CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

d433c19e-3863-455b-99e7-b3576e39113f.pdf

Raadsvergadering 22 september 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: ALLEEN STEMMING Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen (D4100)’ en beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’3.057 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Zaaknummer: 5653 Documentnummer: 171992 Indiener: college Datum: 13 juni 2022 Portefeuille(s): RO Portefeuillehouder(s): P. van Bergen Contactpersoon: E. Tichelaar Tel.nr.: 0321 388 438 Emailadres: e.tichelaar@dronten.nl Onderwerp Vaststelling bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen (D4100)’ en beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’. Samenvatting Het bestemmingsplan betreft 158 erven in het agrarisch buitengebied en vervangt het nu geldende (en gedateerde) bestemmingsplan ‘Buitengebied (9010)’. Deze 158 erven (met veehouderij inclusief paardenhouderij) zijn bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied (D4000)’ in 2015 uit dat plan gelaten. In dit reparatieplan wordt de bestaande situatie vastgelegd met beperkte ruimte voor uitbreiding van veehouderijen middels interne saldering. De opzet van dit bestemmingsplan is voor het overige vergelijkbaar aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied (D4000)’, zoals de landschappelijke inpassing, de bebouwingsregeling. Zodat voorzien kan worden in actueel planologisch kader. Voor de uitbreiding van veehouderij activiteiten (tot 2,5 ha) anders dan interne saldering wordt los van het bestemmingsplan een beleidsregel opgesteld. Daarin worden de voorwaarden vastgelegd om mee te kunnen werken aan uitbreidingen.

In de beleidsregel is de verbinding gelegd met het voorliggende bestemmingsplan, doordat de uitbreiding dan alleen is toegestaan in het aangegeven zoekgebied. Op deze manier wordt met in achtneming van de regelgeving, zoals Wet natuurbescherming/stikstofdepositie en onder meer duurzaamheid (maatlat duurzame veehouderij) ontwikkelingsruimte geboden voor veehouderijen. Het ontwerp bestemmingsplan en ontwerp beleidsregel lagen van 16 december 2021 tot en met 26 januari 2022 voor een ieder ter inzage. Er zijn 12 zienswijzen ontvangen. Waarvan één ook ingaat op de beleidsregel. Het bestemmingsplan en de beleidsregel zijn passend binnen onze kaders voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Dit plan ligt nu voor ter vaststelling door uw gemeenteraad. Voorstel De raad besluit: 1. De ingediende zienswijzen te beantwoorden conform bijlage 1 bij het raadsbesluit; 2. het bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen (D4100)’ (plan ID: NL.IMRO.0303.D4100-VA01) op grond van artikel 3.8 lid 1 sub d van de Wet ruimtelijke ordening gewijzigd vast te stellen, conform de wijzingen als weergegeven in bijlage 1 bij het raadsbesluit; 3. Geen exploitatieplan voor het onder 2 genoemde bestemmingsplan vast te stellen; 4. De beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’ gewijzigd vast te stellen, conform de wijzigingen als weergegeven in bijlage 1 bij het raadsbesluit; Bijlage(n):

De Rede 1 8251 ER Dronten

Postbus 100 8250 AC Dronten

Telefoon 14 0321

www.dronten.nl

5. Dat de beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’ mede van toepassing is op uitbreidingen van veehouderijen waarvoor de beleidskader ‘Erfvergroting > 2,5 – 3,5 ha’ d.d. 22 januari 2015 wordt toegepast; Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan en beleidsregel lagen ter visie. De vervolg stap is vaststelling door de gemeenteraad. De gemeenteraad is het bevoegde gezag om het bestemmingsplan vast te stellen. Dit bestemmingsplan betreft 158 erven in het agrarisch buitengebied van de gemeente. Dit betreffen de erven die in 2015 bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied (D4000)’ uit dat plan zijn gelaten. De doelen van de reparatie van het bestemmingsplan voor veehouderijen zijn kortere en goedkopere procedures voor erfvergroting tot 2,5 ha, alsmede andere actualisaties. Met de vaststelling van de herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (D4000)’ zijn deze doelen voor een merendeel van de agrariërs werkelijkheid geworden. Behalve voor agrariërs met veehouderijen (inclusief paardenhouderij). Vanwege ontwikkelingen in de stikstofproblematiek en ontwikkelingen in de jurisprudentie is er voor gekozen om de bestaande situatie en interne saldering in een bestemmingsplan te regelen. Voor uitbreiding van veehouderij takken, waarbij sprake is van toename van de ammoniakemissies, is er voor gekozen om dit te regelen via een beleidsregel.

