Bijlage 1 Conceptovereenkomst def 474652__658655__.pdf
Tekst van het document
OVEREENKOMST
INZAKE
SANERING STUDENTENWONINGEN
EN COMPENSATIE
tussen
De gemeente Dronten en
Dhr. C. de Regt, Mevr. G. Hamberg, Dhr. G. J. de Regt, Mevr. C. M. M. Jonk, Dhr. H. A. Bosman, en Mevr. A. M. de Regt.
#24333591v2
ONDERGETEKENDEN:
1.
de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DRONTEN, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 3216 5460 0000 en zetelende aan (8251 ER) De Rede 1 te Dronten, ten deze op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer drs. J. P. Gebben, handelende ter uitvoering van het besluit ex art. 160 lid 1 onder d Gemeentewet van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten d. d. [in te vullen],
hierna: “de Gemeente”. EN 2.
Dhr. C. de Regt,
3.
Mevr. G. Hamberg,
4.
Dhr. G. J. de Regt,
5.
Mevr. C. M. M. Jonk,
6.
Dhr. H. A. Bosman, en
7.
Mevr. A. M. de Regt.
ondergetekenden 2 tot en met 7 hierna gezamenlijk in enkelvoud aangeduid als: “De Regt”. De Gemeente en De Regt hierna tezamen nader aan te duiden als ‘Partijen’ en hierna afzonderlijk ook te noemen ‘Partij’
#24333591v2
OVERWEGENDE DAT:1
(A) Op het grondgebied van de Gemeente verschillende onderwijsinstellingen gevestigd zijn met regionale en zelfs landelijke bekendheid, die de afgelopen jaren groei in studentenaantallen hebben doorgemaakt; (B) Een deel van de studenten van deze onderwijsinstellingen in studentenhuisvesting een
in Dronten woont; (C) De Gemeente trots is op het succes van deze onderwijsinstellingen, en op het feit dat de studenten op zoveel vlakken een onderdeel vormen van Dronten; (D) De Gemeente sinds een aantal jaren beleid hanteert om bij het toestaan van nieuwe locaties van studentenhuisvesting concentratie van studentenhuisvestingslocaties in woonwijken te voorkomen, aangezien dergelijke concentratie onder meer tot overlast voor omwonenden kan leiden, welk beleid onder meer wordt uitgevoerd middels bestemmingsplanregelingen; (E) In bepaalde gebieden een concentratie van studentenwoningen bestaat, die door de Gemeente als onwenselijk wordt beschouwd en naar het oordeel van de Gemeente in strijd is met het beleid om concentratie van studentenwoningen te voorkomen. De betreffende studentenwoningen worden niet in strijd met het vigerende bestemmingsplan als studentenwoning gebruikt; (F) De Regt eigenaar is van 17 woningen in Dronten waar studenten gehuisvest worden; (G) De Gemeente ernaar streeft om bij al deze 17 woningen de Studentenbewoning te (laten/doen) beëindigen, aangezien op deze locaties naar het oordeel van de Gemeente sprake is van een te grote concentratie aan studentenhuisvesting; (H) De Regt bereid is om medewerking te verlenen aan het beëindigen van de Studentenbewoning van de woningen, indien de Gemeente het nadeel dat De Regt door
beëindiging van
de Studentenbewoning
zal ondervinden,
aan
De
Regt
compenseert;
(I)
Partijen in deze Overeenkomst afspraken wensen te maken over de beëindiging van de Studentenbewoning van 17 woningen en de compensatie die de Gemeente daarvoor biedt, waarbij Partijen drie categorieën compensatie voor ogen hebben: 1) verkoop door de Gemeente aan De Regt van een erfpachtrecht en bijbehorende
1 N. B.
In deze considerans wordt, tenzij uit de context of de relevante zinsnede ondubbelzinnig anders blijkt, aan de termen met een begin-hoofdletter de betekenis toegekend die in Artikel 1. 1 van deze Overeenkomst vermeld staat.
#24333591v2
opstallen
aan
de
Rendierweg,
2)
inspanning
van
de
gemeente
tot
bestemmingswijziging voor de locatie N307 en 3) verkoop van een bouwperceel en inspanning van de gemeente tot medewerking aan bestemmingswijziging bij voor de Locatie Bruggepoort. (J)
Voor de overige 4 woningen overweegt De Regt een zorglocatie te realiseren binnen de gemeente Dronten. Partijen zullen daarover in overleg treden, om te bezien of zij kunnen komen tot afspraken die in het verlengde liggen van de onderhavige Overeenkomst.
KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: ARTIKEL 1 1. 1
#24333591v2
DEFINITIES, INTERPRETATIES EN CONTEXT
In deze Overeenkomst wordt, tenzij uit de context of de relevante zinsnede ondubbelzinnig anders blijkt, aan de hieronder opgenomen onderstreepte termen met een hoofdletter de betekenis toegekend die daarnaast staat vermeld: a.
Artikel: een artikel van deze Overeenkomst.
b.
Bijlage: een bijlage bij deze Overeenkomst.
c.
College: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente.
d.
Compensatie Bruggepoort: de door de Gemeente te verrichten tegenprestatie in ruil voor de beëindiging van de Studentenbewoning van alle Studentenwoningen C.
e.
Compensatie N307: de door de Gemeente te verrichten tegenprestatie in ruil voor de beëindiging van de Studentenbewoning van alle Studentenwoningen B.
f.
Compensatie Rendierweg: de door de Gemeente te verrichten tegenprestatie in ruil voor de beëindiging van Studentenbewoning van alle Studentenwoningen A.
g.
