CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

d1881a61-6ac8-4c76-9a36-024de2aafbbc.pdf

Oordeelsvormende vergadering 11 oktober 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 8.e: AKKOORD Raadsvoorstel Wijziging APV i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet16.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid opleggen. Als de burgemeester een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen en/of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

Hoofdstuk 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE e.d. Afdeling 1. Begripsbepalingen

Artikel 3:1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; f.

exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen; g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf; h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee; 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening; 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:3 Nadere regels Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.

Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke Artikel 3:4 Seksinrichtingen 1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; en c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. 3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder 1. De exploitant en de beheerder: a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en c. heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet: a. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c.

binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: - bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen; - de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; - de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; - de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a.

bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5. De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3:6 Sluitingstijden 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 uur en 06.00 uur. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor

een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. 4. Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.

Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 1. Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. 2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3:9 Straatprostitutie 1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken: a. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden; b. gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden. 2. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 3. Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 4. De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste lid. 5. De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 6.

Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.

Artikel 3:10 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen

gebieden of delen van de gemeente.

Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woonen leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden Artikel 3:12 Beslistermijn 1. In afwijking van artikel 1:2 lid 1 neemt het bevoegd bestuursorgaan het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2. In afwijking van artikel 1:2 lid 2 kan het bevoegd bestuursorgaan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. 2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. het woon- en leefklimaat; d. de veiligheid van personen of goederen; e. de verkeersveiligheid of verkeersveiligheid; f. de gezondheid of zedelijkheid; g. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant, de

exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 3:15 Wijziging beheer 1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

Afdeling 5. Overgangsbepaling Artikel 3:16 Overgangsbepaling 1. Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet van toepassing: a. gedurende acht weken na het in werking treden daarvan; b. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd bestuursorgaan een besluit is genomen. 2. Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde voorzieningen.

Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting Artikel 4:1 Definities [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten [vervallen, opgenomen in artikel 2:25 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten [vervallen, opgenomen in artikel 2:26 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten

[vervallen]

Artikel 4:5 Onversterkte muziek [vervallen, opgenomen in artikel 2:27 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:6 Overige geluidhinder [vervallen, opgenomen in artikel 2:28 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht [vervallen, opgenomen in artikel 2:29 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren [vervallen, opgenomen in artikel 2:30 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. [vervallen, opgenomen in artikel 2:31 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 Straatvegen [vervallen, opgenomen in artikel 2:32 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is eenieder verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen [vervallen, opgenomen in artikel 2:33 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:9a Oplaten van ballonnen [vervallen, opgenomen in artikel 2:34 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Begripsbepalingen [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden [vervallen, opgenomen in artikel 2:35 van de Verordening fysieke leefomgeving en Bijlage 1 behorende bij de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege [vervallen]

Artikel 4:12a Afstand beplanting [vervallen, opgenomen in artikel 2:36 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. [vervallen, opgenomen in artikel 2:37 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [vervallen]

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame [vervallen, opgenomen in artikel 2:38 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:16 Vergunningsplicht (licht)reclame / verwijsborden [vervallen]

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Begripsbepaling [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen [vervallen, opgenomen in artikel 2:40 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen [vervallen, opgenomen in artikel 2:41 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen

Artikel 5:1 Begripsbepalingen [vervallen]

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. [vervallen, opgenomen in artikel 2:42 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:43 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:4 Defecte voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:44 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:5 Voertuigwrakken [vervallen, opgenomen in artikel 2:45 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. [vervallen, opgenomen in artikel 2:46 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:47 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:48 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:49 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan [vervallen, opgenomen in artikel 2:50 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:51 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:12 Overlast van voertuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:52 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen [vervallen, opgenomen in artikel 2:53 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 1:2 onder v van de Verordening fysieke leefomgeving (snuffelmarkt); c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 1:2 onder w van de Verordening fysieke leefomgeving (standplaatsen|).

Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 19.00 en 08.00 uur. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 1. Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet . 2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting bedoeld in het eerste lid beperken door het venten te verbieden: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen; of b. voor bepaalde dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede lid. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:17 Begripsbepaling [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden [vervallen, opgenomen in artikel 2:54 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende [vervallen, opgenomen in artikel 2:55 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen [vervallen, opgenomen in artikel 2:56 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 5. Snuffelmarkten Artikel 5:22 Definitie [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt [gereserveerd]

Afdeling 6. Openbaar water Artikel 5:23a Begripsomschrijvingen [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water [vervallen, opgenomen in artikel 2:57 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen [vervallen, opgenomen in artikel 2:58 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats [vervallen]

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats [vervallen, opgenomen in artikel 2:59 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:27a Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel van stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbinden van een vaartuig [vervallen, opgenomen in artikel 2:60 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken [vervallen, opgenomen in artikel 2:61 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening Flevoland.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:32 Crossterreinen [vervallen, opgenomen in artikel 2:62 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden [vervallen, opgenomen in artikel 2:63 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken [vervallen, opgenomen in artikel 2:64 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Afdeling 9. Verstrooiing van as

Artikel 5:35 Begripsbepaling [vervallen, opgenomen in artikel 1:2 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:36 Verboden plaatsen [vervallen, opgenomen in artikel 2:65 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Artikel 5:37 Hinder of overlast [vervallen, opgenomen in artikel 2:66 van de Verordening fysieke leefomgeving]

Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:1, 2:6, 2:14, 2:16 tot en met 2:18, 2:23, 2:25, 2:26, 2:28 tot en met 2:33, 2:36, 2:38, 2:39, 2:41, 2:44, 2:47 tot en met 2:50, 2:59 tot en met 2:59a, 2:62, 2:73 tot en met 2:74a, 3:4, 3:6 tot en met 3:11, 3:14, 3:15, 4:8, 5:15, 5:23, 5:29 tot en met 5:31 alsmede de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de opsporingsambtenaren en aangewezen toezichthouders. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De Algemene plaatselijke verordening 2016 (laatstelijk gewijzigd, inclusief titel, op 7 juli 2022), wordt ingetrokken per 1 januari 2024. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het

moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. In afwijking van bovenstaande worden alle eerder verleende inzamelvergunningen conform artikel 5:13 ingetrokken bij het in werking treden van deze verordening.

Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Dronten 2024.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dronten, gehouden op [invullen door griffie].

De griffier,

De voorzitter,

E.M. Geldorp

drs. J.P. Gebben

Bijlage 1; Waardevolle particuliere bomen 2016 [Vervallen, opgenomen als Bijlage 1 bij de Verordening fysieke leefomgeving]

Bijlage 2; Overzicht Lex Silencio Positivo (LSP; van rechtswege verleende vergunning) Art.

Titel

Dronten

2:1

Samenscholing en ongeregeldheden

2:6

Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen V

2:9

Straatartiest e.d.

V

2:22

Objecten onder hoogspanningslijn (gereserveerd)

n.v.t.

2:25

Evenement

X

2:28

Exploitatie openbare inrichting

X

2:29

Sluitingstijd

X

2:39

Speelgelegenheden

X

2:67

Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister

V

2:72

Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

X

3:4

Seksinrichtingen

X

4:12

Vergunning van rechtswege (gereserveerd)

n.v.t.

5:16

Ventverbod/ Vrijheid van meningsuiting

V

V

LSP van toepassing

X

LSP niet van toepassing

Toelichting

X

Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Als niet-commerciële organisatie in de zin van dit artikel worden aangemerkt: -

(lokale) politieke partijen; Goede doelen; goede doelen met CBF keurmerk of lokaal goed gekeurde goede doelen.

De gebieden waarvoor dit artikel geldt zullen door het college aangewezen in het uitvoeringsbesluit behorend bij de Apv. Bij het verspreiden en aanbieden van gedrukte of geschreven stukken op andermans terrein, tijdens evenementen en markten moet rekening worden gehouden dat toestemming dient te worden gevraagd aan respectievelijk de eigenaar, organisator dan wel de marktmeester. Commerciële organisaties dienen op grond van dit artikel een ontheffing aan te vragen voor het aanbieden van gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. Verspreidingsgebied Niet in alle gevallen zal bij het verspreiden of aanbieden van gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen sprake zijn van een vast punt van waaruit stukken of afbeeldingen worden verspreid of aangeboden. Dit kan ook al lopen of op een andere manier voortbewegend in een bepaald gebeid worden gedaan. Hierom is gekozen het woord “verspreidingsgebied” te hanteren. Dit betekent bij een vast verspreidingspunt dat weggegooide geschreven of gedrukte stukken dan wel afbeelding binnen een straal van 50 meter rondom dit punt opgeruimd dienen te worden door de organisator.