Op deze manier wordt met in achtneming van wet- en regelgeving, zoals Wet natuurbescherming / stikstofdepositie, en onder meer duurzaamheid (maatlat duurzame veehouderij) ontwikkelingsruimte geboden voor veehouderijen. In het bestemmingsplan is de bestaande situatie vastgelegd met beperkte ruimte voor uitbreiding van veehouderij activiteiten middels interne saldering. Gemengde bedrijven kunnen de akkerbouwtak uitbreiden met een binnenplanse afwijking in het 'zoekgebied'. De bedrijfskavel en het zoekgebied zijn tezamen maximaal 2,5 ha. De opzet van dit bestemmingsplan is vergelijkbaar aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied (D4000)’, zoals de landschappelijke inpassing, de bebouwingsregeling. Uitbreidingen van veehouderij activiteiten anders dan met interne saldering vallend binnen 2,5 ha worden geregeld met een beleidsregel (incl. toetsingskader). Als deze uitbreiding niet meer binnen de bedrijfskavel past, is hiervoor uitbreidingsruimte in het zoekgebied. De beleidsregel gaat als toetsingskader fungeren voor de uitgebreide omgevingsvergunning (zogenaamd projectafwijkingsbesluit onder het huidige recht). Eventueel kan de beleidsregel ook een toetsingskader zijn voor een postzegelbestemming (of equivalent onder Omgevingswet). Echter met het oog op langere procedure en meer leges minder voor de hand liggend.

Wat vooraf ging In 2020 zijn de voorbereidingen van dit bestemmingsplan en de beleidsregel gestart. In september 2020 vond een raadsconsultatie plaats over het bijstellen van de uitgangspunten naar aanleiding van ontwikkelingen in de stikstofproblematiek en een werkwijze voor het vervolg. Als reactie op de consultatie vragen is een breed spectrum aan aspecten benoemd. Met de planuitgangspunten in beeld en rekening houdend met de inbreng tijdens de raadscommissievergadering is invulling gegeven aan het voorontwerp bestemmingsplan en de concept beleidsregel. In een raadsinformatiebrief d.d. 16 maart 2021 is de gemeenteraad geïnformeerd over de stand van zaken over deze werkwijze in relatie tot het bestemmingsplan. Het voorontwerp bestemmingsplan is op 18 maart 2021 ter visie gelegd met de mogelijkheid voor een ieder om hierop te reageren.

De concept beleidsregel is aan de gemeenteraad voorgelegd met het oog op wensen en bedenkingen en besproken in de raad van april 2021. De gemeenteraad besloot geen wensen en bedenkingen aan te nemen. Over het in procedure nemen van het ontwerp bestemmingsplan inclusief het ter visie leggen van de ontwerp beleidsregel is uw raad per raadsinformatiebrief d.d. 7 december 2021 geïnformeerd. Gedurende de termijn voor de ter visie ligging van het voorontwerp bestemmingsplan zijn 14 inspraakreacties ontvangen. De inspraakreacties hebben op onderdelen tot verbeteringen in het plan geleid. Daarnaast zijn ambtshalve wijzigingen voorgesteld. Ondanks de wijzigingen is de hoofdopzet van het plan hetzelfde gebleven. Het ontwerp bestemmingsplan lag in de periode van 16 december 2021 tot en met 26 januari 2022 voor een ieder ter inzage. In deze periode zijn 12 zienswijzen ingediend op het bestemmingsplan, waarvan één ook betrekking heeft op de beleidsregel. In bijgevoegde reactienota zienswijzen (bijlage 1 bij het raadsbesluit) zijn deze zienswijzen samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Het voorstel is om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen en tevens de beleidsregel vast te stellen. Argumenten 1.1. De zienswijzen zijn ontvankelijk, (deels) gegrond en (deels) ongegrond. De ontvangen zienswijzen zijn ontvankelijk.

Een aantal daarvan zijn geheel ongegrond of gegrond en anderen deels gegrond en/of deels ongegrond. In de reactienota zienswijze bijlage 1 bij het raadsbesluit, wordt dit toegelicht en gemotiveerd. 2.1.

Enkele zienswijze en ambtshalve wijzigingen leiden tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Enkele zienswijzen leiden er toe dat het bestemmingsplan moet worden gewijzigd. Het betreffen enkele aanpassingen op de verbeelding, in de toelichting en planregels. Daarnaast geven een aantal ambtshalve wijzigingen reden tot een gewijzigde vaststelling van dit plan. De wijzigingen zijn beschreven in bijlage 1, hoofdstuk 3, bij het raadsbesluit.

2.2.

