Bijlage 2 Toelichting Ontwerp-wijziging_was-wordt lijst bij GR-tekst HFA (548762).pdf
Tekst van het document
Toelichting bij de Ontwerp-wijziging Was-Wordt lijst bij de GR-tekst HFA 21 december 2023
Inleiding Proces wijziging gemeenschappelijke regeling Wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief Overige wijzigingen Was-wordt-tabel wijziging gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief 8
1 2 2 3 6
Inleiding De Minister, de gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde en het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland zijn deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief (hierna: Het Flevolands Archief). De basis daarvoor is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Op 1 juli 2022 is de Wgr gewijzigd. De wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de gemeenschappelijke regeling van Het Flevolands Archief. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling. Zij hebben daarvoor toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen. In dit geval: de minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap. In dit wijzigingsbesluit is verder een aantal technische verbeteringen doorgevoerd.
Deze oplegnotitie bevat een toelichting op de wijzigingen die in de gemeenschappelijke regeling van Het Flevolands Archief nodig zijn en worden voorgesteld aan de deelnemers. De juridische vertaling is weergegeven in een ontwerpwijziging van de regeling (bijlage). Voorgesteld wordt om de tekst van de gemeenschappelijke regeling integraal te herzien. Aan het einde van de oplegnotitie is een was-wordt tabel opgenomen.
1
1. Proces wijziging gemeenschappelijke regeling Het dagelijks bestuur legt de wijziging eerst voor aan het algemeen bestuur in december 2023. Vervolgens worden de minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap in de gelegenheid gesteld om zienswijzen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling in te brengen bij gedeputeerde staten, de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap. De minister, provinciale staten, colleges en het algemeen bestuur van het waterschap worden verzocht de eventueel ingebrachte zienswijzen aan Het Flevolands Archief te sturen. Het algemeen bestuur besluit dan tot een definitief wijzigingsvoorstel dat vervolgens aan de deelnemers en (wederom) de minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap zal worden voorgelegd. De regeling van Het Flevolands Archief kan worden gewijzigd indien de deelnemers daartoe een unaniem besluit nemen. Voor een definitief besluit van de deelnemers om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen is toestemming van de minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap vereist. Dit betekent dat zij twee keer in het proces tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling worden betrokken. 2. Wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen De belangrijkste wijzigingen zijn: 1.
Het versterken van de positie van provinciale staten, gemeenteraden en het bestuur van het waterschap bij besluitvorming;
2.
a. b.
Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting
c. d.
Regionale gemeenschappelijke adviescommissie Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling
e.
Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling
Het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten; a. Recht van enquête b.
3.
Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers
Het verbeteren van de positie van provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen met betrekking tot het functioneren van de regeling; a. b. c.
Afspraken over evaluatie Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus Aanscherping afspraken uittreding
2
3. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief 1a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling Om de positie van de besturen van de deelnemers te verbeteren wordt aan de bestuderen het recht toegekend om bij het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling een zienswijze naar voren te brengen. Zij kunnen hun opvattingen over een ontwerpregeling binnen acht weken kenbaar maken bij hun college, gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur. Gevolgen voor Het Flevolands Archief: geen aanpassing verplicht, wel duidelijk. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 73 van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Vanwege deze bepaling wordt nu eerst een ontwerpwijziging van de regeling aan de Minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap voorgelegd voor zienswijzen. Voor de duidelijkheid van de procedure van wijziging van de gemeenschappelijk regeling is ervoor gekozen om in artikel 37 een lid toe te voegen (lid 2) waarin staat de Minister, provinciale staten, gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren kunnen brengen. 1b.
Zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting In de regeling moeten afspraken zijn gemaakt over welke besluiten van het bestuur van de regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van de Minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur (artikel 74, eerste lid jo. artikel 10, vijfde en zesde lid Wgr). Gevolgen voor Het Flevolands Archief: voorstel wijziging artikel 38 Het wijzigingsvoorstel bevat hiertoe een nieuw lid in artikel 38 van de regeling. Voorgesteld wordt dat een besluit tot opheffing niet wordt genomen voordat de Minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis te brengen. 1c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie Provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen krijgen de mogelijkheid om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit leden van de betreffende bestuursorganen. Een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. De adviescommissie kan het algemeen bestuur adviseren, de besluitvorming voorbereiden en provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen van advies voorzien.
Het Algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht om de commissie in te stellen als hier unaniem om gevraagd wordt (artikel 74, eerste lid jo. artikel 24a Wgr). Alleen leden van de betreffende bestuursorganen kunnen in de commissie zitting hebben. Gevolgen voor Het Flevolands Archief: Geen aanpassing nodig Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. 3
1d. Afspraken over burgerparticipatie Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in Nederland. In elke GR moet daarom worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, ingezetenen én belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd (artikel 74, eerste lid jo. artikel 10, zevende lid Wgr). Gevolgen voor Het Flevolands Archief: aanpassing nodig. Het bestuur van Het Flevolands Archief stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. Het Flevolands Archief is vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze vertegenwoordigende organen, maar het algemeen bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe passen. Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, wordt in de gemeenschappelijke regeling van Het Flevolands Archief een artikel (17, nieuw) toegevoegd, inhoudende dat ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden via de reguliere procedures betrokken kunnen worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 1e.
Actieve informatieplicht Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van gedeputeerde staten heeft ten opzichte van provinciale staten, het college heeft ten opzichte van de gemeenteraad en het dagelijks bestuur van het waterschap ten opzichte van het algemeen bestuur van het waterschap. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze waarop dat moet gebeuren (artikel 74, eerste lid jo. artikel 17 Wgr). Gevolgen voor Het Flevolands Archief: slechts technische aanpassing nodig. Om invulling te geven aan de intentie om de democratische legitimatie van Het Flevolands Archief te versterken, worden het huidige artikel 10, 11 en 14 naar een ander hoofdstuk in de regeling verplaatst, waarbij artikel 10 en 11 worden samengevoegd in het nieuwe artikel 15 en artikel 14 wordt veranderd in artikel 16. Samen maken artikel 15 en 16 onderdeel uit van hoofdstuk IX, waaronder ook artikel 17 over de burgerparticipatie valt. 2a. Recht van enquête Op grond van artikel 155g van de Gemeentewet krijgen gemeenteraden de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling.
