Bijlage - 2 Ontwerp-Nota Ruimte (903594).pdf
Tekst van het document
Internationaal vervoer van goederen en grondstoffen over de waterwegen, spoorwegen en wegen geven Nederland een bijzondere positie binnen Europa. Onze economie functioneert dankzij de zekerheid van levering van energie, grondstoffen en goederen. Bij de overgang naar een circulaire economie en een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem zijn deze (inter)nationale netwerken onmisbaar. We zetten in op het beschermen, benutten en verder ontwikkelen van de bestaande corridors van weg, spoor en waterwegen en van clusters waar productie en overslag plaatsvindt.
50 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 51
4.4.3 Economie en energie Bouwsteen: Optimaal benutten van de Noordzee Optimaal benutten van de Noordzee voor economie voor economie en energie en energie Grootschalige opwek van windenergie op zee Huidige en zoekgebieden voor windenergie op zee Huidige aanlanding voor windenergie op zee Digitale infrastructuur Internationale datakabels en aanlandingspunten Ruimte voor scheepvaart op de Noordzee Vaarroutes op zee Havens van nationaal belang
We kijken steeds vaker naar de ruimtelijke mogelijkheden van de Noordzee voor verschillende maatschappelijke opgaven. Alleen is ruimte op de Noordzee schaars: er is ruimte nodig voor windenergie, scheepvaart, visserij, natuur, cultureel erfgoed, luchtvaart, militaire oefenterreinen, olie- en gaswinning, CO2-transport en -opslag, waterstoftransport en -opslag, recreatie, digitale kabels en – letterlijk van fundamenteel belang – zandwinning. Het zo goed mogelijk benutten van de Noordzee voor economie en energie gebeurt in goede afweging met andere opgaven op de Noordzee, waaronder natuur en visserij.
Economie en energie Integrale themakaart Versterken van regionale ecosystemen Regionale kenmerken energie RES-regio’s Regionale kenmerken (productiekant) economie Sectoraal ecosysteem industrie Sectoraal ecosysteem logistiek en groothandel Campussen Brainport Greenports met grote hub Grote bedrijventerreinen met hoge milieubelasting (>200 hectare) Beschermen en doorontwikkelen van (inter) nationale corridors en overslagpunten Beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale netwerken en knooppunten voor goederen en grondstoffen Industrieclusters Overslagpunten Goederencorridors (weg, spoor, water) Beschermen en doorontwikkelen van (inter) nationale netwerken en knooppunten voor energie 380 kV-netwerk Waterstofbackbone Electriciteitsknooppunten Bestaande kerncentrale Verduurzamen, beschermen en versterken van energie-intensieve industrieclusters Beschermen, intensiever benutten en strategisch uitbreiden van de energie-intensieve industrieclusters Optimaal benutten van de Noordzee voor economie en energie Vaarroutes op zee Huidige en zoekgebieden voor windenergie op zee
52 | Ontwerp-Nota Ruimte
Landbouw en natuur De Nederlandse landbouw staat wereldwijd bekend als een technologisch innovatieve en hoogproductieve sector. Een sector die onmisbaar is voor voedselzekerheid, de leefbaarheid van het landelijk gebied en de instandhouding van onze waardevolle cultuurlandschappen. Akkerbouw, veeteelt en visserij zijn afhankelijk van een goede biodiversiteit, schoon water en vruchtbare bodems. Een toekomstbestendige voedselvoorziening heeft de natuur en het landschap nodig. Zowel landbouw als natuur zullen zich daarom meer tot dat natuurlijke systeem gaan verhouden. Dat kan deels door technische innovaties en deels door in landgebruik en met nieuwe verdienmodellen voor boeren meer de verbinding te zoeken met de eigenschappen van het water- en bodemsysteem. Vanwege het grote belang van voedselproductie en de diverse andere waarden die landbouwgrond biedt, gaan we zorgvuldig om met eventuele functiewijziging van landbouwgrond naar andere functies. Er komt een afwegingskader voor het onttrekken van landbouwgrond, waarbij (mede)overheden eerst naar de mogelijkheden kijken om functies te combineren of naar de mogelijkheid om grond met andere functies beschikbaar te stellen. De koers voor landbouw en natuur verschilt van regio tot regio. Dit komt omdat lokale omstandigheden zoals bodemsoorten, watercondities en ecologie overal anders zijn.
Natuur floreert als zij met de lokale omstandigheden mee kan ontwikkelen. Het zijn lokale kennis en kunde en lokale mogelijkheden voor een goede bedrijfsvoering die de koers bepalen voor landbouw. Verzilting in zeekleipolders kan mogelijkheden bieden voor nieuwe teelten. We willen het laagveenlandschap in de toekomst behouden. Ook in de toekomst blijft het laagveengebied een belangrijk agrarisch gebied. In de veenweidegebieden wordt met het oog op de Europese water-, natuur- en klimaatdoelstellingen en om negatieve effecten van en afwenteling door bodemdaling tegen te gaan gebiedsgericht en verantwoord toe bewogen naar hogere (grond)waterstanden. Belangrijk daarbij is om perspectief te kunnen blijven bieden aan de agrariërs in het gebied. Daarbij geldt nadrukkelijk dat, afhankelijk van de bodemcompositie, omstandigheden van het watersysteem en de behoeften van het gebied kan worden gedifferentieerd. Dat betekent dat in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd naar beneden kan worden afgeweken van het uitgangspunt van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld. (Mede)overheden, in het bijzonder de waterschappen die verantwoordelijk zijn voor de peilbesluiten, geven hier met betrokkenheid van agrariërs en anderen invulling aan. Op de hoge zandgronden wordt straks meer water vastgehouden, waardoor in het productielandschap meer natuurwaarden kunnen ontstaan.
Door het voorkomen van uitspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen zal de water- en bodemkwaliteit verbeteren. Regionaal zullen we hier met provincies, gemeenten en waterschappen samen aan werken, met betrokkenheid van boeren en tuinders.
Landbouw en natuur Bouwsteen: regionale samenhang Landbouw en natuur met Water en bodemRegionale (water) systemen in balans Landschapstypen Hogere (zand)gronden Rivierklei Zeeklei Veenbodems Duinlandschap Veranderende condities (water) Droger Natter Zouter Bodemdaling Toewerken naar een regionale gebiedsindeling op basis van de kenmerken van het water- en bodemsysteem Aan PBL ontleende indeling van afwateringsgebieden (ter illustratie)
Ontwerp-Nota Ruimte | 53
Landbouw en natuur Bouwsteen: regionale samenhang Landbouw en natuur met Water(bodem) en Regionale systemen in balans bodem (bodem) Landschapstypen Hogere (zand)gronden Rivierklei Zeeklei Veenbodems Duinlandschap Veranderende condities (bodem) Toenemende bodemdaling door oxidatie veen Dalende bodemvruchtbaarheid en verslechterende bodemstructuur Toenemend risico op wind- en/of watererosie Toenemende ondergrondverdichting Toenemende uitspoelingsgevoeligheid grond Toewerken naar een regionale gebiedsindeling op basis van de kenmerken van het water- en bodemsysteem Aan PBL ontleende indeling van afwateringsgebieden (ter illustratie)
Er zijn (landbouw)gebieden waar meervoudige opgaven voor grond- en oppervlaktewater kwaliteit, klimaat en stikstof samenkomen. Dit zijn onder andere gebieden direct rond de Natura 2000-gebieden, veenweidegebieden, de beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. In deze gebieden moeten we een goede balans vinden tussen de verschillende opgaven en functies. Hier wordt een gebiedsgerichte extra inzet gedaan om te zorgen dat we doelen voor landbouw en natuur halen. Nadruk ligt daarbij op combineren van functies, zoals landbouw als landschapsbeheerder, recreatief medegebruik en teelt van gewassen die passen bij bijvoorbeeld nattere omstandigheden. Als Rijk stimuleren we deze beweging met onder andere inzet van het stelsel voor agrarisch natuurbeheer. Dat vraagt ook weer maatwerk per gebied en betrokkenheid van mede overheden en agrariërs.
