CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

f2f97f98-0452-423d-954f-3800c6269c4a.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 7.f: AKKOORD Raadsvoorstel Uitbreiding Onderstation aan de Dronterweg 19 te Dronten22.335 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

Ruimtelijke onderbouwing

Opdrachtgever

Reddyn B.V.

Gemeente Versie Datum Opsteller Projectnummer

Dronten Versie 2 18 oktober 2021 R. Nijdam 1066

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding ..................................................................................................................... 3 Leeswijzer ..................................................................................................................... 4 Begrippenlijst................................................................................................................. 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Het project ..................................................................................................................... 6 Ligging en omgeving ..................................................................................................... 6 Nut en noodzaak uitbreiding ......................................................................................... 8 Uitbreiding onderstation Dronten .................................................................................. 9 Positie en omvang van het gebouw ............................................................................ 10

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader ............................................................................................................... 12 Inleiding ....................................................................................................................... 12 Rijksbeleid ................................................................................................................... 12 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 13 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 14

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 17 Inleiding ....................................................................................................................... 17 Archeologie ................................................................................................................. 17 Cultuurhistorie en landschap ...................................................................................... 18 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 18 Water........................................................................................................................... 19 Natuur ......................................................................................................................... 20 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 22 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 23 Geluid .......................................................................................................................... 24 EM velden ...................................................................................................................

24 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 24 Externe veiligheid ........................................................................................................ 24 Kabels en leidingen ..................................................................................................... 25 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 25

5 5.1 5.2 5.3

Financieel-economische uitvoerbaarheid ................................................................... 26 Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 26 Planschade ................................................................................................................. 26 Conclusie .................................................................................................................... 26

6

Samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing .................................... 27

Bijlagen Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Watertoets Bijlage 3: Stikstofdepositie berekening Bijlage 4: Ecologisch onderzoek

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

2/27

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Vanwege onder andere de toename aan wind- en zonneparken in de regio is Liander van plan om het bestaande 150/20kV transformatorstation bij Dronten uit te breiden met twee transformatoren (80MVA per stuk) en een 20kV installatie in een nieuwe schakelhal. Het transformatorstation is gelegen aan de Dronterweg 19 te Dronten (zie afbeelding 1). De nieuwe transformatoren worden in transformatorruimten geplaatst aan de achterzijde van het terrein en zijn in het huidige bestemmingsplan toegestaan. De nieuwe schakelhal is voorzien aan de zuidzijde van het perceel (rode ster in afbeelding 1). Op de locatie van het bestaande onderstation en de geprojecteerde locatie voor de schakelhal is het bestemmingsplan ‘Dronten – De Lage Vaart en omgeving (2030)’ van toepassing (zie afbeelding 2). Voor het onderstation geldt de bestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone –weg’ van toepassing. Daarnaast is de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ rondom het onderstation gelegen om de 50 dB(A) geluidzone van het transformatorstation planologisch te regelen. De nieuwe schakelhal aan de zuidzijde is geprojecteerd in de bestemming ‘Natuur’. Ook gelden hier de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Hoogspanning’ en ‘Waarde – Ecologie’. Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is de nieuwe schakelhal niet te realiseren.

Om de ontwikkeling mogelijk te maken, wordt afgeweken van het huidige bestemmingsplan. Hiervoor is een goede ruimtelijke onderbouwing nodig. Deze rapportage betreft de goede ruimtelijke onderbouwing.

afbeelding 1: luchtfoto onderstation Dronten (grens van de inrichting is met een gele lijn aangeduid). Met rode ster is de locatie van de nieuwe schakelhal aangeduid)

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

3/27

Inleiding

afbeelding 2: uitsnede bestemmingsplan Dronten – De Lage Vaart en omgeving (2030)’ met de ligging van het projectgebied met rode cirkel aangeduid

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het project beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. De economische uitvoerbaarheid van het project is beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot is in hoofdstuk 6 de conclusie van de ruimtelijke onderbouwing beschreven.

1.3

Begrippenlijst

In de ruimtelijke onderbouwing worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation / onderstation Op een transformatorstation, ook wel onderstation of elektriciteitsstation genoemd, wordt elektriciteit omgezet naar een ander spanningsniveau. Bij opwek van duurzame energie wordt de elektriciteit omgezet naar een hoger spanningsniveau, bij distributie naar bedrijven en woning wordt juist een hoger spanningsniveau omgezet naar een lager niveau. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van het ene spanningsniveau naar het andere spanningsniveau, bijvoorbeeld 150/20 kV of 20/10 kV. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

4/27

Inleiding

MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en/of transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in MegaVoltAmpère (MVA). 1 MVA is 1.000.000 VA (VoltAmpère). Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1kV en lager dan 25 kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). kV De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Middenspanningsinstallatie De installatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een elektriciteitsstation.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