Dat kan door zelf een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden. Gevolgen voor Het Flevolands Archief: geen aanpassing nodig. Gelet op de formulering van artikel 155g van de Gemeentewet is deze bepaling niet van toepassing op een openbaar lichaam zoals Het Flevolands Archief, waarin naast gemeenten en provincie ook een waterschap en de minister deelnemen. Wij kunnen ons, gelet op de strekking van het enquêterecht, 4
echter niet voorstellen dat de wetgever de besturen van een dergelijke gemeenschappelijke regeling (op grond van hoofdstuk VI van de Wgr) heeft willen uitsluiten van recht van enquête. Overigens vloeit het recht van enquête rechtstreeks voort uit de Gemeentewet en is aanpassing van de regeling op dit sowieso niet nodig. 2b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan provincies, gemeenten en waterschappen deelnemen. Gevolgen voor Het Flevolands Archief: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr. 3a. Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 74, eerste lid jo. artikel 11a Wgr). Gevolgen voor Het Flevolands Archief: aanpassing nodig.
De gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom wordt daarover nu in artikel 39 een lid toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt. 3b. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de deelnemers die moeten worden verwerkt in de eigen begroting. Om provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting aan de Minister, provinciale staten, gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap voor zienswijzen. Dit moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de ingediende zienswijzen. Het dagelijks bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd terugkoppelen wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert niets.
Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan de Minister voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september. Gevolgen voor Het Flevolands Archief: aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling dient te worden aangepast aan de nieuwe termijnen uit de Wgr. Dit is terug te vinden in artikel 21, 22 en 25 van de regeling. 5
3c. Aanscherping afspraken uittreding In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige deelnemers (artikel 74, eerste lid jo. artikel 9, eerste lid Wgr). Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt. Gevolgen voor Het Flevolands Archief: aanpassing nodig. In het huidige artikel over uittreding staat dat slechts het algemeen bestuur gevolgen van de uittreding regelt en wat er gebeurt met de kosten van uittreding. Om te voldoen aan de nieuwe Wgr, is artikel 36 (thans artikel 35) ingrijpend gewijzigd. Hierin komt terug dat provinciale staten, gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap een besluit tot toestemming moeten geven. Na toezending van het besluit tot uittreding, gericht aan het algemeen bestuur, inventariseert het dagelijks bestuur de gevolgen van de uittreding en de wijze waarop met deze gevolgen moet worden omgegaan, alsmede de voorwaarden voor de uittreding. De voorwaarden worden door het algemeen bestuur vastgesteld in een uittredingsplan (nieuw artikel 36).
Genoemd wordt dat in ieder geval personele en financiële gevolgen worden geregeld. Het algemeen bestuur stelt uiterlijk zes maanden na moment van uittreding het uittredingsplan vast. Het uittredingsplan (nieuw artikel 36) regelt de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties over een periode van vijf jaar. Ook bevat het uittredingsplan een uittreedsom die de uittredende deelnemer moet afdragen. De hoogte van de uittreedsom neemt elk jaar af. Na vijf jaar is de uittredende deelnemer van de financiële verplichtingen verlost. 4. Overige wijzigingen Algemene wijzigingen Bij alle artikelen is nu een omschrijving van het artikel toegevoegd. Ook is de intitulé gewijzigd. In de titel wordt “regeling” gewijzigd in “Regeling”, zodat dit overal in de gemeenschappelijke regeling op dezelfde schrijfwijze terechtkomt. Artikel 1 Er wordt voorgesteld om de begripsbepalingen van de provincie, de gemeenten en het waterschap licht te wijzigen door toe te voegen dat het gaat om respectievelijk de bestuursorganen college van gedeputeerde staten, colleges van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap. Waar in de regeling wordt gesproken over ‘de provincie’ wordt dan ook alleen bedoeld: het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland. Dit is door de gehele regeling verwerkt.
Voorts wordt een begripsbepaling van ‘regeling’ voorgesteld op te nemen. Artikel 5 In artikel 5, tweede lid wordt ‘het gevoelen’ gewijzigd in ‘een zienswijze’. Dit sluit beter aan bij de wijziging van de Wgr en de terminologie die daarin wordt gebruikt. 6
Artikel 6 In artikel 6 worden de leden 2, 3 en 4 samengevoegd in één lid en wordt verwezen naar ‘de deelnemers’ gezamenlijk. Artikel 8 De Aanpassingswet Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) heeft wijzigingen in de Archiefwet 1995 met zich meegebracht in die zin dat archivarissen niet langer worden benoemd, maar worden aangewezen. In artikel 8 is overal waar benoeming stond, dit aangepast in een aanwijzing. Artikel 20 In het kader van versterking van de positie van provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen is in artikel 20, tweede lid aan deze bestuursorganen de mogelijkheid gegeven binnen twaalf weken een zienswijze te geven op het ontwerpbeleidsplan.
Artikel 31 Gelet op de Wnra wordt de directeur van het Flevolands Archief niet langer eenzijdig benoemd, geschorst of ontslagen, maar gaat het dagelijks bestuur middels het civiele arbeidsrecht over het aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met de directeur. Artikel 33 Ook bij het personeel speelt de Wnra een rol, daar het dagelijks bestuur niet meer zelfstandig rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vaststelt. Op het personeel van Het Flevolands Archief is namelijk de Cao Rijk van toepassing. Artikel 39 De slotbepalingen bevatten nog een enkele bepaling over het bekendmaken van de gemeenschappelijke regeling.
