CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

c66246b1-e480-4fb1-933a-df42a2f518ee.pdf

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 7.g: AKKOORD Raadsvoorstel Stichting Windfondsen Dronten8.227 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- 1-

Notariskantoor Megchelsen & Haksteen tel. 0525- 681258

ONTWERP Indien er onjuistheden voorkomen in Uw personalia of elders in de tekst gelieve U tijdig voor het passeren van de akte contact op te nemen

zaaknummer: 19702

AKTE VAN OPRICHTING STICHTING WINDFONDSEN DRONTEN d.d. 30-01-2023, r versie Op * februari tweeduizend drieentwintig, verscheen voor mij, Mr. Gerardus Megchelsen, notaris te Elburg: handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: publiekrechtelijk rechtspersoon: "Gemeente Dronten", statutair gevestigd te Dronten, kantoorhoudende te 8251 ER Dronten, De Rede 1 (postadres: Postbus 100, 8250 AC Dronten), ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 32165460, hierna te noemen: 'de oprichter'. VOLMACHT De volmacht is aan deze akte vastgemaakt. De verschenen persoon, handelende als gemeld, verklaarde: De oprichter richt bij deze akte een stichting op en stelt daarvoor de volgende statuten vast.

STATUTEN Definities Onder de navolgende begrippen wordt in deze statuten verstaan: anterieure overeenkomsten: de door de gemeente met de initiatiefnemers van de Windplannen Blauw en Groen gesloten overeenkomsten ter uitvoering van het regioplan Windenergie; bestedingsdoel GGB: het doel waaraan de stichting de GGB moet besteden volgens de toepasselijke anterieure overeenkomst en het regioplan Windenergie, te weten: in algemene zin: het verbeteren van de leefomgeving van inwoners binnen de projectgebieden en de aanliggende kernen als tegenprestatie voor de veranderingen in de leefomgeving ten gevolge van de windparken en deels om de samenleving mee te laten profiteren van de windmolens, waarbij er met name op wordt gelet dat inwoners die hinder kunnen ondervinden van de nieuwe windmolens het meest ervaren dat dankzij de GGB hun leefomgeving verbetert; en meer specifiek:

-2-

voor wat betreft het Windplan Blauw: maatregelen en projecten die tot doel hebben het verbeteren van de leefbaarheid en het landschap ten behoeve van bewoners in het Projectgebied Blauw en de aanliggende woonkernen en/of bijdragen aan het --behalen van klimaatdoelstellingen en de energietransitie; voor wat betreft het Windplan Groen: maatregelen en projecten die tot doel hebben het verbeteren van de leefbaarheid en de leefomgeving ten behoeve van bewoners in het Projectgebied Groen en de aanliggende woonkernen en/of bijdragen aan het behalen van klimaatdoelstellingen en de energietransitie; gemeente: de gemeente Dronten; GGB: de door de initiatiefnemers van de Windplannen Blauw en Groen aan de stichting te betalen financiele bijdrage, waarvan de hoogte afhankelijk is van de capaciteit van het betreffende Windplan tot het opwekken van elektriciteit, welke bijdrage wordt voldaan gedurende de exploitatieperiode van vijf en twintig (25) jaar; initiatiefnemers Windplan Blauw: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: SwifterwinT B.V., met adres: De Maalstroom 2 te 8255 RW Swifterbant, ingeschreven in het handelsregister onder dossiernummer 68996772 of haar rechtsopvolger(s) en de naamloze vennootschap: Vattenfall N.V., met adres: Hoekenrode 8 te 1102 BR Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister onder dossiernummer 33292246 of haar rechtsopvolger(s); Vattenfall

N.V. zal naar verwachting binnenkort worden opgevolgd door Vattenfall IJsselmeer B.V., met adres: Hoekenrode 8 te 1102 BR Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister onder dossiernummer 84482648; initiatiefnemer Windplan Groen: de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: Windkoepel Groen, met adres: De Morinel 35 te 8251 HT Dronten, ingeschreven in het handelsregister onder dossiernummer 65049594 of haar rechtsopvolger(s); initiatiefnemers: initiatiefnemers Windplan Blauw en Windplan Groen; initiatiefnemer: de initiatiefnemers van Windplan Blauw tezamen respectievelijk de initiatiefnemer van Windplan Groen; kaders: het toepasselijke regioplan Windenergie, de door de gemeente Dronten met de betreffende initiatiefnemer(s) gesloten anterieure overeenkomsten, het Beleidsplan Windfondsen van de gemeente Dronten en de initiatiefnemers, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Dronten in september tweeduizend een en twintig en door de initiatiefnemers in juni tweeduizend een en twintig; kemen: de dorpskernen van de gemeente Dronten, te weten Biddinghuizen, Dronten en Swifterbant en het buurtschap Ketelhaven; projectgebied Windplan Blauw: voorzover dit is gelegen in de gemeente Dronten', het gebied dat wordt begrensd door het IJsselmeer aan de noordwestzijde, het Ketelmeer in het noorden en de bebouwde kom van Ketelhaven in het noordoosten, de Colijnweg en de bebouwde kom van

