CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

f997d535-40e2-4ec1-81e3-f484bdeeceb3.pdf

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 7.e: AKKOORD Raadsvoorstel aanpassing verordening Sociaal Domein17.055 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.3.3 Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk

[Jeugdwet, Wmo]

1. U mag iemand uit uw sociale netwerk inschakelen om de ondersteuning te geven. Dat mag alleen als wij vinden dat deze persoon: a. met goede argumenten heeft aangegeven dat hij door het geven van de ondersteuning niet overbelast raakt; b. in staat is om ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de wet, deze verordening en de regels die wij daarover stellen; c. betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning kan bieden dan een professionele hulpverlener; d. in staat is planmatig te werken. 2. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning van iemand uit uw sociale netwerk als het gaat om: a. kortdurend verblijf bij een familielid in de eerste, tweede of derde graad; b. kortdurend verblijf specialistisch; c. behandeling; d. behandeling in groep; e. behandeling specialistisch; of f. behandeling specialistisch jGGZ. 3. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door personen uit het sociale netwerk als wij vinden dat het noodzakelijk is dat de ondersteuning wordt geboden door een professionele hulpverlener. 4. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door een persoon uit het sociale netwerk als blijkt dat hij of zij de ondersteuning zonder het pgb ook kan bieden. 5. Ondersteuning door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien.

5.3.4 Verantwoording pgb 1.

2. 3.

[Jeugdwet, Wmo] Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor u hebben gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. Het pgb dient te worden uitbetaald aan de hand van een factuur op basis van de geleverde uren. Het pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen wordt uitbetaald wanneer de gemeente de factuur van u heeft ontvangen. Wanneer de factuur hoger is dan het vastgestelde pgb dient u zelf de resterende kosten te betalen.

5.3.5 Opschorten pgb

[Jeugdwet, Wmo] Wij kunnen aan de Sociale verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen wij doen als: a. u en/of de budgetbeheerder ons onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, als de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing; b. u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; c. u het pgb niet heeft gebruikt; d. u het pgb voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het was afgegeven; of e. u niet voldoet aan de eisen uit artikel 5.3.4.

5.4 Wat is de eigen bijdrage?

[Wmo]

1. Zo lang u gebruik maakt van een Wmo-voorziening in natura of in pgb, betaalt u een bijdrage in de kosten. Deze bijdrage betaalt u in de vorm van een abonnementstarief. Als u een product krijgt, dan betaalt u een 21

bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De kostprijs voor maatwerk in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 2. U betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). U betaalt het bedrag dat maximaal betaald mag worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders of personen die het gezag voeren, de eigen bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). 4. Wij vragen geen eigen bijdrage bij: a. maatwerk aan inwoners met een collectiviteitsverzekering van de gemeente; b. een rolstoel voor het gebruik in huis en het onderhoud daarvan. 5. Buiten het abonnementstarief valt: a. het collectief vervoer. Voor het collectief vervoer (regiotaxi) betaalt een Wmo-reiziger voor een rit een opstaptarief van € 0,75 en een prijs van € 0,20 per kilometer; b. de was-service. Als u een Wmo-indicatie heeft, betaalt u voor de was-service € 7,50 per 6,5 kilo wasgoed. De transportkosten (halen en brengen) betalen wij; c. beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

22

Hoofdstuk 6 Afspraken tussen inwoner en gemeente U leest in dit hoofdstuk over de afspraken tussen inwoners en de gemeente. Wij zijn er voor u en u kunt dingen van ons verwachten. Andersom verwachten wij ook dingen van u. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat de consequenties zijn als u zich niet aan uw plichten houdt. a.

b. c.

d.

Wij geven u op tijd informatie over: • uw rechten en plichten; • wat wij van u verwachten; • welk gedrag wij niet tolereren; • hoe wij reageren op niet getolereerd gedrag; en • waarom wij tegen dit gedrag optreden. Voordat wij beslissen om op uw gedrag te reageren, geven wij u de kans om uw mening te geven. Hoe wij op uw gedrag reageren, is afhankelijk van: • hoe ernstig uw gedrag is; • of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); en • uw persoonlijke situatie. Wij sturen u een brief. Hierin vermelden wij duidelijk wat de consequentie is van uw gedrag, wat dit voor u betekent en wat u ertegen kunt doen. Wij leggen u uit op welke manier u het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en wij de dienstverlening kunnen voortzetten (als die is stopgezet).

