Bijlage - 1 Strategisch beleidskader sociaal domein 2025-2028 (629686).pdf
Tekst van het document
Mensen maken de samenleving Strategisch beleidskader sociaal domein 2025 – 2028 Gemeente Dronten
1
Inhoudsopgave Voorwoord 1. Waarom dit beleidskader? Ontwikkelingen Het beleidskader helpt om keuzes te maken Het beleidskader is onderdeel van het beleidsproces Leeswijzer 2. Uitgangspunten en kaders Collegeprogramma en Drontense principes Startnotitie nieuw beleidskader sociaal domein Brede welvaart als vertrekpunt Toekomstvisie Dronten 2050 3. Effectgericht sturen Effectgericht sturen Maatschappelijke effecten in relatie tot brede welvaart Kaderstelling en rolverdeling raad en college 4. De samenleving als vertrekpunt Wat vertellen de cijfers? Organiseren vanuit de samenleving Het kompas geeft richting Partnerschap De verbinding met drie opgaven 5. Bestaanszekerheid bieden Participatiewet Armoede en schulden Voorspelbaar en stabiel inkomen Huiselijk geweld en kindermishandeling Overzicht doelen en indicatoren Bestaanszekerheid bieden 6. Kansengelijkheid vergroten Hervormingsagenda jeugd Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming Laaggeletterdheid Overzicht doelen en indicatoren Kansengelijkheid vergroten 7. Gezond samenleven versterken Versterken sociale basis Gezond en actief leven Integraal Zorgakkoord Overzicht doelen en indicatoren Gezond samenleven versterken 8. Monitoren en verantwoorden
4 5 5 5 5 5 7 7 7 7 9 10 10 10 11 14 14 16 18 18 19 20 21 21 22 22 22 25 26 26 26 27 29 30 30 30 30 32
2
Sturen op maatschappelijke effecten met behulp van doelen en indicatoren Sturen op verbinding tussen samenleving, meedoen en vangnet 9. Financieel kader Bijlage Overzicht brede welvaart, maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren
32 32 33 34 34
3
Voorwoord Met veel plezier presenteren wij ons nieuwe strategisch beleidskader sociaal domein “Mensen maken de samenleving”. Dit plan laat zien hoe we de komende jaren gaan werken aan een sterke, inclusieve en veerkrachtige gemeenschap waarin iedereen een plek heeft en aan bijdraagt. Ons strategisch beleidskader is adaptief, wat betekent dat we kritisch kijken naar onze resultaten, oog hebben voor ontwikkelingen in de samenleving en met partners en inwoners zoeken naar structurele oplossingen. Het vraagt ook een intensief samenspel tussen college en raad in het volgen en aanscherpen van ambities en financieel kader. We willen expliciet voorkomen dat we in de valkuil van repeterende patronen vallen. Daarom richten we ons op structurele veranderingen en bouwen voort op wat goed werkt, terwijl we leren van het verleden. Een belangrijk onderdeel van ons nieuwe beleid is het betrekken van mensen en hun ervaringen. Hun inzichten helpen ons om beleid te maken dat beter aansluit op de realiteit van alledag. Dit is cruciaal voor het bereiken van kansengelijkheid. Bij het maken van dit strategisch beleidskader hebben we gekozen voor een nieuwe manier van werken. We hebben het perspectief van brede welvaart omarmd en worden daardoor gestimuleerd om doelgericht te werken en over de beleidsdomeinen heen te kijken.
Ik ben trots op hoe wij deze complexe ambitie samen hebben vertaald in voorstellen die het welzijn en de gezondheid van onze inwoners verbetert. Kortom, met dit strategisch beleidskader willen we samen bouwen aan een gemeente waarin iedereen de kans krijgt om mee te doen en bij te dragen. Samen zorgen we zo voor een samenleving waarin iedereen een plek heeft en kan participeren. Peter Duvekot Wethouder sociaal domein
4
1. Waarom dit beleidskader? Ontwikkelingen Na vijf jaar gewerkt te hebben met de themaplannen sociaal domein is het tijd voor een herijking van deze beleidsuitgangspunten. Niet vanwege het aantal jaren dat is verstreken, maar omdat de ervaringen en maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaren daartoe aanleiding geven. We doen het goed, maar doorontwikkelen is nodig. Er liggen grote uitdagingen en als we zonder wijzigingen doorgaan is het huidige beleid niet houdbaar. We zien de vraag naar jeugdhulp en Wmo-ondersteuning toenemen, mede door demografische ontwikkelingen. De ontwikkeling in de vraag staat op gespannen voet met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en beschikbare financiën. Om te voorkomen dat dit leidt tot verschraling van zorg en een afwenteling op inwoners, maken we nieuwe keuzes. In dit strategisch beleidskader “Mensen maken de samenleving” schetsen we hoe we inwoners en gemeenschappen de ruimte geven om hun eigen oplossingen op te pakken en hoe we de ondersteuning voor inwoners nog beter organiseren binnen de beschikbare budgettaire kaders.
Het beleidskader helpt om keuzes te maken De ontwikkelingen in de samenleving vragen om wendbaar te zijn zodat we kunnen inspelen op snel en onverwacht optredende uitdagingen. Tegelijkertijd vragen deze uitdagingen om koersvast te blijven. Daarom werken we aan opgaven. Dit kader helpt om mee te bewegen met de vraagstukken in de samenleving en tegelijkertijd op koers te blijven in het beleid. Daarmee biedt het strategisch beleidskader een goede basis voor de wens om effectgericht te sturen.
Het beleidskader is onderdeel van het beleidsproces Beleid voor het sociaal domein is nooit af, daarvoor is de samenleving te veel in beweging. Met het vaststellen van dit strategisch beleidskader geeft de gemeenteraad de kaders aan waarbinnen het college aan de slag gaat en voorstellen uitwerkt die samen met partners en inwoners worden uitgevoerd. We erkennen dat repeterende patronen in beleidsvorming kunnen leiden tot ineffectieve oplossingen. Daarom analyseren we regelmatig de resultaten van ons beleid en zoeken we naar structurele oplossingen om terugkerende problemen te doorbreken. Dat is een continu proces van beleidsontwikkeling waarin raad en college met elkaar het gesprek aangaan en aanpassingen doen.
Leeswijzer In dit document bespreken we de belangrijkste uitgangspunten, de rol van de samenleving, de opgaven waaraan we gaan werken, met wie we samenwerken en definiëren we maatschappelijke effecten en doelen per opgave. We maken het document compleet met een overzicht van de financiële kaders. Dit beleidskader kent een vervolg in de vorm van drie uitvoeringsprogramma's die door het college worden vastgesteld. In de tekst spreken we over inwoners van alle leeftijden. Onder inwoners en
5
gemeenschappen verstaan we alle inwoners van de gemeente Dronten waaronder dus ook dak- en thuislozen, clienten van zorginstellingen, tijdelijke inwoners zoals arbeidsmigranten en de bewoners van het AZC Dronten. Als we het specifiek over een doelgroep (bijvoorbeeld jongeren) hebben, maken we dit duidelijk.
6
2. Uitgangspunten en kaders Collegeprogramma en Drontense principes In de gemeente Dronten ontwikkelen mensen zich, als individu, maar ook als deelnemer aan en onderdeel van de samenleving. Mensen ontwikkelen zich niet alleen op school of op hun werk, maar ook in hun vrije tijd. Een krachtige samenleving ontstaat door om te zien naar elkaar en elkaar te helpen, zonder direct te redden. De Drontense principes vormen de toetssteen voor besluiten. Ze zijn ons aangereikt door de samenleving om in het kader van de ontwikkelopgave om als Dronten door te groeien naar een gemeente van 60.000 inwoners. Het gaat om de volgende vijf principes: mensen maken de samenleving, onze basis is groen, we koesteren het dorpse karakter, Dronten geeft je de ruimte en we tonen lef. Zowel in het collegeprogramma als in de Drontense principes staan mensen en hun bijdrage aan de samenleving centraal. Dat uitgangspunt staat ook in dit strategisch beleidskader sociaal domein centraal.
