CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 3 Mer-beoordeling

Oordeelsvormende vergadering 25 juni 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: AKKOORDSTUK Raadsvoorstel Ontwikkeling 45 woon-zorgstudio's Ecu-terrein5.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “bopa”: 4

Dronten, Ecu-terrein Mer-beoordeling Gemeente Dronten sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling 16 oktober 2025, projectnummer 240225 sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomati- seerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zon- der voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 De mer-beoordeling 4 1.3 Leeswijzer 5 2 Kenmerken van het project 6 2.1 Inleiding 6 2.2 Beschrijving van het project 6 2.3 Omvang van het project 7 2.4 Overige kenmerken van het project 8 3 Plaats van het project 10 3.1 Inleiding 10 3.2 Het bestaande grondgebruik 10 3.3 Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu 12 4 Kenmerken van het potentiële effect 17 4.1 Inleiding 17 4.2 Natuur 18 4.3 Verkeer 20 4.4 Geluid 20 4.5 Luchtkwaliteit 21 4.6 Water 22 5 Conclusie 23

3 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Met de komst van de spoorverbinding en een station in Dronten is vanuit de ge- meente Dronten de ambitie ontstaan om rond het stationsgebied een grootscha- lige gebiedsontwikkeling te starten. De nieuwe spoorverbinding met het station Dronten - geopend eind 2012 - vormde een impuls voor de gemeente Dronten om het Hanzekwartier (een verouderd werkgebied) te herontwikkelen. Van deze impuls kan het Hanzekwartier in zijn geheel profiteren en daar wil de gemeente optimaal gebruik van maken. Om de herontwikkeling van het Hanzekwartier richting te geven, is er een structuur- visie voor het gebied opgesteld. De essentie van deze structuurvisie Hanzekwartier is de transformatie van het huidige verouderde werkgebied naar een aantrekkelijk woon- en werkgebied met een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. Om de heront- wikkeling van het Hanzekwartier juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het bestemmingsplan 'Hanzekwartier (2040)' opgesteld, dat op 25 juni 2015 is vastge- steld. Het Ecu-terrein is onderdeel van het meest westelijk deel van het Hanzekwartier in Dronten. In de huidige situatie zijn de meeste percelen van het Ecu-terrein onbe- bouwd. In de gemeente Dronten bestaat het doel te groeien naar een substantieel groter inwoneraantal.

Daar in de gemeente Dronten tevens sprake is van een zorg- behoefte, bestaat het voornemen één van de onbebouwde percelen op het Ecu -ter- rein in gebruik te nemen ten behoeve van de nieuwbouw van een woon-zorgcom- plex met ruimte voor maximaal 45 woonzorgappartementen. Onderdeel van het voornemen is het realiseren van voorzieningen binnen het gebouw die de woon - zorgfunctie dienen. Verder zullen de omliggende gronden ingericht worden met parkeerplaatsen en groen. Het betreffende perceel kent in het bestemmingsplan ‘Hanzekwartier’ de functie ‘gemengd - 3’. Het voornemen om op het Ecu-terrein een nieuw woon-zorgcomplex met maximaal 45 woonzorgappartementen te realiseren past niet binnen de ter plaatse geldende juridisch-planologische kaders. Daarom wordt van het omgevingsplan afgeweken door middel van een omgevingsvergunningaanvraag voor een buitenplanse omge- vingsplanactiviteit (BOPA). Bij de voorbereiding van projecten die in bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn opgenomen, is het volgens artikel 16.36 noodzakelijk te beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en of een milieueffectrapport moet worden ge- maakt. Uit paragraaf 1.2 volgt dat het project uitsluitend voorziet in kaders voor activitei- ten waarvoor geen drempelwaarden gelden. Vanwege het feit dat drempelwaarden ontbreken is een mer-beoordeling nodig en is voorliggend document opgesteld.