Dronten aan de oost- en zuidoostzijde en de Hanzespoorlijn, deels in combinatie met de autoweg N307, in het zuiden en door de autosnelweg A6 vanaf het knooppunt met de Hanzesppoorlijn tot voorbij de Maximacentrale aan de westzijde; projectgebied Windplan Groen: het gebied dat wordt begrensd door het Ketelmeer in het noorden, de randmeren (Vossemeer, Drontermeer en Veluwemeer) in het oosten en zuidoosten, het Harderbos en de Gooiseweg in het zuiden, de Knardijk in het

-3-

zuidwesten, de Meeuwenweg, het Larserbos en de Rietweg in het westen en de bebouwde kom van Dronten en de Colijnweg in het noordwesten; regioplan Windenergie: het Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, zoals gewijzigd vastgesteld door Provinciale Staten van Flevoland (met amendementen) op dertien juli tweeduizend zestien, NL.IMRO.9924.SVRegioplanwind-VA01; stichting: de stichting: Stichting Windfondsen Dronten; Windfondsen: de Windfondsen Blauw en Groen; Windfonds Blauw: het vermogen van de stichting dat wordt gevormd door de GGB voorWindplan Blauw alsmede de vruchten en voordelen daarvan en hetgeen daarvoor in de plaats komt, welk fonds afzonderlijk door de stichting wordt geadministreerd en exclusief is bedoeld om te worden besteed aan het doel van dit fonds; Windfonds Groen: het vermogen van de stichting dat wordt gevormd door de GGB voor Windplan Groen alsmede de vruchten en voordelen daarvan en hetgeen daarvoor in de plaats komt, welk fonds afzonderlijk door de stichting wordt geadministreerd en exclusief is bedoeld om te worden besteed aan het doel van dit fonds; Windplan Blauw: het in het Projectgebied Windplan Blauw te ontwikkelen windmolenpark voor de opwekking van elektriciteit; Windplan Groen: het in het Projectgebied Windplan Groen te ontwikkelen windmolenpark voor de opwekking van elektriciteit. Artikel 1 - Naam, zetel en organen 1.

De naam van de stichting is: Stichting Windfondsen Dronten. 2. De stichting is gevestigd in de gemeente Dronten. 3. De stichting heeft de volgende organen: het bestuur; de raad van toezicht; de dorpskernadviesraden. Artikel 2 - Doel 1. De stichting heeft als doel het met inachtneming van haar statuten en reglementen en de kaders en afspraken van het Beleidsplan Windfonsen beheren en besteden van de middelen van de Windfondsen, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deed uitmaken van organen van de stichting. De onder de definities omschreven doelen van de Windfondsen vormen tezamen genomen het doel van de stichting. 2. De stichting beoogt het algemeen nut. 3. De stichting heeft geen winstoogmerk. 4. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door: het geven van uitvoering aan het besteden van de jaarlijkse Gebiedsgebonden Bijdrage van Windplan Groen en Windplan Blauw. Daarbij financiert de stichting activiteiten en projecten die aangedragen worden vanuit inwoners (particulieren) en maatschappelijke organisaties en worden uitgevoerd binnen het werkveld. Activiteiten en projecten die tot overheidstaken behoren, komen niet voor ondersteuning in aanmerking.

Wel kunnen er initiatieven worden ondersteund die in het verlengde liggen van projecten of activiteiten van de overheid en die

-4-

aanvullend of versterkend zijn. Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, schorsing, ontslag 1. a. Het bestuur van de stichting bestaat uit vijf natuurlijke personen. b. Het bestuur moet als volgt zijn samengesteld: een voorzitter die niet woonachtig mag zijn in de gemeente; de overige vier (4) bestuurders zijn woonachtig in de vier kernen van de gemeente. c. Een in een kern van de gemeente woonachtig bestuurslid defungeert zodra hij verhuist naar een andere kern. Als de voorzitter verhuist naar de gemeente defungeert hij op dat moment. d. Het bestuur dient divers van samenstelling te zijn voor wat betreft leeftijd, gender en achtergrond. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 2. De bestuurders worden benoemd door de raad van toezicht, waarbij de voorzitter van het bestuur in functie wordt benoemd. Het bestuur informeert de raad van toezicht zo spoedig mogelijk over het ontstaan -• van een vacature in het bestuur, behoudens in het geval dat de vacature is ontstaan door een ontslagbesluit van de raad van toezicht. De raad van toezicht draagt er op adequate wijze zorg voor dat via openbare publicaties in de gemeente belangstellenden in de gelegenheid worden gesteld zich beschikbaar te stellen voor de functie van gewoon lid van het bestuur. 3.& Het bestuur kiest uit zijn midden een secretaris en een penningmeester.

