CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1 Rapport Dierenwelzijnsvisie gemeente Dronten.pdf

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel Bouwstenen voor gemeenschappelijk dierenwelzijnsbeleid ' Samen leven met dieren'7.724 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samenleven met dieren in Dronten – Bouwstenen voor gemeenschappelijk dierenwelzijnsbeleid

Kathalijne Visser – Riedstra & Lianne Jens 10-6-2025

Voorwoord Geachte lezer, In opdracht van de gemeente Dronten hebben wij als kennisinstelling drie scenario’s ontwikkeld, elk met een eigen visie op dierenwelzijn. Ze verschillen in toon, focus en mate van integratie in het beleid, en schetsen daarmee een breed palet aan mogelijkheden. Elk scenario gaat vergezeld van een advies, gebaseerd op uitvoerbaarheid, maatschappelijke inbedding en beleidsmatige samenhang. Waar het vorige rapport zich richtte op de evaluatie van het bestaande beleid, ligt de focus nu op de toekomst: welke koers past bij Dronten, haar inwoners en de maatschappelijke opgaven van deze tijd? Dit rapport is gebaseerd op literatuuronderzoek, beleidsanalyse en praktijkervaring, en is verrijkt met waardevolle input van raadsleden tijdens een interactieve werkbijeenkomst. Hun bijdrage hielp om de scenario’s niet alleen beleidsmatig scherp te formuleren, maar ook herkenbaar en toepasbaar te maken voor de lokale context. Voor Aeres Hogeschool Dronten is de samenwerking met de gemeente waardevol. Het stelt ons in staat om onze kennis en onderwijspraktijk actief in te zetten voor maatschappelijke vraagstukken in de regio. Op die manier krijgt onze hogeschool betekenis binnen de lokale gemeenschap, en dragen we bij aan een toekomstbestendig en betrokken Dronten.

Wij hopen dat dit rapport bijdraagt aan een weloverwogen keuze voor een koers die recht doet aan de betekenisvolle relatie tussen mens en dier, nu én in de toekomst.

Met vriendelijke groeten,

Jolanda Berntsen-Wiltink Directeur Aeres Hogeschool Dronten

1

Managementsamenvatting De gemeente Dronten staat voor de uitdaging om haar dierenwelzijnsbeleid toekomstbestendig, wetenschappelijk onderbouwd en uitvoerbaar vorm te geven. Dit rapport biedt daarvoor een breed en verdiepend kader. Centraal staat het Vijf Domeinen Model als wetenschappelijke basis, waarmee dierenwelzijn niet alleen wordt gezien als afwezigheid van lijden, maar ook als het actief bevorderen van positieve ervaringen. Vanuit deze benadering zijn beleidsopties verkend op Europees, nationaal en lokaal niveau. Voor gemeenten liggen er concrete handelingsmogelijkheden in onder andere opvang, openbare ruimte, zwerfdierenbeheer, handhaving en educatie. Specifiek voor Dronten worden thema’s als bijtincidenten, hittestress, zwerfkatten en biodiversiteitsherstel uitgelicht. De lokale behoefte aan betere meldstructuren, beleidscoördinatie en publieksvoorlichting komt daarbij duidelijk naar voren. Drie toekomstscenario’s zijn ontwikkeld als inspiratie en beleidskader: • Samen Leven – Integrale visie waarin mens en dier samenleven via inrichting van de leefomgeving, educatie en samenwerking. • De Zorgzame Gemeente – Nadruk op zorg, handhaving en bescherming van kwetsbare dieren en inwoners. • Groene Verbinding – Ecologische benadering waarin dierenwelzijn verweven is met biodiversiteit en landschapsbeheer.

Het rapport adviseert om toekomstscenario 1 – Samen Leven: mens en dier in harmonie – als leidend kader te nemen voor het gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid. Dit scenario zet in op een samenleving waarin mens en dier op een duurzame en respectvolle wijze samenleven, zowel in stedelijke kernen als in het buitengebied. Het vraagt om een integrale benadering, waarbij bewustwording, samenwerking en een diervriendelijk ingerichte leefomgeving centraal staan. Tegelijkertijd onderstreept het rapport dat de realisatie van deze visie alleen mogelijk is met gerichte investeringen in uitvoeringskracht, structurele samenwerking met partners en stevige beleidsmatige verankering binnen de gemeentelijke organisatie. Het kiezen van een richtinggevend scenario vormt daarbij slechts de eerste stap. De uitwerking naar een samenhangend dierenwelzijnsbeleid en een helder uitvoeringsprogramma is essentieel om ambities om te zetten in concrete resultaten. Transparantie richting inwoners en stakeholders, duidelijke afspraken en structurele inzet op monitoring en samenwerking zijn daarvoor onmisbaar.

2

Inhoud Voorwoord .................................................................................................................................. 1 Managementsamenvatting ........................................................................................................ 2 1. Inleiding .............................................................................................................................. 5 2. Wetenschappelijke benadering: Het Vijf Domeinen Model en andere inzichten .............. 6 3. Beleidsontwikkelingen: wat gemeenten kunnen doen ...................................................... 8 A. Zorgplicht en opvang van dieren .................................................................................... 8 B. Omgevingsbeleid en openbare ruimte ........................................................................... 8 C. Beleid voor zwerfdieren en exoten ................................................................................ 8 D. Handhaving en meldstructuur ....................................................................................... 9 E. Educatie en bewustwording ........................................................................................... 9 F. Strategisch beleid en voorbeeldfunctie .......................................................................... 9 4.

Lokale uitdagingen en kansen voor Dronten .................................................................... 10 4.1 Bijtincidenten en gevaarlijke honden ......................................................................... 10 4.2 Hittestress bij weidedieren ......................................................................................... 10 4.3 Bescherming van wilde bijen en biodiversiteit .......................................................... 11 4.4 Zwerfkatten en het belang van chippen en castreren ................................................ 11 4.5 Specifieke aandachtspunten uit de lokale context ..................................................... 12 6. Inspirerende voorbeelden uit andere gemeenten ........................................................... 13 6.1 Den Haag: Integrale aanpak met actieagenda ........................................................... 13 6.2 Almere: Praktische uitvoeringsmaatregelen .............................................................. 13 6.3 Lelystad: Praktijkgericht en dierbewust beleid .......................................................... 13 7. Visievorming op dierenwelzijn: drie toekomstscenario’s voor Dronten .......................... 14 7.1. Toekomstscenario 1: "Samen Leven – Mens en Dier in Harmonie" .......................... 14 7.2.

Toekomstscenario 2: "De Zorgzame Gemeente – Aandacht voor Elk Dier" .............. 15 7.3. Toekomstscenario 3: "Groene Verbinding – Biodiversiteit en Dierenwelzijn" .......... 16 8. Advies met betrekking tot de toekomstscenario's ........................................................... 18 8.1 Toekomstscenario 1: "Samen Leven – Mens en Dier in Harmonie" ........................... 18 8.2 Toekomstscenario 2: "De Zorgzame Gemeente – Aandacht voor Elk Dier" ............... 18 8.3 Toekomstscenario 3: "Groene Verbinding – Biodiversiteit en Dierenwelzijn" ........... 19 9. Aanbevelingen .................................................................................................................. 21 Bronnenlijst .............................................................................................................................. 23 3

Bijlages ...................................................................................................................................... 24 B1 Europees en nationaal dierenwelzijnsbeleid .................................................................. 24 B1.1 Europees dierenwelzijnsbeleid ................................................................................ 24 B1.2 Nationale vertaling van Europees beleid ................................................................. 24 B2. Educatie en gedragsverandering als instrument voor dierenwelzijn ............................. 26 B2.1 Wetenschappelijke basis voor gedragsverandering ................................................. 26 B2.2 Educatie in binnen- en buitenland ........................................................................... 26 B2.3 Advies voor gemeenten ........................................................................................... 27 B3. Inspirerende voorbeelden uit andere gemeenten ......................................................... 27 B3.1 Amsterdam: Van vangnet tot bewustwording ......................................................... 27 B3.2 Gouda: dierenwelzijn door educatie en samenwerking .......................................... 27 B3.3 Leeuwarden: breed en participatief dierenwelzijnsbeleid.......................................