Het bestemmingsplan biedt een actueel planologisch kader. Dit bestemmingsplan voorziet in het vastleggen van de bestaande situatie met beperkte ruimte voor uitbreiding van veehouderij activiteiten middels interne saldering. Gemengde bedrijven kunnen de akkerbouwtak uitbreiden met een binnenplanse afwijking in het 'zoekgebied'. Daarnaast zijn enkele actualisaties meegenomen, zodat de regeling van dit plan aansluit op het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied (D4000)' wat op het overgrote deel van het buitengebied van toepassing is. Enkele voorbeelden van deze actualisaties zijn de omvang van de bedrijfswoning en afwijkende erfsingelbeplanting voor een doelmatige bedrijfsvoering. Dit bestemmingsplan in combinatie met de beleidsregel is passend binnen onze beleidskaders. Onderhavig bestemmingsplan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

3.1.

Een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De gemeenteraad stelt een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in samenhang met artikel 6.12 lid 1 Wro. Tenzij het verhaal van kosten anderszins is

verzekerd. Dit bestemmingsplan legt de bestaande situatie vast. Er zijn beperkte bouwmogelijkheden. Ten aanzien van de door dit bestemmingsplan nieuw mogelijk gemaakte bouwplannen is in de Wro en het Bro vanaf 1 november 2010 een regeling opgenomen, waardoor bij relatief beperkte bouwmogelijkheden kan worden afgeweken van de plicht om een exploitatieplan vast te stellen. Deze ‘kruimelgevallenregeling’ maakt het mogelijk om als gemeenteraad af te zien van het vaststellen van een exploitatieplan, indien de te verhalen kosten niet in verhouding staan tot de kosten verbonden aan het maken van een exploitatieplan. Het gaat dan om situaties waarbij de verhaalbare kosten lager zijn dan € 10.000, er geen fysieke werken als kostenpost worden opgevoerd maar alleen apparaatskosten of de verhaalbare kosten alleen betrekking hebben op aansluiting op de openbare ruimte of aansluiting op nutsvoorzieningen (artikel 6.2.1a Bro). Gezien het feit dat alle in onderhavig bestemmingsplan opgenomen beperkte bouwplannen onder deze regeling vallen, is geen exploitatieplan noodzakelijk. 4.1.

Leidt tot kortere proceduretijd en lagere leges door wegvallen procedurestap. Beleidsregels moeten worden vastgesteld door het bevoegd gezag voor het te nemen besluit. Vaak is dat het college en daarom stelt het college ook de meeste beleidsregels vast. Hier is sprake van een ruimtelijke afweging om al dan niet een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) te verlenen. Deze ruimtelijke afweging gebeurt in de verklaring van geen bedenkingen-procedure. De raad is hiervoor het bevoegd gezag en daarmee ook voor het vaststellen van de beleidsregel. De beleidsregel gaat als toetsingskader fungeren. De voor de hand liggende procedure voor hetgeen de beleidsregel een toetsingskader is, is de uitgebreide omgevingsvergunning (zogenaamd projectafwijkingsbesluit onder het huidige recht). Onderdeel van deze procedure is een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad, tenzij hetgeen wat wordt aangevraagd valt onder de aangewezen categorieën waarover de gemeenteraad al eerder heeft besloten dat er geen vvgb nodig is. Door de beleidsregel te laten vaststellen door de gemeenteraad, zullen de op basis van deze beleidsregel genomen besluiten om een omgevingsvergunning vallen onder één van de categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen (lijst geen vvbg) nodig is. Dit leidt tot kortere proceduretijd en lagere leges door het wegvallen van een procedurestap.

4.2.

Dit is het toetsingskader voor vergroting van het erf binnen het zoekgebied voor veehouderij activiteiten waarbij interne saldering geen soelaas biedt. In het bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen (D4100)’ zijn bij vrijwel alle erven zoekgebieden opgenomen. Dit gebied is bedoeld voor vergroting van het erf voor de bedrijfsactiviteiten. Het bestemmingsplan biedt een binnenplanse afwijkmogelijkheid voor vergroting binnen dit zoekgebied, zolang geen sprake is van toename van stikstofdepositie. Indien wel sprake is van toename van stikstofdepositie, is uitbreiding binnen het zoekgebied mogelijk middels een procedure buiten het bestemmingsplan om. Het toetsingskader hiervoor is de beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’. Het is een los document naast het bestemmingsplan, omdat de beleidsregel geen voorwaarden bevat voor ontwikkelingen die in het bestemmingsplan worden geregeld. Zoals benoemd is het een toetsingskader voor een procedure buiten het bestemmingsplan om. Naar aanleiding van een zienswijze op de beleidsregel wordt de beleidsregel aangepast. De aanpassing betreft de verduidelijking dat naast het hebben van een geldende vergunning Wet natuurbescherming ook een positieve weigering op basis van deze wet gebruikt kan worden, om aan te tonen dat er geen negatieve effecten

op de omliggende Natura 2000 gebieden zijn. Daarnaast worden nog enkele ambtshalve wijzigingen voorgesteld. Zie hiervoor bijlage 1, hoofdstuk 3, bij het raadsbesluit. 5.1.

