Bijlage - 2 Reactienota zienswijzen Ploegschaar definitief 1-10-25.pdf
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen Stoppelploeg/Ploegschaar, Biddinghuizen Gemeente Dronten
1. Inleiding Het ontwerpbesluit Stoppelploeg/Ploegschaar, Biddinghuizen met de bijbehorende stukken heeft van 17 april 2025 tot en met 29 mei 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbesluit. Tegen het ontwerpbesluit is één zienswijze ingediend. In deze reactienota is de inhoud van de zienswijze kort samengevat en van een reactie voorzien. De indieners van een zienswijze zullen schriftelijk worden geïnformeerd over de te volgen procedure. Bij de besluitvorming in de gemeenteraad over de vaststelling van het ontwerpbesluit zal tevens over de zienswijzen worden besloten. Aan de raad wordt voorgesteld de zienswijzen conform deze reactienota zienswijzen te beantwoorden. De reactienota zienswijzen heeft tot dat moment de status van conceptnota en zal aan de indieners van zienswijzen worden toegezonden.
2. Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbesluit bij de gemeente Dronten binnengekomen en dus tijdig ingediend. Daarmee is zienswijze ontvankelijk.
3.1 Vrees dat wijziging van de verkeersbestemming leidt tot negatieve invloed op verkeerssituatie en ontsluiting tussen bedrijventerreinen Korte samenvatting ingediende zienswijze: de indiener maakt zich zorgen dat de aanpassing leidt tot een onveilige verkeersituatie omdat de verkeersdruk zal toenemen doordat er maar één verbindingsweg tussen de percelen is. Reactie Het perceel had in het bestemmingsplan een verkeersbestemming, bedoeld voor een interne ontsluiting. Deze verbinding is nooit gerealiseerd en het terrein heeft geen verkeersfunctie. Er vervalt dus geen bestaande route of verbinding. Met de nieuwe bedrijfsbestemming wordt aangesloten bij de feitelijke situatie op het bedrijventerrein. De ontsluiting blijft via de bestaande wegen Ploegschaar en Stoppelploeg. De verkeersbewegingen die dit gebruik met zich meebrengt zijn vergelijkbaar met die van omliggende bedrijven. De capaciteit van de wegen is toereikend en er ontstaan geen knelpunten of onveilige situaties. De bedrijven zijn aan de rand van het bedrijventerrein gevestigd waardoor er minder verkeersbewegingen zullen zijn, omdat de weg niet doorlopend is. Omdat de ontwikkeling past binnen de bestaande verkeersstructuur en er geen extra verkeersdruk van betekenis ontstaat, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
3.2 Vrees dat schrappen verkeersbestemming leidt tot toename van (hoog) vrachtverkeer over de Ploegschaar langs grondstations en verstoring line-of-sight Korte samenvatting ingediende zienswijze: de indiener maakt zich zorgen dat als er straks maar één verbindingsweg al het (hoog) vrachtverkeer langs het bedrijf van de indiener zal verlopen. Daardoor is de kans op het verstoren van de line of sight groter. Reactie De geschetste situatie – verkeer over de Ploegschaar langs de locatie van de indiener – bestaat al. De wijziging van de verkeersbestemming verandert hier niets aan. Eventuele toekomstige uitbreiding van het bedrijventerrein maakt geen deel uit van dit plan. Voor vrachtverkeer geldt een wettelijke maximale hoogte van 4 meter. Binnen het geldende plan is een bouwhoogte van 5 meter toegestaan. Het straalpadverbod heeft alleen betrekking op gebouwen en andere vaste bouwwerken, niet op mobiele voertuigen zoals vrachtwagens. Verkeersbewegingen hebben daarom geen belemmerende invloed op de line-of-sightverbindingen van Speedcast. 3.3 Vrees dat nieuwe bebouwing of bedrijfsvoering leidt tot verstoring van line-of-sight en daarmee de bedrijfsvoering, economische vitaliteit en werkgelegenheid van indiener in gevaar brengt Korte samenvatting ingediende zienswijze: de indiener vreest dat de nieuwe bebouwing de line of sights zal verstoren.
Daarmee kan indiener zijn bedrijfsactiviteiten niet (goed) uitvoeren en is er een risico op verslechtering van de financiën.
