiagram voor de veiligheidsregio Flevoland ziet er als volgt uit:

18

Zeer onwaarschijnlijk

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Waarschijnlijk

Zeer waarschijnlijk

Catastrofaal

Zeer ernstig

Ernstig

Aanzienlijk

Beperkt

Gele ster: beïnvloed door energietransitie | Paarse ster: beïnvloed door klimaatverandering

1 Overstroming 2 Ziektegolf 3 Meervoudige aanslag 4 Maatschappelijke onrust 5 Koudegolf 6 Paniek in menigte 7 Gewelddadige eenling 8 Uitval Elektra 9 Wegongeval giftige stof 10 Dierziekte 11 Hittegolf 12 Brand in dichte binnenstad 13 Waterongeval brandbare vloeistof 14 Wegongeval personenvervoer 15 Storm, wind en neerslag 16 Spoorongeval giftige stof 17 Uitval spraak en data 18 Brand in object met niet zelfredzamen 19 Natuurbrand 20 Ongeval passagierstrein 21 Wegongeval brandbare vloeistof 22 Instorting 23 Uitval gas 24 Cyber 25 Waterongeval recreatieschip 26 Brand in object met publieksfunctie 19

Prioritaire risico’s

Van alle relevante risico’s in dit regionaal risicoprofiel zijn de risico’s met een hoge waarschijnlijkheid in relatie tot de impact prioritair. In het risicodiagram van de regio’s zijn dit de risico’s in het rode en oranje gebied. Dit betreft de volgende risico’s, geclusterd per themagebied uit de landelijke handreiking RRP:

Thema Gezondheid Sociaal maatschappelijke omgeving

Natuurlijke omgeving extreme weersomstandigheden Technologische omgeving Gebouwde omgeving Vitale infrastructuur en voorzieningen Verkeer en vervoer

Prioritaire risico's Flevoland Ziektegolf besmettelijke ziekte Maatschappelijke onrust Paniek in menigte Meervoudige aanslag Gewelddadige eenling Storm, wind en neerslag Koudegolf Hittegolf Wegongeval giftige stof Brand in gebouwen met niet- of verminderd zelfredzame personen Uitval spraak en data Uitval elektra Cyberaanval Wegongeval personenvervoer

Natuurlijke omgeving - overstromingen Overstroming Natuurlijke omgeving - dierziekten Ziektegolf dierziekte Natuurlijke omgeving - natuurbranden Natuurbrand Het risico natuurbrand viel eerder bij de toepassing van de handreiking RRP nog buiten de prioritaire risico’s. Door de effecten van klimaatverandering moet echter rekening worden gehouden met een hogere waarschijnlijkheid en impact. Specifieke aandachtspunten

Naast de risico’s die als prioritair naar voren komen uit het risicodiagram, is specifieke aandacht gewenst voor de volgende risico’s: Risico’s van de energietransitie

Op dit moment is er soms nog onvoldoende beeld bij de risico’s die voortkomen uit de energietransitie, en de effecten bij incidenten. Eerder plaatsgevonden incidenten geven een eerste beeld, maar er spelen nog meerdere onbekende factoren. Risico’s sluimerende of langdurige crises

Geopolitieke ontwikkelingen kunnen zorgen voor sluimerende of langdurige crises (‘creeping crises’). Deze vergen een andersoortige inzet van de veiligheidsregio’s. Hierbij komt de vraag kijken hoe ver de taak en verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s reikt. Risico’s voor specifieke focusgebieden en -objecten

In het RRP worden enkelvoudige risico’s beschreven op regionaal niveau. Binnen de regio’s zijn er enkele gebieden c.q. objecten waar meerdere risico’s samen komen, waardoor het risicobeeld niet onder één thema is onder te brengen. Het gaat hierbij om gebieden met één of meer van de volgende kenmerken: een grote concentratie van mensen, groot economisch 20

belang, hoge mate van complexiteit, bovenregionale effecten of uitstraling bij incidenten, een hoog feitelijk samengesteld risico. In deze gebieden met de bovengenoemde kenmerking vereist de stapeling van risico’s bijzondere aandacht. In Flevoland geldt dit voor Walibi Holland en Lelystad Airport wanneer het vliegveld wordt opengesteld voor passagiersverkeer. De samengestelde risico’s die op deze locaties spelen lopen uiteen van ongevallen, tot stroomuitval, extreem weer en moedwillige dreigingen.

4.3

Verschillen en overeenkomsten tussen de regio’s

Uit de analyse van de risico’s die is uitgevoerd voor beide veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek blijkt dat het risicobeeld grotendeels vergelijkbaar is. In onderstaande figuur zijn de risico’s waarin een verschil tussen de beide regio’s naar voren komt weergegeven. In veel gevallen is het verschil vooral rekentechnisch van aard, maar is de inhoud en benadering van het risico in de beide regio’s niet anders. Bijvoorbeeld: de impact van een ziektegolf is in Flevoland hoger door het hogere inwoneraantal, maar het scenario is inhoudelijk natuurlijk hetzelfde in Gooi en Vechtstreek.

Roze: Flevoland | Rood: Gooi en Vechtstreek Gele ster: beïnvloed door energietransitie | Paarse ster: beïnvloed door klimaatverandering

De volgende verschillen tussen de beide regio’s zijn relevant: Risico van dierziekten

De impact van een ziektegolf onder dieren is in Flevoland fors groter dan voor Gooi en Vechtstreek. Dit is het gevolg van een groter aantal dierhouderijen in Flevoland. De gevolgen voor Gooi en Vechtstreek beperken zich tot een ophokplicht voor kinderboerderijen en particulieren en lichte onrust onder de bevolking over contact met wilde vogels.

21

Risico van overstroming

Voor de overstromingsrisico’s is de impact in Flevoland groter dan voor Gooi en Vechtstreek. Dit is het gevolg van het scenario dat voor Flevoland uitgaat van een kortere waarschuwingstijd en minder mogelijkheid tot vroegtijdige evacuatie. Daarnaast zal in Flevoland het water langer aanwezig blijven door de grote hoeveelheid weg te pompen water. Brand- en ongevalsrisico’s

Voor de diverse brandrisico’s en risico’s op ongevallen met weg-/spoorverkeer is te zien dat de waarschijnlijkheid in Gooi en Vechtstreek hoger is dan die in Flevoland. Dit is voornamelijk het gevolg van meer transport en dichtere en/of oudere bebouwing in de dorpen en steden. Risico van natuurbrand voor Flevoland en Gooi en Vechtstreek

Op dit moment wordt gewerkt aan een risico-inventarisatie voor het optreden van een onbeheersbare natuurbrand. Ondanks dat deze inventarisatie nog niet gereed is, bestaat er ook voor Flevoland een natuurbrandrisico. De impact en waarschijnlijkheid is naar verwachting wel kleiner dan in Gooi en Vechtstreek.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/77/documents/577