Landbouw en natuur Gebieden met bijzondere opgaven Op deze kaart worden indicatief de gebieden weergegeven waarin en/of rondom meervoudige opgaven spelen: de gebie- opgaven Landbouwgebieden met meervoudige den rondom de Natura 2000-gebieden, Op deze kaart wordenbeekdalen indicatief de de veenweidegebieden, engebieden weergegeven waarin en/of rondom meervoudige de grondwaterbeschermingsgebieden. De opgaven spelen: de gebieden rondom de Natura precieze2000-gebieden, selectie, prioritering en uitwerde veenweidegebieden, de king in gebieden in lopende beekdalen vindt en de plaats grondwaterbeschermingsgebieden. Detussen precieze selectie, prioritering trajecten Rijk en provincies. Diten uitwerking in vindt plaats in lopende trajecten tussen zijn dusgebieden niet ‘aangewezen’ gebieden, dat Rijk en provincies. Dit zijn dus niet ‘aangewezen’ is niet de status die deze kaart kan gebieden, dataan is iet de status die aan deze kaart wordenkan ontleend. worden ontleend.
Voor de glastuinbouwsector zetten we in op een blijvend sterke en innovatieve sector die klimaatneutraal en circulair produceert. Daarbij zetten we zoveel mogelijk in op ontwikkeling via intensivering, innovatie en clustering in de bestaande greenports en clustergebieden. En stimuleren we innovatieve koppelingen tussen glastuinbouw en andere sectoren om optimaal gebruik te maken van reststromen en beschikbare bronnen.
Landbouw en natuur Bouwsteen: clusteren van glastuinbouw Toekomstbestendige glastuinbouw Bestaand glastuinbouwcluster/greenport Context van de clusters Zoetwateropgave Nabijheid hoge potentie geothermie Nabijheid van industrie met beschikbaarheid van restwarmte en/of CO2 Nabijheid van grootschalige opwekking hernieuwbare energie Nationale netwerken 380kV-netwerk Waterstofbackbone Hoofdwegennet
Natuur zal zich ook verder moeten ontwikkelen. Een robuuste en veerkrachtige natuur is essentieel voor een gezonde en veilige leefomgeving, voedselproductie en drinkwatervoorziening. Inzet daarbij is realistisch in ons volle land: we willen aan de wet- en regelgeving voldoen. Voor VHR-soorten en habitattypen wordt toegewerkt naar het behalen en behouden van een gunstige staat van instandhouding in Nederland. Het verlagen van drukfactoren (stikstof, waterkwaliteit, waterkwantiteit, versnippering, verstoring) is daarvoor een voorwaarde. Waar mogelijk combineren we deze bestaande opgaven met de aanvullende opgaven om te komen tot een gunstige staat van instandhouding ten behoeve van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). We leveren minimaal de inzet die noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurherstelverordening te voldoen. Onder andere door een verweving van natuur en landbouw door in het landschap meer natuurlijke elementen een plek te geven. Houtwallen, singels, beplante overhoeken en bermen van sloten en vernatting van beekdalen zorgen voor een groenblauwe dooradering van het landschap. Het bebouwd gebied binnen dorpen en steden kan op een vergelijkbare wijze meer plek bieden aan natuur en bijdragen aan ecologisch herstel.
Bovendien ontstaan door koppeling van landschappelijke en stedelijke groenstructuren verbindingen tussen stad en land die ook voor de recreatie van groot belang zijn. Ten slotte ontstaan er in combinatie met grootschaliger wateropgaven kansen voor een meer omvangrijke natuurontwikkeling. Ruimte voor de rivieren en voor waterkeringen, tegengaan van bodemdaling en bescherming van grondwaterwinningsgebieden bieden gezamenlijk de kans op het ontstaan van nieuwe natuur met een binnen Europa uniek karakter en hoge ecologisch toegevoegde waarde.
Natura 2000-gebieden Veenweidegebieden Beken Grondwaterbeschermingsgebieden
54 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 55
Landbouw en natuur Bouwsteen: robuust natuursysteem Robuust natuursysteem Huidige natuur duurzaam in stand houden en versterken Huidige Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland op land en op water Kansen voor combinaties van natuur met andere functies en opgaven UNESCO Werelderfgoedgebieden op land Waardevolle cultuurlandschappen Groen in en om de stad (Landbouw)gebieden met meervoudige opgaven Maatregelen voor het hoofdwatersysteem
Landbouw en natuur Integrale themakaart
Integrale themakaart:
4.4.4
Water en bodem De wijze waarop landbouw en natuur zich meer nadrukkelijk zullen verhouden tot veranderende omstandigheden, staat niet op zichzelf. Nederland blijft op de lange termijn veilig bewoonbaar. Onze eeuwenlange traditie van technisch hoogstaand waterbeheer staat daarvoor garant, ook bij een versnelde zeespiegelstijging. Maar tegelijkertijd zal achter de dijken en duinen de inrichting van ons land veranderen. We moeten rekening houden met extremer weer, een stijgende zeespiegel, dalende bodem, met een onregelmatiger rivierafvoer en daardoor meer verzilting en langere perioden van droogte. Dat heeft gevolgen voor hoe we de ruimte inrichten en gebruiken. Van de achtertuin en de straat tot hoe we zoetwater verdelen via de grote rivieren en het IJsselmeer en Markermeer. Ons systeem van duinen, dijken, grote rivieren, kanalen en de zoetwaterbuffers in het IJsselmeer, Markermeer en het Volkerak-Zoommeer vraagt om nationale keuzes, om de waterveiligheid te garanderen en voor de zoetwatervoorziening. Daartoe zullen we rond het hoofdwatersysteem voldoende ruimte reserveren voor versterking van waterkeringen en waterafvoer en waterberging. We staan daarom geen nieuwe bebouwing meer toe in de uiterwaarden van de grote rivieren. Tijdelijke functies of passende functiecombinaties, zoals voor energie-infrastructuur, kunnen onder voorwaarden wel toegestaan worden.
Rond het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal zoeken we nieuwe ruimte voor piekwaterberging in diepe polders. Bij verdeling van zoetwater via het hoofdwatersysteem kunnen we niet langer aan alle vraag tegemoetkomen. Een keuze is om in principe niet te investeren in nieuwe technische maatregelen om water te brengen naar gebieden waar dat op termijn niet houdbaar is. Dit heeft met name gevolgen voor de gebieden in Nederland die geen of beperkte aanvoer van zoetwater vanuit het hoofdwatersysteem hebben, zoals delen van de Zuidwestelijke Delta of de hoge zandgronden. Zowel de gebieden met als zonder externe aanvoer vanuit het hoofdwatersysteem moeten zich voorbereiden op tekorten. Dat vraagt stevige aanpassingen van alle watergebruikers.
Regionale samenhang Landbouw en natuur met Water en bodem Landschapstypen Hogere (zand)gronden Rivierklei Zeeklei Veenbodems Duinlandschap Veranderende condities Droger Natter Zouter Bodemdaling Gebieden met bijzondere opgaven Indicatieve weergave van gebieden waarin en/of rondom meervoudige opgaven aan de orde zijn Op deze kaart worden indicatief de gebieden weergegeven waarin en/of rondom meervoudige opgaven spelen: de gebieden rondom de Natura 2000-gebieden, de veenweidegebieden, de beekdalen en de grondwaterbeschermingsgebieden. De precieze selectie, prioritering en uitwerking in gebieden vindt plaats in lopende trajecten tussen Rijk en provincies. Dit zijn dus niet ‘aangewezen’ gebieden, dat is niet de status die aan deze kaart kan worden ontleend.
