CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

fa1b12e9-9750-4cce-b75e-6d4e131ec3ba.pdf

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.a: AKKOORD Raadsvoorstel Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten versie 2022 en intrekken verordening inburgering4.053 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingen verordening Sociaal Domein gemeente Dronten Participatiewet WAS

WORDT

2.2 1. Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, IMpact, andere gemeenten en organisaties. 2. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners onder de doelgroep van de gemeente vallen (zie artikel 2.1).

2.2 1. Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, Impact, andere gemeenten en organisaties. 2. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen (zie artikel 2.1). Lid 1: Impact is tegenwoordig zonder hoofdletter M. Lid 2: ‘die’ toegevoegd achter inwoners.

2.5.2 De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan

2.5.2 De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan. Punt toegevoegd aan eind van de zin.

Hoofdstuk 2 Minimaregelingen (voor artikel 2.6) Voorbeeld: de uitkeringsnorm voor een alleenstaande inwoner is € 1.052,32 per maand (per 1 januari 2020). De vermogensgrens voor een alleenstaand inwoner is € 6.225,00 (per 1 januari 2020).

Hoofdstuk 2 Minimaregelingen (voor artikel 2.6) Voorbeeld: de uitkeringsnorm voor een alleenstaande inwoner is € 1.078,70 per maand inclusief vakantietoeslag (per 1 juli 2021). De vermogensgrens voor een alleenstaande inwoner is € 6.295,00 (per 1 juli 2021). Er is nieuwe landelijke inkomens- en vermogensgrens per 1 juli 2021.

2.7 punt 3 3. Als uw partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag (volgens artikel 11 of 13 Participatiewet), kan het zijn dat u er wel recht op heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan hetzelfde als die van een alleenstaande of alleenstaande ouder.

2.7.3 Als uw partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag (volgens artikel 11 of 13 Participatiewet), kan het zijn dat u er wel recht op heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan 50 procent van het bedrag voor gehuwden of samenwonenden (volgens artikel 2.7.1, lid 1, onderdeel c en d). Dit artikel is iets aangepast op advies van de juristen van Schulinck (landelijke

adviesorganisatie waar de gemeente Dronten bij aangesloten is). 2.8.2 1. De individuele studietoeslag is € 300,00 per maand.

2.8.2 1. De individuele studietoeslag is: a. € 150 per maand voor een aanvrager die op de aanvraagdatum 18 jaar is; b. € 180 per maand voor een aanvrager die op de aanvraagdatum 19 jaar is; c. € 240 per maand voor een aanvrager die op de aanvraagdatum 20 jaar is; d. € 300 per maand voor een aanvrager die op de aanvraagdatum 21 jaar of ouder is. .. 7. Inwoners van 18 tot en met 20 jaar die eerder een hoger bedrag van ons ontvingen, blijven dit bedrag ontvangen tot en met de einddatum van het eerdere besluit. De individuele studietoeslag is aangepast na een oproep van de staatsecretaris.

Hoofdstuk 4 WAS 4.1 De gemeente kan niet altijd ondersteuning bieden. De gemeente geeft geen ondersteuning, als: 1. u niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.3.5 van deze verordening; 2. u uw beperkingen zelf kunt oplossen of verminderen door uw dagelijks leven anders te organiseren. Bijvoorbeeld door de woning anders in te richten; 3. u gebruik kunt maken van gebruikelijke hulp, eigen kracht of van uw sociale netwerk;

WORDT 4.1 De gemeente kan niet altijd ondersteuning bieden. De gemeente geeft geen ondersteuning, als: 1. u niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.3.5 van deze verordening; 2. u uw beperkingen zelf kunt oplossen of verminderen door uw dagelijks leven anders te organiseren. Bijvoorbeeld door de woning anders in te richten; 3. u gebruik kunt maken van gebruikelijke hulp, eigen kracht of van uw sociale netwerk;

4. u gebruik kan maken van uw zorgverzekering of de Wet langdurige zorg (Wlz); 5. u de voorziening zelf al heeft aangeschaft nadat u zich bij de gemeente heeft gemeld voor ondersteuning, maar voordat een besluit is genomen. Dit is anders als de gemeente daarvoor toestemming heeft verleend of als achteraf nog kan worden vastgesteld dat de voorziening noodzakelijk was; 6. uw aanvraag gaat over een voorziening die al eerder is verstrekt en deze voorziening nog niet is afgeschreven. Dit geldt niet als: - de eerder verstrekte voorziening stuk is gegaan zonder dat u er iets aan kon doen; - u (gedeeltelijk) meebetaalt aan de kosten; - de eerder verstrekte voorziening geen oplossing meer biedt voor uw hulpvraag; 7. de voorziening een therapeutisch doel heeft; 8. u niet voldoende meewerkt, zodat wij niet kunnen vaststellen of u de voorziening nodig heeft; 9. de voorziening niet grotendeels op u is gericht.