28 B3.4 Zeist: Biodiversiteit en ecologisch maaibeleid ......................................................... 28 B3.5 Alkmaar: Langetermijnvisie op dierenwelzijn .......................................................... 28 B3.6 Utrecht: integrale aanpak met oog voor opvang, stadsfauna en educatie .............. 28

4

1. Inleiding Dierenwelzijn is een onderwerp dat de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker op de maatschappelijke en politieke agenda is komen te staan. De oproep tot een zorgvuldige, rechtvaardige en respectvolle omgang met dieren klinkt breed – vanuit inwoners, wetenschappers, maatschappelijke organisaties én beleidsmakers. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de inrichting van de leefomgeving en het lokaal uitvoeren van beleid waarin mens en dier elkaar ontmoeten. De gemeente Dronten heeft daarom het initiatief genomen om het bestaande dierenwelzijnsbeleid te herzien en dit op een structurele, uitvoerbare en wetenschappelijk onderbouwde manier vorm te geven. Dit rapport vormt daarbij een richtinggevend document. Het doel van dit rapport is om inzicht te bieden in relevante uitgangspunten voor lokaal dierenwelzijnsbeleid, met aandacht voor maatschappelijke trends, wetenschappelijke inzichten, en praktijkvoorbeelden. In het rapport worden onder andere het Vijf Domeinen Model (Mellor et al., 2020) gedragsonderzoek en beleidskaders op Europees en nationaal niveau besproken. Ook wordt ingegaan op actuele thema’s die voor Dronten specifiek van belang zijn, zoals bijtincidenten, zwerfkatten, hittestress bij weidedieren, afname van wilde bestuivers, en educatie rondom dierenwelzijn.

Verdiepende achtergronden en juridische kaders zijn opgenomen in de bijlagen. Na een inhoudelijke verkenning worden drie toekomstscenario’s gepresenteerd, die elk een andere koers schetsen voor het dierenwelzijnsbeleid in Dronten. Deze scenario’s verschillen in visie, schaal, en beleidsmatige aanpak. Het rapport adviseert één van deze scenario’s te kiezen als richtinggevend kader voor de toekomst. Met dit document biedt de gemeente Dronten zichzelf en haar samenwerkingspartners een solide basis om dierenwelzijn op een empathische, gedragen en toekomstgerichte manier te verankeren in het lokale beleid.

5

2. Wetenschappelijke benadering: Het Vijf Domeinen Model en andere inzichten Het begrip dierenwelzijn heeft de afgelopen decennia een sterke evolutie doorgemaakt in de wetenschappelijke literatuur. Waar eerder vooral de afwezigheid van lijden werd gezien als indicatie van welzijn, is in de recente benaderingen juist ook aandacht voor positieve ervaringen en een breder begrip van het dier als voelend wezen. Een van de meest invloedrijke kaders hierin is het Vijf Domeinen Model van Mellor et al. (2020). Dit model bouwt voort op de eerder gehanteerde Vijf Vrijheden, maar biedt een meer dynamische en holistische kijk op welzijn. De vijf domeinen zijn: Voeding Toegang tot voldoende, geschikt en voedzaam voedsel en schoon drinkwater die voorzien in de fysiologische behoeften van het dier en bijdragen aan comfort en vitaliteit. Fysieke omgeving Een leefomgeving die thermisch comfort biedt, evenals beschutting, voldoende ruimte, geschikte bodembedekking en andere omgevingskenmerken die lichamelijk functioneren en omgevingsverkenning ondersteunen. Gezondheid De gezondheidsstatus van het dier, waaronder het voorkomen of beperken van ziekte, letsel en functionele beperkingen. Zowel behandeling als preventieve gezondheidszorg dragen bij aan het verminderen van lijden en het bevorderen van veerkracht.

Gedragsinteracties De mogelijkheid voor het dier om soortspecifiek gedrag te vertonen, zoals exploratie, spel, sociale interactie en het uitoefenen van controle of keuzemogelijkheden binnen de eigen leefomgeving. Mentale toestand De subjectieve beleving van het dier, beïnvloed door de andere vier domeinen. Hieronder vallen zowel het minimaliseren van negatieve gemoedstoestanden (zoals angst, pijn of frustratie) als het bevorderen van positieve ervaringen (zoals plezier, comfort en interesse). Het model wordt inmiddels breed toegepast, onder andere door European Food Safety Authority (EFSA) bij het opstellen van wetenschappelijke adviezen over huisvesting en slacht. Het onderscheidt zich doordat het expliciet het perspectief van het dier meeneemt en welzijn ziet als een continuüm. Naast het Vijf Domeinen Model zijn er ook andere wetenschappelijke bronnen die het denken over dierenwelzijn verrijken. Zo beschrijven Boissy et al. (2007 ) het belang van affectieve toestanden en gedragsuitingen als indicatoren voor welzijn. Fraser (2008)

6

benadrukt de noodzaak van ethisch pluralisme in welzijnsbeoordeling, waarin biologische, affectieve en natuurlijke aspecten worden gecombineerd. De toepassing van deze inzichten wordt ook ondersteund door richtlijnen van internationale instanties zoals de OIE (Wereldorganisatie voor Diergezondheid), die stellen dat dierenwelzijn integraal onderdeel is van volksgezondheid (One Health-benadering). Op nationaal niveau zijn deze wetenschappelijke modellen verwerkt in adviesdocumenten van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). De leidende principes van de RDA uit 2022 benadrukken het belang van intrinsieke waarde van het dier, preventief handelen en het streven naar positieve welzijnservaringen. Voor gemeenten betekent dit dat dierenwelzijnsbeleid zich niet langer kan beperken tot reactieve maatregelen bij incidenten, maar juist gericht moet zijn op structurele verbetering van leefomstandigheden en het bevorderen van welzijn. Dit kan via inrichting van de openbare ruimte, toezicht, handhaving én educatie. DierVizier onderstreept het belang van het integreren van deze inzichten in lokaal beleid, bijvoorbeeld door het hanteren van het Vijf Domeinen Model als beoordelingskader bij evenementen, vergunningverlening en samenwerking met opvangorganisaties.

Kortom: de wetenschappelijke basis voor dierenwelzijn is veelzijdig, stevig onderbouwd en biedt gemeenten een kader om actief en vooruitstrevend dierenwelzijnsbeleid te voeren.

7

3. Beleidsontwikkelingen: wat gemeenten kunnen doen Zoals benadrukt in de Wegwijzer Wet- en Regelgeving Dierenwelzijn van Stichting DierenLot (Stichting Dierenlot, 2025), biedt artikel 2.1 lid 6 van de Wet dieren gemeenten een duidelijke juridische grondslag om actief ondersteuning te bieden aan dierenopvang, ambulances en hulpstructuren. Hoewel dit formeel geen harde verplichting is, wordt dit in zowel de Wegwijzer als in adviezen van de Raad voor Dierenaangelegenheden gezien als een minimale invulling van de gemeentelijke zorgplicht. Deze interpretatie onderstreept dat gemeenten binnen de bestaande wet- en regelgeving aanzienlijk meer kunnen betekenen voor dierenwelzijn dan vaak wordt aangenomen. De wettelijke en beleidsmatige fundamenten op Europees en nationaal niveau bieden daarnaast bredere concrete aangrijpingspunten voor lokaal beleid. Het beleid op Europees en nationaal niveau staat verder uitgewerkt in bijlage 1. Dierenwelzijn is bij uitstek een thema dat lokaal vorm krijgt: in de inrichting van wijken, het beheer van de openbare ruimte, bij meldpunten voor dieren in nood en bij educatie aan inwoners. Gemeenten vervullen hierin een essentiële rol als uitvoerende en verbindende overheid. Binnen deze ruimte kunnen gemeenten inzetten op zes hoofdthema’s:

A. Zorgplicht en opvang van dieren Volgens artikel 2.1 lid 6 van de Wet dieren rust op iedere burger – dus ook op gemeenten – de plicht om hulpbehoevende dieren de noodzakelijke zorg te verlenen. De Wegwijzer Weten Regelgeving Dierenwelzijn onderstreept dat deze bepaling een juridische basis biedt voor gemeentelijke ondersteuning aan dierenambulances, opvang en vervoer. Hoewel het geen harde verplichting is voor gemeenten, tonen zowel de Wegwijzer als de RDA aan dat gemeenten die hierin investeren bijdragen aan maatschappelijke legitimiteit en rechtszekerheid.