7
5. Was-wordt-tabel wijziging gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en onderstreept. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan
onder:
onder:
a.
a.
de Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b.
de provincie: de provincie Flevoland;
c.
de gemeenten: de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde;
de Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b.
de provincie: het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland;
c.
de gemeenten: de colleges van burgemeester en
d.
het waterschap: het waterschap Zuiderzeeland;
wethouders van de gemeenten Dronten, Lelystad,
e.
de deelnemers: de Minister, gedeputeerde staten
Urk en Zeewolde;
van de provincie, de colleges van burgemeester
d.
en wethouders van de gemeenten, het dagelijks bestuur van het waterschap; f. g.
het waterschap: het dagelijks bestuur van het Waterschap Zuiderzeeland;
e.
de deelnemers: de Minister, gedeputeerde staten
archiefbescheiden: archiefbescheiden als bedoeld
van de provincie, de colleges van burgemeester
in artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995;
en wethouders van de gemeenten, het dagelijks
collecties: de verzameling historische
bestuur van het waterschap;
voorwerpen, boeken en overige schriftelijke en
f.
elektronische bescheiden in de meest ruime zin des woords, niet zijnde archiefbescheiden, in
archiefbescheiden: archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995;
g.
collecties: de verzameling historische voorwerpen,
eigendom van of beheer bij de deelnemers voor
boeken en overige schriftelijke en elektronische
zover het betreft voorwerpen of bescheiden bij
bescheiden in de meest ruime zin des woords,
de archiefbewaarplaatsen van de deelnemers.
niet zijnde archiefbescheiden, in eigendom van of beheer bij de deelnemers voor zover het betreft voorwerpen of bescheiden bij de archiefbewaarplaatsen van de deelnemers; h.
regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief.
In artikel 3, eerste lid wordt na “aangelegenheden” een komma ingevoegd. Artikel 4, aanhef en onderdelen b en c, worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
8
Artikel 4
Artikel 4 Taken
b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de
b.
de taken en bevoegdheden, bedoeld in de
artikelen 15, tweede en derde lid, 16, tweede lid,
artikelen 15, tweede en derde lid, 16, tweede lid,
19, 28, 29, derde lid, 31 en 32, derde lid, 36, 37,
19, 28, 29, derde lid, 31, 32, derde lid, 36 en 37,
derde lid, van de Archiefwet 1995;
derde lid, van de Archiefwet 1995;
c. de bevoegdheid van de Minister om op grond van
c.
de bevoegdheid van de Minister om op grond van
de artikelen 25 en 26, tweede lid, van de
de artikelen 25 en 26, tweede lid, van de
Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie
Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie
te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
aan te wijzen, te schorsen en te ontslaan;
Artikel 5 lid 2 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5
Artikel 5 Mededelingen vanuit de deelnemers
2.
2.
De deelnemers kunnen, bij de in het eerste lid
De deelnemers kunnen, bij de in het eerste lid
bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van
bedoelde mededeling, een zienswijze vragen van
het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het
het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het
dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan
dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan
de deelnemers kenbaar maken.
de deelnemers kenbaar maken.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6
Artikel 6 Samenstelling algemeen bestuur
1.
1.
Het algemeen bestuur bestaat uit zeven leden, de voorzitter, bedoeld in artikel 16, inbegrepen.
Het algemeen bestuur bestaat uit zeven leden, de voorzitter, bedoeld in artikel 13, inbegrepen.
2.
De Minister wijst één lid aan.
3.
Gedeputeerde staten van de provincie wijzen uit
lid aan dat hem in het algemeen bestuur
hun midden één lid aan.
vertegenwoordigt.
4.
5. 6.
De colleges van burgemeester en wethouders van
2.
3.
Elk van de deelnemers wijst uit zijn midden een
De deelnemers kunnen voor ieder door hen
de gemeenten wijzen uit hun midden ieder één lid
aangewezen lid tevens één plaatsvervangend lid
aan.
aanwijzen, dat het lid bij verhindering of
Het dagelijks bestuur van het waterschap wijst uit
ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is
zijn midden één lid aan.
bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen
De deelnemers kunnen voor ieder door hen
bestuur is van overeenkomstige toepassing op het
benoemd lid tevens één plaatsvervangend lid
plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders
aanwijzen, dat het lid bij verhindering of
bepaalt.
ontstentenis vervangt. Het aanwijzen van een
4.
Het lidmaatschap van het lid, aangewezen door
plaatsvervangend lid geschiedt overeenkomstig
de Minister, eindigt op het moment dat de termijn
het gestelde in het tweede tot en met het vijfde
waarvoor het lid is aangewezen, afloopt.
lid. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten
5.
Het lidmaatschap van de leden, aangewezen door
aanzien van een lid van het algemeen bestuur is
de provincie, de gemeenten en het waterschap,
van overeenkomstige toepassing op het
eindigt op het moment dat de zittingsperiode van
9
7.
8.
plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders
gedeputeerde staten van de provincie, van het
bepaalt.
college van burgemeester en wethouders van een
Het lidmaatschap van het lid, aangewezen door
van de gemeenten of van het dagelijks bestuur
de Minister, eindigt op het moment dat de
van het waterschap afloopt, of bij beëindiging van
termijn waarvoor het lid is benoemd, afloopt.
het lidmaatschap van die leden.
Het lidmaatschap van de leden, aangewezen door
Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge
gedeputeerde staten van de provincie, de
het vierde of vijfde lid is geëindigd, kan opnieuw
colleges van burgemeester en wethouders van de
worden aangewezen.
gemeenten en het dagelijks bestuur van het
7.
Indien tussentijds een zetel van een lid van het
waterschap, eindigt op het moment dat de
algemeen bestuur vacant komt, wijst de eigen
zittingsperiode van gedeputeerde staten van de
deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid uit
provincie, van het college van burgemeester en
zijn midden aan.
wethouders van een van de gemeenten of van 9.
6.
8.
Een lid van het algemeen bestuur kan te allen
het dagelijks bestuur van het waterschap afloopt.
tijde zijn lidmaatschap ter beschikking stellen. Het
Het lidmaatschap van de leden, aangewezen door
lid blijft in functie totdat een nieuw lid is
gedeputeerde staten van de provincie, de colleges
aangewezen.
van burgemeester en wethouders van de
9.