4. uw aanvraag gaat over een voorziening die algemeen gebruikelijk is. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als: • in een reguliere winkel te koop is; • niet duurder is dan een vergelijkbare voorziening; • niet speciaal voor personen met een beperking is bedoeld; • een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; en • financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Hierbij sluit de gemeente aan bij de regels voor afbetaling van leenbijstand (Beleidsregels debiteuren Dronten). Daarvan is sprake als de gevraagde voorziening binnen een termijn van 60 maanden kan worden terugbetaald bij een maandelijkse aflossing van 5 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm of inkomensvoorziening per maand. 5. u gebruik kan maken van uw zorgverzekering of de Wet langdurige zorg (Wlz); 6. u de voorziening zelf al heeft aangeschaft nadat u zich bij de gemeente heeft gemeld voor ondersteuning, maar voordat een besluit is genomen. Dit is anders als de gemeente daarvoor toestemming heeft verleend of als achteraf nog kan worden vastgesteld dat de voorziening noodzakelijk was; 7. uw aanvraag gaat over een voorziening die al eerder is verstrekt en deze voorziening nog niet is afgeschreven.

Dit geldt niet als: - de eerder verstrekte voorziening stuk is gegaan zonder dat u er iets aan kon doen; - u (gedeeltelijk) meebetaalt aan de kosten; - de eerder verstrekte voorziening geen oplossing meer biedt voor uw hulpvraag; 8. de voorziening een therapeutisch doel heeft; 9. u niet voldoende meewerkt, zodat wij niet kunnen vaststellen of u de voorziening nodig heeft; 10. de voorziening niet grotendeels op u is gericht. Punt 4 is toegevoegd naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank over de vereisten van een algemeen gebruikelijke voorziening.

4.2.3 Beschermd wonen Verdere regels en afspraken staan beschreven in de “beleidsregels maatwerkvoorziening 2018” en “verordening maatschappelijke ondersteuning 2018” vastgesteld door de gemeenteraad van centrumgemeente Almere op 1406-2019. 4.2.4 Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang

Deze tekst is overbodig om te noemen en zorgt voor extra werk wanneer de gemeente Almere de verordening aanpast. Deze tekst is overbodig om te noemen en zorgt voor extra werk wanneer de gemeente Almere de verordening aanpast.

Verdere regels en afspraken staan beschreven in de “beleidsregels maatwerkvoorziening 2018” en “verordening maatschappelijke ondersteuning 2018” vastgesteld door de gemeenteraad van centrumgemeente Almere op 14-06-2019. Hoofdstuk 5 WAS 5.3.1 6. De hulpverlener kan een professional zijn of iemand uit uw sociale netwerk. Een professionele hulpverlener: d. is geen 1e of 2de graads familie; en e. als een zzp-er de zorg levert, moet hij of zij beschikken over een ‘VAR winst uit onderneming verklaring’ (VAR WUO).

5.3.2 7. Als u een pgb krijgt voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang of vrouwenopvang, dan zijn de regels van toepassing die zijn vastgesteld in

WORDT 5.3.1 6. De hulpverlener kan een professional zijn of iemand uit uw sociale netwerk. Een professionele hulpverlener: d. is geen 1e of 2de graads familie of onderdeel van uw huishouden; en e. als een zzp-er de zorg levert, moet hij of zij een actuele verklaring ‘inkomen uit eigen onderneming’ van de boekhouder aanleveren bij de gemeente. Deze verklaring is maximaal 3 maanden oud. Wanneer de zzp-er geen eigen boekhouder heeft, dan moet een verklaring van de belastingdienst worden aangeleverd, waaruit blijkt dat de financiële verplichtingen worden voldaan. De Centrale raad van Beroep heeft de definitie van professionele zorgverlener uitgebreid. VAR WUO bestaat niet meer sinds 2021 vandaar dat er een vervangende regel wordt opgenomen. 5.3.2 8. Het pgb voor hulpmiddelen wordt als volgt vastgesteld: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar

middel bij zorg in natura. Daarbij gaat de gemeente ervan uit dat het hulpmiddel 6 jaar gebruikt wordt. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 6 jaar tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet 9. Het pgb voor hulpmiddelen wordt als volgt vastgesteld: de hoogte van het pgb meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel. is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 6 Uit ervaring bleek dat de termijn van de PGB onduidelijk was voor inwoners. jaar tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering Vandaar een kleine aanpassing in de tekst. en reparatie van het hulpmiddel. 5.3.3 5.3.3 Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk. Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk of een nietprofessional. 1. U mag iemand uit uw sociale netwerk inschakelen om de ondersteuning te 1. U mag iemand uit uw sociale netwerk of een niet-professional inschakelen geven. om de ondersteuning te geven. Dat mag alleen als wij vinden dat deze persoon: a. met goede argumenten heeft aangegeven dat hij door het geven van de Dat mag alleen als wij vinden dat deze persoon: a.