Locatie Bruggepoort: het perceel kadastraal bekend gemeente Dronten, sectie B, nummer 4139, groot 9. 009 m,2 zoals aangeduid op de kaart in Bijlage 2.
h.
Locatie N307: de locatie zoals aangeduid op de kaart in Bijlage 3.
i.
Locatie Rendierweg: het perceel kadastraal bekend gemeente Dronten, sectie B, nummer 3607, groot 244. 786 m,2 zoals aangeduid op de kaart in Bijlage 1.
j.
Overeenkomst: deze overeenkomst tussen de Gemeente en De Regt.
k.
Staat: de Staat der Nederlanden.
l.
Studentenwoningen A: de volgende woningen: De Oeverloper 33, 35, 37, 39, 51, 53, 63 en 133.
m.
Studentenwoningen B: de volgende woningen: De Morinel 24 en 58 .
n.
Studentenwoningen C: de volgende woningen: De Morinel 98 en 166 en De Grutto 115.
o.
Studentenbewoning: het gebruik voor de huisvesting van twee of meer huishoudens, zulks in de betekenis daaraan gegeven in de toelichting van het bestemmingsplan Woongebieden Gemeente Dronten zoals die luidt op het moment van het aangaan van deze Overeenkomst, van een of meer Studentenwoningen A, B en/of C.
1. 2
Definities kunnen zonder verlies van betekenis in enkelvoud of in meervoud worden gebruikt.
1. 3
Verwijzingen naar wettelijke bepalingen betreffen verwijzingen naar wettelijke bepalingen zoals deze luiden bij het aangaan van deze Overeenkomst. In afwijking daarvan geldt dat, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, voor bepalingen van wettelijke regelingen waarvoor de Omgevingswet in de plaats is getreden de vervangende bepalingen van de Omgevingswet moet worden gelezen.
ARTIKEL 2
DOEL EN AARD VAN DEZE OVEREENKOMST
Partijen leggen in deze Overeenkomst de tussen hen gemaakte afspraken vast voor wat betreft de door De Regt te bewerkstelligen beëindiging van Studentenbewoning van álle Studentenwoningen A, B en C, alsmede de Compensatie Rendierweg, Compensatie N307 en Compensatie Bruggepoort. ARTIKEL 3 3. 1
2 HR
PUBLIEKRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTE
De Regt is zich ervan bewust dat de Gemeente, en dan met name haar (bestuurs-) organen, gebonden is/zijn aan haar/hun (publiekrechtelijke) verantwoordelijkheid voortvloeiende uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, wet- en regelgeving etc. , waaronder doch niet uitsluitend aanbestedingsrechtelijke en staatssteunrechtelijke wet- en regelgeving, alsmede de gebondenheid van de Gemeente aan het Didam-arrest, 2 en dat zij voorts verplicht is/zijn acht te slaan op de belangen van derden. Hetgeen in 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam).
#24333591v2
deze Overeenkomst is opgenomen doet niets af aan die verantwoordelijkheid en verplichting en kan er onder meer nooit toe leiden dat de bevoegde organen van de Gemeente niet (meer) de vrijheid hebben om bij het uitoefenen van de bevoegdheden belangen van derden (zoals bijvoorbeeld omwonenden) op een zorgvuldige wijze te wegen en daar consequenties aan te verbinden. Dit houdt in dat de Gemeente, althans haar organen, mogelijk publiekrechtelijke rechtshandelingen verricht(en), die niet in het voordeel zijn van de aard of de strekking van hetgeen in deze Overeenkomst is bepaald, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan het (eventueel) niet wijzigen van een bestemmingsplan of het niet verlenen van een (omgevings)vergunning. Partijen onderkennen dat in deze Overeenkomst geen afspraken worden gemaakt over (gebruikmaking van) bevoegdheden van de Raad. 3. 2
Handelen van de Gemeente of haar organen conform het bepaalde in Artikel 3. 1 kan nimmer leiden tot aansprakelijkheid van de Gemeente.
AFSPRAKEN LOCATIE RENDIERWEG / STUDENTENWONINGEN A ARTIKEL 4
BEËINDIGING STUDENTENBEWONING
4. 1
De Regt bewerkstelligt, met inachtneming van artikel 4. 3, dat uiterlijk op 31 augustus 2024 de Studentenbewoning van álle Studentenwoningen A is beëindigd. De verplichting, opgenomen in dit Artikel 4. 1, betreft een resultaatsverplichting.
4. 2
De Regt is in verband met het beëindigen van de Studentenbewoning gehouden om de in Bijlage 4 opgenomen kwalitatieve verplichting (en kettingbedingen) ten behoeve van de Gemeente en ten laste van álle Studentenwoningen A bij notariële akte in de openbare registers in te schrijven, uiterlijk binnen één (1) maand nadat deze Overeenkomst tot stand komt.
4. 3
De Regt zal zich maximaal inspannen om de Studentenwoningen A uiterlijk op het moment als bedoeld in Artikel 4. 1 vrij te hebben gemaakt van Studentenbewoning. Partijen komen overeen dat indien (een deel van) de Studentenwoningen A op het in Artikel 4. 1 genoemde moment niet vrij zijn van Studentenbewoning, De Regt aan de Gemeente een vergoeding verschuldigd is ter hoogte van de helft van de huur van de desbetreffende Studentenwoning(en) A totdat deze alsnog vrij zijn van Studentenbewoning.
