CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

f987d0fe-6396-467c-ae09-63e734ca46ba.pdf

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 7.h: AKKOORD Raadsvoorstel zienswijzen financiële stukken OFGV2.884 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

31 mei 2023

Van

Dagelijks Bestuur OFGV

Aan

Algemeen Bestuur OFGV

Kenmerk

Bijlage 3

Afschrift Betreft

Voorstel 2e begrotingswijziging 2024 bodemtaken onder de Omgevingswet Beslispunt

1

Beslispunt Argument

Argument

Kanttekening

Kennis te nemen van de 2e Begrotingswijziging 2024 inclusief onderstaande toelichting alvorens deze voor zienswijzen aan de raden en Staten te zenden en hierover in november te besluiten. Conform de huidige GR en de Financiële Verordening dienen begrotingswijzigingen, waardoor de bijdragen van de deelnemers wijzigen, voor zienswijzen naar raden en Staten te worden gestuurd en voor een besluit aan het AB te worden voorgelegd. De wijziging betreft de verschuiving van het bevoegd gezag van bodemtaken onder de Omgevingswet per 1 januari 2024. Provincies blijven bevoegd gezag voor bodemlocaties die onder het overgangsrecht van de Wet Bodembescherming vallen. Voor andere bodemlocaties worden met ingang van 2024 de gemeenten bevoegd gezag. Onder de Omgevingswet worden ook nieuwe werkmethoden en werkzaamheden voor bodem van toepassing, zoals de nieuwe landelijke registratie ondergrond. Deze toekomstige werkzaamheden en bevoegdheden leiden tot een andere verdeling van de bijdragen van de deelnemers. De totale bijdrage voor alle deelnemers blijft gelijk waarbij de deelnemers ontzorgt worden voor de basistaken op het gebied van bodem zoals genoemd in de bijlage. Er zijn diverse onzekerheden bij de verdeling van de werkzaamheden over de deelnemers: • De afronding van saneringen onder bevoegd gezag van provincies kan tientallen jaren duren.

De nog lopende saneringen zijn veelal complex en kosten relatief veel tijd. Het is onzeker in hoeverre de provinciale taken afnemen en binnen welke termijn. • Er is nog geen ervaring met bodemtaken onder de Omgevingswet. Daarom is nog niet bekend wat dit betekent voor de kengetallen (uren per product) van zowel gewijzigde producten als nieuwe taken. • De werkzaamheden voor de gemeenten zijn sterk afhankelijk van ontwikkelingen binnen de gemeente zoals nieuwbouwplannen en van het lokale bodembeleid in het Omgevingsplan van de gemeente. Aangezien de onduidelijkheid over werkzaamheden onder de Omgevingswet voor bijna alle taken van de OFGV geldt, worden de bodemtaken 1,5 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd conform het AB-besluit van 30 november 2022.

Bijlage 1: toelichting bodemtaken onder de Omgevingswet Algemeen Met de komst van de Omgevingswet verschuift de bevoegdheid van een aantal VTHbodemtaken van de provincies naar de gemeente. Naast deze taakverschuiving verandert ook een deel van de vergunningen- en meldingensystematiek onder de Omgevingswet. Dit heeft direct gevolgen voor de werkzaamheden en de omvang van de bodemtaken. In het Algemeen Bestuur en met de deelnemers is dit onderwerp vaak besproken. Het Algemeen Bestuur heeft nog geen besluit genomen over de financiële gevolgen van de taakverschuiving omdat nog niet voldoende helder was hoeveel locaties en welke taken bij de provincies blijven en welke locaties en taken overgaan naar de gemeenten. Bevoegd gezag bodemlocaties De provincies Flevoland en Noord-Holland hebben de afgelopen jaren een uitgebreide screening laten uitvoeren van de provinciale bodemlocaties. Hierbij is inzichtelijk geworden welke bodemlocaties onder het overgangsrecht van de Wet Bodembescherming blijven en welke bodemlocaties onder het bevoegd gezag van de gemeenten komen. Dit zijn locaties waar een bodemverontreiniging is of die zijn gesaneerd tot de daarvoor geldende kwaliteitseisen.

