CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1 Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Flevoland (957181).pdf

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 13: Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Flevoland6.657 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Flevoland De deelnemende colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd; overwegende dat - de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk nu met elkaar samenwerken op basis van een gemeenschappelijke regeling, waarbij de gemeente Almere als centrumgemeente op grond van een centrumregeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen de gezamenlijke taken voor inkoop en contractbeheer van de regionale jeugd-voorzieningen ter uitvoering van de Jeugdwet en de regionale voorzieningen betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning uitvoert; -

de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk, alsmede de ambtelijke organisatie Sociaal Domein Flevoland die belast is met de uitvoering van de gezamenlijke taken voor inkoop en contractbeheer van de regionale jeugd-voorzieningen en de regionale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de huidige governance als te weinig robuust, effectief en slagvaardig hebben ervaren;

-

het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de deelnemende colleges van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk duidelijk heeft gemaakt dat de huidige governance niet volstaat teneinde een dekkend zorglandschap voor de jeugd te bewerkstelligen;

-

deze deelnemende colleges de wens hebben dat inwoners en ketenpartners geen last hebben van verschillen tussen (boven-)regionaal en lokaal beleid en inkoop, en derhalve doorlopende zorgpaden te kunnen bieden op de beleidsdomeinen jeugd en maatschappelijke ondersteuning;

-

voortvloeiend uit de Hervormingsagenda Jeugd en het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg de regionale samenwerking als een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een centrumregeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen ingericht dient te worden;

-

ten behoeve van de samenwerking en jegens een slagvaardige uitvoering van inkoop en contractbeheer van regionale jeugd-voorzieningen en regionale voorzieningen betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning, zij, gebruikmakend van de wettelijke mogelijkheden om een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie te treffen, wensen de gemeenschappelijke regeling ‘Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland’ te vervangen door een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie;

-

de beëindiging van de Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland die voorheen zag op de samenwerking tussen de samenwerkende gemeenten in het sociaal domein in Flevoland;

gelet op - de Jeugdwet; - de Wet maatschappelijke ondersteuning; - hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen; en - de toestemming van de gemeenteraden van Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten de gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Flevoland te treffen als hieronder.

1

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.

Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: het bestuur van Sociaal Domein Flevoland, bedoeld in artikel 7, lid 1; b. deelnemende colleges: de deelnemers aan deze gemeenschappelijke regeling, te weten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk; c. gedeputeerde staten: de gedeputeerde staten van de provincie Flevoland; d. inkoop: het proces van verkrijging van goederen of diensten van derden door middel van contractering of subsidiëring, in het bijzonder de uitvoering van regionale voorzieningen onder de Jeugdwet en de Wmo; e. Jeugdwet: de Jeugdwet; f. raden: de raden van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk; g. regeling: de gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Flevoland; h. regiovisie: de regiovisie, bedoeld in artikel 2, derde lid; i. samenwerkende de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk; gemeenten: j. secretaris-directeur: de secretaris-directeur van Sociaal Domein Flevoland, bedoeld in artikel 17, eerste lid; k. schriftelijk: per post of per email. l. Sociaal Domein de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 3; Flevoland: m. taken: de taken, bedoeld in artikel 4 ; n. voorzitter: de voorzitter, bedoeld in artikel 8; o. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; en p.

Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Artikel 2. 1.

2. 3.

Deze regeling wordt getroffen teneinde het gezamenlijk uitvoeren van beleidstaken betreffende de domeinen Jeugdwet en Wmo en daarmee een regionaal zorglandschap te creëren ten behoeve van gezinnen die in de samenwerkende gemeenten ondersteuning krijgen op basis van de Jeugdwet of Wmo, in het bijzonder door inkoop, contractbeheer en accountmanagement van regionale voorzieningen en de uitvoering ervan. Voor de samenwerking overeenkomstig deze regeling gelden leidende principes die als bijlage bij deze regeling zijn gevoegd en integraal onderdeel ervan uitmaken. De raden van de samenwerkende gemeenten stellen periodiek een regiovisie vast die invulling geeft aan de Norm voor Opdrachtgeverschap (VNG, Lbr. 20/045, maandag 29 juni 2020) en de visie, ambitie en uitgangspunten voor het regionaal zorglandschap bedoeld in het eerste lid vastlegt. Artikel 3.

1. 2.

Belang

De Bedrijfsvoeringsorganisatie

Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet, genaamd Sociaal Domein Flevoland. Sociaal Domein Flevoland is gevestigd te Almere.

2

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Artikel 4. 1.

2.

