CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerpbegroting 2025 (574791).pdf

Raadsvergadering 29 mei 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 7d: AKKOORD Raadsvoorstel OFGV financiële stukken en verzoek om zienswijzen10.129 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Realisatie 2023 2.723.679 9.259.615 22,7%

Begroting 2024 2.411.589 10.679.808 18,4%

Begroting 2025 2.664.437 11.186.262 19,2%

Meerjarenraming 2026 2027 2028 2.792.330 2.909.608 3.031.811 11.723.202 12.215.577 12.728.631 19,2% 19,2% 19,2%

De vergelijkende cijfers van de realisatie 2023 betreffen de cijfers uit de voorlopige jaarrekening vóór accountantscontrole. B.1.5. Stelposten, vennootschapsbelasting en onvoorzien De OFGV heeft geen stelposten in de begroting 2025. Het bedrag voor onvoorzien bedraagt € 59.000 en is toegelicht op pagina 22. De OFGV hoeft geen vennootschapsbelasting te betalen, omdat resultaten behaald worden als gevolg van de wettelijke taak of zonder winstopslag. B.1.6. Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten betreffen posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden en dus een tijdelijk karakter hebben. De begroting 2025 is incidenteel verhoogd met de implementatiekosten van ICT en VTH systemen ad € 1.000.000 en de kosten voor innovatieprojecten ad € 200.000. Deze worden incidenteel onttrokken aan de bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling.

25

B.2. Financiële positie en toelichting B.2.1. Uitgangspunten en ontwikkelingen ten opzichte van 2024 De wijzigingen ten opzichte van de meerjarenschijf 2025 in de begroting 2024 hebben betrekking op de structurele taakuitbreiding, de verlaging van huisvestingskosten als gevolg van plaats-onafhankelijk werken en de indexering. Het innovatie en ontwikkelbudget is met ingang van 2025 voor een bedrag van € 200.000 structureel in de begroting geraamd. Daarnaast wordt de bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling aangewend voor het aanvullen van dit budget en voor de implementatiekosten van ICT en VTH-systemen. B.2.2. Geprognosticeerde eindbalans De balansprognose tot en met 2028 is als volgt: Balans Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Balanstotaal activa Algemene reserve Bestemmingsreserves Voorzieningen Vlottende passiva Balanstotaal passiva

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

1.792.794 6.064.027 7.856.821 839.372 1.427.397 69.443 5.520.610 7.856.821

1.037.924 6.237.743 7.275.667 839.372 1.666.908 69.443 4.699.944 7.275.667

1.037.924 4.692.743 5.730.667 839.372 121.908 69.443 4.699.944 5.730.667

1.037.924 4.692.743 5.730.667 839.372 121.908 69.443 4.699.944 5.730.667

1.037.924 4.692.743 5.730.667 839.372 121.908 69.443 4.699.944 5.730.667

1.037.924 4.692.743 5.730.667 839.372 121.908 69.443 4.699.944 5.730.667

Voor de raming van de vaste activa en vlottende passiva is gebruikgemaakt van het gemiddelde van de jaarrekeningcijfers van de drie voorafgaande jaren. Het eigen vermogen is gebaseerd op bekende reservemutaties en een nihil rekeningresultaat. De vergelijkende cijfers over 2023 betreffen de cijfers uit de voorlopige jaarrekening vóór accountantscontrole. B.2.3. Jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen De formatie bedraagt begin 2024 165 fte. Ruimte in het salarisbudget wordt ingezet voor de flexibele schil en samenwerking op de bedrijfsvoering. B.2.4. Investeringen in vaste activa De OFGV heeft geen investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Investering Verbouwing pand Meubilair ICT hardware (computers, laptops, tablets) Telefoons Handhavingsschepen Totaal investeringen

Afschrijvingstermijn 10 jaar - 2023 10 jaar - 2023 3 jaar - 2024 2 jaar - 2024 30 jaar - 2045