B. Omgevingsbeleid en openbare ruimte Via de Omgevingswet beschikken gemeenten over beleidsruimte om dierenwelzijn te verweven met andere ruimtelijke en ecologische opgaven. Denk aan het creëren van beschutte plekken voor stadsdieren, aanleggen van faunapassages of het toepassen van ecologisch groenbeheer. Deze maatregelen kunnen effectief bijdragen aan stressreductie bij dieren, bescherming van biodiversiteit, en een diervriendelijke leefomgeving voor mens én dier.

C. Beleid voor zwerfdieren en exoten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van gezelschapsdieren waarvan de eigenaar niet direct bekend is. Het Burgerlijk Wetboek schrijft een bewaarplicht van twee weken voor, wat vraagt om goede samenwerking met asielen en duidelijke contractuele afspraken. Voor zwerfkatten kunnen gemeenten beleid voeren gericht op castratie, chippen en terugplaatsen (TNR). Voor uitheemse diersoorten (exoten), zoals halsbandparkieten of 8

muskusratten, geldt dat gemeenten onder de juiste voorwaarden handelend mogen optreden bij overlast, mits voldaan wordt aan de zorgplicht en regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL).

D. Handhaving en meldstructuur Hoewel meldingen over dierenmishandeling landelijk verlopen via 144, kunnen gemeenten aanvullende meldstructuren of lokale handhaving inrichten. Denk aan samenwerking met boa’s, wijkagenten of buurtteams, en het vergroten van de bekendheid van meldpunten via gemeentelijke communicatiekanalen. In enkele gemeenten zijn ook pilots gestart waarbij meldingen over dieren in nood door buren of zorginstanties actief worden opgevolgd.

E. Educatie en bewustwording Een belangrijk doel van zowel het Europese als nationale beleid is gedragsverandering bij burgers. Gemeenten kunnen hieraan bijdragen door educatieprogramma’s te ontwikkelen, voorlichting te geven op scholen of campagnes te voeren over zwerfdieren, bijtincidenten of de omgang met huisdieren. Door hierbij ook lokale organisaties en vrijwilligersinitiatieven te betrekken, wordt de draagkracht vergroot.

F. Strategisch beleid en voorbeeldfunctie Tot slot kunnen gemeenten zich profileren als koploper door dierenwelzijn integraal te verankeren in hun strategisch beleid. Dit kan door het opstellen van een gemeentelijke dierenwelzijnsnota, het opnemen van dierenwelzijn in omgevingsplannen, of het actief deelnemen aan kennisnetwerken zoals DierVizier, dat onder andere modelteksten en beleidsvoorbeelden beschikbaar stelt.

9

4. Lokale uitdagingen en kansen voor Dronten Waar hoofdstuk 3 het bredere beleidskader schetste richt dit hoofdstuk zich op de specifieke context van de gemeente Dronten. Dierenwelzijn raakt aan meerdere beleidsterreinen: van openbare orde tot gezondheidsbeleid, en van ruimtelijke ordening tot educatie. In Dronten spelen bovendien zowel landelijke als stedelijke thema’s: de uitgestrekte buitengebieden brengen andere uitdagingen met zich mee dan de woonwijken in het centrum of de dorpen.

4.1 Bijtincidenten en gevaarlijke honden Bijtincidenten met honden zijn vaak ingrijpend. Niet alleen voor de direct betrokken slachtoffers, maar ook voor omwonenden en andere hondenbezitters. De nasleep van een incident kan leiden tot angst, conflicten in de buurt en maatschappelijke onrust. Hoewel er op landelijk niveau (nog) geen verplicht registratiesysteem voor bijtincidenten bestaat, kunnen gemeenten wél actief beleid voeren. Verschillende gemeenten, waaronder Lelystad, Amsterdam en Tynaarlo, hebben inmiddels beleidsmaatregelen ontwikkeld zoals: •

registratie van risicohonden,

•

protocollen voor melding en opvolging van bijtincidenten,

•

gedragstoetsen en heropvoedtrajecten voor honden en hun eigenaren.

Voor Dronten biedt dit aanknopingspunten. Een eerste stap zou kunnen zijn het vastleggen van een lokale meldstructuur en het creëren van een samenwerkingsnetwerk met dierenartsen, hondenscholen en wijkboa’s. Ook het instellen van aanlijn- of muilkorfgebieden in specifieke wijken of parken behoort tot de mogelijkheden. Preventie van incidenten via publieksvoorlichting is hierbij essentieel.

4.2 Hittestress bij weidedieren Door klimaatverandering worden warme en droge periodes steeds frequenter. Voor weidedieren zoals koeien, schapen en paarden brengt dit risico’s met zich mee. Dieren die langdurig worden blootgesteld aan hoge temperaturen zonder voldoende schaduw of verkoeling kunnen ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelen. Verschillende gemeenten, waaronder Wageningen, Ede en ’s-Hertogenbosch, nemen inmiddels maatregelen tegen hittestress. Zij passen bijvoorbeeld bestemmingsplannen aan zodat schuilmogelijkheden verplicht kunnen worden gesteld, of verstrekken subsidies voor de aanleg van schaduwstructuren. Voor Dronten – met zijn uitgestrekte agrarische gebieden en vele hobbydierhouders – is dit een actueel onderwerp. Naast beleidsmaatregelen is ook gerichte voorlichting aan veehouders en dierenbezitters van belang. Hittestress speelt bovendien niet alleen in het buitengebied: ook huisdieren in de bebouwde kom kunnen hier last van hebben. De 10

gemeente Den Haag ontwikkelde daarom protocollen voor opvangorganisaties om tijdens hittegolven gericht extra hulp te bieden. Dronten kan aansluiten bij deze initiatieven en op lokaal niveau richtlijnen formuleren, bijvoorbeeld via de omgevingsvisie of als voorwaarde bij subsidies en vergunningen.

4.3 Bescherming van wilde bijen en biodiversiteit De afname van insectenpopulaties – met name wilde bijen – vormt een bedreiging voor de biodiversiteit én voor de voedselproductie. Wilde bijen spelen een cruciale rol in de bestuiving van planten, bomen en gewassen. Door verstedelijking, pesticiden gebruik en intensief maaibeheer raken hun leefgebieden versnipperd of verdwijnen ze helemaal. Gemeenten zoals Zeist en Utrecht zijn hierop ingesprongen met ecologisch maaibeheer. Zij voeren onder andere gefaseerd maaien in, laten delen van graslanden staan, en zaaien inheemse planten die geschikt zijn voor bijen en vlinders. Daarnaast worden scholen en buurtinitiatieven betrokken bij educatie en monitoring. Voor Dronten biedt deelname aan de Nationale Bijenstrategie en samenwerking met lokale bijenhoudersverenigingen of natuurgroepen een concreet begin. Door het combineren van ecologisch beheer, participatie en publiekscommunicatie kan de gemeente biodiversiteit beschermen én draagvlak creëren onder inwoners.

4.4 Zwerfkatten en het belang van chippen en castreren Zwerfkatten zorgen voor een complex probleem: zij veroorzaken overlast, kunnen ziektes verspreiden en dragen bij aan het dierenleed doordat zij vaak onder slechte omstandigheden leven. Bovendien leggen zij een grote druk op opvangcapaciteiten. In steden zoals Almere en Amsterdam zijn succesvolle castratie- en chipcampagnes gestart, vaak in samenwerking met dierenartsen en opvangcentra. Burgers worden actief geïnformeerd over hun rol, en laagdrempelige hulp (zoals kortingen of gratis castratie) wordt aangeboden. Dronten heeft al stappen gezet, onder meer via ondersteuning van Kattenopvang Swifterbant en toepassing van het TNR-principe (Trap, Neuter, Return). Om structureel effect te bereiken, is het belangrijk deze initiatieven te versterken. Bijvoorbeeld via: •

een gemeentelijke subsidieregeling,

•

campagnes via sociale media,

•

samenwerking met scholen en welzijnsorganisaties.

