CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 4 Bestuursrapportage 2024 Veiligheidsregio Flevoland (670784).pdf

Raadsvergadering 28 november 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel zienswijze begrotingswijziging 2024 Veiligheidsregio Flevoland11.025 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoo

fd s t

Bes t sam uurlijke e nva t t ing

Bestuursrapportage

1

uk

at i e t s e Pr eld in be

Hoo

fd s t

2

s

uk

2024

Hoo

fd s t

3

uk

p de o g n rtga heden o o V z aa m werkan onze v s at i e ni or ga

Versie: 22 augustus 2024 Brandweer, GHOR, Bevolkingszorg, Veiligheidsbureau

Hoo

fd s t

4

uk

kadernota

Para

en gr af

Hoo

fd s t

5

programmabegroting

uk

plan ­ s d i B e l e oe r i ng s ls it v e n u a mma a r prog basis

ieel c n a Fin ectief p per s

bestuursrapportage

jaarstukken

2

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Bestuurlijke samenvatting De samenwerkende veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek hebben vanaf de start van de samenwerking in 2020 een sterke ontwikkeling doorgemaakt en vooruitgang geboekt. De bestuurlijke evaluatie in 2022 en het onderzoek dat bureau Lysias in 2023 heeft uitgevoerd bevestigen het succes van de samenwerking en tonen aan dat op de eerder vastgestelde doelen vanuit de samenwerkingsovereenkomst, de 3k’s; kwaliteit, kwetsbaarheid en minder meerkosten, duidelijke resultaten zijn geboekt. Het centraliseren van onderhoud, gezamenlijke inkoop van brandweermaterieel en een gezamenlijke crisisbeheersing zijn hier goede voorbeelden van. Tegelijkertijd is ook zichtbaar dat binnen de samenwerking nog verdere stappen gezet kunnen (en soms moeten) worden. Die stappen kunnen niet allemaal zonder meer genomen worden, omdat hiervoor eerst bestuurlijke richting en besluitvorming op de verdere doorontwikkeling van de samenwerking nodig is. Daarnaast stelt het Rijk middelen beschikbaar waarmee een meerjarig traject wordt doorlopen om de crisisbeheersing en informatievoorziening te versterken. De veiligheidsregio is momenteel bezig met de planvorming en implementatie om te voldoen aan de hieraan gekoppelde landelijke doelenmatrix.

Dit vraagt met name flinke investeringen, en een omslag in de bedrijfsvoering, op het gebied van planvorming, digitaal werken en informatiebeveiliging. De bovengenoemde ontwikkelprocessen vragen veel van de organisatie nadat de langdurige inzet bij COVID-19, de opvang van Oekraïense ontheemden en de crisis rond het asielvraagstuk dat ook al deden. Roerige perioden wisselen elkaar hiermee af en geven interne druk op de organisatie. Te meer omdat tegelijkertijd aan de primaire opgave, het vervullen van de kerntaken van de veiligheidsregio, blijvend moet worden voldaan. Waarbij altijd de genoemde doelen van de samenwerking; behoud van kwaliteit, beperken van kwetsbaarheid en het beheersen van de kosten het uitgangspunt blijven. Een verdere doorontwikkeling van de samenwerking is daarmee een randvoorwaarde om de maatschappelijke opgaven die voor ons liggen ten uitvoer te kunnen blijven brengen, samen, met elkaar.

3

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Voor Flevoland kunnen we daaraan toevoegen dat maatschappelijke ontwikkelingen - zoals demografische en industriële groei- geregeld vragen om investeringen in veiligheid. Deze investeringen lopen doorgaans vooruit op de hogere bijdrage die vanuit het Rijk via het gemeentefonds volgt. Ook de verwachte financiering vanuit het Rijk op het gebied van Verplichtend karakter volgt pas na de investeringen in de verbetering van de paraatheid. Dit leidt ertoe dat ook voor 2025 incidentele voorfinanciering nodig is. Deze kosten komen, conform besluit AB, ten laste van de algemene reserve. Deze reserve dient echter ook op peil te blijven om onze risico’s af te dekken (weerstandsvermogen). Om te zorgen dat de reserves voldoende op peil zijn om de kosten in 2025 af te dekken dient al dit jaar een storting van € 3.497.000 in de reserve plaats te vinden. Bovengenoemd financieel nadeel is de grootste verklaring van het verwachte negatieve resultaat van € 2.582.000 voor 2024. Twee andere ontwikkelingen die van grote invloed zijn op dit verwachte resultaat zijn: een hoger Rijksbijdrage BDuR als gevolg van loon- en prijscompensatie (€ 826.000) en hogere rentebaten (€ 227.000). Een uitwerking van de overige voor- en nadelen met daarbij toelichting is te vinden in hoofdstuk 5 van deze rapportage.

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

4

Prestatiecijfers 2024 (BURAP)

1. P  restaties in beeld 6

(rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni(BURAP) 2024) 450.826 Prestatiecijfers 2024 Noordoostpolder

6

450.826

Urk

Noordoostpolder

Almere

Almere

Dronten

3 28 Adviezen Oefeningen evenementen crisisorganisatie

Zeewolde Lelystad

COPI GRIP1(20) (1) ROT (2)(1) GRIP2 Bijscholingen (4) Bestuurlijke oefeningen (2) COPI (20) Systeemoefening (-) ROT (2) Bijscholingen (4) 3 Bestuurlijke oefeningen (2) Incidenten ramp bestrijdingsplannen Systeemoefening (-)

2 GRIP 28 Oefeningen crisisorganisatie

Urk Lelystad

GRIP1 (1) GRIP2 (1)

2 GRIP

Dronten

(nieuw & geactualiseerd)

3 Incident- en ramp bestrijdingsplannen

3 Adviezen evenementen

Zeewolde

Brandweer Flevoland

4. Paragrafen

(nieuw & geactualiseerd)

Brandweer Flevoland

5. Financieel perspectief 2.809

meldingen Meldkamer Brandweer

2.809

3

incident evaluaties

3

meldingen Meldkamer Brandweer

incident evaluaties

incidenten met inzet

brand onderzoeken

1.558

1.558

incidenten met inzet

8

8

brand onderzoeken

632

78

opgeleide personen Vakbekwaam Worden

78

opgeleide personen Vakbekwaam Worden

437

personen geoefend Vakbekwaam Blijven

437

personen geoefend Vakbekwaam Blijven

15

529

adviezen Risicobeheersing

529

adviezen Risicobeheersing

124

toezicht Risicobeheersing

124

toezicht Risicobeheersing

24

86

4.500

voorlichtingen Brandveilig Leven

volgers Facebook

86

4.500

voorlichtingen Brandveilig Leven

volgers Facebook

69

7.696

69

7.696

adviezen Brandveilig Leven

adviezen Brandveilig Leven

2

volgers X

volgers X

5

400 300 200

2020

2021

2022

2023

mei

mrt

jan

nov

sept

juli

mei

mrt

jan

nov

sept

juli

mei

mrt

jan

nov

sept

juli

mei

mrt

0

jan

100 nov

5. Financieel perspectief

500

sept

4. Paragrafen

600

juli

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

Incidenten met brandweerinzet In de eerste helft van 2024 zijn bij de meldkamer brandweer 2809 incidenten gemeld in de regio Flevoland. Bij 1558 incidenten (55%) heeft dit geleid tot een alarmering en uitruk van brandweereenheden. De andere incidenten konden door de meldkamer zelf worden afgehandeld.

mei

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

Incidentbestrijding

mrt

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

De rapportage inzet brandweer is aangepast aan de opzet van het nieuwe dekkingsplan. De kwaliteit van de repressieve brandweerzorg wordt daarbij gemeten aan de hand van vier factoren: snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Voor de beoordeling van de snelheid wordt gebruik gemaakt van het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden.

jan

Bestuurlijke samenvatting

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

2024

Figuur 1 – Ontwikkeling aantal incidenten met brandweerinzet 2020-2024 (t/m juni)

Gemiddeld is de brandweer 260 keer per maand ingezet om een incident te bestrijden. De laatste jaren zien we, door vaker voorkomende storm- en wateroverlast en door het invoeren van de inzet van de brandweer bij reanimaties, een stijging in het aantal hulpverleningsincidenten naar gemiddeld 146 per maand. Het aantal brandincidenten is gemiddeld 109 per maand. Het aantal (niet geherclassificeerde) automatische brandalarmen (alarm) met uitruk is sinds de invoering van het landelijk protocol OMS in 2020 gedaald naar gemiddeld 5 per maand.

