CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Was & wordt-lijst GR VRF (620731).pdf

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 11: AKKOORD Raadsvoorstel wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland13.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WAS

WORDT

Algemene toelichting: Overwegingen De voorliggende wijziging van de gemeenschappelijke regeling komt allereerst voort uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022. Dit maakt aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk. Het gaat hier in het bijzonder om het verbeteren van de democratische legitimering door een sterkere rol van de gemeenteraden. Daarnaast leidt de evaluatie van de Samenwerkingsovereenkomst van Veiligheidsregio Flevoland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek tot de wens de gemeenschappelijke regelingen van de beide regio’s zo veel als mogelijk is op elkaar te stemmen. Hier is het voornaamste motief het verbeteren van de efficiency van de beide veiligheidsregio’s door het zoveel mogelijk gelijkschakelen van regels en procedures. Hiermee wordt de actuele ambtelijke situatie vertaald in de gemeenschappelijke regeling. Om dezelfde reden is het wenselijk de verordeningen voor de financiële administratie en de controle in de beide regio’s te harmoniseren, waarvoor in de gemeenschappelijke regelingen de basis wordt gelegd. Hetzelfde geldt voor de harmonisatie van discipline-overstijgende strategie- en staftaken die immers voor de beide regio’s gezamenlijk worden uitgevoerd.

Omdat beide regelingen worden geharmoniseerd is de volgorde van de verschillende artikelen op een aantal plaatsen in de aangepaste regelingen anders dan in de bestaande regelingen. Hier en daar zijn de bestaande teksten ‘opgepakt’ en op een andere plek ‘neergezet’ zodat de beide regelingen dezelfde tekstvolgorde hebben. De wijzigingen worden toegelicht, tenzij de wijziging alleen tekstueel is of voor zich spreekt. De artikelen van de beide regelingen over de besluitvorming met stemverhoudingen en de kostenverdeelsleutel zijn niet geharmoniseerd. Essentiële benadering gemeenschappelijke regeling In deze wijziging van de gemeenschappelijke regeling hebben we een belangrijke verandering aangebracht door verschillende artikelen die eerder waren opgenomen, te verwijderen. Deze beslissing is genomen na een grondige beoordeling van de bestaande wetten en regels ten overstaan van de artikelen in de regeling van Veiligheidsregio Flevoland. Informatie in deze artikelen is reeds in bestaande wetgeving vastgelegd, en worden om die reden niet nogmaals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling.

1

Door deze duplicerende bepalingen uit de regeling te halen, kunnen we de regeling vereenvoudigen en vermijden we eventuele verwarring en misverstanden. De vereenvoudigde regeling zal ons in staat stellen de regeling te concentreren op de belangrijkste elementen van onze specifieke veiligheidsregio. Tevens voorkomen we dat de regeling gewijzigd dient te worden wanneer de onderliggende wettelijke bepaling gewijzigd wordt. Dit is een cruciale stap om ervoor te zorgen dat onze veiligheidsregio efficiënt en effectief functioneert. Het is belangrijk op te merken dat het verwijderen van deze artikelen de belangrijkheid van de informatie die ze bestreken, niet vermindert, maar er juist op wijst dat deze informatie al goed vastgelegd is in wetgeving. In enkele bepalingen komt de tekst nog voor in zowel de regeling als in de wet. Deze worden echter binnen de context van de betreffende bepalingen passend en daarmee van praktische toegevoegde waarde geacht. Uitleg kleurgebruik In deze was/wordt-lijst zijn de wijzigingen die voortkomen uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen blauw gekleurd. De wijzigingen die voortkomen uit het harmoniseren van de gemeenschappelijke regelingen van Veiligheidsregio Flevoland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn rood gekleurd. Intitulé

Intitulé De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft: Overwegende dat: -

op 1 januari 2008 een gemeenschappelijke regeling is getroffen onder de naam “Veiligheidsregio Flevoland 2008”;

-

op 1 oktober 2010 de Wet veiligheidsregio’s in werking is getreden;

-

op grond van artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s de colleges van burgemeester en wethouders belast zijn met de brandweerzorg, de

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft: overwegende dat: -

op 1 januari 2008 een gemeenschappelijke regeling is getroffen onder de naam “Veiligheidsregio Flevoland 2008”;

-

de gemeenschappelijke regeling nadien is gewijzigd op respectievelijk 1 januari 2011 (met citeertitel: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland 2008, gewijzigd 2010), 26 april 2018 (met citeertitel: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland 2017) 2

rampenbestrijding en crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening; -

op grond van artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde zijn aangewezen tezamen een regio te vormen;

-

de colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s een gemeenschappelijke regeling dienen te treffen ter uitvoering van de hiervoor genoemde taken waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de naam “veiligheidsregio” i.c. “Veiligheidsregio Flevoland”;

-

-

de Gemeenschappelijke Regeling “Veiligheidsregio Flevoland 2008” na toestemming van de gemeenteraden van Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde aan de colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten zoals bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 januari 2011 voor de eerste keer is gewijzigd; de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Flevoland na toestemming van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten besloten hebben om naar aanleiding van wijzigingen in de Wet Veiligheidsregio’s, Wet gemeenschappelijke regelingen en de uitvoering van de gemeentelijke bevolkingszorg de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland 2008, gewijzigd 2010, voor een tweede maal te wijzigen;

en 1 januari 2021; -

de gemeenschappelijke regeling opnieuw dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de op 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen;

-

Veiligheidsregio Flevoland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek hun samenwerking willen versterken en daartoe hun gemeenschappelijke regelingen goeddeels willen harmoniseren;

gelet op: -

de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet Veiligheidsregio’s, Wet publieke gezondheid en de Gemeentewet;

-

de toestemming van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde;

besluiten: de “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland 2017” te wijzigen in “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland 2023”, waardoor deze als volgt komt te luiden:

Gelet op de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet Veiligheidsregio’s, Wet publieke gezondheid en de Gemeentewet;

3

Besluiten: de gemeenschappelijke regeling “Veiligheidsregio Flevoland 2008, gewijzigd 2010” te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden: HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

1.

