c57f3aaf-5f5d-4bf6-be55-164be172f054.pdf
Tekst van het document
VERZOEK TOT HET HOUDEN VAN INTERPELLATIE Aan de voorzitter van de raad, Interpellatieverzoek voor de raadsvergadering van donderdag 22 April 2021. Onderwerp: De intrekking van het bestemmingsplan voor Swifterbant Zuid en het daarmee samenhangen vervallen van het voorkeursrecht voor gemeenten ( WVG). De volgende vragen zijn onderwerp van interpellatie: Vraag 1: Kan het college een reflectie geven op haar handelen, wat heeft geresulteerd in het intrekken van het bestemmingsplan Swifterbant Zuid? Wat waren de overwegingen om dit onderwerp niet meer aan de gemeenteraad voor te leggen? Hoe kijkt het college terug op de wijze waarop zij de gemeenteraad heeft meegenomen in de belangenafweging om het raadsvoorstel in te trekken, in het licht van de drie rollen van de gemeenteraad (kaderstellend, volksvertegenwoordigend en controlerend)? Over welke aspecten vindt het college dat zij de raad actief had kunnen of moeten informeren? Vraag 2: Op 17 April 2018 schreef het college dat het van groot belang is dat de gemeente volledige regie heeft over de ontwikkeling van Swifterbant Zuid. Om die gewenste regiefunctie te krijgen, schreef u dat dit het beste kan vanuit een grondpositie door de gemeente Dronten.
Wat heeft u in de afgelopen weken doen besluiten om af te zien van deze regiefunctie, waarbij een grondpositie geen noodzaak meer is? Op basis van welke informatie is het college op 8 April jl. tot een andere belangenafweging gekomen en kan het college uitleggen waarom dit zo laat in het proces is gebeurd ( 2 weken voor de einddatum van het vervallen van het voorkeursrecht)? Vraag 3: Bent u het met ons eens dat als de gemeenteraad een WVG instelt, het dezelfde gemeenteraad is die minstens geïnformeerd dient te worden als de noodzaak van de WVG niet meer wordt ervaren en zij daar actief een keuze in had moeten maken? Kan het college toelichten waarom zij ervoor hebben gekozen om zonder enige vorm van betrokkenheid van de gemeenteraad het besluit te nemen om de WVG te laten verlopen? Kan het college toelichten hoe zij in de toekomst gaan voorkomen dat dergelijke besluitvorming wederom plaatsvindt? Vraag 4: De wethouder stelt in de Stentor dat Swifterbant Zuid hoe dan ook gerealiseerd gaat worden. Kan de wethouder toelichten hoe hij in de verdere realisering van Swifterbant Zuid gaat zorgen dat hij: 1. De gemeenteraad tijdig en juist informeert en haar in haar kracht zet. 2. Vat heeft op zowel het verdere proces als de inhoud van de realisatie van Swifterbant Zuid, nu de gemeente een andere rol heeft in de regie.
3. Voorkomt dat nieuwe feiten of anderszins leiden tot wijziging of vertraging van de realisatie van Swifterbant Zuid. Vraag 5: Het college wordt verzocht inzicht te geven of zij tijdig en juist de gemeenteraad heeft geïnformeerd. We verzoeken om: a) Een feitenrelaas (tijdslijn) Swifterbant-Zuid. Hoe, wanneer, door wie en welke stappen zijn doorlopen in de bestemmingsplanprocedure Swifterbant-Zuid (denk hierbij aan de routekaart van ‘het treintje’: voorbereiding bestemmingsplan, voorontwerpbestemmingsplan, ontwerpbestemmingsplan, vastgesteld bestemmingsplan, onherroepelijk bestemmingsplan); b) Dit feitenrelaas dient ook de tijdslijn te bevatten van de vergunningsaanvraag en verlening van Biddingweg 13; c) Het feitenrelaas dient ook duidelijkheid te geven waar de vastgestelde hoofdstructuur te plaatsen is in de tijdslijn en routekaart en wat de status van dit stuk is geweest. Vraag 6: a) Wat is de reden dat de vergunningverlening Biddingweg 13 zo laat is gepubliceerd (vergunningverlening 26 maart 2021, publicatie deze week in de Flevopost)? b) Welke consequenties heeft dat voor de bezwaartermijn van belanghebbenden? Het college wordt verzocht deze vragen tijdens de interpellatie te beantwoorden.
Toelichting interpellatieverzoek: Ondergetekende partijen wensen deze interpellatie, om stil te staan bij het handelen van het college betreft het intrekken van bestemmingsplan Swifterbant Zuid en het daarmee samenhangend laten verlopen van de WVG, zonder over de WVG een beeldvormende of oordeelsvormende fase te hebben gehad. Wij zijn van mening dat beide keuzes minstens gespreksonderwerp hadden moeten zijn van de gemeenteraad. Wij voelen ons overvallen door de handelwijze van het college in deze en als raadslid niet in onze kracht gezet om tot juiste en volledige besluitvorming te komen.
Naam indiener en handtekening Mevrouw Hillebregt, namens D66
De heer Lap, namens CDA
Mevrouw Stoop, namens PvdA
De heer Vermast, namens Groenlinks