5/27

Het project

2

Het project

2.1

Ligging en omgeving

Het onderstation Dronten is gelegen aan de Dronterweg 19 (N309), ten westen van Dronten. Aan de noordzijde van het onderstation loopt de Lage Vaart. Aan de westzijde van het onderstation is een mechanisch erfgoedcentrum gelegen. De omgeving bestaat uit een agrarisch polderlandschap. De gronden tussen de Lage Vaart en de Dronterweg zijn voor het grootste deel ingericht als bos, op het deel van het onderstation en het erfgoedcentrum na. De langgerekte bosstrook tussen de weg en de vaart maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en heeft een ecologische verbindingsfunctie (meer hierover in paragraaf 4.6).

afbeelding 3: Ligging onderstation Dronten met rode cirkel aangeduid

Het onderstation is bereikbaar via een parallelweg, welke ca. 200m naar het westen aansluit op de Dronterweg. De parallelweg wijzigt na het onderstation in een fietspad. Het terrein van het onderstation is vanwege de veiligheid omringd met een metalen hekwerk. Tussen het fietspad en het hek ligt een groenstrook, begroeid met kleine bomen en struiken en deels met reuzenberenklauw. Ook staat in de strook een elektriciteitsmast. De nieuwe schakelhal is in deze groenstrook geprojecteerd.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

6/27

Het project

afbeelding 4: aanzicht onderstation vanaf de N309 Dronterweg (bron: google streetview)

afbeelding 5: bestaande situatie (bron: Reddyn)

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

7/27

Het project

2.2

Nut en noodzaak uitbreiding

Onderstation Dronten vormt een belangrijke schakel in de elektrische energievoorziening van Flevoland en het voedt een aanzienlijk deel van de Flevopolder. De oorspronkelijke configuratie was een 150/10kV station van waaruit de omgeving wordt gevoed onder andere via 10kV regelstations in Biddinghuizen, Swifterbant en Dronten. In het verleden is Onderstation Dronten reeds uitgebreid met 150/20kV transformatoren en 20kV installaties om windparken aan te kunnen sluiten. Tevens is hiertoe een 20kV aansluitpunt gerealiseerd in Regelstation Biddinghuizen en Schakelstation Swifterring. Een geografisch overzicht is weergegeven in afbeelding 6.

afbeelding 6: Elektriciteitsstations in de regio Dronten

In het kader van Wind op Land worden diverse windplannen uitgewerkt door de provincie, gemeenten en de betrokken eigenaren van de windparken. Een deel van de windparken zal worden verzwaard en een gezamenlijke 150kV aansluiting bij TenneT krijgen. Echter een deel van de windturbines zal aangesloten blijven op de 20kV installatie(s) van Liander op Onderstation Dronten. Naast de uitbreiding van de windparken, vinden er ook ontwikkelingen plaats op het gebied van zonneparken. Dit heeft er toe geleidt dat er dusdanig veel capaciteit gereserveerd is of in opdracht gegeven is dat de beschikbare capaciteit voor teruglevering ontoereikend is en momenteel een transportschaarste geldt voor het gehele voedingsgebied van Onderstation Dronten, inclusief de onderliggende stations zoals Regelstation Biddinghuizen. De bovengeschetste ontwikkelingen maken een vermogensuitbreiding van Onderstation Dronten op korte termijn noodzakelijk. De verwachte vermogensgroei van opwekking in het gehele gebied is dermate hoog, dat een uitbreiding op Onderstation Dronten alleen niet voldoende zal zijn. De locatie van dit nieuwe transformatorstation is nog onbekend, het zoekgebied ligt deels in de gemeente Dronten en deels in de gemeente Lelystad. Deze ontwikkeling staat los van de uitbreiding die nu voorzien is op Onderstation Dronten.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

8/27

Het project

2.3

Uitbreiding onderstation Dronten

Om het capaciteitsprobleem voor de korte termijn op te lossen wordt onderstation Dronten uitgebreid met twee transformatoren (van 80 MVA per stuk) in nieuwe transformatorruimten en een nieuwe 20kV installatie in een gebouw (schakelhal). De nieuwe transformatoren zijn toegestaan binnen het huidige bestemmingsplan. Deze ruimtelijke onderbouwing gaat dan ook alleen over de nieuwe schakelhal met de nieuwe 20kV installatie. Vanwege de beperkt beschikbare ruimte op het terrein en rekening houdend met de afgaande 20kV kabels, dient het gebouw met de nieuwe 20kV installatie los te worden geplaatst van de transformatoren. Op het terrein van het onderstation is onvoldoende ruimte om de nieuwbouw in te passen en met de kabels weg te komen. De locatie waar wel voldoende ruimte is, is aan de zuidzijde van het onderstation. Dit is buiten het bestaande terrein. In afbeelding 7 is aangegeven waar de nieuwe 20kV installatie dient te komen.

afbeelding 7: luchtfoto, het rode vlak is de positie van de nieuwe schakelhal (bron: Reddyn)

De gekozen locatie biedt de meest optimale oplossing voor het inpassen van zowel het 20kV gebouw, de toekomstige nieuwe trafo’s en de ontsluiting met 20kV kabels op het ondergrondse distributienet dat parallel ligt aan de Dronterweg. In afbeelding 8 is een overzicht getoond van de huidige kabelontsluiting van het onderstation op het aanliggende 20kV distributienet langs de Dronterweg.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