Een lid van het algemeen bestuur kan door de
gemeenten, het dagelijks bestuur van het
deelnemer die hem heeft aangewezen worden
waterschap, eindigt tevens bij beëindiging van
ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van de
het lidmaatschap van die leden van gedeputeerde
deelnemer niet meer heeft.
staten van de provincie, van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente of van het dagelijks bestuur van het waterschap. 10. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zevende, achtste en negende lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen. 11. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wordt overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen. 12. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde zijn lidmaatschap ter beschikking stellen. 13. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. 14. Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer die hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van de deelnemer niet meer bezit. In artikel 7, vijfde lid, onderdeel a, wordt “benoeming” gewijzigd in “aanwijzing”. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
10
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8
Artikel 8 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur
1.
1.
2.
Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering
Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering
van de aan Het Flevolands Archief toegekende
van de aan Het Flevolands Archief toegekende
taken alle bevoegdheden toe die niet bij wet of
taken alle bevoegdheden toe die niet bij wet of
deze regeling aan een ander orgaan binnen de
deze regeling aan een ander orgaan binnen de
gemeenschappelijke regeling zijn opgedragen.
gemeenschappelijke regeling, zoals bedoeld in
Tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden
artikel 2, derde lid van deze regeling, zijn
behoren in ieder geval de volgende bevoegdheden: a.
b.
opgedragen. 2.
Tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden
de bevoegdheid van de Minister om op
behoren in ieder geval de volgende
grond van artikel 25 en 26, tweede lid, van
bevoegdheden:
de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de
a.
grond van artikel 25 en 26, tweede lid, van
ontslaan;
de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de
de bevoegdheid van gedeputeerde staten
provincie aan te wijzen, te schorsen en te
van de provincie om ingevolge artikel 28 van
ontslaan;
de Archiefwet 1995 de provinciale c.
b.
ingevolge artikel 28 van de Archiefwet 1995
de bevoegdheid van gedeputeerde staten
de provinciale archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen;
bedoeld in artikel 29, derde lid, van de
c.
provinciearchivaris, bedoeld in artikel 29,
en te ontslaan;
derde lid, van de Archiefwet 1995, aan te
de bevoegdheid van de colleges van
wijzen, te schorsen en te ontslaan; d.
ingevolge artikel 31 van de Archiefwet 1995
Archiefwet 1995 de gemeentelijke
de gemeentelijke archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen;
de bevoegdheid van de colleges van
e.
de bevoegdheid van de gemeenten om
burgemeester en wethouders van de
ingevolge artikel 32, derde lid, van de
gemeenten om ingevolge artikel 32, derde
Archiefwet 1995 de gemeentearchivaris aan
lid, van de Archiefwet 1995 de
te wijzen, te schorsen en te ontslaan;
gemeentearchivaris te benoemen, te
f.
de bevoegdheid van het waterschap om
schorsen en te ontslaan;
ingevolge artikel 36 van de Archiefwet 1995
de bevoegdheid van het dagelijks bestuur
de archiefbewaarplaats(en) van het
van het waterschap om ingevolge artikel 36
waterschap aan te wijzen;
van de Archiefwet 1995 de
g.
de bevoegdheid van de gemeenten om
gemeenten om ingevolge artikel 31 van de archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen;
f.
de bevoegdheid van de provincie om de
Archiefwet 1995, te benoemen, te schorsen
burgemeester en wethouders van de
e.
de bevoegdheid van de provincie om
archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen; van de provincie om de provinciearchivaris,
d.
de bevoegdheid van de Minister om op
provincie te benoemen, te schorsen en te
g.
de bevoegdheid van het waterschap om
archiefbewaarplaats(en) van het waterschap
ingevolge artikel 37, derde lid, van de
aan te wijzen;
Archiefwet 1995 de waterschapsarchivaris
de bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het waterschap om ingevolge artikel 37, derde lid, van de Archiefwet 1995 de
aan te wijzen, te schorsen en te ontslaan. 3.
De aanwijzing van de in het tweede lid, onder a, c, e en g, bedoelde rijksarchivaris, provinciearchivaris, gemeentearchivaris en
11
3.
4.
waterschapsarchivaris te benoemen, te
waterschapsarchivaris geschiedt op voordracht
schorsen en te ontslaan.
van het dagelijks bestuur.
De benoeming van de in het tweede lid, onder a, provinciearchivaris, gemeentearchivaris en
rijksarchivaris in de provincie, tot
waterschapsarchivaris geschiedt op voordracht
provinciearchivaris van de provincie, tot
van het dagelijks bestuur.
gemeentearchivaris van de gemeente(n) en tot
Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld
waterschapsarchivaris van het waterschap. 5.
Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur
provinciearchivaris van de provincie, tot
worden geen beperkingen opgelegd ingevolge
gemeentearchivaris van de gemeente(n) en tot
artikel 77 van de Wet gemeenschappelijke
waterschapsarchivaris van het waterschap
regelingen, mits het totaal van de aangegane
benoemen.
verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting
Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur
valt. Voor het aangaan van verplichtingen door
worden geen beperkingen opgelegd ingevolge
het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde
artikel 77 van de Wet gemeenschappelijke
begroting geldt de procedure van de artikelen 21,
regelingen, mits het totaal van de aangegane
22 en 23 van de regeling.
verplichtingen binnen de goedgekeurde
6.
Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 31 van de regeling, aanwijzen tot
in artikel 31, tot rijksarchivaris in de provincie, tot
5.
4.
c, e en g, bedoelde rijksarchivaris,
6.
