Bijlage - 2 Was en wordt lijst Financiele verordeningen 2026 (899468).pdf
Tekst van het document
Financiële verordening aanpassing 2026
Was en wordt
Inleiding In dit document wordt doormiddel van “was” en “wordt” aangegeven wat de verschillen zijn tussen de Financiële verordening 2024 en de Financiële verordening 2026. Er wordt aangegeven op welke pagina van de verordening de wijziging betrekking heeft en in welk artikel.
Aanpassingen Waar: Pagina 2 Wat: Artikel 2 Was 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Wordt 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden of pakketten, en b. de beleidsindicatoren. Waar: Pagina 2 Wat: Artikel 3 Was 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd. Wordt 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 75.000 afzonderlijk gespecificeerd. Waar: Pagina 2 Wat: Artikel 3 Was Nieuw Wordt 4. Bij de programmaonderdelen “Wat heeft het gekost” de afwijkingen tussen begroting na wijziging en realisatie afzonderlijk voor de lasten en baten toe te lichten: a. Op pakket of taakveld niveau: i. Vanaf € 150.000, of ii. Bij taakvelden of pakketten begroot kleiner dan € 150.000 vanaf € 75.000. a. De individuele afwijkingen: i. Vanaf € 75.000, of ii. Bij taakvelden of pakketten begroot kleiner dan € 150.000 vanaf € 50.000. Indien van belang worden kleinere bedragen toegelicht.
Waar: Pagina 2 Wat: Artikel 4 Was 2. In de begroting wordt een post onvoorzien incidenteel opgenomen. Het college van Burgemeester en wethouders is gemachtigd eenmalige uitgaven te doen tot en met een bedrag van € 25.000 per onderwerp ten laste van onvoorzien incidenteel. Bij de reguliere financiële rapportages in de P&C-cyclus wordt een actueel overzicht van de post onvoorzien en de daarop gemaakte aanspraken weergegeven. Wordt 2. In de begroting wordt een post onvoorzien incidenteel opgenomen. De omvang is € 2 per inwoner. De hoogte wordt per 1.000 inwoners aangepast. Het college van Burgemeester en wethouders is gemachtigd eenmalige uitgaven te doen tot en met een bedrag van € 25.000 per onderwerp ten laste van onvoorzien incidenteel. Bij de reguliere financiële rapportages in de P&C-cyclus wordt een actueel overzicht van de post onvoorzien en de daarop gemaakte aanspraken weergegeven. Waar: Pagina 3 en 4 Wat: Artikel 9 Was 2.
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens gelijk aan de vastgestelde goedkeuringstoleranties voor fouten zoals die wordt gehanteerd bij de getrouwheidsgrens die door de account wordt gehanteerd op basis van het advies van de Commissie Bedrijfsvoering en Auditing Decentrale Overheden (BADO) en het controleprotocol, van de totale lasten van de gemeente inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde onrechtmatigheden (fouten of onzekerheden) nader toegelicht vanaf € 75.000. Wordt 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens gelijk aan de vastgestelde goedkeuringstoleranties voor fouten zoals die wordt gehanteerd bij de getrouwheidsgrens die door de account wordt gehanteerd op basis van het advies van de Commissie Bedrijfsvoering en Auditing Decentrale Overheden (BADO) en het controleprotocol, van de totale lasten van de gemeente exclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde onrechtmatigheden (fouten of onzekerheden) nader toegelicht vanaf € 150.000.
Waar: Pagina 4 Wat: Artikel 11 Was 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 4. Uitgangspunt is dat iedere lasten overschrijding van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Overschrijdingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage; d. Een overschrijding van het jaarbudget passend binnen het totaalbedrag van het krediet; e. De gemeenteraad wel geïnformeerd is, maar er is geen begrotingswijziging vastgesteld. Wordt 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd. Dit is het totaal van de begroting, zoals is opgenomen in artikel 5, inclusief de tussentijdse wijzigingen op basis van raadsbesluiten. Dit betreft de begroting na wijzigingen. 4. Uitgangspunt is dat iedere lasten overschrijding van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Overschrijdingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. Een overschrijding van het jaarbudget passend binnen het totaalbedrag van het krediet; d. De gemeenteraad wel geïnformeerd is, maar geen begrotingswijziging vastgesteld is. Waar: Pagina 9 Wat: Artikel 27 Was De Financiële verordening 2020 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. Wordt De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie 2024 wordt ingetrokken. Waar: Pagina 9 Wat: Artikel 28 Was 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 met uitzondering van Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording die met terugwerkende kracht op 1 januari 2023 in werking treedt. Wordt 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 en werkt ten aanzien van artikel 9 en 11 terug tot en met 1 januari 2025.