9/27

Het project

afbeelding 8: Ontsluiting Onderstation Dronten op 20kV distributienet (bron: Reddyn)

Nieuwbouw van de schakelhal op een nieuw aan te schaffen perceel ten oosten of ten westen vereist het omleggen en kruisen van veel kabels met alle technische uitdagingen en maatschappelijke kosten van dien. Ook levert het kruisen van de aanwezige kabels extra risico’s op, aangezien het station gedurende alle werkzaamheden in bedrijf moet blijven. Een uitbreiding ten oosten of ten westen zou om ruimtebeslag vragen in dichter begroeide bosgebied, terwijl de beoogde locatie aan de zuidzijde deels grasveld betreft en vooral uit groeiplaats van reuzenberenklauw bestaat (zie 4.6.2.2). Daarmee is een uitbreiding aan de zuidzijde van het station de meest voor de hand liggende optie.

2.4

Positie en omvang van het gebouw

De nieuwe 20kV installatie komt in een gebouw van ca. 210 m2 groot. De bouwhoogte van het nieuwe gebouw bedraagt ca. 4,2m. In afbeelding 9 is het aanzicht vanaf het zuiden getoond en in afbeelding 10 is de plattegrond getoond.

afbeelding 9: aanzicht gevel zuidzijde (bron: Reddyn)

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

10/27

Het project

afbeelding 10: plattegrond begane grond (bron: Reddyn)

Het nieuwe gebouw krijgt aan de noordzijde de toegang. Om het gebouw te bereiken wordt een pad van stelconplaten aangelegd vanaf de huidige toegangsweg. Zie afbeelding 11 hieronder.

afbeelding 11: detailtekening van de toekomstige situatie (bron: Reddyn)

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

11/27

Beleidskader

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het project De realisatie van de nieuwe 20kV installatie sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

12/27

Beleidskader

Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventuin of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een aanpassing danwel een nieuw transformatorstation niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het project Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om te kunnen voorzien in de vermogensvraag in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend elektriciteitsnetwerk. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Provincie Flevoland In de Omgevingsvisie heeft de provincie Flevoland haar ambities voor de toekomst beschreven. Op het gebied van duurzame energie heeft de provincie grote ambities. In 2030 en verder staat Flevoland bekend als de provincie die draait op duurzame energie en is de energietransitie slagvaardig aangepakt. Er wordt zo min mogelijk energie gebruikt en de benodigde energie wordt duurzaam opgewekt in de provincie of in de direct omgeving. In Flevoland zijn hoofdzakelijk energieneutrale en energie producerende woningen en bedrijven. De provincie gaat in samenwerking met gemeenten en andere partners ruimte geven voor duurzame energie opwekking. De provincie Flevoland heeft in haar omgevingsverordening regels staan die zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In de verordening staan regels over onder andere thema’s als duurzame energie, bescherming van het landschap, het grondwater en het watersysteem en natuurbescherming. Betekenis voor het project De provinciale ambities op het gebied van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk en verzwaring van de capaciteit van verschillende onderstations. Hiervoor is een goed functionerend en robuust elektriciteitsnetwerk voor nodig.

De capaciteitsuitbreiding van onderstation Dronten is noodzakelijk om ook het elektriciteitsnetwerk geschikt te maken voor deze duurzame energie ambities en de ruimtelijk-economische ontwikkeling van dit deel van Flevoland. Voor het project is relevant dat het nieuwe gebouw is geprojecteerd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In afbeelding 12 is met groen het NNN aangeduid en met een rood vlak de positie van het nieuwe gebouw. De provincie Flevoland heeft in haar omgevingsverordening in artikel 7.5 (geconsolideerde versie 10-07-2019) opgenomen dat een ruimtelijk plan in of nabij het NNN alleen activiteiten mogelijk kan maken als die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. In het kader van het ecologisch onderzoek dat voor het project is uitgevoerd, is beoordeeld wat de gevolgen zijn voor het NNN, zie hiervoor paragraaf 4.6.2. Uit dit onderzoek is gebleken dat er kan worden voldaan aan de “Nee, tenzij-toets” die de provincie hanteert voor de beoordeling van dergelijke ontwikkelingen.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

13/27

Beleidskader

afbeelding 12: kaart Natuurnetwerk Nederland met positie van nieuwe gebouw met 20kV installatie (bron: Omgevingsverordening provincie Flevoland)