Het algemeen bestuur besluit slechts tot
begroting valt. Voor het aangaan van
oprichting van en de deelneming in stichtingen,
verplichtingen door het algemeen bestuur buiten
maatschappen, vennootschappen, verenigingen,
de goedgekeurde begroting geldt de procedure
coöperaties en onderlinge
van de artikelen 21, 22 en 23.
waarborgmaatschappijen, indien dat in het
Het algemeen bestuur besluit slechts tot
bijzonder aangewezen moet worden geacht voor
oprichting van en de deelneming in stichtingen,
de behartiging van het daarmee te dienen belang.
maatschappen, vennootschappen, verenigingen,
Het besluit wordt niet genomen dan nadat de
coöperaties en onderlinge
Minister, provinciale staten van de provincie, de
waarborgmaatschappijen, indien dat in het
raden van de gemeenten en het dagelijks bestuur
bijzonder aangewezen moet worden geacht voor
van het waterschap in de gelegenheid zijn gesteld
de behartiging van het daarmee te dienen
hun wensen en bedenkingen ter kennis van het
belang. Het besluit wordt niet genomen dan
algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt
nadat de Minister, provinciale staten van de
genomen bij unanimiteit.
provincie, de raden van de gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij unanimiteit. In artikel 9 worden na “artikel 19” de woorden “van de” ingevoegd. Artikel 10 en 11 worden als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 10
Artikel 15 Verstrekken van inlichtingen door (de leden van) het algemeen bestuur
12
1.
Het algemeen bestuur verstrekt gevraagd en
ongevraagd schriftelijk alle inlichtingen aan de
provinciale en gedeputeerde staten van de
deelnemers, die voor een juiste beoordeling van
provincie, de raden en colleges van de gemeenten
het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig
en het algemeen en dagelijks bestuur van het
is. 2.
Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen
het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig
wordt gericht aan het algemeen bestuur en
is.
ingediend bij de voorzitter. De gevraagde
Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen
inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in
wordt gericht aan het algemeen bestuur en
ieder geval binnen 45 dagen verstrekt.
ingediend bij de voorzitter. 3.
Het algemeen bestuur verstrekt gevraagd en
ongevraagd alle inlichtingen aan de Minister,
waterschap, die voor een juiste beoordeling van
2.
1.
3.
Een lid of plaatsvervangend lid verstrekt met
De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig
inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet
mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen
gemeenschappelijke regelingen de gevraagde
verstrekt.
inlichtingen aan de deelnemer die hem heeft aangewezen. De inlichtingen worden zo spoedig
Artikel 11
mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen
1.
verstrekt.
Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door de Minister
2.
Het algemeen bestuur stelt de deelnemers te
verstrekt aan de Minister met inachtneming van
allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden
artikel 16, vijfde lid van de Wet
op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet
gemeenschappelijke regelingen de door de
1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die
Minister gevraagde inlichtingen.
berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de
Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen
provincie, de archiefbewaarplaats van de
bestuur dat is aangewezen door het college van
provincie, de archiefbewaarplaatsen van de
gedeputeerde staten verstrekt aan gedeputeerde
gemeenten en de archiefbewaarplaats van het
staten en aan provinciale staten van de provincie
waterschap.
met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de
3.
4.
5.
De deelnemers kunnen een door hen
Wet gemeenschappelijke regelingen de door een
aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het
of meer leden van het college en de staten
algemeen bestuur mondeling of schriftelijk ter
gevraagde inlichtingen.
verantwoording roepen voor het door hem in dat
Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen
bestuur gevoerd beleid.
bestuur dat is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verstrekt aan dat college en aan de raad van de betreffende gemeente met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen de door een of meer leden van het college en de raad van die gemeente gevraagde inlichtingen. 4.
Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekt aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van het waterschap met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke
13
regelingen de door een of meer leden van het dagelijks bestuur of algemeen bestuur gevraagde inlichtingen. 5.
De inlichtingen zoals bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen verstrekt.
6.
Over al hetgeen Het Flevolands Archief betreft dient het algemeen bestuur de deelnemers desgevraagd van bericht en raad.
7.
Het algemeen bestuur stelt de deelnemers te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, de archiefbewaarplaats van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de archiefbewaarplaats van het waterschap.
8.
De Minister, gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap kunnen een door hem aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk ter verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur gevoerd beleid.
Artikel 12 wordt Artikel 10. Artikel 12, derde lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 10
Artikel 10 Samenstelling en besluitvorming dagelijks
3.
Artikel 6, elfde lid, is van overeenkomstige
bestuur
toepassing.
3.
Artikel 6, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13 wordt Artikel 11. Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 14
14
1.
2.
3.
Het dagelijks bestuur en één of meer leden
Artikel 16 Verstrekken van inlichtingen door (de leden
daarvan geven gevraagd en ongevraagd alle
van) het dagelijks bestuur
inlichtingen aan het algemeen bestuur, die voor
1.
daarvan geven gevraagd en ongevraagd
bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
schriftelijk alle inlichtingen aan het algemeen
Zij geven het algemeen bestuur alle inlichtingen
bestuur, die voor een juiste beoordeling van het
die het algemeen bestuur voor de uitoefening van
door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren
zijn taak nodig heeft.
beleid nodig is. Zij geven het algemeen bestuur
Het dagelijks bestuur verstrekt gevraagd en
alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor
ongevraagd alle inlichtingen aan de Minister,
de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
provinciale staten van de provincie, de raden van
4.
6.
Het dagelijks bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen aan de Minister,
waterschap, die voor een juiste beoordeling van
provinciale staten van de provincie, de raden van
het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig
de gemeenten en het algemeen bestuur van het
is.
waterschap, die voor een juiste beoordeling van
Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen
het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig
wordt gericht aan het dagelijks bestuur en
is. 3.
Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen
De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig
wordt gericht aan het dagelijks bestuur en
mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen
ingediend bij de voorzitter. De gevraagde
verstrekt.
inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen
ieder geval binnen 45 dagen verstrekt.
en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur
7.
2.
de gemeenten en het algemeen bestuur van het
ingediend bij de voorzitter. 5.
Het dagelijks bestuur en één of meer leden
een juiste beoordeling van het door het dagelijks
4.
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen
verantwoording schuldig over het door hen
en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur
gevoerde bestuur.
verantwoording schuldig over het door hen
Eén of meer leden van het algemeen bestuur
gevoerde bestuur.
kunnen het dagelijks bestuur, of één of meer
5.