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. deze regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

a.

de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze gemeenschappelijke regeling;

b. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

b.

deelnemende gemeenten: aan deze regeling deelnemende gemeenten, te weten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde;

c.

de regio: de regio Flevoland zoals benoemd in de in de artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s genoemde bijlage bij die wet. De regio omvat de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde;

c.

de gemeenten: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten;

d. de Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen; e.

de Wvr: Wet veiligheidsregio’s;

f.

het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de veiligheidsregio, zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wgr;

d.

Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;

e.

Wvr: Wet veiligheidsregio’s;

g. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio, zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wgr;

f.

DPG: Directeur Publieke Gezondheid;

g.

ramp, rampenbestrijding, crisis, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening: de omschrijving, bedoeld in

4

h. de voorzitter: de voorzitter van de veiligheidsregio, zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wgr;

artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.

2. i.

bevolkingszorg: de wettelijke taak van gemeenten om te zorgen voor burgers die bij een crisis betrokken zijn en die door de gemeenten als verlengd lokaal bestuur wordt georganiseerd op het niveau van de veiligheidsregio.

Waar in deze gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester onderscheidenlijk: de veiligheidsregio, het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur en de voorzitter.

2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester onderscheidenlijk: de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd: Veiligheidsregio Flevoland.

Artikel 2

1.

Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Flevoland.

2.

Het openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in Lelystad.

3.

Het gebied waarvoor deze gemeenschappelijke regeling geldt, betreft de regio Flevoland zoals benoemd in de in de artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s genoemde bijlage bij die wet.

2. De veiligheidsregio is gevestigd te Lelystad. 3. Het verzorgingsgebied van de veiligheidsregio omvat het grondgebied van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.

Het openbaar lichaam

HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

HOOFDSTUK 2 BELANGEN, DOELSTELLING EN TAKEN

Artikel 3 Belangen

Artikel 4

De veiligheidsregio behartigt de belangen op de volgende terreinen:

De veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:

Belangen

5

1. de brandweerzorg;

a.

de brandweerzorg;

2. de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;

b.

de geneeskundige hulpverlening in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

c.

de gemeentelijke bevolkingszorg in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

d.

de rampenbestrijding en crisisbeheersing;

e.

de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening.

3. bevolkingszorg; 4. rampenbestrijding en crisisbeheersing; 5. de gemeenschappelijke meldkamer.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

Artikel 5

Taken en bevoegdheden

Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen worden door de betrokken colleges van burgemeester en wethouders in ieder geval alle taken en bevoegdheden overgedragen die bij of krachtens de Wvr aan de veiligheidsregio worden overgedragen.

1.

Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen worden door de betrokken colleges van burgemeester en wethouders in ieder geval alle taken en bevoegdheden overgedragen die bij of krachtens de Wet veiligheidsregio’s aan de veiligheidsregio worden overgedragen.

2.

Onverminderd lid 1 voert de veiligheidsregio voor de deelnemende gemeenten overige adviestaken uit. Deze taken worden opgenomen in het beleidsplan als bedoeld in artikel 14 Wvr.

Toelichting lid 2: De beide veiligheidsregio’s voeren niet alleen taken uit op grond van in de Wvr opgenomen verplichtingen. Ze verbreden daarnaast hun takenpakket, op basis van specifieke omstandigheden, met niet-wettelijke advisering, waaronder het adviseren over omgevingsvisies en evenementenvergunningen. In deze regeling is dat nu geborgd. Omdat de betreffende taken in de tijd wijzigen worden deze niet in de gemeenschappelijke regeling, maar in het beleidsplan opgesomd.

6

Artikel 5a

Bevolkingszorgtaken

1.

Ten behoeve van de deelnemende gemeenten wordt een operationele organisatie ingesteld en in stand gehouden voor de voorbereiding op en uitvoering van de gemeenschappelijke taken ten aanzien van gemeentelijke bevolkingszorg waaronder in ieder geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en opgeleid personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.

2.

Het algemeen bestuur wijst de coördinerend functionaris bevolkingszorg, genoemd in artikel 36 Wvr, aan op voordracht van de gemeentesecretarissen in de regio. De coördinerend functionaris bevolkingszorg is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die voor de gemeenten worden getroffen met het oog op een ramp of crisis. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend functionaris bevolkingszorg de deelnemende gemeenten.

3.

De coördinerend functionaris bevolkingszorg, genoemd in dit artikel, sluit detacheringsovereenkomsten met de gemeenten ten behoeve van het personeel dat werkzaam is voor bevolkingszorg.

Toelichting: De coördinerende taak in de koude fase (voorbereiding) wordt al een aantal jaar uitgevoerd door de veiligheidsregio. Dit is bij dezen opgenomen in de gemeenschappelijke regeling.