3.3.2 Omgevingsprogramma Flevoland Het Omgevingsprogramma (geconsolideerde versie augustus 2019) is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties de provincie neemt om haar doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van onder andere wegen, natuur en bodem: de ‘fysieke leefomgeving’. Het Omgevingsprogramma is in principe zelfbindend voor de provincie. Wel moet het waterschap bij vaststelling van een waterbeheerplan rekening houden met de door de provincie uitgewerkte kaderstelling in het regionale waterprogramma. Voor de doorwerking van andere thema’s uit het Omgevingsprogramma maakt de provincie waar nodig gebruik van gezamenlijke programma’s, bestuurlijke afspraken, convenanten, stimuleringsregelingen en de Omgevingsverordening Flevoland. Zodoende is voor het project het Omgevingsprogramma niet relevant.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Dronten 2030 De gemeente Dronten heeft haar ruimtelijke visie op de toekomst beschreven in de Structuurvisie Dronten 2030 (vastgesteld 29 november 2012). Deze ruimtelijke ontwikkelingsvisie beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten en kijkt daarbij vooruit naar 2030. De structuurvisie heeft als doel om de verschillende belangen, bijvoorbeeld tussen landschap, kernen en gemeenschap zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale richting te bepalen voor de periode tot 2030. De structuurvisie is dus geen sectoraal, maar een integraal document.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

14/27

Beleidskader

Windtribunes De gemeente Dronten voert sinds 1997 een actief windmolenbeleid en is daarmee een voorloper in Nederland. Dit heeft geresulteerd in de plaatsing van een groot aantal lijnopstellingen van windturbines, alsmede van een enkele solitaire windturbine. inmiddels is er een nieuwe generatie windmolens die groter is (> 100 m hoog) en die vele malen meer energie levert dan de molens die nu nog in de gemeente staan. Daarmee kan een betere balans worden gevonden tussen doelstellingen voor duurzame energie, economisch rendement, landschappelijke kwaliteit en maatschappelijk draagvlak. In de komende jaren faciliteert en stimuleert de gemeente daarom de vervanging van bestaande turbines door een kleiner aantal nieuwe turbines met een groter vermogen ('opschalen en saneren'). De gemeente conformeert zich aan het beleid in de Structuurvisie "Regioplan Windenergie" (2016). Dronten is energieneutraal en wil dat op lange termijn blijven, onder andere door opschaling en herstructurering van het bestaande opgestelde vermogen aan windenergie. Landschappelijke kwaliteit en brede participatiemogelijkheden zijn daarbij belangrijke pijlers.

Uiteindelijk moet het proces van opschalen en saneren leiden tot een transformatie van de bestaande lijnen en de solitaire molens tot enkele grote windmolenopstellingen binnen de gemeente Dronten met een gezamenlijk vermogen van minimaal 300 MW (tegen 145 MW nu). De schaalvergroting betreft ook de molens zelf: nieuwe windmolens moeten een minimaal vermogen hebben van 3 MW, maar bij voorkeur zijn ze groter (5 MW of hoger). Nieuwe solitaire molens zijn niet toegestaan.

afbeelding 13: uitsnede structuurvisiekaart, met rode cirkel is de locatie van het onderstation aangeduid

Betekenis voor het project De gemeentelijke ambities op het gebied van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk en verzwaring van de capaciteit van verschillende onderstations. Hiervoor is een goed functionerend en robuust elektriciteitsnetwerk voor nodig. De capaciteitsuitbreiding van

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

15/27

Beleidskader

onderstation Dronten is noodzakelijk om ook het elektriciteitsnetwerk geschikt te maken voor deze duurzame energie ambities en de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Dronten. Het project ligt in het gebied dat is omringd met bos / groenstructuur. Voor de projectlocatie is geen specifieke aanwijzing op de structuurvisiekaart of een van de andere themakaarten die relevant zijn voor het project en hier randvoorwaarden aan meegeven. 3.4.2 Duurzaam Dronten (2012) Ambitie: een klimaatneutrale gemeente De gemeente Dronten is al ver in de ontwikkeling van een duurzame gemeenschap. De ambities op dit front zijn hoog. Dronten is sinds 2007 CO2-neutraal, omdat in de gemeente evenveel duurzame energie wordt opgewekt als dat er door bedrijven en huishoudens wordt gebruikt aan elektriciteit en gas. De gemeente heeft echter de ambitie om binnen de planhorizon van de structuurvisie ook klimaatneutraal te worden, waarbij de opwekking van duurzame energie dusdanig groot is dat het ook het gebruik van energie door transport van inwoners en goederen overstijgt. Meer windenergie De regio zuidelijk en oostelijk Flevoland wil klimaatneutraal worden door in te zetten op het halen van meer vermogen uit windenergie. De gemeente Dronten zet in op 300 MW aan windenergie, door het opschalen van de windturbines.

Voor de uitgangspunten voor het opschalen en saneren wordt verwezen naar het “Regioplan Windenergie” (2016). Andere vormen van duurzame energieopwekking en energiebesparing Naast op windenergie, wordt ook ingezet op het opwekken van andere vormen van duurzame energie. Daartoe zal de gemeente Dronten onder meer aansluiting (blijven) zoeken bij provinciale initiatieven op het gebied van duurzaamheid en energie. De gemeente zal zoveel mogelijk inspelen op duurzame initiatieven en innovaties. Bestaande en nieuwe woningen kunnen worden voorzien van zonnepanelen, waarbij nieuwe woonwijken zongericht verkaveld dienen te worden. Door zoveel mogelijk duurzaam te bouwen, kan bovendien energie worden bespaard. De grote oppervlaktes aan daken van bedrijventerreinen kunnen voor zonnepanelen worden benut. Op die manier kan zelfs een bedrijventerrein per saldo energie opwekken. Hergebruik van reststromen van bedrijventerreinen voor woonwijken biedt ook kansen. In de ‘Beleidsvisie zon’ heeft gemeente haar beleid ten aanzien van de uitbreiding van energieopwekking middels de zon beschreven.