De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester kunnen niet worden gecombineerd zolang er tenminste drie bestuurders in functie zijn. De taakomschrijving van de bestuurders wordt, met inachtneming van hetgeen volgens deze statuten tot het takenpakket van de voorzitter, secretaris en penningmeester behoort, door het bestuur vastgesteld. 4. Een bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een bestuurder is een natuurlijk persoon; b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een bestuurder is geen lid van enig ander orgaan van de stichting en hij is gedurende een periode van vier (4) jaar voorafgaand aan zijn benoeming tot bestuurder geen lid geweest van de raad van toezicht; d. een bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting; e. een bestuurder mag geen familieband hebben met een andere bestuurder, een lid van de raad van toezicht of een van leden van de dorpskernadviesraden. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de derde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. Zodra een bestuurder een familieband krijgt als hiervoor onder e bedoeld, is hij verplicht dit terstond schriftelijk aan de raad van toezicht te melden.

De raad van toezicht stelt een profielschets op voor de samenstelling van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de bestuurders. Een gegadigde voor -

-5-

5.

6.

7.

8.

de functie van bestuurder dient in ieder geval: betrokken te zijn bij de kern van de gemeente waarin hij woonachtig is; een brede interesse te hebben; affiniteit te hebben met de doelstellingen van de Windfondsen; in staat te zijn om objectief en met inachtneming van de voorwaarden en criteria de voor financiering uit de Windfondsen aangemelde projecten te beoordelen; te beschikken over voldoende kennis en inzicht om financiele en planningstaken goed te kunnen uitvoeren; intrinsiek gemotiveerd te zijn om de eigen dorpskern overstijgende belangen mee te wegen en om kansen, groepen en belangen te (doen) verbinden met oog voor diverse groepen in de samenleving. Voordat een bestuurder wordt benoemd, onderzoekt de raad van toezicht het werkverleden, de integriteit, de kwaliteit en de geschiktheid van de bestuurder voorde functie. Ook onderzoekt de raad van toezicht of er belangentegenstellingen of nevenfuncties zijn die de bestuurder in het uitoefenen van zijn functie kunnen belemmeren en Iegt de uitkomsten van haar onderzoek vast. Bestuurders worden benoemd voor een periode van maximaal vier (4) jaar. Bestuurders treden of volgens een door de raad van toezicht op te maken rooster. -• Als een bestuurder zijn functie verliest voordat hij volgens het rooster aftreedt, neemt zijn opvolger op het rooster de plaats in van zijn voorganger.

Een volgens rooster aftredende bestuurder is eenmaal onmiddellijk herbenoembaar. De raad van toezicht kan bepalen dat een eerste benoemingsperiode niet in aanmerking wordt genomen bij de toepassing van de vorige zin als die periode twee (2) jaar is of korter dan twee (2) jaar. Een bestuurder die niet onmiddellijk herbenoembaar is, kan weer tot bestuurder worden benoemd als minimaal vier (4) jaar zijn verstreken na de laatste dag dat hij bestuurder was. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. De bestuurders ontvangen voorts een door de raad van toezicht vast te stellen vacatiegeld voor hun werkzaamheden. Deze vacatiegelden mogen niet bovenmatig zijn. Een bestuurder kan op verzoek van alle overige bestuurders, tenminste twee in getal, door de raad van toezicht worden geschorst. Na een schorsing wordt binnen vier weken een nieuwe vergadering van de raad van toezicht gehouden. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de betreffende bestuurder wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren.

De schorsing vervalt als geen besluit tot verlenging wordt genomen binnen de hiervoor vermelde termijn van vier weken of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag van de betreffende bestuurder is genomen. Een bestuurder verliest zijn functie: a. door zijn overlijden;

-6-

b.

door zijn faillissement, door het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling verkrijgt; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de raad van toezicht; f. door zijn ontslag door de rechtbank; g. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd; h. door een besluit van de raad van toezicht, waarmee wordt geconstateerd dat een bestuurder niet (meer) voldoet aan de eisen als vermeld in lid 4 van dit artikel, als de functie van de betreffende bestuurder niet eindigt op grond van enige hiervoor in dit artikellid vermelde grond. In dat geval eindigt de functie met ingang van de datum vermeld in het besluit van de raad van toezicht. 9. De raad van toezicht wijst een of meer personen aan, die tijdelijk met het bestuur zijn belast bij belet of ontstentenis van alle bestuurders. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeenzeventig uur door de stichting, de raad van toezicht of een medebestuurder geen contact met een bestuurder kan worden verkregen, met dien verstande dat de raad van toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is.

Artikel 4 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming 1. ledere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. 2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend. De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. 3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept. 4. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.

Een bestuurder kan niet meer dan een medebestuurder in de vergadering vertegenwoordigen. 6. Als het bestuur daartoe besluit, kunnen bestuurders hun vergaderrechten uitoefenen via een elektronisch communicatiemiddel.