3.

4.

Sociaal Domein Flevoland draagt voor de deelnemende colleges zorg voor regionale voorzieningen op basis van de Jeugdwet en de Wmo met inachtneming van eisen en kaders die aan regionale samenwerking worden gesteld via wet- en regelgeving, waaronder in ieder geval zijn begrepen de Wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en het Besluit Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg en bijbehorende regelgeving en conform daartoe strekkende besluiten van de deelnemende colleges en binnen de beleidskaders gesteld door de raden, waaronder de regiovisie. Hiertoe voert Sociaal Domein Flevoland onder meer gezamenlijke inkoop, contractbeheer, monitoring en accountmanagement uit. De voorzieningen waarvoor Sociaal Domein Flevoland gezamenlijke inkoop, contractbeheer, monitoring en accountmanagement uitvoert alsmede overige bijbehorende dienstverlening is opgenomen in een bijlage bij deze regeling, die jaarlijks als bijlage van de begroting wordt geactualiseerd. Op verzoek van één of meerdere samenwerkende gemeenten kan Sociaal Domein Flevoland ook plustaken uitvoeren, nadat een hiertoe strekkend positief besluit is genomen. Plustaken houden verband met de Jeugdwet of de Wmo, ook indien zij voortvloeien uit andere wet- en regelgeving, waaronder, maar niet uitsluitend, wonen, huisvesting en arbeidsmarkt. Het bestuur stelt de voorwaarden hiervoor vast.

Het bestuur kan op verzoek besluiten dat Sociaal Domein Flevoland ook taken als bedoeld in het eerste en derde lid uitvoert voor colleges van gemeenten die niet deelnemen aan deze regeling. Het bestuur stelt de voorwaarden hiervoor vast. Artikel 5.

1.

2.

3.

4.

Taken

Uitvoering taken

De deelnemende colleges verplichten zich de basistaken, bedoeld in artikel 4, eerste lid zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling en daarna jaarlijks geactualiseerd in de bijlage van de begroting overeenkomstig artikel 4, tweede lid, af te nemen van Sociaal Domein Flevoland. Het bestuur stelt ten behoeve van duidelijkheid en helderheid over de bij de taken horende dienstverlening een dienstverleningshandvest vast alsmede een model dienstverleningsovereenkomst op basis waarvan Sociaal Domein Flevoland dienstverleningsovereenkomsten sluit. In het dienstverleningshandvest worden in ieder geval geregeld: a. de basistaken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, b. plustaken bedoeld in artikel 4, derde lid; c. taken voor niet deelnemende colleges, bedoeld in artikel 4, vierde lid; d. de voorwaarden voor de taakuitvoering en wijziging van het onder a, b en c bedoelde takenpakket; en e. de financiële verrekening van de dienstverlening voor onder a, b en c bedoelde takenpakket. Indien hiertoe door het bestuur wordt besloten sluiten alle samenwerkende gemeenten met Sociaal Domein Flevoland een dienstverleningsovereenkomst, waarin per taak of taakgebied nadere uitwerking wordt gegeven aan het dienstverleningshandvest zoals bedoeld in het vorige lid. Artikel 6.

Bevoegdheden

1. De deelnemende colleges dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur. 2. Alle bevoegdheden bij of krachtens enige wet van toepassing op Sociaal Domein Flevoland komen toe aan het bestuur. Hoofdstuk 2: Het bestuur Artikel 7. 1.

Samenstelling bestuur

Het bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger per deelnemend college. De deelnemende colleges wijzen ieder, uit hun midden, één wethouder aan als lid van het bestuur. 3

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

2.

3. 4.

5.

De deelnemende colleges wijzen voorts ieder, uit hun midden, voor ieder lid van het bestuur dat zij hebben aangewezen een plaatsvervangend lid aan dat het lid van het bestuur, bedoeld in het eerste lid, bij verhindering vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het college uit wiens midden men is aangewezen. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het bestuur. Het ontslag gaat in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger is aangewezen. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslagen worden door het college dat hem heeft aangewezen, indien het lid van het bestuur niet langer het vertrouwen van het betreffende college bezit. Het ontslag gaat per direct in. Artikel 8.

1.

2.

3.