De uitgangspunten die de gemeente hanteert zijn: • Prioriteit bij ‘zon op dak’ • Vergroot de biodiversiteit • Het landschap is leidend • Bundel en combineer waar mogelijk • Maak slim gebruik van het elektriciteitsnetwerk • Zuinig omgaan met landbouwgronden Betekenis voor het project Bovenstaande ambities in het beleidsplan Duurzaam Dronten maken duidelijk dat net als in het geval van wat is beschreven bij de structuurvisie, de capaciteitsuitbreiding van onderstation Dronten noodzakelijk is om het elektriciteitsnetwerk geschikt te maken voor deze duurzame energie ambities en de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Dronten.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

16/27

Omgevingsaspecten

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

4.2

Archeologie

4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Omgevingsverordening Flevoland De provincie Flevoland heeft provinciale archeologische en aardkundige kerngebieden aangeduid in haar omgevingsverordening. Het plangebied ligt hier niet binnen. 4.2.3 Archeologie gemeente Dronten De gemeenteraad van de gemeente Dronten heeft in 2009 de archeologische verwachtingskaart en archeologische beleidskaart vastgesteld. Dit archeologiebeleid is verwerkt in de bestemmingsplannen en in de Structuurvisie Dronten 2030. De archeologische beleidskaart kent zes beleidscategorieën. De projectlocatie is gelegen in gebied waar geen archeologie (meer) verwacht wordt, zie afbeelding 14. Hier gelden geen voorschriften vanuit de archeologie.

afbeelding 14: uitsnede archeologische beleidskaart Dronten, de rode cirkel geeft de projectlocatie aan (bron: samflevoland.nl)

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

17/27

Omgevingsaspecten

4.2.4 Betekenis voor het project De projectlocatie ligt in gebied waar geen archeologische waarden worden verwacht en geen voorschriften gelden vanuit het archeologisch beleid van de provincie en de gemeente. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie er geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.

4.3

Cultuurhistorie en landschap

4.3.1 Algemeen Door de wijziging van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Om die reden is een korte analyse verricht van de ontstaansgeschiedenis en de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied. 4.3.2 Betekenis voor het project De projectlocatie is onbebouwd en er zijn ook geen monumentale of karakteristieke bebouwing in de directe nabijheid. Ook heeft de bouw van het gebouw geen invloed op een cultuurhistorisch of landschappelijk waardevolle structuur. De gemeente hecht waarde aan een landschappelijke uitstraling in het buitengebied. Er wordt in overleg met de initiatiefnemer gewerkt aan een voorstel voor landschappelijke inpassing van de nieuwbouw. In kader van het ontwerp zal hier meer over bekend zijn. 4.3.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect cultuurhistorie en landschap geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.

4.4

Bodemkwaliteit

4.4.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het project. 4.4.2 Verkennend bodemonderzoek Door Econsultancy is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (d.d. 9 februari 2021). De rapportage is opgenomen als bijlage 1 bij de ruimtelijke onderbouwing. Uit het onderzoek blijkt (voor het deelgebied waar de nieuwe 20kV installatie komt) dat er zintuiglijk geen verontreinigingen zijn waargenomen. In de boven- en ondergrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. Deze metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese dat dit deel van de onderzoekslocatie als "onverdacht" dient te worden beschouwd, wordt aanvaard. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is geen belemmering voor de beoogde nieuwbouw. 4.4.3 Betekenis voor het project Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

18/27

Omgevingsaspecten

4.5

Water

4.5.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het Waterschap Zuiderzeeland relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. 4.5.2 Situatie plangebied De beoogde locatie van de nieuwe 20kV installatie is nu onverhard. Het nieuwe gebouw heeft een oppervlakte van ca. 210 m2. Er omheen komt ca. 200 m2 extra verharding. Zodoende is voor de watertoets uitgegaan van een toename van ca. 410 m2 verharding. Er worden geen uitlogende materialen toegepast op de oppervlakken die met hemelwater in aanraking komen. De locatie ligt niet binnen 10 m van een bestaande watergang die op de Legger van het Waterschap Zuiderzeeland is aangeduid (de dichtstbijzijnde watergang die is opgenomen op de Legger ligt aan de zuidzijde van de Dronterweg). Ook ligt de locatie niet binnen een beschermingszone van een waterkering.

afbeelding 15: uitsnede van de Legger watergangen met de projectlocatie met rood aangeduid (bron: Legger Waterschap Zuiderzeeland)

4.5.3 Resultaat Watertoets De Digitale Watertoets is op 24 februari 2021 doorlopen. Het resultaat met een uitgangspuntennotitie is opgenomen als bijlage 2 bij de ruimtelijke onderbouwing. Hieronder volgt het resultaat.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