7

Artikel 5 Integrale afstemming

Artikel 6 Integrale afstemming

Het algemeen bestuur kan convenanten sluiten met daartoe betrokken partners ten aanzien van het bevorderen van eenduidig beleid op en uitvoering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Het algemeen bestuur kan convenanten sluiten met daartoe betrokken partners ten aanzien van het bevorderen van eenduidig beleid op en uitvoering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Artikel 6 Dienstverlening

Artikel 7

1. De veiligheidsregio is bevoegd tot het verrichten van diensten voor één of meer deelnemende gemeenten of, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, voor derden, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dit verzoek inwilligt. 2. De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de partijen die het aangaat. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die bij de betrokken partij(en) in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan.

Dienstverlening

1.

De veiligheidsregio is bevoegd tot het verrichten van diensten voor één of meer deelnemende gemeenten met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, voor derden, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dit verzoek inwilligt. Een verzoek tot dienstverlening kan geen betrekking hebben op de reguliere – en voor alle deelnemende gemeenten gelijkwaardige – zorg.

2.

Het algemeen bestuur beslist op een verzoek tot dienstverlening van een of meer deelnemende gemeenten of van een andere gemeente of derden.

3.

De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de partijen die het aangaat. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die bij de betrokken partij(en) in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan.

4.

Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze de veiligheidsregio uitvoering geeft aan de overeengekomen dienstverlening.

8

HOOFDSTUK 3 HET BESTUUR VAN DE VEILIGHEIDSREGIO Artikel 7 Samenstelling 1. Het bestuur van de veiligheidsregio bestaat uit de volgende organen:

Artikel 3

1.

Bestuursorganen

Veiligheidsregio Flevoland kent de volgende bestuursorganen:

a. een algemeen bestuur;

a.

het algemeen bestuur;

b. een dagelijks bestuur;

b.

het dagelijks bestuur;

c.

c.

de voorzitter.

een voorzitter.

2. Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de Wgr commissies instellen.

2.

Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de Wgr commissies instellen.

3. Het algemeen bestuur benoemt een ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

3.

Het algemeen bestuur benoemt een ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Toelichting: Artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur vaste commissies van advies kan instellen. Dit kunnen ook commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn. In dat geval geschiedt de instelling en de regeling van de bevoegdheden en de samenstelling door het algemeen bestuur maar op voorstel van het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter. Naast vaste commissies van advies zijn ook andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter mogelijk, deze worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur commissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Dat kan evenwel alleen als de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet. De Wet gemeenschappelijke regelingen stelt voorwaarden en beperkingen aan het instellen van dergelijke commissies. HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR

9

Artikel 8 Samenstelling, taken en bevoegdheden algemeen bestuur

Artikel 8

Samenstelling van het algemeen bestuur

1. Overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van de Wvr bestaat het algemeen bestuur uit de burgemeesters van de gemeenten.

1.

Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

2. Bij afwezigheid kunnen de burgemeesters zich laten vervangen door degene die hen als burgemeester van hun gemeente vervangt.

2.

Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich laten vervangen overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet.

3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur vangt aan op het moment dat een lid is benoemd als burgemeester van de gemeente die hij gaat vertegenwoordigen. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt, zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij vertegenwoordigt.

Artikel 9

1.

5. Het algemeen bestuur heeft naast de in artikel 4 genoemde taken: a.

het algemeen toezicht op al wat het openbaar lichaam aangaat;

b.

de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het beheer van de vermogenswaarden en de boekhouding;

c.

2.

Het algemeen bestuur heeft naast de taken genoemd in artikel 5 de volgende taken:

a.

het algemeen toezicht op al wat de veiligheidsregio aangaat;

b.

de zorg voor de controle op het beheer van de vermogenswaarden en de boekhouding;

Het algemeen bestuur heeft naast de bevoegdheden genoemd in artikel 5 de volgende bevoegdheden:

a.

het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, met uitzondering van arbeidsvoorwaardenregelingen voor het personeel;

b.

het besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit hiertoe wordt niet genomen dan nadat de raden van de aan deze

de zorg voor het houden van toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.

6. Het algemeen bestuur is bevoegd tot het heffen en innen van retributies en/of leges met betrekking tot aan de Veiligheidsregio overgedragen brandweertaken op basis van een daartoe vast te stellen verordening. 7. Het algemeen bestuur besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen,

Taken en bevoegdheden algemeen bestuur

10

coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet eerder genomen dan nadat de gemeenteraden conform artikel 31a van de Wgr in de gelegenheid zijn gesteld om hun wensen en bedenkingen bij het algemeen bestuur naar voren te brengen. 8. Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste een vijfde van het aantal leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk aan de voorzitter verzoekt. 9. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.

gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

c.

3.

Het algemeen bestuur stelt voor nader door hem aan te geven onderwerpen een mandaatregeling vast.

4.

Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio is bevoegd ter uitvoering van de taken en bevoegdheden die bij wet zijn opgedragen of die krachtens deze gemeenschappelijke regeling aan de veiligheidsregio zijn overgedragen, tot het heffen en innen van retributies en/of leges met betrekking tot aan de veiligheidsregio overgedragen brandweertaken op basis van een daartoe door het algemeen bestuur vast te stellen verordening.