Startnotitie nieuw beleidskader sociaal domein In maart 2024 heeft de raad de Startnotitie nieuw beleidskader sociaal domein vastgesteld. In deze startnotitie staan de belangrijkste kaders en uitgangspunten en de maatschappelijke opgaven die opgepakt worden. Dat gebeurt steeds vanuit het perspectief van brede welvaart. Belangrijk is dat het beleid lerend en adaptief is. Als we de samenleving als startpunt van onze inspanningen nemen, dan vraagt dat flexibiliteit en ruimte om aanpassingen te maken op basis van inzichten en ontwikkelingen in de samenleving. Dit kan betekenen dat andere accenten in de uitvoering worden gelegd en/of dat doelen sneller of minder snel bereikt worden dan in eerste instantie gedacht. Hierover wordt het gesprek gevoerd in de P&C cyclus en dat kan leiden tot een herijking van de (streefwaarden) van de doelen) en de onderliggende uitvoeringsprogramma’s.
Brede welvaart als vertrekpunt Wij willen het sociaal domein duurzaam vormgeven. Dat betekent dat we investeren in een samenleving waar inwoners en gemeenschappen ruimte hebben voor eigen initiatieven en oplossingen en waarin we kwalitatief goede ondersteuning blijven bieden voor iedereen die dat nodig heeft. Het perspectief van brede welvaart die we hanteren als vertrekpunt voor al het beleid van de gemeente, speelt hierin een centrale rol. Het gaat in essentie over het welzijn van mensen. En dan vooral over de hulpbronnen die inwoners nodig hebben om hun leven gezond en gelukkig in te vullen. Er zijn economische, natuurlijke, menselijke en sociale hulpbronnen (ook wel kapitalen genoemd). Kortom, we investeren nu in de samenleving van de toekomst. Het perspectief van brede welvaart biedt niet alleen een denkkader, het dwingt ook om keuzes te maken. Geluk en welbevinden is niet vanzelfsprekend gelijk verdeeld onder inwoners. Het principe ‘ongelijk investeren in gelijke kansen’ is hierin belangrijk.
7
In het sociaal domein richten we ons specifiek op subjectief welzijn, gezondheid, consumptie en inkomen, onderwijs en opleiding en het sociaal kapitaal. Brede welvaart is een begrip dat breder toepasbaar is dan alleen op het sociaal domein. We noemen in dit beleidskader ook aspecten van brede welvaart die invloed hebben op de kwaliteit van de samenleving maar vooral vanuit andere beleidsdomeinen ingevuld worden. De maatschappelijke effecten in dit beleidskader realiseren we namelijk samen. Op deze manier is brede welvaart een begrip dat gemeentebreed ingezet kan worden en voor samenhangend beleid zorgt. Subjectief welzijn Subjectief welzijn gaat over de mate waarin mensen tevreden zijn met het leven op verschillende levensdomeinen. Denk aan gezondheid, woonomgeving, participatie en inkomen. De waarderingen die mensen aan hun leven geven, maar ook levenshoudingen en persoonlijke belevingen, spelen hierin een belangrijke rol. Gezondheid Dit onderwerp omvat zowel de fysieke als mentale gezondheid van mensen. Daarnaast is er aandacht voor het leven met beperkingen, de mate van het ervaren van gezondheid en het idee van eigen regie en veerkracht in het leven. Gezondheidsproblemen of -beperkingen kunnen van invloed zijn op de mogelijkheden die mensen hebben om deel te nemen aan de samenleving.
Omgekeerd kunnen sociaaleconomische verschillen tussen groepen een effect hebben op de gezondheid. Consumptie en inkomen Inkomen bepaalt de consumptiemogelijkheden van mensen. Inkomensverdeling en -ongelijkheid zijn belangrijke vraagstukken, omdat er een verband bestaat tussen werk en inkomen enerzijds en mentale gezondheid, participatiemogelijkheden en subjectief welzijn anderzijds. Onderwijs en opleiding Onderwijs stelt mensen in staat zich te ontwikkelen en te ontplooien. Daarom heeft onderwijs direct te maken met de mogelijkheden die mensen hebben op de arbeidsmarkt, en ook met subjectief welbevinden. Vanuit dit oogpunt is kansenongelijkheid in het onderwijs dan ook een belangrijk aandachtspunt. Anderzijds is een goed opgeleide bevolking ook belangrijk voor de economie, gezondheid, bredere participatie in de samenleving en de toekomstige welvaart. Sociaal kapitaal Hierbij gaat het om sociale netwerken, sociale cohesie en de gemeenschappelijke verbanden tussen mensen. Het gaat ook over de mate van sociale cohesie in de maatschappij als geheel en over maatschappelijke ongelijkheid tussen groepen. Brede welvaart richt zich niet specifiek op het sociaal domein. De thema’s van brede welvaart hieronder worden ingevuld vanuit andere beleidsdomeinen maar hebben direct invloed op de kwaliteit van het sociaal domein. 8
Ruimtelijke samenhang en kwaliteit Dit thema begint vanuit het inzicht dat een goede inrichting van de ruimte en leefomgeving voor zowel de huidige als toekomstige brede welvaart van belang is. Het houdt verband met onder meer medische, economische en esthetische overwegingen. Ook hier is sprake van verdelingseffecten, omdat de omgevingseigenschappen per buurt of regio kunnen verschillen. Economisch kapitaal Hieronder vallen menselijk (capaciteiten), fysiek (infrastructuur), kennis (toegang tot informatie) en financieel kapitaal dat in de samenleving aanwezig is. De manier waarop dit kapitaal in de samenleving verdeeld is, heeft invloed op de mate van (on)gelijkheid. Natuurlijk kapitaal Dit gaat over de houdbaarheid van de voorraad natuurlijke hulpbronnen die belangrijk zijn voor welzijn en welvaart. De vertrekpunten van brede welvaart vertalen we in het volgende hoofdstuk naar vier maatschappelijke effecten voor het sociaal domein.
Toekomstvisie Dronten 2050 In een aantal werkateliers begin 2024 hebben vertegenwoordigers van organisaties, verenigingen, instellingen en het bedrijfsleven uit de hele gemeente zich gebogen over de toekomst van Dronten. Er zijn toekomstbeelden gemaakt over onder andere de economische kracht van Dronten, de invloed van de digitale wereld op onze samenleving en de toekomst van de landbouw. De resultaten hebben geleid tot een aantal voorstellen voor het Dronten van 2050. We noemen er enkele die van belang zijn voor het sociaal domein: ● In 2050 is onze gemeente een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet en gezien wordt. Onder andere door het verkleinen van de kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen. ● Alle inwoners van Dronten kunnen elkaar op een laagdrempelige manier ontmoeten en zien om om naar elkaar. Daarbij blijft het dorpse karakter behouden. We streven ernaar een gemeente te zijn waarin iedereen zich veilig, welkom en betrokken voelt. (Dorps karakter is: elkaar kennen, erkennen en herkennen) ● Actieve participatie van inwoners in sociale initiatieven en het zichtbaar maken en ondersteunen van bestaande en nieuwe sociale initiatieven. ● De gemeente Dronten is een veerkrachtige samenleving, de samenleving kan hulp, opvang of steun bieden. ● Welzijn en gezondheid zijn erop gericht om mensen autonoom, competent en relatiegericht te laten zijn en blijven.