Reactie Het straalpad is planologisch niet meer van toepassing op het perceel. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ gelden maximale bouwhoogten die ruimtelijk aanvaardbaar zijn en geen belemmering vormen voor de verbindingen van Speedcast. Het verbod op hogere objecten in het straalpad ziet uitsluitend op gebouwen en andere vaste bouwwerken, niet op mobiele voertuigen. 3.4 Onduidelijkheid over verschillen tussen concept- en definitieve versie van de ruimtelijke onderbouwing en verzoek om toelichting Korte samenvatting ingediende zienswijze: indiener heeft verschillende versies van de ruimtelijke onderbouwing gezien en vroeg zich af waarom er meerdere versies zijn. Reactie De versie waarnaar in de zienswijze wordt verwezen betreft een interne conceptversie. Deze is aangepast naar aanleiding van opmerkingen van de behandelend ambtenaar. De definitieve versie, gedateerd 22-11-2024, is aan de gemeenteraad aangeboden en maakt onderdeel uit van de besluitvorming. Alleen deze definitieve stukken zijn leidend. 3.5 Verzoek om bevestiging welke definitieve documenten onderdeel uitmaken van de raadsvergadering en besluitvorming Korte samenvatting ingediende zienswijze: idem. Reactie De definitieve versie van de ruimtelijke onderbouwing is die van 22-11-2024.
Deze versie is samen met de overige bijbehorende stukken aan de gemeenteraad aangeboden bij de raadsvergadering van 27 februari 2025 en maakt onderdeel uit van de besluitvorming. 3.6 Vrees dat geplande bebouwing en tijdelijke plaatsing van kranen op het voorterrein door hoogte en nabijheid de line-of-sightverbindingen van Speedcast verstoren en de bedrijfsvoering belemmeren Korte samenvatting ingediende zienswijze: de indiener maakt zich zorgen dat er kranen op het terrein geplaatst zullen worden die de line of sights zullen verstoren. Dit zowel bij de bouwfase van het project als bij het gebruik. De kranen hebben een bepaalde hoogte die mogelijk de line of sights zullen verstoren. Reactie Het straalpad dat in bestemmingsplan 9060 (2009) was opgenomen, is in het wijzigingsplan van 2013 komen te vervallen. Op de verbeelding van dat plan ontbreekt de aanduiding, waardoor het straalpad planologisch niet langer geldt voor het perceel. Het straalpadverbod ziet uitsluitend op gebouwen en andere vaste bouwwerken. De kranen op het voorterrein zijn mobiele objecten en vallen hier niet onder. Gelet hierop is in het huidige planologisch kader geen aanleiding om de door indiener genoemde belemmering in de line of sight te verwachten.
3.7 Stelling dat het straalpad uit bestemmingsplan 2009 nog steeds geldt en dat geplande kranen kwalificeren als bouwwerken die in strijd zijn met de toegestane bouwhoogte Korte samenvatting ingediende zienswijze: de indiener beweert dat een verbodsbepaling uit het vorige bestemmingsplan nog steeds van kracht is.
Reactie Het straalpad en de daarmee samenhangende bouwhoogtebeperkingen uit bestemmingsplan 9060 (2009) zijn in het wijzigingsplan van 2013 komen te vervallen. Op de verbeelding van dat plan ontbreekt de aanduiding, waardoor deze regeling planologisch niet langer van toepassing is op het perceel. Daarnaast ziet het verbod in artikel 3, sub B, lid 3 van het oude plan uitsluitend op gebouwen en andere vaste bouwwerken. De kranen op het voorterrein zijn mobiele objecten die niet duurzaam met de grond zijn verbonden. Ook tijdens het testen is sprake van tijdelijke plaatsing, zodat geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan. De door indiener aangehaalde uitspraak ECLI:NL:RVS:2003:AF4700 betreft een situatie waarin sprake was van blijvende verankering van constructies in de grond. Die situatie verschilt wezenlijk van de onderhavige, waarin de kranen uitsluitend in verticale stand worden geplaatst en geen sprake is van een permanente verbinding met de ondergrond. 3.8 Stelling dat de vergunning onzorgvuldig tot stand is gekomen en in strijd is met belangen van Speedcast en gemeentelijke regelgeving Korte samenvatting ingediende zienswijze: indiener meent dat de vergunning onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat de aanvraag niet voldoet aan de van toepassing zijnde voorschriften.
Reactie De aanvraag is beoordeeld aan de hand van de geldende wettelijke kaders en de relevante planologische regeling. Daarbij is zorgvuldig getoetst of de aangevraagde afwijking in overeenstemming is met de toepasselijke voorschriften. Er is geen aanleiding om te concluderen dat de ontwerpbeschikking onzorgvuldig tot stand is gekomen. De gevraagde afwijking ziet uitsluitend op het toestaan van bebouwing op de verkeersbestemming. De zienswijze heeft betrekking op de aard van de activiteiten van Kanon, maar deze vallen buiten de reikwijdte van de huidige besluitvorming. Het bouwplan dat Kanon beoogt, is ook zonder deze afwijking in beginsel toegestaan binnen de geldende bestemming, zodat de verleende afwijking geen nieuwe bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt die planologisch niet al waren toegelaten.