-7-

De bestuurder die op deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet minimaal via het elektronisch communicatiemiddel: kunnen worden geIdentificeerd; rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen in de vergadering en in de vergadering het woord kunnen voeren; het stemrecht kunnen uitoefenen. Het bestuur kan verdere voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als verdere voorwaarden worden gesteld, worden deze bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt. De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig. 7. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder een stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drie/vijfde (3/5e) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij een stemming over de benoeming van personen, dan beslist het lot. 8.

Als voor het nemen van een besluit wordt vereist dat een bepaald aantal bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is en dit aantal niet bij de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd was, wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen • waarin het betreffende besluit opnieuw aan de orde wordt gesteld. Die vergadering moet worden gehouden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe vergadering kan het betreffende besluit dan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders, met ten minste de voor dat besluit voorgeschreven meerderheid van stemmen. 9. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan wordt het besluit genomen door de raad van toezicht Artikel 5 - Leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten vergadering 1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden. 3.

Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid -. daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de

-8-

vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden — nadat zij zijn vastgesteld — door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend. 5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als de vereiste meerderheid van de bestuurders zich voor het voorstel heeft verklaard. Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden Ieesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt. Van elk besluit dat buiten vergadering wordt genomen, wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering. Deze mededeling wordt in de notulen van die vergadering vermeld en de uitgebrachte stemmen worden bij deze notulen gevoegd. Artikel 6 - Bestuur: taken en bevoegdheden 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting onder toezicht van de raad -van toezicht.

ledere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling --van de hem opgedragen taak. Een bestuurder vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de stichting. Hij is integer en stelt zich toetsbaar op ten aanzien van zijn eigen functioneren. Hij verschaft de raad van toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hem uitgeoefende nevenfuncties. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het vermogen van elk van beide Windfondsen wordt in de administratie van de stichting en de daarvan deel uitmakende balans en staat van baten en lasten afzonderlijk geadministreerd en verantwoord. Dit geldt ook voor de inkomsten en uitgaven van een Windfonds, de baten daarvan en de besteding van zijn vermogen. Het vermogen van een Windfonds mag slechts worden besteed aan het doel van dat Windfonds.

Hierbij dienen de kaders en de daarvan onderdeel uitmakende methodiek voor de verdeling van de bestedingen over de kernen in acht te worden genomen. 4. De in enig kalenderjaar ten laste van de stichting komende algemene kosten worden omgeslagen over de Windfondsen naar evenredigheid van de door elk

-9-

Windfonds in dat jaar in totaal ontvangen GGB. Onder algemene kosten worden in dit verband verstaan kosten die in redelijkheid niet exclusief toerekenbaar zijn aan -een bepaald Windfonds. 5. Het bestuur zorgt er per Windfonds voor dat: er niet meer vermogen wordt aangehouden door de stichting dan nodig is voor de continuIteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van het doel van dat Windfonds; en de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van het Windfonds in redelijke verhouding staan tot de besteding ten behoeve van het doel van dat Windfonds. 6. Het bestuur zorgt ervoor dat de administratie van de stichting zodanig is ingericht, dat daaruit uitgesplitst per Windfonds de aard en omvang blijkt van: de onkostenvergoedingen en vacatiegelden die toekomen aan de afzonderlijke bestuurders; de kosten die zijn gemaakt voor de werving van gelden en voor het beheer van de stichting en de aard en omvang van andere uitgaven van de stichting; de inkomsten van de stichting; het vermogen van de stichting. 7. Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. 8.& Het bestuur is voor zijn functioneren verantwoording verschuldigd aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van zijn taak benodigde gegevens.

Het bestuur is verder verplicht de raad van toezicht alle gewenste inlichtingen te verschaffen en (een gedeelte van) de vergaderingen van de raad van toezicht bij te wonen als de raad van toezicht dit verlangt. 9. Het bestuur stelt een actieplan vast en actualiseert dit actieplan periodiek. Het actieplan geeft per Windfonds inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen en de besteding daarvan. 10. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten: a. tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, b. waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur kan aan derden worden tegengeworpen. 11. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard. 12. Een besluit van het bestuur tot: a. statutenwijziging; b. fusie; c. splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek; d. omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of e. ontbinding van de stichting; f. het toekennen van gelden ten laste van een Windfonds;

- 10 -

het vaststellen, wijzigen of intrekken van een reglement als bedoeld in artikel 13; h. het vaststellen of wijzigen van een actieplan; wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde (2/3e) van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drie/vijfde (3/5e) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. 13. Het bestuur heeft de goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor een besluit tot: statutenwijziging; a. b. fusie; c. splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek; d. omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of e. ontbinding van de stichting; als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 16. Artikel 7 - Bestuur: vertegenwoordiging 1. Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd: het gehele bestuur samen; twee gezamenlijk handelende bestuurders, van wie ten minste een moet zijn de voorzitter, de secretaris of de penningmeester. Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit een bestuurder bestaat. Als een handeling wordt verricht in strijd met het bepaalde in artikel 6 lid 10 kan de stichting daarbij niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd. 2.

Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht to vertegenwoordigen. Artikel 8 - Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, beloning, schorsing, ontslag 1. De stichting heeft een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit vijf (5) natuurlijke personen, die niet woonachtig zijn in de gemeente. 2. De gewone leden van de raad van toezicht worden benoemd door de volgende instanties: a. een lid door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; b. een lid door het bestuur van de initiatiefnemers van Windplan Blauw; c. een lid door het bestuur van de initiatiefnemer van Windplan Groen. De raad van toezicht benoemt de overige twee leden van de raad van toezicht, waarvan een in de functie van voorzitter van de raad van toezicht en een gewoon lid met een financieel profiel. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen drie maanden, voorzien door de instantie die het gedefungeerde lid van de raad van toezicht benoemde. 3. Een lid van de raad van toezicht moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een lid van de raad van toezicht is een natuurlijk persoon; g.

b. c.

een lid van de raad van toezicht heeft het vrije beheer over zijn vermogen; een lid van de raad van toezicht is geen bestuurder van de stichting en ook geen lid van enig ander orgaan van de stichting; d. een lid van de raad van toezicht is in de afgelopen vier (4) jaar geen bestuurder van de stichting geweest; e. een lid van de raad van toezicht is in de laatste vijf (5) jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting. Een lid van de raad van toezicht mag geen familieband hebben met een bestuurder, een ander lid van de raad van toezicht of een lid van een dorpskernadviesraad. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de derde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. 4. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier (4) jaar. Zij treden of volgens een door de raad van toezicht op te maken rooster. Als een lid van de raad van toezicht zijn functie verliest voordat hij volgens het rooster aftreedt, neemt zijn opvolger op het rooster de plaats in van zijn voorganger. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is eenmaal onmiddellijk herbenoembaar.

De raad van toezicht kan bepalen dat een eerste benoemingsperiode niet in aanmerking wordt genomen bij de toepassing van de vorige zin als die periode twee (2) jaar is of korter dan twee (2) jaar. Een lid van de raad van toezicht die niet onmiddellijk herbenoembaar is, kan weer -• tot lid van de raad van toezicht worden benoemd als minimaal vier (4) jaar zijn verstreken na de laatste dag dat hij lid van de raad van toezicht was. 5. De leden van de raad van toezicht kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. De raad van toezicht kan besluiten aan een of meer van zijn leden vacatiegelden toe te kennen als beloning. Deze vacatiegelden mogen niet bovenmatig zijn. 6. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst of ontslagen door de instantie die hem benoemde. Een lid van de raad van toezicht kan in ieder geval ook worden geschorst door de raad van toezicht. Na een schorsing van een lid van de raad van toezicht roept de voorzitter van de raad van toezicht een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of: a. het geschorste lid wordt ontslagen, als hij was benoemd door de raad van toezicht, of b.

wordt voorgedragen voor ontslag, als hij niet was benoemd door de raad van toezicht, in wel geval de schorsing wordt verlengd totdat op die voordracht is beslist. Een schorsing kan in elk geval in totaal nooit langer dan drie maanden duren. Voor een besluit tot schorsing, verlenging van de schorsing, ontslag of voordracht voor ontslag gelden extra vereisten, die zijn opgenomen in artikel 9 lid 3. Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier

-12-

weken, als de schorsing niet wordt verlengd of als na verloop van drie maanden ---geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing. 7. Een lid van de raad van toezicht verliest zijn functie: a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat aan hem surseance van betaling wordt verleend; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de daartoe bevoegde instantie; f. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd; g. door een besluit van de raad van toezicht, waarmee wordt geconstateerd dat een lid van de raad van toezicht niet (meer) voldoet aan de eisen als vermeld in lid 3 van dit artikel, als de functie van het betreffende lid van de raad van • toezicht niet eindigt op grond van enige hiervoor in dit artikellid vermelde grond. In dat geval eindigt de functie met ingang van de datum vermeld in het -• besluit van de raad van toezicht. 8. Een niet voltallige raad van toezicht behoudt zijn bevoegdheden.

Bij belet of ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht is een door de raad van toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan to wijzen persoon tijdelijk met het toezicht op het bestuur en de overige taken van de raad van toezicht belast. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeenzeventig uur door de stichting geen contact met een lid van de raad van toezicht kan worden verkregen, met dien verstande dat de raad van toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. Artikel 9 - Raad van toezicht: vergaderingen en besluitvorming 1. De raad van toezicht komt bijeen zodra uitvoering van aan de raad van toezicht opgedragen taken dat nodig maakt. De raad van toezicht komt minimaal eenmaal per jaar bijeen en vergadert daarnaast tenminste eenmaal per jaar tezamen met het bestuur. Verder komt de raad van toezicht bijeen zo vaak als ten minste een van zijn leden dat wenst.