Het bestuur regelt bij reglement van orde het voorzitterschap van vergaderingen, door een van haar leden onderscheidenlijk iemand die geen lid is van het bestuur. Indien vergaderingen worden voorgezeten door iemand die geen lid is van het bestuur gelden als incompatibiliteiten: a. het zijn van werknemer van Sociaal Domein Flevoland of één van de samenwerkende gemeenten; b. het zijn van raadslid of commissielid in één van de samenwerkende gemeenten, en c. het zijn van werknemer of bestuurder van ketenpartners of contractanten van Sociaal Domein Flevoland. Het bestuur regelt bij reglement van orde het ondertekenen van stukken en de vertegenwoordiging van Sociaal Domein Flevoland in en buiten rechte. Hiertoe kan het bestuur uit haar midden een vaste voorzitter en een vaste plaatsvervangend voorzitter aanwijzen. Het bestuur regelt bij reglement van orde, onverminderd de taken van de secretaris, de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en de vergaderorde binnen het bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 9 en 10. Het bestuur kan, indien overeenkomstig het tweede lid een vaste voorzitter is benoemd of een externe als vaste technisch voorzitter van de vergadering is benoemd, diegene machtigen om het kader van voorbereidingen van vergaderingen en vergaderorde namens het bestuur te handelen. Artikel 9.

1.

2.

3.

Voorzitterschap

Consent

Het bestuur streeft ernaar besluiten te nemen op basis van besluitvorming bij consent. Van consent is sprake indien geen van de leden een zwaarwegend en beargumenteerd bezwaar tegen het voorliggende besluit kenbaar maakt. Het consentproces omvat ten minste: a. het indienen van een concreet voorstel; b. beeldvorming door het stellen van verduidelijkende vragen; c. het uitwisselen van relevante aandachtspunten en overwegingen; d. het expliciet vragen om consent, waarbij zwaarwegende bezwaren kunnen worden ingebracht; e. het formuleren van concrete oplossingsrichtingen door diegene die het zwaarwegende bezwaar inbrengt om het voorstel aan te scherpen; f. nadat definitief consent is bereikt, geldt het besluit als vastgesteld. Indien na toepassing van besluitvorming bij consent geen besluit tot stand komt, wordt de stemprocedure conform artikel 10 gevolgd.

Artikel 10. Besluitvorming

1. In het bestuur is de stemverdeling als volgt: 4

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

a. vertegenwoordiger van het college van Almere: drie stemmen; b. vertegenwoordiger van het college van Dronten: een stem; c. vertegenwoordiger van het college van Lelystad twee stemmen; d. vertegenwoordiger van het college van Noordoostpolder: een stem; e. vertegenwoordiger van het college van Urk: een stem. 2. Voor het nemen van geldige besluiten is een quorum van minimaal de vertegenwoordigers van drie deelnemende colleges vereist, die gezamenlijk minimaal de helft van de stemmen vertegenwoordigen. 3. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij de vertegenwoordigers van tenminste drie deelnemende colleges voor het voorstel stemmen, tenzij hiervan bij de regeling is afgeweken. 4. Een afwijkende meerderheid geldt in ieder voor de volgende besluiten: a. Het vaststellen van de begroting, de jaarrekening, een inkoopstrategie en een inkoopleidraad of subsidieregeling en vereist een gekwalificeerde meerderheid van zes stemmen waarbij de vertegenwoordigers van tenminste vier deelnemende colleges voor het voorstel stemmen b. wijzigingen van grondslag van financiering van algehele bekostiging van de voorziening in trajectbekostiging of omgekeerd vereist unanimiteit van stemmen. Het doen van een voorstel aan de raden voor een regiovisie vereist unanimiteit van stemmen.

De regiovisie geldt als vastgesteld, nadat deze door iedere raad van de samenwerkende gemeenten is vastgesteld. 5. Indien de stemmen ten aanzien van een specifiek onderwerp duurzaam staken, wordt de geschillenregeling, bedoeld in artikel 34, van kracht. Artikel 11. Taken en bevoegdheden bestuur 1.

2. 3.

Het bestuur heeft tot taak het voeren van het bestuur van Sociaal Domein Flevoland. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van de strategische kaders van Sociaal Domein Flevoland, en d. het voorbereiden van de regiovisie. Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en werkzaamheden vast. Het bestuur besluit slechts bij unanimiteit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Een dergelijk besluit kan uitsluitend genomen worden indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur te brengen. Artikel 12. Bestuursvergaderingen

1. De vergaderingen van het bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het bestuur niet anders heeft bepaald. 2. Het bestuur vergadert tenminste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee van de leden dit verlangt. 3. De vergadering van het bestuur wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst aan het quorum van Artikel 10, tweede lid is voldaan. 4. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. De oproeping geschiedt ten minste twee weken voor de vergadering, behoudens spoedeisende gevallen of indien een meerderheid van drie vierde van de leden instemt met een andere termijn van oproeping 5. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen worden uiterlijk een week