met goede argumenten heeft aangegeven dat hij door het geven van de ondersteuning niet overbelast raakt; ondersteuning niet overbelast raakt; b. in staat is om ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning b. in staat is om ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de wet, deze verordening en op grond van de wet, deze verordening en de regels die wij daarover stellen; c. betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning kan bieden dan een de regels die wij daarover stellen; professionele hulpverlener; c. betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning kan bieden dan een d. in staat is planmatig te werken. professionele hulpverlener; 2. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning van iemand uit uw sociale d. in staat is planmatig te werken. netwerk als het gaat om: 2. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning van iemand uit uw sociale netwerk als het gaat om: a. kortdurend verblijf bij een familielid in de eerste, tweede of derde graad; b. kortdurend verblijf specialistisch; a. kortdurend verblijf bij een familielid in de eerste, tweede of derde graad; c. behandeling; b. kortdurend verblijf specialistisch; d. behandeling in groep; c. behandeling; e. behandeling specialistisch; of d. behandeling in groep; f. behandeling specialistisch jGGZ. e.

behandeling specialistisch; of 3. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door personen uit het sociale f. behandeling specialistisch jGGZ. netwerk als wij vinden dat het 3. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door personen uit het sociale noodzakelijk is dat de ondersteuning wordt geboden door een professionele netwerk of een niet-professional als wij vinden dat het noodzakelijk is dat de hulpverlener. ondersteuning wordt geboden door een professionele hulpverlener. 4. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door een persoon uit het 4. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door een persoon uit het “verordening maatschappelijke ondersteuning 2018” door de gemeenteraad van centrumgemeente Almere op 14-06-2019.

sociale netwerk als blijkt dat hij of zij de ondersteuning zonder het pgb ook kan bieden. 5. Ondersteuning door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien. 6. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb betrekken wij uw persoonlijke situatie en de werkervaring en deskundigheid van de hulpverlener.

sociale netwerk of een niet-professional als blijkt dat hij of zij de ondersteuning zonder het pgb ook kan bieden. 5. Ondersteuning door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien.

5.3.4 1. Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor u hebben gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. 2. Uit het pgb mag u alleen ondersteuning betalen die ook daadwerkelijk geleverd is.

5.3.4 1. Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor u hebben gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. 2. Uit het pgb mag u alleen ondersteuning betalen die ook daadwerkelijk geleverd is. 3. Het PGB voor hulpmiddelen of woningaanpassingen wordt uitbetaald wanneer de gemeente de factuur van u ontvangen heeft.

5.4 5. Buiten het abonnementstarief valt: b. de was-service. Als u een Wmo-indicatie heeft, betaalt u voor de was-service € 5,95 per 6,5 kilo wasgoed. De transportkosten (halen en brengen) betalen wij; c. beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De regels voor de eigen bijdrage zijn opgenomen in de “verordening maatschappelijke ondersteuning 2018” vastgesteld door de gemeenteraad van centrumgemeente Almere op 14-06-2019.

Punt 6 weggehaald. Zorgt voor verwarring, is niet bedoeld voor het bepalen van de hoogte van het tarief.

Moment van uitbetaling was onduidelijk voor inwoners 5.4 5. Buiten het abonnementstarief valt: b. de was-service. Als u een Wmo-indicatie heeft, betaalt u voor de wasservice € 7,50 per 6,5 kilo wasgoed. De transportkosten (halen en brengen) betalen wij; c. beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Wijziging prijs bij punt b Punt c is aanpast. Een deel tekst is overbodig om te noemen en zorgt voor extra werk wanneer de gemeente Almere de verordening aanpast.

Hoofdstuk 6 WAS

WORDT

6.1.5 Als u de afspraken die wij met u hebben gemaakt over werken niet nakomt (artikel 18, lid 4 van de Participatiewet), verlagen wij uw uitkering met 100 procent voor een maand. Dit betekent dat u een maand geen uitkering krijgt.

6.1.5 Als u de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet niet nakomt, verlagen wij uw uitkering met 100 procent voor een maand. Dit betekent dat u een maand geen uitkering krijgt. Aanpassing artikel, de omschrijving ‘afspraken over werken’ ‘kon op te veel manieren worden geïnterpreteerd. Vandaar de expliciete verwijzing naar artikel 18, lid 4.