19/27

Omgevingsaspecten

Positief wateradvies en geen vooroverleg Waterschap Zuiderzeeland geeft op basis van de doorlopen digitale watertoets een positief wateradvies. In verband met het beperkte waterschapsbelang is het niet nodig om, aanvullend op dit wateradvies, in het kader van het ambtelijk vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de Ruimtelijke ordening vooroverleg te voeren over het ruimtelijk plan dat betrekking heeft op deze ontwikkeling c.q. dit plangebied. Indien de wateraspecten in het ruimtelijk plan goed bestemd of gereguleerd worden dan ziet het waterschap het ontwerp ruimtelijk plan met vertrouwen tegemoet. In verband met een eventueel benodigde watervergunning kan vooroverleg nodig zijn. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Thema Veiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water Wateroverlast De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Binnen het plangebied bedraagt de toename van het verharde oppervlak ca. 410 m 2. Door de geringe toename van het verharde oppervlak (minder dan 750 m2 in stedelijke gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied) is geen compensatie noodzakelijk voor dit plangebied. Goed functionerend watersysteem De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen heeft voor het streefpeil van het oppervlakte water in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem, (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. De overige thema’s zijn niet relevant gebleken. 4.5.4 Conclusie De digitale watertoets is doorlopen. Op basis hiervan heeft het waterschap aangegeven dat er geen vooroverleg nodig is. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect waterhuishouding geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.

4.6

Natuur

4.6.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het project moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

20/27

Omgevingsaspecten

4.6.2 Beoordeling en onderzoek 4.6.2.1 Gebiedsbescherming Natura-2000 Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura-2000. Er zijn geen directe effecten mogelijk. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden geldt dat ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling moeten worden beoordeeld. Het dichtstbij gelegen Natura2000 gebied betreft de Veluwerandmeren op circa 8 kilometer. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000gebieden per definitie te groot is. Wel kan mogelijk een effect optreden wanneer er vanwege het plan sprake is van stikstofdepositie in een Natura-2000 gebied. Stikstofdepositie berekening Om de stikstofdepositie in beeld te brengen is een berekening uitgevoerd met de Aerius calculator. De resultaten van de berekening zijn beschreven in het rapport ‘Stikstofonderzoek onderstation Dronterweg 19‘ (IDDS, 15 februari 2021). De rapportage is opgenomen als bijlage 3 bij de ruimtelijke onderbouwing. Bij een 20kV installatie dat in gebruik is, is geen sprake van uitstoot van stikstof. Het gebouw wordt het overgrote deel van het jaar niet verwarmd en de verkeersbewegingen zijn te verwaarlozen. Tijdens de aanlegfase, bij het gebruik van materieel voor de bouw en installatie vindt in beperkte mate uitstoot van stikstofdioxide plaats.

Uit de berekening volgt dat er geen natuurgebieden zijn met een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Als gevolg van het project treedt er dus geen stikstofdepositie op in een Natura 2000-gebied. Er geldt tevens geen vergunningsplicht voor de bouw- en aanlegwerkzaamheden. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Om de gevolgen van het project op het NNN te beoordelen is een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie het rapport ‘Rapportage quickscan Wet natuurbescherming Dronterweg 19 te Dronten‘ (Econsultancy, 3 februari 2021). De rapportage is opgenomen als bijlage 4 bij de ruimtelijke onderbouwing. In het onderzoek is het project getoetst aan de regels van de provincie Flevoland ten aanzien van activiteiten in het NNN (zie paragraaf 3.3.1). De toetsing gaat door middel van een “Nee, tenzij”-toets. Een nieuw project in het NNN, mag niet worden toegestaan in een nieuw bestemmingsplan of met een omgevingsvergunning (“nee”), tenzij het een groot openbaar belang dient, de ingreep onvermijdelijk is, er geen alternatieven zijn buiten de natuur én er geen significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden zijn.

Uit de ‘nee, tenzij’-toets wordt geconcludeerd dat de ingreep onvermijdelijk is, van groot publiekelijk belang is en er geen reële alternatieven zijn. Zoals in paragraaf 2.2 is toegelicht is het van groot belang voor het functioneren van het elektriciteitsnetwerk dat de capaciteit bij het station Dronten wordt vergroot. In paragraaf 2.3 is beschreven waarom het nieuwe gebouw aan de zuidzijde net buiten het terrein moet komen. Dit heeft te maken met de beperkt beschikbare ruimte op het terrein en omdat rekening moet worden gehouden met de afgaande 20kV kabels. Op het terrein van het onderstation is onvoldoende ruimte om de nieuwbouw in te passen en met de kabels weg te komen. De locatie waar wel voldoende ruimte is, is aan de zuidzijde van het onderstation. Er zijn geen reële alternatieve mogelijkheden op het terrein buiten het NNN. De wezenlijke kenmerken en waarden worden gering aangetast, er is namelijk sprake van een gering oppervlakteverlies. Als gevolg van het planvoornemen zal het oppervlakte van het NNN afnemen. Het oppervlakte verlies is beperkt tot 210 m2. Daarnaast zal bij de bouw van het schakelgebouw maar een klein deel van de opslag (voornamelijk de invasieve soort reuzenberenklauw) verdwijnen. De kwaliteit van het deel van de NNN waar het schakelgebouw wordt gebouwd is in ecologisch opzicht beperkt.