5

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

voorafgaand aan de vergadering op een bij openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. Stukken die op een later termijn zijn verstuurd of bij begin van de vergadering worden bij begin van de vergadering gemeld, en behoudens bezwaar door een van de aanwezige leden toegevoegd aan de lijst van stukken behorende bij de vergadering. 6. Indien ingevolge het tweede lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. Artikel 13. Zienswijze op besluiten van het bestuur 1. Het bestuur legt aan de raden ter zienswijze alle besluiten voor waartoe bij of krachtens wet of deze regeling is bepaald dat deze ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd, en voorts alle besluiten waarvan het bestuur besluit deze aan de raden ter zienswijze voor te leggen. 2. Het bestuur consulteert de raden van de samenwerkende gemeenten over de inhoud van het voorstel voor de regiovisie, voordat het bestuur overeenkomstig artikel 10, lid 4, onder b besluit tot het doen van voorstel aan de raden van de samenwerkende gemeenten ter vaststelling van de regiovisie bedoeld in artikel 2, lid 3. Artikel 14. Participatie 1.

2.

Ingezetenen van de samenwerkende gemeenten en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door Sociaal Domein Flevoland worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken in alle gevallen dat dit bij of krachtens wet is vereist of voor zover door het bestuur is bepaald. De participatie vindt plaats op de voor de betreffende gemeente gebruikelijke wijze. Bij de participatie bedoeld in het eerste lid kan een andere procedure dan die van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden. Artikel 15. Inlichtingen en verantwoording bestuur

1.

2.

Het bestuur verstrekt aan de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen en overigens ongevraagd alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De inlichtingen kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden verstrekt. De raden kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van de samenwerkende gemeenten op grond van artikel 184 Gemeentewet. Artikel 16. Inlichtingen en verantwoording leden van het bestuur

1.

2.

3.

4.

Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt. Een lid van het bestuur verstrekt aan de raad van het college dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt. Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen. Een lid van het bestuur legt aan de raad van het college dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen.

6

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Hoofdstuk 3: personeel & organisatie Artikel 17. Secretaris-directeur 1. 2. 3. 4. 5.

Het bestuur heeft een secretaris. De secretaris is tevens de directeur van Sociaal Domein Flevoland. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris-directeur. De secretaris-directeur is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij. De secretaris-directeur medeondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan. Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris-directeur. Artikel 18. Regio-organisatie Sociaal Domein Flevoland en ambtelijke samenwerking

1. Sociaal Domein Flevoland heeft een ambtelijke organisatie, onder leiding van de secretarisdirecteur zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid. 2. De secretaris-directeur werkt onder verantwoordelijkheid van het bestuur en is verantwoording schuldig aan het bestuur. 3. Ten behoeve van de uitwerking van opdrachten van het bestuur en de voorbereiding van bestuursbesluiten worden door de secretaris-directeur ambtelijke werkgroepen en overleggen ingesteld met vertegenwoordigers van de samenwerkende gemeenten. Artikel 19. Directeurenoverleg 1. Er is een directeurenoverleg. Het directeurenoverleg bestaat uit de directeuren of andere managers binnen de samenwerkende gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de taakuitvoering van de Jeugdwet en de Wmo. 2. Het directeurenoverleg is verantwoordelijk voor het organiseren van lokale capaciteit ten behoeve van de regionale en lokale opgaven op Jeugd en Wmo. De samenwerkende gemeenten zorgen ervoor dat de leden van het directeurenoverleg over voldoende bevoegdheid beschikken om het gesprek in het directeurenoverleg namens de eigen gemeente te kunnen voeren. 3. De secretaris-directeur is voorzitter van het directeurenoverleg. Het directeurenoverleg fungeert als klankbord van de secretaris-directeur in zijn rol van directeur. 4.

De secretaris-directeur kan het directeurenoverleg inzetten voor afstemming, het creëren van draagvlak en de voorbereiding van de besluitvormingsprocedure van het bestuur. 5. Het bestuur stelt de werkwijze van het directeurenoverleg vast. Artikel 20. Raadsplatform Sociaal Domein Flevoland 1. Er is een raadsplatform Sociaal Domein Flevoland bestaande uit twee leden per raad van een van de samenwerkende gemeenten. Het raadsplatform Sociaal Domein Flevoland wijst uit zijn midden een voorzitter aan. Het raadsplatform doet het bestuur vrijblijvende voorstellen over de procesgang richting de raden. 2. Het bestuur vraagt voorafgaand aan besluiten die consequenties hebben voor de bevoegdheden van de raden, of voorafgaand aan besluiten die raken aan de door de raden gestelde kaders, reactie aan het raadsplatform. 3. Voor de werkwijze van het raadsplatform Sociaal Domein Flevoland stelt het bestuur op voorstel van het raadsplatform een reglement vast. Hoofdstuk 4:

Financiën

Artikel 21. Overeenkomstige toepassing financiële bepalingen Gemeentewet De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken.