Water en bodem Bouwsteen: toekomstbestendig Een toekomstbestendig hoofdwatersysteem hoofdwatersysteem Ruimte voor het hoofdwatersysteem Rekening houden met buitendijkse adaptatie bij hogere waterstanden in de toekomst Zoekgebieden voor piekwaterberging voor Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal Trajecten waar wordt onderzocht of en waar binnendijkse ruimte nodig is voor toekomstige rivierverruiming Verzilting Vraag en aanbod binnen het hoofdwatersysteem Zoetwaterbuffers IJsselmeer/Markermeer en Volkerak-Zoommeer Gebieden met geen of beperkte aanvoer van zoetwater vanuit het hoofdwatersysteem
Robuust natuursysteem Huidige natuur duurzaam in stand houden en versterken Huidige Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland op land en op water Kansen voor combinaties van natuur met andere functies en opgaven UNESCO Werelderfgoedgebieden op land Waardevolle cultuurlandschappen Groen in en om de stad Maatregelen voor het hoofdwatersysteem
Ruimte voor waterveiligheid Ruimte rond de primaire keringen voor dijkversterkingen Op termijn: besluit over afvoerverdeling rivieren Kustfundament: kustuitbreiding wordt vooralsnog niet toegestaan
Toekomstbestendige glastuinbouw Bestaand glastuinbouwcluster Greenports
56 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 57
Regionaal zien we een stapeling van water- en bodemopgaven, die in samenhang moeten worden opgepakt. Regio’s zijn straks niet zonder meer verzekerd van aanvoer van voldoende zoetwater van buiten. Daarom wordt in de regio de vraag naar en het aanbod van zoetwater meer in balans gebracht. Daarvoor zal water bespaard, vastgehouden en geborgen worden. Dat gaat hand in hand met verbeteren van de bodem door duurzaam bodembeheer, zodat ook de landbouw blijvend over voldoende water en goede bodemcondities kan beschikken. Regionaal meer water vasthouden en bergen, is ook nodig voor de drinkwatervoorziening en daarmee voor woningbouw en bedrijven. De beperkte beschikbaarheid van zoetwater betekent dat we selectief zullen zijn met het plaats bieden aan grote nieuwe water vragende bedrijven. Meer droge of juist natte perioden hebben ook effecten op de ondergrond en het grondwater. De kwaliteit en beschikbaarheid van zoetwater uit de ondergrond vraagt om voorkomen van vervuiling en bescherming van gebieden waar grondwater onttrokken wordt en aanvullende ontwikkeling van nieuwe drinkwaterbronnen. Door de ondergrond ruimtelijk te ordenen, kan deze duurzaam benut worden voor activiteiten zoals geothermie en beschermen we tegelijkertijd drinkwaterbronnen, grondwatervoorraden en grondwaterkwaliteit.
Water en bodem Bouwsteen: klimaatadaptieve inrichting +
+
Zet in op klimaatadaptieve ontwikkeling op
Profiel van vrije ruimte rond de primaire keringen:
Zet in op klimaatadaptatie en reserveer ruimte voor
bedrijventerreinen vrijwaren van ruimtelijke ontwikkelingen die waterberging in dichtbebouwde stedelijke gebieden in op klimaatadaptieve ontwikkeling Zetkeringen: in opkeringen: klimaatadaptieve ontwikkeling Zetop inZet op klimaatadaptieve ontwikkeling op op Profiel vanruimte vrije ruimte rond de primaire in op klimaatadapt Profiel van vrije ruimte rond de primaire Profiel keringen: van vrije rond de primaire Zet in op klimaatadaptatie en reserveer Zet ruimte inZet op klimaatadaptatie voor en belemmerend werken voor toekomstige versterking bedrijventerreinen bedrijventerreinen bedrijventerreinen vrijwaren van ruimtelijke ontwikkelingen waterberging in dichtb vrijwaren van ruimtelijke ontwikkelingen vrijwaren die van ruimtelijke ontwikkelingen die die Zet in op kansen voor infiltratie van regenwater waterberging in dichtbebouwde stedelijke waterberging gebieden in dichtbebouw Vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen, (aanvullen grondwater en verhogen waterbergend Zet in op klimaatadaptatie in worden bij voorkeur op plekken gepland die minder belemmerend werken voor toekomstige versterking belemmerend werken voor toekomstige belemmerend versterking werken voor toekomstige versterking vermogen) bodemdalingsgevoelige gebieden kwetsbaar zijn in op kansen voor infiltratie van regenwater Zet in op kansen voor infiltratie van regenwater Zet inZet op kansen voor infiltratie van
regenwater en kwetsbare fun Vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen, VitaleVitale en kwetsbare functies, Bestaande reserveringszone voor binnendijkse Zet in op klimaatadaptatie in gebieden (aanvullen grondwater en verhogen waterbergend (aanvullen grondwater en verhogen waterbergend (aanvullen grondwater en verhogen waterbergend Zet in op klimaatadaptatie in bij voorkeur op Zet in op klimaatadaptatie in Zet in op klimaatadaptatie in worden bij voorkeur op plekken gepland worden dieworden minder bij voorkeur op plekk ruimte voor de rivieren die > 20 centimeter kunnen overstromen vermogen) vermogen) vermogen) bodemdalingsgevoelige gebieden kwetsbaar bodemdalingsgevoelige gebieden bodemdalingsgevoelige gebieden kwetsbaar zijn kwetsbaar zijn zijn +
+
+
+
Bestaande reserveringszone voor binnendijkse Bestaande reserveringszone voor binnendijkse Bestaande reserveringszone voor binnendijkse op klimaatadaptatie in gebieden Zet in op klimaatadaptatie in gebieden Zet inZet op in klimaatadaptatie in gebieden ruimte voor de rivieren ruimte voor de rivieren ruimte voor de rivieren > 20 centimeter kunnen overstromen die > 20 centimeter kunnen overstromen die > die 20 centimeter kunnen overstromen
Water en bodem Bouwsteen: regionale systemen Regionale samenhang landbouw en natuur in balans (water) met water en bodem (water) Landschapstypen Hogere (zand)gronden Rivierklei Zeeklei Veenbodems Duinlandschap Veranderende condities (water) Droger Natter Zouter Bodemdaling
Rekening houden met water en bodem krijgt voor een groot deel vorm in de directe leefomgeving. Dorpen, steden en landschappen gaan meer water vasthouden en worden groener ingericht. Vitale functies plaatsen we bij voorkeur op plekken die minder kwetsbaar zijn voor overstroming of bodemdaling. Zo is ons land beter bestand tegen extremer weer. Dat kan prima hand in hand gaan met meer ruimte voor wonen en werken en een efficiënte agrarische bedrijfsvoering. Inrichting van straten en pleinen, parken en tuinen draagt straks meer bij aan het opvangen van water en tegengaan van wateroverlast bij zware neerslag. Dat betekent onder andere meer groen in de openbare ruimte en op daken en aan gevels. Groen dat ook weer zorgt voor koeling van wijken en huizen. In het landschap zorgt de eerdergenoemde groenblauwe dooradering voor betere waterberging en infiltratie van neerslag in de bodem.