ARTIKEL 5 5. 1
#24333591v2
COMPENSATIE RENDIERWEG
Als compensatie voor de beëindiging van de Studentenbewoning bij álle Studentenwoningen A heeft De Regt het recht om van de Gemeente (onder de opschortende voorwaarde dat is voldaan aan het bepaalde in Artikel 4. 1) het
erfpachtrecht en de bijbehorende opstallen te kopen dat betrekking heeft op de Locatie Rendierweg. 5. 2
Het is De Regt bekend, en hij gaat ermee akkoord, dat Studentenbewoning van álle Studentenwoningen A door wijziging van het ter plaatse van de Studentenwoningen A geldende bestemmingsplan (of (een) bijlage(n) daarbij) en/of anderszins illegaal/niet toegestaan in het bestemmingsplan zal worden, nadat de compensatie als bedoeld in Artikel 5. 1 is verleend. De Regt doet afstand van welk recht dan ook (met uitzondering van de compensatie als bedoeld in Artikel 5. 1), waaronder maar niet beperkt tot planschade, op compensatie/vergoeding van enige schade die hij daardoor (mogelijk) lijdt of nog zal lijden. Voor zover enige aanspraak voor De Regt zou bestaan op een tegemoetkoming in de zin van artikel 6. 1 Wro, of in de zin van vergelijkbare bepalingen in de Omgevingswet wanneer die in werking is getreden, is die tegemoetkoming met deze Overeenkomst voldoende anderszins verzekerd. De Regt vrijwaart de Gemeente voor alle aanspraken die derden geldend (zouden) (kunnen) maken tegen de Gemeente als gevolg van het feit dat Studentenbewoning van de Studentenwoningen A illegaal/strijdig met het bestemmingsplan wordt.
5. 3
De Regt verklaart op vrijwillige basis hierbij dat hij geen zienswijzen zal indienen of rechtsmiddelen zal aanwenden tegen de wijziging van (bijlage 1 bij) het bestemmingsplan Woongebieden Dronten waarbij Studentenbewoning van de Studentenwoningen A strijdig met het bestemmingsplan/illegaal is gemaakt ter uitvoering van deze Overeenkomst.
ARTIKEL 6
DIDAM-ARREST EN OVERIGE RISICO’S
6. 1
Partijen zijn zich ervan bewust dat de Hoge Raad het Didam-arrest heeft gewezen. 3 Vooralsnog zijn Partijen van mening dat De Regt, gelet op de systematiek en achterliggende gedachte van deze Overeenkomst, de enige serieuze gegadigde is voor aankoop van het erfpachtrecht voor de Locatie Rendierweg.
6. 2
De Gemeente zal, uiterlijk op 31 december 2023, een publicatie doen overeenkomstig de eisen van het Didam-arrest waarin zij zich op het standpunt stelt dat De Regt de enige serieuze gegadigde is voor aankoop van het erfpachtrecht voor de Locatie Rendierweg. Partijen zijn zich bewust van het risico dat derden menen eveneens een serieuze gegadigde te zijn voor aankoop van het erfpachtrecht voor de Locatie Rendierweg.
3 HR
26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam).
#24333591v2
6. 3
Indien: a.
niet binnen de in de publicatie als bedoeld in het vorige artikellid gestelde termijn een derde een kort geding is gestart; of
b.
de rechter na een geëntameerd kort geding door een derde tot de slotsom komt dat de Gemeente het erfpachtrecht aan De Regt mag verkopen én leveren; én de Gemeente ook niet overigens (op redelijke gronden) tot het inzicht komt dat een derde een serieuze gegadigde is, zal de Gemeente vervolgens het erfpachtrecht voor de locatie Rendierweg verkopen aan De Regt.
6. 4
Indien de Gemeente – naar aanleiding van een reactie op de publicatie door een derde, naar aanleiding van een gerechtelijke uitspraak of anderszins – tot het oordeel komt dat De Regt niet de enige serieuze gegadigde is voor verkrijging van het erfpachtrecht voor de Locatie Rendierweg, dan zullen Partijen in overleg treden teneinde te proberen een oplossing te vinden. Lukt dat niet binnen twee maanden, dan heeft ieder der Partijen de bevoegdheid deze Overeenkomst deels te ontbinden, hetgeen betekent dat ieder der Partijen deze Overeenkomst dan enkel kan ontbinden met betrekking tot Artikel 4 tot en met Artikel 6 daarvan, doch niet met betrekking tot de overige delen/Artikelen daarvan. Partijen zijn elkaar in dat geval geen enkele vergoeding voor kosten of schade, hoe dan ook genaamd (waaronder mede begrepen waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:272 BW), verschuldigd en hebben over en weer geen ongedaanmakingsverplichtingen.
6. 5
Conform de erfpachtvoorwaarden van de erfpacht van het Locatie Rendierweg behoeft de Gemeente instemming van de Staat voor vervreemding van dit erfpachtrecht. De Artikelen 4 tot en met 6 van deze Overeenkomst worden aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de Staat de bedoelde toestemming uiterlijk op 31 december 2023 afgeeft.
6. 6
Indien het erfpachtrecht voor de Locatie Rendierweg niet aan De Regt wordt geleverd vóór 1 april 2024, of indien (de overeenkomst die ten grondslag ligt aan) een dergelijke levering achteraf wordt vernietigd of nietig wordt verklaard, dan heeft ieder der Partijen de bevoegdheid deze Overeenkomst deels te ontbinden, hetgeen betekent dat ieder der Partijen deze Overeenkomst dan enkel kan ontbinden met betrekking tot Artikel 4 tot en met Artikel 6 daarvan, doch niet met betrekking tot de overige delen/Artikelen daarvan. Partijen zijn elkaar in dat geval geen enkele vergoeding voor kosten of schade, hoe dan ook genaamd (waaronder mede begrepen waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:272 BW), verschuldigd en hebben over en weer geen ongedaanmakingsverplichtingen.