6.1 Afspraken en verplichtingen 6.1.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner

[PW, IOAW, IOAZ]

1. Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt. 2. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten: a. waarom wij uw uitkering verlagen; b. hoe lang wij uw uitkering verlagen; c. met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en d. als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken. 3. Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met: a. hoe ernstig de gedraging is; b. of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); c. uw persoonlijke situatie. 4. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. Dit kan via een (telefonisch) gesprek of schriftelijk (bijvoorbeeld per e-mail). 5. Wij kunnen besluiten om u niet in de gelegenheid te stellen een reactie te geven (bedoeld in lid 4). Dit doen wij als: a. er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is; b. u al eerder uw reactie heeft kunnen gegeven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; c. wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedraging of dat u iets te verwijten valt; of d. u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven.

[PW, IOAW, IOAZ] Wij verlagen uw uitkering niet als: a) blijkt dat u er niks aan kunt doen (de verwijtbaarheid ontbreekt); b) uw gedraging meer dan een jaar nadat wij het opmerkten plaatsvond; of c) wij vinden dat er belangrijke redenen zijn om uw uitkering niet te verlagen. Als dit het geval is, sturen wij u hierover een brief. 6.1.2 Geen schuld en verjaring

[PW, IOAW, IOAZ] Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat deze gedraging heeft plaatsgevonden. Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen en wij u hierover een brief hebben gestuurd. Dat kan als de uitkering over die periode al is uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm.

6.1.3 Ingangsdatum en periode verlaging 1. 2.

23

3. 4.

Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat lid 1 van dit artikel niet kan worden toegepast, omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald. Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat de gedraging heeft plaats gevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.

6.1.4 Berekening verlaging 1. 2.

[PW, IOAW, IOAZ] De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen.

[PW, IOAW, IOAZ] Als u de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet niet nakomt, verlagen wij uw uitkering met 100 procent voor een maand. Dit betekent dat u een maand geen uitkering krijgt. Als wij vinden dat er bijzondere omstandigheden zijn, kunnen wij de verlaging in gelijke stukken verdelen over die maand en de twee maanden erna. Wij verdelen uw verlaging niet in gelijke stukken over meerdere maanden, als u werk niet heeft aanvaard of heeft behouden (artikel 18, lid 4 onderdeel a Participatiewet).

6.1.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen 1. 2. 3.

6.1.6 Stoppen verlaging

[PW, IOAW, IOAZ] Wij kunnen de verlaging stoppen als u alsnog de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet nakomt. Is dit het geval? Dan dient u een verzoek tot stoppen van de verlaging bij ons in. Dit kan per brief of e-mail, binnen drie maanden nadat wij het besluit om de uitkering te verlagen hebben genomen. 6.1.7 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen 1. 2.

3. 4. 5.

6.

7. 8.

[PW, IOAW, IOAZ] Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep van de gemeente voor re-integratie of participatie. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u: a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. de verplichtingen zoals arbeidsinschakeling (artikel 9 Participatiewet) en nadere verplichtingen (artikel 55 Participatiewet) niet nakomt; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; e. niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet). Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te verkrijgen. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep voor re-integratie of participatie.

Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u: a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b. een baan afwijst; c. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; d. niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).

In tegenstelling tot lid 1, 2, 4 en 5 kunnen wij u een schriftelijke waarschuwing geven. Dit kunnen wij doen als u in de afgelopen 12 maanden niet eerder een schriftelijke waarschuwing of verlaging opgelegd heeft gekregen. Of als wij vinden dat een verlaging gezien uw omstandigheden een te zware sanctie is.

[PW] Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden.

6.1.8 Te weinig inzet of besef van verantwoordelijkheid 1.

24

2. 3.