Toewerken naar een regionale gebiedsindeling op basis van de kenmerken van het water- en bodemsysteem Aan PBL ontleende indeling van afwateringsgebieden (ter illustratie)
Water en bodem Bouwsteen: regionale systemen Regionale samenhang landbouw en natuur met water en bodem in balans (bodem) Landschapstypen Hogere (zand)gronden Rivierklei Zeeklei Veenbodems Duinlandschap Veranderende condities (bodem) Toenemende bodemdaling door oxidatie veen Dalende bodemvruchtbaarheid en verslechterende bodemstructuur Toenemend risico op wind- en/of watererosie Toenemende ondergrondverdichting Toenemende uitspoelingsgevoeligheid grond Toewerken naar een regionale gebiedsindeling op basis van de kenmerken van het water- en bodemsysteem Aan PBL ontleende indeling van afwateringsgebieden (ter illustratie)
58 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 59
Water en bodem Integrale themakaart
Ontwikkelpaden naar 2050
Een toekomstbestendig hoofdwatersysteem Ruimte voor het hoofdwatersysteem Rekening houden met buitendijkse adaptatie bij hogere waterstanden in de toekomst Zoekgebieden voor piekwaterberging voor Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal Trajecten waar wordt onderzocht of en waar binnendijkse ruimte nodig is voor toekomstige rivierverruiming Verzilting Vraag en aanbod binnen het hoofdwatersysteem Zoetwaterbuffers IJsselmeer/Markermeer en Volkerak-Zoommeer Gebieden met geen of beperkte aanvoer van zoetwater vanuit het hoofdwatersysteem Ruimte voor waterveiligheid Ruimte rond de primaire keringen voor dijkversterkingen Op termijn: besluit over afvoerverdeling rivieren Kustfundament: kustuitbreiding wordt vooralsnog niet toegestaan Regionale systemen in balans
21 nationale en regionale woningbouwlocaties geven een bouwimpuls. Infrastructuurinvesteringen sluiten aan bij grootschalige woningbouw
Regionale ruimtelijk-economische inzet volgens VISTA. Nieuwe investeringen in structuurversterkende infrastructuur en volgende ronde grootschalige woningbouw
+
+
Nationale investeringen sluiten aan bij regionale economische karakteristieken en energiestrategieën. Bedrijventerreinen worden beschermd en geoptimaliseerd. Het waterstofnetwerk wordt operationeel
Natura 2000 wordt versterkt en NatuurNetwerkNederland wordt uitgebreid. Agrariërs worden ondersteund om stikstofdoelen te halen en het stikstofslot te doorbreken
Landgebruik voor landbouw en natuur past zich geleidelijk aan de condities van het water- en bodemsysteem
+
+
Zouter Bodemdaling
Toewerken naar een regionale gebiedsindeling op basis van de kenmerken van het water- en bodemsysteem Aan PBL ontleende indeling van afwateringsgebieden (ter illustratie)
+
+ Ruimte rond de rivieren wordt gereserveerd en waterkeringen worden versterkt
Nu
4.4.5
Samenhang tussen de thema’s De vier integrale thema’s zijn gelijkwaardig aan elkaar. In hoe we het verhaal over de ontwikkeling van ons land in deze visie vertellen vertrekken we vanuit de maatschappelijke behoeften. Waar mensen willen wonen en werken, hoe ze reizen en ontspannen. De energie, goederen en het voedsel die daarvoor onmisbaar zijn. Maar we zijn glashelder over het feit dat deze behoeften zich tot andere aspecten van de ruimte dienen te verhouden. Bij het invulling geven aan maatschappelijke behoeften houden we daarom rekening met de beschikbaarheid van energie, met bestaande en nieuwe vervoersverbindingen, de kansen en beperkingen vanuit water en bodem, ecologie en cultureel erfgoed.
+
Het Rijk neemt regie op ontwikkeling industrieclusters. Er is prioriteit voor forse uitbreiding en verzwaring elektriciteitsnet, het organiseren van warmtenetten en ruimte voor Defensie
Landschapstypen Hogere (zand)gronden Rivierklei Zeeklei Veenbodems Duinlandschap Veranderende condities Droger Natter
Woningbouw en infrastructuurinvesteringen volgen regionale ontwikkelingen op basis van ruimtelijk-economische keuzes
Water- en bodemcondities worden regionaal en gebiedsgericht verbeterd en in balans gebracht. De watervraag sluit beter aan op de waterbeschikbaarheid
Straks
Aanleg van buisleidingen faciliteert meer transport van grondstoffen. Waterstofproductie en -import wordt verder ontwikkeld
VISTA-strategie houdt ruimte voor verdere verstedelijking na 2050
+
Industrieclusters ontwikkelen zich tot nationale knooppunten binnen een internationaal systeem dat cruciaal is voor industrie, energie en strategische autonomie
+
+
De landbouw ontwikkelt zich tot sterke, toekomstbestendige sector die voedselzekerheid voor Nederland en Europa garandeert
Het natuursysteem kent hoge biodiversiteit en is adaptief en aanpasbaar aan klimaatverandering
+ Het water- en bodemsysteem is robuuster en toekomstbestendiger en sluit meer aan bij de natuurlijke systeemwerking
Later
Wonen, werken en bereikbaarheid
Landbouw en natuur
Economie en energie
Water en bodem
+ Er is voldoende ruimte om keuzes te maken die noodzakelijk zijn om Nederland op lange termijn waterveilig te houden
Nog later
In deze afbeelding laten we indicatief en met een paar voorbeelden zien hoe de richtingen en keuzes die we maken in deze Ontwerp-Nota Ruimte in de tijd kunnen worden geplaatst. Sommige keuzes zullen direct effect hebben, andere keuzes zullen meer door geleidelijke verandering leiden tot effect op de ruimte. En sommige keuzes zorgen ervoor dat we ook op langere termijn voldoende ruimte hebben om ook dan nog keuzes te kunnen maken. We laten hierin ook (indicatief en niet compleet) zien hoe keuzes en ontwikkelingen met elkaar samenhangen tussen de vier thema’s.
We ontwikkelen vanuit de bestaande basis en geven de koers aan richting 2050. Voor de doorkijk naar 2100 willen we tegelijk ook opties openhouden. Opties om ruimtelijk in te kunnen spelen op onzekerheden in de toekomst. Bijvoorbeeld door op en af te kunnen schalen in ontwikkeltempo, al naar gelang de ontwikkeling van de economie en de bevolking of urgentie van transities en effecten van klimaatverandering. Maar juist het openhouden van opties in de toekomst vraagt soms al om keuzes op de kortere termijn. Bijvoorbeeld door het reserveren van voldoende ruimte in en rondom het hoofdwatersysteem.
60 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 61
Deel II
Nationale ruimtelijke hoofdstructuur
62 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 63
Hoofdstuk 5
Inleiding en visiekaart 2050 Inleiding en visiekaart 2050 In dit deel van de Nota Ruimte laten we in kaartbeelden en met teksten zien hoe het ruimtelijk systeem en de inrichting van de leefomgeving in ons land zich tot 2050 kunnen ontwikkelen. Hier worden de inhoudelijk keuzes en richtingen gepresenteerd, van integraal tot sectoraal en van het grote schaalniveau van Noordwest-Europa tot de landsdelen. De meest nauw op elkaar betrokken inhoudelijke sectorale onderwerpen worden in vier integrale thema’s met elkaar in verband gebracht: • Water en bodem; • Landbouw en natuur; • Economie en energie; • Wonen, werken en bereikbaarheid. Binnen deze vier integrale thema’s laten we aan de hand van een integrale themakaart zien wat de koers richting 2050 is. De integrale themakaarten zijn conceptuele verbeeldingen. Maar ze zijn opgebouwd uit ‘bouwstenen’, gebaseerd op data en ontwerpend onderzoek en met veel meer details. De belangrijkste keuzes en ruimtelijke elementen die daarmee verbonden zijn staan op de bouwsteenkaarten. De kaarten zijn niet te lezen als blauwdruk voor de toekomst. Ze duiden de huidige situatie, de opgaven en de ontwikkelrichtingen. Ze zijn veelal indicatief en vragen om nadere uitwerking in gebieden en met andere partijen.
De keuzes en richtingen uit de bouwstenen werken weer door in de sectorale keuzes en richtingen, die met hun eigen kaarten worden beschreven in de sectorale hoofdstukken. De integrale thema’s komen samen in de visiekaart Nederland 2050.
64 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 65
Opgaven
De vier thema’s op de Visiekaart 2050
Visie
Deel I
Water en bodem
Landbouw en natuur
Economie en energie
Wonen, werken en bereikbaarheid
Toekomstbestendig hoofdwatersysteem
Regionale samenhang landbouw en natuur met water en bodem
Alle bedrijventerreinen
Ontwikkelgericht nationaal netwerk
Regionale systemen in balans
(Landbouw)gebieden met meervoudige opgaven
Regionale ecosystemen voor economie en energie
Sterke en onderscheidende regio’s
Klimaatadaptieve inrichting
Clusteren van glastuinbouw
Energie-intensieve industrieclusters
Complete en prettige leefomgeving
Robuust natuursysteem
(Inter)nationale corridors en knooppunten Noordzee
Deel II Strategie: VISTA
Opbouw van de vier integrale thema’s in Deel II
Wonen, werken werkenen enbereikbaarheid bereikbaarheid Wonen, Dankzij goede goedeverbindingen verbindingenbinnen binnenNederland Nederlandenenrichting richtinghet hetbuitenland buitenland versterken Dankzij versterken alle alle regio’s elkaar straks en vullen ze elkaar aan. Binnen vormen stedelijke regio’s elkaar straks en vullen ze elkaar aan. Binnen regio’sregio’s vormen stedelijke knoopknooppunten van enplekken spoor plekken waar wonen, werken en publiekstrekkende punten van weg enweg spoor waar wonen, werken en publiekstrekkende voor voorzieningen zich concentreren. Zo benutten we bestaande infrastructuur en maken zieningen zich concentreren. Zo benutten we bestaande infrastructuur en maken we het we het efficiënt uitbreiden ervan mogelijk. efficiënt uitbreiden ervan mogelijk. Richting ichting 2050 van ons land door dede 2050willen willenwe wemeer meerbalans balansbrengen brengeninindedeontwikkeling ontwikkeling van ons land door kracht zozo goed mogelijk te te kracht en en mogelijkheden mogelijkhedenvan vande deverschillende verschillendeNederlandse Nederlandseregio’s regio’s goed mogelijk benutten. voor hun inwoners. benutten. Dat Datkan kanalleen alleenals alsze zeaantrekkelijk aantrekkelijkenenherkenbaar herkenbaarblijven blijven voor hun inwoners.