7

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Artikel 22. Financiële verantwoordelijkheid en financiële bijdrage 1.

2.

3.

De samenwerkende gemeenten dragen er zorg voor dat Sociaal Domein Flevoland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Indien een gemeente weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, dan doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Het bestuur stelt een bijdrageregeling vast, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemende colleges financieel bijdragen aan de middelen van Sociaal Domein Flevoland. Artikel 23. Kadernota

Het bestuur zendt uiterlijk voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden. Artikel 24. Zienswijzeprocedure en vaststelling begroting 1. 2. 3. 4.

5. 6. 7.

8.

Het bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste twaalf weken voordat deze wordt vastgesteld toe aan de raden. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. Het bepaalde in het eerste, derde, vierde en zesde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij wijziging wordt gebracht in de bijdragen van de samenwerkende gemeenten.

Het bepaalde in het vijfde en zevende lid is van toepassing, met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en in dat geval inzending aan gedeputeerde staten niet voor 15 september hoeft plaats te vinden. Artikel 25. Jaarrekening

1. 2. 3.

Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Artikel 26. Financieel besluit

1. Het bestuur stelt overeenkomstig artikel 35, zevende lid van de wet een financieel besluit vast waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 212 Gemeentewet.

8

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

2. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, bevat de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Het besluit waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 3. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval, maar niet uitsluitend: a. regels voor waardering en afschrijving van activa, en b. regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie. Artikel 27. Financieel controlebesluit 1. Het bestuur stelt overeenkomstig artikel 35, zevende lid van de wet een financieel controlebesluit vast waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 213 Gemeentewet. 2. Het financiële controlebesluit, bedoeld in het eerste lid, bevat regels voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Het besluit waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst 3. Het bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 25 bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen.

Hoofdstuk 5: Bepalingen over de regeling Artikel 28. Duur De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 29. Evaluatie 1.

2.

3.

Het bestuur draagt na twee jaar zorg voor een evaluatie van de regeling, gerekend vanaf het moment van inwerkingtreding van de regeling of een wijziging van de regeling. Na deze eerste evaluatie vanaf het moment van inwerkingtreding van de regeling of een wijziging van de regeling wordt de regeling elke vier jaar geëvalueerd. Ten dienste van de evaluaties bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel, draagt het bestuur zorg voor een nulmeting, waarbij 2026 als peildatum wordt aangehouden. Voorafgaand aan de nulmeting stelt het bestuur de indicatoren op die bij de nulmeting en alle daaropvolgende evaluaties worden toegepast. Het bestuur draagt zorg voor een evaluatie van de taakuitvoering door Sociaal Domein Flevoland, de uitvoering van regionale voorzieningen door de door Sociaal Domein Flevoland gecontracteerde aanbieders en de samenwerking tussen Sociaal Domein Flevoland en de gecontracteerde aanbieders. Deze evaluatie vindt in ieder geval eens per twee jaar plaats. Bij de uitvoering van de evaluatie worden de gecontracteerde aanbieders actief betrokken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 30. Toetreding

1. 2. 3.

4.

Andere colleges dan de deelnemende colleges bedoeld in artikel 1, onder b, kunnen een verzoek tot toetreding indienen bij het bestuur. Het bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de deelnemende colleges. Toetreding tot de regeling is slechts mogelijk indien de deelnemende colleges daartoe unaniem besluiten, na voorafgaande zienswijze en toestemming van de raden overeenkomstig artikel 1 van de wet. Het bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding, voordat over de toetreding wordt besloten.