4. 5.

Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. De verlaging duurt 10 maanden en is: a. 10 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag tot € 5.000,00 of als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld; b. 20 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,00 tot € 10.000,00; c. 30 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag hoger dan € 10.000,00. Wij stemmen de verlaging (zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 2 van dit artikel) af op het benadelingsbedrag. Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 3 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.

6.1.9 Onacceptabel gedrag 1.

[PW, IOAW, IOAZ] Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt (zoals agressie) tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met: a. 100 procent bij (een poging tot) fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; b. 40 procent bij bedreiging (mondeling, met gebaren of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen; c. 20 procent bij belediging (mondeling en schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers.

6.1.10 Niet-nakomen van andere verplichtingen 1.

[PW] Wij verlagen uw uitkering als u de afspraken en verplichtingen (bedoeld in artikel 55 en 56a van de Participatiewet) niet voldoende nakomt. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met: a. 20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; b. 20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand, waaronder het niet willen meewerken aan de verplichte ontzorging volgens artikel 56a van de wet; c. 40 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; d. 100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.

6.1.11 Samenloop van gedragingen 1.

2.

3. 4.

5.

[PW, IOAW, IOAZ] Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de grootste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort. Wij leggen u afzonderlijke verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is na elkaar opgelegd. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van een gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan wordt er een bestuurlijke boete opgelegd. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van de gedraging, of u er iets aan had kunnen doen (mate van verwijtbaarheid) en uw persoonlijke omstandigheden. Bij samenloop tussen artikel 18 en 18b Participatiewet met de Wet Inburgering 2021, kiezen wij ervoor om uw uitkering te verlagen en geen boete op te leggen.

[PW, IOAW, IOAZ] Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 6.1.6, lid 1, 2, 4 en 5, artikel 6.1.8, lid 3, artikel 6.1.9 en artikel 6.1.10. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een zelfde gedraging. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet én er toepassing is gegeven aan lid 1 en 2 van dit artikel.

6.1.12 Herhaling (recidive) 1. 2. 3.

25

4.

Wij tellen een schriftelijke waarschuwing niet mee voor de beoordeling van recidive (herhaling), als deze is gegeven voor een gedraging zoals genoemd in dit hoofdstuk.

6.2 Terugvorderen uitkering en incasso 1.

[PW, IOAW, IOAZ, GW] Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven.

6.3 Beëindigen en terugvorderen voorziening 6.3.1 Beëindiging voorziening 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Wij kunnen een voorziening beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan deze voorziening; c. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens door u; d. wij niet langer kunnen vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u niet voldoende meewerkt aan een onderzoek of u (nog) recht heeft op deze voorziening; e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. u binnen 3 maanden geen gebruik maakt van de voorziening, tenzij u hier niks aan kunt doen. Wij kunnen de voorziening beëindigen en/of intrekken (met terugwerkende kracht).

6.3.2 Terugvordering voorziening

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wko, Gw, BW] Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de in artikel 6.3.1 opgesomde redenen. Wij kunnen Wmo-voorzieningen alleen terugvorderen als die voorzieningen zijn ingetrokken, omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.

6.4 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 6.4.1 Controle 1.

2. 3. 4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] Wij controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangen. Wij controleren dit onder andere door huisbezoeken te doen, aanbieders van hulp te bezoeken, gegevens te vergelijken met andere instanties en signalen en tips uit te zoeken. Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen of intrekken, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

6.4.2 Voorkomen van fraude 1.

2.

3. 4.

5.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] Wij voeren een actief fraudepreventiebeleid. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik. Als u een verzoek of aanvraag heeft gedaan, kunnen wij gebruik maken van alle gegevens die wij tot onze beschikking hebben, hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen. Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 6.4.1, lid 1. Als wij hebben vastgesteld dat er sprake is van fraude en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Als het ‘Aanwijzingsbesluit sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen voor Participatiewet, IOAW en IOAZ.

26

6.4.3 Privacy 1.

2.