Zo wordt niet alleen de zwerfkattenpopulatie beheerst, maar ook het bewustzijn bij inwoners vergroot.

11

4.5 Specifieke aandachtspunten uit de lokale context Uit gesprekken met lokale organisaties, dierenwelzijnsprofessionals en betrokken inwoners blijkt dat er in Dronten behoefte is aan meer structuur, duidelijkheid en zichtbaarheid op het gebied van dierenwelzijn. De gemeente beschikt niet over een toekomstbestendige nota dierenwelzijn met uitvoeringsstructuren, vaste aanspreekpunten of duidelijke meldroutes. Dit kan leiden tot onduidelijkheid bij inwoners en frustratie bij partners. Er is concreet behoefte aan: •

een duidelijke en toekomstbestendige nota dierenwelzijn

•

een laagdrempelig dierenwelzijnsloket voor meldingen, vragen en ondersteuning;

•

structureel overleg met opvangcentra, dierenartsen, vrijwilligersorganisaties en politie;

•

en betere informatievoorziening via gemeentelijke websites, folders en bijeenkomsten.

Gezien de ligging en schaal van Dronten – met zowel stedelijke kernen als landelijke gebieden – is een integrale benadering wenselijk. Dierenwelzijn kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan ruimtelijke ordening (groenbeleid), het sociaal domein (zorgmeldingen) en het gezondheidsbeleid (bijtincidenten, hittestress). Door deze samenhang actief op te zoeken en te verankeren in beleid, kan Dronten de ambities omzetten in concrete resultaten voor mens en dier.

12

6. Inspirerende voorbeelden uit andere gemeenten Het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid in Nederland laat een groeiende verscheidenheid aan initiatieven en beleidsmatige innovaties zien. Steeds meer gemeenten nemen dierenwelzijn op in hun integrale beleidskaders, voeren nota’s op dit terrein in of koppelen het thema aan volksgezondheid, biodiversiteit of ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden inspirerende voorbeelden uit Nederlandse gemeenten beschreven in de omgeving van Dronten of met een goede aanpak. Een beschrijving van andere gemeenten is te vinden in bijlage 3. De cases bieden handvatten voor Dronten om eigen beleid te versterken, zowel inhoudelijk als in de uitvoering.

6.1 Den Haag: Integrale aanpak met actieagenda Den Haag heeft een actieagenda dierenwelzijn waarin acties zijn opgenomen voor preventie van dierenmishandeling, verbetering van meldstructuren, samenwerking met dierenhulporganisaties en een gerichte aanpak van zwerfdieren. De gemeente werkt onder meer met meldpunten voor verwaarlozing, faciliteert castratie-acties en ondersteunt educatieprojecten op basisscholen. Daarnaast is er expliciete aandacht voor het welzijn van dieren in de openbare ruimte, zoals het bijplaatsen van schuilmogelijkheden en drinkplekken tijdens warme periodes.

6.2 Almere: Praktische uitvoeringsmaatregelen Almere zet sterk in op uitvoeringsgericht beleid. De gemeente organiseert bijvoorbeeld chipen castratiecampagnes voor katten in samenwerking met lokale dierenartsen. Ook zijn er publiekscampagnes over exoten, zoals het houden van schildpadden of papegaaien. Almere laat zien dat laagdrempelige informatie en structurele samenwerking met lokale partners (dierenambulance, dierenartspraktijken) effectief zijn in het bereiken van gedragsverandering.

6.3 Lelystad: Praktijkgericht en dierbewust beleid Lelystad werkt op meerdere niveaus aan dierenwelzijn. Ze hebben een beleidsnota en een uitvoeringsnota. De gemeente heeft duidelijke afspraken over zwerfdierenopvang via de Dierenambulance en opvangcentra in de regio. In samenwerking met lokale dierenartsen worden chipacties georganiseerd. De gemeente stimuleert bovendien het welzijn van dieren via educatieprojecten op basisscholen en het betrekken van bewoners bij meldpunten voor dierenleed. Via integrale wijkplannen wordt dierenwelzijn ook meegenomen bij herinrichting van de openbare ruimte. Deze voorbeelden tonen aan dat gemeenten op zeer diverse manieren aan dierenwelzijn kunnen werken – van strategische beleidsnota’s tot heel praktische interventies. Wat zij delen, is een visie waarin dierenwelzijn als een vanzelfsprekend onderdeel van lokaal bestuur wordt beschouwd. Voor Dronten ligt hier een kans om eigen keuzes te maken en tegelijkertijd te leren van elders bewezen praktijken. 13

7. Visievorming op dierenwelzijn: drie toekomstscenario’s voor Dronten In dit hoofdstuk wordt de basis gelegd voor de verdere uitwerking van het dierenwelzijnsbeleid in Dronten. Aan de hand van drie uiteenlopende toekomstscenario’s wordt verkend welke richting de gemeente op kan gaan. Elk scenario is gekoppeld aan een eigen visie op dierenwelzijn en bevat strategische kenmerken die helpen bij het maken van beleidskeuzes. Deze aanpak biedt houvast én ruimte voor maatwerk, zodat er een breed gedragen en richtinggevend beleidskader kan ontstaan. De visies zijn ontwikkeld op basis van een combinatie van actuele wetenschappelijke inzichten, maatschappelijke trends en de specifieke welzijnsvraagstukken binnen de gemeente Dronten. Daarbij is niet alleen gekeken naar de formele kaders op Europees en nationaal niveau, maar ook naar lokale behoeften, signalen van betrokken organisaties en praktijkervaringen uit andere gemeenten. Om de scenario’s verder te toetsen aan de Drontense praktijk en bestuurlijke voorkeuren, zijn de voorlopige visies op 16 mei 2025 voorgelegd aan de gemeenteraad tijdens een interactieve raadsworkshop. Tijdens deze sessie kregen raadsleden de opdracht om – vanuit hun eigen politieke programma en expertise – suggesties en aanvullingen te doen die elk scenario kunnen verrijken.

Belangrijk uitgangspunt was dat de scenario’s onderscheidend van elkaar blijven, zodat er duidelijke keuzes ontstaan voor richtinggevend beleid, maar dat er tegelijk ruimte blijft voor herkenning en aansluiting bij de brede maatschappelijke opgaven van Dronten. De input uit deze workshop is verwerkt in de visies, die nu elk een eigen nadruk leggen: van zorg en handhaving tot educatie en ecologische samenhang. Deze scenario’s zijn bedoeld als inspiratie en afwegingskader voor de gemeente Dronten bij het opstellen van een volwaardige nota dierenwelzijn. Elk scenario bevat een kernvisie, concrete beleidskenmerken en een voorbeeldmaatregel die laat zien hoe het beleid in de praktijk vorm kan krijgen.

7.1. Toekomstscenario 1: "Samen Leven – Mens en Dier in Harmonie" Visie: De gemeente stimuleert een samenleving waarin dier en mens op een duurzame en respectvolle manier samenleven, zowel in de stad als in het buitengebied. Dit vraagt om een integrale aanpak waarin bewustwording, samenwerking en inrichting van de leefomgeving centraal staan. Kenmerken: •

Infrastructuur: Bij de inrichting van de openbare ruimte staat het samen leven met dieren centraal. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor de leefbehoeften van dieren: zo worden er waterpunten en schaduwrijke plekken gecreëerd om hittestress te 14

voorkomen, en worden veilige doorgangen of rustgebieden ingericht voor wilde dieren. In specifieke gebieden kunnen losloopzones voor honden worden aangewezen, terwijl tegelijkertijd initiatieven ter bescherming van kwetsbare diersoorten, zoals weidevogels, actief worden ondersteund. •

Samenwerking: De gemeente werkt samen met dierenopvang, dierenartsen, scholen en inwoners aan goede opvang en hulpstructuren. Initiatieven vanuit de samenleving, zoals tijdelijke opvang van dieren door particulieren of buurtuitlaatdiensten, worden ondersteund waar dit veilig en diervriendelijk kan.