6

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

500

400

300

200

100

0 20 22 -0 20 7 22 -0 20 8 22 -0 20 9 22 -1 20 0 22 -1 20 1 22 -1 20 2 23 -0 20 1 23 -0 20 2 23 -0 20 3 23 -0 20 4 23 -0 20 5 23 -0 20 6 23 -0 20 7 23 -0 20 8 23 -0 20 9 23 -1 20 0 23 -1 20 1 23 -1 20 2 24 -0 20 1 24 -0 20 2 24 -0 20 3 24 -0 20 4 24 -0 20 5 24 -0 6 20 24 -0 7

Bestuurlijke samenvatting

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Alarm

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

5. Financieel perspectief

Brand

Hulpverlening

Figuur 2 – Brandweerinzet naar hoofdclassificatie incidenten

In de eerste helft van 2024 betrof 42% van de incidenten met brandweerinzet een brandincident (651). Hierbij gaat het met name om gebouwbranden, buitenbranden en brandgeruchten of nacontroles (meldingsclassificatie specifiek). Ook voor branden in het wegvervoer en natuurbranden wordt de brandweer steeds vaker ingezet. Scheepvaartbranden komen minder voor. Het aantal automatische brandalarmen (dat niet kan worden geherclassificeerd) omvat 29 incidenten en betreft nog 1.9% van de incidenten met brandweerinzet.

200

Buiten Specifiek

157

Gebouw

153

Natuur

7

Scheepvaart

5 0

194

Leefmilieu

21

Bijgebouw

Veiligheid en openb. Orde 200

Brand (651) Figuur 3 - Brandweerinzet naar meldingsclassificatie

14

Luid/optisch alarm

14

162

Ongeval

100

Autom. brand

216

Dienstverlening

108

Wegvervoer

294

Gezondheid

0

1

PAC alarm

12 100

200

Hulpverlening (878)

300

0

5

10

Alarm (29)

15

7

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Naast uitrukken voor brand wordt ook regelmatig uitgerukt voor diverse vormen van hulpverlening (878). Hierbij gaat het met name om incidenten gerelateerd aan gezondheid en dienstverlening. Bij incidenten gerelateerd aan gezondheid gaat het met name om reanimaties. Incidenten met betrekking tot dienstverlening betreffen hulp bij liftopsluitingen, assistentie aan andere hulpverleners en het redden van dieren in nood en bij ongevallen. Ook wordt de brandweer vaak ingezet voor incidenten gerelateerd aan het leefmilieu (meldingen van stankoverlast (gaslucht), stormschade of wateroverlast) en ongevallen. Uitrukken als gevolg van veiligheid en verkeer kwamen iets minder voor. De meeste incidenten waarvoor de brandweer wordt gealarmeerd, vinden plaats in de gemeenten Almere (46%) en Lelystad (26%). Daarna volgen Noordoostpolder (10%) en Dronten (9%). In de gemeenten Zeewolde (5%) en Urk (4%) kwamen de minste incidenten voor. Het aantal incidenten per gemeente verhoudt zich daarmee tot het inwoneraantal in de gemeente. 700 709

5%

600

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

Lelystad

10%

500

Noordoostpolder

400 397

50%

11%

300 200

Dronten Zeewolde

100

5. Financieel perspectief

Almere

5%

147

0 Almere

Dronten

19%

161

Lelystad

Noordoostpolder

Figuur 4 - Verdeling aantal incidenten naar gemeente

69

75

Urk

Zeewolde

Urk

Figuur 5 - Verdeling aantal inwoners VRF naar gemeente

Basisbrandweerzorg Snelheid Van de in totaal 1558 incidenten met brandweerinzet is in 47% van de gevallen met spoed uitgerukt (734). Voor branden/ongevallen wegvervoer (181), gebouwbranden (150) en reanimaties (145) wordt het meest met spoed uitgerukt. Bij gebouwbranden is de brandweer over het algemeen in 7:37 minuten1 ter plaatse, gerekend vanaf de binnenkomst van de melding op de meldkamer. De mediaan alarmeringstijd van de meldkamer is bij deze gebouwbranden 01:25.

1

Dit betreft de mediaantijd. De mediaantijd geeft de middelste waarde van het aantal metingen.

8

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

30 27

27

Mediaan opkomsttijd: 7.37

21 20

Mediaan alarmeringstijd: 1.25 18

11 10

9

10

6

5

3 0

3

5 2

1

03 - 04 min 04 - 05 min 05 - 06 min 06 - 07 min 07 - 08 min 08 - 09 min 09 - 10 min 10 - 11 min 11 - 12 min 12 - 13 min 13 - 14 min 14 - 15 min 16 - 17 min

18+ min

Figuur 6 – Opkomsttijden brandweer bij gebouwbranden

In de eerste helft van 2024 is de brandweer 150 keer ingezet bij een gebouwbrand. Het grootste deel van de gebouwbranden vond plaats in de avond, nacht en weekend situatie (69%). Het overgrote deel van deze gebouwbranden (73%) betreft een gebouw met een woonfunctie. Bij acht van deze branden heeft brandonderzoek plaatsgevonden.

5. Financieel perspectief

70

64

60

21 47

50 40

14 46

30

33

20

15 10

10 0

7 Almere anw

Figuur 7 – Gebouwbranden per gemeente

7

Dronten dag

Lelystad

3 7 8

10

5

5

Noordoostpolder

Urk

Zeewolde

9

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Voor gebouwbranden is in het regionale dekkingsplan een normtijd bepaald. Aan de hand van deze normtijden is een berekening gemaakt van het theoretisch haalbare regionale dekkingspercentage oftewel het percentage dat de brandweer binnen deze normtijden ter plaatse kan zijn. Dit is opgenomen in het dekkingsplan. Om het gerealiseerde dekkingspercentage te berekenen wordt gekeken hoe vaak de brandweer binnen de normtijd ter plaatse was. Hiervoor wordt de tijd tussen de melding van het incident tot aan het ter plaatse zijn van de eerste brandweereenheid gemeten en vergeleken met de normtijd. Bij alle gebouwbranden is de opkomsttijd bepaald op basis van het ter plaatse zijn van een volledige basiseenheid (tankautospuit met zes personen). Het gerealiseerde dekkingspercentage voor alle gebouwtypen overdag gedurende werkdagen ligt met 86% net iets hoger dan de prognose van 85,9%. Voor de avond-, nacht- en weekenduren is de totale dekking met 84,6% ook iets hoger dan de prognose van 84,3%. Het overall-% dekking komt hiermee op 85,1%. In onderstaande figuren wordt de behaalde dekking per gemeente weergegeven. De rode en donkerblauwe balk geven hierbij de behaalde dekking (goed of voldoende) aan oftewel de incidenten waarbij de brandweer binnen de, in het dekkingsplan, vastgestelde normtijd aanwezig was.