Eén of meer leden van het algemeen bestuur
leden van het dagelijks bestuur, mondeling of
kunnen het dagelijks bestuur, of één of meer
schriftelijk, ter verantwoording roepen voor het
leden van het dagelijks bestuur, mondeling of
door hem in dat bestuur onderscheidenlijk dat
schriftelijk, ter verantwoording roepen voor het
orgaan gevoerde beleid.
door hem in dat bestuur onderscheidenlijk dat orgaan gevoerde beleid.
Artikel 15 wordt Artikel 12. Artikel 12, aanhef en onderdeel d (nieuw) wordt gewijzigd in: “het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met het personeel van Het Flevolands Archief;” In artikel 12, aanhef en onderdeel h (nieuw) na “Het Flevolands Archief”, wordt de komma gewijzigd in een puntkomma. Artikel 16 wordt Artikel 13. Artikel 17 wordt Artikel 14. In artikel 14, vierde lid (nieuw) worden de woorden “artikel 33, derde lid” vervangen door “artikel 32, derde lid van de regeling”.
15
Na artikel 14 wordt een nieuw hoofdstuk “Hoofdstuk IX. Informatie en participatie” toegevoegd, dat bestaat uit artikel 15 (huidig artikel 10 en 11), artikel 16 (huidig artikel 14) en artikel 17 (nieuw). Er wordt een nieuw artikel 17 toegevoegd, dat luidt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 17 Participatie ingezeten en belanghebbenden Ingezetenen van de provincie, ingezetenen van de gemeenten, ingezetenen vallend onder het waterschap en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Hoofdstuk IX wordt gewijzigd in Hoofdstuk X. Artikel 18, eerste lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 18
Artikel 18 Tegemoetkoming en vergoeding
1.
1.
Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden
Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden
van het algemeen bestuur of dagelijks bestuur,
van het algemeen bestuur of dagelijks bestuur,
voor zover zij niet de functie vervullen van lid van
voor zover zij niet een functie vervullen bij of als
gedeputeerde staten van de provincie, lid van het
ambtenaar in dienst zijn van een van de
college van burgemeester en wethouders van een
deelnemers, een vergoeding ontvangen voor hun
van de gemeenten, lid van het dagelijks bestuur
werkzaamheden ten behoeve van Het Flevolands
van het waterschap of als ambtenaar in dienst
Archief.
van een deelnemer werkzaam zijn, een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van Het Flevolands Archief. Hoofdstuk X wordt Hoofdstuk XI. Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 19
Artikel 19 Kostenverdeling en bijdrage
1.
1.
De Minister, de provincie, de gemeenten en het
Flevolands Archief te allen tijde beschikt over
lichaam te allen tijde beschikt over voldoende
voldoende middelen om zijn verplichtingen te
middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit
voldoen.
met inachtneming van het zesde lid. 2.
De deelnemers dragen er zorg voor dat Het
waterschap dragen er zorg voor dat het openbaar
2.
De middelen, bedoeld in het eerste lid, worden
De middelen, bedoeld in het eerste lid, worden
verschaft door het verstrekken van jaarlijkse
verschaft door het verstrekken van jaarlijkse
bijdragen, op basis van een vastgestelde
16
bijdragen, op basis van een vastgestelde
begroting. De jaarlijkse bijdrage is gebaseerd op
begroting. De jaarlijkse bijdrage is gebaseerd op
het bepaalde in de financiële bijlage bij deze
het bepaalde in de financiële bijlage bij deze regeling. 3.
aangepast in verband met de ontwikkeling van
aangepast in verband met de ontwikkeling van
lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in
lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in
voorkomend geval door de Minister in de loop
voorkomend geval door de Minister in de loop
van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn
van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn
bijdrage wordt vastgesteld. De bijdragen van de
bijdrage wordt vastgesteld. De bijdrage van de
provincie, de gemeenten en het waterschap
provincie wordt jaarlijks aangepast met het door
worden jaarlijks aangepast met het door de
de provincie voor dit doel jaarlijks vastgestelde
provincie voor dit doel jaarlijks vastgestelde
percentage voor loon- en prijsstijgingen. De
percentage voor loon- en prijsstijgingen. de begroting een voorlopige raming opnemen van de vast te stellen percentages bedoeld in het
de begroting een voorlopige raming opnemen
derde lid. 5.
Voor zover de bijdrage wordt verleend ten laste
derde lid.
van een begroting die nog niet is vastgesteld of
Voor zover de bijdrage wordt verleend ten laste
goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de
van een begroting die nog niet is vastgesteld of
voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking
goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de
worden gesteld. 6.
Indien een van de deelnemers een andere taak
beschikking worden gesteld.
opgedragen krijgt als bedoeld in artikel 4, onder f
Indien een van de deelnemers een andere taak
van de regeling, waarvan de kosten niet zijn op te
opdraagt als bedoeld in artikel 4, onder f,
vangen in de begroting, wordt daarvoor door die
waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de
deelnemer in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage
begroting, wordt daarvoor door die deelnemer in
een tevoren overeengekomen vergoeding
aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren
betaald.
overeengekomen vergoeding betaald. 7.
Het Flevolands Archief kan bij de vaststelling van
Het Flevolands Archief kan bij de vaststelling van
voorwaarde dat voldoende gelden ter 6.
4.
provincie in de aanpassing van hun bijdragen.
van de vast te stellen percentages bedoeld in het 5.
De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden
De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden
gemeenten en het waterschap volgen in deze de 4.
regeling. 3.
7.
Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een
Indien aan het algemeen bestuur van Het
deelnemer weigert de in het eerste lid bedoelde
Flevolands Archief blijkt dat een deelnemer
middelen op de begroting te zetten, doet het
weigert de in het eerste lid bedoelde middelen
algemeen bestuur onverwijld een verzoek aan de
op de begroting te zetten, doet het algemeen
Minister van Binnenlandse Zaken en
bestuur onverwijld een verzoek aan de Minister
Koninkrijksrelaties tot toepassing van de artikelen
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot
198 en 199 van de Provinciewet dan wel een
toepassing van de artikelen 198 en 199 van de
verzoek aan gedeputeerde staten van de
Provinciewet dan wel een verzoek aan
provincie tot toepassing van de artikelen 194 en
gedeputeerde staten tot toepassing van de
195 van de Gemeentewet of artikel 104 van de
artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet of
Waterschapswet.
artikel 104 van de Waterschapswet. Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
17
Artikel 20
Artikel 20 Beleidsplan
1.