#24333591v2
AFSPRAKEN LOCATIE N307 / STUDENTENWONINGEN B ARTIKEL 7
BEËINDIGING STUDENTENBEWONING
7. 1
De Regt bewerkstelligt, met inachtneming van Artikel 7. 3, dat uiterlijk binnen 3 maanden nadat het bestemmingsplan als bedoeld in Artikel 8. 1 onherroepelijk is geworden, de Studentenbewoning van álle Studentenwoningen B is beëindigd. De verplichting, opgenomen in dit Artikel 7. 1, betreft een resultaatsverplichting.
7. 2
De Regt is in verband met het beëindigen van de Studentenbewoning gehouden om de in Bijlage 4 opgenomen kwalitatieve verplichting (en kettingbedingen) ten behoeve van de Gemeente en ten laste van álle Studentenwoningen B bij notariële akte in de openbare registers in te schrijven, uiterlijk binnen één (1) maand nadat deze Overeenkomst tot stand komt.
7. 3
De Regt zal zich maximaal inspannen om de Studentenwoningen B uiterlijk op het moment als bedoeld in Artikel 7. 1 vrij te hebben gemaakt van Studentenbewoning. Partijen komen overeen dat indien (een deel van) de Studentenwoningen B op het in Artikel 7. 1 genoemde moment niet vrij zijn van Studentenbewoning, De Regt aan de Gemeente een vergoeding verschuldigd is ter hoogte van de helft van de huur van de desbetreffende Studentenwoning(en) B totdat deze alsnog vrij zijn van Studentenbewoning.
7. 4
Het is De Regt bekend, en hij gaat ermee akkoord, dat Studentenbewoning van álle Studentenwoningen B door wijziging van het ter plaatse van de Studentenwoningen B geldende bestemmingsplan (of (een) bijlage(n) daarbij) en/of anderszins illegaal/niet toegestaan in het bestemmingsplan zal worden, nadat de compensatie als bedoeld in Artikel 8. 6 is verleend. De Regt doet afstand van welk recht dan ook (met uitzondering van de compensatie als bedoeld in Artikel 8. 6), waaronder maar niet beperkt tot planschade, op compensatie/vergoeding van enige schade die hij daardoor (mogelijk) lijdt of nog zal lijden. Voor zover enige aanspraak voor De Regt zou bestaan op een tegemoetkoming in de zin van artikel 6. 1 Wro, of in de zin van vergelijkbare bepalingen in de Omgevingswet wanneer die in werking is getreden, is die tegemoetkoming met deze Overeenkomst voldoende anderszins verzekerd. De Regt vrijwaart de Gemeente voor alle aanspraken die Derden geldend (zouden) (kunnen) maken tegen de Gemeente als gevolg van het feit dat Studentenbewoning van de Studentenwoningen B illegaal/strijdig met het bestemmingsplan wordt.
7. 5
De Regt verklaart hierbij op vrijwillige basis dat hij geen zienswijzen zal indienen of rechtsmiddelen zal aanwenden tegen de wijziging van (bijlage 1 bij)
#24333591v2
het bestemmingsplan Woongebieden Dronten waarbij Studentenbewoning van de Studentenwoningen B strijdig met het bestemmingsplan/illegaal is gemaakt. ARTIKEL 8
COMPENSATIE N307
8. 1
De Regt zal een conceptontwerp voor een bestemmingsplan dat de huisvesting van 300 arbeidsmigranten op de Locatie N307 planologisch mogelijk maakt uiterlijk op 31 oktober 2023 ter goedkeuring toezenden aan het College. Na ontvangst daarvan zal het College dit ontwerp binnen 8 weken toetsen. Als het College na toetsing zijn goedkeuring onthoudt, geeft het College aan welke aanpassingen nodig zijn. De Regt zal vervolgens het conceptontwerp conform deze aanwijzingen aanpassen en wederom bij het College aanleveren, waarop de procedure herhaald wordt. Na goedkeuring van een conceptontwerp zal het College dit ontwerp in procedure brengen. Bij uitvoering van het bepaalde in dit Artikel 8. 1 nemen partijen in acht dat zij beogen vóór 31 december 2023 een ontwerp voor het bestemmingsplan ter inzage te leggen dat de huisvesting van arbeidsmigranten op de Locatie N307 planologisch mogelijk maakt.
8. 2
Nadat het College een ontwerp in procedure heeft gebracht voor een bestemmingsplan dat de huisvesting van arbeidsmigranten op de Locatie N307 planologisch mogelijk maakt, zal het College zich inspannen om dit bestemmingsplan onherroepelijk te laten worden. Hierbij gaat het om een inspannings- (en geen resultaats-) verplichting, hetgeen betekent dat het College al het redelijkerwijs mogelijke doen om het beoogde doel te bereiken doch nadrukkelijk niet garandeert dat het doel bereikt wordt.
8. 3
De Regt zal – niet eerder dan na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan als bedoeld in Artikel 8. 1 – een ontvankelijke en volledige aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning voor de (bouw van de) huisvesting van arbeidsmigranten op de locatie N307.
8. 4
De Gemeente werkt desgevraagd mee aan de toepassing van de gecoördineerde besluitvormingsprocedure en maakt het aldus mogelijk dat over het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gecoördineerde besluitvorming plaatsvindt.
8. 5
Het College spant zich – onder de opschortende voorwaarde dat voldaan is aan hetgeen bepaald is in Artikel 7. 1 – in om de omgevingsvergunning(en) als bedoeld in Artikel 8. 3 en 8. 4 te verlenen. Dat betekent dat het College al het redelijkerwijs mogelijke doet om het beoogde doel te bereiken doch nadrukkelijk niet garandeert dat het doel bereikt wordt.
