e2e797be-11d3-401e-a230-aad0ee04c718.pdf
Tekst van het document
MEMO Datum Aan Van Kopie aan Betreft
: 21 september 2022 : gemeenteraad Dronten : college Dronten : : informatie inzake stand van zaken lopende procedures voor de realisering van arbeidsmigrantenhuisvesting aan de Roodbeenweg 17(A) te Dronten Kenmerk : zaak 262448 Documentnummer : 262453 Bijlage(n) :
Geachte raadsleden, In verband met de op 29 september a.s. geplande beeldvormende vergadering over het beleid omtrent arbeidsmigrantenhuisvesting in Dronten en de procedures betreffende de realisering van arbeidsmigrantenhuisvesting aan de Roodbeenweg 17(A) te Dronten, doen wij u deze memo toekomen. Doel memo De memo heeft als doel u informatie te verschaffen over de geschiedenis en de huidige stand van zaken inzake de ruimtelijke procedures voor de realisering van arbeidsmigrantenhuisvesting aan de Roodbeenweg 17(A). Ook gaat de memo in op de relatie tussen voornoemde procedures en het verzoek om bestemmingsplanherziening voor de realisering van arbeidsmigrantenhuisvesting aan de Roodbeenweg 19-21. Inleiding De eigenaar van het perceel Roodbeenweg 17(A) heeft het perceel midden vorig jaar aangekocht teneinde op het perceel arbeidsmigrantenhuisvesting voor 300 personen te kunnen realiseren. Hiervoor is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk (het perceel heeft thans een maatschappelijk bestemming; voorheen was hier een zorgboerderij gevestigd). Een verzoek hiertoe is door de huidige eigenaar (hierna: aanvrager) kort na de aankoop van het perceel ingediend, evenals vergunningaanvragen voor de huisvesting in de bestaande bebouwing en in tijdelijke bebouwing. Stand van zaken lopende procedures I.
Eerste omgevingsvergunningaanvraag voor bestaande bebouwing (bevoegd gezag: college) Op 13 juli 2021 is een omgevingsvergunningaanvraag ingediend voor 48 arbeidsmigranten in de bestaande bebouwing (de voormalige zorgboerderij). Op 9 november 2021 heeft het college besloten tot weigering van de gevraagde omgevingsvergunning. Tegen dit besluit heeft de aanvrager bezwaar gemaakt. Op 24 februari 2022 heeft de hoorzitting van de bezwaarcommissie plaatsgevonden. In navolging van het commissieadvies heeft het college op 18 augustus 2022 de bezwaren ongegrond verklaard. Aanvrager heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar, zodat deze onherroepelijk is. Dit betekent dat er sprake is van een definitief besluit tot weigering van de gevraagde vergunning. II. Tweede omgevingsvergunningaanvraag voor bestaande bebouwing (bevoegd gezag: college) Na de weigering van de eerste aanvraag heeft aanvrager op 22 november 2021 een omgevingsvergunningaanvraag voor 32 arbeidsmigranten in de bestaande bebouwing ingediend. Vergunning is verleend bij besluit van 12 januari 2021 voor de huisvesting van 31
arbeidsmigranten. Door omwonenden is op 22 februari 2022 bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Voorts is door de omwonenden aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht gevraagd de werking van de vergunning te schorsen tot de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 7 april 2022 afgewezen. De hoorzitting van de bezwaarcommissie heeft op 19 mei 2022 plaatsgevonden. Het commissieadvies is op 1 september 2022 uitgebracht. Het advies is om een deel van bezwaarmakers niet-ontvankelijk te verklaren (te grote afstand tussen hen en de Roodbeenweg 17) en de overige ontvankelijk te verklaren. Voorts adviseert de commissie om het besluit in stand te laten onder aanvulling en verduidelijking van een aantal zaken (herstel van gebreken). Ambtelijk wordt momenteel de besluitvorming voorbereid voor de door het college de te nemen beslissing op bezwaar. Tegen de beslissing op bezwaar staat beroep open. Vergunning is verleend voor 31 personen, terwijl de aanvraag zag op 32 personen. Op basis van de door de aanvrager bij de aanvraag overgelegde bouwtekeningen moest worden geconcludeerd dat één slaapkamer kleiner was dan de vereiste minimale 5,5 m². Na uitbrenging van het commissieadvies heeft er op verzoek van de aanvrager ambtshalve een meting ter plaatse van de betreffende slaapkamer plaatsgevonden.