Binnen enen voorzieningen enen Binnen die die regio’s regio’sstreven strevenwe wenaar naarnabijheid nabijheidvan vanwonen, wonen,werken werken voorzieningen goede bereikbaarheid bereikbaarheiden enkwaliteit kwaliteitvan vangroen groenininenenom omdedestad. stad. Nieuwe ontwikkeling goede Nieuwe ontwikkeling draagt waar waarmogelijk mogelijkbij bijaan aanvergroten vergrotenvan vandedeagglomeratiekracht agglomeratiekracht leefkwaliteit. draagt enen dede leefkwaliteit. regio heeft heefteigen eigenkenmerken, kenmerken,opgaven, opgaven,ambities ambitiesenenbijbehorende bijbehorende ontwikkelElke regio ontwikkel mogelijkheden. mogelijkheden.
enenergie energie EEconomie conomie en We zetten zetten in inop ophet hetbeschermen, beschermen,benutten benuttenenenverder verderontwikkelen ontwikkelen van bestaande We van dede bestaande corridors van weg, spoor en waterwegen en van clusters waar productie en overslag corridors van weg, spoor en waterwegen en van clusters waar productie en overslag plaatsvindt.We Wegeven gevenprioriteit prioriteitaan aande deforse forseuitbreiding uitbreidingenenverzwaring verzwaring van plaatsvindt. van dede energie- energie-infrastructuur dit een belangrijke randvoorwaarde is voor andere infrastructuur omdat ditomdat een belangrijke randvoorwaarde is voor andere ontwikkeontwikkelingen. In de energie-intensieve industrieclusters vanbelang nationaal belang krijgen lingen. In de energie-intensieve industrieclusters van nationaal krijgen havenhavenen industriële functies en energiefuncties voorrang. We benutten de ruimte op en industriële functies en energiefuncties voorrang. We benutten de ruimte op de de Noordzee zo goed mogelijk onder andere windenergie, scheepvaart en kabels Noordzee zo goed mogelijk voorvoor onder andere windenergie, scheepvaart en kabels voor voor energie en in data, in goede met onder de natuur en visserij. energie en data, goede balansbalans met onder andereandere de natuur en visserij.
metde deregio’s regio’swillen willenwe wewerken werkenaan aanhet hetversterken versterkenvan van regionale economie SSamen amen met dede regionale economie en het het beter beterbenutten benuttenvan vande deregionale regionalekansen kansenvoor voorenergie. energie.We We kijken hoe iedere regio en kijken hoe iedere regio op basis van eigen kracht kan bijdragen aan een sterk Nederland en hoe ze elkaar aan op basis van eigen kracht kan bijdragen aan een sterk Nederland en hoe ze elkaar aan kunnen vullen. vullen.We Wezullen zullenals alsRijk Rijkdeze dezeontwikkeling ontwikkelingondersteunen ondersteunen door onder andere kunnen door onder andere te te sturen juiste infrastructuur energie, goederen en grondstoffen. Om te sturen op op de de juiste infrastructuur voorvoor energie, goederen en grondstoffen. Om te voorvoorzien in voldoende energie en locaties voor industrie, het verwerken van zien in voldoende energie en locaties voor industrie, het verwerken van grondstoffen en grondstoffen en defensie zullen we de schaarse ruimte niet alleen zo goed mogelijk defensie zullen we de schaarse ruimte niet alleen zo goed mogelijk moeten benutten, moeten maar ook beschermen. maar ookbenutten, beschermen.
ennatuur natuur LLandbouw andbouw en De Nederlandse landbouw is onmisbaar voor voedselzekerheid, de leefbaarheid van De Nederlandse landbouw is onmisbaar voor voedselzekerheid, de leefbaarheid van het het landelijk gebied en de instandhouding van onze waardevolle cultuurlandschappen. landelijk gebied en de instandhouding van onze waardevolle cultuurlandschappen. We vinden het van belang om perspectief te bieden voor de toekomst, in goede balans We vinden het van belang om perspectief te bieden voor de toekomst, in goede balans met het natuurlijk systeem en de veranderende condities van het water- en met het natuurlijk systeem en de veranderende condities van het water- en bodem bodemsysteem. systeem. robuusteen enveerkrachtige veerkrachtigenatuur natuurisisessentieel essentieelvoor vooreen eengezonde gezondenen veilige EEen robuuste veilige leef leefomgeving, voedselproductie en drinkwatervoorziening. We leveren minimaal de omgeving, voedselproductie en drinkwatervoorziening. We leveren minimaal de inzet inzet die noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurhersteldie noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurherstelverordening verordening te voldoen. we voor hetvan ontwikkelen van een robuust te voldoen.
Daarom zullenDaarom we voorzullen het ontwikkelen een robuust natuursysteem natuursysteem naast het herstel van de bestaande natuurgebieden ook meer inzetten naast het herstel van de bestaande natuurgebieden ook meer inzetten op het combiop het combineren van natuurontwikkeling met andere opgaven en functies. neren van natuurontwikkeling met andere opgaven en functies. Water en bodem Water en bodem Ons systeem van duinen, dijken, grote rivieren, kanalen en de zoetwaterbuffers in het Ons systeem van duinen, dijken, grote rivieren, kanalen en de zoetwaterbuffers in het IJsselmeer, Markermeer en het Volkerak-Zoommeer vraagt om nationale keuzes, om IJsselmeer, Markermeer en het Volkerak-Zoommeer vraagt om nationale keuzes, om de waterveiligheid te garanderen en voor de zoetwatervoorziening. Daartoe zullen we de waterveiligheid te garanderen en voor de zoetwatervoorziening. Daartoe zullen rond het hoofdwatersysteem voldoende ruimte reserveren voor versterking van we rond het hoofdwatersysteem voldoende ruimte reserveren voor versterking van water waterkeringen en waterafvoer en waterberging. keringen en waterafvoer en waterberging. Regionaal zien we verschillende stapelingen van water- en bodemopgaven, die in Regionaal zien we verschillende stapelingen van water- en bodemopgaven, die in samenhang moeten worden opgepakt.
Regio’s zijn straks niet zonder meer verzekerd samenhang moeten worden opgepakt. Regio’s zijn straks niet zonder meer verzekerd van aanvoer van voldoende zoetwater van buiten. Daarom wordt in de regio de vraag van aanvoer van voldoende zoetwater van buiten. Daarom wordt in de regio de vraag naar en het aanbod van zoetwater meer in balans gebracht. Dat gaat hand in hand met naar en het aanbod van zoetwater meer in balans gebracht. Dat gaat hand in hand met verbeteren van de bodem, zodat ook de landbouw blijvend over voldoende water en verbeteren van de bodem, zodat ook de landbouw blijvend over voldoende water en goede bodemcondities kan beschikken. Rekening houden met water en bodem krijgt goede bodemcondities kan beschikken. Rekening houden met water en bodem krijgt voor een groot deel vorm in de directe leefomgeving, met bijvoorbeeld meer ruimte voor groot deel vorm in de en directe leefomgeving, met bijvoorbeeld voor een groen en water in steden dorpen en groenblauwe dooraderingmeer in hetruimte landschap. voor groen en water in steden en dorpen en groenblauwe dooradering in het landschap.