In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel bodemlocaties vanwege het overgangsrecht (OR) onder het bevoegd gezag van de provincies blijven en hoeveel bodemlocaties in het kader van de Omgevingswet (OW) onder het bevoegd gezag van de gemeenten vallen. Het percentage aandeel geeft weer hoeveel van de in totaal 3.506 bodemlocaties binnen de gemeente vallen. Tabel 1: Provinciale bodemlocaties na 1 januari 2024 – inwerkingtreding Omgevingswet

Gemeente

Totaal

OR Provincie

OW Gemeente

Gooise Meren

827

87

740

Blaricum

112

5

107

Hilversum

789

93

696

Huizen

188

13

175

Laren

446

11

435

Wijdemeren

455

55

400

Almere

115

17

98

Dronten

183

38

145

Lelystad

183

28

155

Noordoostpolder

512

68

444

Urk

38

7

31

Zeewolde

91

11

80

Totaal

3939

433

3506

Noord-Holland

264

Flevoland

169

% aandeel

21,1% 3,1% 19,9% 5,0% 12,4% 11,4% 2,8% 4,1% 4,4% 12,7% 0,9% 2,3% 100% nvt nvt

Beeld veranderingen bodemtaken door de Omgevingswet Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuiven bevoegdheden en wijzigen bodemwerkzaamheden.

Globaal houden de wijzigingen het volgende in: 1) Verschuiving van bevoegdheden van bodemtaken van de provincie naar gemeente; 2) Afgeronde, voorheen verontreinigde, bodemlocaties onder het bevoegd gezag van de provincie worden overgedragen aan de gemeente. Alleen bij ontwikkelingen (bijvoorbeeld nieuwbouwplannen) volgen hier werkzaamheden uit voor de gemeente. 3) Wijzigingen in het vergunningen- en meldingenstelsel voor bodem, met meer focus op toezicht. Dit betekent voor de provinciale bodemtaken: - Minder provinciale bodemlocaties; met ook effect op het archief en beheer; - Lopende provinciale zaken/locaties blijven onder bevoegdheid van de provincie. Dit kan jaren, zelfs eeuwigdurend, zo blijven; - Minder bodem gerelateerde VTH-taken; - Aantal taken blijven onder bevoegdheid van provincie. Dit betekent voor de gemeentelijke bodemtaken: - Beheer van (voormalig) provinciale bodemlocaties; - Bij herontwikkelingen van gebieden zoals woningbouw, industrie of natuurontwikkeling mogelijk nieuwe bodemtaken zoals bodemonderzoeken of bodemsaneringen voor gemeente; - Meer nadruk op toezicht en handhaving; - Meer nieuwe en andere typen meldingen (MBA) onder bevoegdheid gemeenten; - Toevalsvondsten en nieuwe bodemverontreinigingen onder bevoegdheid gemeenten.

Uitgangspunten herverdeling kosten bodemtaken Bij de herverdeling van de kosten van de (voormalige) provinciale bodemtaken is een aantal uitgangspunten gehanteerd. Dit zijn de volgende: 1) Totale kosten van de bodemtaak blijft gelijk aan de KVS 2024 Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift een deel van de bodemtaken naar gemeenten. De invulling van deze taken wijzigt, de OFGV verwacht minder producten zoals bodeminformatie en bodemcontroles uit te voeren. Daarnaast is extra advies nodig voor de Regionale Schakelpunten Bodem en moet de data-uitwisseling verbeterd worden. De totale bijdrage voor alle deelnemers blijft gelijk waarbij de deelnemers ontzorgt worden voor de basistaken op het gebied van bodem zoals genoemd in de bijlage. 2) Inschatting resterende taken provincies Een deel van de bodemlocaties is complex en kan erg lang doorlopen (meer dan 10 jaar, soms zelfs eeuwigdurend). Om deze reden is het onzeker in hoeverre de provinciale taken afnemen en binnen welk termijn. Op basis van de ervaringen is een inschatting gemaakt van de te leveren producten voor de middellange termijn 2024-2026. 3) Voormalig provinciale taak naar gemeente De provinciale bodemtaken die als gevolg van de OW onder bevoegdheid van de gemeenten komen, zijn onderdeel van deze berekening, aangevuld met een aantal nieuwe bodemtaken als gevolg van de Omgevingswet.

De aantallen van de huidige gemeentelijke bodemtaken zijn niet opgenomen in de tabel.