4 Ook dient op basis van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsbesluit te wor- den genomen door het bevoegde gezag. Het bevoegd gezag besluit of, vanwege de aanzienlijke effecten die het voorgenomen project mogelijk voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden opgesteld. In het kader van voorgaande is voorliggende mer-beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsno- titie kan het bevoegd gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslis- sing nemen of er een milieueffectrapport noodzakelijk is in het kader van dit pro- ject. 1.2 De mer-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: mer) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wetgeving rond de mer is op- genomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In het Omgevingsbesluit (Bijlage V) staat wanneer een mer of mer-beoordeling aan de orde is. Het project dat mogelijk wordt gemaakt en de omvang ervan zijn daarbij bepalend. Bij een mer-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk aanzien- lijke milieueffecten heeft. Als dat zo is, moet een milieueffectrapport (hierna: MER) worden opgesteld.

In artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit zijn de onderdelen op- genomen die in de mer-beoordeling moeten worden beschreven: − het project, met in ieder geval een beschrijving van: − de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; − de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; − de mogelijke aanzienlijk milieueffecten van het project; − voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzien- lijke milieueffecten van het project als gevolg van: − de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en − het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodi- versiteit. Hierbij moet rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten. Tot slot kan een beschrijving worden bijgevoegd van de kenmerken van het voorge- nomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke mili- eueffecten te vermijden. 5 Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag.

Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken beoordelen of sprake is van aanzien- lijke milieueffecten en of een MER nodig is. Het bevoegd gezag kan de mer-beoor- delingsbeslissing tegelijk met het ontwerpbesluit voor het project nemen. Toetsing aan het Omgevingsbesluit Onderhavig project betreft de ontwikkeling van een woonzorginstelling. Het gaat om een project zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ (nummer J11). Voor dit project geldt een mer-beoor- delingsplicht, aangezien sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding van een ste- delijk ontwikkelingsproject. Een directe mer-plicht is voor projecten onder nummer J11 niet van toepassing. Doel mer-beoordeling Het doel van een mer-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van het voorgenomen project aan het bevoegd gezag. Er wordt in een mer -beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van het project aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde mer -be- oordeling.

Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een mer -be- oordelingsbeslissing wordt gevraagd over de bijbehorende procedure voor het wij- zigen van het (tijdelijk) omgevingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van het project; − de locatie van het project; − de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en − het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiver- siteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ont- wikkelingen al dan geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. 1.3 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen: er wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofd- stuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofd- stuk 5. 6 2 Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht.

Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van af- valstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen. 2.2 Beschrijving van het project Het projectgebied ligt in het noorden van de kern Dronten. Het perceel wordt in het noorden en oosten begrensd door de Ecu, en in het zuiden door volkstuinen. Aan de overzijde van de Ecu, aan de oostzijde, bevindt zich een eerder gebouwd woon - zorgcomplex. Navolgende afbeeldingen geven de globale ligging en begrenzing van het projectgebied weer. Globale ligging projectgebied ten opzichte van Dronten (bron: PDOK Viewer).

7 Begrenzing projectgebied, aangeduid met een rood kader (bron: PDOK Viewer). 2.3 Omvang van het project In de nieuwe situatie wordt de gronden van het perceel op het Ecu-terrein in gebruik genomen ten behoeve van de nieuwbouw van een woonzorgcomplex (footprint 1.030 m2). Het beoogde woon-zorgcomplex zal bestaan uit drie woonlagen. In het complex zal ruimte zijn voor maximaal 45 woonzorgappartementen, evenals voor bijbehorende voorzieningen zoals een eetkamer en een lounge. De oostzijde van het perceel zal ingericht worden ten behoeve van parkeerplaatsen, 27 in totaal. Rondom het gebouw is ruimte gereserveerd voor de aanleg van groen. In totaal neemt het verhard oppervlak van bebouwing met ruim 1.000 m2 toe. Hiertoe zullen nodige waterbergingsmaatregelen getroffen worden. Navolgende afbeeldingen ge- ven de beoogde toekomstige situatie weer.