66 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 67
Visiekaart 2050 (Inter)nationale corridors en knooppunten voor personenvervoer Stedelijk netwerk Nederland (Inter)nationale spoor- en wegcorridors Potentiële corridor Luchthavens Internationale stations (HSL + IC) Woon-Werkomgevingen en regionale verbindingen Woon-werkmilieus, van metropolitaan tot luw Regionale verbindingen en samenhang Voorzieningen en instellingen met regionale uitstraling Campus Universiteit Ziekenhuis Economie Sleutelsector op basis van toegevoegde waarde (regionaal ecosysteem) Mainports (haven, luchthaven, brainport) Multimodaal bedrijventerrein Bedrijventerrein met hoge milieubelasting en > 200 hectare Bedrijventerrein Hyperscale datacenter Bestaand glastuinbouwcluster Greenport
H2 CO₂
Graafschap
(Inter)nationale corridors en knooppunten voor goederen en grondstoffen Goederencorridors Energiecorridors (hoogspanningsnet en waterstofbackbone) Zeehaven van nationaal belang Spoor-weg terminal met internationale functie Energie-intensieve industrieclusters Samenhangende industrieclusters van nationaal belang Zesde cluster Energie Grote elektriciteitscentrales Bestaande en potentiële aanlanding Wind op Zee Aanwijsgebieden voor grootschalige elektrolyse CO2-afvang Bestaande en onderzoekslocaties voor nieuwbouw kerncentrale Bestaande en aangewezen windenergiegebieden Cultureel erfgoed UNESCO-gebieden op land Waardevolle Cultuurlandschappen Natuur Natura 2000-gebieden op land Natura 2000-gebieden op grote wateren en zee, en de KRM-gebieden Hoofdwatersysteem Ruimte voor de rivieren Zoekgebieden voor (piek)waterberging langs NZK/ARK Zoetwaterbuffers IJsselmeer en Volkerak-Zoommeer Robuust water-en bodemsysteem in verschillende gebiedstypen Veenbodems Hogere (zand)gronden Duinlandschap Rivierklei Zeeklei Indicatieve weergave van gebieden waarin en/of rondom meervoudige opgaven aan de orde zijn Natura 2000-gebieden, veenweidegebieden en grondwaterbeschermingsgebieden Beken Basiskaart Waterstof backbone Bos Rijkswegen Nat open terrein Spoorwegen Droog open terrein Rivieren Bebouwd gebied buitenland Hoogspanningsnet (380kV)
Ontwerp-Nota Ruimte | 69
Hoofdstuk 6
Water en bodem Water en bodem Opgaven en ambities Effecten extremer weer en zeespiegelstijging
Teruglopende waterbeschikbaarheid
Ontoereikende waterkwaliteit
Borging waterveiligheid
Bodemdegradatie en ruimtedruk in de ondergrond
Richting voor de toekomst Watersysteem robuuster en toekomstbestendig door meer aan te sluiten bij natuurlijke systeemwerking en optimalisatie huidige systeem
Ruimtelijke functies in een duurzame relatie met de huidige en toekomstige condities van het water- en bodemsysteem
Samenhangende en meer regionale aanpak van de opgaven
Ruimtelijk beeld 2050 Sturende ruimtelijke bouwstenen Nationaal Toekomstbestendig hoofdwatersysteem
Regionaal Regionale systemen in balans
Lokaal Klimaatadaptieve inrichting
Structuur van het hoofdstuk over het integrale thema Water en bodem
70 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 71
6.1
Opgaven en ambitie
6.1.1
Opgaven
Wateroverlast Door gemiddeld hogere temperaturen en een veranderende dynamiek in de atmosfeer krijgen we in ons land vaker te maken met hevige regenbuien. Dit kan lokaal tot flinke wateroverlast leiden, zowel in hoge als in lage delen van Nederland. Ook de bebouwde omgeving is gevoelig voor hevige neerslag in korte tijd. Als er te weinig ruimte is voor piekwaterberging dan stroomt water gebouwen in of wordt infrastructuur onbegaanbaar.
Nederland wordt de laatste tijd steeds vaker geconfronteerd met extreme weersomstandigheden. Neem bijvoorbeeld de overstromingen in Limburg in de zomer van 2021, met honderden miljoenen euro’s aan schade, of de extreme regenbui in het oosten van het land in de zomer van 2024, waarna een fors aantal woningen onbewoonbaar is verklaard. Ook komen periodes van droogte steeds vaker voor. Zo behoorden de zomers van 2018, 2019, 2020 en 2022 tot de vijf procent droogste zomers ooit. De komende decennia zal het klimaat verder veranderen. De meest recente KNMI-klimaatscenario’s tonen aan dat extreme weersomstandigheden naar verwachting steeds vaker zullen voorkomen. De effecten daarvan merken we bijvoorbeeld aan de toename van wateroverlast door extreme buien enerzijds en langere droge perioden met veel verdamping en zoetwatertekorten anderzijds. Dit kan zorgen voor veel overlast, een hogere kans op overstromingen en toename van schades en heeft daardoor grote impact op de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van Nederland.
Bodem en ondergrond De bodem heeft een belangrijk aandeel in het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, zoals meer regenval, hitte en droogte. Een gezonde bodem is bovendien van groot belang voor een duurzame biodiversiteit en hoogwaardige voedselproductie. Ook de ambities voor klimaatadaptieve woningbouw, leefbare dorpen en steden en de groeiende behoefte aan recreatie en natuur vereisen een bodem die in goede staat verkeert en voldoende water kan vasthouden. Er is echter sprake van toenemende bodemdegradatie. De bodem wordt op veel plekken structureel verstoord door grondbewerking, verdichting en afdekking en er is sprake van verontreiniging, verzuring en vermesting van bodems. Klimaatverandering zet daarbij de bodemecosystemen verder onder druk door verdroging, verzilting en extreme regenval.
Ook de zeespiegel stijgt onder invloed van klimaatverandering. En hoewel we ook op de langere termijn veilig kunnen leven in Nederland, zullen we ingrijpende keuzes moeten maken om de leefbaarheid te garanderen. We zullen hiervoor ruimte moeten vinden zodat we ons land hierop kunnen inrichten. Ruimte voor versterking van waterkeringen én voor het water zelf, om bestand te zijn tegen piekbuien en in tijden van droogte over voldoende zoetwater en vaardiepte te kunnen beschikken. Ook zullen we zuiniger moeten zijn met het zoetwater dat er is, dat ook schoon moet zijn. En we zullen de bodem op een andere manier moeten gaan gebruiken en de ondergrond anders moeten gaan inrichten door toenemende ruimteclaims. We ondervinden nu al de gevolgen van deze veranderende condities, denk aan de grote rivieren met soms te hoge of juist te lage waterstanden, de droogteproblematiek op de zandgronden of funderingsschade door veranderingen in het grondwaterpeil.
Zoetwaterbeschikbaarheid en waterkwaliteit Zoetwater is niet meer vanzelfsprekend overal altijd beschikbaar. De Deltascenario’s laten zien dat de opgaven voor zoetwaterbeschikbaarheid substantieel groter worden. In alle scenario’s raken het wateraanbod en de vraag naar water verder uit balans. Steeds vaker is er in de zomer niet genoeg water voor alle functies terwijl de watervraag alleen maar verder toeneemt. Denk aan een hogere vraag voor doorspoeling van watersystemen om verzilting tegen te gaan en de waterkwaliteit op orde te houden, beregening van landbouwgebieden, gebruik van productie- en koelwater door de industrie, drinkwatervoorzieningen, het behouden van vaardieptes, of instandhouding van natuur en erfgoed. Bovendien dienen nieuwe grote watervragers zich aan, zoals de vernatting van laagveen om bodemdaling en de uitstoot van CO2 te verminderen en nieuwe grote industriële watervragers zoals waterstofproductie en koeling van kerncentrales. Zoetwaterbeschikbaarheid gaat niet alleen over kwantiteit. Het beschikbare water heeft immers steeds vaker niet de gewenste kwaliteit. Dit komt onder meer door verzilting, door hogere temperaturen en door verontreinigingen die ook nog minder verdund worden bij lage afvoeren tijdens droge perioden. Dit leidt daarnaast tot een lager zuurstofgehalte in het water.