10. De leden van het algemeen bestuur hebben in de vergadering van het algemeen bestuur ieder één stem. 11. In afwijking van het bepaalde in het negende en tiende lid geldt voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening het systeem van gewogen stemmen, inhoudende: a.

minimaal drie gemeenten stemmen in met het besluit, en

b.

een rechtsgeldig besluit wordt genomen met meerderheid van stemmen, en

c.

voor het nemen van een besluit wordt de volgende stemverdeling toegepast: Almere: 9 stemmen, Dronten: 2 stemmen, Lelystad: 5 stemmen, Noordoostpolder: 2 stemmen, Urk: 1 stem en Zeewolde: 1 stem.

12. Bij het staken van de stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

gevraagd of ongevraagd, aan een of meer deelnemende gemeenten advies te geven en voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig acht.

Artikel 10

Werkwijze algemeen bestuur

1.

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

2.

Het algemeen bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter, dan wel indien ten minste een vijfde van het aantal leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.

3.

De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar, tenzij met in achtneming van artikel 22 lid 4 en 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt besloten de deuren te

11

sluiten.

4.

5.

In een besloten vergadering kan niet worden besloten over:

a.

het vaststellen van het risicoprofiel, het beleidsplan, het crisisplan en rampbestrijdingsplannen;

b.

het vaststellen of wijzigen van de begroting;

c.

het vaststellen van de rekening;

d.

een voorstel aan de colleges tot wijzigen van deze gemeenschappelijke regeling;

e.

het vaststellen van het liquidatieplan;

f.

invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies en /of leges;

g.

regelingen met andere openbare lichamen;

h.

doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging die dat mogelijk maakt is goedgekeurd.

De voorzitter nodigt de commandant brandweer, de directeur Publieke Gezondheid, de directeur bevolkingszorg, de politiechef eenheid Midden-Nederland en andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Ter vergadering hebben zij een adviserende stem.

Artikel 11

1.

Besluitvorming algemeen bestuur

De leden van het algemeen bestuur hebben in de vergadering van

12

het algemeen bestuur ieder één stem.

2.

Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.

3.

Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

4.

In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening het systeem van gewogen stemmen, inhoudende:

a.

minimaal drie gemeenten stemmen in met het besluit, en

b.

een rechtsgeldig besluit wordt genomen met meerderheid van stemmen, en

c.

voor het nemen van een besluit wordt de volgende stemverdeling toegepast:

d.

Almere: 9 stemmen; Dronten: 2 stemmen; Lelystad: 5 stemmen; Noordoostpolder: 2 stemmen; Urk: 1 stem; Zeewolde: 1 stem.

Toelichting artikel 9 en 10:

13

Bepaling is gewijzigd ten behoeve van de harmonisatie met de regeling van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.

Artikel 12

Zienswijze

Anders dan besluiten waarover bij of krachtens de wet de gemeenteraden een zienswijze naar voren kunnen brengen, zijn er, tenzij door het algemeen bestuur anders bepaald, geen besluiten van het algemeen bestuur waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10 lid 5 Wgr. Toelichting: In een gemeenschappelijke regeling moet worden opgenomen of, en zo ja voor welke door het bestuur te nemen besluiten een zienswijze aan de raden wordt gevraagd. Oogmerk is dat gemeenteraden dan hun opvatting kenbaar kunnen maken voordat een bepaald besluit is genomen. De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft hierin niets verplicht voor. De wet bedoeld slechts om een bewuste afweging door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling te bevorderen. Het kan dus ook een bewuste afweging zijn om géén zienswijzen in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Het is hier belangrijk om te benadrukken dat op basis van de Wet veiligheidsregio’s bij de belangrijkste besluiten en het opstellen van de belangrijkste documenten reeds invloedsmogelijkheden van de raden bestaan. Te weten: -

Begroting: mogelijkheid tot zienswijze voor de gemeenteraden op de ontwerpbegroting, art. 35 Wgr.

-

Beleidsplan: voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan overlegt de burgemeester van een gemeente in het gebied van de veiligheidsregio met de gemeenteraad over het ontwerpbeleidsplan, art. 14 Wvr.

-

Regionaal risicoprofiel: het bestuur van de veiligheidsregio stelt het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij het bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid, art. 15 Wvr.

-

Regionaal crisisplan: bij het opmaken worden afspraken gemaakt met bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen, art. 16 Wvr.

-

Rampbestrijdingsplannen: bij het aanwijzen waarvoor het bestuur van de veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan vaststelt, worden tevens regels 14

gesteld over het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het plan en van belangrijke wijzigingen van dat plan, art. 17 Wvr. -

Deze mogelijkheden komen naast de reguliere controlerende bevoegdheden van de gemeenteraden naar de burgemeesters.

-

In geval van een bovenlokaal incident is tevens verantwoording aan de gemeenteraden geborgd.

Al deze documenten werken samen om de taken van de veiligheidsregio te definiëren en te bepalen hoe deze taken moeten worden uitgevoerd. Door de invloedsmogelijkheden van de gemeenteraden bij deze documenten, wordt er geacht dat er reeds voldoende wettelijk is geborgd omtrent de invloed van de gemeenteraden op de veiligheidsregio en hoe deze haar taken uitvoert. Het algemeen bestuur behoudt de mogelijkheid hiervan af te zien. Artikel 13

Participatie

Onverminderd de Wet veiligheidsregio’s kan, in samenwerking met de gemeente(raden)n, aan ingezetenen en belanghebbenden gelegenheid worden geboden betrokken te worden bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid, overeenkomstig de wijze als beschreven in de participatieverordening van Veiligheidsregio Flevoland. Toelichting: De Wet gemeenschappelijke regelingen beoogt ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Het gaat dan om alle fasen van de beleidscyclus en een regeling daarvoor wordt te gedetailleerd voor de gemeenschappelijke regeling. De veiligheidsregio heeft een wettelijke opdracht en wettelijke taken die zij voor een ieder op gelijk niveau moet uitvoeren en aanbieden. Hierbij worden reeds belanghebbenden en partners betrokken, zoals in de toelichting van artikel 12 besproken. In het bijzonder is wettelijk geborgd:

-

Regionaal risicoprofiel: het bestuur van de veiligheidsregio nodigt ten minste eenmaal per jaar de bij mogelijke rampen en crises in de regio betrokken partijen uit voor een gezamenlijk overleg over de risico’s in de regio, art. 15 Wvr.

