c401fa82-6000-4c9b-a525-422d9e20483e.pdf
Tekst van het document
Nummer: 40487
Protocol integriteitsmeldingen gemeente Dronten 2021 De gemeente Dronten hecht aan de integriteit van de ambtelijke organisatie, van het college van Burgemeester Wethouders en van de gemeenteraad. Als er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending, gaan we daar zorgvuldig mee om. Dit protocol beschrijft onze werkwijze bij een vermoedelijke integriteitsschending door raadsleden, commissieleden, wethouders en de burgemeester.
A. Uitgangspunten Zo groot als nodig, zo klein als mogelijk De impact van een melding van een mogelijke integriteitsschending op betrokkenen is groot. Omgaan met deze meldingen vereist dan ook zorgvuldigheid én oog hebben voor de betrokkenen. Het uitgangspunt in dit protocol integriteitsmeldingen is daarom dat de stappen die gezet worden zo groot zijn als nodig, maar zo klein als mogelijk. Afbakening Dit protocol biedt richting voor handelen in het geval van vermoedens van integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers (raadsleden, commissieleden, wethouders en burgemeester). Het protocol gaat niet over mogelijke integriteitsschendingen van ambtenaren. Vermoedens van integriteitsschendingen door ambtenaren kunnen worden gemeld bij de burgemeester en worden samen met de gemeentesecretaris in behandeling genomen. Een integriteitsschending definiëren we als een gedraging die in strijd is met wettelijke voorschriften of beleidsregels, of een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst. Centrale rol voor de burgemeester Op grond van artikel 170 lid 2 van de Gemeentewet heeft de burgemeester de taak de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen. In het kader van die taak heeft de burgemeester een belangrijke rol bij de behandeling van integriteitsincidenten in de gemeente.
Afwijken van het protocol Indien in het belang van de gemeente of een van de betrokkenen, kan de burgemeester afwijken van het protocol. Deze keuze onderbouwt de burgemeester in het fractievoorzittersoverleg en in het screeningsverslag of de begeleidende brief bij het onderzoeksrapport. De mogelijkheid om af te wijken van het protocol vervalt uiteraard als het een melding van een mogelijke integriteitsschending van de burgemeester zelf betreft. Communicatie We zijn terughoudend met communicatie over mogelijke integriteitsschendingen om onterechte negatieve aandacht voor de betrokkenen te voorkomen. Indien nodig draagt de burgemeester zorg voor interne en externe communicatie over een melding, een onderzoek en de uitkomsten daarvan. De kring van geïnformeerde personen wordt zo klein als mogelijk gehouden. Alleen (een woordvoerder van) de burgemeester spreekt indien nodig met de pers gedurende het doorlopen van het proces. Indien er een melding is gedaan of onderzoek plaatsvindt naar de burgemeester wijzen de fractievoorzitters uit hun midden één persoon aan om deze taak uit te voeren, in overleg met de andere fractievoorzitters. Aangifte Als er in enige fase van de behandeling van de melding een vermoeden is van een wetsovertreding, doet de burgemeester aangifte.
De Rede 1 8251 ER Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
Kenmerk Bladnummer
Zaak 40434 2
B. Plan van aanpak Stap 1: Twijfel bespreken Wat integer handelen is, is niet altijd volstrekt duidelijk. Het kan zijn dat een politieke ambtsdrager twijfel heeft over de juistheid van handelen van zichzelf of van iemand anders ander. Bij twijfel is een open gesprek aangaan hierover de eerste stap. Door een open gesprek helpen politieke ambtsdragers elkaar bij het maken van integere keuzes. Hierbij horen de volgende stappen:
1. Bij twijfel over het eigen handelen gaat de politieke ambtsdrager in gesprek met collega’s: 2.
hoe denken zij over dit dilemma? De griffier of burgemeester kan hierbij geraadpleegd worden als adviseur. Bij twijfels over het handelen van een ander, gaat men hier in eerste instantie over in gesprek met de persoon in kwestie: [1] wellicht is er sprake van onwetendheid of een
misverstand. Leidt dit gesprek niet tot overeenstemming, dan kan advies worden ingewonnen bij de griffier of de burgemeester.
Stap 2: De melding Politieke ambtsdragers, maar ook inwoners, ambtenaren of ondernemers, kunnen een melding doen van een vermeende integriteitsschending van een politieke ambtsdrager. Dat gaat als volgt:
1. De melding van de vermeende integriteitsschending wordt schriftelijk ingediend bij de 2.
3. 4. 5.
