ea6f47b1-7031-4c45-b874-1caf42a3f5fb.pdf
Tekst van het document
fmantes Portefeuille: R. Siepel No. B21.001466 Dronten, 17 juni 2021 Voor technisch inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met: geanonimiseerd Grondstoffenbeleidsplan, Beleidsvisie Duurzaam Afvalbeheer 2021-2025
Aan de gemeenteraad
VOORSTEL Wij stellen u voor: 1. Het Grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 (GBP) vast te stellen; 2. Door middel van bijgevoegde begrotingswijziging in 2021 incidenteel € 75.000 beschikbaar te stellen om te kunnen starten met de voorbereiding van het GBP 2021-2025 en deze lasten op te nemen in het tarief van de Afvalstoffenheffing 2022; 3. Kennis te nemen van de in het GBP 2021-2025 opgenomen investeringen voor de uitvoering van het plan; 4. De financiële effecten van het GBP 2021-2025 vanaf 2022 op te nemen in het tarief van de Afvalstoffenheffing 2022.
INHOUD INLEIDING Op 18 februari 2021 heeft de Raad de bestuurlijke startnotitie (U21.000176) vastgesteld voor het uitwerken van het Grondstoffenbeleidsplan met daarin de kaders, ambities en de visie op grondstoffen. Belangrijke bouwstenen voor het opstellen van de bestuurlijke startnotitie komen voort uit verschillende afstemmomenten waarop Raad en inwoners voorafgaand de opstelling ervan zijn geraadpleegd. Onderstaand schema illustreert dit proces.
De bestuurlijke opdracht vormde zodoende het vertrekpunt voor de ambtelijke werkgroep en de leden van de Klankbordgroep om in gezamenlijkheid te onderzoeken welke maatregelen restafvalreductie en betere afvalscheiding bevorderen.
No. B21.001466 Restafvalreductie en betere afvalscheiding is niet alleen noodzakelijk om bij te dragen aan duurzaamheidsdoelstellingen maar ook uit oogpunt van kostenbeheersing. Restafval is de duurste afvalstroom. Alle ontwikkelingen wijzen er op dat dit ook in de toekomst zo blijft en dat kosten zullen stijgen. Niets doen leidt uiteindelijk tot hogere kosten en daarmee een hogere afvalstoffenheffing voor onze inwoners. Tegelijkertijd is restafval ook de afvalstroom waar de meeste winst op behaald kan worden als de hierin aanwezige grondstoffen goed gescheiden worden. Bij 100% goed scheiden is het besparingspotentieel dat behaald kan worden uit het restafval € 40 euro per woonhuisaansluiting1 op basis van het huidige prijsniveau (verwerkings- en inzamelingskosten). Nog beter is uiteraard afvalpreventie, het voorkomen van afval en zodoende de afvalberg te verkleinen en kosten vermijden. Het scheidingsgedrag van inwoners is hierbij in grote mate bepalend. Met dit Grondstoffenbeleidsplan wordt hier ook juist op ingezet, namelijk het stimuleren om beter te scheiden en restafval te verminderen. Het resultaat hiervan zijn lagere verwerkingskosten voor restafval en meer opbrengsten voor grondstoffen, en beide effecten zijn gunstig voor de ontwikkeling van het tarief.
Met dit inverdieneffect dempen we de uiteindelijke kosten en daarmee ook de ontwikkeling van het tarief voor inwoners. Dit effect wordt duidelijk in de financiële paragraaf van het grondstofbeleidsplan. Op basis van een gelijkblijvend volume en scheidingspercentage zullen de kosten (en daarmee ook de heffing) bij ongewijzigd beleid in de komende jaren blijven stijgen. De maatregelen die nu worden voorgesteld moeten leiden tot minder volume en een betere scheiding van grondstoffen. Het nemen van deze maatregelen is derhalve een investering om de stijging van kosten op lange(re) termijn beheersbaar te houden. Hier gaan de kosten dus voor de baat uit. Dat is de insteek van dit beleidsplan. In deze moeten we realistisch zijn, dat een daling van de afvalstoffenheffing niet verwacht mag worden. Om nu en in de toekomst kosten beheersbaar te houden en bij te dragen aan een duurzamere planeet is het noodzakelijk te investeren in beleidsinstrumenten die hier structureel aan bijdragen. Het succes van dit beleid valt of staat met het gedrag van onze inwoners maar is ook sterk afhankelijk van autonome factoren waar wij als gemeente weinig tot geen invloed op hebben.