Gebleken is toen dat de slaapkamer wel voldeed aan de minimale oppervlaktevereisten. Bij de te nemen beslissing op bezwaar zal het college ambtshalve (aanvrager had te laat bezwaar gemaakt tegen dit onderdeel van het besluit) een besluit nemen over het gebruik van de slaapkamer. III. Eerste aanvraag 32 arbeidsmigranten in tijdelijke bebouwing (bevoegd gezag: college) Op 8 juli 2021 is omgevingsvergunning gevraagd voor het realiseren van huisvesting voor 32 arbeidsmigranten in tijdelijke bebouwing voor maximaal vijf jaar. Vanwege het niet voldoen aan de indieningsvereisten is deze aanvraag op 24 september 2021 buiten behandeling gesteld. Hiertegen is geen bezwaar gemaakt en daarmee is dit besluit onherroepelijk. Dit betekent dus dat er sprake is van een definitief besluit tot buiten behandelingstelling. IV. Tweede aanvraag 32 arbeidsmigranten in tijdelijke bebouwing (bevoegd gezag: college) Een nieuwe aanvraag voor de realisering van huisvesting voor 32 arbeidsmigranten in tijdelijke bebouwing is op 16 oktober 2021 ingediend. De omgevingsvergunning is verleend bij besluit van 26 januari 2021. Ook tegen deze vergunning is door omwonenden is op 22 februari 2022 bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening ingediend.
De bezwaren tegen deze vergunning en de vergunning voor de bestaande bebouwing zijn door de commissie tegelijk behandeld en het advies ziet ook op beide vergunningprocedures. Voor de feiten omtrent het verzoek om voorlopige voorziening en het commissieadvies wordt verwezen naar hetgeen hierboven onder II hierover is gezegd. V. Aanvraag bestemmingsplanherziening voor 300 arbeidsmigranten (bevoegd gezag: gemeenteraad) Op 30 juni 2021 is een omgevingsaanvraag ingediend welke tot doel had om uiteindelijk 300 arbeidsmigranten op het perceel te kunnen huisvesten. Deze aanvraag om omgevingsvergunning (het zogenoemde projectafwijkingbesluit, vergelijkbaar met een bestemmingsplanherziening) is op een later tijdstip (19 januari 2022) omgezet in een verzoek om een bestemmingsplanherziening. Op 15 maart 2022 heeft het college besloten om uw raad voor te stellen het verzoek om de bestemmingsplanherziening te weigeren. De weigeringsgronden hadden betrekking op een te klein bouwvlak (veel van de bebouwing bevond zich buiten het bouwvlak, terwijl deze zich volgens het beleid erbinnen dient te bevinden en ook uitbreiding van het bouwvlak was niet mogelijk) en stedenbouwkundig leek het plan niet haalbaar. Daarnaast was er de aanvullende
weigeringsgrond dat het doorlopen participatietraject kwalitatief te kort was geschoten (geen of onvoldoende participatie mag op grond van vaste jurisprudentie van de Raad van State slechts dienen als een aanvullende en niet als een zelfstandige weigeringsgrond). Het was de bedoeling dat de gemeenteraad op 12 mei 2022 een besluit zou nemen. Deze datum was de eerste mogelijkheid om de raad het voorstel van het college voor te leggen. Het besluit van het college is juridisch gezien niet relevant voor de aanvrager. Voor hem is enkel relevant het besluit van de gemeenteraad, daar deze het bevoegd gezag is voor het te nemen besluit op het verzoek om bestemmingsplanherziening. Daar de aanvrager op 16 maart 2022 een gewijzigd plan heeft ingediend (dus vóórdat de gemeenteraad een besluit had genomen), dat tevens de belangrijkste weigeringsgronden voor de bestemmingsplanherziening (niet bouwen buiten het bouwvlak en stedenbouwkundig niet haalbaar) wegnam, had het college geen andere keuze dan het weigeringsbesluit van de raadsagenda te halen en het gewijzigde plan in behandeling te nemen. Zolang het bevoegd gezag, de raad, namelijk geen besluit heeft genomen, staat het de aanvrager juridisch gezien vrij om zijn plan te wijzigen. Er mag dan echter geen sprake zijn van een zodanig gewijzigd plan dat er sprake is van een ander plan. Dit laatste was in deze casus niet het geval.