-

Rampbestrijdingsplannen: bij het aanwijzen waarvoor het bestuur van de veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan vaststelt, worden tevens regels gesteld over het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het plan en van belangrijke wijzigingen van dat plan, art. 17 Wvr.

15

-

Regionaal crisisplan: bij het opmaken worden afspraken gemaakt met bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen, art. 16 Wvr.

Een formeel systeem waarin burgers en belanghebbende bij overige besluiten worden betrokken bestaat bij de veiligheidsregio momenteel niet. Daarom is een algemene bepaling opgenomen dat aan ingezetenen en belanghebbenden ten eerste gelegenheid wordt geboden betrokken te worden bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid, overeenkomstig de wijze als beschreven in de Wet veiligheidsregio’s. Bijkomend zal door het algemeen bestuur verdere verkenning worden gedaan naar de mogelijkheden waarop burgerparticipatie een bijdrage kan leveren aan het versterken van de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden van de veiligheidsregio. Op basis hiervan zal de participatieverordening worden opgemaakt. HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 9 Samenstelling, taken en bevoegdheden dagelijks bestuur

Artikel 14 Samenstelling, dagelijks bestuur

benoeming

en

ontslag

van

het

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, als bedoeld in artikel 10, en tweedoor en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden.

1.

2. De zittingstermijn van de aangewezen leden is drie jaar. Na afloop van de termijn worden door het algemeen bestuur opnieuw leden aangewezen.

Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en twee door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden.

2.

Een lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

3. Een lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

3.

4. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde uittreden uit het dagelijks bestuur, met dien verstande dat het lidmaatschap in dat geval eindigt op het tijdstip waarop de opvolger in functie treedt.

De leden van het dagelijks bestuur blijven in geval van beëindiging of opzegging van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.

4.

5. Het algemeen bestuur wijst, in een situatie zoals bedoeld in het vierde lid, in haar eerstvolgende vergadering een nieuw lid van het dagelijks bestuur aan die de vrijgevallen plaats inneemt.

Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering een nieuw lid.

5.

Een lid, met uitzondering van de voorzitter, kan, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden, worden ontslagen, indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het algemeen bestuur. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de

6. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

16

7. Het dagelijks bestuur stemt bij meerderheid van stemmen. De leden van het dagelijks bestuur hebben in de vergadering van het dagelijks bestuur ieder één stem. 8. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de taken, zoals beschreven in artikel 33b van de Wgr. 9. Het dagelijks bestuur beheert de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam. 10. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit die door het algemeen bestuur en krachtens deze regeling aan hem zijn opgedragen.

gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een of meer leden van het dagelijks bestuur heeft besloten.

Artikel 15

Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur vervult niet meer dan de wettelijke taken die rechtstreeks uit wetgeving aan het dagelijks bestuur worden opgedragen, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.

Artikel 16

Werkwijze dagelijks bestuur

1.

Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

2.

Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of als ten minste één lid van het dagelijks bestuur dit verzoekt.

3.

De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

4.

Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. Deze machtiging wordt opgenomen in het in artikel 32 bedoelde reglement van orde.

5.

Artikel 56 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

17

Artikel 17

Besluitvorming dagelijks bestuur

1.

De leden van het dagelijks bestuur hebben in de vergadering van het dagelijks bestuur ieder één stem.

2.

Het dagelijks bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.

Toelichting artikel 14: In de gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Flevoland is bepaald dat de leden van het dagelijks bestuur een zittingstermijn hebben van drie jaar. In de gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is bepaald dat de leden een zittingstermijn hebben van vier jaar die gelijkloopt met de zittingstermijn van de raden. Voor beide opties zijn geen harde argumenten gevonden. Daarom is geen zittingsperiode meer opgenomen. Toelichting artikel 15: De bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn, conform de wens van de beide besturen, beperkt tot het wettelijk minimum. Hierbij is volledig aangesloten op de uitkomsten van de discussie die in 2021 over de inrichting van het dagelijks bestuur in Veiligheidsregio Flevoland is gevoerd en die in het Reglement van Orde Algemeen en Dagelijks Bestuur Veiligheidsregio Flevoland zijn vastgelegd. Relevant hierbij is te vermelden dat artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt: 1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:

a.

het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

b.

beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

c.

regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;

d.

tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

e.

te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of

18

administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Toelichting Hoofdstuk 4: Het hoofdstuk over het dagelijks bestuur is aangepast zodat dit overeenkomstig als het hoofdstuk over het algemeen bestuur luidt. Dit ten behoeve van een betere leesbaarheid. HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER Artikel 10 De voorzitter

Artikel 18 Benoeming voorzitter plaatsvervangend voorzitter

en

aanwijzing

1. De voorzitter van het bestuur wordt, conform artikel 11 tweede lid Wvr, bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio.

1.