•

One Health-aanpak: Binnen deze integrale benadering worden dierenwelzijn, volksgezondheid, biodiversiteit, milieubeleid en sociale ondersteuning in samenhang bekeken. Dieren worden niet alleen beschermd omwille van hun eigen waarde, maar ook erkend als belangrijke steunbron voor mensen – bijvoorbeeld als gezelschapsdier bij eenzaamheid, of als bijdrage aan mentale en fysieke gezondheid. Ook minder zichtbare dieren, zoals insecten en weidevogels, krijgen hierin expliciete aandacht vanwege hun rol in een gezond ecosysteem. De gemeente kan minima ondersteunen via een passend vangnet voor basiszorg voor dieren, waarbij het welzijn van het dier altijd centraal staat. Zo blijft de waardevolle ondersteunende functie van dieren beschikbaar voor mensen die deze het hardst nodig hebben, zonder dat dit ten koste gaat van het dier zelf.

•

Onderwijs en bewustwording: Trainingen voor verantwoord huisdierbezit, educatieprogramma’s op scholen en campagnes over dierenrechten en gedragsregels helpen inwoners bewust keuzes te maken voor dieren. Daarbij hoort ook aandacht voor de kosten en verantwoordelijkheden van het houden van dieren.

Voorbeeldmaatregelen: Vergunningverlening versoepelen voor het plaatsen van beschutting in weilanden ter bescherming van dieren tegen hittestress. Opstellen van een gemeentelijk noodplan voor dieren bij hittestress of natuurrampen. Uitbreiden van het aantal afvalvoorzieningen en het beschikbaar stellen van opruimzakjes om het opruimen van hondenpoep in de openbare ruimte te bevorderen.

7.2. Toekomstscenario 2: "De Zorgzame Gemeente – Aandacht voor Elk Dier" Visie: Dierenwelzijn is een gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente neemt een actieve en zorgzame rol op zich in bescherming, zorg en handhaving – met oog voor sociale kwetsbaarheid, leefomgeving en uitvoerbaarheid. Kenmerken:

15

•

Sterke handhaving en zorgstructuren: Heldere meldroutes bij verwaarlozing, snellere opvolging van signalen, en duidelijke noodprotocollen zorgen voor daadkracht. Daarbij is er aandacht voor het verschil tussen binnen en buiten de bebouwde kom en wordt met het buitengebied en ondernemers gewerkt via bestaande wet- en regelgeving.

•

Minima-ondersteuning: Hulp voor inwoners met een laag inkomen is een prioriteit. De gemeente kan via een steunfonds bijdragen aan kosten voor diergeneeskunde, voeding of chipregistratie – met nadruk op de zorgplicht voor het dier, ook in moeilijke situaties.

•

Strikte registratie: Verplichte chipregistratie, monitoring van zwerfdieren, en samenwerking met opvangcentra maken dierbeheer effectiever en beter controleerbaar. Binnen stedelijke gebieden kunnen afrasteringen en schuttingen worden gestimuleerd voor veilige dierbewegingen.

•

Gerichte communicatie: Inwoners worden actief betrokken bij meldingen en handhaving, maar ook bij bewustwording. Voorlichting over huisdieren, sport met dieren en wilde dieren gebeurt via partners met expertise, zoals dierenwelzijnsorganisaties. Publiek gedrag, zoals het opruimen van hondenpoep, blijft hierin een aandachtspunt.

Voorbeeldmaatregel: Opzetten van een gemeentelijk steunfonds voor diergeneeskundige zorg voor minima.

7.3. Toekomstscenario 3: "Groene Verbinding – Biodiversiteit en Dierenwelzijn" Visie: De natuur als gedeelde leefomgeving voor mens én dier wordt versterkt. Dierenwelzijn is hier onderdeel van een bredere ecologische benadering, waarin balans wordt gezocht tussen biodiversiteit, leefgebied en menselijke activiteit. Niet álles kan overal – maar door ruimte bewust in te richten, kunnen dier, mens en natuur elkaar versterken. Kenmerken: •

Stimulering biodiversiteit: De gemeente ondersteunt lokale flora en fauna, met aandacht voor zowel ‘zichtbare’ als ‘onzichtbare’ dieren, waaronder insecten en amfibieën. Daarbij wordt rekening gehouden met de lokale situatie: biodiversiteitsmaatregelen worden per wijk afgestemd, en waar relevant getoetst aan de belangen van agrarisch gebruik of andere functies. Maatwerk is leidend.

•

Landschappelijke verbindingen: Groene en blauwe landschapsstructuren verbinden leefgebieden van wilde dieren en ondersteunen biodiversiteit. Denk aan ecopassages, bloemrijke bermen en waterrijke zones. Deze verbindingen zijn primair 16

gericht op natuur en wilde fauna – niet op huisdieren. De aanleg gebeurt met oog voor uitvoerbaarheid, beheer en functies van het landschap, zoals beverbeheer. •

Educatie via beleving: Diereneducatie krijgt vorm via kinderboerderijen, schoolprogramma’s, campagnes en lokale initiatieven. Spelenderwijs leren kinderen – bijvoorbeeld via visexcursies of natuuronderwijs – over dieren en ecosystemen. Tegelijkertijd wordt bewustwording gestimuleerd over wat dierenwelzijn betekent, ook bij vissen of andere minder besproken soorten.

•

Wijkgericht beleid: Per wijk wordt geïnventariseerd welke vijf wilde diersoorten daar het meest voorkomen of karakteristiek zijn. Beleidsmaatregelen sluiten daarop aan, met als doel acceptatie, bescherming en bewust samenleven. Dit wijkgerichte werken sluit aan bij de schaal en beleving van inwoners en maakt natuurvriendelijke wijken tastbaar en herkenbaar.

Voorbeeldmaatregel: Ontwikkelen van "natuurvriendelijke wijken" met ruimte voor groen, biodiversiteit en duidelijke gedragsregels voor bewoners – afgestemd op lokale flora, fauna en menselijke functies. Dit gebeurt met praktisch verstand, betrokkenheid van bewoners én respect voor de grenzen van wat mogelijk is.

17

8. Advies met betrekking tot de toekomstscenario's De drie toekomstscenario’s bieden ieder een onderscheidende richting voor dierenwelzijnsbeleid in Dronten. Ze verschillen niet alleen in toon en invalshoek, maar ook in hun mate van integratie met andere beleidsvelden, de schaal waarop ze opereren en het type maatregelen dat centraal staat. Toekomstscenario 1 legt nadruk op samenleven en gezamenlijke verantwoordelijkheid, toekomstscenario 2 op bescherming, zorg en handhaving, en toekomstscenario 3 op de ecologische samenhang tussen mens, dier en natuur.

8.1 Toekomstscenario 1: "Samen Leven – Mens en Dier in Harmonie" Toekomstscenario 1 biedt een brede en verbindende visie op dierenwelzijn, waarin de nadruk ligt op samenleven, gedeelde verantwoordelijkheid en het versterken van de relatie tussen mens en dier in de directe leefomgeving. Het uitgangspunt is dat dierenwelzijn niet losstaat van andere maatschappelijke opgaven, maar hier op een vanzelfsprekende manier mee samenhangt. Denk aan onderwerpen als openbare ruimte, leefbaarheid, sociale cohesie en educatie. De kracht van dit scenario schuilt in de combinatie van bewustwording, samenwerking en de inrichting van een diervriendelijke leefomgeving. Er is ruimte voor zowel kleinschalige burgerinitiatieven als structurele beleidsmaatregelen, die toegepast kunnen worden in zowel de dorpskernen als het buitengebied. De aanpak sluit goed aan bij de schaal en identiteit van Dronten: ruimtelijk, betrokken en toekomstgericht. Hoewel het scenario aansluit bij bredere beleidsontwikkelingen zoals de One Healthgedachte, staat niet de gezondheidssystematiek centraal, maar het gezamenlijk vormgeven van een omgeving waarin dierenwelzijn logisch en zichtbaar verweven is met het dagelijks leven. Omdat het scenario flexibel toepasbaar is en inzetbaar op zowel korte als lange termijn, vormt het een logisch uitgangspunt voor het opstellen van een gemeentelijke nota dierenwelzijn.