#24333591v2
8.6
De
Compensatie genoemde.
8.7
Partijen zijn van oordeel dat eventuele kosten van grondexploitatie als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro voldoende anderszins verzekerd zijn.
8.8
De
Regt zal
N307
bestaat uit het in Artikel 8.1, 8.2, 8.3, 8.4
en
8.5
de Gemeente het totale bedrag aan planschade* dat de Gemeente bij daartoe strekkende onherroepelijke
aan
compenseren besluiten toekent. De gemeente zal voor deze planschade een of meerdere facturen toezenden aan De Regt. De Regt zal het in de factuur genoemde bedrag binnen twee (2) weken na dagtekening van de factuur voldoen. Indien de Gemeente op grond van art. 6.1.3.7 Bro voorschotten op de toe te kennen vergoeding dient te voldoen, komen die voor rekening van De Regt. Het restitutierisico van betaalde voorschotten berust bij De Regt. 8.9
Indien het bestemmingsplan dat de huisvesting van arbeidsmigranten op de Locatie N307 planologisch mogelijk maakt niet uiterlijk 1 januari 2026 is
vastgesteld, betaalt de
vergoeding van de door De Regt ten behoeve van dat bestemmingsplan en de bestemmingsplanprocedure gemaakte externe kosten, waarbij voor de hoogte van de vergoeding het volgende geldt: @
de
Gemeente
De
aan
van vergoeding bedraagt (geanonimiseerd)
Regt
een
de kosten die voldoen
aan
de
volgende
punten: im
enkel
vergoeding komen in aanmerking kosten voor externe deskundigen, voor zover het redelijk is dat De Regt de desbetreffende deskundigen heeft ingeschakeld en de hoogte van de kosten redelijk is;
im
voor
kosten komen worden
@
enkel
voor
vergoeding
onderbouwd
aan
de hand
gespecificeerde facturen;
en
waarbij het maximum
de
ARTIK! EL9
van
in
van
aanmerking voor zover deze (indien van toepassing) naar uren
vergoeding
(geanonimiseerd) bedraagt
RISICO'S
Indien het
bestemmingsplan dat de huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk maakt op de locatie N307 niet op uiterlijk 1 januari 2026 vastgesteld is, of indien dit onherroepelijk vernietigd wordt, dan heeft ieder der Partijen de Er
$
Hiermee
6.5
1V2
#2433359
wordt
gedoeld
Wro, als gevolg
van
op de schade als bedoeld
bestemmingsplan
in art. 6.1
Wro, daaronder mede begrepen de kosten als bedoeld in art.
als bedoeld in Artikel 8.1
en
de
omgevingsvergunning
als bedoeld in Artikel 8.5.
bevoegdheid deze Overeenkomst deels te ontbinden, hetgeen betekent dat ieder der Partijen deze Overeenkomst dan enkel kan ontbinden met betrekking tot Artikel 7 tot en met Artikel 9 daarvan, doch niet met betrekking tot de overige delen/Artikelen daarvan. Partijen zijn elkaar in dat geval geen enkele vergoeding voor kosten of schade, hoe dan ook genaamd (waaronder mede begrepen waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:272 BW), verschuldigd en hebben over en weer geen ongedaanmakingsverplichtingen, anders dan de vergoeding van Artikel 8. 9. AFSPRAKEN LOCATIE BRUGGEPOORT / STUDENTENWONINGEN C ARTIKEL 10BEËINDIGING STUDENTENBEWONING 10. 1
De Regt bewerkstelligt, met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10. 3, dat uiterlijk drie maanden nadat het bestemmingsplan als bedoeld in Artikel 11. 2 onherroepelijk is de Studentenbewoning van álle Studentenwoningen C is beëindigd. De verplichting, opgenomen in dit Artikel 10. 1, betreft een resultaatsverplichting.
10. 2
De Regt is in verband met het beëindigen van de Studentenbewoning gehouden om de in Bijlage 4 opgenomen kwalitatieve verplichting (en kettingbedingen) ten behoeve van de Gemeente en ten laste van álle Studentenwoningen C bij notariële akte in de openbare registers in te schrijven, uiterlijk binnen één (1) maand nadat deze Overeenkomst tot stand komt.
10. 3
De Regt zal zich maximaal inspannen om de Studentenwoningen C uiterlijk op het moment als bedoeld in Artikel 10. 1 vrij te hebben gemaakt van Studentenbewoning. Partijen komen overeen dat indien (een deel van) de Studentenwoningen C op het in Artikel 10. 1 genoemde moment niet vrij zijn van Studentenbewoning, De Regt aan de Gemeente een vergoeding verschuldigd is ter hoogte van de helft van de huur van de desbetreffende Studentenwoning(en) C totdat deze alsnog vrij zijn van Studentenbewoning.
10. 4
Het is De Regt bekend, en hij gaat ermee akkoord, dat Studentenbewoning van álle Studentenwoningen C door wijziging van het ter plaatse van de Studentenwoningen C geldende bestemmingsplan (of (een) bijlage(n) daarbij) en/of anderszins illegaal/niet toegestaan in het bestemmingsplan zal worden, nadat de compensatie als bedoeld in Artikel 11. 7 is verleend. De Regt doet afstand van welk recht dan ook (met uitzondering van de compensatie als bedoeld in Artikel 11. 7), waaronder maar niet beperkt tot planschade, op compensatie/vergoeding van enige schade die hij daardoor (mogelijk) lijdt of nog zal lijden. Voor zover enige aanspraak voor De Regt zou bestaan op een tegemoetkoming in de zin van artikel 6. 1 Wro, of in de zin van vergelijkbare bepalingen in de Omgevingswet wanneer die in werking is getreden, is die
#24333591v2
tegemoetkoming met deze Overeenkomst voldoende anderszins verzekerd. De Regt vrijwaart de Gemeente voor alle aanspraken die Derden geldend (zouden) (kunnen) maken tegen de Gemeente als gevolg van het feit dat Studentenbewoning van de Studentenwoningen C illegaal/strijdig met het bestemmingsplan wordt. 10. 5
De Regt verklaart hierbij op vrijwillige basis dat hij geen zienswijzen zal indienen of rechtsmiddelen zal aanwenden tegen de wijziging van (bijlage 1 bij) het bestemmingsplan Woongebieden Dronten waarbij Studentenbewoning van de Studentenwoningen C strijdig met het bestemmingsplan/illegaal is gemaakt.