De bouwlocatie zelf beslaat voornamelijk de groeiplaats van de reuzenberen-

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

21/27

Omgevingsaspecten

klauw. De ruigte op het oostelijke deel van de onderzoekslocatie blijft feitelijk behouden. Broedvogelsoorten en dwergmuizen kunnen ondanks de nieuwbouw nog steeds gebruik maken van de onderzoekslocatie. De factor samenhang bestaat uit de verbindingszone tussen de houtopstanden aan de westelijke en oostelijke zijde. Het hekwerk rond het onderstation is niet passeerbaar voor grotere zoogdiersoorten. De verbindende functie wordt bevestigd door de aanwezigheid van verschillende sporen van de ree. Momenteel kunnen dieren zowel boven- als onderlangs het onderstation passeren. De ruimte tussen de nieuwbouw en het fietspad zal open blijven. Hierdoor blijft de groenstrook passeerbaar voor grondgebonden zoogdieren en blijft de ecologische verbinding, en de factor samenhang, behouden. Gelet op de geringe omvang en de lage ecologische waarde van het projectgebied en omdat de ecologische verbinding en de factor samenhang behouden blijft, zal de voorgenomen ingreep niet tot significante aantastingen van wezenlijke kenmerken en waarden binnen het Natuurnetwerk Nederland leiden. In de ecologische quickscan werd uitgegaan van de uitzonderingsgevallen van de provincie Flevoland voor ‘kleine snippers’ omdat de nieuwe schakelhal een oppervlakte heeft van ca. 210 m2. Tussen initiatiefnemer en de provincie Flevoland is overleg geweest over de benodigde compensatie.

Er wordt bij de provincie een verzoek tot herbegrenzing gedaan voor een groter gebied dan alleen de nieuwe schakelhal waar deze ruimtelijke onderbouwing op toeziet. Dit komt omdat het hekwerk ook wordt verlegd. De totale herbegrenzing heeft een oppervlakte van circa 1.200 m2. Door de initiatiefnemer zal de benodigde compensatie worden geregeld (compensatie met factor 1,3 of financiële bijdrage). Hiervoor vindt nadere afstemming plaats met Staatsbosbeheer. 4.6.2.2 Soortenbescherming In het ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd is ook onderzocht of op de onderzoekslocatie beschermde planten- en/of diersoorten aanwezig zijn en of die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Uit het onderzoek blijkt dat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder noodzaak tot nader onderzoek naar soorten of vergunningsplicht. Wel geldt de zorgplicht als het gaat om broedende vogels, kleine zoogdieren en amfibieën. Tijdens de werkzaamheden moet de schade aan soorten zoveel mogelijk worden beperkt. Opgemerkt wordt dat de bouwlocatie voornamelijk de groeiplaats van reuzenberenklauw betreft. Hier is weinig fauna te verwachten. Wel geldt dat hier zorgvuldig gehandeld dient te worden om aanraking met de huid te voorkomen, alsmede verspreiding van de soort via de afgegraven grond.

4.6.3 Conclusie Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er geen sprake is van een significant negatief effect op een beschermd natuurgebied. Ook is het onwaarschijnlijk is dat realisatie van het project leidt tot aantasting van in de Wet natuurbescherming beschermde planten- en/of diersoorten. Een ontheffingsaanvraag of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming zijn dan ook niet noodzakelijk. Er zijn geen belemmeringen voor het project. Ten aanzien van de uitvoering is van belang om rekening te houden met de zorgplicht als het gaat om broedende vogels, kleine zoogdieren en amfibieën. Tijdens de werkzaamheden moet de schade aan soorten zoveel mogelijk worden beperkt. Opgemerkt wordt dat de bouwlocatie voornamelijk de groeiplaats van reuzenberenklauw betreft. Hier is weinig fauna te verwachten. Wel geldt dat hier zorgvuldig gehandeld dient te worden om aanraking met de huid te voorkomen, alsmede verspreiding van de soort via de afgegraven grond.