De voorzitter van het algemeen bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

2. Het algemeen bestuur wijst een lid van het algemeen bestuur aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

2.

Het algemeen bestuur wijst een plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden aan.

3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur. 4. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

Artikel 19

1.

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.

2.

De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan het vertegenwoordigen van de veiligheidsregio

5. De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan het vertegenwoordigen van de veiligheidsregio opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 6. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de veiligheidsregio is betrokken, wordt

Taken en bevoegdheden voorzitter

19

de in het zesde lid genoemde bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervangend voorzitter.

opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

3.

Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de veiligheidsregio is betrokken, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervangend voorzitter.

4.

De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

5.

De voorzitter is bevoegd zaken, die geen uitstel kunnen lijden, terstond af te doen. Van de door hem genomen beslissingen legt hij in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur verantwoording af.

7. De voorzitter is bevoegd zaken, die geen uitstel kunnen lijden, terstond af te doen. Van de door hem genomen beslissingen legt hij in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur verantwoording af.

HOOFDSTUK 4 INLICHTINGENPLICHT EN VERANTWOORDING

HOOFDSTUK 6 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 11 Verantwoording- en inlichtingenplicht

Artikel 20 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur is verplicht de gemeentebesturen desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken na ontvangst van het verzoek te informeren en inlichtingen te verschaffen over al hetgeen deze regeling en de uitvoering daarvan betreft. 2. Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer gemeentebesturenadvies te geven en voorstellen te doen, die zij in verband met deze regeling nodigacht.

1.

De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

2.

Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is, en als het algemeen bestuur om inlichtingen vraagt en geven tussentijds de door het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken.

3.

Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

3. Elk lid van het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van de raad van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt de gevraagde inlichting zo spoedig mogelijk, nadat hem daarom is gevraagd.

20

4. Elk lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd voor het door hem of het algemeen bestuur gevoerde beleid aan de raad van zijn gemeente. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af, nadat hem daarom is gevraagd.

Hij geeft aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

5. De leden van het dagelijks bestuur zijn gezamenlijk en ieder afzonderlijk verantwoordingschuldig aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven hierover periodiek en tussentijds alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken.

Artikel 21 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de colleges

6. De voorzitter geeft, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wgr, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

1.

Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

2.

Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die colleges worden verlangd binnen zes weken na ontvangst van een verzoek daartoe.

Artikel 22

Het algemeen bestuur ten opzichte van de raden

1.

Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden uit eigen beweging of op hun verzoek alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en geven de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.

2.

Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd.

3.

Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 lid 1 van de Wet

21

gemeenschappelijke regelingen ter verantwoording geroepen worden voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

4.

Het verstrekken van inlichtingen en het ter verantwoording roepen als bedoeld in dit artikel geschiedt zo spoedig mogelijk en op de wijze zoals vastgesteld in het reglement van orde, bedoeld in artikel 10 lid 1 en artikel 16 lid 1.

Toelichting artikel 22: De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat het bestuur van een gemeenschappelijke regeling een actieve informatieplicht heeft omtrent hetgeen in een regeling speelt. Daarmee is deze bepaling vergelijkbaar met de actieve informatieplicht van het college aan de gemeenteraad, zoals is vastgelegd in de Gemeentewet. Deze verplichting richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles dat de raad behoort te weten om zijn taak goed te kunnen vervullen. In gemeenschappelijke regelingen moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Een actieve informatieplicht aan de raden bestaat op gemeentelijk niveau al voor de colleges. Het doortrekken van deze plicht naar het bestuur van een gemeenschappelijke regeling is geen grote ingreep. Daarbij kan de wijze waarop e.e.a. in de Gemeentewet is geregeld als voorbeeld dienen. De Gemeentewet kent een open formulering. Het college:

-

is verplicht zijn besluitenlijst openbaar te maken,

-

geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft,

-

geeft de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van bepaalde collegebevoegdheden (bij besluiten met zwaarwegend politieke betekenis of ingrijpende gevolgen).

Het is aan het algemeen bestuur om hierin een eigen handelingskader te bepalen. Bij gemeenten wordt dat door colleges gedaan in de vorm van een protocol of handvest. Deze lijn volgend kan het algemeen bestuur ook een dergelijk protocol met de colleges en de raden overeenkomen, er is hier gekozen dit in het regelement van orde op te nemen. In de gemeenschappelijke regeling behoeft deze tekst niet te worden opgenomen, kortheidshalve 22

wordt in de gemeenschappelijke regeling wel opgenomen dat het algemeen bestuur dit, na overeenstemming met de colleges en de raden, opneemt in het regelement van orde. Overigens zullen bepaalde elementen uit de staande praktijk in het reglement van orde worden opgenomen, want het is uiteraard niet zo dat een actieve informatieplicht een geheel onontgonnen terrein is. Redactioneel is het artikel aangepast ten behoeve van een betere harmonisatie met de regeling van VRGV. HOOFDSTUK 5 DE ORGANISATIE

HOOFDSTUK 7 DE ORGANISATIE

Artikel 12 De inrichting van de organisatie

Artikel 23

1. Het dagelijks bestuur regelt, gehoord het algemeen bestuur, de inrichting van de organisatie van de Veiligheidsregio. 2. Tot de organisatie worden in organisatieonderdelen gerekend:

ieder

geval

de

volgende

Organisatiebesluit

1.

Het dagelijks bestuur stelt, gehoord het algemeen bestuur, een organisatiebesluit vast over de inrichting van de ambtelijke organisatie.