6.
burgemeester. Een melding moet over een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan. De burgemeester stuurt de melder binnen vijf werkdagen een formele, schriftelijke ontvangstbevestiging. Om de persoonlijke levenssfeer van de betrokken politieke ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek, wordt de melder verzocht niet de publiciteit te zoeken. De burgemeester vraagt de melder om een akkoord op deze afspraak. De burgemeester voert zo snel mogelijk een persoonlijk gesprek met de melder over de melding. In dit gesprek stelt de burgemeester vast of de melder anoniem wenst te blijven. Ook kan de burgemeester op basis van eigen waarnemingen of externe berichtgeving worden geattendeerd op een vermeende integriteitsschending. De burgemeester kan dan op eigen initiatief een melding opstellen. De burgemeester bespreekt de melding over een raadslid of commissielid met de griffier, en de melding over een wethouder met de griffier en de gemeentesecretaris. Zij wegen de melding op vijf punten: 1) de aard van de (vermoede) handeling, 2) de mate waarin de melding te controleren is, 3) de respectievelijke posities van melder en de persoon op wie de melding betrekking heeft, 4) de geloofwaardigheid en 5) de ernst en spoedeisendheid.
De burgemeester stelt de betrokken wethouder of het betrokken raads- of commissielid op de hoogte van het feit dat er een melding is gemaakt, tenzij er een zwaarwegend belang is om dat niet te doen.
Op basis van het gesprek met de griffier of met de gemeentesecretaris en de griffier, kan de burgemeester tot drie conclusies komen: 1. De melding kan direct beoordeeld worden, omdat de melding niet over integriteit gaat, of er geen sprake is van een echte schending. 2. Er is een eerste screening nodig om de melding te beoordelen. In dat geval informeert de burgemeester de fractievoorzitters over zijn afweging. 3. Er is een uitgebreid onderzoek nodig. In dat geval informeert de burgemeester de fractievoorzitters over zijn afweging. Bij een melding over de burgemeester zelf, zet de burgemeester de melding door naar de griffier ten behoeve van de fractievoorzitters. De fractievoorzitters doorlopen de bovengenoemde stappen. Stap 3: Onderzoek In eerste instantie bestaat het onderzoek enkel uit een eerste screening van de melding door de burgemeester. Mochten de twijfels door deze screening niet weggenomen zijn, dan kan vervolgens worden overgegaan op een feitenonderzoek.
Kenmerk Bladnummer
Zaak 40434 3
Eerste screening Na een melding van een vermeende integriteitsschending van een politieke ambtsdrager voert de burgemeester zo spoedig een eerste screening uit.
1. Tijdens de eerste screening voert de burgemeester, samen met de gemeentesecretaris, in
2. 3. 4. 5.
6.
ieder geval een gesprek met de melder en met de politieke ambtsdrager in kwestie. Indien de melding een wethouder betreft is de gemeentesecretaris bij dit gesprek aanwezig. Indien de melder een raads- of commissielid betreft, is de griffier aanwezig. De gesprekspartners ontvangen voor aanvang van het gesprek een schriftelijke uitnodiging. Hierin staat een korte omschrijving van de aard van de melding. De betrokken politieke ambtsdrager ontvangt hierbij geen kopie van de melding. Van de gesprekken worden gespreksverslagen gemaakt. Deze worden ter accordering voorgelegd aan de gesproken personen. De burgemeester beslist na de eerste screening of er feitenonderzoek nodig is. Hierbij hanteert de burgemeester onder andere de volgende criteria: ontvankelijkheid, ernst van het feit, valideerbaarheid en waarschijnlijkheid. Concludeert de burgemeester na de eerste screening dat er geen feitenonderzoek nodig is, dan stelt de burgemeester een screeningsverslag op. Dit screeningsverslag wordt gedeeld met de melder en de betrokken politieke ambtsdrager. Bij voorkeur wordt dit screeningsverslag persoonlijk besproken met de melder en de betrokken politieke ambtsdrager. De burgemeester informeert de fractievoorzitters op procesniveau over de uitkomsten.
De melder en de betrokken ambtsdrager mogen binnen twee weken na ontvangst van het screeningsverslag verzoeken om alsnog een feitenonderzoek uit te laten voeren. Zij doen dit door een schriftelijk verzoek in te dienen bij de fractievoorzitters, via de griffier. De fractievoorzitters ontvangen met dit verzoek ook het screeningsverslag. De fractievoorzitters besluiten binnen twee weken over dit verzoek. Indien het verzoek tijdens het reces wordt ingediend, besluiten de fractievoorzitters uiterlijk tijdens de eerste vergadering na het reces.
Optioneel: feitenonderzoek De burgemeester kan op twee momenten besluiten tot een feitenonderzoek: na het wegingsgesprek over de melding, en op basis van de resultaten van de eerste screening. Als wordt besloten dat er een feitenonderzoek nodig is, geeft de burgemeester een externe adviseur of onderzoeker hier opdracht toe. Verder kunnen de fractievoorzitters tot een feitenonderzoek besluiten op basis van verzoeken daartoe van de melder of de betrokken ambtsdrager (zie 3.6) Een feitenonderzoek bestaat uit de volgende stappen:
1. De burgemeester komt met de externe onderzoekers een schriftelijke onderzoeksopdracht
2. 3.