4) Best educated guess Op dit moment hebben we nog geen praktijkervaring met het werken onder de OW en wat de wijzigingen in aantallen en kengetallen per product voor de bodemtaken concreet zullen zijn. De daling van de aantallen producten is een ‘best educated guess’, en is geraamd op basis van de beschikbare informatie en kennis en ervaring van de OFGVbodemspecialisten. 5) Kengetallen afhandeling nieuwe meldingen Er is nog geen ervaring opgedaan met het afhandelen van nieuwe meldingen onder de Omgevingswet. In de berekening is een inschatting gemaakt van de tijd die nodig is voor de nieuwe producten op basis van ervaringen met de oude producten. 6) Lokaal bepaald Een aantal bodemtaken is afhankelijk van het gemeentelijk beleid en hoe dit in het Omgevingsplan vorm krijgt. De werkzaamheden met betrekking tot Omgevingsplan maatwerk en/of bruidsschat kunnen per gemeente sterk verschillen en zijn op dit moment niet in te schatten. Deze werkzaamheden worden buiten beschouwing gehouden in de berekening. 7) Ontwikkelingen op de overgedragen locatie Het aantal bodemwerkzaamheden is sterk afhankelijk van het aantal (her)ontwikkelingen op/in de betreffende bodemlocaties in de gemeenten. Ingeschat is dat de komende KVSperiode ongeveer evenveel werkzaamheden in dit kader worden uitgevoerd als de afgelopen jaren.

8) Basisregistratie Ondergrond (nieuwe bodemtaak Omgevingswet) De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. Alle overheden moeten gegevens over de bodem en ondergrond vastleggen en deze ook kunnen raadplegen. De bodem- en ondergrondgegevens moeten aangeleverd worden volgens afgesproken standaarden en moeten zo nodig gecontroleerd worden. De gemeenten en de provincies zijn bronhouders en verantwoordelijk voor het inwinnen, bijhouden en borgen van de kwaliteit van de bodemgegevens. De OFGV is geen bronhouder maar kan door bronhouders (gemeenten en provincies) gemachtigd worden om de bodemgegevens bij de BRO aan te leveren in het Bronhouderportaal. Het structureel invoeren en bijhouden van de landelijke BRO vraagt inzet van de OFGV. De benodigde capaciteit is verwerkt in bijlage 3. 9) Regionaal Schakelpunt Bodem Landelijk worden regionale schakelpunten bodem opgericht. In het BOO van 22 november 2022 is een notitie aan de orde geweest waarin een toelichting wordt gegeven op het oprichten van Regionale Schakel Punten (RSP’s) voor bodem. Via de VNG heeft het Rijk budget beschikbaar gesteld voor het oprichten van de RSP’s en het uitvoeren van pilotprojecten. Voor de structurele deelname aan de RSP’s is vanuit het Rijk geen financiering beschikbaar.

Deelname aan de twee regionale schakelpunten in Noord-Holland en Flevoland vraagt inzet in uren van de OFGV. De benodigde capaciteit is verwerkt in bijlage 3. 10) Aanpassing bodeminformatiesysteem (BIS) Onder de omgevingswet zijn veel meer koppelingen met externe (bodem)dataregistraties nodig. De BRO is er daar één van. Het uitwisselen van bodemdata met de deelnemers behoeft aanpassing en verbetering. Bovendien is er een breed gedragen wens van deelnemers om de bij de OFGV beschikbare bodemdata en rapporten digitaal via

(web)applicaties of websites beschikbaar te stellen aan makelaars, burgers en projectontwikkelaars. Het bodeminformatiesysteem van de OFGV moet hierop aangepast worden. Het uiteindelijke doel is dat door de aanpassing op termijn minder capaciteit nodig is voor onder andere het verstrekken van bodeminformatie. Dit vraagt voor de komende jaren extra inzet op het verbeteren van de data, de systemen en de koppelingen. De benodigde capaciteit is verwerkt in bijlage 3. Berekening kosten bodemtaak In de bijlage 3 “Berekening (nu provinciale) bodemtaak onder de Omgevingswet” is een gedetailleerde berekening gemaakt van de geraamde kosten als gevolg van het verschuiven van taken van de provincies naar de gemeenten, de wijziging van werkmethoden en de nieuwe taken. De inschatting voor controles is gebaseerd op de inschatting van meldingen en is lager dan de huidige aantallen voor de provincies in de KVS 2024. Bij de inschatting voor bodeminformatie is het uitgangspunt gehanteerd dat hier dubbelingen in zitten met bodeminformatie die nu al voor de gemeenten worden verstrekt. Daarom is de inschatting dat 20% van de bodeminformatievragen voor de gemeenten erbij komt in plaats van de 100% die nu bij de provincies in de KVS 2024 staat. De provinciale bodemtaak in de KVS 2024 bedraagt in producten in totaal € 739.701.