Hierbij wordt opgemerkt dat in kleinere gemeenten percentages vanwege de lage aantallen (zie figuur 7) sterk kunnen fluctueren.

4. Paragrafen Almere

5. Financieel perspectief

61%

Dronten

33%

Lelystad

71%

Noordoostpolder

11%

Almere

67%

Dronten

21% 7%

Lelystad

25%

Noordoostpolder

28%

75%

Urk

50%

50%

Urk

Zeewolde

50%

50%

Zeewolde

0 binnen norm - goed

20

40

60

binnen norm - voldoende

80

100

buiten norm

Figuur 8 - Gerealiseerde % dekking gebouwbranden overdag op werkdagen (DAG) per gemeente

51%

33%

35%

33%

33%

74%

10%

67%

60%

22%

20%

67%

0 binnen norm - goed

20

40

14%

60

binnen norm - voldoende

16%

11%

20%

33%

80

100

buiten norm

Figuur 9 - Gerealiseerde % dekking gebouwbranden in de avond-, nacht- en weekenduren (ANW) per gemeente

10

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Risicobeheersing & Brandveilig leven Risicobeheersing Het totaal aantal adviezen Risicobeheersing dat door de brandweer aan de gemeenten is gegeven, heeft betrekking op aanvragen voor omgevingsvergunningen en/of meldingen voor bouwen, brandveilig gebruik en milieu. Daarnaast verzorgt de brandweer het toezicht op de naleving van brandveiligheidsvoorschriften. Het totaal aantal controles is voor het grootste deel periodiek toezicht op brandveiligheid van bestaande gebouwen; de rest betreft controles van nieuwbouw en, zo nodig, (ondersteuning bij) milieucontroles, maar deze laatste zijn in de eerste helft 2024 niet gedaan. Advies Risicobeheersing (529)

Toezicht (124)

11% 11%

35%

3%

97% 43%

Milieu (61)

Milieu (4)

Omgevingsveiligheid (59)

Gebruik (120)

Gebruik (183)

Bouwen (0)

Bouwen (226)

Figuur 10 – Aantal adviezen en objectcontroles onderverdeeld naar soort

Het totaal aantal adviezen brandveiligheid was in de eerste helft van 2024 met 529 stuks flink hoger dan het voorgaande jaar (plus 41%). De toename van adviesverzoeken was bij alle categorieën te zien (plus 60-70%) en alleen bij bouwen wat minder fors (plus 16%). Het is niet duidelijk wat hier de reden voor is. Veel gemeenten gaven eerder aan dat er eind vorig jaar, voorafgaand aan de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, sprake was van een hausse aan aanvragen. Dat werd begin dit jaar gevolgd door een vrij rustige periode. Ook door de gelijktijdige invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) was eerder een dalende trend verwacht. Door de Wkb loopt de toetsing en bouwbegeleiding van minder complexe bouwwerken (gevolgklasse 1; woningen en eenvoudige bedrijfspanden) niet meer via de gemeenten. Voortaan worden deze door kwaliteitsborgers afgehandeld. In het overzicht zijn niet de adviezen opgenomen die zijn gegeven op nieuwe gemeentelijke beleidsdocumenten, die gekoppeld zijn aan de introductie van de Omgevingswet (zoals Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Programma´s of Wkb-beleid). Deze vragen relatief veel tijd van vooral specialistische medewerkers. De verdeling van de verschillende soorten adviezen per gemeente is te zien in figuur 11.

11

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Advies Almere Dronten Lelystad NOP Urk Zeewolde 0

20

40

60

80

100

120

140

Almere

Dronten

Lelystad

NOP

Urk

Zeewolde

Bouwen (226)

2

40

58

32

33

61

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

Gebruik (183)

1

52

54

37

12

27

Omgevingsveiligheid (59)

16

11

12

11

4

5

Milieu (61)

16

14

12

7

4

8

4. Paragrafen

Figuur 11 - Aantal en soort adviezen per gemeente

5. Financieel perspectief

Bij de planning van het toezicht brandveilig gebruik voor 2024 zijn de eerste stappen gezet in de overgang naar een meer risicogerichte werkwijze. Allereerst is de basislijst van gebouwen opnieuw samengesteld, gebaseerd op de Kernregistratie Objecten (KRO). In de categorieën minder risicovolle gebruiksfuncties (prio 3 en 4) zijn een aantal objecten geschrapt uit de toezichtslijst. Hiervoor in de plaats zijn nieuwe risicovolle objecten opgenomen, waaronder woongebouwen en industriepanden met een verhoogd risico, vluchtelingenopvang, grote panden met veel maatschappelijke impact en aandachtsobjecten, die door de gemeenten zijn aangedragen. In latere instantie zullen stapsgewijs meer elementen van risicogericht werken worden doorgevoerd. Voor het toezicht op brandveiligheid kan in deze rapportage helaas geen onderscheid worden gemaakt tussen controles op het bouwen en op brandveilig gebruik. Dit komt door aanloopproblemen met het nieuwe zaaksysteem van de brandweer. De verschillende werkprocessen moesten dit voorjaar nog geoptimaliseerd worden en de rapportagemodule is nog niet beschikbaar. Het merendeel van het toezicht is echter planmatig toezicht op brandveilig gebruik van bestaande objecten, zodat het totaal aantal controles onder “gebruik” is vermeld. Hier is een kleiner deel bouwcontroles in meegeteld. De ervaring van de afgelopen jaren leert, dat ca.

15-16% van het toezicht bij nieuwbouw is.

12

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Het totaal aantal controles voor bouw en gebruik is met 120 stuks in de eerste helft van 2024 flink minder dan het totaal in de eerste helft van vorig jaar. Van het geplande aantal gebruikscontroles tot halverwege het jaar is minder dan de helft gerealiseerd. De belangrijkste redenen hiervoor zijn onder andere langdurig ziekteverzuim en de verminderde inzetbaarheid van nieuwe medewerkers, die nog in opleiding zijn. In de tweede helft van het jaar zal tijdelijk externe capaciteit worden ingezet, om een inhaalslag in het gebruikstoezicht te kunnen maken. Er is geen kwalitatieve informatie van het uitgevoerde toezicht op brandveilig gebruik beschikbaar. Door de eerdergenoemde problemen met het zaaksysteem, kan nog niet over het naleefgedrag bij gecontroleerde objecten worden gerapporteerd. Verwacht wordt dat dit in de rest van het jaar wel weer mogelijk wordt. De afgelopen periode is slechts milieutoezicht gerapporteerd door de brandweer; dit gebeurt op verzoek, ondersteunend aan de Omgevingsdienst Flevoland en Gooi en Vechtstreek (OFGV). Het is mogelijk dat er bij meer milieucontroles geassisteerd is, maar als de OFGV-toezichthouder na een gezamenlijk toezicht het controlerapport opmaakt, wordt dit niet bij de brandweer geregistreerd. Een overzicht van het uitgevoerde toezicht per gemeente is te zien in figuur 12.