2.

In het besluit worden in ieder geval de volgende zaken geregeld:

a. brandweer;

a.

de samenstelling van een veiligheidsdirectie;

b. geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (Ghor);

b.

de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de veiligheidsdirectie;

c.

de inrichting van de organisatie;

c.

bevolkingszorg;

d. veiligheidsbureau; e. meldkamer.

Artikel 13 Rechtspositie

[vervallen]

23

1. Het dagelijks bestuur regelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125 en 134 van de Ambtenarenwet en de gemeentelijke rechtspositie, zoals vastgelegd in de CAR/UWO, de rechtspositie van: a. de medewerkers van de organisatie die ambtenaar zijn; b. de medewerkers van de organisatie die werkzaam zijn op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, en c.

de medewerkers van de organisatie die een aanstelling als vrijwilliger hebben.

Toelichting: Aanpassing noodzakelijk na invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). HOOFDSTUK 6 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 14 Dienstjaar

Artikel 25

Dienstjaar

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 15 Organisatie van beheer en administratie 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie vast. De verordening regelt in ieder geval de onderwerpen, genoemd in artikel 212,tweede lid, van de Gemeentewet voor zover van toepassing op de veiligheidsregio.

Artikel 24

Middelenbeheer

1.

Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie vast met inachtneming van artikel 212 van de Gemeentewet.

2.

Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de 24

2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie zoals beschreven in artikel 213 van de Gemeentewet. 3. Het algemeen bestuur wijst een accountant aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaringen het uitbrengen van een verslag van bevindingen. De controleverklaring en het verslag van bevindingen voldoen aan het bepaalde in artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet.

controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie met inachtneming van artikel 213 van de Gemeentewet.

Artikel 26

Aanwijzing accountant

Het algemeen bestuur wijst een accountant aan die conform het bepaalde in artikel 213 derde en vierde lid van de Gemeentewet wordt belast met de toetsing van de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en het afgeven van een getrouwheidsoordeel aan het algemeen bestuur.

Toelichting artikel 26: De formulering van dit artikel is in overeenstemming met de geldende wetgeving ter zake. Artikel 16 Begroting en meerjarenraming

Artikel 27

Begroting en meerjarenraming

1.

Het algemeen bestuur stelt met in achtneming van de artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de begroting vast in het jaar voorafgaand aan dat waarvoor zij dient.

2. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de ontwerpbegroting en meerjarenraming van de veiligheidsregio voor het komende kalenderjaar toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

2.

3. Het dagelijks bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten tot minimaal achtweken na toezending gelegenheid om hun zienswijze over de ontwerpbegroting en meerjarenraming naar voren te brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzenzijn vervat, en eventueel een nota van

Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

3.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en meerjarenraming voor het komende kalenderjaar twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan

1. Jaarlijks wordt een begroting en meerjarenraming opgesteld met in achtneming van de artikelen 34 en 35 van de Wgr en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

25

wijzigingen, bij de ontwerpbegroting en de meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden.

de raden van de deelnemende gemeenten.

4.

De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken na toezending van de ontwerpbegroting en meerjarenraming bij het dagelijks bestuur schriftelijk hun zienswijze over de ontwerpbegroting en meerjarenraming kenbaar maken.

5. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen.

5.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

6. Het algemeen bestuur stuurt de vastgestelde begroting en de meerjarenraming toe aan de raden van de gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente berekende bijdrage in de kosten in de gemeentelijke begroting voor het betreffendejaar opnemen.

6.

Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

7.

De begroting en meerjarenraming worden gepubliceerd op de website van Veiligheidsregio Flevoland.

8.

Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in iedergeval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan gedeputeerde staten.

9.

Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente geraamde bijdrage in de kosten van de veiligheidsregio in de gemeentelijke begroting voor het betreffende jaar opnemen en die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Als deze begroting niet afwijkt van de ontwerpbegroting kan het algemeen bestuur volstaan met een schriftelijke mededeling over dit gegeven.

4. De ontwerpbegroting en meerjarenraming wordt door de zorg van de besturen van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

7. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling doch in ieder geval vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten van Flevoland. 8. Het tweede, derde en zevende lid zijn ook van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, voor zover deze besluiten van invloed zijn op de gemeentelijke bijdragen, met uitzondering van de genoemde data.

26

10.

Indien de raden schriftelijk bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren hebben gebracht, sturen zij hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur.

11.

Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met uitzondering van de genoemde data.

Toelichting: De begrotingsprocedures van Veiligheidsregio Flevoland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn vrijwel identiek. In deze gemeenschappelijke regeling zijn ze helemaal gelijkgetrokken, waarbij het snelste tijdpad van de twee is aangehouden. Dat betekent vaststelling door het algemeen bestuur vóór 1 juli, zoals in Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, en niet vóór 15 juli zoals in Veiligheidsregio Flevoland. De gewijzigde Wgr voorziet in een verruiming van de uiterste termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting in de begrotingscyclus. Per regeling kan gekozen worden voor kortere termijnen, maar niet voor latere data. Het oogmerk is de gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden makkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later:

-

De kadernota moet vóór 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april;

-

de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus; en

-

de ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken.

De twee maanden tussen beide deadlines worden voldoende geacht om de uitgaven aan een regeling als verplichte uitgaven te verwerken in de gemeentelijke begrotingen. Artikel 17 Jaarrekening

Artikel 28

1.