Is er geen vast punt maar een gebeid waarin stukken of afbeeldingen worden verspreid dan wel aangeboden dan betekent het dat aangeboden stukken of afbeeldingen die zijn weggegooid in een straal van 50 meter rondom dat gebied dienen te worden opgeruimd door de organisator. Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden In gevaarlijke situaties (olie, vet e.d.) geldt dat de weg meteen gereinigd dient te worden om verspreiding te voorkomen. Dit geldt met name op bedrijfsterreinen. Is er niet direct sprake van gevaar dan dient aan het einde van de werkzaamheden (in ieder geval aan het einde van de dag) het wegdek gereinigd te worden. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn Het niet toestaan van objecten onder hoogspanningslijnen (onder andere van belang voor de brandweer) kan op twee manieren geregeld worden hetzij in de APV, hetzij via het bestemmingsplan. De gemeente Dronten heeft dit geregeld via de verschillende bestemmingsplannen. Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf Dit artikel dient niet te worden verward met artikel 2:10 lid 3 aanhef en onder b namelijk een exploitatievergunning voor het exploiteren van een terras. Dit artikel heeft een ander doel.

Artikel 2:10 ziet op het gebruik van een stuk openbare ruimte voor een beperkend doel, namelijk als terras. Het doel van de exploitatievergunning is het bevorderen van de openbare orde en veiligheid. Daarvoor kan een onderzoek in het kader van de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het

openbaar bestuur) worden geëist. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Voor paracommerciële horeca instellingen gelden in Dronten de sluitingstijden zoals genoemd in art. 2:29 van de Apv. Voor de commerciële horeca gelden in beginsel geen sluitingstijden. Het kan echter in sommige gevallen wel nodig zijn om tijdelijk sluitingstijden of sluiting van een horeca instelling op te leggen. Door het begrip “openbare inrichtingen” te hanteren in dit artikel,waar zowel commerciële als wel paracommerciële horeca onder vallen, is het expliciet bedoeld en mogelijk om tijdelijke sluitingstijden in te kunnen stellen voor commerciële horeca inrichtingen en paracommerciële inrichtingen. Artikel 2:65 Bedelarij Omdat in 2000 de strafbaarstelling van bedelarij uit het Wetboek van Strafrecht (voormalig artikel 432) is verdwenen, kan de politie hiertegen niet of nauwelijks meer optreden. Bij de opheffing van de strafbaarstelling heeft de wetgever echter expliciet de mogelijkheid opengehouden om op basis van de gemeentelijke autonomie zo nodig een regeling ter zake van bedelarij in het leven te roepen, indien dit gedrag de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren. In 2006 is daarom in de model-APV bovenstaand artikel opgenomen dat beoogt bedelarij tegen te gaan. Op grond van dit artikel kan het college gebieden aanwijzen waar een bedelverbod geldt.

Wanneer er naar het oordeel van het college een overlast gevende situatie in een bepaald gebied ontstaat, kan het dus een verbod instellen. Overigens valt het spelen van straatmuziek en vervolgens vragen om een geldelijke bijdrage aan toehoorders en passanten niet onder dit bedelverbod, maar onder de regeling van artikel 2:9. Ook de verkoop van daklozenkranten valt niet onder dit verbod. Deze kan immers niet verbonden worden aan een vergunning vanwege strijd met de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet. Medio 2016 zijn er geen gebieden aangewezen op grond van artikel 2:65 omdat er geen sprake is van overlast door bedelen. Mocht er overlast ontstaan, kan het college gebieden aanwijzen. Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht Onder d Bij een regeling tot effectieve helingbestrijding mag een bepaling betreffende de vervreemding van door opkoop verkregen goederen niet ontbreken. Artikel 2:68, onder d, voorziet hierin. De bepaling sluit nauw aan op hetgeen bepaald in artikel 437, eerste lid, onder d en f, WvSr. Daar is de handelaar et cetera die in strijd met een schriftelijke last van de burgemeester (of een vanwege hem gegeven last) bepaalde goederen vervreemdt, of niet in bewaring geeft, of die niet voldoet aan de daarbij gegeven aanwijzingen, strafbaar gesteld.

In onderdeel d is gekozen voor een termijn van zeven dagen, zodat de bedrijfsvoering van de handelaren niet al te zeer wordt belemmerd en er voldoende tijd is voor de politie om eventueel onderzoek te doen. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Sommige druggebruikers gebruiken hun (hard) drugs - of treffen daartoe voorbereidingen - in het openbaar. Dit veroorzaakt veel gevoelens van onbehagen en onveiligheid bij het publiek. Op basis van dit artikel kan de politie overgaan tot aanhouding van de betrokken gebruikers, het opleggen van HALT straffen aan jeugdigen of deze van bepaalde - bij hen favoriete - plekken wegsturen. Ook kan de politie de voorwerpen waarmee de overtreding wordt gepleegd (hulpmiddelen, drugs) strafrechtelijk