Toezicht Almere

4. Paragrafen

Dronten

5. Financieel perspectief

Lelystad NOP Urk Zeewolde 0

10

20

30

40

50

Almere

Dronten

Lelystad

NOP

Urk

Zeewolde

Bouwen (0)

0

0

0

0

0

0

Gebruik (120)

0

24

38

36

5

17

Milieu (4)

0

1

3

0

0

0

Figuur 12 – Aantal en soort objectcontroles per gemeente

13

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Brandveilig Leven De volgende figuren tonen de regionale voorlichtingsactiviteiten van Brandveilig Leven en van de Wijkbrandweer (op dit moment nog beperkt tot Zeewolde). Er zijn de afgelopen periode 13 algemene voorlichtingen verzorgd voor groepen mensen, vaak uit specifieke doelgroepen. De deelnemers kwamen van Verenigingen van Eigenaren van woongebouwen, woningcorporaties, organisaties van agrariërs, jongeren uit het AZC Luttelgeest en senioren. Verder zijn er op diverse basisscholen 73 brandveiligheidslessen gegeven voor leerlingen uit de groepen 4.

Voorlichting Voorlichting(86) (86) Almere Almere

15% 15% 85% 85%

Dronten Dronten Lelystad Lelystad NOP NOP Urk Urk

Algemeen Algemeen(13) (13) Scholen Scholen(73) (73)

Zeewolde Zeewolde 00

4. Paragrafen

5. Financieel perspectief

1010

2020

3030

4040

5050

Almere

Dronten

Lelystad

NOP

Urk

Zeewolde

Voorlichting algemeen (13)

3

2

0

2

1

5

Voorlichting scholen (73)

30

0

11

13

11

8

Figuur 13 - Aantal en soort voorlichtingen Brandveilig Leven

Naast de voorlichtingsbijeenkomsten, is er ingezet op brandveiligheidsvoorlichting via sociale mediaactiviteiten, het uitvoeren van woningchecks, het geven van veiligheidsadviezen en het verder uitbouwen van een lokaal netwerk door de Wijkbrandweer. Verder zijn de afgelopen periode regionaal 65 geboortepakketten uitgereikt aan nieuwe ouders, waarin informatie over brandveiligheid wordt gegeven.

14

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

2. B  eleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis In dit hoofdstuk gaan we in op de relatie tussen het uitvoeringsprogramma van het beleidsplan, de programmabegroting en deze bestuursrapportage. In de Programmabegroting 2024 hebben wij onze beleidsvoornemens voor dit jaar gepresenteerd, gebaseerd op het Regionaal Beleidsplan Gooi en Vechtstreek & Flevoland. In het beleidsplan is de focus gelegd op vier opgaven. De opgaven uit het beleidsplan zijn geconcretiseerd naar beleidsvoornemens die in de kadernota en programmabegroting zijn uitgewerkt. De kernboodschap van het regionaal beleidsplan is: ‘Als veiligheidsregio’s investeren wij in veiligheid en dragen wij bij aan een redzame samenleving. Want veiligheid maken we met elkaar en als veiligheidsregio’s staan we hiervoor. Samen voor veiligheid.’ Vanuit de bovenstaande kernboodschap werken wij samen aan de volgende vier opgaven: • Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving. • Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid. • Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar. • Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is. In deze rapportage geven wij aan op welke wijze we werken aan het realiseren van deze opgaven.

Nieuw beleidsplan 2024 Is het laatste jaar dat ons huidige beleidsplan actueel is. Eind van dit jaar wordt het gezamenlijk Regionaal Beleidsplan Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek 2025-2028 ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd. De richting van onze organisatie zal met dit nieuwe beleidsplan geen radicaal andere koers inslaan, wel verleggen we de accenten naar aanleiding van landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen waarover we ook in deze bestuursrapportage rapporteren. De vier centrale thema’s worden daarom (onder voorbehoud): • Veilige leefomgeving • Toekomstbestendige crisisbeheersing • Toekomstbestendige brandweerzorg • Wendbare organisatie

15

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

3. V  oortgang op de werkzaamheden van onze organisatie In dit hoofdstuk doen we verslag van de voortgang op de beleidsthema’s 2024 en de reguliere werkzaamheden van iedere kolom (de programma’s uit de Programmabegroting 2024). In 3.1 zijn korte beschrijvingen opgenomen over de stand van zaken van de beleidsthema’s die we destijds in de programmabegroting hebben aangekondigd. Voor wat betreft de voortgang op de reguliere werkzaamheden (paragraaf 3.2) rapporteren we op hoofdlijnen en alleen als er fundamentele afwijkingen zijn op dat wat in de programmabegroting is toegezegd.

3.1 De beleidsthema’s 2024 Hieronder volgt een beknopte weergave van de stand van zaken op de beleidsthema’s die zijn opgenomen in de Programmabegroting 2024. De bedrijfsvoeringsthema’s zijn beschreven in paragraaf 4.2.

3.1.1 Verstevigen samenwerking VRF en VRGV Na een eerdere interne bestuurlijke evaluatie hebben de samenwerkende veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek een externe doorlichting van de huidige samenwerking laten uitvoeren door het bureau Lysias. In hun rapport komt naar voren dat de samenwerking werkt en zijn er aanbevelingen gedaan voor de verdere doorontwikkeling van de samenwerking. Begin 2024 is aan de hand van de conclusies en aanbevelingen in een gezamenlijke bestuurlijke bijeenkomst een plan van aanpak vastgesteld. Conclusies en aanbevelingen zijn omgezet naar verder uit te werken trajecten. Hierbij is opdracht gegeven om een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheid van doorontwikkeling op basis van: • Harmonisatie van mens en systemen • Ambtelijke fusie De verwachting is dat in het derde kwartaal van 2024 de gezamenlijke besturen de voortgang op deze verkenning verder bespreken.

16

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Beleidsplan In 2023 is het proces gestart om te komen tot het nieuwe gezamenlijke Regionaal Beleidsplan 2025 - 2028. Onderdeel hierbij is het opstellen van een regionaal risicoprofiel. Voor de beide veiligheidsregio’s is separaat een risicoprofiel opgesteld. Slechts op kleine onderdelen blijken er afwijkingen te zijn. De beide algemeen besturen hebben het regionaal risicoprofiel en het regionaal beleidsplan in het tweede kwartaal van 2024 ter bespreking voorgelegd aan de gemeenteraden. Naar verwachting worden zowel het regionaal risicoprofiel als het Regionaal Beleidsplan 2025 – 2028 in het derde kwartaal van 2024 definitief vastgesteld. Gemeenschappelijke Regeling Met de herziening van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) diende de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Flevoland ook te worden herzien. Het proces van deze herziening is in goede samenwerking met gemeentelijke adviseurs opgestart. Na de reguliere zienswijzeprocedure richting de gemeenteraden is de nieuwe gemeenschappelijke regeling in overeenstemming met de Wgr per 1 juli 2024 formeel vastgesteld.