Het conceptbestemmingsplan, inclusief alle daarbij behorende noodzakelijke onderzoeken, worden momenteel ambtelijk beoordeeld. Ook moet in het kader van het noodzakelijke kostenverhaal tussen de gemeente en de aanvrager nog een anterieure overeenkomst worden gesloten. Mede gelet op de mogelijke datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 is het streven om het college nog dit jaar een voorstel ter besluitvorming voor te leggen over het verzoek om bestemminsplanherziening voor de Roodbeenweg 17. Voor alle duidelijkheid wordt hier nog opgemerkt dat het aantal van 300 personen inclusief de 64 personen is, die op grond van de bovengenoemde omgevingsvergunningen op het perceel mogen worden gehuisvest. Verzoek om bestemmingsplanherziening voor de Roodbeenweg 19-21 Naast de bovengenoemde procedures is er nog het verzoek om bestemmingsplanherziening voor de realisering van huisvesting van 150 arbeidsmigranten aan de Roodbeenweg 19-21. De eigenaar van dit perceel heeft op 3 december 2021 het formele verzoek om bestemmingsplanherziening ingediend. Op grond van het gemeentelijk beleid (= Afwijkingenbeleid 2021) worden aanvragen om omgevingsvergunning of bestemmingsplanherziening behandeld op basis van de datum van binnenkomst. De als eerste ingediende ontvankelijke aanvraag zal als eerste worden beoordeeld en als eerste zal op deze aanvraag een besluit worden genomen.
De voorgaande regel is relevant indien er sprake is van twee aanvragen die niet beide kunnen worden gehonoreerd. In het onderhavige geval kunnen beide aanvragen niet worden gehonoreerd, omdat we als gemeente in onze ruimtelijke visie (dat wil hier zeggen in de door de raad medio 2020 vastgestelde Beleidsvisie en het daarop gebaseerde concrete toetsingskader in het Afwijkingenbeleid) hebben vastgelegd dat we het ruimtelijk gezien niet wenselijk vinden dat er accommodaties voor arbeidsmigrantenhuisvesting worden gerealiseerd voor meer dan 300 personen (dit geldt niet enkel voor huisvesting op één perceel, maar ook voor in de directe nabijheid van elkaar gelegen percelen - zoals hier aan de orde). Dat de beoordeling en besluitvorming plaatsvindt op basis van het tijdstip dat er sprake is van een ontvankelijke aanvraag, heeft te maken met de omstandigheid dat het zeer wenselijk is om een dergelijke objectieve regel te hebben die regelt hoe de gemeente omgaat met
aanvragen die na elkaar worden ingediend én die niet alle kunnen worden gehonoreerd. Nu het verzoek voor de Roodbeenweg 19-21 is ingediend nádat het ontvankelijke verzoek voor de Roodbeenweg 17 is ingediend, dient eerst te worden besloten op de aanvraag voor laatstgenoemd perceel. Indien de bestemmingsplanherziening voor de Roodbeenweg 17(A) wordt geweigerd, zal de aanvraag voor de Roodbeenweg 19-21 in behandeling worden genomen.