9

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Artikel 31. Uittreding 1. Elk der deelnemende colleges kan, na zienswijze daarop door en met verkregen toestemming van de raad, besluiten uit deze regeling te treden met ingang van een begrotingsjaar, mits het opzeggende college het voorgenomen besluit daartoe tenminste 2 jaar voordien ter kennis heeft gebracht van de overige deelnemende colleges. 2. Het bestuur stelt een voorstel op voor financiële, personele en overige gevolgen van de uittreding. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede, derde en vierde lid van de wet. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 3. Ten behoeve van het voorstel voor de financiële, personele en overige gevolgen, bedoeld in het vorige lid, wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend de genoemde gevolgen in kaart te brengen. De opdracht wordt verstrekt door het bestuur. Voorafgaand aan de opdrachtverstrekking wordt de uittredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de opdracht. 4. Het voorstel bedoeld in het tweede lid wordt definitief vastgesteld door het bestuur nadat de uittredende deelnemer in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven.

Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken voor vaststelling. Alsdan zijn de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen bindend. Het definitieve voorstel wordt vastgesteld uiterlijk acht kalendermaanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding, als bedoeld in het eerste lid, bekend heeft gemaakt. 5. Het bestuur en de uittredend college en de blijvende deelnemende colleges spannen zich gezamenlijk in om frictiekosten en desintegratiekosten zo laag mogelijk te houden. 6. Het voorstel bedoeld in het derde en vierde lid vermeldt de verdeling van desintegratiekosten en frictiekosten. Financieel uitgangspunt voor de bepaling van kosten en prijzen vormt de meest recente vastgestelde jaarrekening op dat moment. Bij de verdeling komen in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende aspecten aan de orde: a. overname door deelnemende colleges van geactiveerde goederen dan wel vergoeding wegens niet overnemen; b. overname van contractuele verplichtingen jegens leveranciers, dan wel vergoeding wegens niet overname; c. overname door deelnemende colleges van personeelsleden, dan wel vergoeding wegens niet overname, en d. eventuele nadelige financiële consequenties in verband met omzetbelastingen/of vennootschapsbelasting. 7.

Nadat het voorstel overeenkomstig het vierde lid is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan Sociaal Domein Flevoland te voldoen. Sociaal Domein Flevoland stelt de uittredende deelnemer desgewenst in de gelegenheid door overname van personeel, materieel, activa en passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen. 8. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het vierde lid, bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de deelnemende colleges. Artikel 32. Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer ter vergadering van het bestuur blijkt dat de deelnemende colleges van tenminste vier van de vijf deelnemende colleges tot deze opheffing hebben besloten. 2. De deelnemende colleges nemen geen besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij daartoe overeenkomstig artikel 1 van de wet toestemming, met daaraan voorafgaande zienswijze, hebben verkregen van hun raden. 3. In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige voorwaarden. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4.

Indien op grond van het eerste lid de regeling wordt opgeheven, geeft het bestuur een onafhankelijke derde opdracht om een opheffingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht bij gewone meerderheid van stemmen instemming is verkregen van de deelnemende colleges.

10

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

5. Het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemende colleges tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling en in de personele gevolgen van de opheffing. 6. Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het bestuur. Zij is daarmee tevens belast met de uitvoering van dit opheffingsplan. 7. Bij ontbinding van Sociaal Domein Flevoland in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft Sociaal Domein Flevoland voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is. Artikel 33. Wijziging 1. Het bestuur of een van de deelnemende colleges kan een voorstel voor wijziging van de regeling aan de deelnemende colleges zenden. 2. De regeling is gewijzigd indien de deelnemende colleges unaniem met de wijziging instemmen, na daaraan voorafgaande zienswijze en toestemming daartoe van de raden. Hoofdstuk 6:

Geschillen

Artikel 34. Geschillen 1.

2. 3.

4.

5.

Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van gedeputeerde staten van Flevoland wordt ingeroepen, spant het bestuur zich sterk in om een en ander minnelijk met elkaar op te lossen. Indien een minnelijke oplossing niet wordt bereikt, wordt het geschil voorgelegd aan geschillencommissie die een niet-bindend advies uitbrengt. De geschillencommissie, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit drie leden. Elke partij, betrokken bij het geschil, wijst een deskundige aan als lid van de geschillencommissie. De partijen wijzen gezamenlijk een onafhankelijke derde deskundige aan, die tevens voorzitter van de geschillencommissie is. Op basis van het advies van de geschillencommissie hervatten de partijen het overleg in een streven alsnog tot een oplossing in der minne te komen. In het geval niet binnen een jaar na het ontstaan van het geschil tot een oplossing in der minne wordt gekomen, wordt de beslissing van gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid, ingeroepen. Elke samenwerkende gemeente draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedures betreffende dit artikel. Eventuele gezamenlijke kosten zullen volgens de geldende verdeelsleutel worden verdeeld.