Ontwikkelingen in tarieven van verwerkingscontracten, landelijk ingrijpen door de rijksoverheid (CO2 heffing, verbrandingsbelasting) en effecten door toename in afval zoals door corona zijn lastige elementen waar niet of nauwelijks op gestuurd kan worden zoals we ook afgelopen jaren hebben ondervonden. In de afgelopen maanden is samen met de leden van de Klankbordgroep Grondstoffenbeleid onderzocht welke maatregelen restafvalreductie en afvalscheiding positief beïnvloeden en zijn deze gewogen op haalbaarheid, efficiëntie en doeltreffendheid. De maatregelen zijn te herleiden naar drie hoofdelementen die nauw met elkaar samenhangen voor een succesvolle uitvoering: 1) Positieve gedragsbeïnvloeding: we zetten in op voorlichting, communicatie, educatie, participatie, afvalcoaching en handhaving als sluitstuk in het instrumentarium van gedragsbeïnvloeding. 2) Het bieden van de juiste laagdrempelige voorzieningen: we maken het inwoners zo aantrekkelijk en makkelijk mogelijk om afval te voorkomen en afval te scheiden. 3) Een excellente bedrijfsvoering: door datagestuurd afvalbeheer ontstaat beter inzicht voor monitoring en bijsturing op bedrijfsvoering en beleid. Om het stevige fundament neer te zetten wat we nodig hebben voor nu en in de toekomst zijn investeringen noodzakelijk. Alleen met de basis op orde kunnen we de vervolgstap zetten. In het 1
Het besparingspotentieel is gebaseerd op de in het restafval aanwezige grondstoffen. Het potentieel fluctueert met de tarieven van de diverse stromen (opbrengsten en kosten) en het aandeel dat is aangetroffen in sorteeranalyses van het restafval. De bovengenoemde 40 euro zijn dus geen vast gegeven en kunnen afhankelijk van deze variabelen hoger of lager zijn.
-2-
No. B21.001466 voorliggende grondstoffenbeleidsplan dat u ter vaststelling wordt aangeboden wordt toegelicht op welke wijze wij de invulling van deze Routekaart voor ons zien.
ARGUMENTEN De maatregelen in het plan dragen bij aan: 1.1 Het sturen op beter scheidingsgedrag en daarmee op de afvalbeheerskosten op kort en lange termijn. De trend is dat afvalbeheerskosten stijgen. Met de maatregelen in dit plan wordt gestuurd om de kosten op termijn beheersbaar te houden. Beter scheidingsgedrag loont uiteindelijk, los van autonome ontwikkelingen. 1.2 Het bereiken van landelijke en gemeentelijk duurzaamheidsdoelstellingen. Nederland Circulair in 2050 is het Rijksbrede programma waarin ook de landelijke doelstellingen voor afvalreductie, 30 kilogram restafval in 2025 en volledig circulair in 2050 zijn opgenomen. In de bestuurlijke startnotitie heeft de Raad uitgesproken deze ambities te omarmen. Met de in dit beleidsplan genoemde maatregelen geven we invulling aan deze doelstellingen en ambities. 1.3 Een betere service naar inwoners door optimalisatie van voorzieningen en communicatie. In het plan wordt beschreven op welke wijze invulling geven wordt aan een betere voorlichting, communicatie en laagdrempelige voorzieningen. We zijn er van overtuigd dat dit zal bijdragen aan beter afvalscheidingsgedrag van inwoners. Het gaat hier om de beïnvloeding van gedrag, betere dienstverlening en gemak voor onze inwoners.
1.4 Een toekomstbestendige en veilige milieustraat door deze uit te breiden en anders in te richten De huidige situatie van onze milieustraat is niet optimaal. De veiligheid van bezoekers en personeel is een aandachtspunt. Door de huidige inrichting is een openstelling tussen de middag niet mogelijk. We zijn dan bezig met het aftransport naar eindverwerkers en wisselen van containers. Dit heeft als gevolg dat er op dat moment meer vrachtbewegingen zijn. In verband met veiligheid van bezoekers blijven we dan gesloten. Daarnaast willen we meer stromen faciliteren en voor de grote stromen meer capaciteit bieden. Omwille veiligheid, openstelling tussen de middag en betere dienstverlening aan onze inwoners wordt voorgesteld het huidige terrein anders in te richten, Om dit te kunnen faciliteren kopen we de hiernaast gelegen grond aan. Op dit nieuwe terrein kunnen dan vervolgens buiten de bezoekersstromen alle logistieke handelingen ten behoeve van het bedrijfsproces vormgegeven worden. . 1.5 Een betere service naar inwoners door optimalisatie van automatisering- en bedrijfsprocessen. In de afgelopen maanden is een quickscan uitgevoerd op het applicatielandschap dat het primaire inzamelproces en de backoffice ondersteunt.