De raad van toezicht bespreekt minimaal eenmaal per jaar: de realisatie van de statutaire doelstellingen van de stichting; de strategie van de stichting en de voornaamste risico's verbonden aan haar activiteiten; de uitkomsten van de beoordeling door het bestuur van de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen en eventuele significante wijzigingen daarin; zijn eigen functioneren, het functioneren van het bestuur, het functioneren van de dorpskernadviesraden en de relatie tussen de raad van toezicht en het bestuur. 2. Het bepaalde in de artikelen 4 en 5 met betrekking tot de vergadering en de

-13-

besluitvorming van het bestuur zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de raad van toezicht. 3. Een besluit van de raad van toezicht: tot schorsing, verlenging van schorsing, ontslag of voordracht tot ontslag van een bestuurder of van een lid van de raad van toezicht; inhoudende constatering dat een bestuurder niet meer voldoet aan de eisen vermeld in artikel 3 lid 4; constatering dat een lid van de raad van toezicht niet meer voldoet aan de eisen vermeld in artikel 8 lid 3; wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde (2/3e) van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drie/vijfde (3/5e) van de leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. De betreffende persoon wordt steeds in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in een vergadering waarin deze besluiten over hem besproken worden en hij kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan. Bij een besluit over een lid van de raad van toezicht wordt het betreffende lid van de raad van toezicht niet meegeteld wat betreft het aantal leden dat aanwezig moet zijn en het aantal leden dat benodigd is om het besluit te nemen. Een dergelijk besluit kan echter nooit genomen worden door een enkel lid van de raad van toezicht. 4.

Een besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van goedkeuring voor statutenwijziging, fusie, splitsing, omzetting of ontbinding als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 16 en het besluit tot het doen van een voorstel aan de raad van de gemeente als bedoeld in artikel 10 lid 3 wordt genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Een besluit van de raad van toezicht tot het doen van een voorstel aan de raad van de gemeente als bedoeld in artikel 10 lid 3 een besluit tot wijziging van deze bepaling van de statuten wordt pas van kracht nadat het door de initiatiefnemers is goedgekeurd. 5. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer de raad van toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, is het betreffende lid van de raad van toezicht toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming en is de raad van toezicht bevoegd om het besluit op deze wijze te nemen. De raad van toezicht legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen. Artikel 10 - Raad van toezicht: taken en bevoegdheden 1.

De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene -. gang van zaken in de stichting. De raad van toezicht heeft tot taak en is verantwoordelijk voor: het bewaken van het algemeen maatschappelijk belang van de organisatie van de stichting;

-14-

het bewaken van goed bestuur voor de besteding van de GGB's van de Windfondsen; het vaststellen, wijzigen of intrekken van een reglement als bedoeld in artikel 13; het benoemen, schorsen en ontslaan van bestuurders; het houden van toezicht op de realisatie van de statutaire doelstellingen van de stichting; systeemtoezicht op de strategie en de risico's verbonden aan de activiteiten van de stichting; systeemtoezicht op de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen; systeemtoezicht op de financiele versiaglegging; systeemtoezicht op de naleving van wet- en regelgeving; het indienen van een verzoek aan de raad van de gemeente tot wijziging van de kaders; het regelen van de eigen werkzaamheden, zoals samenstelling, kwaliteit en ---deskundigheidsbevordering. 2. De raad van toezicht staat het bestuur met advies terzijde. 3. De raad van toezicht is bevoegd een verzoek te doen aan de raad van de gemeente tot wijziging van de kaders. Als een op verzoek van de raad van toezicht aangebrachte wijziging van de kaders het noodzakelijk maakt de statuten daarop aan te passen, is het bestuur op verzoek van de raad van toezicht verplicht daartoe over te gaan. 4. Bij de uitoefening van hun task richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting.

De leden van de raad van toezicht oefenen hun functie onafhankelijk uit, zonder last of ruggespraak en zonder een deelbelang te laten prevaleren. Een lid van de raad van toezicht is integer en vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de stichting. Hij verschaft de raad van toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hem uitgeoefende nevenfuncties 5. De raad van toezicht heeft recht op alle voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens.De raad van toezicht heeft recht op inzage van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting. De raad van toezicht kan zich op kosten van de stichting in de uitoefening van zijn task doen bijstaan door een of meer deskundigen. 6. De raad van toezicht doet verslag van zijn werkzaamheden en het uitgeoefende toezicht. Dit verslag wordt aan de verslaggevingsstukken toegevoegd, als bedoeld -. in artikel 12. Artikel 11 - Dorpskernadviesraden 1. De stichting heeft de volgende dorpskernadviesraden: de adviesraad Biddinghuizen; de adviesraad Dronten; de adviesraad Ketelhaven; de adviesraad Swifterbant.

-15-

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8.