Het biedt richting zonder te verstarren, en nodigt inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners uit om mede-eigenaar te worden van het beleid. De kern van dit toekomstscenario ligt in het versterken van de basis: het opbouwen van een gedeelde cultuur van zorg, aandacht en respect voor dieren. Daarmee is het een toekomstbestendige visie die ruimte laat voor groei, verbinding en maatwerk.

8.2 Toekomstscenario 2: "De Zorgzame Gemeente – Aandacht voor Elk Dier" Toekomstscenario 2 biedt een concreet en pragmatisch beleidskader, met nadruk op handhaving, zorgstructuren en de rol van de gemeente als beschermer van dieren in 18

kwetsbare situaties. Dit maakt het toekomstscenario bijzonder geschikt om snel uitvoering te geven aan urgente problemen zoals verwaarlozing, zwerfdieren of onduidelijke meldstructuren. De visie sluit goed aan bij inwoners die verwachten dat de overheid optreedt als er dieren in de knel komen. Ook het accent op minima-ondersteuning en duidelijke regelgeving kan rekenen op draagvlak, zeker in tijden van sociale druk. Wel is de benadering in dit toekomstscenario functioneler van aard, met relatief weinig aandacht voor bredere ecologische samenhang of gedragsverandering op de lange termijn. Om toekomstbestendig te zijn, vraagt dit toekomstscenario dus om aanvullende integratie met thema’s zoals duurzaamheid, groenbeleid en bewustwording. Toekomstscenario 2 onderscheidt zich door zijn concrete en actiegerichte karakter. Het biedt een helder kader voor beleid en maakt het mogelijk om direct in te spelen op actuele situaties. De rol van de gemeente is hierin duidelijk gedefinieerd: proactief, verantwoordelijk en uitvoerend. Wel ligt de nadruk sterk op dierenwelzijn als op zichzelf staand beleidsveld. De koppeling met bredere thema’s zoals natuur, ecologie en duurzaamheid blijft in dit toekomstscenario onderbelicht. Daardoor is de langetermijnvisie minder expliciet aanwezig.

Kortom, toekomstscenario 2 biedt een sterke basis voor direct uitvoerbaar dierenbeleid, maar vraagt aanvullende uitwerking om ook toekomstbestendig en ecologisch geïntegreerd te zijn.

8.3 Toekomstscenario 3: "Groene Verbinding – Biodiversiteit en Dierenwelzijn" Toekomstscenario 3 biedt een visie waarin dierenwelzijn wordt opgevat als onderdeel van een gezonde en robuuste leefomgeving. Door natuur, biodiversiteit en dierenwelzijn gezamenlijk te benaderen, ontstaat een strategisch kader dat aansluit op klimaatadaptatie, duurzame gebiedsontwikkeling en participatief wijkgericht werken. De visie daagt uit om verder vooruit te kijken en een omgeving te creëren waarin preventie centraal staat: hoe beter het ecosysteem functioneert, hoe minder problemen zich zullen voordoen. Het scenario past goed bij ruimtelijke ambities en kan richting geven aan integrale gebiedsontwikkeling in Dronten. Tegelijkertijd zijn de maatregelen die passen bij deze visie minder direct toepasbaar op korte termijn. Het toekomstscenario vraagt daarom om een goede vertaalslag naar concrete beleidsinstrumenten en afstemming met andere domeinen, zoals agrarisch beleid of beheer van openbare ruimte.

19

Kortom, toekomstscenario 3 biedt een waardevol strategisch kader voor een duurzame, ecologisch verankerde benadering van dierenwelzijn, maar vereist aanvullende concretisering om ook op korte termijn effectief te kunnen zijn.

20

9. Aanbevelingen De drie uitgewerkte toekomstscenario’s bieden ieder een waardevolle basis voor het opstellen van een gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid. We adviseren de gemeente Dronten om deze scenario’s niet alleen te benutten als thematische keuzes, maar juist als strategische bouwstenen voor een samenhangend, uitvoerbaar en toekomstgericht dierenwelzijnsbeleid. Omdat dierenwelzijn een beleidsveld is dat raakt aan uiteenlopende domeinen – zoals gezondheid, ruimtelijke inrichting, duurzaamheid en sociale cohesie – is het van belang dat de gekozen koers zowel beleidsmatig stevig onderbouwd is als organisatorisch goed verankerd. Dat vraagt om structurele aandacht voor borging binnen de organisatie, via voldoende kennis, capaciteit en coördinatie. In aansluiting op de evaluatie van het huidige beleid (rapport Evaluatie Dierenwelzijnsbeleid gemeente Dronten (Visser, Haven-Pross, Nieuwe Weme, & Jens, 2024)) blijkt dat de gemeente nu vooral een faciliterende rol vervult. Stakeholders en inwoners geven echter duidelijk aan dat zij van de gemeente een actievere en regisserende rol verwachten, met meer zichtbaarheid, handhaving en beleidsmatige richting. Deze verwachtingen sluiten nauw aan bij het toekomstscenario “Samen Leven – mens en dier in harmonie”, waarin de gemeente als verbindende partij optreedt en dierenwelzijn verweeft met bredere maatschappelijke opgaven.

Tegelijkertijd brengt een dergelijke verbreding extra taken met zich mee: beleidsontwikkeling, samenwerking met partners, signalering van knelpunten, monitoring en publiekscommunicatie. Het is daarom raadzaam te onderzoeken of de huidige ambtelijke formatie voldoende ruimte biedt om deze taken adequaat uit te voeren. Tot slot adviseren wij om de het dierenwelzijnsbeleid expliciet te positioneren binnen bredere gemeentelijke opgaven. Dit bevordert samenhang, verhoogt bestuurlijk draagvlak en versterkt de zichtbaarheid van het thema binnen de samenleving. Het kiezen van een toekomstscenario met bijbehorende visie, vormt daarbij een belangrijke eerste stap. Deze visie biedt richting en houvast, maar vraagt om verdere uitwerking in een samenhangend en herkenbaar beleidskader. Het opstellen van een concreet dierenwelzijnsbeleid is hierin de logische vervolgstap: een document waarin de gekozen koers vertaald wordt naar duidelijke beleidsdoelen, prioriteiten en maatschappelijke opgaven. Dit beleid moet transparant zijn voor zowel stakeholders als inwoners, zodat zij weten wat zij van de gemeente kunnen verwachten en hoe zij zelf kunnen bijdragen. Daarop aansluitend hoort een uitvoeringsbeleid, waarin de ambities en doelen worden vertaald naar praktische maatregelen, duidelijke tijdslijnen en concrete acties.

Ook is het van belang dat afspraken met stakeholders hierin worden vastgelegd met een formelere status, 21

bijvoorbeeld via convenanten of samenwerkingsafspraken. Op die manier wordt dierenwelzijn niet alleen beleidsmatig serieus genomen, maar ook duurzaam geborgd in de uitvoering en samenwerking binnen de gemeente Dronten.