ARTIKEL 11COMPENSATIE BRUGGEPOORT 11. 1
De Regt zal een conceptontwerp voor een bestemmingsplan dat de huisvesting van 300 arbeidsmigranten op de Locatie Bruggepoort planologisch mogelijk maakt uiterlijk op 1 oktober 2023 ter goedkeuring toezenden aan het College. Na ontvangst daarvan zal het College dit ontwerp binnen een redelijke termijn toetsen. Als het College na toetsing haar goedkeuring onthoudt, geeft zij aan welke aanpassingen nodig zijn. De Regt zal vervolgens het conceptontwerp conform deze aanwijzingen aanpassen en wederom bij het College aanleveren, waarop de procedure herhaald wordt. Na goedkeuring van een conceptontwerp zal het College dit ontwerp in procedure brengen. Bij uitvoering van het bepaalde in dit Artikel 11. 1 nemen partijen in acht dat zij beogen vóór 31 december 2023 een ontwerp voor het bestemmingsplan ter inzage te leggen dat de huisvesting van arbeidsmigranten op de Locatie Bruggepoort planologisch mogelijk maakt.
11. 2
Nadat het College een ontwerp in procedure brengt voor een bestemmingsplan dat de huisvesting van arbeidsmigranten op de Locatie Bruggepoort planologisch mogelijk maakt, zal het College zich inspannen om dit bestemmingsplan onherroepelijk te laten worden. Hierbij gaat het om een inspannings- (en geen resultaats-)verplichting, hetgeen betekent dat het College al het redelijkerwijs mogelijke doet om het beoogde doel te bereiken doch nadrukkelijk niet garandeert dat het doel bereikt wordt.
11. 3
De Regt is geen leges verschuldigd voor de bestemmingsplanherziening Bruggepoort.
11. 4
Als onderdeel van de compensatie voor de beëindiging van de Studentenbewoning bij álle Studentenwoningen C ontvangt De Regt (onder de opschortende voorwaarde dat is voldaan aan het bepaalde in Artikel 10. 1) het recht om de Locatie Bruggepoort van de Gemeente te kopen, uiterlijk op 28 februari 2025.
#24333591v2
11. 5
De Regt dient – niet eerder dan na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan als bedoeld in Artikel 11. 1 – een ontvankelijke en volledige aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten op de locatie Bruggepoort. Na ontvangst daarvan zal het College deze aanvraag binnen een redelijke termijn toetsen. Als het College na toetsing haar goedkeuring onthoudt, geeft zij aan welke aanpassingen nodig zijn. De Regt zal vervolgens deze aanvraag conform deze aanwijzingen aanpassen en wederom bij het College aanleveren, waarop de procedure herhaald wordt.
11. 6
Het College spant zich – onder de opschortende voorwaarde dat voldaan is aan hetgeen bepaald is in Artikel 10. 1 – in om de omgevingsvergunning(en) als bedoeld in het vorige lid te verlenen. Dat betekent dat het College al het redelijkerwijs mogelijke doet om het beoogde doel te bereiken doch nadrukkelijk niet garanderen dat het doel bereikt wordt.
11. 7
De Compensatie Bruggepoort bestaat uit het in dit Artikel 11. 1, 11. 2 en 11. 3, 11. 5 en 11. 6 genoemde.
11. 8
Partijen zijn van oordeel dat eventuele kosten van grondexploitatie als bedoeld in artikel 6. 12 van de Wro voldoende anderszins verzekerd zijn.
11. 9
De Regt zal aan de Gemeente het totale bedrag aan planschade 5 compenseren dat de Gemeente bij daartoe strekkende onherroepelijke besluiten toekent. De gemeente zal voor deze planschade een of meerdere facturen toezenden aan De Regt. De Regt zal het in de factuur genoemde bedrag binnen twee (2) weken na dagtekening van de factuur voldoen. Indien de Gemeente op grond van art. 6. 1. 3. 7 Bro voorschotten op de toe te kennen vergoeding dient te voldoen, komen die voor rekening van De Regt. Het restitutierisico van betaalde voorschotten berust bij De Regt.