Positieve gezondheid is hierbij een belangrijk begrip en ruimte voor mensen, bijvoorbeeld in de vorm van een centrum voor welzijn en gezondheid gerund door vrijwilligers en ondersteund door de gemeente.
9
3. Effectgericht sturen Effectgericht sturen Uit de evaluatie van de themaplannen sociaal domein blijkt dat het volgen en sturen op de doelen van beleid in de vorige beleidsperiode nog onvoldoende van de grond is gekomen. Per themaplan zijn ambitieuze en heldere doelen geformuleerd maar deze zijn weinig geoperationaliseerd en niet altijd voorzien van indicatoren waar raad, college en uitvoering op kunnen sturen. De realisatie van beleidsdoelen leunt op het procesmatig volgen van activiteiten en rapportages op hoofdlijnen. Voor de raad was het moeilijk om proactief en integraal te sturen omdat overkoepelende sturingsinformatie ontbrak. De gemeenteraad heeft de wens om effectgericht te sturen. In 2022 is hiermee gestart. Effectgericht sturen betekent dat de gemeenteraad stuurt op maatschappelijke effecten en doelen op hoofdlijnen (kaders) en dat het college verantwoordelijk is voor uitvoering in lijn met de opgestelde effecten en doelen. Het college heeft de principes van brede welvaart omarmd als instrument om vorm en inhoud te geven aan het effectgericht sturen. Niet de financiën vormen de basis bij brede welvaart, maar de maatschappelijke effecten waar naar gestreefd wordt. Deze effecten richten zich op geluk en welbevinden van inwoners in brede zin.
In dit beleidskader is het vaststellen van maatschappelijke effecten en doelen op hoofdlijnen het speelveld van de raad, het college richt zich op zijn voorbereidende en uitvoerende rol binnen de gestelde kaders. Met deze werkwijze en rolverdeling als uitgangspunt hebben raad en college voldoende in handen om effectgericht te sturen. Daarmee wordt ook tegemoet gekomen aan de leerpunten uit de evaluatie van de themaplannen sociaal domein.
Maatschappelijke effecten in relatie tot brede welvaart De resultaten van beleid en uitvoering willen we terugzien in de samenleving. Daarbij nemen we het perspectief van brede welvaart als vertrekpunt. Als overkoepelend effect in de samenleving willen we graag zien dat inwoners het vermogen hebben hun leven gezond en gelukkig in te vullen met behulp van menselijk, sociaal en economisch kapitaal. Maatschappelijke effecten zijn subjectief (de ervaring van inwoners staat centraal) en niet makkelijk kwantitatief te onderbouwen. Het gesprek met inwoners en partners is hierin belangrijk. Om voldoende houvast te hebben in de sturing zijn per maatschappelijk effect een aantal doelen met indicatoren geformuleerd. Welke bijdrage de doelen leveren aan het maatschappelijk effect wordt onderbouwd met kwalitatieve (bijvoorbeeld ervaringen van inwoners) en kwantitatieve gegevens (bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde voorzieningen). De monitoring vindt plaats door duiding van beide typen gegevens.
10
De vier maatschappelijke effecten waar de gemeenteraad naar streeft in de komende jaren zijn:
•
Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan
• • •
Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen Inwoners voeren zelf de regie (kunnen hulpbronnen aanwenden indien nodig)
Hoe kan de raad sturen op het bereiken van de maatschappelijke effecten? We benoemden al dat maatschappelijke effecten subjectief zijn (ervaring van inwoners staat centraal) en dat het bereik gericht is op langere termijn. Door per maatschappelijk effect een aantal doelen en indicatoren te benoemen, heeft de raad inzicht in de richting. De raad geeft het college de opdracht om deze richting uit te werken in uitvoeringsprogramma's. Het college stelt elk jaar ambities van de programma’s vast voor de uitvoering (doelbereik en streefwaarde ) en rapporteert hierover in de P&C cyclus. In deze cyclus kan de raad bijsturen op doelbereik en financiën. Bijvoorbeeld door het ambitieniveau van een of meerdere doelen aan te passen (met behulp van de streefwaarden) en/of de hoogte of allocatie van budgetten aan te passen.
Kaderstelling en rolverdeling raad en college Rol van de raad De raad stuurt op de kaders van het beleid sociaal domein. Dat betekent dat de raad zich richt op het bereiken van maatschappelijke effecten. De maatschappelijke effecten laten de uitkomst van het beleid in de samenleving zien. Het behalen van deze effecten is een lange termijn opdracht die ook een langere looptijd dan vier jaar kan bedragen. Per maatschappelijk effect is daarom een aantal doelen en indicatoren geformuleerd. De raad stuurt erop dat deze doelen in de vierjarige looptijd van het beleidsplan gerealiseerd worden. De doelen zijn verdeeld over drie grote inhoudelijke opgaven: Bestaanszekerheid bieden, Kansengelijkheid vergroten en Gezond samenleven versterken. Per doel heeft de raad in het beleidskader ook een (of meer) indicator(en) vastgesteld. Deze geven het college houvast bij de uitvoering van het kader. Om te kunnen sturen op het bereiken van de maatschappelijke effecten heeft de raad een aantal middelen. Zo stuurt de raad op de doelen en de budgetten. Concreet betekent dit dat de raad in de jaarlijkse planning en controlcyclus (o.a. begroting en jaarrapportage) kan bijsturen op de hoogte en allocatie van budgetten en kan bijsturen op de doelen door de streefwaarden van de indicatoren die het
11
college voorstelt, aan te passen. Doordat voortgang van het beleidskader een plek heeft in de P&C cyclus is het mogelijk om integrale afwegingen waarin ook andere beleidsterreinen worden meegenomen. Dit past goed bij het perspectief van brede welvaart. In figuur 1 is samengevat op welke onderdelen de rol van de raad is gericht.
Figuur 1: sturen op maatschappelijke effecten door de raad
Rol van het college Per inhoudelijke opgave (bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven) stelt het college een uitvoeringsprogramma vast. In deze plannen worden de beleidsdoelen uitgewerkt en vertaald in prestaties die inwoners, vrijwilligers, professionals en gemeente leveren. Om de voortgang te kunnen monitoren stelt het college jaarlijks streefwaarden vast per doel en rapporteert daarop. Ook zorgt het college voor kwalitatieve informatie over de voortgang. Denk hierbij aan de ervaring van maatschappelijke partners en inwoners bij de uitvoering. Ook de actualiteit in de samenleving speelt hierin een rol. Zo kreeg de gemeente in de vorige beleidsperiode te maken met onder andere de gevolgen van corona, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. Op basis van alle input doet het college jaarlijks in de P&C cyclus een voorstel aan de raad voor het bereiken van de doelen, onder andere met behulp van streefwaarden. Het jaar 2025 geldt als nulmeting. Daarnaast verantwoordt het college jaarlijks de voortgang op de doelen uit het strategisch beleidskader.
12
Voorbeeld Maatschappelijk effect: Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen Doel: Kinderen groeien op zonder geldzorgen Indicator: % kinderen dat opgroeit in een gezin met geldzorgen Streefwaarde van de indicator (per jaar voorgesteld door het college aan de raad op basis van de voortgang van de uitvoeringsprogramma's van het college): 2025: 4% 2026: 3% 2027: 2% 2028: 1% (hypothetisch) Doel uitvoeringsprogramma (onder verantwoordelijkheid college): Verminderen armoede onder gezinnen door middel van kindpakket, gebruik minimaregelingen ed. Verschillende aanbieders leveren prestaties om dit beleidsdoel te realiseren.