In de KVS 2024 is de opslag voor randvoorwaardelijke taken (zoals juridische ondersteuning) naar rato van inbreng van taken 13,2%. De provinciale bodemtaak heeft daarmee een totale waarde van € 837.341 in de Begroting 2024. Tabel 2: Provinciale bodemtaak in de KVS 2024 inclusief opslag randvoorwaardelijk

Provinciale bodemtaak vóór inwerkingtreding Omgevingswet

Flevoland Almere Dronten Lelystad Noordoostpolder Urk Zeewolde Noord-Holland Blaricum Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

RVW naar rato inbreng KVS 2024 producten 13,2% totaal KVS 2024 € 266.997 € 35.244 € 302.241 € € € € € € € € € € € € € € € € € € € 472.703 € 62.397 € 535.100 € € € € € € € € € € € € € € € € € € € 739.701 € 97.640 € 837.341

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is de taakuitvoering voor de provincies volgens de berekening geraamd op € 389.610. De taakuitvoering voor de gemeenten komt daarmee uit op € 350.091. Voorgesteld wordt de verdeling van dit bedrag over de gemeenten te baseren op het aantal bodemlocaties wat wijzigt van bevoegd gezag.

Tabel 3: Verdeling gemeenten op basis van aantal bodemlocaties

Gemeenten Gooise Meren Blaricum Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Almere Dronten Lelystad Noordoostpolder Urk Zeewolde Totaal gemeenten

n locaties 740 107 696 175 435 400 98 145 155 444 31 80 3506

% Bijdrage na rato 21,1 € 73.892 3,1 € 10.684 19,9 € 69.499 5,0 € 17.475 12,4 € 43.437 11,4 € 39.942 2,8 € 9.786 4,1 € 14.479 4,4 € 15.477 12,7 € 44.335 0,9 € 3.095 2,3 € 7.988 100,00 € 350.091

In de onderstaande tabel is de gewijzigde verdeling van de provinciale bodemtaak over de deelnemers opgenomen. Tabel 4: Wijziging provinciale bodemtaak in Begroting 2024 inclusief opslag randvoorwaardelijk

ná inwerkingtreding Omgevingswet Begroting 2024 RVW naar rato inbreng producten 13,2% totaal Begroting 2024 Flevoland € 200.695 € 26.492 € 227.187 Almere € 9.786 € 1.292 € 11.077 Dronten € 14.479 € 1.911 € 16.390 Lelystad € 15.477 € 2.043 € 17.521 Noordoostpolder € 44.335 € 5.852 € 50.188 Urk € 3.095 € 409 € 3.504 Zeewolde € 7.988 € 1.054 € 9.043 Noord-Holland € 188.915 € 24.937 € 213.851 Blaricum € 10.684 € 1.410 € 12.095 Gooise Meren € 73.892 € 9.754 € 83.646 Hilversum € 69.499 € 9.174 € 78.673 Huizen € 17.475 € 2.307 € 19.781 Laren € 43.437 € 5.734 € 49.170 Wijdemeren € 39.942 € 5.272 € 45.214 Totaal € 739.701 € 97.640 € 837.341

BW 2024 € -75.054 € 11.077 € 16.390 € 17.521 € 50.188 € 3.504 € 9.043 € -321.249 € 12.095 € 83.646 € 78.673 € 19.781 € 49.170 € 45.214 € -

Bodem in Producten en Diensten Catalogus en KVS 2024 In de bijlage is een overzicht weergegeven van de bodemwerkzaamheden en de bijbehorende producten die voor de bovengenoemde kosten worden uitgevoerd. Het overgrote deel van de bodemtaken is een basistaak. Dit betekent dat het bevoegd gezag deze door een Omgevingsdienst uit moet laten voeren. Een klein deel van de taken is een plustaak. Een gemeente kan deze taak door een Omgevingsdienst laten uitvoeren maar kan dat ook zelf doen. Een voorbeeld hiervan is het afhandelen van toevalsvondsten en het leveren van bodeminformatie. In de berekening wordt geen onderscheid gemaakt in basis- en plustaken. De genoemde bodemtaken zijn doorberekend in de kosten per

deelnemer. In bijlage 3 “Berekening (nu provinciale) bodemtaak onder de Omgevingswet” is aangegeven of het een basistaak of plustaak betreft.