3.1.2 Versterking crisisbeheersing Versterking van crisisbeheersing is noodzakelijk om in te spelen op de nieuwe uitdagingen en risico’s van onze samenleving, waaronder complexe, sluimerende en langdurige crises. Op basis van de landelijke contourennota krijgen alle veiligheidsregio’s vanaf 2023 structureel meer budget vanuit de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) om de gewenste versterking van crisisbeheersing te realiseren. Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek hebben hier in eerste instantie invulling aan gegeven binnen het project versterking crisisbeheersing, dat in januari 2024 is overgegaan in het programma versterking crisisbeheersing. In 2023 is actie ondernomen op een aantal urgente maatregelen om de basis voor crisisbeheersing op orde te krijgen. Ondertussen werd op landelijk niveau de contourennota middels een doelenmatrix uitgewerkt in de landelijke agenda crisisbeheersing. De doelen van de landelijke agenda zijn intern en samen met onze belangrijkste partners vertaald naar WAT ons te doen staat binnen Flevoland en Gooi en Vechtstreek om aan de doelstellingen te voldoen. In februari 2024 is het WAT vastgesteld door beide algemeen besturen. Nadat is gestart met de urgente maatregelen en begin 2024 het programmaplan is vastgesteld, pakken we nu door op de prioritaire doelen.

Daarbij worden de landelijke prioriteiten gevolgd, conform het besluit van de besturen in februari. Dit betekent dat in eerste instantie vooral wordt ingezet op de versterking van

17

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

voorbereiding en paraatheid. We zorgen voor betere voorbereiding op complexe, sluimerende en langdurige crises en waarborgen dat er voldoende capaciteit is, met de juiste kwaliteiten om deze crises het hoofd te bieden. Binnen het programma is naast de planning voor 2024 ook vooruitgekeken naar 2025. Zodoende kunnen we tijdig opstarten met werving en selectie van nieuwe capaciteit. De activiteiten en projecten die binnen het programma invulling geven aan de prioritaire doelen zijn inmiddels allemaal gestart. De eerste resultaten wat betreft de realisatie van de doelstellingen worden richting het eind van het jaar zichtbaar, zoals de realisatie van het Veiligheidsinformatiecentrum Midden-Nederland (VIC). Ondertussen houdt het programmateam ook oog voor de doelstellingen die nu nog niet de prioriteit hebben. Er is een meerjarenplanning gemaakt om te zorgen dat er ruimte blijft voor doelstellingen die later worden opgepakt.

3.1.3 Versterking Informatievoorziening Zoals onder versterking crisisbeheersing is vermeld, heeft het Rijk vanaf 2023 structureel meer budget vanuit de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) beschikbaar gesteld ter versterking van de crisisbeheersing, maar ook ter versterking van de informatievoorziening. Daarom is begin dit jaar naast het programma versterking crisisbeheersing ook het programma versterking informatievoorziening gestart. Beide programma’s trekken waar nodig samen op en zijn erop gericht de landelijke versterkingsdoelen te behalen. Het programma versterking informatievoorziening richt zich op vier thema’s: informatiegestuurd werken, samen werken, veilig werken en robuust organiseren. Het programmaplan, dat loopt van 2024 tot en met 2026, en het jaarplan 2024 zijn rond de zomer ter vaststelling aangeboden aan het directieoverleg. De meest urgente maatregelen worden, of zijn, al geïmplementeerd.

3.1.4 Meldkamer Midden-Nederland De nieuwe Meldkamer Midden-Nederland wordt gerealiseerd boven de nieuwbouw van het politiekantoor in Hilversum. De bouwkundige oplevering van de meldkamer staat gepland in het derde kwartaal van 2024, waarna een fase van technische realisatie start. Het operationeel worden van de nieuwe meldkamer stond gepland op 2 april 2025, maar intussen is duidelijk geworden dat de beoogde datum niet behaald wordt. De verwachting is dat de nieuwe meldkamer Midden-Nederland vanaf juni 2025 operationeel is. Ondertussen wordt binnen de drie betrokken veiligheidsregio’s (Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland) hard gewerkt om één centrale personele organisatie in te richten. Deze organisatie komt voort uit de bestaande meldkamerorganisaties in Lelystad en Utrecht. Bestuurlijke besluitvorming over de verdere borging van deze nieuwe meldkamerorganisatie vindt plaats vanaf het derde kwartaal 2024. Dit moet ertoe leiden dat ook de personele organisatie is ingericht op het moment dat Meldkamer Midden-Nederland operationeel is.

18

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Daarnaast worden de meldkamerprocessen geharmoniseerd. Hiervoor worden de werkprocessen in de drie regio’s in kaart gebracht, wordt gekeken waar de huidige werkwijzen van elkaar verschillen en worden voorstellen voor een eenduidig werkproces uitgewerkt. Dit ten behoeve van een uniforme werkwijze op de meldkamer.

3.1.5 Duurzaamheid Nadat we in 2023 met certificering zijn gestart, hebben we in mei 2024 de eerste jaarlijkse audit van de CO2-prestatieladder niveau 3 behaald. Een belangrijk zichtbaar resultaat is dat we zijn begonnen met het rijden op HVO100 hernieuwbare diesel. Daarnaast is het streven naar ‘0 op de meter’ een actief onderdeel geworden van in aanbouw zijnde en recent opgeleverde kazernes, waaronder Urk. Ook bij de realisatie van vijf nieuwe brandweerposten in de Noordoostpolder staat duurzaamheid hoog op de gezamenlijke agenda. Bovenal is duurzaamheid meer gaan leven in de organisaties en is zodoende een vast onderdeel aan het worden van de reguliere bedrijfsvoering. Nu bij nagenoeg alle kazernes laadpalen zijn gerealiseerd is de weg vrijgemaakt voor elektrificatie van het wagenpark. Onlangs is er een aanbesteding voor 19 elektrische personenvoertuigen gepubliceerd door VRF en VRGV, evenals een aanbesteding voor onze eerste volledig elektrische repressieve vrachtwagen; de Mobiele Commando Unit. Waar het technisch en financieel haalbaar is stappen we bij toekomstige vervangingen zo veel als mogelijk over naar volledig elektrisch aangedreven voertuigen. Vanwege de financiële implicaties die deze overstap voor (zwaardere) vrachtwagens met zich meebrengt, zal het algemeen bestuur de keuze krijgen welke koers te varen.

3.1.6 Uniform kwaliteitsniveau bevolkingszorg De invulling en kwaliteit van bevolkingszorg wordt doorontwikkeld volgens de landelijke lijnen van het uniform kwaliteitsniveau bevolkingszorg (UKB). Dit voorjaar hebben de algemeen besturen ingestemd met het UKB. Onderdeel van het UKB is dat acht kernfuncties binnen bevolkingszorg wettelijk worden vastgelegd, en dat voor die functies landelijk uniforme vakbekwaamheidseisen worden ontwikkeld die binnen de regio’s geborgd moeten worden.

Nul op de meter Een nul-op-de-metergebouw is een gebouw dat over het hele jaar gezien net zoveel energie verbruikt als er lokaal op een duurzame manier wordt opgewekt. Zowel door het realiseren van een lager verbruik middels isolatie en elektrische verwarming, als door het opwekken van stroom met bijv. zonnepanelen. Een nul-op-de-metergebouw is energieneutraal en zorgt dus voor minder CO2-uitstoot. Bijkomend voordeel is dat de energiekosten hierdoor ook afnemen.