13
4. De samenleving als vertrekpunt Wat vertellen de cijfers? In 1957 viel Oostelijk Flevoland droog en in 1962 kwamen de eerste bewoners in Dronten wonen. Dronten is een bloeiende gemeente met ruim 44.000 inwoners, verdeeld over de kernen Dronten, Biddinghuizen en Swifterbant. De gemeente Dronten kenmerkt zich door ruimte. De bevolkingsdichtheid van Dronten is relatief laag met 131 mensen per vierkante kilometer. Dronten is met een totale oppervlakte van 42.389 hectare een grote gemeente in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. De huishoudens zijn relatief groot en het aantal eenpersoonshuishoudens is klein. De vergrijzing neemt ook in Dronten toe: het aandeel 65-plussers is de afgelopen tien jaar gestegen van 15,4% naar 18,9%. Dit ligt wel onder het landelijk gemiddelde van 20,5%.
Samenstelling huishoudens
33,5 %
35,0 %
Aantal inwoners
Prognose huishoudensgroei 2035
44.354
15,3% CBS 2024
CBS 2024
31,4 %
zonder kinderen eenpersoons met kinderen
Aantal huishoudens
Grijze druk (65+ tov 20-64)
18.767
31%
CBS 2024
CBS 2021
Opleidingsniveau 15-75 jaar
Aantal inwoners (x1000) per leeftijdsgroep 2024-2050 Prognose gemeente Dronten 2024 - Feitelijk Flevoland
57,4 53,3 44,4 8,4
47,8 12,5
13,5
23,6 %
27,4 %
10,2 65+
26,1
27,2
29,4
31,7
20-64 0-19
9,9
10,4
11,4
12,2
49,0 %
Praktijkgericht HBO/WO
MBO
14
15
Organiseren vanuit de samenleving In de afgelopen tien jaar zijn we gewend geweest het sociaal domein vooral te beschrijven als een geheel aan voorzieningen die vanuit een aantal wettelijke kaders ingevuld worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om jeugdhulp, schuldhulpverlening, vrijwillige inzet en mantelzorgondersteuning, Wmovoorzieningen en inkomensvoorzieningen en reintegratie. In het beleidskader 2025-2028 blijven voorzieningen nog steeds van belang, maar positioneren we ze anders. Dit is hard nodig gezien een aantal ontwikkelingen. Onze samenleving vergrijst en dat leidt tot meer en nieuwe zorgvragen. Tegelijkertijd zien we een krapte op de arbeidsmarkt waardoor het onmogelijk is om alle inwoners nog individueel van zorg en ondersteuning te voorzien. Financiële ontwikkelingen vragen om zuinig gedrag. We streven ernaar dat inwoners die dat nodig hebben, nu en in de toekomst, kunnen rekenen op goede ondersteuning binnen het beschikbare budget. Om hierin te slagen zullen we ons sociaal domein anders moeten organiseren. We vragen hierin ook medewerking van onze inwoners. Zij vormen de samenleving en zijn belangrijk bij het ontwikkelen en uitvoeren van plannen. We kijken ook naar onze eigen rol als gemeente en naar de rol van maatschappelijke organisaties en aanbieders van zorg.
We versterken de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen zodat hun perspectieven en ervaringen onderdeel worden van beleid en uitvoering. We gaan organiseren vanuit de samenleving.
Samenleving Veel nadrukkelijker dan voorheen vertrekken we vanuit de samenleving. We verdiepen ons in onze inwoners en gemeenschappen en kijken wat zij nodig hebben om hun eigen oplossingen te blijven vinden en hoe ze elkaar tot steun kunnen zijn. Denk daarbij aan inwonerinitiatieven rond leefbaarheid, initiatieven om elkaar te ontmoeten, laagdrempelige activiteiten in de wijk en omzien naar elkaar. Gemeente en maatschappelijke organisaties richten zich op het faciliteren en ondersteunen van inwoners en hun netwerken, met name als de activiteiten een bijdrage leveren aan het realiseren van beleidsdoelen. Ook zullen we inwoners en hun initiatieven, vrijwilligers en mantelzorgers nadrukkelijker en vaker vragen naar hun wensen en deze als startpunt nemen voor de uitvoering van beleid.
Meedoen We hanteren het uitgangspunt dat de inwoner ‘zelf weer verder kan’ en kijken wat nodig is om iemand weer zo veel mogelijk zelfredzaam te laten zijn. Het gaat hier om een goede vraagverheldering op alle levensdomeinen. De Hervormingsagenda jeugd vraagt gemeenten te investeren in gebiedsgerichte teams. Welke invulling dit krijgt, wordt beschreven in het uitvoeringsprogramma gezond samenleven. Aandacht voor meedoen betekent investeren in samenwerking met het netwerk aan formele en informele voorzieningen in de wijk of kern. Denk daarbij aan scholen, kinderopvang, bibliotheek, jeugdgezondheidszorg, huisarts, jongerenwerk, sportvoorzieningen, maatjes en vrijwilligers, ontmoetingsactiviteiten en ondersteuning bij gezond leven. Door te bouwen aan dit netwerk, en door dit netwerk te gebruiken, wordt ondersteuning aan inwoners direct verbonden met de eigen omgeving. Ontmoetingsplekken in de wijk als middel om onze beleidsdoelen te bereiken, spelen hierin een belangrijke rol. Mocht tijdens het eerste contact met de inwoner blijken dat aanvullende hulp nodig is, dan kan toegang tot hulp georganiseerd worden. Dat geldt ook als de veiligheid in het geding is. 16
Vangnet Soms is het nodig dat inwoners langdurige of aanvullende ondersteuning ontvangen. Via de toegangsroutes (team in de wijk, gemeente, (huis)arts, gecertificeerde instelling of rechter) wordt dan een indicatie voor een maatwerk- of individuele voorziening gegeven. De aanbieder die deze hulp biedt, vragen we om, als onderdeel van de specialistische hulp, het gebruik van voorzieningen in de wijk te stimuleren. Denk daarbij aan lichte ondersteuning als de aanvullende hulp afgebouwd wordt, aan ondersteuning van het gezin, de mantelzorger of het netwerk of aan aanvullende lichte hulp in de vorm van ontmoeting, sport of leefstijl. Naast combinaties met lichte ondersteuning op casusniveau werken we ook aan het versterken van samenwerking tussen specialistische aanbieders en basisvoorzieningen. Bijvoorbeeld tussen specialistische jeugdhulp, onderwijs en kinderopvang en bij dagbesteding en individuele begeleiding van volwassenen. In de contractering van aanbieders zullen we hier afspraken over maken.
Figuur 2: Organiseren vanuit de samenleving
17
Het kompas geeft richting In de vorige paragraaf is de visie op de rol van de samenleving toegelicht. Voor alle inhoudelijke opgaven hanteren we een aantal principes. Deze vormen het ‘kompas’ bij het realiseren van de doelen. Het normale leven staat centraal We sluiten aan bij wat inwoners en gemeenschappen nodig hebben om met elkaar een prettige omgeving te creëren (ontmoeting, gezamenlijke initiatieven, leefomgeving) waarin ze naar elkaar omkijken en voor elkaar kunnen zorgen. Dat betekent soms ook dat iets juist niet gedaan wordt, wanneer het niet echt nodig is. Elkaar helpen in de buurt moet weer normaal worden. Informele vormen van ondersteuning staan voorop. Wanneer formele vormen van ondersteuning nodig zijn, doen we dat zoveel mogelijk in combinatie met het aanbod aan basisvoorzieningen en eigen oplossingen van de inwoner. Ook zetten we meer in op groepsgerichte ondersteuning en collectieve oplossingen die de buurt sterker maken. Zeggenschap en verantwoordelijkheid inwoners Zeggenschap en eigenaarschap van inwoners gaan we steviger verankeren door inclusief te denken en cultuursensitief te handelen. We gaan meer in dialoog met inwoners, ervaringsdeskundigen en cliëntvertegenwoordigers voor het verbeteren van de uitvoeringspraktijk. We gaan uit van wat de inwoner met het eigen sociaal netwerk zelf kan en nodig heeft en bouwen gezamenlijk aan de samenleving.