Elke dorpskernadviesraad bestaat uit vijf (5) leden en is samengesteld uit vertegenwoordigers van verenigingen, maatschappelijke organisaties, dorpsraden of inwoners die werkzaam of woonachtig zijn in de desbetreffende dorpskern, die vanuit het eigen dorpskernbelang en het algemeen maatschappelijk belang een bijdrage willen leveren aan het doel en de organisatie van de stichting. De dorpskernadviesraden zijn divers van samenstelling wat betreft leeftijd, gender en achtergrond. De dorpskernadviesraden hebben tot taak: a. het adviseren van het bestuur over de besteding van het vermogen van het betreffende Windfonds aan projecten; b. samenwerking met de andere dorpskernadviesraden van de stichting met het cog op projecten die de individuele dorpskernbelangen overstijgen en het vroegtijdig adresseren van overlap van projecten in de verschillende dorpskernen; c. het onderzoeken van belangstelling naar en draagvlak voor projecten in de eigen dorpskern en het tot dat doel bevorderen van samenwerking tussen inwoners en organisaties van de eigen dorpskern; d. het afleggen van verantwoording aan het bestuur. Een adviesbesluit van een dorpskernadviesraad als bedoeld onder a geldt als gekwalificeerd advies aan het bestuur. Het bestuur kan het adviesbesluit slechts schriftelijk gemotiveerd naast zich neerleggen.

Als het bestuur voornemens is het advies naast zich neer te leggen, stelt het de betreffende dorpskernadviesraad daarvan op de hoogte onder overlegging van de concept motivering daarvan. De dorpskernadviesraad kan van haar zienswijze over dit voornemen binnen drie weken na ontvangst van het concept schriftelijk kennisgeven aan het bestuur. Een tijdig ingebrachte zienswijze wordt in de definitieve motivering betrokken. Ook als het bestuur het advies opvolgt, dient zij haar besluit schriftelijk te motiveren. Het bepaalde in de artikelen 4 en 5 met betrekking tot de vergadering en de besluitvorming van het bestuur zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de dorpskernadviesraden. De leden van de dorpskernadviesraden worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur. Het bestuur benoemt de voorzitter van de dorpskernadviesraad in functie. Het bepaalde in artikel 3 lid 4 sub a en b, lid 5 en lid 8 is, met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Het bestuur draagt er op adequate wijze zorg voor dat via openbare publicaties in de betreffende dorpskern belangstellenden in de gelegenheid worden gesteld zich -. beschikbaar te stellen voor de functie van lid van de dorpskernadviesraad.

Gegadigden voor de functie van lid van een dorpskernadviesraad dienen zich in te zetten voor hun dorp, een relevant netwerk op te bouwen en te onderhouden, de Windfondsen onder de aandacht te brengen bij de inwoners van hun dorp via promotie en relevante netwerken en in staat te zijn het bestuur te adviseren vanuit het dorpskern- en het algemeen belang met oog voor verschillende groepen en individuen in de samenleving.

-16-

Artikel 12 - Boekjaar; versiaggeving 1. Het boekjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen. Het bestuur zendt deze stukken en een nadere toelichting daarop vexir het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn ter vaststelling aan de raad van toezicht. Het bestuur maakt een jaarrekening en een bestuursverslag op als bedoeld in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval Iegt het bestuur een exemplaar daarvan voor de raad van toezicht ter inzage op het kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. 3. De raad van toezicht laat de stukken onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan de raad van toezicht en het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verkiaring over de getrouwheid van de stukken. Als de wet dat toestaat kan de raad van toezicht besluiten dit onderzoek achterwege te laten of dit onderzoek te laten verrichten door een andere deskundige. 4.

De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt vastgesteld door de raad van toezicht binnen een maand na het opmaken van de stukken als bedoeld in lid 2. De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders en alle leden van de raad van toezicht. Als een handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld. 5. De in lid 2 vermelde termijn kan door de raad van toezicht worden verlengd met ten hoogste vier maanden op grond van bijzondere omstandigheden. Artikel 13 - Reglementen 1. Het bestuur stelt een reglement vast waarin zijn werkwijze, eventuele taakverdeling en invulling van taken en bevoegdheden nader zal worden uitgewerkt en waarin regels of nadere regels worden opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Daarnaast kan het bestuur kan een of meer andere reglementen vaststellen. Een door het bestuur vastgesteld reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten, de wet of een reglement van de raad van toezicht. Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. 2. De raad van toezicht stelt een reglement vast waarin zijn werkwijze, eventuele taakverdeling en invulling van taken en bevoegdheden nader zal worden uitgewerkt en waarin regels of nadere regels worden opgenomen, die de raad van toezicht nodig acht voor de uitvoering van zijn taak.

De raad van toezicht kan ook een of meer andere reglementen vaststellen. Een door de raad van toezicht vastgesteld reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten en/of de wet.