De conclusie is dat applicaties beter op elkaar kunnen aansluiten, bepaalde functionaliteiten beter benut kunnen worden die bijdragen aan een efficiënte bedrijfsvoering. In de komende tijd gaan we hiermee verder aan de slag. Na de herinrichting van de milieustraat en de extra openstelling tussen de middag, evalueren we de behoefte aan ruimere openingstijden. Indien gewenst kan dan gekozen worden voor een extra avondopenstelling van de milieustraat. 2.1 Er wordt een incidenteel budget van € 75.000 gevraagd in 2021 Het incidenteel budget is bedoeld voor de optimalisatie van de automatiseringsprocessen (€ 30.000), het opstellen van een communicatieplan, participatieplan, uitvoeringsplan maatregelen en inzet van de afvalcoach (€ 25.000) en het ontwikkelen van het creatief concept van de communicatiecampagne als ook de inzet van voorlichting- en communicatiemiddelen (€ 20.000). 2.2 In 2021 is geen rekening gehouden met de lasten uit het GBP 2021-2025 Bij het bepalen van het tarief voor de Afvalstoffenheffing 2021 is geen rekening gehouden met lasten die voortvloeien uit het GBP 2021-2025. Om toch in 2021 te kunnen starten met de voorbereidingen voor alle activiteiten/acties in 2022 en verder is het noodzakelijk om hiervoor een -3-
No. B21.001466 incidenteel budget van € 75.000 beschikbaar te stellen (werkkapitaal). Er wordt voorgesteld deze te verwerken in het tarief voor de Afvalstoffenheffing 2022. 3.1 Investeren in voorzieningen draagt bij aan de doelstellingen van het GBP 2021-2025 In het GBP 2021-2025 is een aantal investeringen opgenomen. Deze investeringen zijn nodig om de doelstellingen volledig te kunnen realiseren. Bij het aanbieden van de Verordening Afvalstoffenheffing 2022 in het najaar van 2021 zal de raad vanuit haar budgetrecht deze investeringskredieten beschikbaar stellen. 4.1 Voorgestelde maatregelen hebben een meerjarig financieel effect De maatregelen en investeringen die zijn opgenomen in het GBP hebben een meerjarig (structureel) effect. Ter dekking van deze effecten wordt voorgesteld deze op te nemen in het tarief voor de Afvalstoffenheffing 2022. Dit zal bij het aanbieden van de Verordening Afvalstoffenheffing in het najaar van 2021 effectief worden verwerkt in de Programmabegroting 2022-2025 door middel van een begrotingswijziging.
KANTTEKENINGEN 1. Met de invoering van maatregelen worden investeringen gevraagd die in eerste instantie kostenverhogend zullen doorwerken in de afvalstoffenheffing. Met het investeren in betere communicatie, voorlichting en voorzieningen verwachten we een kostenbesparend effect op termijn. Alternatief is niets doen. We verwachten echter dat het niet doorvoeren van de voorgestelde maatregelen op langer termijn een kostenverhogend effect zal hebben waarbij ook duurzaamheidsambities niet bereikt zullen worden. 2. Naar aanleiding van verzoeken uit de enquête en de klankbordgroep is onderzocht of het mogelijk is de inzamelfrequentie van minicontainers voor GFT van 1 keer per 2 weken te verhogen naar een wekelijkse inzamelfrequentie in de zomer en de najaarsperiode. Dit ook ingegeven door stankoverlast van GFT containers. Een doorrekening laat zien dat dat deze aanvullende dienstverlening gedurende vijf maanden ca 60.000 euro extra kost op jaarbasis in tractie en personeelsuren. Echter zijn de werkelijke kosten een verdrievoudiging door stilstand van personeel en voertuigen in de andere zeven maanden van het jaar. Daarnaast is het aanbod van tuinafval in de zomerperiode beperkt waardoor ook het verwachte milieurendement klein is. 3. Er is onderzocht of inwoners op verzoek een extra minicontainer kunnen aanvragen.
De krapte in capaciteit wordt met name bij de papiercontainers ervaren omdat deze een kleiner formaat hebben. Met het vervangen van de minicontainers wordt voorzien in het verstrekken van een standaardvolume van 240 liter in plaats van 180 liter voor papier. De verwachting is dat hiermee de krapte in de meeste gevallen is opgelost. Mocht hierna alsnog behoefte zijn dan zal op basis van het containermanagementsysteem en maatwerk in 2024 bij de evaluatie van het beleid gekeken worden of de aanvraag van een extra minicontainer mogelijk is. Door de beperkte ruimte bij de opstelplekken voor minicontainers in de openbare ruimte is dit niet in alle gevallen mogelijk. Tot slot Dit plan draagt bij aan het realiseren van onze visie en ambities. De kosten gaan hierbij voor de baten uit. De verwachting is dat op basis van het inverdieneffect (restafvalreductie en betere afvalscheiding) de uiteindelijke kosten en daarmee ook het tarief gedempt zullen worden bij het bereiken van betere resultaten. Op basis van het vertrouwen in onze inwoners verwachten we dat we restafvalreductie en betere afvalscheiding zullen realiseren. In 2024 is de evaluatie voorzien van dit beleid waarbij tussentijds ook jaarlijks de financiële effecten zullen worden bijgesteld op basis van de bereikte resultaten.
Het college -4-
No. B21.001466
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-5-