€ € €

2023 800.000 475.000 100.735

€ 1.375.735

2024

2025

2026

2027

2028

€ €

150.000 142.500

€ €

-

€ €

222.753 147.096

€ €

157.316 -

€

151.841

€

292.500

€

-

€

369.850

€

157.316

€

151.841

De OFGV vervangt de activa pas op het moment dat het nodig is. Dit betekent dat de activa langer mee kan gaan dan de afschrijvingstermijn en soms juist eerder worden aangeschaft als dat voordelen oplevert. De niet uitgegeven kredieten schuiven door naar latere jaren. Op basis van de afschrijvingstermijn worden in 2025 geen investeringen gedaan. De afschrijvingstermijnen stemmen overeen met de termijnen in de Financiële Verordening. Alle kosten als gevolg van de afschrijving op genoemde investeringen zijn structureel in de begroting verankerd. B.2.5. Financiering De begroting van de OFGV wordt grotendeels gedekt uit de bijdragen van de deelnemers. De OFGV stuurt voorafgaand aan elk kwartaal een voorschotnota van 25% van deze bijdrage aan de deelnemer. Daarom heeft de OFGV geen leningen nodig voor haar reguliere 26

taakuitvoering. De OFGV neemt deel aan het wettelijk verplichte schatkistbankieren: overtollige middelen tot € 500.000 worden aangehouden in rekening-courant bij de BNG, het meerdere wordt aangehouden in de schatkist. B.2.6. Reserves en voorzieningen Algemene Reserve De omvang van de algemene reserve bedraagt begin 2024 € 839.000. In 2025 zijn geen onttrekkingen aan de reserve voorzien. Eventuele rekeningresultaten worden in eerste instantie afgewikkeld met de algemene reserve. Die heeft een ondergrens van € 0 en een bovengrens van 5% van de omzet. Het maximum van de algemene reserve van deze begroting is € 887.000. Gezien het benodigde weerstandsvermogen is de algemene reserve toereikend en hoeft deze niet verhoogd te worden tot het maximum. Innovatiereserve De bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling wordt gevoed vanuit rekeningresultaten van boekjaren waarin meer inkomsten zijn ontvangen dan de taakstelling. Met betrekking tot de bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling heeft het AB in februari 2020 de spelregels van de bestemmingsreserve bepaald: de reserve wordt aangevuld vanuit het overschot op de overige inkomsten. Hierbij wordt een plafond van maximaal € 300.000 voor onbestemde middelen gehanteerd met als peildatum 31 december om te monitoren of dat plafond al dan niet wordt overschreden.

Als op 31 december blijkt dat daarmee het plafond voor onbestemde middelen van € 300.000 wordt overschreden, dan wordt het meerdere alsnog direct uitbetaald aan de deelnemers. Het saldo van de innovatiereserve betreft het saldo in de jaarrekening 2023 minus de geraamde onttrekkingen in 2024 en 2025. Aangezien de bestemde innovatieprojecten, de kosten voor het ontwikkelplan en de implementatiekosten voor ICT en VTH systemen dit saldo overschrijden, zal bij de bestemming van het rekeningresultaat van 2023 worden voorgesteld de innovatiereserve maximaal te vullen en de bestemmingsreserve Weesp op te heffen. In de onderstaande tabel zijn de kosten voor het ontwikkelplan en de bestemming van het rekeningresultaat 2023 ter indicatie verwerkt. Hierover moet het Algemeen Bestuur nog beslissen en volgt na het besluit een regulier begrotingswijzigingsproces. In de begroting 2025 bedraagt het onbestemde saldo van de innovatiereserve daarmee € 72.000. Reserves Algemene Reserve Bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR OFGV Totaal reserves

Saldo Toevoeging Onttrekking 31-12-2022 2023 2023 € 668.600 € 170.772 € 725.893 € 654.023 € 376.787 € 237.069 € 76.313 € 1.631.562 € 824.795 € 453.100

Saldo Toevoeging 31-12-2023 2024 € 839.372 € 1.003.129 € 1.588.153 € 160.756 € 2.003.257 € 1.588.153

Onttrekking 2024

Saldo Toevoeging Onttrekking Saldo 31-12-2024 2025 2025 31-12-2025 € 839.372 € 839.372 € 944.374 € 1.646.908 €0 € 1.575.000 € 71.908 € 160.756 €0 €0 € 1.105.130 € 2.486.280 € 0 € 1.575.000 € 911.280

Voorzieningen De OFGV heeft een verplichte voorziening voor verlofsparen. Het is onbekend hoeveel medewerkers in de loop van 2024 en 2025 kiezen voor verlofsparen. De waarde van de voorziening is gelijk aan de waarde in de jaarrekening 2023 en bedraagt € 69.000. B.2.7. EMU-saldo Het EMU-saldo is het totaal van inkomsten minus uitgaven. Conform het Europese stabiliteitsen groeipact is de macronorm voor lidstaat Nederland een maximaal EMU-saldo van -0,5% van het bruto binnenlands product. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Alle gemeenten, provincies en waterschappen moeten deze informatie aanleveren bij het CBS. Bij gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie van € 20 mln of meer hebben. De OFGV valt hier buiten.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/130/documents/362