[ PW, IOAW, IOAZ] Wij maken gebruik van het Protocol huisbezoeken Wmo 2015 en handreiking Huisbezoek Participatiewet van VNG Naleving. [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] Wij wijzen een of meerdere medewerkers aan als toezichthouder. Zij hebben de taak erop toe zien dat wetten en bijbehorende regels worden nageleefd.

27

Hoofdstuk 7 Inwonersparticipatie Wij zijn er voor onze inwoners. Daarom horen wij graag uw ervaringen, zodat wij ons beleid als het nodig is, kunnen aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk leest u hoe u invloed kunt uitoefenen op ons beleid. Ook vindt u meer informatie over de Adviesraad Sociaal Domein Dronten (ASD Dronten).

7.1 Inspraak van inwoners Gemeentewet]

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ,

1.

Wij vinden het belangrijk dat u inspraak heeft in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. Deze regels vindt u in onze Uitvoeringsnota Inwonersparticipatie. Hierin staat hoe de gemeente inwonersparticipatie inzet. Hieronder geven wij een korte samenvatting van de Uitvoeringsnota Inwonersparticipatie. 2. U kunt op verschillende manier betrokken worden. Voor het bepalen van de invloed van participatie maken wij gebruik van het Drontens Participatiemodel. 3. In het Participatiemodel staat beschreven dat u heeft inspraak bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop wij beleid en regels uitvoeren; c. het contact tussen de medewerkers van de gemeente en u als inwoner. 4. U kunt ook voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering bij ons indienen. 5. Wij kunnen u op de volgende manier inspraak geven: a. via de adviesraad sociaal domein; b. door uw mening te geven via social media, enquêtes en tijdens bijeenkomsten; c. door samen met u plannen te ontwerpen (co-creatie). 6. Wij zorgen dat u van tevoren weet wat uw invloed is.

7.2 Adviesraad Sociaal Domein Dronten 1.

2. 3. 4.

5.

6.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] In Dronten is er voor gekozen om één (cliëntenraad) adviesraad in te stellen die zich bezighoudt met het beleid (in het kader van de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Wet sociale werkvoorziening) dat het sociale domein betreft. Dit is de Adviesraad Sociaal Domein Dronten (ASD Dronten). Wij benoemen de leden van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur van de ASD Dronten benoemt de overige leden. Het dagelijks bestuur van de ASD Dronten bestaat uit een voorzitter, secretaris en penningmeester. De ASD Dronten bestaat uit maximaal 24 personen en is samengesteld uit: a. een voorzitter; b. een secretaris; c. een penningmeester; d. bij voorkeur acht (vertegenwoordigers van) cliënten; e. vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen. Cliënten zijn inwoners die een uitkering van de gemeente krijgen of hebben gekregen, inwoners met een beperking die ervaring hebben met Wmo-hulp van de gemeente en/of jongeren of hun ouders die ervaring hebben met gemeentelijke jeugdhulp. Van elke cliëntengroep moeten er ten minste twee leden bij de ASD Dronten aangesloten zijn. De vertegenwoordiger van een maatschappelijke instelling en zijn plaatsvervanger worden (als dit mogelijk is) aangewezen in samenspraak met de adviesraad van de instelling waar het om gaat.

7.3 Taken en bevoegdheden Adviesraad Sociaal Domein Dronten [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De ASD geeft ons onafhankelijk advies over plannen om beleid, regels of de uitvoering bij te stellen. Ook adviseren zij over de kwaliteit van onze dienstverlening. 2. De ASD brengt adviezen schriftelijk uit. 3. Wij geven de ASD Dronten zes weken de tijd om een advies uit te brengen voordat wij de plannen vaststellen. Wij ontvangen het advies uiterlijk 10 werkdagen voordat wij de plannen willen vaststellen. 4. De ASD Dronten kan ongevraagd voorstellen doen over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. 28

5. De ASD Dronten kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan. 6. Wij geven bij de ASD Dronten aan hoe wij het advies hebben verwerkt in onze plannen. Als wij van een advies afwijken, leggen wij uit waarom wij dit doen of hebben gedaan. 7. De ASD Dronten deelt jaarlijks hun vergaderrooster met ons. 8. De ASD Dronten overlegt ten minste viermaal per jaar met de betrokken wethouder en ten minste éénmaal per jaar met de raadscommissie. 9. De ASD Dronten kan elk jaar subsidie aanvragen. De ASD krijgt budget voor organisatiekosten, scholing, deskundigheidsbevordering en reiskosten. 10. De ASD heeft recht op ambtelijke ondersteuning.