6.1.6 1. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep van de gemeente voor re-integratie of participatie. 2. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u: a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. de verplichtingen zoals arbeidsinschakeling (artikel 9 Participatiewet) en nadere verplichtingen (artikel 55 Participatiewet) niet nakomt; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; e. niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van

6.1.6 8. In tegenstelling tot lid 1, 2, 4 en 5 kunnen wij u een schriftelijke waarschuwing geven. Dit kunnen wij doen als u in de afgelopen 12 maanden niet eerder een schriftelijke waarschuwing of verlaging opgelegd heeft gekregen. Of als wij vinden dat een verlaging gezien uw omstandigheden een te zware sanctie is. Toevoeging lid 8. Schriftelijke waarschuwing vergeten in huidige versie.

de Participatiewet). 3. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te verkrijgen. 4. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep voor re-integratie of participatie. 5. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. 6. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u: a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b. een baan afwijst; c. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; d.

niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 7. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ). 6.1.7 Wij kunnen de verlaging stoppen als u alsnog de afspraken over werk nakomt. Is dit het geval? Dan dient u een verzoek tot stoppen van de verlaging bij ons in. Dit kan per brief of e-mail, binnen drie maanden nadat wij het besluit om de uitkering te verlagen hebben genomen.

6.1.7 Wij kunnen de verlaging stoppen als u alsnog de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet nakomt. Is dit het geval? Dan dient u een verzoek tot stoppen van de verlaging bij ons in. Dit kan per brief of e-mail, binnen drie maanden nadat wij het besluit om de uitkering te verlagen hebben genomen.

Aanpassing artikel, de omschrijving ‘afspraken over werken’ ‘kon op te veel manieren worden geïnterpreteerd. Vandaar de expliciete verwijzing naar artikel 18, lid 4. 6.1.8 1. Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. 2. De verlaging duurt 10 maanden en is: a. 10 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag tot € 5.000,00; b. 20 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,00 tot € 10.000,00; c. 30 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag hoger dan € 10.000,00. 3. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden. 4. Wij stemmen de verlaging (zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel) af op het benadelingsbedrag. 5. Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.

6.1.8

6.1.9 Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt (zoals agressie) tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met: a. 100 procent bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; b. 40 procent bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen; c. 20 procent bij belediging (mondeling en schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers.

6.1.9

2. De verlaging duurt 10 maanden en is: a. 10 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag tot € 5.000,00 of als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld; Lid 2, onderdeel a is aangevuld. Dit is gebeurd op advies van de juristen van van Schulinck (landelijke adviesorganisatie waar de gemeente Dronten bij aangesloten is).

a. 100 procent bij (een poging tot) fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; b. 40 procent bij bedreiging (mondeling, met gebaren of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen; Uitbreiding artikel met ‘poging tot’ en ‘met gebaren’.

6.1.11

6.1.11

1. Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de grootste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort. 2. Wij leggen u afzonderlijke verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd. 3. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van een gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan wordt er een bestuurlijke boete opgelegd. 4. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van de gedraging, of u er iets aan had kunnen doen (mate van verwijtbaarheid) en uw persoonlijke omstandigheden.

5. Bij samenloop tussen artikel 18 en 18b Participatiewet met de Wet Inburgering 2021, kiezen wij ervoor om uw uitkering te verlagen en geen boete op te leggen.

6.1.12 1. Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 6.1.6, lid 1, 2, 4 en 5, artikel 6.1.8, lid 3, artikel 6.1.9 en artikel 6.1.10. 2. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een zelfde gedraging. 3. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet. 4. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u

6.1.12

Dit artikel is uitgebreid met lid vanwege de komst van de Wet Inburgering 2021

4. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet én er toepassing is gegeven aan lid 1, 2 of 3 van dit artikel. Dit artikel is aangevuld met artikel 18, lid 4 van de Participatiewet zodat het duidelijk wordt om welke type gedragen de maatregel betrekking heeft.

zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging én er toepassing is gegeven aan lid 1, 2 of 3 van dit artikel. 5. Wij tellen een schriftelijke waarschuwing niet mee voor de beoordeling van recidive (herhaling), als deze is gegeven voor een gedraging zoals genoemd in dit hoofdstuk. 6.4.3 Wij maken gebruik van het protocol kenniscentrum Handhaving en Naleving voor de huisbezoeken.

6.4.3 Wij maken gebruik van het Protocol huisbezoeken Wmo 2015 en handreiking Huisbezoek Participatiewet van VNG Naleving. Aanpassing artikel. De handreiking Huisbezoek Participatiewet is sinds oktober 2021 actief.

Hoofdstuk 11 Was -

Wordt Niet-professional: iemand die hulp verleent zonder passende opleiding en/of iemand die onderdeel van het huishouden, 1e of, 2de graads familielid is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/996/documents/1835