4.7

Verkeer en parkeren

Het onderstation is onbemand. Af en toe vindt onderhoud en controle plaats. De nieuwe 20kV installatie leidt niet tot een wijziging van de verkeersbewegingen of de parkeerbehoefte. Op het

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

22/27

Omgevingsaspecten

terrein van het station is voldoende ruimte voor het parkeren. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.8

Bedrijven en Milieuzonering

4.8.1 Algemeen De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden is gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Milieucategorie 1

Richtafstand (rustige woonwijk) 10 m

Richtafstand (gemengd gebied) 0m

2 3.1

30 m 50 m

10 m 30 m

3.2 4.1

100 m 200 m

50 m 100 m

4.2 5.1

300 m 500 m

200 m 300 m

5.2 5.3

700 m 1.000 m

500 m 700 m

6 1.500 m 1.000 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

4.8.2 Betekenis voor het project De nieuwe schakelhal met de 20kV installatie maakt onderdeel uit van het onderstation. Deze hal veroorzaakt zelf geen hinder op de omgeving (geen geluid, stof, geur of gevaar) en is ook niet genoemd als bedrijfsactiviteit op de lijst van bedrijfsactiviteiten van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Zoals ook in de inleiding is aangegeven, wordt het onderstation Dronten tevens uitgebreid met twee transformatoren (80MVA per stuk). Deze zijn al in het huidige bestemmingsplan mogelijk en maken dan ook geen onderdeel uit van deze ruimtelijke onderbouwing. De geluideffecten van de nieuwe transformatoren worden beoordeeld in het kader van de inpassing in de aanwezige geluidzone van het onderstation en het milieuspoor. 4.8.3 Conclusie De nieuwe schakelhal met de 20kV installatie is geen milieubelastende bedrijfsactiviteit. Er is geen sprake van een hinderafstand die beoordeeld moet worden. Zodoende bestaan er vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen ten aanzien van het project.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

23/27

Omgevingsaspecten

4.9

Geluid

4.9.1 Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het nieuwe transformatorstation is geen grote lawaaimaker en zal ook geen geluidzone bevatten. Ook is het geen geluidgevoelige functie. 4.9.2 Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.8.2.

4.10

EM velden

4.10.1 Algemeen Voor de blootstelling - kortdurend of langdurend - aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 µT (micro tesla) geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte op enig moment niet zomaar blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 µT. 4.10.2 Conclusie Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. Dit betekent dat buiten het hekwerk altijd zal worden voldaan aan de grenswaarde van 100 microtesla voor blootstelling in de openbare ruimte.

4.11

Luchtkwaliteit

4.11.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. 4.11.2 Conclusie voor het plan Het project leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende niet-in-betekenende-mate bij en er is geen luchtkwaliteitonderzoek nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.12

Externe veiligheid

4.12.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

24/27

Omgevingsaspecten

Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied.

Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.12.2 Betekenis voor het project Voor het project is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl). Het projectgebied ligt niet in een risicocontour van een inrichting of transportroute. Het project maakt een nieuwe 20kV installatie in een nieuwe schakelhal mogelijk. Dit is geen inrichting die valt onder het Bevi en bezit geen plaatsgebonden risicocontour of groepsrisicocontour. Ook is het geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Er verblijven geen mensen voor langere duur. Er is geen sprake van een wijziging in het groepsrisico door het project. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.

4.13

Kabels en leidingen

De projectlocatie ligt vlak onder de hoogspanningsverbinding en is gelegen in de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ (art. 21). Hier geldt een verbod op het bouwen van gebouwen en overkappingen. In de dubbelbestemming is een mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van dit verbod (art 21.4 onder a), mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de leiding. Hiervoor dient vooraf advies te worden ingewonnen van de leidingbeheerder. Ten behoeve van de nieuwbouw heeft de initiatiefnemer Liander afgestemd met de leidingbeheerder TenneT. Er is door de beheerder een ‘verklaring van geen bezwaar’ afgegeven voor de bouw van de nieuwe schakelhal met 20kV installatie. Zodoende is geconcludeerd dat de nieuwbouw geen afbreuk doet aan het veilig en doelmatig functioneren van de leiding.

4.14

Besluit milieueffectrapportage

Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Realisatie of uitbreiding van een transformatorstation is geen activiteit die is genoemd in de C of D-lijsten van het Besluit m.e.r.. Er is geen (vormvrije) m.e.r. beoordeling voor het project nodig.

Ruimtelijke onderbouwing Schakelhal Onderstation Dronten, Dronterweg 19 (2030PB02)

25/27

Financieel-economische uitvoerbaarheid

5

Financieel-economische uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient in de plantoelichting of ruimtelijke onderbouwing inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. De Wro stelt verplicht dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Deze ruimtelijke onderbouwing maakt geen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)) aangewezen bouwplannen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. De uitvoering van het plan komt voor rekening en risico van Liander.

Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van Liander op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan is aangetoond met de ruimtelijke onderbouwing. Hierdoor kan Liander de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.

5.2

Planschade

Planschade wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degenen die waardevermindering van onroerend goed ondervinden ten gevolge van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan. De grondslag voor deze planschaderegeling wordt gegeven in artikel 6.1 Wro. In artikel 6.4 onder a Wro is bepaald dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met de initiatiefnemer een overeenkomst te sluiten ten aanzien van planschade. In een tussen de gemeente en Liander N.V. overeen te komen overeenkomst zal worden opgenomen dat het planschaderisico voor rekening van de initiatiefnemer komt. Deze overeenkomst zal definitief zijn voordat de stukken als ontwerp ter inzage worden gelegd. Daarmee zal het risico op planschade afgedekt worden voor de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/993/documents/1780