-17-

De raad van toezicht kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. 3. De raad van toezicht en het bestuur kunnen gezamenlijk een of meer reglementen vaststellen. In zo'n reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die de raad van toezicht en het bestuur nodig achten voor de uitvoering van hun gezamenlijke taken. Een dergelijk reglement mag nooit in strijd zijn met de statutenen/of de wet. De raad van toezicht en het bestuur kunnen gezamenlijk alle in dit artikellid vermelde reglementen wijzigen en ook intrekken. 4. Een dorpskernadviesraad kan een reglement vaststellen waarin zijn werkwijze, eventuele taakverdeling en invulling van taken en bevoegdheden nader zal worden uitgewerkt. Een door een dorpskernadviesraad vastgesteld reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten, de wet, een reglement van de raad van toezicht, een reglement van het bestuur of een in het vorige lid bedoeld reglement. Een dorpskernadviesraad kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. Een door een dorpskernadviesraad vastgesteld reglement en elke wijziging daarvan treedt pas in werking nadat dit door het bestuur is goedgekeurd. 5. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen voor de datum waarop het besluit werd genomen of goedgekeurd. Artikel 14 - Statutenwijziging 1.

Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. 2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 12 en artikel 9 lid 4. 3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat vooraf, bij de oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar niet eerder dan nadat het is goedgekeurd door de raad van toezicht en van de wijziging een notariele akte is opgemaakt. Twee gezamenlijk handelende bestuurders zijn bevoegd deze akte te laten verlijden. Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden. Artikel 15 - Fusie; splitsing; omzetting Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet. Artikel 16 - Ontbinding 1.

Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.

- 18 -

Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 14 leden 2 en 3 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel batig saldo. Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling. Deze algemeen nut beogende instelling dient gevestigd te zijn in de gemeente en haar activiteiten te ontplooien in de gemeente. 3. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister. 4. De boeken en stukken van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het handelsregister. 5. De stichting wordt bovendien ontbonden door: insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel; een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen. Artikel 17 - Vereffening 1.

Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. 2. Na ontbinding bevindt de stichting zich in liquidatie. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moet 'in liquidatie' aan de naam van de stichting worden toegevoegd. 3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming zoals vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s) met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 2. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De stichting houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister. Artikel 18 - Eerste boekjaar Voor het eerste boekjaar geldt dat dit loopt tot en met een en dertig december tweeduizend drie en twintig (31-12-2023).

SLOTVERKLARINGEN De verschenen persoon, handelende als gemeld, verklaarde ten slotte: Eerste bestuur Het eerste bestuur bestaat uit vijf (5) bestuurders.

-19-

Voor de eerste maal worden tot bestuurder benoemd: 1. de heer Rene van Delden, geboren te Leiden op zes augustus negentienhonderd zes en vijftig, wonende te , als voorzitter; 2. de heer Lars Kramer, geboren te Leiden op vijf mei negentienhonderd zes en zestig, wonende te , als penningmeester; 3. mevrouw Esmee Maria Kranenburg, geboren te Lelystad op dertien april tweeduizend, wonende te , als bestuurder; 4. mevrouw Janetta de Graaf-van Kleef, geboren te Leermens op zes en twintig september negentienhonderd negen en zestig, wonende te , als bestuurder; 5. mevrouw Rolanda Kempenaar, geboren te Alphen aan den Rijn op acht en twintig april negentienhonderd negen en vijftig, wonende te als secretaris. Eerste raad van toezicht De eerste raad van toezicht bestaat uit vijf (5) leden. Voor de eerste maal worden tot leden van de raad van toezicht benoemd: 1. de heer Garmt Kolhorn, geboren te Groningen op vijfentwintig maart negentienhonderdtweeenvijftig, wonende te als voorzitter, die voor de toepassing van de statuten wordt geacht te zijn benoemd door de raad van toezicht; 2. mevrouw Bianca Koorn, geboren te Epe op tweeentwintig februari negentienhonderddrieentachtig, wonende te • , als lid met financieel profiel, die voor de toepassing van de statuten wordt geacht te zijn benoemd door de raad van toezicht; 3.

de heer/mevrouw Machiel Arnout Christiaan Potze, geboren te Veendam op vijftien juni negentienhonderddrieenzestig, wonende te , als lid, die voor de toepassing van de statuten geacht wordt te zijn benoemd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; 4. de heer Johannes Albertus Joseph Wichink, geboren te Schalkhaar op achttien augustus negentienhonderdzesenzestig, wonende te , als lid, die voor de toepassing van de statuten geacht wordt te zijn benoemd door de initiatiefnemers van Windplan Blauw; 5. de heer Gert Jan van Tilburg, geboren te Rijnsburg op vier september negentienhonderdzevenenveertig, wonende te als lid, die voor de toepassing van de statuten geacht wordt te zijn benoemd door de initiatiefnemers van Windplan Groen. Adres Het adres van de stichting is: 8251 ER Dronten, De Rede 1. BIJLAGEN Dit is de bijlage: de volmacht. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend.

- 20 -

WAARVAN AKTE is verleden te Elburg op de datum die in het hoofd van deze akte is --vermeld. De zakelijke inhoud van de akte is aan de verschenen persoon medegedeeld en toegelicht. De verschenen persoon heeft verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen, daarmee in te stemmen en goed te vinden dat de akte beperkt wordt voorgelezen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend eerst door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1008/documents/15189