22

Bronnenlijst

Boissy, A., Manteuffel, G., Jensen, M. B., Moe, R. O., Spruijt, B., Keeling, L. J., . . . Aubert, A. (2007 ). Assessment of positive emotions in animals to improve their welfare. Psysiology and Behaviour, 92(3), 375-397. Fraser, D. (2008). Understanding animal welfare. Acta Veterinaria Scandinavica, 50(1), 1-7. Mellor, D. J., Beausoleil, N., Littlewood, K., McLean, A., McGreevy, P., Jones, B., & Wilkins, C. (2020). The 2020 Five Domains Model: Including Human-Animal Interactions in Assessments of Animal Welfare. Animals, 10, 1870. doi:10.3390/ani10101870 Michie, S., van Stralen, M., & West, R. (2011). The behaviour change wheel: A new method for characterising and designing behaviour change interventions. Implementation Science, 6(1), 42. doi:10.1186/1748-5908-6-42 Stichting Dierenlot. (2025). Wegwijzer Wet- en Regelgeving Dierenwelzijn. In: PSI Vransen, Amstelveen. Visser, E. K., Haven-Pross, S., Nieuwe Weme, L., & Jens, L. (2024). Evaluatie Dierenwelzijnsbeleid gemeente Dronten. In (pp. 28).

23

Bijlages B1 Europees en nationaal dierenwelzijnsbeleid B1.1 Europees dierenwelzijnsbeleid Binnen de Europese Unie is dierenwelzijn stevig juridisch verankerd. Artikel 13 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) erkent dieren expliciet als voelende wezens. Deze erkenning is van groot belang: het betekent dat dieren niet uitsluitend als productiemiddelen of gebruiksobjecten worden gezien, maar als levende wezens met intrinsieke waarde. Deze ethische en juridische basis vormt het fundament onder het Europese dierenwelzijnsbeleid, dat in toenemende mate doorwerkt in andere domeinen zoals landbouw, voedselveiligheid, milieu en volksgezondheid. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is een belangrijk instrument waarin dierenwelzijn een prominente plaats heeft gekregen. De Europese Commissie stimuleert lidstaten actief om de levensomstandigheden van dieren te verbeteren en pleit voor meer uniformiteit in normen en toezicht binnen de Unie. Een belangrijke rol is weggelegd voor de European Food Safety Authority (EFSA). Deze organisatie publiceert wetenschappelijke adviezen over dierenwelzijn via haar Animal Health and Welfare (AHAW) Panel. In 2023 bracht EFSA vernieuwde adviezen uit voor diverse diersoorten, waaronder varkens, pluimvee en runderen.

Deze adviezen richten zich op concrete verbeteringen zoals meer ruimte, betere huisvesting, en het terugdringen van stressfactoren in de leefomgeving van dieren. Naast deze wetenschappelijke basis ondersteunt de EU de uitvoering van dierenwelzijnsbeleid via het EU Animal Welfare Platform, dat sinds 2017 dient als kennisnetwerk voor beleidsmakers, wetenschappers en maatschappelijke organisaties. Tevens wordt gewerkt aan een herziening van de EU Strategy for the Protection and Welfare of Animals, waarin handhaving, bewustwording en educatie centraal staan. Voor Nederlandse gemeenten, zoals Dronten, hebben deze Europese kaders geen directe wettelijke werking, maar zij functioneren wel degelijk als moreel en beleidsmatig richtsnoer. Gemeenten kunnen actief aansluiten bij deze Europese visie door in hun lokale beleid nadrukkelijk aandacht te besteden aan dierenwelzijn, bijvoorbeeld bij evenementenvergunningen, dierenopvang, of bij de inrichting van de openbare ruimte. Door deze kaders als uitgangspunt te nemen, kan lokaal beleid bijdragen aan een meer harmonische en diervriendelijke leefomgeving.

B1.2 Nationale vertaling van Europees beleid De Europese richtlijnen en kaders worden in Nederland vertaald naar nationale wetgeving en beleidskaders. De belangrijkste wettelijke fundamenten hiervoor zijn de Wet dieren, het Besluit houders van dieren, en de Omgevingswet. Deze wetten en besluiten vormen samen het wettelijke kader waarin het dierenwelzijn in Nederland wordt beschermd. De uitvoering 24

van dit beleid ligt primair bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), dat verantwoordelijk is voor beleidsvorming en stelselverantwoordelijkheid. Toezicht op de naleving wordt onder meer uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID), en – in specifieke gevallen – de politie. Een belangrijk beleidsinstrument op nationaal niveau is het Nationaal Actieplan Dierenwelzijn, dat in 2022 werd gepresenteerd. Dit actieplan stelt concrete doelen voor het verbeteren van het dierenwelzijn in Nederland. Het richt zich onder andere op het creëren van een diervriendelijker voedselsysteem, het vergroten van transparantie over dierenwelzijn in de keten, en het verbeteren van naleving en handhaving. Voor gemeenten biedt dit actieplan aangrijpingspunten om dierenwelzijn een volwaardige plek te geven in lokaal beleid. Dit kan bijvoorbeeld door dierenwelzijn op te nemen in de omgevingsvisie, gemeentelijke verordeningen, of in contracten met opvangorganisaties. Naast de rijksoverheid en toezichthoudende instanties speelt ook het maatschappelijke middenveld een belangrijke rol in de uitvoering en doorontwikkeling van dierenwelzijnsbeleid. In het bijzonder levert de Dierenbescherming een actieve en constructieve bijdrage aan het ondersteunen van gemeenten.

Deze organisatie biedt beleidsadviezen, praktijkrichtlijnen en concrete instrumenten aan voor gemeenten die dierenwelzijn structureel willen verankeren. Denk bijvoorbeeld aan: •

modellen voor dierenwelzijnsnota’s,

•

handreikingen voor het inrichten van gemeentelijk toezicht en meldpunten,

•

en aanbevelingen voor samenwerking met opvangcentra en dierenambulances.

De Dierenbescherming fungeert daarmee als brug tussen beleidsambities en uitvoeringspraktijk. Gemeenten die gebruikmaken van deze kennis en ondersteuning kunnen effectiever én efficiënter invulling geven aan hun wettelijke en morele verantwoordelijkheden. Voor Dronten betekent dit dat er een netwerk van expertise beschikbaar is dat kan helpen bij het uitwerken, uitvoeren en monitoren van dierenwelzijnsbeleid. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) speelt hierin een belangrijke rol als onafhankelijk adviesorgaan van de rijksoverheid. De RDA publiceert gezaghebbende zienswijzen over actuele en strategische thema’s op het gebied van dierenwelzijn. Denk hierbij aan rapporten zoals Zorgplicht Natuurlijk Gewogen en Dilemma’s in de wildopvang, waarin ook specifiek de rol van gemeenten wordt benoemd. Hoewel de RDA geen beleidsbevoegdheid heeft, benadrukt zij in haar adviezen dat ook gemeenten – binnen hun beleidsruimte – betekenisvolle bijdragen kunnen leveren aan de verbetering van dierenwelzijn. Zij adviseert gemeenten nadrukkelijk om het Europese welzijnskader te hanteren als moreel én juridisch fundament, en moedigt gemeenten aan om als koplopers op te treden bij de praktische toepassing van deze uitgangspunten. 25

Voor de gemeente Dronten betekent dit dat zij haar beleid niet alleen kan baseren op nationale verplichtingen, maar ook op gezaghebbende adviezen en gedeelde maatschappelijke waarden. Daarmee krijgt lokaal beleid niet alleen juridische, maar ook morele legitimiteit.

B2. Educatie en gedragsverandering als instrument voor dierenwelzijn Educatie speelt een cruciale rol in het bevorderen van dierenwelzijn. Niet alleen draagt het bij aan kennisoverdracht, het beïnvloedt ook normen, houdingen en gedrag van burgers ten opzichte van dieren. Gemeenten kunnen hier een sleutelrol in spelen, onder meer via lespakketten, publiekscampagnes, bewonersbijeenkomsten en samenwerkingen met dierenwelzijnsorganisaties.