ARTIKEL 12DIDAM-ARREST EN OVERIGE RISICO’S 12. 1
Indien het bestemmingsplan dat de huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk maakt op de locatie Bruggepoort niet op uiterlijk 1 januari 2026 vastgesteld is, of indien dit onherroepelijk vernietigd wordt, dan heeft ieder der Partijen de bevoegdheid deze Overeenkomst deels te ontbinden, hetgeen betekent dat ieder der Partijen deze Overeenkomst dan enkel kan ontbinden met betrekking tot Artikel 10 tot en met Artikel 12 daarvan, doch niet met betrekking tot de
1. 2
5 Hiermee
#24333591v2
wordt gedoeld op de schade als bedoeld in art. 6. 1 Wro, daaronder mede begrepen de kosten als bedoeld in art. 6. 5 Wro, als gevolg van bestemmingsplan als bedoeld in Artikel 11. 2 en de omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 11. 6.
overige delen/Artikelen daarvan. Partijen zijn elkaar in dat geval geen enkele vergoeding voor kosten of schade, hoe dan ook genaamd (waaronder mede begrepen waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:272 BW), verschuldigd en hebben over en weer geen ongedaanmakingsverplichtingen. In afwijking van het voorgaande zal De Regt de Locatie Bruggepoort terugleveren aan de Gemeente en zal de Gemeente het bedrag dat De Regt betaald heeft uit hoofde van de voor de locatie Bruggepoort gesloten koopovereenkomst terugbetalen aan De Regt. 12. 2
Partijen zijn zich ervan bewust dat de Hoge Raad het Didam-arrest heeft gewezen. 6 Vooralsnog zijn Partijen van mening dat De Regt, gelet op de systematiek en achterliggende gedachte van deze Overeenkomst, de enige serieuze gegadigde is voor aankoop van de Locatie Bruggepoort.
12. 3
De Gemeente zal, uiterlijk op 31 december 2023, een publicatie doen overeenkomstig de eisen van het Didam-arrest waarin zij zich op het standpunt stelt dat De Regt de enige serieuze gegadigde is voor aankoop de Locatie Bruggepoort. Partijen zijn zich bewust van het risico dat derden menen eveneens een serieuze gegadigde te zijn voor aankoop van de Locatie Bruggepoort.
12. 4
Indien: a.
niet binnen de in de publicatie als bedoeld in het vorige artikellid gestelde termijn een derde een kort geding start; of
b.
de rechter na een geëntameerd kort geding door een derde tot de slotsom komt dat de Gemeente de Locatie Bruggepoort aan De Regt mag verkopen én leveren; én de Gemeente ook niet overigens (op redelijke gronden) tot het inzicht komt dat een derde een serieuze gegadigde is, zal de Gemeente de locatie Bruggepoort verkopen aan De Regt.
12. 5
6 HR
Indien de Gemeente – naar aanleiding van een reactie op de publicatie door een derde, naar aanleiding van een gerechtelijke uitspraak of anderszins – tot het oordeel komt dat De Regt niet de enige serieuze gegadigde is voor de Locatie Bruggepoort, dan zullen Partijen in overleg treden teneinde te proberen een oplossing te vinden. Lukt dat niet binnen twee maanden, dan heeft ieder der Partijen de bevoegdheid deze Overeenkomst deels te ontbinden, hetgeen betekent dat ieder der Partijen deze Overeenkomst dan enkel kan ontbinden met betrekking tot Artikel 10 tot en met Artikel 12 daarvan, doch niet met betrekking tot de overige delen/Artikelen daarvan. Partijen zijn elkaar in dat 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam).
#24333591v2
geval geen enkele vergoeding voor kosten of schade, hoe dan ook genaamd (waaronder mede begrepen waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:272 BW), verschuldigd en hebben over en weer geen ongedaanmakingsverplichtingen. 12. 6
Indien de Locatie Bruggepoort niet aan De Regt wordt verkocht vóór 1 januari 2026 dan heeft ieder der Partijen de bevoegdheid deze Overeenkomst deels te ontbinden, hetgeen betekent dat ieder der Partijen deze Overeenkomst dan enkel kan ontbinden met betrekking tot Artikel 10 tot en met Artikel 12 daarvan, doch niet met betrekking tot de overige delen/Artikelen daarvan. Partijen zijn elkaar in dat geval geen enkele vergoeding voor kosten of schade, hoe dan ook genaamd (waaronder mede begrepen waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:272 BW), verschuldigd en hebben over en weer geen ongedaanmakingsverplichtingen.
OVERIGE (ALGEMENE) BEPALINGEN ARTIKEL 13TOTSTANDKOMING OVEREENKOMST EN ONDERHANDELINGEN Totstandkoming 13. 1
Deze Overeenkomst komt pas tot stand (art. 6:217 BW) nadat: a.
het College overeenkomstig art. 160, eerste lid onder d van de Gemeentewet een besluit tot het aangaan van deze Overeenkomst heeft genomen, en
13. 2
b.
Partijen volledige overeenstemming hebben bereikt over de tekst van deze Overeenkomst, en
c.
deze Overeenkomst namens beide Partijen door daartoe bevoegde personen is ondertekend.
Tot het moment dat is voldaan aan alle in Artikel 13. 1 genoemde voorwaarden kunnen Partijen geen enkel recht ontlenen aan hetgeen in deze Overeenkomst is opgenomen. Tot het moment dat is voldaan aan al de in Artikel 13. 1 genoemde voorwaarden is de Gemeente daarnaast nooit aansprakelijk c. q. kan De Regt jegens de Gemeente nooit aanspraak maken op vergoeding van enigerlei schade, kosten of interesten (bijv. als de Gemeente de onderhandelingen afbreekt) en vice versa.
Onderhandelingen 13. 3
#24333591v2
De onderhandelingen over deze Overeenkomst worden in principe gevoerd door personen die onbevoegd zijn om deze namens de Gemeente aan te gaan. De eventuele aanwezigheid of betrokkenheid van – leden van – het College, de
burgemeester van de Gemeente en/ of van hun gevolmachtigde(n) bij de onderhandelingen, staat de werking van het bepaalde in de Artikelen 13. 1 en 13. 2 niet in de weg. Nadat tot een definitief concept is gekomen, zal deze worden voorgelegd aan het College dat alsdan een laatste ‘overall-toets’ uit zal voeren, waarbij het College op generlei wijze is gebonden aan hetgeen tijdens de onderhandelingen is besproken. ARTIKEL 14AANPASSING TERMIJNEN 14. 1
Partijen kunnen gezamenlijk, schriftelijk afspreken om een of meerdere van de termijnen uit deze Overeenkomst te wijzigen.