in beslag nemen. In het kader van de hulpverlening komt het voor, dat ook "veldwerkers" van de GGD of van andere hulpverlenende instanties op de weg in het bezit zijn van voorwerpen of stoffen, die worden gehanteerd bij drugsgebruik. Deze veldwerkers vallen desondanks niet onder deze strafbepaling, omdat zij deze voorwerpen of stoffen "ambtshalve" bij zich hebben en daarmee geen overlast veroorzaken. Het in dit artikel gestelde verbod is in beginsel gerelateerd aan het (openlijk) gebruik van drugs en richt zich dus tot de druggebruikers. Dat het artikel alleen ziet op het gebruik van drugs heeft ook te maken met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2011 [zaaknummer 201009884/1/H3]. Voor een gemeentelijke verbodsbepaling is volgens de Afdeling geen ruimte, indien deze handelingen reeds verboden zijn op grond van artikel 3, aanhef en onder c, van de Opiumwet, en strafbaar gesteld op grond van artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet. Op grond van de huidige redactie van artikel 2:74a bestaat er geen overlap bestaat met de artikel 2 en 3 van de Opiumwet. En dergelijke strafbepaling in de APV is gerechtvaardigd en niet in strijd met bovengenoemde uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, nu het artikel enkel ziet op het gebruik van drugs.

Daarbij heeft de Hoge Raad ten aanzien van dit specifieke artikel geoordeeld dat deze de verordende bevoegdheid van de gemeente raad niet te buiten gaat. (HR, 13/10/2015, ECLI:NL:PHR:2015:706). Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Ultimum remidium Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Het tweede lid regelt dat het instrument van de bestuursdwang (voor de goede orde, dat impliceert dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen zal de burgemeester dus moeten motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Het meest overtuigend zou zijn als uit het dossier blijkt dat andere instrumenten als buurtbemiddeling al zijn geprobeerd zonder het gewenste resultaat. Het ulitimum remediumkarakter geldt in nog sterkere mate als er sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat.

Eerste lid Dit lid is geformuleerd als een zorgplichtbepaling. een bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder kan ook de verhuurder worden aangesproken. Tweede lid Als last onder bestuursdwang of dwangsom kan de burgemeester gedragsaanwijzingen opleggen aan de overtreder. Het tweede lid schrijft ook oor dat de burgemeester in beleidsregels vastlegt hoe hij of zij invulling geeft aan deze bevoegdheid. ***

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Begripsbepalingen Artikel 1:2 Beslistermijn Artikel 1:3 Indiening aanvraag Artikel 1:3a Melding Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:7 Termijnen Artikel 1:8 Weigeringsgronden Artikel 1:9 Toonplicht Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE AFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden AFDELING 2. BETOGING Artikel 2:2 Optochten Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare wegen Artikel 2:4 Afwijking termijn Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens AFDELING 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen AFDELING 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. Artikel 2:8 Dienstverlening Artikel 2:9 Straatartiest e.d. AFDELING 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG Artikel 2:10 Voorwerpen op, boven, in of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie

ervan (VERVALLEN) Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (VERVALLEN) Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg (VERVALLEN)AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden Artikel 2:14 Winkelwagentjes Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp (VERVALLEN)Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:20 Vallende voorwerpen Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (VERVALLEN)Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs AFDELING 7. EVENEMENTEN Artikel 2:24 Begripsbepaling Artikel 2:25 Evenement Artikel 2:26 Ordeverstoring AFDELING 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN Artikel 2:27 Begripsbepalingen Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting Artikel 2:29 Sluitingstijd Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Artikel 2:31 Verboden gedragingen Artikel 2:32 Handel in openbare inrichting Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan AFDELING 8A BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE

DRANK- EN HORECAWET Artikel 2:34a schenktijden paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34b bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34c, d, e Artikel 2:34f verbod happy hours Artikel 2:34g Verbod verstrekking sterke drank paracommerciële rechtspersoon AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF Artikel 2:35 Begripsbepaling Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Artikel 2:37 Nachtregister Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN Artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:40 Kansspelautomaten AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:42 Plakken en kladden (VERVALLEN) Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. (VERVALLEN)Artikel 2:44 Vervoer inbrekers/diefstal werktuigen Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. (VERVALLEN) Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (VERVALLEN)Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Verboden drankgebruik en glasoverlast Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. (VERVALLEN) Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. (VERVALLEN)Artikel 2:53 Bespieden van personen Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur

Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren Artikel 2:56 Alarminstallaties Artikel 2:57 Loslopende honden en verboden plaatsen (VERVALLEN) Artikel 2:58 Verontreiniging door honden (VERVALLEN)Artikel 2:58a Verontreiniging door paarden Artikel 2:59 Gevaarlijke honden Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren (VERVALLEN)Artikel 2:61 Wilde dieren Artikel 2:62 Loslopend vee (VERVALLEN) Artikel 2:63 Duiven (VERVALLEN) Artikel 2:64 Bijen (VERVALLEN) Artikel 2:65 Bedelarij AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN Artikel 2:66 Begripsbepaling Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven AFDELING 13. VUURWERK Artikel 2:71 Begripsbepaling Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen. Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Artikel 2:73a Carbidschieten Artikel 2:73b Carbidbussen meevoeren AFDELING 14. DRUGSOVERLAST Artikel 2:74 Drugshandel op straat Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, PREVENTIEF FOUILLEREN, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN, CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN EN GEBIEDSONTZEGGING

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Artikel 2:76 Preventief fouilleren / Veiligheidsrisicogebieden Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare wegen Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 3:1 Begripsbepalingen Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan Artikel 3:3 Nadere regels AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN DERGELIJKE Artikel 3:4 Seksinrichtingen Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder Artikel 3:6 Sluitingstijden Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Artikel 3:9 Straatprostitutie Artikel 3:10 Sekswinkels Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN Artikel 3:12 Beslistermijn Artikel 3:13 Weigeringsgronden AFDELING 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie Artikel 3:15 Wijziging beheer AFDELING 5. OVERGANGSBEPALING Artikel 3:16 Overgangsbepaling HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE

AFDELING 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING Artikel 4:1 Begripsbepalingen (VERVALLEN) Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten (VERVALLEN) Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten (VERVALLEN)Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten (VERVALLEN) Artikel 4:5 Onversterkte muziek (VERVALLEN) Artikel 4:6 Overige geluidhinder (VERVALLEN) Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht (VERVALLEN) Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren (VERVALLEN) Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. (VERVALLEN)AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING Artikel 4:7 Straatvegen (VERVALLEN)Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen (VERVALLEN)AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN Artikel 4:10 Begripsbepalingen (VERVALLEN) Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden (VERVALLEN)Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege (VERVALLEN) Artikel 4:12a Afstand beplanting (VERVALLEN)AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. (VERVALLEN)Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen (VERVALLEN) Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame (VERVALLEN) Artikel 4:16 Vergunningsplicht (licht)reclame / verwijsborden (VERVALLEN)AFDELING 5.

KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN Artikel 4:17 Begripsbepaling (VERVALLEN) Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen (VERVALLEN) Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen (VERVALLEN)HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN Artikel 5:1 Begripsbepalingen (VERVALLEN) Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (VERVALLEN) Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen (VERVALLEN)

Artikel 5:4 Defecte voertuigen (VERVALLEN) Artikel 5:5 Voertuigwrakken (VERVALLEN) Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. (VERVALLEN) Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen (VERVALLEN) Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen (VERVALLEN) Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen (VERVALLEN) Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen (VERVALLEN) Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen (VERVALLEN) Artikel 5:12 Overlast van voertuigen (VERVALLEN)AFDELING 2. COLLECTEREN Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen (VERVALLEN)AFDELING 3. VENTEN Artikel 5:14 Begripsbepaling (VERVALLEN) Artikel 5:15 Ventverbod (VERVALLEN)Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Begripsbepaling (VERVALLEN) Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (VERVALLEN) Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende (VERVALLEN) Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen (VERVALLEN)AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 Begripsbepaling (VERVALLEN)Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt (GERESERVEERD) AFDELING 6.

OPENBAAR WATER Artikel 5:23a Begripsomschrijvingen (VERVALLEN) Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water (VERVALLEN) Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (VERVALLEN)Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats (VERVALLEN) Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats (VERVALLEN) Artikel 5:27a Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel van stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbinden van een vaartuig (VERVALLEN) Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (VERVALLEN)Artikel 5:29 Reddingsmiddelen

Artikel 5:30 Veiligheid op het water Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN Artikel 5:32 Crossterreinen (VERVALLEN) Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden (VERVALLEN)AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken (VERVALLEN)AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS Artikel 5:35 Begripsbepaling (VERVALLEN) Artikel 5:36 Verboden plaatsen (VERVALLEN) Artikel 5:37 Hinder of overlast (VERVALLEN)HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling Artike l 6:2 Toezichthouders Artikel 6:3 Binnentreden woningen Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening Artikel 6:5 Overgangsbepaling Artikel 6:6 Citeertitel BIJLAGE 1; Waardevolle particuliere bomen 2016 (VERVALLEN) BIJLAGE 2; OVERZICHT LEX SILENCIO POSITIVO TOELICHTING

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/651/documents/7523