19

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Daarnaast geeft het UKB landelijk invulling aan de eenduidige beschrijving van bevolkingszorg(taken), kwaliteitscriteria, kwaliteitsmonitoring en de uitgangspunten voor de nieuwe wetteksten. Alvorens regionaal overgegaan kan worden tot de implementatie van het UKB dienen landelijk nog diverse zaken verder uitgewerkt te worden. Hierin is vertraging ontstaan omdat de aanstelling van een landelijke implementatiemanager, later dan gepland, in juni heeft plaatsgevonden. Na de zomer worden landelijk diverse acties en werkgroepen opgestart, waarin wij als veiligheidsregio’s participeren. Om te komen tot een vertegenwoordiging in alle werkgroepen per meldkamerregio vindt afstemming met Veiligheidsregio Utrecht plaats. Vooruitlopend op de regionale implementatie in 2025 wordt binnen onze regio’s actief gecommuniceerd met betrokkenen over de doelen en consequenties van het UKB. Met name met gemeenten is contact, omdat gemeentelijke functionarissen in de toekomst aan de landelijke kwaliteitscriteria dienen te voldoen. Dit vergt onder andere een verbeterde toetsing en administratie van vakbekwaamheidseisen. Een zorgpunt daarbij is dat het opvoeren van kwaliteitsvereisten extra druk kan zetten op de beschikbaarheid van mensen en de bezetting van functies.

3.1.7 Verplichtend karakter Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad wordt gewerkt aan het implementatieplan voor het afschaffen van verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam verplichtend karakter. Als gevolg van Europese regelgeving is deze organisatiewijze niet langer houdbaar. Als één van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld en is ook in de eerste helft van dit jaar niet tot stand gekomen. Door het Veiligheidsberaad is aangedrongen op voortgang op dit dossier. Dit is meegenomen in de formatieonderhandelingen. Op het moment van opstellen van deze rapportage is de uitkomst daarvan nog niet helder. Dit betekent dat ook voor 2025 incidentele dekking benodigd is vanuit de algemene reserve. De benodigde dotatie aan die reserve om deze kosten te dekken is opgenomen in deze bestuursrapportage en wordt verwerkt in een begrotingswijziging.

3.2 Reguliere werkzaamheden van de kolommen Naast de beleidsvoornemens die hierboven zijn geschetst, zijn in de programmabegroting per programma speerpunten gedefinieerd. Het gaat daarbij veelal om reguliere taken die extra aandacht vragen binnen de organisatie. In onderstaande paragrafen lichten we de relevante ontwikkelingen toe.

20

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

3.2.1 Brandweer De brandweer richt zich op het verder toekomstbestendig maken van de repressieve organisatie. Speerpunt hierbij is het vitaal houden van de posten, zodat de repressieve dekking kan worden gegarandeerd. Aandacht is er ook voor de mentale fitheid van het repressieve personeel en de doorontwikkeling van de operationele leiding. De brandweer speelt daarbij steeds beter in op maatschappelijke ontwikkelingen door gebruik te maken van data en informatie en het toepassen van nieuwe technologie. De repressieve samenwerking met buurregio’s en ketenpartners wordt steeds verder geïntensiveerd vanuit een interregionale en een integrale benadering van veiligheids- en hulpverleningsvraagstukken. 2024 Staat voor een groot deel in het teken van de implementatie van nieuw materieel en materiaal. Zo zijn er nieuwe redvoertuigen aangekocht en uitgeleverd. Deze nieuwe voertuigen kennen nieuwe technieken en mogelijkheden waarop alle repressieve medewerkers, beroeps en vrijwillig, worden bijgeschoold en ingewerkt.

Toekomstbestendige repressie Met het (ontwerp)dekkingsplan is in de eerste helft van 2024 de volgende stap gezet in het toekomstbestendig maken van de repressieve organisatie. Aan de hand van de landelijke methodiek zijn de diverse soorten risico’s in de regio (opnieuw) in kaart gebracht en is beoordeeld of deze risico’s voldoende worden afgedekt. Hierbij is oog voor nieuwe technologische ontwikkelingen. Zo wordt samen met de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Utrecht onderzocht welke toegevoegde waarde de inzet van onderwatertechniek en robotica kan hebben bij de brandweertaken. Vakbekwaam en vitaal personeel De beschikbaarheid van voldoende vakbekwame medewerkers heeft continu onze aandacht. Zowel bij het werven van nieuwe brandweermedewerkers als bij het vakbekwaam houden van de medewerkers in een veranderende samenleving. Vernieuwde inzichten hebben geleid tot het verbreden en verdiepen van de competenties van de operationeel leidinggevenden, zodat zij beter zijn voorbereid op de toekomst. Het vernieuwde ontwikkeltraject wordt momenteel door de operationele leiding getoetst. De voorbereidingen worden getroffen om later dit jaar een bewustwordingstraining te organiseren om brandweermedewerkers handvatten te bieden om met stressvolle situaties om te gaan. Daarmee kan hun mentale veerkracht worden vergroot.

Ook wordt aandacht besteed aan de signaalfunctie die hun partners hierbij hebben. Lokale brandweer In Flevoland is er naast deze ontwikkelingen speciale aandacht voor de uitrol van de Wijkbrandweer. De pilot in Zeewolde is succesvol gebleken en Lelystad is de eerste gemeente die aanhaakt bij dit initiatief.

21

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

De brandweer is als eindgebruiker intensief betrokken bij de ontwikkeling en de bouw van vijf nieuwe kazernes in de Noordoostpolder. Daarnaast verloopt de bouw van de kazerne Urk voorspoedig en hoopt de brandweer dit pand in 2024 te gaan gebruiken. In Zeewolde is er aandacht voor het 40-jarig bestaan van de brandweer.

Samenwerking met onze partners De samenwerking met buurregio’s wordt verder versterkt door het vernieuwen van de convenanten ten aanzien van de basisbrandweerzorg. Hierdoor kunnen operationele grenzen worden gehanteerd en krijgt de burger altijd de snelste zorg. Tot slot zijn samen met de grootste natuurbeheerders in de regio de risicofactoren voor onbeheersbare natuurbranden in kaart gebracht en is op grond hiervan de risicoindex natuurbranden opgesteld. Om deze risico’s te verkleinen wordt voorgesteld om samen met onze multi-partners een set aan (beheers)maatregelen te nemen.

3.2.2 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Het doel van de GHOR is om onder leiding van het openbaar bestuur de gezondheidszorg efficiënt op te schalen van reguliere naar grootschalige hulpverlening. Hierbij functioneren betrokken zorgorganisaties als een geïntegreerde keten. Dit garandeert dat slachtoffers van rampen en crises de best mogelijke zorg ontvangen. Om bovengenoemd doel te bereiken, voert de GHOR onderstaande kerntaken uit. Per kerntaak wordt ingezoomd op activiteiten die afgelopen half jaar hebben plaatsgevonden.

Adviseren van overheden en andere betrokkenen over geneeskundige aspecten in het kader van risico- en crisisbeheersing. De GHOR heeft een adviesrol naar het openbaar bestuur en de zorgorganisaties over veiligheidsvraagstukken. Bij de evenementenadvisering komt deze rol goed tot uiting. Advisering door de GHOR is erop gericht om adequate eerste hulp en medische zorg te leveren, de druk op de reguliere zorg te ontlasten en bezoekers een zo veilig en gezond mogelijk festival te laten beleven. Afgelopen jaren zien we dat het aantal en soorten evenementen toeneemt en de evenementen complexer worden. Daarom zijn GHOR-functionarissen (de Officier van Dienst en Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg) in de afgelopen periode bijgeschoold over de risico’s en verantwoordelijkheden bij evenementen in onze veiligheidsregio. Zorgen voor een goede voorbereiding van zorgorganisaties op mogelijke rampen en crises Afgelopen maart vond een visitatie plaats bij GGD Flevoland op basis van het Landelijk Beleidskader 3.0 Risicomanagement & Crisisbeheersing voor de zorg. Een visitatiecommissie met vertegenwoordigers vanuit

22

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

het Netwerk Acute Zorg Noord-Holland/Flevoland, het Flevoziekenhuis en GGD Zaanstreek-Waterland is met medewerkers van de GGD/GHOR in gesprek gegaan over de voorbereiding op crises. In het uiteindelijke visitatierapport staan veel complimenten en een paar verbeterpunten. De verbeterpunten zijn voornamelijk gericht op kwetsbare sleutelposities in de organisatie.