Hoofdstuk 7:

Slotbepalingen

Artikel 35. Archief 1. Het bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van Sociaal Domein Flevoland, overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen regeling. Het bestuur deelt voornoemde regeling mee aan de deelnemende colleges. 2. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de zorg voor de archiefbescheiden van Sociaal Domein Flevoland komen ten laste van de Sociaal Domein Flevoland. 3. De zorg voor de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemende colleges gemandateerde taken berust bij deze organen. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Almere. 5. Nadat de in het derde lid bedoelde archiefbescheiden zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, worden deze beheerd door de archivaris van de gemeente Almere. 6. De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Bij opheffing van Sociaal Domein Flevoland worden alle onder beheer van de secretaris-directeur staande archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 11

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

8. De archivaris van de gemeente Almere is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Artikel 36. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt, maar niet eerder dan 1 januari 2027. Artikel 37. Bekendmaking 1. Het college van Almere draagt conform artikel 26 lid 1 van de wet zorg voor de bekendmaking van de regeling in de samenwerkende gemeenten door publicatie in het door de gemeente Almere uitgegeven gemeenteblad. 2. Sociaal Domein Flevoland draagt zorg voor opname in het door haar bij te houden register, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de wet. Artikel 38. Citeerwijze De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Flevoland.

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere op <datum> De secretaris

De burgemeester,

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten op <datum> De secretaris,

De burgemeester,

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder op <datum> De secretaris,

De burgemeester,

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk op <datum> De secretaris,

De burgemeester,

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad op <datum> De secretaris,

De burgemeester, 12

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Bijlagen: f. Bijlage 1: Leidende principes g. Bijlage 2: Taken

13

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Bijlage 1: Hier worden de leidende principes uit de intentieovereenkomst overgenomen. Met de toevoeging dat bij leidend artikel 16, lid 2 wordt toegevoegd:

1.

2.

In de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking wordt gewerkt op basis van besluitvorming bij consent. Van consent is sprake indien geen van de partijen een zwaarwegend en beargumenteerd bezwaar tegen het voorliggende besluit kenbaar maakt; unanimiteit is niet vereist. Het consentproces omvat ten minste: a. het indienen van een concreet voorstel; b. beeldvorming door het stellen van verduidelijkende vragen; c. het uitwisselen van relevante aandachtspunten en overwegingen; d. het expliciet vragen om consent, waarbij indien van toepassing zwaarwegende bezwaren worden ingebracht; e. het formuleren van concrete oplossingsrichtingen door diegene die het zwaarwegende bezwaar inbrengt om het voorstel aan te scherpen

14

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Bijlage 2: 1. Doel en status van deze bijlage Deze bijlage werkt de genoemde voorzieningen en taken van Sociaal Domein Flevoland voor de deelnemende gemeenten uit zoals bedoeld in artikel 4 en artikel 5 van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Flevoland (GR SDF). Deze bijlage wordt jaarlijks geactualiseerd als bijlage bij de begroting zoals vastgelegd in artikel 4, tweede lid GR SDF.

2. Kader Sociaal Domein Flevoland draagt voor de deelnemende regiogemeenten zorg voor regionale voorzieningen op basis van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en andere relevante wet- en regelgeving met inachtneming van eisen en kaders die aan de regionale samenwerking worden gesteld via wet- en regelgeving. Naast deze basistaken kan Sociaal Domein Flevoland op verzoek van één of meerdere colleges van de deelnemende regiogemeenten aanvullende taken (plustaken) uitvoeren na een positief besluit van het bestuur van Sociaal Domein Flevoland. Het bestuur kan op verzoek besluiten dat Sociaal Domein Flevoland ook taken uitvoert voor colleges van gemeenten die niet deelnemen aan deze regeling. 1. SDFL voert haar taken uit met inachtneming van de Jeugdwet, de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, Wmo 2015, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Algemene verordening gegevensbescherming en overige relevante wet- en regelgeving. 2. Voor de jeugdhulpvormen als bedoeld in de Jeugdwet/Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg geldt dat gemeenten gehouden zijn deze jeugdhulp vanaf 1 januari 2027 ten minste regionaal in te kopen. 3. Conform de Wmo 2015 zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.