29

Hoofdstuk 8 Klachten en bezwaar Hoewel wij ons beleid zo goed mogelijk proberen uit te voeren, kan het zijn dat u een klacht of bezwaar heeft. In dit hoofdstuk leest u hoe u een klacht bij ons indient en hoe u bezwaar kunt maken. Daarnaast geven wij meer informatie over wanneer u met onze vertrouwenspersoon kunt praten. Voor klachten sluit de gemeente aan op de visie klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Wij vinden het belangrijk om alert en laagdrempelig te zijn. Wij willen klachten voorkomen en ervan leren.

8.1 Bezwaar of klacht 1.

2.

[Awb] Wat is een bezwaar? U dient een bezwaar in als u een besluit heeft gekregen waar u het niet mee eens bent. U kunt dan een bezwaarschrift indienen. U maakt dan bijvoorbeeld bezwaar tegen het aantal uren zorg dat wij hebben toegewezen, de periode van de zorg of de hoogte van een uitkering. Wat is een klacht? U dient een klacht in als u het niet eens bent met hoe u of een andere persoon door een medewerker van de gemeente bent behandeld. Het gaat dan om het gedrag van een medewerker, de manier waarop een medewerker een verzoek heeft behandeld of de manier waarop een medewerker een voorziening heeft toegekend of een dienst heeft uitgevoerd.

8.2 Doel bezwaarprocedure 1.

2. 3. 4.

[Awb] Het doel van een bezwaar is: a. dat u uw mening kunt geven over een besluit; b. dat wij onze dienstverlening kunnen verbeteren; en c. dat wij fouten bij de uitvoering van wettelijke taken kunnen repareren. Als u een bezwaar indient, krijgt u de gelegenheid om uw bezwaar mondeling toe te lichten. Als een toelichting geen zin heeft, doen wij dit niet. U heeft tot maximaal 6 weken na het besluit de tijd om bezwaar te maken. Wij zorgen ervoor dat wij uw bezwaar zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen de wettelijke termijnen, afhandelen. Dit is uiterlijk 18 weken, gerekend vanaf de dag na het aflopen van de termijn voor het indienen van het bezwaar genoemd in 8.2.3.

8.3 Doel klachtprocedure 1. a. b. c. d. 2. 3.

[Awb]

Het doel van een klacht is: dat u uw mening kunt geven; dat wij onze dienstverlening kunnen verbeteren; dat wij samen met u een vertrouwensbreuk kunnen herstellen; en dat wij fouten bij de uitvoering van wettelijke taken kunnen repareren. Als u een klacht indient, krijgt u de gelegenheid om uw klacht mondeling toe te lichten. Als een toelichting geen zin heeft, doen wij dit niet. Wij zorgen ervoor dat wij uw klacht zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen de wettelijke termijnen, afhandelen. Dit is uiterlijk 10 weken.

8.4 Klachten over andere personen of organisaties 1. 2. 3.

[Awb] Heeft u een klacht over het gedrag van een persoon of organisatie die wij inhuren? Dan dient u deze klacht eerst in bij deze persoon of organisatie. Wij controleren of de klachtenregeling van de ingehuurde personen of instanties wordt nageleefd. Als u niet tevreden bent over de manier waarop uw klacht is afgehandeld, kunt u dit bij ons melden.

8.5 Vertrouwenspersoon Gemeentewet] 1.

[Jeugdwet,

Als u hulp van de gemeente krijgt, kunt u met een onafhankelijke vertrouwenspersoon praten. U kunt bij hem of haar terecht als u een vertrouwelijk gesprek wilt over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen die te maken hebben met de hulp die u krijgt.

30

2.