1.
Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan op.
2.
3.
Het dagelijks bestuur zendt het
Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan op.
2.
Het dagelijks bestuur zendt het
ontwerpbeleidsplan ter vaststelling aan het
ontwerpbeleidsplan ter vaststelling aan het
algemeen bestuur. Dertien maanden
algemeen bestuur. De minister, provinciale
voorafgaand aan de periode waarop het
staten van de provincie, de raden van de
beleidsplan betrekking heeft, wordt dit
gemeente en het algemeen bestuur van het
toegezonden aan de Minister, provinciale staten
waterschap worden vervolgens gedurende
van de provincie, de raden van de gemeenten en
twaalf weken in de gelegenheid gesteld om
het algemeen bestuur van het waterschap.
schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter
De deelnemers maken, binnen twee maanden na
kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het
ontvangst van de in het derde lid genoemde
algemeen bestuur stelt het beleidsplan daarna
stukken, gezamenlijk afspraken met Het
vast. Dertien maanden voorafgaand aan de
Flevolands Archief over te behalen resultaten
periode waarop het beleidsplan betrekking heeft,
voor de komende vier jaren.
wordt dit toegezonden aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. 3.
De deelnemers maken, binnen twee maanden na ontvangst van de in het tweede lid genoemde stukken, gezamenlijk afspraken met Het Flevolands Archief over te behalen resultaten voor de komende vier jaren.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 21
Artikel 21 Financiële en beleidsmatige kaders
1.
1.
2.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het
het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de
dient, de algemene financiële en beleidsmatige
begroting dient, de algemene financiële en
kaders aan de Minister, provinciale staten van de
beleidsmatige kaders aan de Minister, provinciale
provincie, de raden van de gemeenten en het
staten van de provincie, de raden van de
algemeen bestuur van het waterschap.
gemeenten en het algemeen bestuur van het
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting
waterschap.
met toelichting en een meerjarenraming met
3.
Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 30 april van
jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting
2.
Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste
toelichting voor ten minste drie op het
twaalf weken voor de in artikel 22, eerste lid,
begrotingsjaar volgende jaren acht weken
bedoelde vaststelling, de Minister, de provinciale
voordat zij aan het algemeen bestuur wordt
staten van de provincie, de raden van de
aangeboden toe aan de in het eerste lid
gemeenten en het algemeen bestuur van het
genoemde bestuursorganen.
waterschap, een ontwerpbegroting aan met
Bij het opstellen van het ontwerp voor de
toelichting en een meerjarenraming met
begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het
18
algemeen bestuur het archiefbeleid, bedoeld in
toelichting voor ten minste drie op het
artikel 3, tweede lid, en de afspraken, bedoeld in
begrotingsjaar volgende jaren.
artikel 20, derde lid, in acht. 4.
de aard en de omvang van de voorgenomen
algemeen bestuur het archiefbeleid, bedoeld in
activiteiten beschreven. Daarbij wordt
artikel 3, tweede lid van de regeling, en de
aangegeven welke belangen en resultaten Het
afspraken, bedoeld in artikel 20, derde lid van de
Flevolands Archief met de activiteiten nastreeft,
regeling, in acht. 4.
In de toelichting op de ontwerpbegroting worden
uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn
de aard en de omvang van de voorgenomen
bestemd.
activiteiten beschreven. Daarbij wordt
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de
aangegeven welke belangen en resultaten Het
deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en
Flevolands Archief met de activiteiten nastreeft,
tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar
op welke wijze de activiteiten zullen worden
gesteld. Van de terinzagelegging en de
uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn
verkrijgbaarstelling geschiedt openbare
bestemd.
kennisgeving. 6.
Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het
op welke wijze de activiteiten zullen worden
5.
3.
In de toelichting op de ontwerpbegroting worden
5.
De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers
De Minister, provinciale staten van de provincie,
voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling
de raden van de gemeenten, het algemeen
van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de
bestuur van het waterschap kunnen bij het
terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling
dagelijks bestuur hun zienswijze over de
geschiedt openbare kennisgeving.
ontwerpbegroting naar voren brengen. Het
6.
De Minister, provinciale staten van de provincie,
dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin
de raden van de gemeenten en het algemeen
deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting,
bestuur van het waterschap kunnen twaalf weken
zoals deze aan het algemeen bestuur wordt
na aanbieding door het dagelijks bestuur, bij het
aangeboden.
dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 7.
Het dagelijks bestuur stelt de indiener van de zienswijze, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zesde lid, alsmede van de conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 22, derde lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 22
Artikel 22 Vaststellen begroting
3.
3.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen
twee weken na de vaststelling, doch in ieder
twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval
geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande
vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan
19
aan dat waarvoor de begroting dient, aan de
dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister
Minister van Binnenlandse Zaken en
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Koninkrijksrelaties. In artikel 23, tweede lid worden na “artikelen 21 en 22, eerste en tweede lid” en na “artikel 19, tweede lid” de woorden “van de regeling” ingevoegd. Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 24
Artikel 24 Voorschot bijdrage
De Minister, de provincie, de gemeenten en het
De deelnemers voldoen de verschuldigde bijdrage bij
waterschap voldoen de verschuldigde bijdrage bij
wijze van voorschot in door hen nader te bepalen
wijze van voorschot in door hen nader te bepalen
termijnen.
termijnen. Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 25
Artikel 25 Jaarrekening
1.
1.
Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vóór 15 april van het jaar volgende
jaarrekening vóór 30 april van het jaar volgende
op het jaar waarop de jaarrekening betrekking
op het jaar waarop de jaarrekening betrekking
heeft, aan de Minister, provinciale staten van de
heeft, aan de Minister, provinciale staten van de
provincie, de raden van de gemeenten en het
provincie, de raden van de gemeenten en het
algemeen bestuur van het waterschap. De
algemeen bestuur van het waterschap. De
voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een
voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een
verklaring omtrent de getrouwheid en de
verklaring omtrent de getrouwheid en de
rechtmatigheid, afgegeven door een accountant
rechtmatigheid, afgegeven door een accountant
als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het
als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek. 2.