De kwaliteit van (grond)water is in de meeste Kaderrichtlijn Water (KRW)-waterlichamen in Nederland niet op orde.
Waterveiligheid Ongeveer een kwart van het landoppervlak van Nederland ligt onder zeespiegelniveau en er stromen grote rivieren door het land. Zeespiegelstijging en vaker voorkomende weersextremen zoals hevige neerslag, met bijbehorende hogere rivierafvoeren, vormen daarom een bedreiging voor waterveiligheid en kunnen vaker leiden tot wateroverlast. Zonder goed functionerende kustverdediging en waterkeringen zou 60 procent van Nederland regelmatig onder water staan. In dat gebied wonen circa negen miljoen mensen en wordt zo’n 70 procent van het Bruto Nationaal Product verdiend. Hoewel ons land, naar verwachting, in de toekomst een zeespiegelstijging van tot wel vijf meter aankan, zullen de gevolgen voor de ruimtelijke inrichting groot zijn en ingrijpende aanpassing vergen van bestaand en toekomstig ruimtegebruik.
72 | Ontwerp-Nota Ruimte
Het is druk in de ondergrond en het wordt nog drukker. Er is grote potentie voor onder andere geothermie, buisleidingen, opslag van (rest)stoffen, waterberging en grondwater(reserves), maar daardoor ontstaat een toenemende ruimtevraag en concurrentie om ruimte in de ondergrond. Niet elk gebruik is op basis van bodemeigenschappen en -waarden overal mogelijk en sommige functies in de ondergrond beïnvloeden elkaar negatief.
6.1.2
Ambitie Om in de toekomst het hoofd te kunnen bieden aan deze grote opgaven, is het van belang om bij de ruimtelijke inrichting van ons land op de juiste manier rekening te houden met het water- en bodemsysteem. De manier waarop we het land inrichten zal aangepast moeten worden aan de veranderende omstandigheden. Dit vereist toekomstbestendigheid bij nieuwe ontwikkelingen en soms ook aanpassing van bestaande wijzen van landgebruik of bedrijfsvoering. Daarom: • Maken we het water- en bodemsysteem robuuster en toekomstbestendig. Door meer aan te sluiten bij de natuurlijke systeemwerking wordt de leefbaarheid voor de langere termijn geborgd, terwijl we tegelijkertijd ook de huidige techniek in het systeem versterken om bijvoorbeeld de zoetwaterverdeling te Optimaliseren. • Zorgen we ervoor dat ruimtelijke functies in een duurzame relatie komen te staan met de huidige en toekomstige condities van het water- en bodemsysteem. Door bijvoorbeeld landgebruik of bedrijfsvoering aan te passen aan de veranderende condities, zijn we beter toegerust op teruglopende beschikbaarheid van zoetwater of Droogte. • Kiezen we voor een samenhangende en meer regionale aanpak van de opgaven. Door bijvoorbeeld zoetwatervraag en -aanbod regionaal in balans te brengen, kan het hoofdwatersysteem efficiënter en effectiever ingezet worden.
En door gebiedskenmerken centraal te stellen, doen we meer recht aan de complexe wisselwerking tussen de gewenste functies in een gebied en de regionale systemen en het hoofdsysteem. Bovendien betekent een meer samenhangende aanpak dat beleidsrichtingen niet onbedoeld tegen elkaar inwerken. Bijvoorbeeld doordat er in natte perioden minder wordt ingezet op water afvoeren en meer op vasthouden, om daarmee schadelijke effecten tijdens droge perioden te beperken; • Zetten we waar mogelijk in op meervoudig ruimtegebruik en slimme combinaties met bijbehorend toekomstbestendig handelingsperspectief. Maatregelen die nodig zijn voor water en bodem combineren we zo mogelijk met andere (ruimtelijke) opgaven, zodat deze elkaar versterken.
Ontwerp-Nota Ruimte | 73
6.2
Richting voor de toekomst We werken richting een robuuster en toekomstbestendig water- en bodemsysteem. Dit betekent dat de werking van het hoofdwatersysteem aan de hand van (technische) maatregelen verder wordt geoptimaliseerd en dat er voldoende ruimte wordt gecreëerd om de waterveiligheid te waarborgen en wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Het betekent ook dat de buffercapaciteit van het hoofdwatersysteem en de zoetwaterbeschikbaarheid zoveel als mogelijk op orde worden gebracht. Ook werken we aan een betere balans in het watersysteem. Dit betekent dat de regionale zoet watervraag beter in balans komt met het zoetwateraanbod en dat de regionale water- en bodemcondities worden verbeterd en versterkt. Tegelijkertijd werken we naar een duurzame relatie tussen ruimtelijke functies en de veranderende condities van het water- en bodemsysteem. Dit vergt aanpassing van landgebruik en bedrijfsvoering aan die veranderende condities en toepassing van klimaatadaptieve ruimtelijke ontwikkeling in het hele land. Niet alleen bij nieuwe ontwikkelingen, maar ook op bestaande functies. Water- en bodembeheer zal nadrukkelijker onderdeel zijn van de ruimtelijke inrichting en wordt volop meegenomen in de gebiedsgerichte uitwerkingen.
De grote opgaven waar we als land voor staan, zoals de energietransitie en woningbouwopgave, kunnen alleen worden aangepakt als die integrale benadering voldoende tot stand komt.
6.3
Beeld 2050 Binnen de grenzen van Nederland ligt de delta van een aantal Noordwest-Europese rivieren. Nederland maakt zodoende deel uit van vier grote internationale stroomgebieden: de Rijn, de Maas, de Schelde en de Eems. De landen met deze vier stroomgebieden binnen de landsgrenzen hebben een wisselwerking met deze rivieren, moeten deze beheersen voor de waterveiligheid, maar benutten ook de ecosysteemdiensten en economische potentie. Dit benutten, beheren en beschermen heeft gevolgen voor de gehele loop van de rivieren en is daardoor mede van invloed op de condities van het water- en bodemsysteem in Nederland. Er is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. De landen die door één of meer rivieren met elkaar verbonden zijn, hebben daarom afspraken met elkaar en voeren hierover structureel internationaal overleg. Vanuit de Noordwest-Europese context bezien, zijn niet alleen de grote rivieren maar is ook de Noordzee sterk bepalend voor het water- en bodemsysteem in Nederland. Omringd door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Denemarken en Noorwegen, is de Noordzee van cruciaal belang voor Nederland. De Noordzee is een potentieel rijk maar ook kwetsbaar ecosysteem en één van de meest intensief benutte zeeën ter wereld, vooral door scheepvaart, visserij, olie- en gaswinning, windparken en zandwinning.
Tegelijkertijd is de stijgende zeespiegelstijging een potentiële bedreiging voor de waterveiligheid en is indringing van zout zeewater een belangrijke oorzaak van de verzilting van bodem, grond- en oppervlaktewater in delen van Nederland.
ervoor dat locaties van grote industriële watervragers beter zijn afgestemd op de (teruglopende) beschikbaarheid van zoetwater. Grote nieuwe watervragers worden niet gepland op locaties waar op lange termijn de zoetwaterbeschikbaarheid niet kan worden gegarandeerd. Zo worden grote elektrolysers nu al bij voorkeur aan de kust gepland, omdat hier zout en brak water kan worden ontzilt en gebruikt als koel- en proceswater. Ook de landbouw is beter ingesteld op meer extreme weersomstandigheden, bijvoorbeeld in de kuststrook waar in de teeltkeuze en productiewijze rekening gehouden wordt met toenemende verzilting. De ruimtelijke zoektocht naar aanvullende locaties voor regionale waterberging heeft geresulteerd in voldoende capaciteit voor (piek)waterberging en met de verbeterde bodemkwaliteit is ook de sponswerking van de bodem toegenomen. Gebiedskenmerken staan centraal. In de veenweidegebieden is daarom toebewogen naar hogere (grond)waterstanden met het oog op de Europese water-, natuur- en klimaatdoelstellingen en om negatieve effecten van en afwenteling door bodemdaling tegen te gaan. Belangrijk daarbij is om perspectief te kunnen blijven bieden aan de agrariërs in het gebied.