Voor de Jeugdwet kan de vertrouwenspersoon een jongere, ouder of pleegouder ondersteunen. Als u dat wilt kan de vertrouwenspersoon ondersteuning bieden bij problemen en klachten. Ook kunt u bij hem of haar terecht als u vragen heeft over onze hulpverlening of die van een jeugdhulpaanbieder, een gecertificeerde instelling jeugdbescherming, jeugdreclassering, het advies- en meldpunt huiselijk geweld en/of kindermishandeling (Veilig Thuis).

31

Hoofdstuk 9 Kwaliteit en aanbesteding Wij leveren diensten en producten aan inwoners. Een voorbeeld van een dienst is individuele begeleiding en een voorbeeld van een product is een rolstoel. Als u onze diensten of producten afneemt, dan mag u van ons verwachten dat wij kwaliteit bieden. Wij vinden het belangrijk dat onze diensten aansluiten op uw behoeften. Producten moeten degelijk en goed bruikbaar zijn. Bij de inkoop van deze producten en diensten houden wij ons aan bepaalde regels. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van producten en diensten. De verschillende vormen van ondersteuning kunt u lezen in hoofdstuk 1 t/m 5.

9.1 Kwaliteit

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1. De ondersteuning en producten die wij aanbieden moeten van goede kwaliteit zijn, zodat ze u helpen of ondersteunen bij het bereiken van doelen. 2. Onze diensten en producten: a. sluiten aan op uw behoefte; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar; c. voldoen aan normen en eisen; d. respecteren uw rechten; e. worden afgestemd op eventuele andere diensten of producten; f. krijgt u met een doel, waarvan u op de hoogte bent. 3. Als wij een aanbesteding doen, stellen wij in een programma van eisen de kwaliteitseisen vast. Wij controleren of onze leveranciers zich aan deze eisen houden.

9.2 Inkoop en aanbesteding 1. 2.

3.

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] Bij een aanbesteding speelt de kwaliteit van producten en diensten een belangrijke rol. Bij een aanbesteding is de prijs ook belangrijk. Wij doen een onafhankelijk kostprijsonderzoek. Hierbij houden wij rekening met: a. het soort dienst of product; b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskrachten; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; e. reis- en opleidingskosten; f. het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten; g. kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen; h. de vereisten rondom het bieden van een reële prijs. Dit houdt in dat de prijs voldoende is om de kosten van de dienst of product te betalen. Als wij producten en diensten inkopen en aanbesteden, verwachten wij: a. dat diensten en producten worden geleverd tegen het berekende tarief uit het kostprijsonderzoek, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b. dat personeel zich aan de regels houdt van het arbeidsrecht.

32

Hoofdstuk 10 Van oud naar nieuw Een verordening is nooit af. De inhoud van deze verordening wordt daarom in de toekomst regelmatig beoordeeld. Wij kunnen bepalingen als dat nodig is verder uitwerken of invullen. U vindt in dit hoofdstuk informatie over de zogenaamde uitvoeringsregels, wanneer wij kunnen afwijken van de verordening en welke oude verordeningen komen te vervallen.

10.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)

[Gemeentewet] Als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die met deze verordening worden nagestreefd, kunt u de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. Het is niet de bedoeling dat toepassing van deze verordening meer kwaad dan goed doet. Als dat naar het oordeel van de gemeente wel het geval is, zal de gemeente de hardheidsclausule toepassen en afwijken van deze verordening.

10.2 Intrekken oude verordeningen [Gemeentewet] Wij trekken de volgende verordeningen in op de datum waarop deze verordening ingaat: • Verordening cliëntenparticipatie 2016; • Verordening individuele studietoeslag gemeente Dronten 2019; • Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Dronten 2019; • Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Dronten 2018; • Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Dronten 2017; • Verordening tegenprestatie Dronten 2017; • Verordening maatschappelijke ondersteuning Dronten 2017; • Verordening jeugdhulp gemeente Dronten 2017; • Verordening Handhaving Sociale Zaken 2013; • Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Dronten 2015.