Aansluiting diverse regeling en een eenduidig kader. Het bestemmingsplan biedt het kader voor erfvergrotingen tot 2,5 ha (in het zoekgebied). Waarbij voor veehouderijen waar sprake is van toename van stikstofdepositie de beleidsregel ‘uitbreiding bedrijfserven van veehouderijen’ als toetsingskader gaat fungeren. Indien een veehouderij een grotere bedrijfskavel nodig heeft dan 2,5 ha valt het buiten de mogelijkheden van het bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen (D4100)’. Er is gemeentelijk beleid dat vergroting van agrarische bedrijfskavels van 2,5 naar 3,5 ha mogelijk maakt onder voorwaarden: het beleidskader ‘erfvergroting > 2,5 – 3,5 ha’ (vastgesteld door de gemeenteraad in januari 2015). Om een eenduidig kader te hebben voor zowel vergrotingen tot 2,5 ha als groter tot 3,5 ha is het belangrijk dat de voorwaarden uit de beleidsregel ‘uitbreiding bedrijfserven van veehouderijen’ ook van toepassing zijn op aanvragen voor uitbreiding van het erf met veehouderij op basis van het beleidskader ‘erfvergroting > 2,5 – 3,5 ha’ (januari 2015). Op deze manier sluiten beide regelingen op elkaar aan. Het beleidskader en de beleidsregel blijven aparte toetsingskaders/documenten, waarbij geldt dat met dit besluit de criteria uit de beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven van veehouderijen’ ook van toepassing worden op hetgeen het beleidskader regelt.

5.2

Kabinetsvoornemen aanpak Stikstof Op 10 juni 2022 is de Tweede Kamer door middel van 2 brieven geïnformeerd over de plannen van het kabinet om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak. Het streven van het kabinet is dat uiterlijk juli 2023 duidelijk is welke maatregelen noodzakelijk zijn om in 2030 (landelijk bezien) driekwart van de stikstofgevoelige Natura 2000gebieden op een gezond niveau te hebben. De provincies, dus ook Flevoland, zullen dit dan vastleggen in het eigen gebiedsplan dat gebaseerd is op de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering. Voor de regels uit het ontwerp-bestemmingsplan en de beleidsregel heeft dit geen directe invloed. Immers verwijst de beleidsregel dat voldaan moet zijn aan de Wet natuurbescherming. In deze wet zijn de kaders van het Programma Stikstofreductie en natuurverbetering 2022-2035 als onderdeel van het Nationaal programma Landelijk Gebied, geborgd, waar het Kabinet dus volgend jaar een besluit over neemt. Met andere woorden maakt het bestemmingsplan en beleidsregel qua stikstofproblematiek niet meer mogelijk dan dat de (toekomstig) landelijke en provinciale kaders voorschrijven.

Kanttekeningen, risico’s en alternatieven Kanttekeningen en (financiële) risico’s 4.1. Nog meer verlagen leges niet haalbaar. Eén van de doelen van dit bestemmingsplan met beleidsregel is lagere leges voor

erfvergrotingen ten opzichte van het huidige planologisch kader (bestemmingsplan ‘Buitengebied (9010)’). Deels wordt dit gehaald voor erfvergrotingen in het zoekgebied die binnenplans in het bestemmingsplan zijn geregeld. Voor erfvergrotingen voor veehouderijactiviteiten anders dan met interne saldering worden buitenplans geregeld, waarvoor de beleidsregel het toetsingskader is. De meest voor de hand liggende buitenplanse mogelijkheid is een uitgebreide omgevingsvergunning. Er is onderzocht of de leges voor deze mogelijkheid verlaagd kunnen worden. Echter een uitgebreide omgevingsvergunning bevat meer procedure stappen dan een binnenplanse afwijking. Daarnaast is een ruimtelijke onderbouwing onderdeel van de aanvraag, omdat op deze manier aangetoond kan worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een ruimtelijke onderbouwing moet beoordeeld worden waarmee tijd is gemoeid. In bijlage 2 van de beleidsregel zijn de eisen voor de ruimtelijke onderbouwing voor onderhavige aanvragen opgenomen. De bedoeling is om te volstaan met korte en bondige onderbouwingen. 4.2.