Jaarrekening

Het algemeen bestuur stelt met in achtneming van de artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en het Besluit 27

1. Het algemeen bestuur onderzoekt ieder jaar de jaarrekening over het afgelopen jaar. 2. De jaarrekening, zoals genoemd in het eerste lid, wordt opgesteld in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3. In de jaarrekening wordt het door elk van de gemeenten over het desbetreffende jaarwerkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. Verrekening van het verschil tussen de reeds als voorschot verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag, zijnde het saldo van baten en lasten vóór gemeentelijke bijdragen en na eventuele onttrekking uit- of dotatie aan reserves, vindt plaats, nadat aan de gemeenten kennisgeving is gedaan van de vaststelling van de jaarrekening. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening, inclusief accountantsverklaring, vóór15 april toe aan de raden van de gemeenten. 5. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast, vóór 1 juli volgende op het jaar waarop deze jaarstukken betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening vóór 15 juli aan Gedeputeerde Staten van Flevoland.

begroting en verantwoording provincies en gemeenten de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

2.

In de jaarrekening wordt het door elk van de gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. Verrekening van het verschil tussen de reeds als voorschot verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag, zijnde het saldo van baten en lasten vóór gemeentelijke bijdragen en na eventuele onttrekking uit- of dotatie aan reserves, vindt plaats, nadat aan de gemeenten kennisgeving is gedaan van de vaststelling van de jaarrekening.

3.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

4.

Het algemeen bestuur stelt jaarlijks een controleprotocol vast als basis voor de accountantscontrole op de jaarrekening.

6. Met de vaststelling van de jaarrekening verleent het algemeen bestuur décharge aan het dagelijks bestuur, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. Toelichting: In de regeling van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek was een zienswijzeprocedure opgenomen die betrekking heeft op de jaarrekening. De Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet niet in zienswijzen van de deelnemende gemeenten bij de vaststelling van de jaarrekening. De jaarrekening is immers een feitelijke stand van zaken die door zienswijzen niet meer zal worden beïnvloed. Eventuele opvattingen van gemeenteraden naar aanleiding 28

van de jaarrekening krijgen hun betekenis bij het vaststellen van de begroting van het daaropvolgende jaar, en daar is uiteraard dan wél in een zienswijzeprocedure voorzien. De gewijzigde Wgr geeft andere termijnen dan in beide veiligheidsregio’s gehanteerd werden. De tekst van dit artikel is conform de bepalingen van de nu geldende Wgr. Artikel 30

Artikel 18 Financiering 1. Het algemeen bestuur stelt een treasurystatuut vast, waarin onder meer geregeld is het aangaan van geldleningen en rekeningcourant overeenkomsten en het uitlenen van geld en garantstellingen, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. De besluiten worden na vaststelling gezonden aan Gedeputeerde Staten van Flevoland.

Treasurystatuut

Het algemeen bestuur stelt een treasurystatuut vast, waarin het aangaan van geldleningen en rekeningcourant overeenkomsten en het uitlenen van geld en garantstellingen geregeld is.

2. Voor het betalen van rente en aflossing van aan te gane leningen en in rekening-courant op te nemen gelden staan de gemeenten garant voor zover door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt. 3. De in het tweede lid bedoelde garantstelling door de gemeenten geschiedt naar verhouding van de inwonertallen op 1 januari van het jaar waarin de verplichting tot nakoming van de garantie van kracht is geworden; een en ander overeenkomstig de in de begroting van het dienstjaar opgenomen gemiddelde inwoneraantallen overeenkomstig het eerste lid van artikel 19. 4. De veiligheidsregio voldoet bij aanbestedingswet- en regelgeving.

haar

transacties

aan

de

5. De veiligheidsregio stelt inkoopvoorwaarden vast.

29

Artikel 19 Bijdragen

Artikel 29

Bijdragen gemeenten

1. De verdeelsleutel voor de generieke gemeentelijke bijdragen wordt berekend op basis van het percentage van de uitkering uit het gemeentefonds aan een individuele gemeente in het totaal van de uitkeringen uit het gemeentefonds aan alle zes gemeenten. De uitkering uit het gemeentefonds, bedoeld in de vorige volzin, betreft de uitkering voor openbare orde en veiligheid, sub-cluster brandweer en rampenbestrijding, dan wel de uitkering – hoe ook genaamd – die verband houdt met de taken met betrekking tot crisisbeheersing en brandweer. Dit betekent in ieder geval dat indien de verdeling van het gemeentefonds wordt gewijzigd op basis van het rapport ‘Herijking verdeling klassiek domein gemeentefonds’, het de uitkering betreft die verband houdt met het onderdeel ‘crisisbeheersing en brandweer’.

1.

De verdeelsleutel voor de generieke gemeentelijke bijdragen wordt berekend op basis van het percentage van de uitkering uit het gemeentefonds aan een individuele gemeente in het totaal van de uitkeringen uit het gemeentefonds aan alle zes gemeenten. De uitkering uit het gemeentefonds, bedoeld in de vorige volzin, betreft de uitkering voor openbare orde en veiligheid, sub-cluster brandweer en rampenbestrijding, dan wel de uitkering – hoe ook genaamd – die verband houdt met de taken met betrekking tot crisisbeheersing en brandweer. Dit betekent in ieder geval dat indien de verdeling van het gemeentefonds wordt gewijzigd op basis van het rapport ‘Herijking verdeling klassiek domein gemeentefonds’, het de uitkering betreft die verband houdt met het onderdeel ‘crisisbeheersing en brandweer’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/88/documents/980