10.3 Overgangsrecht [Gemeentewet] 1. Als u een maandelijkse voorziening of uitkering op grond van een ingetrokken verordening heeft gekregen, blijft deze gewoon doorlopen. Er verandert pas iets voor u als het toekenningsbesluit wordt ingetrokken. 2. Als u een aanvraag heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening (en waarover wij pas later een besluit nemen) wordt deze aanvraag afgehandeld volgens deze verordening. Aanvragen die u vóór de ingangsdatum van deze verordening indient op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ vallen nog wel onder de ingetrokken verordening. 3. Als u een bezwaarschift heeft ingediend tegen een besluit dat is genomen op grond van een ingetrokken verordening, blijven wij die ingetrokken verordening toepassen.

10.4 Ingangsdatum en naam 1. 2.

[Gemeentewet] De naam van deze verordening is ‘Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten’. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

33

Hoofdstuk 11 Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? • Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. • Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. • Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Algemene wet bestuursrecht (Awb): Deze wet bestaat uit algemene regels voor de verhouding tussen de overheid, en de individuele burgers, bedrijven en overige overheidsinstanties onderling. Hierin staat onder anderen definities van belangrijke bestuursrechtelijke begrippen als aanvraag, belanghebbende en beschikking en bovendien zijn de bezwaar- en beroepsprocedures vastgesteld.

AOW-leeftijd: leeftijd waarop de inwoner de van rechtswege ingestelde pensioengerechtigde leeftijd bereikt en waarop de AOW-uitkering ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. ASD Dronten: Adviesraad Sociaal Domein Dronten. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5 van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

Cliënt: persoon die gebruik maakt van diensten of voorzieningen die het gemeentebestuur van Dronten aanbiedt bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Jeugdwet en/of de Wet sociale werkvoorziening; Cliëntenparticipatie: het door het gemeentebestuur op gestructureerde wijze betrekken van cliënten en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid aangaande het sociaal domein waaronder de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Wet sociale werkvoorziening, het armoedebeleid en aanverwante beleidsterreinen; Cliëntondersteuner: is een onafhankelijke ondersteuner die een inwoner informatie, advies en algemene ondersteuning kan geven voor vragen over het sociaal domein. Een cliëntondersteuner is gratis voor de inwoner. Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Dagdeel: een morgen of middag waarin zorg wordt geleverd. Een dagdeel is ongeveer 4 uur. Doelgroep: groep van cliënten met een gemeenschappelijk kenmerk. Effect: het resultaat of het doel.

34

Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten. Gemeentewet (GW): De gemeentewet regelt de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van een gemeentebestuur. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Gids: Een gids werkt voor de gemeente Dronten en kan ondersteuning regelen als dat nodig blijkt. De gids heeft de regie en is aanspreekpunt voor zowel een inwoner/gezin als betrokken professionals.

Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ, bijstand als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, een uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en artikel 5 van de IOAZ, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 3.6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie.

Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Maatwerk: een op de inwoner afgestemde voorziening. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand. ❖ Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. 35

❖

Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.

Mantelzorg: is langdurige (onbetaalde) hulp van familieleden of vrienden aan een hulpbehoevende, vanuit een sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Niet-professional: iemand die hulp verleent zonder passende opleiding en/of iemand die onderdeel van het huishouden, 1e of, 2de graads familielid is. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere. Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen.

In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. PW: Participatiewet. Sociaal Domein: alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd, op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken. Zoals handhaving bij leerplicht, het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, passend onderwijs, leerlingenvervoer, de reguliere en bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en (jeugd)gezondheidzorg. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Uitkering: algemene bijstandsuitkering, bijzondere bijstand (PW), minimaregelingen, de IOAW- of de IOAZuitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen, minus de schulden, zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.

Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag of een combinatie daarvan.

36

Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald, wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. Woningaanpassing: Bouwkundige aanpassing aan de woning, zoals een uitbouw, het verbreden van deuren of aanpassing aan keuken. Een woningaanpassing is onderdeel van de woning en kan moeilijk verwijderd worden. Woningvoorziening: een ‘losse’ voorziening voor in de woning zoals een douchestoel of traplift.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1008/documents/2050