8 Toekomstige situatie indeling perceel (bron: Sonneborgh West B.V., 2025). 2.4 Overige kenmerken van het project 2.4.1.1 Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het besluitgebied. 2.4.1.2 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van econo- misch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de direc te nabijheid van het besluitgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graaf- werkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het project maken geen gebruik van natuurlijke hulp- bronnen in de directe nabijheid van het besluitgebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulp- bronnen.

2.4.1.3 Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof - en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerk- zaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen.

9 De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoor- beeld hinder, doorstroming, veiligheid). Deze aspecten zullen in het navolgende on- derzocht worden. 2.4.1.4 Risico van ongevallen De beoogde ontwikkeling maakt geen risicovolle activiteiten mogelijk. De omge- ving zal ten gevolge van de ontwikkeling dan ook geen risico ondervinden. 10 3 Plaats van het project 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvin- den, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen ac- tiviteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het besluitgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden. 3.2 Het bestaande grondgebruik Omgeving De projectlocatie ligt in het noorden van Dronten, aan de straat de Ecu. De directe omgeving wordt beheerst door grondgebonden woningen, volkstuinen, wegen en industrie. Het perceel grenst in het zuiden aan een groter gebied van volkstuinen van de volkstuinvereniging “De Pionier”. Direct ten oosten van het projectgebied be- vindt zich een woon-zorgcomplex van de JP van den Bent stichting. Verder zijn er verschillende uitvalswegen in de omgeving, en is het perceel via de Ecu en de Ot- todreef goed verbonden met het openbare wegennetwerk.

Onderstaande foto geeft de globale ligging weer van het projectgebied ten opzichte van de directe omge- ving. Ligging projectgebied in de directe omgeving (bron: PDOK Viewer). Projectgebied Het projectgebied zelf bestaat uit de gronden die kadastraal bekend staan als ge- meente Dronten, sectie K, perceelnummer 3536. De gronden zijn in zijn geheel on- gebouwd en in de huidige situatie slechts in hobbymatig gebruik als voetbalveldje.

11 Navolgende afbeelding geeft een impressie van de huidige situatie ter plaatse van het projectgebied. Huidige situatie van het projectgebied, vanuit het noordwesten (bron: Google Streetview, 2024). Huidige situatie met zicht op het reeds bestaande woon-zorgcomplex (bron: Google Streetview, 2024).

12 Huidige situatie met zicht op de volkstuinen aan de zuidgrens van het projectgebied (bron: Google Streetview, 2015). 3.3 Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu 3.3.1 Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoelig- heid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze mer -beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwik- keling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig wor- den beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale re- gels in het kader van deze mer-beoordeling rekening mee dient te worden gehou- den. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze mer-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. 3.3.2 Overzicht gevoelige gebieden III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals ge- noemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied Juridisch kader Relevantie voor de activiteit Wetlands Conventie van Ramsar In of in de directe nabijheid van het besluitgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig. Kustgebieden Het besluitgebied is niet gelegen in een kustgebied.

Berggebieden en bosgebieden Omgevingswet Het besluitgebied is niet gelegen in een berg- of bosgebied. Reservaten en natuurparken: − Nationale Landschappen − Nationale Parken Nationale Land- schappen zijn Het besluitgebied ligt niet in een Na- tionaal Landschap en/of Nationaal Park.

13 Type gebied Juridisch kader Relevantie voor de activiteit benoemd in de Nota Ruimte; Nationale Parken zijn onderdeel van de NNN (voorheen EHS). Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatricht- lijn) − Omgevingswet − Besluit activitei- ten leefomge- ving In de omgeving van het besluitge- bied liggen Natura 2000-gebieden (zie verder onder 1). Gebieden waarin de bij communau- taire wetgeving vastgestelde nor- men inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Europese milieu- richtlijnen (o.a. ka- derrichtlijn Lucht- kwaliteit, kaderrichtlijn Water) Het besluitgebied ligt niet in gebie- den waar op basis van communau- taire wetgeving reeds normen wor- den overschreden. Gebieden met hoge bevolkingsdicht- heid Het besluitgebied is niet gelegen in een gebied met hoge bevolkings- dichtheid. Landschappen van: − historisch belang − cultureel belang − archeologisch belang − Besluit kwaliteit leefomgeving − Omgevingsplan − Gemeentelijk landschapsont- wikkelingsplan Het besluitgebied ligt in een zone met archeologische waarden (zie verder onder 2). Het besluitgebied ligt niet in een zone met cultuurhis- torische waarde. 1.

Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moe- ten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het besluitgebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Omgevingswet is aangewezen (zie navolgende afbeelding). 14 Globale ligging van het besluitgebied (roze vlag) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: Aerius Calculator). Het betreft de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Ketelmeer & Vossemeer circa 6 kilometer; - Veluwerandmeren circa 13 kilometer; - IJsselmeer circa 10 kilometer; - Veluwe circa 17 kilometer. Met het project wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitge- sloten dat bijvoorbeeld licht, trilling of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikke- ling een toename van stikstofemissie mogelijk. Dit aspect wordt daarom in hoofd- stuk 4 nader onderzocht. 2. Archeologie Uit de het bestemmingsplan ‘Hanzekwartier (2040)’ (dd.

25 -06-2015) wat deel is van het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Dronten geldt binnen het besluit- gebied ‘Waarde – Archeologie 4’. Hiervoor geldt dat er archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte groter dan 1,7 hectare. Voorliggende ontwikke- ling zal qua oppervlakte ruim onder die drempel blijven. Derhalve worden geen mili- eueffecten ten aanzien van archeologie verwacht. Dit aspect wordt niet nader be- schouwd. 3.3.3 Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied Juridisch kader Relevantie voor de activiteit Natuurnetwerk Nederland (voor- heen: Ecologische Hoofdstructuur) Provinciale verorde- ning Het besluitgebied ligt nabij Natuur- netwerk Nederland), (zie onder 3).

15 Type gebied Juridisch kader Relevantie voor de activiteit Gebied geschikt voor beschermde soorten − Omgevingswet − Besluit activitei- ten leefomge- ving Het besluitgebied is mogelijk ge- schikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4). Weidevogelgebied en ganzenfoera- geergebied Provinciale verorde- ning Het besluitgebied ligt niet in een be- schermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied. Stiltegebied Provinciale verorde- ning Het besluitgebied is niet gelegen in een stiltegebied. Bodembeschermingsgebied Provinciale verorde- ning Het besluitgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied. Grondwaterbeschermingsgebied Provinciale verorde- ning Het besluitgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsge- bied. 3. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk (artikel 7.8 Bkl). Navolgende figuur geeft de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van NNN- gebieden weer. Locatie NNN (groen), met het onderzoeksgebied (rode marker) (bron: Geconsolideerde Omge- vingsverordening Flevoland, dd. 10-07-2019).

16 Uit voorgaande figuur blijkt dat de ontwikkellocatie niet binnen NNN-gebied ligt. Aangezien de ontwikkellocatie niet in de provinciaal beschermde natuur ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of sa- menhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van deze gebieden hebben. De bescherming van het Natuurnetwerk staat de uitvoering van het project daarmee niet in de weg. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 niet nader onderzocht. 4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het besluitgebied en haar omgeving kunnen mogelijk be- schermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofd- stuk 4 nader onderzocht. 17 4 Kenmerken van het potentiële ef- fect 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activi- teiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofd- stukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het plan en de plaats van het plan zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn ge- let wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect.

Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van een nieuw woonzorgcomplex voorziet. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de mogelijke aantrekking van ver- keer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het besluitgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. Nabij het besluitgebied bevinden zich landelijk beschermde natuurgebieden. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het be- sluitgebied aanwezig zijn. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspec- ten in dit hoofdstuk nader behandeld: − natuur: de ontwikkeling kan wat betreft soortenbescherming leiden tot nega- tieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de ge- biedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten met betrekking tot Natura 2000-gebieden. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve ef- fecten op de natuurwaarden. − verkeer: de nieuwe ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotori- seerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (mi- lieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid.