De regie op de inzet van ondersteuning ligt bij de inwoner, tenzij dat niet mogelijk is. Ongelijk investeren voor gelijke kansen In sommige wijken en voor sommige (groepen) inwoners zijn meer inspanningen nodig om een gelijkwaardige basis te bieden. Dat betekent ook dat sommige andere inwoners minder (professionele) ondersteuning gaan krijgen, omdat zij zelf oplossingen kunnen zoeken al dan niet samen met het sociale netwerk en informele zorg. Professionele hulp is ondersteunend aan de samenleving Organisaties stellen samen met de inwoner en de mantelzorger vast wat passende ondersteuning is. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de positieve relatie met en continuïteit voor de inwoner. Dat betekent ook een omslag in denken van hulpverleners, van: ‘Wat kan het netwerk doen in de ondersteuning van mijn cliënt’ naar: ‘Wat kan ik als professional bijdragen om het sociale netwerk te versterken’.
Partnerschap In de huidige uitvoeringspraktijk zijn de relaties en contracten met aanbieders vaak per organisatie georganiseerd. In de komende jaren willen we de samenwerking tussen aanbieders van ondersteuning minder vrijblijvend maken en de stem van inwoners versterken. We zoeken naar partnerschappen met maatschappelijke organisaties die onze visie kunnen vertalen in een uitvoeringspraktijk gericht op resultaat voor inwoners. Daarbij streven we naar langdurige verbintenissen. Daarnaast onderzoeken we
18
ook hoe we de rol van inwoners kunnen versterken. Bijvoorbeeld door zorg voor basisvoorzieningen en netwerken (gedeeltelijk) bij hen te beleggen of hen daarin meer zeggenschap te geven.
De verbinding met drie opgaven De manier waarop we naar de samenleving kijken, bepaalt hoe we de grote maatschappelijke opgaven oppakken. Hierin volgen we de VNG-propositie “De waarde van het sociaal domein”. In deze propositie worden voorstellen gedaan om te investeren in samenhang tussen bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven. Het beleidskader biedt samenhang en overzicht door te vertrekken vanuit overkoepelende maatschappelijke effecten, een stevige visie op de samenleving en de vertaling in doelen voor de drie grote maatschappelijke opgaven. Met de clustering in drie opgaven bestrijken we alle thema’s in het sociaal domein. Per opgave stelt het college een uitvoeringsprogramma op met concrete doelen die per jaar gerealiseerd worden. De uitvoeringsprogrammanen maken beleidsnotities op specifieke onderwerpen overbodig. Figuur 3 laat de samenhang tussen de opgaven zien. De pijlen geven aan dat alle inspanningen op de opgaven gericht zijn om de beweging naar de samenleving te maken. De plek waar kinderen, jongeren, gezinnen, volwassenen en ouderen samen met elkaar hun leven leiden. Met elkaar en waar nodig met aanvullende steun vanuit welzijn, zorg of gemeente.
Figuur 3: Investeren in drie kernopgaven
19
20
5. Bestaanszekerheid bieden Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid: een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Voor veel inwoners is dit niet vanzelfsprekend en ontstaan er problematische gevolgen op meerdere levensdomeinen. Dit veroorzaakt stress en kan leiden tot gezondheidsproblemen. De urgentie van dit vraagstuk is in de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden. Een deel van de inwoners met geldzorgen hebben we in beeld. Maar we weten ook dat er meer gezinnen zijn die worstelen met het inkomen, die stress hebben en die hun kinderen niet alles kunnen geven wat ze zouden willen. Zo heeft bijvoorbeeld de energietoeslag een aantal huishoudens weten te bereiken die bij ons nog niet bekend waren. We zijn scherp op het bereiken van onze inwoners met vragen en zorgen. Bestaanszekerheid is de bodem onder het leven van onze inwoners en gaat niet alleen over inkomen. Daarom werken we vanuit de volgende opgaven: inkomen, werk en meedoen, armoede, schulden en veiligheid in wijk en buurt. Door de ondersteuning laagdrempelig en wijkgericht in te richten, kunnen we ons op al deze thema’s richten. Soms door te werken aan gezondheid of het verminderen van stress, soms door het bieden van financiële regelingen of hulp bij schulden.
Wij willen zekerheid bieden door vanuit vertrouwen naast de inwoners te staan en aan hun behoeften en autonomie tegemoet te komen en daarmee hun eigen regie te versterken, samen met het netwerk. We willen zo handelen dat inwoners zich gezien en gehoord voelen en duidelijkheid ervaren over wat zij wel en niet van ons kunnen verwachten. Dat betekent dat gemeente en maatschappelijke partners inwoners actief benaderen om te vragen wat zij nodig hebben. We werken nauw samen met ervaringsdeskundigen. Zij bieden waardevolle inzichten die ons helpen om beter beleid te maken en effectiever te reageren op de behoeften van onze inwoners. We kijken naar de toegankelijkheid van ondersteuning, onder andere door meer wijkgericht te werken en door voorzieningen beter op elkaar af te stemmen. We richten ons de komende jaren op de volgende ontwikkelingen:
Participatiewet ●
● ●
Het vervolg van het Breed Offensief. Het gaat hierbij om mensen met een arbeidsbeperking, die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, aan het werk te helpen en te houden. Participatiewet in Balans per 1-1-2015; deze wet is erop gericht om de Participatiewet te laten werken volgens de bedoeling van de menselijke maat De hervorming van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur.
Armoede en schulden Armoede start altijd met gebrek aan geld. Maar armoede gaat over meer dan inkomen en uitgaven: armoede heeft directe gevolgen voor de gezondheid, vaardighedenniveau, sociale netwerk, en 21
bijvoorbeeld de mentale gesteldheid van mensen. En kan ook invloed hebben op een veilige thuissituatie. We richten ons daarom zowel op financiële ondersteuning als op het investeren in gelijke kansen voor en met onze inwoners in armoede. Dit doen we door ervaringskennis een belangrijke plek te geven in de ontwikkeling en uitvoering De Wet schuldsanering natuurlijke personen verplicht de gemeente tot het nemen van maatregelen om schulden te voorkomen en om schulden op een goede wijze af te lossen. In deze beleidsperiode zal er meer nadruk gelegd worden op de vroegsignalering en andere preventieve hulpverlening om het aantal huishoudens in problematische schulden te kunnen voorkomen. Tegelijkertijd hebben we ons ook in te zetten voor de mensen die al problematische schulden hebben.
Voorspelbaar en stabiel inkomen We richten ons op het bereik en gebruik van minimaregelingen. Daarbij besteden we ook nadrukkelijk aandacht aan inwoners die geen gebruik maken van een bijstandsuitkering. Het vraagt extra inzet om het gebruik van regelingen onder deze doelgroep onder de aandacht te brengen. Ervaringen met de energietoeslag kunnen hierbij helpen. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid voor een pilot basisinkomen.