Het bestemmingsplan en de beleidsregel hebben een afhankelijkheid met elkaar. Als de beleidsregel niet wordt vastgesteld moet alsnog voor de aanvragen die hier onder vallen een afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen besluitvorming plaatsvinden. Hierdoor wordt het proces langer en de leges hoger.

Alternatieven / scenario’s 2.2. Het niet vaststellen van het bestemmingsplan en de beleidsregel. In deze situatie blijft het gedateerde bestemmingsplan ‘Buitengebied (9010)’ van toepassing. Voor uitbreidingen van het erf voor akkerbouwactiviteiten en veehouderijactiviteiten middels interne saldering in het zoekgebied blijven langere en duurdere procedures van toepassing. Terwijl juist het doel van dit reparatie plan met beleidsregel is dat de procedures voor erfvergroting korter en goedkoper worden. Participatie Onderhavig voorstel betreft voor het bestemmingsplan een onderdeel van een lopende procedure. In het voortraject zijn tijdens de inventarisatiefase alle eigenaren/gebruikers van de betreffende erven benaderd om te reageren op het concept bestemmingsplan. Ook zijn zij benaderd met het oog op de ter visie legging van het voorontwerp en het ontwerp bestemmingsplan. De ontwerp beleidsregel is juist ter inzage gelegd in het kader van participatie, zodat op dit document het ook mogelijk was een reactie te geven voor een ieder. Voor de ontvangen reacties en de beantwoording daarvan, wordt u verwezen naar de reactienota zienswijzen, bijlage 1 bij het raadsbesluit. Financiële gevolgen De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan en de beleidsregel komen ten laste van het hiervoor beschikbare budget (6.810.000 / 4.38.010). Duurzaamheid Niet van toepassing.

Communicatie en vervolgproces Communicatie naar buiten Het vaststellingsbesluit en het bestemmingsplan worden te zijner tijd gepubliceerd in de Flevopost, het Gemeenteblad en op www.ruimtelijkeplannen.nl. De indieners van een zienswijze wordt hiervan op de hoogte gebracht. Tevens wordt de beleidsregel gepubliceerd

in de FlevoPost en het Gemeenteblad. Vervolgproces

Na vaststelling ligt het bestemmingsplan zes weken ter inzage om eventueel beroep en/of voorlopige voorziening in te stellen bij de Raad van State. Tegen dit besluit kan door een ieder beroep worden ingediend, tenzij men geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit heeft ingediend én tevens geen belanghebbende is bij het besluit. De beleidsregel wordt alleen gepubliceerd. Hierop is geen beroep mogelijk. Het besluit van de gemeenteraad treedt in werking na het aflopen van de beroepstermijn. Wanneer tijdens de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Raad van State, is inwerkingtreding van het besluit afhankelijk van de beslissing over de voorlopige voorziening. Evaluatie Niet van toepassing. Samenhang met regio en andere beleidsdoelen Dit voorstel past in de landelijke en regionale doelstelling ten aanzien van de huidige stikstofproblematiek. Het heeft een samenhang met de Wet natuurbescherming in relatie tot de stikstofproblematiek. Het bestemmingsplan moet voldoen aan de Wet natuurbescherming. Binnen deze context wordt er ruimte geboden voor ontwikkeling van agrarische bedrijven (met uitstoot van stikstofdepositie). Daarbij geldt dat de individuele agrariër moet voldoen aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming bij uitbreidingen van het bedrijf, zoals het verkrijgen van een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming.

Dit komt naar voren in de beleidsregel. Bevoegdheid gemeenteraad - De raad is bevoegd om over dit voorstel een besluit te nemen op grond van artikel 3.8, lid 1 sub d van de Wet ruimtelijke ordening. - De raad is bevoegd om categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen hoeft te worden aangevraagd bij een uitgebreide omgevingsvergunning. De raad heeft een lijst met dergelijke categorieën vastgesteld (26 september 2013). Door vaststelling van deze beleidsregel door de raad vallen aanvragen omgevingsvergunning waarvoor de uitgebreide omgevingsvergunning van toepassing is onder de al door de raad vastgestelde lijst waarvoor geen vvgb nodig is (artikel 1.1 van de lijst). Bijlagen Bijlage(n) bij dit voorstel:

1. Bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen (D4100)’ (doc.nr: 180978) 2. Beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’ (doc.nr 179767) De Secretaris,

De Burgemeester,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1003/documents/1951