Bijlage: Bodemtaken (PDC) na inwerkingtreding Omgevingswet De onderstaande bodemtaken zijn onderdeel van de berekening. R10.1 Beschikking Ernst en Spoed (alleen provincie) R10.2 Beschikking Ernst en Spoed / Saneringsplan (alleen provincie) R10.3 Instemming Saneringsplan (alleen provincie) R10.4 Instemming Evaluatieverslag / Nazorgplan (alleen provincie) R10.5 Instemming Plan van aanpak (alleen provincie) R10.6 Instemming wijziging Saneringsplan (alleen provincie) R10.7 Beoordeling bodemonderzoek R11.1 Behandeling melding BUS-immobiel (alleen provincie) R11.2 Behandeling melding BUS-mobiel (alleen provincie) R11.3 Behandeling melding BUS-tijdelijke uitplaatsing incl evaluatie (alleen provincie) R12.1 Beoordeling melding Besluit bodemkwaliteit (alleen provincie) T09.1 Controle melding saneren/graven T09.2 Controle bodemsanering zorgplicht Wbb en BUS-saneringen T09.3 Controle bodemsanering administratief (termijn bewaking) T09.7 Controle nazorglocaties T09.8 Beoordelen plan van aanpak nieuw geval van bodemverontreiniging T09.9 Beoordelen monitoringsrapportage T10.1 Gebiedscontrole saneren en graven D05.1 Coördinatie bodemsanering (alleen provincie Flevoland) D05.2 Bodemconvenant (alleen provincie) D05.3 Beleidsondersteuning en advies (BKK, BFK, Bodemvisie etc.) (alleen provincie) D05.4 Overdracht bodembeheertaken (vervalt) D06.1 Bodeminformatie (mits overgedragen, twee gemeenten

voeren deze taak zelf uit) Nieuw*MBA voor graven in de bodem (alleen gemeente) nieuw MBA voor saneren van de bodem (alleen gemeente) nieuw Toevalsvondst (alleen gemeente) nieuw BRO invoer (alle deelnemers) nieuw BIS informatie/registratie (alle deelnemers) nieuw Schakelpunt bodem/bodemberaad (alle deelnemers) De nieuwe producten hebben nog geen product diensten catalogus (PDC) code. Dit betreffen nieuwe bodemtaken die onder de omgevingswet worden uitgevoerd. *

Bijlage 2e begrotingswijziging 2024 1.1 Baten reguliere begroting Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2024 zijn de bijdragen van de deelnemers gewijzigd in verband met de verschuiving van bodemtaken als gevolg van de Omgevingswet.

1e BW AB BATEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren 1.16 PM-post bodemtaken* Subtotaal 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal baten regulier budget

€ € € € € € € € € € € € € € € €

2e BW AB

Begroting

POW

Begroting na 1e BW

Bodem Omgevingswet

Begroting na 2e BW

2024

2024

2024

2024

2024

1.957.076 1.472.220 737.798 4.793.358 380.166 1.209.328 1.706.468 567.869 1.001.007 714.856 297.055 605.807 146.180 155.445 -

€ € € € € € € € € € € € € € €

-14.727 -11.078 -5.552 -36.069 -2.861 -9.100 -12.841 -4.273 -7.532 -5.379 -2.235 -4.559 -1.100 -1.170

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.942.350 1.461.142 732.246 4.757.289 377.305 1.200.228 1.693.627 563.596 993.475 709.477 294.820 601.249 145.080 154.276

€ € € € € € € € € € € € € € €

11.077 17.521 9.043 -75.054 3.504 16.390 50.188 -321.249 83.646 78.673 19.781 45.214 12.095 49.170

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.953.427 1.478.662 741.289 4.682.235 380.809 1.216.618 1.743.815 242.347 1.077.121 788.150 314.601 646.463 157.175 203.446

€ 15.744.635 € € 370.424 € 16.115.059

€

-118.475

€

15.626.160

€

-0

€

15.626.160

€

-118.475

€ €

370.424 15.996.584

€

-0

€ €

370.424 15.996.584

De overige onderdelen van de begroting (lasten reguliere begroting, directe productiekosten, subsidies en reservemutaties) wijzigen niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1014/documents/2271