Huiselijk geweld en kindermishandeling We werken aan de actielijnen uit de Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2024 – 2027 ‘Voor een veilig thuis’. Deze zijn gericht op het eerder en beter in beeld krijgen van geweld, inspanningen gericht op het duurzaam stoppen van geweld en aandacht voor specifieke doelgroepen: kinderen in kwetsbare opvoedingssituaties en complexe scheidingen, slachtoffers van mensenhandel, ouderenmishandeling, seksueel geweld, schadelijke traditionele praktijken, en mensen met een licht verstandelijke beperking.
Overzicht doelen en indicatoren Bestaanszekerheid bieden De doelen gericht op bestaanszekerheid dragen bij aan het bereiken van de volgende twee maatschappelijke effecten1: ● Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan ● Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen Doelen
Indicatoren
Inwoners doen mee door te werken of
Aantal inwoners van 18 jaar of ouder met baan, opleiding
Voor het totaaloverzicht aan effectgebieden brede welvaart, maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren zie de bijlage 1
22
via een andere vorm van participatie.
of dagbesteding. % schoolverlaters met startkwalificatie.
Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen.
% inwoners met een inkomen van 110%, 120% en 130% van het sociaal minimum. % inwoners dat moeite heeft met rondkomen. % huishoudens met problematische schulden.
Kinderen groeien op zonder geldzorgen.
% kinderen in gezin met een bijstandsuitkering.
Inwoners hebben een veilige thuissituatie.
% huiselijk geweld en kindermishandeling.
23
24
6. Kansengelijkheid vergroten De kans op een goed leven mag niet afhangen van waar je woont of wie je bent, maar dat is helaas vaak het geval. Daarom maken we gerichte keuzes om een inclusief systeem te creëren. Dit is belangrijk voor alle inwoners, ongeacht leeftijd, opleiding, vaardigheden of beperking. Het is namelijk heel moeilijk om opgelopen achterstanden in gezondheid en kansen in te halen. Wij streven naar een gemeenschap waarin iedereen naar eigen kunnen mee kan doen en zich gesteund voelt. Daarom investeren wij ongelijk om inwoners in kwetsbare situaties gelijke kansen te bieden. Dit doen we gedurende hun hele leven en op cruciale momenten. Dit betekent dat sommige wijken en individuen meer aandacht en middelen krijgen dan anderen. We betrekken inwoners in kwetsbare situaties actief bij het ontwikkelen en evalueren van ons beleid. Voor jonge gezinnen investeren we in de eerste 1000 dagen van een kind om hen een kansrijke start te bieden. We zorgen ervoor dat kinderen en jongeren in een veilige en goede omgeving opgroeien, hun schooltijd plezierig doorlopen en toegang hebben tot sport en cultuur. Voor jeugdigen die dit niet vanzelfsprekend hebben, bieden we extra ondersteuning. Daarnaast creëren we een sterke pedagogische basis door ouders en opvoeders te ondersteunen met kennis en begeleiding.
We investeren in voorschoolse educatie en werken nauw samen met kinderopvang en onderwijs om een sterke pedagogische basis te realiseren. Kinderopvang en scholen zien wij als werkplaatsen waar kinderen gezond en gelukkig opgroeien en hun talenten ontwikkelen. Samen met het onderwijsveld leggen we focus op basisvaardigheden en we willen samen met het onderwijsveld groeien van leerplicht naar leerrecht: ieder kind heeft recht op onderwijs. Investeringen in onderwijshuisvesting dragen bij aan een inclusieve en gezonde leeromgeving. In de komende tien jaren zullen er forse investeringen nodig zijn in verband met de vervanging en/of nieuwbouw van scholen en kinderopvang. Laagdrempelige voorzieningen in de wijk zorgen ervoor dat kinderen en jongeren in hun eigen buurt terecht kunnen voor ondersteuning en hulp. We bespreken eventuele inzet van aanvullende hulp vanuit de situatie van het kind en gezin. Ook werken we aan versterking van jeugdhulp en ondersteunen jongeren in de overgang van Jeugdwet naar Wmo. In de Hervormingsagenda jeugd en het Toekomstscenario zijn afspraken opgenomen om de toegang tot de ondersteuning en hulp aan inwoners – jong en oud – eenvoudig te organiseren. De ondersteuning en hulp is van goede kwaliteit, past bij de meest urgente vraag en kan op tijd geleverd worden.
En de ondersteuning en hulp is gericht op het benutten en versterken van de eigen mogelijkheden en veerkracht van onze inwoners. Oog hebben voor en een bijdrage leveren aan een veilige thuissituatie van de inwoners is onderdeel van ons werk.
25
Voor een inclusieve samenleving en arbeidsmarkt bieden we inwoners mogelijkheden om een zinvolle dag te beleven, ook bij sociaaleconomische achterstanden of beperkingen. Daarbij staat voorop dat we werken vanuit de mogelijkheden en talenten van onze inwoners. Volwassenen en ouderen krijgen steun, passend bij hun specifieke behoeften. We investeren in het verbeteren van de basisvaardigheden van onze inwoners en we begeleiden statushouders bij hun integratie in onze gemeente. We ondersteunen mensen met een licht verstandelijke beperking en bieden structurele hulp aan mensen met een chronische ziekte of beperking. We richten ons de komende jaren op de volgende ontwikkelingen:
Hervormingsagenda jeugd De hervormingsagenda jeugd op de kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid van jeugdhulp. Aanvullende hulp alleen als het echt nodig is, scherpere selectie van aanbieders en meer aandacht voor lichte ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen vanuit stevige lokale teams. De versteviging van de samenwerking tussen huisartsen en lokale teams hoort daar ook bij. De lokale teams zullen niet alleen de toegang tot jeugdhulp bieden maar zelf ook ondersteuning bieden. Hier ligt een kans om meer te verbinden van netwerken van gezinnen en basisvoorzieningen in de wijk (sport, cultuur, onderwijs e.d.).
Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming In dit nieuwe scenario staan de behoeften van kinderen, gezinnen en huishoudens centraal. Uitgangspunt is dat professionals doen wat nodig is voor een gezin/inwoner, waarbij ze uitgaan van het recht op autonomie en zelfbeschikking. Dit betekent in de meeste gevallen (95%) helpen en ondersteuning bieden in plaats van gedwongen beschermen en ingrijpen zoals dat gebeurde in het oude systeem.
Laaggeletterdheid Investeren in basisvaardigheden van kinderen en volwassenen. Bij kinderen richten we ons op het voorkomen van achterstanden bij de start van de basisschoolperiode. Bij volwassenen is het doel om de drempels om mee te doen te verlagen. Dan gaat het bijvoorbeeld over het vinden of houden van een baan, problemen met gezondheid (denk aan medicijngebruik, toegang tot hulp) en problemen met communicatie (digitale vaardigheden, inkomensvoorzieningen ed).
26
Overzicht doelen en indicatoren Kansengelijkheid vergroten De doelen gericht op bestaanszekerheid dragen bij aan het bereiken van de volgende drie maatschappelijke effecten2: ● Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan ● Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen ● Inwoners voeren zelf de regie (kunnen hulpbronnen aanwenden indien nodig) Doelen
Indicatoren
Inwoners hebben dezelfde rechten en kansen om mee te doen.
% inwoners met beperking met werk, opleiding of dagbesteding. % inburgeringsplichtigen dat na 18 maanden is geïntegreerd.
Kansen voor kinderen en jongeren in opvang en onderwijs.
% kinderen in groep 3 zonder extra ondersteuning. % thuisblijvers met leerplicht.
Kinderen en jongeren groeien zo veel mogelijk thuis op.
% uithuisplaatsingen.