B2.1 Wetenschappelijke basis voor gedragsverandering Het stimuleren van gedragsverandering is complex. Een beproefd wetenschappelijk model om gedrag te analyseren en beïnvloeden is het Behaviour Change Wheel (BCW) van Michie, van Stralen, and West (2011). Dit model gaat uit van drie kerncomponenten die nodig zijn voor gedragsverandering: •

Capability (bekwaamheid) – kennis en vaardigheden om het gedrag uit te voeren

•

Opportunity (gelegenheid) – sociale en fysieke omgeving die het gedrag mogelijk maakt

•

Motivation (motivatie) – bewuste of automatische processen die gedrag aansturen

Deze drie componenten worden samengebracht in het COM-B-model. Er zijn negen aangrijpingspunten voor interventies, waaronder educatie, training, regulering, beloning en sociale beïnvloeding. Toegepast op dierenwelzijn kunnen gemeenten via educatie dus niet alleen kennis (capability), maar ook motivatie (bijv. empathie opbouwen bij kinderen) en gelegenheid (toegankelijke informatie, subsidieregelingen) versterken. Dit onderstreept het belang van goed ontworpen interventiestrategieën die verder gaan dan alleen informatievoorziening.

B2.2 Educatie in binnen- en buitenland In Oostenrijk laat het programma 'Tierschutz macht Schule' zien dat structurele educatie effectief is in het verhogen van dierenwelzijnskennis bij kinderen en jongeren. Ook in Nederland zijn er initiatieven zoals 'Dierenbuddy' en voorlichtingslessen van de Dierenbescherming die op basisscholen worden ingezet. De gemeente Amsterdam heeft educatie verankerd in haar Dierenwelzijnsbeleid via samenwerking met scholen, wijkteams en welzijnsorganisaties. In Groningen zijn

26

dierenwelzijnsambassadeurs actief op scholen. De gemeente Zeist richt zich op ecologische bewustwording via natuur- en milieueducatie waarin dierenwelzijn een plek krijgt. Volgens DierVizier is het van belang om educatie niet te beperken tot kinderen, maar ook volwassenen en specifieke doelgroepen te betrekken, zoals nieuwe huisdiereigenaren, agrariërs, evenementorganisatoren en minima.

B2.3 Advies voor gemeenten Op basis van wetenschappelijke inzichten en praktijkervaring luidt het advies aan gemeenten: •

Ontwikkel een lokale educatievisie dierenwelzijn gekoppeld aan het sociaal domein en het onderwijsbeleid

•

Pas het Behaviour Change Wheel toe bij het ontwerpen van campagnes en gedragsinterventies

•

Werk samen met dierenartsen, opvangcentra, scholen en welzijnsorganisaties voor integrale programma’s

•

Bied structurele ondersteuning aan scholen, bijvoorbeeld via subsidiering van lespakketten en gastlessen

•

Monitor effecten van educatieve maatregelen met gedragsindicatoren (bijv. meldingen mishandeling, adoptiecijfers, welzijnsinformatiegebruik)

Door educatie te koppelen aan gedragswetenschap kan dierenwelzijn duurzaam verankerd worden in het dagelijks leven van inwoners. De gemeente speelt hierin een strategische rol als verbinder, regisseur en voorbeeld.

B3. Inspirerende voorbeelden uit andere gemeenten B3.1 Amsterdam: Van vangnet tot bewustwording De gemeente Amsterdam geldt als een landelijke koploper in dierenwelzijnsbeleid. In de Dierenwelzijnsnota zijn thema’s als zwerfdieren, evenementenbeleid, dierenhulpverlening en huisdierenwelzijn structureel uitgewerkt. Een opvallend voorbeeld is de zogeheten ADAMregeling, waarbij minima financiële ondersteuning kunnen krijgen voor noodzakelijke diergeneeskundige zorg. Ook werkt de gemeente samen met de Dierenbescherming in het Dierenbuddyproject, waarin vrijwilligers ouderen helpen bij de verzorging van hun huisdieren. Verder heeft Amsterdam protocollen opgesteld voor het verantwoord inzetten van dieren bij evenementen en is er beleid rond stadsfauna, zoals egels en broedende vogels.

B3.2 Gouda: dierenwelzijn door educatie en samenwerking De gemeente Gouda ondersteunt het Dierenbuddyproject van de Dierenbescherming, waarbij vrijwilligers ouderen helpen bij de verzorging van huisdieren. Ook de stichting Wie 27

Vult Mijn Bak, die zich inzet voor huisdieren van minima, ontvangt subsidie. Op het gebied van educatie werkt Gouda samen met CNME De Zwanebloem en kinderboerderij Het Weegje. Via de Omgevingsdienst Midden-Holland worden lessen, excursies en lesmateriaal aangeboden aan basisscholen om natuur- en dierenbewustzijn te vergroten. In de beleidsontwikkeling is afgestemd met organisaties zoals het Stichting Dierentehuis MiddenHolland, dierenartsen, dierenwinkels en lokale kinderboerderijen. Gouda toont hiermee hoe educatie en samenwerking bijdragen aan effectief lokaal dierenwelzijnsbeleid.

B3.3 Leeuwarden: breed en participatief dierenwelzijnsbeleid In de gemeente Leeuwarden wordt dierenwelzijn in de nota benaderd van gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren tot wilde dieren en evenementenbeleid. Zo gelden er specifieke richtlijnen voor het houden van huisdieren, en zijn er duidelijke vergunningseisen bij evenementen waar dieren aanwezig zijn. Voor hondeneigenaren biedt de gemeente praktische ondersteuning via de gemeentelijke website en informatiebrieven. Daarnaast publiceert Leeuwarden jaarlijks magazines met spelregels, weetjes en een terugblik op het dierenwelzijnsbeleid, inclusief plannen voor het komende jaar. Het zwerfkattenbeleid is gericht op preventie via TNR (Trap, Neuter, Return), en wordt gecombineerd met burgerparticipatie. Inwoners worden betrokken bij educatieve initiatieven en het signaleren van dierenwelzijnsproblemen. Daarmee laat Leeuwarden zien hoe structureel beleid en actieve betrokkenheid van bewoners hand in hand gaan.

B3.4 Zeist: Biodiversiteit en ecologisch maaibeleid Zeist staat bekend om haar ecologische visie op beheer van de openbare ruimte. De gemeente hanteert een ecologisch maaibeheerplan, waardoor bloeiende bermen worden behouden en leefgebieden voor insecten, vogels en kleine zoogdieren worden versterkt. Deze aanpak is integraal verbonden met het dierenwelzijnsbeleid. Zeist laat zien hoe gemeentelijke inrichting van buitenruimte bijdraagt aan het welzijn van zowel gehouden als wilde dieren.

B3.5 Alkmaar: Langetermijnvisie op dierenwelzijn Alkmaar heeft een beleidsvisie opgesteld tot 2030 waarin dierenwelzijn een structurele plaats krijgt in gemeentelijk handelen. Thema’s als hondenbeleid, wildbeheer, educatie, faunavoorzieningen en dierenopvang zijn daarin uitgewerkt met concrete doelen. De gemeente koppelt dit ook aan participatie van burgers, onder andere via dierenwelzijnsadviesraden en burgerinitiatieven.

B3.6 Utrecht: integrale aanpak met oog voor opvang, stadsfauna en educatie De gemeente Utrecht werkt met een integrale nota Dierenwelzijn (2023) waarin stadsfauna, dierenopvang en educatie centraal staan. Ook de eerdere nota uit 2019 besteedde al aandacht aan kinderboerderijen, dierenweides en educatie voor kinderen. Voor de opvang en het vervoer van hulpbehoevende dieren werkt Utrecht samen met diverse organisaties 28

zoals de Dierenbescherming, Dierenambulance Utrecht, Stichting Snorhaar, het Stichts Asyl en de Vogelopvang Utrecht. Daarnaast wordt bij het inrichten van de stad rekening gehouden met dieren in de openbare ruimte. Denk aan vleermuisvriendelijke verlichting en het behoud van rustige, onverlichte groengebieden. Utrecht legt verantwoording af via jaarlijkse duurzaamheidsverslagen, waarin onder andere wordt gerapporteerd over het aantal dieren dat is opgevangen, het gebruik van de dierenambulance, en het beheer van dierenweides per wijklocatie (Steede). Ook wordt ingegaan op het creëren van een groene leefomgeving, inclusief voor exoten. Deze structurele aandacht en transparantie tonen hoe Utrecht dierenwelzijn verweeft met natuurbeheer, stadsinrichting en bewonerscommunicatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1244/documents/20207