Voor een deel van deze taken, nl. Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang/Veilig Thuis zijn door het Rijk centrumgemeenten aangewezen. Zij ontvangen de regionale middelen voor het uitvoeren van de genoemde taken voor de regio. In Flevoland is Almere de centrumgemeente. Inkoop/ subsidiëring, contractbeheer, monitoring en accountmanagement van deze regionale taken op grond van de Wmo 2015 wordt in de GR SDF belegd bij Sociaal Domein Flevoland

3. Afbakening 1. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zorgvormen die vallen onder de wettelijke verplichting van gemeenten om deze regionaal in te kopen en zogenoemde 'plustaken’ die (een deel van de) regiogemeenten zijn overeengekomen om gezamenlijk in te kopen of te subsidiëren. 2. De wettelijke verplichtingen zijn omschreven in artikel 2.2.3 van de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg/Jeugdwet en in algemene zin in artikel 1.1.2 Wmo 2015. 3. De zorgvormen die in deze bijlage zijn aangeduid als plustaken zijn vastgesteld conform artikel 4, derde lid, van de Gemeenschappelijke Regeling en worden alleen uitgevoerd op verzoek van één of meerdere deelnemende gemeenten, na bestuurlijke besluitvorming daarover en vastlegging in het dienstverleningshandvest en een bijbehorende dienstverleningsovereenkomst, inclusief afspraken over bekostiging.

15

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

4. Overzicht hulpvormen Jeugdhulp, wettelijk verplicht De wettelijk verplichte regionale zorgvormen op grond van de Jeugdwet en de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg waarin de regio Sociaal Domein Flevoland voorziet door middel van inkoop, contractbeheer, monitoring en accountmanagement, zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Jeugdhulp – wettelijke verplichting • • • • • • • • • • • • •

Jeugdhulp met verblijf Pleegzorg; Multidisciplinaire specialistische jeugdhulp bij meervoudige of complexe problematiek; Multidisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg; Forensische jeugdhulp; Jeugdhulp in verband met zintuiglijke beperkingen; Crisishulp; Multidisciplinaire dagbehandeling in groepsverband; Hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg; Specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld; Jeugdhulp in verband met ernstige problematiek op het gebied van onzindelijkheid. Jeugdbescherming/Jeugdreclassering Regionaal Expert Team (RET)

Jeugdhulp, plustaken Taken op basis van de Jeugdwet die niet wettelijk verplicht zijn om inkoop, contractbeheer, monitoring en accountmanagement regionaal te organiseren maar die onder de Centrumregeling regionaal zijn belegd vanwege omvang, specialisme en/of synergie, of op aanvraag van één of meerdere gemeenten, zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Jeugdhulp – plustaken • •

Basis GGZ Basis begeleiding en Dagbesteding

16

Status van het document: Ontwerp Datum: 2 maart 2026

Wmo De Wmo 2015 beschrijft niet expliciet voor welke zorgvormen/voorzieningen inkoop (in het geval van Wmo betreft het in de meeste gevallen subsidiëring), contractbeheer, monitoring en accountmanagement (regionaal) georganiseerd dient te worden. Per 1 januari 2027 is het uitgangspunt dat Sociaal Domein Flevoland de taken, zoals deze regionaal zijn georganiseerd op 1 januari 2026, ook als plustaak gaat uitvoeren vanaf 1 januari 2027. Dit overzicht wordt jaarlijks geactualiseerd in de bijlage bij de begroting. Het huidige overzicht van deze taken is gebaseerd op: - De zorgvormen/voorzieningen waarvoor Almere als centrumgemeente van de Rijksoverheid de regionale middelen Wmo 2015 ontvangt (uitkering via Gemeentefonds, jaarlijks geactualiseerd in de mei- en septembercirculaire); - Het Regionaal Beleidskader Zorglandschap Wmo 2022-2026; - Begrotingsvaststelling BOSD / gemeenteraden eind 2025. •

•

•

• •

Beschermd wonen − Beschermd wonen hoog, midden − Beschut wonen − Gewoon Thuis − Logeerbedden − Toegang (hybride) − Toezicht − Flevolandse Avond- en Nachtdienst Maatschappelijke Opvang − Toegang Maatschappelijke Opvang − Dag- en Nachtopvang − Winterkoudeopvang − Gezinsopvang − Housing First Verslavingszorg - Ambulant - Bemoeizorg - Dagactiviteiten - Casemanagement Openbare Geestelijke Gezondheidszorg - Vangnet & Advies - Bemoeizorg Vrouwenopvang - Veilig Thuis - Ambulante hulpverlening - Crisisopvang en begeleid wonen - Steunpunt Huiselijk Geweld - Tijdelijk Huisverbod - Huisvesting ihkv Reclassering - Centrum Seksueel Geweld - Opvang multi problem slachtoffers mensenhandel - Meldpunt mensenhandel - Zorgcoördinatie mensenhandel

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1400/documents/21479