Coördineren en aansturen van geneeskundige hulpverlening bij en crisis Op dinsdag 2 januari woedde aan de Gemaalweg in Rutten een zeer grote brand. Voor deze brand is GRIP 2 afgekondigd. De GHOR is betrokken geweest bij deze multidisciplinaire opschaling en heeft zich voornamelijk beziggehouden met de dreiging van gevaarlijke stoffen die vrij konden komen bij deze brand. Afgelopen periode is de inzet multidisciplinair geëvalueerd. Borgen van de publieke gezondheid in alle fasen van crisisbeheersing Op donderdag 20 juni is de jaarlijkse bijeenkomst voor GHOR-crisisfunctionarissen Midden-Nederland georganiseerd. Op deze dag kwamen alle GHOR-functionarissen uit Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht bij elkaar om kennis te maken met elkaar én met een inhoudelijk onderwerp. Dit jaar stond in het teken van de publieke gezondheidsprocessen van de GGD. Drie processen die raken aan het werk van de GHOR. Denk aan een incident waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen (medische milieukunde), een incident waarbij in korte tijd veel mensen ziek worden (infectieziektebestrijding) of een incident met veel maatschappelijke impact (psychosociale hulpverlening). Managen van de informatie: verzamelen, delen en analyseren van informatie ter bevordering van zorgcontinuïteit en respons.

In het samenwerkingsverband van het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ)gebied Noord-Holland - Flevoland zijn de afspraken met betrekking tot ‘netcentrisch werken’ binnen de geneeskundige zorg geactualiseerd. Dit document beschrijft hoe binnen de geneeskundige kolom netcentrisch gewerkt wordt tijdens een (boven) regionaal incident. Afgelopen periode en ook komende periode wordt samen met zorgpartners geoefend om de afspraken goed te implementeren. Faciliteren van effectieve samenwerking tussen zorgorganisaties, hulpdiensten en overheid Met de komst van het Integraal Zorgakkoord (IZA) is aan zorgpartijen de opdracht gegeven om met elkaar te werken aan een toekomstbestendige (acute) zorgketen. De

Netcentrisch werken “Netcentrisch Werken ondersteunt de veiligheidsregio’s en hun crisispartners bij het invullen van het aspect informatievoorziening van het Besluit veiligheidsregio’s. Hierbij gaat het vooral om het implementeren van een werkwijze. Deze maakt het mogelijk om binnen de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing bij opschalingsituaties snel te komen tot een eenduidig en over de verschillende lagen gedeeld totaalbeeld van de situatie. Dit gedeelde totaalbeeld is de basis voor besluitvorming en in te zetten acties en kan het proces van leiding & coördinatie bij crisisbeheersing en rampenbestrijding meer snelheid, daadkracht en doelgerichtheid geven” (Bron: NIPV)

23

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

verwachting is dat de kwaliteit en toegankelijkheid van de acute zorg in de nabije toekomst verder onder druk komt te staan en dat deze vastloopt bij ongewijzigd beleid. De GHOR is betrokken bij de regionale pilots met betrekking tot zorgcoördinatie. Daarbij denkt de GHOR mee om ook tijdens een opgeschaalde situatie de verbinding te houden tussen de algemene keten en de functionele keten (zoals benoemd in de bestuurlijke netwerkkaarten).

3.2.3 Bevolkingszorg De formatie van het kernteam bevolkingszorg is in de eerste helft van 2024 uitgebreid met twee medewerkers. De kosten worden gedekt vanuit de rijksbijdrage BDuR voor versterking crisisbeheersing. Deze extra capaciteit is nodig voor de borging van de basisprocessen, de implementatie van het uniform kwaliteitskader bevolkingszorg (UKB) en de versterkingsmaatregelen crisisbeheersing. Met prioriteit worden achterstanden in de operationele planvorming en de borging, toetsing en vastlegging van vakbekwaamheid opgepakt. Deze zijn mede ontstaan door de noodzakelijke inzet op de COVID-19- en vluchtelingencrises. Ook krijgt het bestuurlijk oefenen –georganiseerd vanuit het veiligheidsbureau- een impuls. Om de status en ontwikkeling van bevolkingszorg beter inzichtelijk te krijgen wordt kwaliteitsmonitoring ontwikkeld. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de landelijke ontwikkeling van monitoring in het kader van het UKB. De regierol die de veiligheidsregio’s in 2022 en 2023 hebben vervuld met betrekking tot de regionale opvang van ontheemden uit Oekraïne is formeel en operationeel overgedragen. Voor het functioneren van bevolkingszorg vragen vier aspecten aandacht: • De bezetting van alle piketfuncties. Dit is een blijvend zorgenpunt, waarover regelmatig overleg plaats vindt met gemeenten. Er zijn veel wisselingen onder crisisfunctionarissen.

De continuïteit, vakbekwaamheid, bereikbaarheid en betrokkenheid zijn daardoor soms lastig te waarborgen. Dat geldt voor regionale en zeker ook voor gemeentelijke piketfuncties. • De inzet van partnerorganisaties. Met Omroep Flevoland is een geactualiseerd convenant opgesteld voor de inzet als rampenzender. Met het Rode Kruis zijn afspraken gemaakt over een pilot voor de leiding en coördinatie op opvanglocaties bij een calamiteit in Almere. • Een aandachtspunt in ontwikkeling is de inzet van informatie(management) ten behoeve van bevolkingszorg. De behoeften en mogelijkheden voor invulling worden onderzocht. • De taken, verantwoordelijkheden en afspraken met betrekking tot bevolkingszorg dienen duidelijk en goed te zijn vastgelegd. Landelijk gebeurt dit bij de actualisatie van de Wet veiligheidsregio’s, en regionaal in het Convenant Bevolkingszorg Flevoland en Gooi en Vechtstreek en de gemeenschappelijke regelingen.

24

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

3.2.4 Veiligheidsbureau Versterking organisatiekracht crisisbeheersing Het programma versterking crisisbeheersing werkt aan het versterken van crisisbeheersing en de organisatiekracht op crisisbeheersing. De eerste maatregelen zijn geïmplementeerd en er zijn stappen gezet om de capaciteit van Veiligheidsbureau Flevoland en Gooi en Vechtstreek (FGV) beter aan te laten sluiten bij de opgaven. Inmiddels is versterkt op advies, ondersteuning en informatievoorziening. Sinds begin 2024 zijn de centrale partners voor crisisbeheersing in Flevoland en Gooi en Vechtstreek (Veiligheidsbureau, Bevolkingszorg en GHOR) gehuisvest op één centraal gelegen locatie in Almere. Deze gezamenlijke huisvesting bevordert het samen versterken van de crisisbeheersing. In 2024 worden verdere stappen genomen om de benodigde capaciteit en de bezetting van crisisbeheersing/ Veiligheidsbureau FGV op orde te krijgen en te laten aansluiten bij de opgaven die volgen uit de (landelijke) versterkingsdoelstellingen (zie paragraaf programma versterking crisisbeheersing). Inmiddels lopen er programma’s, projecten en thema’s waarin Veiligheidsbureau FGV voor het onderwerp crisisbeheersing capaciteit levert. Gelijktijdig wordt gekeken naar de toekomstbestendige crisisorganisatie.