4. 5.
6.
7.
overeen, met daarin de onderzoeksopdracht en -vragen, de methoden, de planning en kosten, het team en de wijze van rapportage. De externe onderzoekers dienen zich te houden aan dit protocol. In overleg met de externe onderzoekers wordt ervoor gezorgd dat relevante gegevens worden veiliggesteld. De burgemeester informeert de betrokken politieke ambtsdrager, de melder en de fractievoorzitters dat er een feitenonderzoek wordt ingesteld. Een vast onderdeel van dit informeren is het verzenden van een brief met daarin in ieder geval de aanleiding voor het feitenonderzoek, het onderzoeksprotocol en de contactgegevens van de onderzoekers. Er wordt zorgvuldig afgewogen welke andere personen geïnformeerd moeten worden over het feitenonderzoek, waarbij het uitganspunt is dat de groep geïnformeerde personen zo klein mogelijk wordt gehouden. Tijdens de uitvoering van het onderzoek kunnen zowel personen op ambtelijk en bestuurlijk niveau binnen de gemeente als externe partijen worden benaderd voor een interview. Deze interviews worden door ten minste twee personen gevoerd. Desgewenst kunnen geïnterviewden zich laten bijstaan. Van de interviews worden gespreksverslagen gemaakt. Deze worden ter accordering voorgelegd aan de gesproken personen. De gesprekspartner heeft de mogelijkheid om binnen vijf dagen schriftelijk te reageren op het verslag.
Indien de gesprekspartner accordering weigert, wordt hier melding van gemaakt in het verslag. Desgewenst kan een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gesprekspartner bij het verslag worden gevoegd. De gespreksverslagen blijven in het bezit van de externe onderzoekers en worden niet gedeeld met de gemeente. De burgemeester bewaakt de voortgang van het onderzoek. Als het onderzoek het
Kenmerk Bladnummer
Zaak 40434 4
functioneren van de burgemeester betreft, nemen de fractievoorzitters deze rol over.
8. De betrokken politiek ambtsdrager krijgt de mogelijkheid om te reageren op de feitelijke
bevindingen. Ook de burgemeester krijgt de rapportage voor een controle op de feitelijke bevindingen. 9. De betrokken politiek ambtsdrager mag een zienswijze geven op het eindrapport inclusief conclusies en aanbevelingen. Deze zienswijze wordt opgenomen in het rapport. 10. Wanneer het onderzoek is afgerond, leveren de externe onderzoekers het onderzoeksrapport op bij de burgemeester. Als het onderzoek de burgemeester betreft, leveren de onderzoekers het rapport op bij de fractievoorzitters. Stap 4: Afronding De burgemeester zorgt na oplevering van de rapportage voor een goede afronding van het traject.
1. De burgemeester stelt het rapport ter beschikking aan de onderzochte politiek ambtsdrager. 2. De burgemeester informeert de fractievoorzitters over de conclusie van het onderzoek in een 3. 4.
besloten vergadering, onder oplegging van geheimhouding als bedoeld in artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet. De rapportage blijft in het bezit van de burgemeester. Wel kan het door raadsleden worden ingezien. Er wordt geheimhouding opgelegd conform artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet. De fractievoorzitters besluiten in de eerstvolgende vergadering na de mogelijkheid tot inzage door raadsleden, of er een raadsvergadering plaats dient te vinden en of dit in de openbaarheid kan gebeuren.
C. Nazorg Contact met de melder De burgemeester plant een gesprek in met de melder. Nazorg richting de bestuurder De burgemeester plant een evaluatiegesprek in met het raadslid, het commissielid of de wethouder, waarnaar onderzoek is verricht. Opzettelijk valse melding Bij het vermoeden van een opzettelijk valse melding, kan de burgemeester een feitenonderzoek instellen naar de melder. De persoon tegen wie de mogelijk opzettelijk valse melding is gedaan, kan besluiten hier aangifte van te doen. Rapportage Jaarlijks brengt de burgemeester verslag uit aan de gemeenteraad over het aantal meldingen en onderzoeken op het gebied van integriteit. Dit overzicht kan worden gebruikt in een bijeenkomst over het thema integriteit of als input voor de periodieke evaluatie van de gedragscode. Ook kan het binnen de fracties worden gebruikt als aanleiding om het gesprek te voeren over het onderwerp integriteit.
[1] Enkel wanneer er zwaarwegende argumenten zijn om niet met de persoon in kwestie in gesprek te gaan over de twijfels, wordt deze stap overgeslagen. Men kan dan direct advies inwinnen bij de griffier of burgemeester, of overgaan tot een melding bij de burgemeester.