Door gebiedsgericht verantwoord toe te bewegen naar een hoger waterpeil met een grondwaterstand van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld, afhankelijk van de bodemcompositie en de omstandigheden van het watersysteem, wordt bereikt dat bodemdaling wordt geminimaliseerd en de uitstoot van broeikasgassen wordt gereduceerd. Daarbij geldt nadrukkelijk dat, afhankelijk van de bodemcompositie, omstandigheden van het watersysteem en de behoeften van het gebied kunnen worden gedifferentieerd. Dit betekent dat in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd naar beneden kan worden afgeweken van het uitgangspunt van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld. (Mede)overheden, in het bijzonder de waterschappen die verantwoordelijk zijn voor de peilbesluiten, geven hier met betrokkenheid van agrariërs en anderen invulling aan. Zij beschikken met elkaar immers over de benodigde kennis van het gebied. Bij deze ontwikkeling minimaliseren we de aanvoer van gebiedsvreemd water. En door het realiseren van ruimte voor het vasthouden en bergen van zoveel mogelijk gebiedseigen water, waardoor de afhankelijkheid van de zoetwateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem in droge perioden beperkt is. Beekdalen zijn zoveel mogelijk hersteld, met voldoende ruimte voor hermeandering.
En zo zien we in 2050 op het regionale schaalniveau talloze voorbeelden van een robuust water- en bodemsysteem en ruimtelijke functies die aangepast zijn aan en in balans zijn met de condities van dat systeem. In 2050 wordt ingezet op klimaatadaptieve ruimtelijke ordening en inrichting. Op lokaal schaalniveau zorgen we voor een klimaatadaptieve inrichting van alle ruimtelijke functies. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat de ontwikkeling van grootschalige woningbouwlocaties goed past bij de condities van het water- en bodemsysteem en dat vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen of bepaalde energievoorzieningen, worden ontwikkeld op plekken die minder kwetsbaar zijn, dan wel klimaatbestendig worden ingericht.
In 2050 zijn duidelijke stappen gezet in het robuuster en toekomstbestendig maken van het water- en bodemsysteem. Dit zorgt ervoor dat we de stijgende zeespiegel en het vaker voorkomen van hevige neerslag het hoofd kunnen bieden. Op nationaal schaalniveau is de werking van het hoofdwatersysteem verder geoptimaliseerd en is er voldoende ruimte gevonden voor onder andere rivierverruimingen en versterking van waterkeringen. De hiervoor benodigde ruimte is optimaal benut door zoveel mogelijk meervoudig (tijdelijk) ruimtegebruik toe te passen. We staan daarom geen nieuwe bebouwing meer toe in de uiterwaarden die vallen onder de Beleidslijn Grote Rivieren. Tijdelijke functies of passende functiecombinaties, zoals voor energie-infrastructuur, kunnen onder voorwaarden wel toegestaan worden. Op regionaal schaalniveau werpt de meer gebiedsgerichte aanpak voor het versterken van het water- en bodemsysteem in 2050 zijn vruchten af. Regio’s zijn beter bestand tegen periodes van extreme droogte, watertekorten, wateroverlast en verzilting, en de water- en bodemkwaliteit zijn sterk verbeterd. Zoetwatervraag en -aanbod zijn regionaal zoveel mogelijk in balans gebracht. In 2050 zijn bovendien belangrijke slagen gemaakt bij de versterkte inzet op besparen, vasthouden en bergen.
Ruimtelijke functies zijn meer in balans gebracht met de veranderende condities van het water- en bodemsysteem, met name door aanpassing van landgebruik en bedrijfsvoering. Dit zorgt
74 | Ontwerp-Nota Ruimte
Ontwerp-Nota Ruimte | 75
Noordwest-Europese context voor Water en bodem Nederland ligt in een laaggelegen delta van een aantal grote rivieren. Daardoor hangen de opgaven en oplossingen deels ook samen met deze grotere context: stijging van de zeespiegel, smelten van gletsjers en piekbuien in andere delen van Europa die zorgen voor extremere hoog- en laagafvoer van de grote rivieren. Deze kaart duidt deze context van Nederland in Noordwest-Europa voor het water- en bodemsysteem.
Extremere debieten Extremere hoog- en laagafvoerdebieten van de grote rivieren in Europa Watervraag- en kwaliteitsopgave Toenemende watervraag- en waterkwaliteitsopgave in grootstedelijke gebieden binnen de stroomgebieden van de grote rivieren Watersysteem Oppervlaktewater Noordzee Stroomgebieden (Rijn, Maas, Schelde, Eems)
76 | Ontwerp-Nota Ruimte
Integrale themakaart Water en bodem Op deze kaart staan de drie bouwstenen die samen de hoofdlijn vormen voor de ontwikkelrichting voor Water en bodem: het toewerken naar een toekomstbestendig hoofdwatersysteem, het in balans brengen van de regionale systemen en op het lokale schaalniveau een klimaatadaptieve inrichting in heel Nederland.
Ruimte voor waterveiligheid Reserveer ruimte rondom primaire keringen (dijken en duinsysteem) voor toekomstige versterkingsopgaven Zoekgebieden voor (piek)waterberging langs NZK/ARK Reserveer ruimte rondom primaire keringen IJsselmeer en Markermeer en houd buitendijks rekening met toekomstige peilstijging Voorlopig geen kustuitbreiding Ruimte reserveren voor het hoofdwatersysteem Rekening houden met buitendijkse adaptatie bij hogere waterstanden in de toekomst Trajecten waar wordt onderzocht of, en waar binnendijkse ruimte nodig is voor toekomstige rivierverruiming Beperkingen landaanwinning en bouwwerken IJsselmeergebied Bestaande reserveringszone voor binnendijkse ruimte rivieren* * In het kader van programma Ruimte voor de Rivier 2.0 zal de ruimtelijke reservering geactualiseerd worden Hoofdsysteem: vraag en aanbod Ruimte nationale waterbergingsgebieden (IJsselmeer, Markermeer en Volkerak-Zoommeer) behouden Verzilting via rivier- en kanaalmondingen Veranderende condities van het water- en bodemsysteem Toenemende vernatting (door kwel en peilopzet) Toenemende bodemdaling Toenemende verzilting Toenemende verdroging Inzetten op een klimaatadaptief water- en bodemsysteem Gebieden die snel kunnen overstromen (1:100 jaar) Reserveer ruimte voor waterberging in stedelijk gebied Klimaatadaptief ontwikkelen in dichtbebouwde stedelijke gebieden Bedrijventerreinen, inclusief havens en
kassen
78 | Ontwerp-Nota Ruimte
6.4
Sturende ruimtelijke bouwstenen Voor het aanpakken van de urgente opgaven moeten ruimtelijke keuzes gemaakt worden die inspelen op een dynamische toekomst. Het is daarbij belangrijk dat we flexibiliteit inbouwen om de ruimtelijke inrichting aan te passen aan de hand van nieuwe inzichten. Zo voorkomen we dat we nu keuzes maken die gewenste ontwikkelingen later blokkeren en onze kwetsbaarheid op termijn vergroten. Om invulling te geven aan de ambities is een aanpak op alle schaalniveaus nodig. Dit werken we uit in drie bouwstenen waarin we richting geven en keuzes maken. Deze bouwstenen hebben ook een sterke onderlinge samenhang en wisselwerking. Ze staan daarmee niet los van elkaar. Keuzes op het ene schaalniveau hebben grote invloed op het andere schaalniveau. Dit werkt ook door in de samenwerking tussen het Rijk en de medeoverheden, bijvoorbeeld omdat keuzes ten aanzien van het hoofdwatersysteem direct van invloed kunnen zijn op het functioneren van het regionale watersysteem.