Geïndiceerde jeugdhulp is vooral beschikbaar voor kinderen met een complexe zorgbehoefte.
Aantal jeugdigen dat wacht op specialistische jeugdhulp.
Kansen voor volwassenen op educatie, waaronder (digitale) geletterdheid.
% inwoners met basisvaardigheden taal, rekenen en digitaal.
Voor het totaaloverzicht aan effectgebieden brede welvaart, maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren zie de bijlage 2
27
28
7. Gezond samenleven versterken Gemeenten willen gezond samenleven versterken door gemeenschappen te verbinden en sociale structuren te verbeteren. Gezamenlijke inspanningen van inwoners, partners en de gemeente zijn hierbij essentieel. Deze sociale basis krijgt steeds meer aandacht in beleidsstukken en onderzoeken. De samenleving is het vertrekpunt, gemeenten en organisaties moeten daar bij (leren) aansluiten. Ook in Dronten slaan we deze weg in. We gaan uit van alles wat er al in gemeenschappen aanwezig is aan gaven, vaardigheden en passies, culturele, historische, economische en fysieke bronnen en middelen. We voegen toe waar nodig om vanuit het doel om gezondheid, het zelforganiserend vermogen van inwoners en gemeenschappen te versterken en het welbevinden te vergroten. We creëren voorwaarden voor inwoners om hun eigen oplossingen te kunnen vinden, zo besteden we aandacht aan de ondersteuning van mantelzorgers, vrijwilligers en buurtinitiatieven. We omarmen het principe van positieve gezondheid. Gezondheid is meer dan ‘niet ziek zijn’. Gezondheid gaat ook over veerkracht, mentaal welbevinden, over meedoen in de samenleving, over betekenisvol werk of andere activiteiten en over de omgeving waarin je leeft. Het gaat ook over het vermogen om je aan te passen, regie te voeren en je eigen leven als betekenisvol te ervaren.
Mensen zijn er in beginsel zelf verantwoordelijk voor dat ze gezond eten, goed voor zichzelf zorgen, voldoende bewegen, sociale contacten onderhouden en naar school of werk gaan. Maar niet iedereen leeft in de omstandigheden om zelf gezonde keuzes te kunnen maken. Voor inwoners met een vraag kan een plek voor informatie, advies en ontmoeting in de buurt net dat steuntje in de rug geven om tot een oplossing te komen. Liefst zo normaal mogelijk, in het eigen netwerk of de omgeving. Daarom gaan we bestaande voorzieningen versterken, nieuwe realiseren en werken aan ‘normalisering’, zodat inwoners het gewoon vinden om even binnen te lopen en laagdrempelig hun problemen kunnen bespreken. Hiermee zijn er natuurlijke vindplaatsen voor ondersteuning in de wijk en vergroten we het bereik van deze vindplaatsen. Daarnaast hebben deze voorzieningen een preventieve functie; door er op tijd bij te zijn voorkomen we dat een hulpvraag uitgroeit tot een zware ondersteuningsvraag. Door de stijgende levensverwachting, innovatie in de zorg, krapte op de arbeidsmarkt en vergrijzing verandert de zorgvraag. Zorg en ondersteuning wordt vaker dichtbij of aan huis verleend. Door andere wensen over levenskwaliteit en keuzevrijheid, willen veel mensen ook op hogere leeftijd graag zo blijven leven zoals zij gewend zijn en thuis blijven wonen.
Dat geldt voor ouderen maar ook voor cliënten beschermd wonen en andere doelgroepen met een vraag op het snijvlak van wonen en zorg. De druk op de Wmo wordt groter doordat de toegang en de voorzieningen in de Wet langdurige zorg (Wlz) beperkt worden. We richten ons de komende jaren op de volgende ontwikkelingen:
29
Versterken sociale basis In de opgaven kansengelijkheid en bestaanszekerheid zijn veel maatregelen gericht op preventie, aanbod van basisvoorzieningen en het bieden van lichte vormen van ondersteuning. De beweging is gericht op meer aandacht voor de samenleving. In de opgave Gezond samenleven komen deze lijnen bij elkaar. We investeren in netwerken in de wijk, plaatsen voor ontmoeting en de ondersteuning van initiatieven van inwoners. We sluiten aan bij de vragen van mantelzorgers, vrijwilligers en buurtinitiatieven.
Gezond en actief leven In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zijn maatregelen opgenomen om breed in te zetten op gezondheid en een gezonde leefomgeving. Gezien de cijfers voor overgewicht investeren we breed in bewegen en sport. De inzet is vooral gericht op preventieve activiteiten voor kinderen, volwassenen en ouderen.
Integraal Zorgakkoord Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is gericht op een sterke verbinding tussen sociaal domein en de zorg. Zowel in de wijk voor hulp dicht bij huis, als regionaal om aanvullende hulp eenvoudiger te organiseren.
Overzicht doelen en indicatoren Gezond samenleven versterken De doelen gericht op bestaanszekerheid dragen bij aan het bereiken van de volgende vier maatschappelijke effecten3: ● Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan ● Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving ● Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen ● Inwoners voeren zelf de regie (kunnen hulpbronnen aanwenden indien nodig) Doelen
Indicatoren
Inwoners leven in een gezonde leefomgeving.
% inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn. % inwoners dat de eigen gezondheid als goed ervaart.
Inwoners zetten zich in voor elkaar en
% inwoners dat vrijwilligerswerk doet.
Voor het totaaloverzicht aan effectgebieden brede welvaart, maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren zie de bijlage 3
30
hun buurt.
% inwoners dat actief is geweest om de buurt te verbeteren.
Inwoners hebben mensen om zich heen die zij kunnen steunen en/of waarop ze kunnen steunen (netwerken, informele en formele hulp, mantelzorg).
% inwoners dat eenzaam is.
Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk functioneren in een passende woonomgeving.
% inwoners dat matig tot veel regie over eigen leven heeft.
% inwoners dat mantelzorg verleent.
Wachtlijst voor doelgroepen wonen met zorg. Mate waarin een netwerk van informele en formele ondersteuning beschikbaar in de wijk/kern beschikbaar is.
Inwoners krijgen laagdrempelig en tijdig vanuit gebiedsgerichte teams (loket) samenhangende lichte vormen van ondersteuning aanvullend op eigen mogelijkheden en samenleving.
% inwoners dat gebruik maakt van preventieve en lichte vormen van ondersteuning in relatie tot het % geïndiceerde voorzieningen. % inwoners dat zich goed geholpen voelt en/of weer zelfstandig verder kan. Mate waarin professionals en vrijwilligers actief inwoners benaderen om te vragen wat nodig is.
31
8. Monitoren en verantwoorden Sturen op maatschappelijke effecten met behulp van doelen en indicatoren In hoofdstuk 3 over effectgericht sturen is toegelicht hoe de raad kan sturen op het bereiken van de maatschappelijke effecten. Per maatschappelijk effect zijn enkele doelen geformuleerd die elk voorzien zijn van een of meerdere indicatoren. Ook is aangegeven dat de doelen en indicatoren stap voor stap (via de P&C cyclus) scherper worden ingevuld. 2025 geldt al nulmeting. In dat jaar zullen de indicatoren gevuld worden met gegevens en voorzien worden van streefwaarden. Voor een aantal indicatoren is dit makkelijk omdat deze al vaker gebruikt worden en we deze gegevens kunnen benutten. Denk bijvoorbeeld aan het zorggebruik, het gebruik van minimaregelingen en de gezondheidsmonitor van de GGD. Andere indicatoren zullen nog gevuld moeten worden. Op dit moment weet de gemeente bijvoorbeeld weinig van de ervaringen van inwoners. We zullen aan aanbieders en maatschappelijke partners vragen om (via eenvoudige methoden) enkele kerngegevens te verzamelen. De indicatoren geven vooral kwantitatieve informatie en deze zal aangevuld worden met kwalitatieve informatie. Denk bijvoorbeeld aan de waardering van contacten in de buurt, de wijze waarop organisaties samenwerken en de wijze waarop inwoners beoordelen of ze goed geholpen zijn.