3.
Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige
Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat
Burgerlijk Wetboek. 2.
Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat
medewerking wordt verleend aan door of
medewerking wordt verleend aan door of namens
namens de accountant(s) van de deelnemers in te
de accountant(s) van de deelnemers in te stellen
stellen onderzoeken naar de door de accountant,
onderzoeken naar de door de accountant,
bedoeld in het eerste lid, verrichte
bedoeld in het eerste lid, verrichte
(controle)werkzaamheden.
(controle)werkzaamheden.
Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de
3.
Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de
Minister, provinciale staten van de provincie, de
Minister, provinciale staten van de provincie, de
raden van de gemeenten en het algemeen
raden van de gemeenten en het algemeen
bestuur van het waterschap vóór 15 april een
bestuur van het waterschap vóór 30 april een
inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden,
inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden,
het gevoerde beleid in het algemeen en de
het gevoerde beleid in het algemeen en de
doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn
doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn
20
4.
werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in
werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in
het afgelopen kalenderjaar.
het afgelopen kalenderjaar.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze
ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op
betrekking heeft.
het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft,
5.
4.
binnen twee weken na de vaststelling, doch in 5.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening
aan de Minister van Binnenlandse Zaken en
binnen twee weken na de vaststelling, doch in
Koninkrijksrelaties, de Minister, provinciale
ieder geval vóór 15 juli aan de Minister van
staten van de provincie, de raden van de
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de
gemeenten en het algemeen bestuur van het
Minister, provinciale staten van de provincie, de
waterschap.
raden van de gemeenten en het algemeen
Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste, derde
bestuur van het waterschap.
en vierde lid bedoelde stukken algemeen
6.
verkrijgbaar.
Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste, derde en vijfde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.
Hoofdstuk XI wordt Hoofdstuk XII. In artikel 30, tweede lid worden na “artikel 31” de woorden “van de regeling” ingevoegd. Artikel 31 en 32 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 31
Artikel 31 De directeur
Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming,
1.
Het dagelijks bestuur beslist omtrent het aangaan,
schorsing en ontslag van de directeur van Het
wijzigen en beëindigen van een
Flevolands Archief.
arbeidsovereenkomst met de directeur van Het Flevolands Archief.
Artikel 32 1.
Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.
2.
2.
instructie vast. 3.
Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
4.
Het dagelijks bestuur beslist omtrent schorsing van de directeur.
Artikel 33 wordt Artikel 32. In artikel 32, eerste lid (nieuw) worden na “artikel 3, eerste lid” de woorden “van de regeling” ingevoegd. In artikel 32, derde lid (nieuw) wordt “artikel 17, vierde lid” gewijzigd in “artikel 14, vierde lid van de regeling”. Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 34
Artikel 33 Personeel
21
1. 2.
Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositie- en
Op het personeel van Het Flevolands Archief is de
arbeidsvoorwaardenregeling vast.
Cao Rijk van toepassing.
Het dagelijks bestuur volgt bij de vaststelling van de regeling, bedoeld in het eerste lid, zoveel mogelijk de rechtspositieregeling van het Rijk.
3.
Een regeling die afwijkt van de rechtspositieregeling van het Rijk, behoeft de instemming van de regionale vakbondsbestuurders.
Hoofdstuk XIII wordt Hoofdstuk XIV. Artikel 35 lid 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 35
Artikel 34 Toetreding
2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de
2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de
toetreding.
toetreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.
Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 36
Artikel 35 Uittreding
1.
1.
2.
Uittreding uit de regeling kan geschieden door toezending van een daartoe strekkend besluit
toezending van een daartoe strekkend besluit van
van de uittredende deelnemer.
de uittredende deelnemer. De deelnemer
Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de
overlegt daarbij het besluit tot toestemming van
uittreding. De uittreding gaat in op de eerste dag
de raad, onderscheidenlijk provinciale staten of
van het jaar volgend op het jaar waarin door de
algemeen bestuur van het waterschap.
zorg van gedeputeerde staten van de provincie de
3.
2.
De uittredende deelnemer zendt het besluit tot
bekendmaking van de uittreding in de
uittreding aangetekend aan het algemeen
Nederlandse Staatscourant is geschied.
bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één
De kosten van uittreding worden gesteld op de
jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende
werkelijke kosten en schade ten gevolge van de
kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de
uittreding en komen voor rekening van de
deelnemers unaniem een andere opzegtermijn
uittredende deelnemer. De kosten worden
overeenkomen.
volgens een door het algemeen bestuur vast te
4.
Uittreding uit de regeling geschiedt door
3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen
stellen aflopend percentage gedurende een
van de uittreding, de wijze waarop met deze
periode van 4 jaar betaald.
gevolgen kan of moet worden omgegaan en de
Het algemeen bestuur stelt nadere regels ten
voorwaarden voor uittreding, welke nadien
aanzien van de bestuurlijke en financiële
worden vastgelegd in een door het algemeen
gevolgen van uittreding.
bestuur vast te stellen uittredingsplan, als bedoeld in artikel 36 van de regeling.
22
4.
Onder de gevolgen van uittreding behoren in ieder geval de gevolgen voor het personeel en de financiële gevolgen.
5.
De financiële gevolgen van de uittreding worden door de uittredende deelnemer gedragen.
6.
Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het beëindigen of verminderen van een bepaalde taak of dienst van Het Flevolands Archief.
7.
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
8.
Na vaststelling van het uittredingsplan is de uittreden deelnemer gehouden om binnen zes maanden aan de daarin omschreven financiële verplichtingen te voldoen.
Na artikel 35 wordt een nieuw Artikel 36 ingevoegd, dat luidt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 36 Uittredingsplan en uittreedsom 1.
Het in artikel 35, derde lid van de regeling, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Daarnaast bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.