− geluid: de ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluid (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. − water: het project heeft geen effect op bestaande waterwerken in de omgeving. Wel is bij het waterschap advies gevraagd omdat de hoeveelheid verhard opper- vlak toe zal nemen ten gevolge van de ontwikkeling. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmer- ken het concrete plan en de bestaande situatie zoals omschreven in de 18 voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot beteke- nisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − externe veiligheid: de functies in onderhavig project leiden niet tot externe veilig- heidseffecten. − cultuurhistorie: de functies in onderhavig project leiden niet tot negatieve effec- ten van cultuurhistorische waarden. − bodem: onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. − geurhinder: de functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. − archeologie: de locatie is niet aangewezen als een locatie met archeologische verwachting.

Hoewel archeologische vondsten kunnen worden aangetroffen, kan er redelijkerwijs worden gesteld dat de archeologische waarden niet on- evenredig worden geschaad. De voorgaande aspecten worden daarom in deze mer-beoordeling niet nader be- sproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de mer-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschik- bare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het programma. 4.2 Natuur 4.2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is het gebied onbebouwd en begroeid met lage grassen en kruiden. Er zijn geen bomen of struiken aanwezig binnen het besluitgebied. 4.2.2 Effecten ontwikkeling Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) De ontwikkellocatie ligt niet in een gebied dat in het kader van de Omgevingswet is aangewezen. Nabij de ontwikkellocatie liggen wel verschillende Natura 2000 -gebie- den. Het betreffen de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbe- horende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Ketelmeer & Vossemeer circa 6 kilometer; - Veluwerandmeren circa 13 kilometer; - IJsselmeer circa 10 kilometer; - Veluwe circa 17 kilometer. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is een toename in stikstofuitstoot in het projectgebied mogelijk.

Zo kan bij nieuwbouw door de aanwezige machines stik- stof worden uitgestoten en kan in de gebruiksfase de verkeersaantrekkende wer- king door het project toenemen, waardoor de stikstofemissie toe kan nemen. Om te bepalen of deze stikstof kan leiden tot de verstoring van stikstofgevoelige 19 vegetaties in Natura 2000-gebieden is een AERIUS-berekening1 uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er geen toename in stikstofdepositie optreedt op stikstofgevoelige habitattypen in de nabijheid van de ontwikkellocatie. Derhalve kunnen negatieve milieueffecten ten aanzien van gebiedsbescherming worden uitgesloten. Ten aanzien van beschermde gebieden, dier- en plantsoorten is een quick scan na- tuur2 uitgevoerd. Uit de quickscan blijkt dat het besluitgebied geen onderdeel uit- maakt van Natuurnetwerk Nederland of dat ander provinciaal beschermd natuurge- bied aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Beschermde soorten Verblijfplaatsen of andere essentiële elementen van habitatrichtlijnsoorten en niet vrijgestelde soorten van het beschermingsregime ‘andere soorten’, en jaarrond be- schermde nesten van vogelrichtlijnsoorten zijn niet aanwezig in het besluitgebied of de directe omgeving ervan.

De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling daarom niet in de weg. Uit de quickscan blijkt dat vogelsoorten waarvan het nest niet jaarrond is be- schermd in of in de directe omgeving van het besluitgebied tot broeden kunnen ko- men. Tref derhalve de preventieve maatregelen zoals beschreven in paragraaf 3.3.3.2 van de quickscan om een schadelijke handeling onder de Omgevingswet te voorkomen. Uit de quickscan blijkt dat soorten voor kunnen komen die enkel onder de speci- fieke zorgplicht vallen en niet onder een strenger beschermingsregime. Deze vallen binnen de volgende soortgroepen: - Amfibieën; - (overige) insecten; - grondgebonden zoogdieren; - vogels. Tref hiervoor de maatregelen zoals opgesomd in paragraaf 3.11 van de quickscan. Indien het uitvoeren van deze maatregelen (deels) niet mogelijk is, dient afstem- ming plaats te vinden met een deskundig ecoloog. Belangrijke negatieve milieueffecten kunnen in ieder geval worden uitgesloten. 1 SAB (2025). Dronten, woonzorgcomplex, onderzoek stikstofdepositie, projectnummer: 240225, dd. 8 augustus 2025 2 SAB (2025). Quickscan natuur, Ecu-terrein Dronten. 240225, 16 oktober 2025 20 4.3 Verkeer 4.3.1 Huidige situatie In de huidige situatie is het besluitgebied onbebouwd en heeft het geen verkeers- generatie. 4.3.2 Effecten ontwikkeling De gemeente Dronten kent een eigen ‘Gemeentelijk verkeer en vervoer plan’.

Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegene- reerd bij een bepaalde ontwikkeling, volgt de gemeente de kencijfers van het CROW4 voor verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gelet op de ligging van het projectgebied worden de kencijfers voor het gebied ‘rest bebouwde kom’ gehanteerd. De gemeente Dronten wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘ weinig stedelijk’ gebied. Voor de toevoeging van een woon-zorgcomplex met 45 woonzorgappartementen geldt daarbij de categorie ‘Verpleeg- en verzorgingstehuis’. Aan deze categorie is geen verkeersgeneratie gekoppeld. Als er uitgegaan wordt van 4 bewegingen per parkeerplaats per etmaal, komt dat neer op 4 x 27 = 108 verkeersbewegingen per etmaal. Aangenomen wordt dat deze beperkte verkeersgeneratie eenvoudig kan worden opgenomen in de bestaande wegenstructuur, gezien de korte ontsluitingsroute naar de Ottodreef, welke is ingericht als gebiedsontsluitingsweg. Gezien de zeer lage verkeersintensiteit op de ECU worden hier geen negatieve milieueffecten ver- wacht. Naar verwachting kan het verkeer eenvoudig worden opgenomen op de Ot- todreef.

Geconcludeerd wordt dat van significant negatieve effecten geen sprake zal zijn. 4.4 Geluid 4.4.1 Huidige situatie Het besluitgebied ligt aan de noordzijde van Dronten langs de ECU. De Ottodreef en de spoorlijn zorgen ervoor dat het besluitgebied te maken heeft met een noemens- waardige geluidbelasting. 4.4.2 Effecten ontwikkeling De verkeersgeneratie zal zorgen voor een toename in verkeer op het omliggende wegennet. Uit voorgaande paragraaf is te lezen dat de verkeersgeneratie per 104 4 CROW, publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ 21 lichte voertuigen per weekdagetmaal zal zijn. In de hudige situatie zal dit vergelijkbaar zijn. Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving is af te leiden dat bij een geluidtoename van meer dan 1,5 dB de geluidbelasting merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Aangezien de ECU momenteel zeer beperkt verkeer zal voeren, betreft de toename ten gevolge van het project theoretisch gezien een significante toename welke merkbaar zou kunnen zijn. Echter, gezien de zeer lage verkeersgeneratie in de huidige situatie en de in absolute zin beperkte toename, wordt hier geen belangrijk negatief milieueffect van verwacht op de omgeving.

De ontwikkeling ligt verder op voldoende afstand van geluidgevoelige gebouwen dat andere activiteiten naar verwachting geen effect zullen hebben op de omgeving omdat alleen het oostelijk deel van het kavel aan de ECU wordt bebouwd. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect geluid geen belangrijke negatieve milieueffecten verwacht worden. 4.5 Luchtkwaliteit 4.5.1 Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaar- den voor de betreffende stoffen zoals benoemd in de Omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit (§ 2.2.1.1 Bkl). Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grens- waarden. Kenmerk Achtergrondconcentratie (2023) Grenswaarde Stikstofdioxide (NO2) <8 µg/m3 40 µg/m3 fijnstof (PM10) 13 - 14 µg/m3 40 µg/m3 zeer fijnstof (PM10) 7 - 8 µg/m3 25 µg/m3 Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving). 4.5.2 Effecten ontwikkeling De categorie woningbouw is opgenomen in bijlage 3A van de Regeling NIBM.