Voorkomen, risicogerichtheid en redzaamheid De afgelopen periode is het regionaal risicoprofiel van beide veiligheidsregio’s geactualiseerd. De actualisatie van de eerdere risicoprofielen uit 2020 is een belangrijke stap om duidelijk te hebben op welke (prioritaire) risico’s onze crisisbeheersing ingericht moet zijn. De gemeenten en andere stakeholders worden over deze actualisatie geconsulteerd, om mede op basis van hun reacties voor eind 2024 tot een bestuurlijke vaststelling van het actuele risicoprofiel te komen. Het risicoprofiel dient als uitgangspunt voor het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2025 - 2028 en is tevens de leidraad voor de invulling van onze risicobeheersing, planvorming en vakbekwaamheid. Nu het risicoprofiel er ligt is de vervolgstap om verdere invulling te geven aan meer risicogericht werken, ook in samenhang met het toekomstige Veiligheidsinformatiecentrum Midden-Nederland (VIC). We volgen hierbij de landelijke lijnen en de uitrol vindt plaats in gezamenlijkheid met onze stakeholders. De duidelijkheid over risico’s en handelingsperspectieven krijgt in 2025 een vervolg met (onderzoek naar) initiatieven om zelfredzaamheid en samenredzaamheid te stimuleren. Informatie, advies en netwerkmanagement Het doel is in 2024 het VIC operationeel te hebben. De voorbereidingen in samenwerking met Veiligheidsregio Utrecht lopen op schema.

Het VIC wordt een digitale en fysieke omgeving voor crisisbeheersing. In deze omgeving worden risico’s en dreigingen gemonitord en omgezet in informatie en advies aan bijvoorbeeld gemeenten en crisisfunctionarissen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) en onze crisispartners. Op dit moment wordt gewerkt aan de bemensing van het VIC. In

25

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie

3.1 Beleidsthema’s 3.2 Reguliere werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

de voorbereidingskant loopt een versterking op (de digitalisering en toegankelijkheid van) planvorming en informatievoorziening (organisatie en techniek) om het VIC mogelijk te maken. Vakbekwaam blijven Ook de uitvoering van de vakbekwaamheidsactiviteit loopt op schema. Het jaarthema ‘alternatieve energie’ is dit jaar opgenomen in de meeste operationele oefeningen, naast andere scenario’s. In de eerste helft van 2024 zijn beleidsteamoefeningen in drie gemeenten georganiseerd en bestuurlijke dilemmatrainingen in vier gemeenten.

GBT-oefeningen In het geval van een lokale ramp of crisis heeft de burgemeester bestuurlijke leiding over de hulpverlening. Hij of zij wordt in deze taak ondersteund door het gemeentelijk beleidsteam (GBT). Het Veiligheidsbureau organiseert beleidsteamoefeningen voor de gemeenten in onze veiligheidsregio’s, waarin het GBT samen met adviseurs van het Openbaar Ministerie en hulpverleningsdiensten een scenario naar keuze oefent. Bestuurlijke dilemma­trainingen zijn een vorm van bijscholing voor het GBT. Hierbij wordt eerst de theorie behandeld. Daarna wordt aan de hand van een casus het “voorwaarts denken” onder de loep genomen.

26

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

4.1 Risico’s 4.2 Bedrijfsvoering 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

4. Paragrafen In dit hoofdstuk geven we een toelichting op nieuwe risico’s en een aantal actuele ontwikkelingen in de bedrijfsvoering.

4.1 Risico’s Vast onderdeel in de bestuursrapportage is het benoemen van risico’s die vrij recent (dit kalenderjaar) zijn gesignaleerd om ze daarmee op tijd onder de aandacht van het bestuur en onze gemeenten te brengen. Deze vormen een aanvulling op de risico’s die in de Jaarstukken 2023 staan. Er zijn in de eerste helft van 2024 geen nieuwe risico’s gesignaleerd. In de Kadernota 2026 worden alle risico’s opnieuw beoordeeld.

4.2 Bedrijfsvoering De belangrijkste bedrijfsvoeringsthema’s zijn besproken in hoofdstuk 3 van deze rapportage, te weten versterking van de samenwerking, duurzaamheid en versterking informatievoorziening. Arbeidskrapte De effecten van de huidige arbeidskrapte zijn, net als bij gemeenten, ook bij de veiligheidsregio duidelijk voelbaar. Onze organisatie is hier mogelijk nog kwetsbaarder voor, omdat er veel specialistische functies zijn. Denk aan adviseurs risicobeheersing of specialisten crisisbeheersing bij het Veiligheidsbureau. Deze functies blijken lastig in te vullen, maar ook inkopers en een medewerker AO/IC zijn lastige functies gebleken. We blijven de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt aandachtig volgen en zetten de juiste (sociale) media doelgroepgericht in. De landelijke versterking op het gebied van crisisbeheersing maakt dat we de ontwikkelingen nog nauwlettender volgen en voortvarend met de meest urgente versterkingen aan de slag gaan. Groei Flevoland Provincie Flevoland groeit al jaren bovengemiddeld snel op het gebied van inwoners, woningen en bedrijven. Deze groei zorgt voor forse (financiële) vraagstukken. De landelijke financieringssystematiek richting gemeenten is namelijk ingericht op financiering ‘met terugwerkende kracht’.

Een effect hiervan is dat, met name op de primaire basisvoorzieningen zoals wonen, zorg en veiligheid, de kosten altijd voor de baten uitgaan. Door deze wijze van financiering worden de snelgroeiende Flevolandse gemeenten voortdurend met extra kosten opgezadeld.

27

Bestuurlijke samenvatting

1. Prestaties in beeld (rapportageperiode 1 januari t/m 30 juni 2024)

2. Beleidsplan en uitvoeringsprogramma als basis

3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie 4. Paragrafen

4.1 Risico’s 4.2 Bedrijfsvoering 5. Financieel perspectief

Verantwoording programmabegroting

Verantwoording programma­ begroting

Volgens ramingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zal de forse groei in Flevoland doorzetten. Het CBS verwacht dat het aantal woningen in de provincie tot 2030 toeneemt met ca. 40.000 en tot 2025 zelfs met 100.000. De bevolkingsgroei van Flevoland in diezelfde periode is daarmee relatief ruim twee keer zo groot als het landelijk gemiddelde1 . Met deze groei neemt niet alleen de bedrijvigheid toe, maar ook de impact van landelijke vraagstukken zoals de vergrijzing en de energietransitie. Daarbij komt dat Flevoland voor het ministerie van Defensie aantrekkelijk lijkt als potentieel gebied voor kazernes, oefenterreinen en munitieopslag. Al deze ontwikkelingen brengen veiligheidsrisico’s met zich mee waar wij als veiligheidsregio op moeten inspelen. Als veiligheidsregio dien je namelijk te anticiperen en voorbereid te zijn op (veiligheids)vraagstukken. Dat vraagt om een organisatie die vooroploopt. Dit terwijl de financieringssystematiek van de veiligheidsregio, net als die van gemeenten, juist is ingericht op het basisprincipe van ontwikkelingen ‘met terugwerkende kracht’. Dit is een systeem dat -gezien de voorzienbare ontwikkelingen- niet houdbaar lijkt. Het is dan ook van belang om als gemeenten, provincie en veiligheidsregio gezamenlijk op te trekken richting de Rijksoverheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/98/documents/18359