Per jaar zal de informatie uit de indicatoren rijker worden en meer kunnen vertellen over het doelbereik. We maken ook gebruik van de kennis die beschikbaar is uit de monitor brede welvaart. Naast de vaste momenten uit de P&C cyclus kan het college de raad ook meenemen in de ontwikkeling van effectgericht sturen, bijvoorbeeld met schriftelijke informatie (factsheets, dashboards of infographics) en informatieve bijeenkomsten.
Sturen op verbinding tussen samenleving, meedoen en vangnet Naast het sturen op bereik van maatschappelijke effecten en doelen zal er ook gestuurd moeten worden op de gewenste beweging richting samenleving. Het college zet een aantal instrumenten in om hierop te sturen: ● contractering en bekostiging van aanbieders; ● versterken van samenwerking tussen maatschappelijke partners; ● organiseren betrokkenheid inwoners (als toetsteen voor inzet aanbieders, signalerende rol, oppakken initiatieven) ● nieuwe vormen van opdrachtgeverschap. Het college volgt de resultaten hiervan, onder andere met behulp van de een aantal indicatoren die ook gebruikt worden om de opgave Gezond samenleven te volgen: ● % inwoners dat gebruik maakt van preventieve en lichte vormen van ondersteuning in relatie tot het % geïndiceerde voorzieningen. ● Mate waarin een netwerk van informele en formele ondersteuning beschikbaar is in de wijk. ● Toename van samenwerking tussen aanbieders onderling en samenwerking met voorzieningen en netwerken in de wijk, inwoners en cliënten. Over de voortgang hiervan rapporteert het college aan de raad.
32
9. Financieel kader Dit financiële kader geeft de situatie 2024 uit de begroting weer en voor 2025 het financiële kader zoals opgenomen zal worden in de begroting van 2025. Incidenteel 2025
Incidenteel 2024
2025
2024
Bestaanszekerheid
€ 21.680
€ 26.995
SAMENLEVING
€0
€0
€0
€0
MEEDOEN
€ 3.461
€ 8.206
€0
€ 160
VANGNET
€ 18.220
€ 18.790
€0
€0
Kansengelijkheid
€ 21.142
€ 22.110
SAMENLEVING
€0
€0
€0
€0
MEEDOEN
€ 4.316
€ 4.253
€ 73
€ 173
VANGNET
€ 16.826
€ 17.857
€0
€0
4.414
4.119
Gezond samenleven
€ 30.006
€ 31.195
SAMENLEVING
€ 2.176
€ 3.090
€ 456
€ 456
MEEDOEN
€ 27.830
€ 28.105
€0
€ 320
VANGNET
€0
€0
€0
€0
Gebouwen / sport en exploitatie verwerkt in Meedoen
€ 3.398
€ 3.399
Meerpaal verwerkt in Meedoen
€ 6.150
€ 6.156
Aantallen x 1.000
Gebouwen verwerkt in Meedoen
33
Bijlage Overzicht brede welvaart, maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren Maatschappelijke effectgebieden brede welvaart
Maatschappelijk effect beleid sociaal domein
Opgave
Doelen
Indicatoren
Vooral: -Gezondheid -Subjectief welzijn Maar ook: -Ruimtelijke samenhang en kwaliteit -Sociaal kapitaal
Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan
Gezond samenleven
Inwoners leven in een gezonde leefomgeving.
% inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn. % inwoners dat de eigen gezondheid als goed ervaart.
Kansengelijkheid
Inwoners hebben dezelfde rechten en kansen om mee te doen.
% inwoners met beperking met werk, opleiding of dagbesteding. % inburgeringsplichtigen dat na 18 maanden is geïntegreerd.
Bestaanszekerheid
Inwoners hebben een veilige thuissituatie.
% huiselijk geweld en kindermishandeling.
Maatschappelijke effectgebieden brede welvaart
Maatschappelijk effect beleid sociaal domein
Opgave
Doel
Indicator
Vooral: -Sociaal kapitaal Maar ook: -Gezondheid -Subjectief welzijn
Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving
Gezond samenleven
Inwoners zetten zich in voor elkaar en hun buurt.
% inwoners dat vrijwilligerswerk doet. % inwoners dat actief is geweest om de buurt te verbeteren.
Inwoners hebben mensen om zich heen die zij kunnen steunen en/of waarop ze kunnen steunen (netwerken, informele en formele hulp, mantelzorg).
% inwoners dat eenzaam is.
% inwoners dat mantelzorg verleent.
Maatschappelijke effectgebieden brede welvaart
Maatschappelijk effect beleid sociaal domein
Opgave
Doel
Indicator
Vooral:
Inwoners ervaren
Kansengelijkheid
Kansen voor kinderen en jongeren in opvang en
% kinderen in groep 3 zonder extra ondersteuning.
34
-Onderwijs en opleiding -Subjectief welzijn Maar ook: -Consumptie en Inkomen -Economisch kapitaal -Sociaal kapitaal -Gezondheid
bestaanszekerheid , gelijke kansen en doen mee naar vermogen
Bestaanszekerheid
onderwijs.
% thuisblijvers met leerplicht.
Kinderen en jongeren groeien zoveel mogelijk thuis op.
% uithuisplaatsingen.
Geïndiceerde jeugdhulp is vooral beschikbaar voor kinderen met een complexe zorgbehoefte.
Aantal jeugdigen dat wacht op specialistische jeugdhulp.
Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen.
% inwoners met een inkomen van 110%, 120% en 130% van het sociaal minimum.
% inwoners dat moeite heeft met rondkomen. % huishoudens met problematische schulden. Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie.
Aantal inwoners van 18 jaar of ouder met baan, opleiding of dagbesteding. % schoolverlaters met startkwalificatie.
Maatschappelijke effectgebieden brede welvaart Vooral: -Gezondheid -Subjectief welzijn -Sociaal kapitaal -Onderwijs en opleiding
Maatschappelijk effect beleid sociaal domein
Inwoners voeren zelf de regie (kunnen hulpbronnen aanwenden indien nodig)
Kinderen groeien op zonder geldzorgen.
% kinderen in gezin met een bijstandsuitkering.
Opgave
Doel
Indicator
Kansengelijkheid
Kansen voor volwassenen op educatie, waaronder (digitale) geletterdheid.
% inwoners met basisvaardigheden taal, rekenen en digitaal.
Gezond samenleven
Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk functioneren in een passende woonomgeving.
% inwoners dat matig tot veel regie over eigen leven heeft. Wachtlijst voor doelgroepen wonen met zorg. Mate waarin een netwerk van informele en formele ondersteuning beschikbaar in de wijk/kern beschikbaar is.
35
Inwoners krijgen laagdrempelig en tijdig vanuit gebiedsgerichte teams (loket) samenhangende lichte vormen van ondersteuning aanvullend op eigen mogelijkheden en samenleving.
% inwoners dat gebruik maakt van preventieve en lichte vormen van ondersteuning in relatie tot het % geïndiceerde voorzieningen. % inwoners dat zich goed geholpen voelt en/of weer zelfstandig verder kan. Mate waarin professionals en vrijwilligers actief inwoners benaderen om te vragen wat nodig is.
36