De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) is ≤ 1.500 (netto) wonin- gen met één ontsluitingsweg. De voorgenomen ontwikkeling zal de NIBM -grens uit de regeling niet overschrijden en derhalve niet in betekenende mate bijdragen aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Met behulp van de Centraal Instru- ment Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is beoordeeld of er ter hoogte van het 22 besluitgebied sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreini- gende stoffen. Daaruit volgt dat er geen sprake is van een (dreigende) normover- schrijding. Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plekke van de te rea- liseren woningen wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit de EU. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat wat betreft luchtkwaliteit geen sprake is van een negatief milieueffect. 4.6 Water 4.6.1 Huidige situatie In de huidige situatie is het besluitgebied volledig onverhard. Het totale gebied heeft een footprint van circa 1.000 m 2. 4.6.2 Effecten ontwikkeling Door de ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen binnen het besluitgebied. Het is onbekend hoeveel de toename exact zal zijn momenteel. Er is advies ge- vraagd bij het waterschap.

Aangenomen mag worden dat mogelijke maatregelen genomen zullen worden ten aanzien van bijvoorbeeld wateroverlast en dat daar- mee op voorhand geen significant negatieve milieueffecten verwacht hoeven te worden ten aanzien van het aspect water. 23 5 Conclusie In voorliggende notitie is beoordeeld of als gevolg van de ontwikkeling van woon- zorg aan de ECU nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij beho- rende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Beoordeling milieueffecten Natuur (gebiedsbescherming) Nabij het besluitgebied zijn Natura 2000-gebieden aanwe- zig. Uit het stikstofonderzoek is gebleken dat er geen toe- name van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats wordt verwacht. Andere milieueffecten op Natura 2000-ge- bieden worden eveneens niet verwacht. Van een negatief milieueffect op dit aspect is hierdoor geen sprake. Natuur (soortenbescherming) Op grond van de huidige inrichting van het besluitgebied kunnen er beschermde soorten aanwezig zijn, zodoende is een quickscan uitgevoerd. Uit de quickscan blijkt dat er geen soorten aanwezig zijn waarvoor een omgevingsver- gunning voor een flora- en fauna-activiteit benodigd is.

Wel dienen preventieve maatregelen genomen te worden om schadelijke handelingen onder de Omgevingswet te voor- komen. Belangrijke negatieve milieueffecten kunnen in ie- der geval worden uitgesloten. Verkeer De beoogde ontwikkeling zorgt voor een beperkte ver- keersaantrekkende werking. De beperkte toename kan eenvoudig opgenomen worden in het heersende verkeers- beeld. Zodoende is er geen aanleiding om aan te nemen dat wat betreft verkeer sprake is van te verwachten nega- tieve milieueffecten. Geluid Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Aangezien de ECU momen- teel zeer beperkt verkeer zal voeren, betreft de toename ten gevolge van het project theoretisch gezien een signifi- cante toename welke merkbaar zou kunnen zijn. Echter, gezien de zeer lage verkeersgeneratie in de huidige situatie en de in absolute zin beperkte toename, wordt hier geen belangrijk negatief milieueffect van verwacht op de omge- ving. De ontwikkeling ligt verder op voldoende afstand van geluidgevoelige gebouwen dat andere activiteiten naar ver- wachting geen effect zullen hebben op de omgeving om- dat alleen het oostelijk deel van de kavel aan de ECU wordt bebouwd. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect geluid geen belangrijke negatieve milieueffecten verwacht worden. 24 Luchtkwaliteit Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten.

Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrond- concentraties is geen sprake van een wezenlijke verslech- tering. Significant negatieve milieueffecten worden dan ook niet verwacht ten aanzien van het aspect luchtkwali- teit. Water Door de ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen binnen het besluitgebied. Het is onbekend hoeveel de toe- name exact zal zijn momenteel. Er is advies gevraagd bij het waterschap. Aangenomen mag worden dat mogelijke maatregelen genomen zullen worden ten aanzien van bij- voorbeeld wateroverlast. Derhalve worden geen significant negatieve milieueffecten verwacht ten aanzien van het as- pect water. De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitge- sloten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig. 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1404/documents/21944