ARTIKEL 15ONTBINDING Aanvullende ontbindingsmogelijkheden 15. 1
In aanvulling op het bepaalde in art. 6:265 BW heeft de Gemeente het recht deze Overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk te ontbinden indien: a.
De Regt in staat van faillissement komt te verkeren, of
b.
voor
c.
De Regt zijn schuldeisers een onderhands akkoord aanbiedt, wordt geliquideerd of zijn onderneming staakt, of
d.
De Regt (een van) de Studentenwoning(en) geheel of gedeeltelijk vervreemdt, of ten aanzien daarvan enig goederenrechtelijk of persoonlijk gebruiksrecht verleent, voordat hij heeft voldaan aan zijn verplichtingen, genoemd in Artikel 4, Artikel 7 en/of Artikel 10. Uitzondering hierop is dat de partijen ‘De Regt’ wel onderling of aan rechtspersonen waarvan zij over het volledig eigendom beschikken de Studentenwoningen geheel of gedeeltelijk kunnen overdragen, mits De Regt hoofdelijk verbonden blijft voor nakoming van zijn verplichten uit deze Overeenkomst met betrekking tot de desbetreffende Studentenwoningen.
De Regt surséance van betaling is aangevraagd, of
Gevolgen van ontbinding (of andersoortige beëindiging) 15. 2
#24333591v2
Indien de Gemeente deze Overeenkomst ontbindt op grond van een in Artikel 15. 1 genoemde grond, bestaat er voor De Regt geen enkele aanspraak op vergoeding van schade en/of kosten en ontstaan er voor partijen geen verbintenissen tot ongedaanmaking van de reeds over en weer ontvangen en/of verrichte prestaties.
Wijze van ontbinding 15. 3
Ontbinding, op welke – wettelijke of contractuele – grond dan ook dient te geschieden door middel van een schriftelijke verklaring aan de andere Partij(en), onder vermelding van de ontbindingsgrond, te verzenden per exploot of per aangetekende post verzonden brief.
ARTIKEL 16(ON)OVERDRAAGBAARHEID RECHTEN EN PLICHTEN UIT DEZE OVEREENKOMST 16. 1
Het is voor De Regt zonder nadrukkelijke, schriftelijke toestemming van het College niet mogelijk zijn rechten en/of plichten uit hoofde van deze Overeenkomst en/of eventueel daaruit voortvloeiende overeenkomsten geheel of gedeeltelijk, direct of indirect over te dragen, te vervreemden, te verkopen en/of anderszins te bezwaren (zoals doch niet uitsluitend door het vestigen van een stil pandrecht). De rechten en/of plichten van De Regt uit hoofde van deze Overeenkomst en/of eventueel daaruit voortvloeiende overeenkomsten zijn zonder nadrukkelijke, schriftelijke toestemming van het College goederenrechtelijk dus onoverdraagbaar/onbezwaarbaar in de zin van art. 3:83 lid 2 BW.
16. 2
Indien De Regt om toestemming als bedoeld in Artikel 16. 1 vraagt, zal het College die toestemming niet op onredelijke gronden onthouden. Aan een eventueel te verlenen toestemming kan het College voorwaarden verbinden.
ARTIKEL 17RECHTSKEUZE, GESCHILLENREGELING EN FORUMKEUZE 17. 1
Op deze Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
17. 2
Een geschil bestaat indien een Partij zulks schriftelijk aan de andere Partij mededeelt, onder aanduiding van het geschil.
17. 3
Ten aanzien van alle geschillen die samenhangen met of voortvloeien uit deze Overeenkomst zullen Partijen zich inspannen en beijveren het geschil in onderling overleg op te lossen. Mochten Partijen er onderling niet uitkomen, dan zal het geschil in eerste instantie worden voorgelegd aan – de bevoegde rechter van – de rechtbank Midden-Nederland.
ARTIKEL 18EXCLUSIVITEIT 18. 1
#24333591v2
Partijen verklaren de Overeenkomst te hebben gelezen, de inhoud ervan volledig te begrijpen en de Overeenkomst in volledige vrijheid te ondertekenen.
18. 2
De Overeenkomst bevat al hetgeen Partijen in verband met de in Artikel 2 genoemde onderwerpen zijn overeengekomen en/of hebben toegezegd. Met de totstandkoming van deze Overeenkomst (Artikel 13. 1) eindigen alle overeenkomsten, afspraken en toezeggingen die Partijen ten aanzien van de in Artikel 2 genoemde onderwerpen mochten hebben gesloten, respectievelijk gemaakt, respectievelijk gedaan.
ARTIKEL 19SLOTBEPALING 19. 1
Geen aanpassing van, wijziging van of toevoeging aan deze Overeenkomst zal bindend zijn tussen Partijen, tenzij deze schriftelijk is vastgelegd en is ondertekend door beide Partijen. Het bepaalde in de vorige zin geldt tussen Partijen als een bewijsovereenkomst in de zin van art. 153 Rv en art. 7:900 lid 3 BW. In het verlengde daarvan kan het bewijs van een overeengekomen wijziging uitsluitend worden geleverd met een schriftelijke verklaring als bedoeld in de eerste volzin van dit Artikel; andere schriftelijke verklaringen en getuigenverklaringen ten aanzien van enige door mondelinge verklaringen of andere gedragingen overeengekomen wijziging zijn als bewijsmiddel uitgesloten.
19. 2
Indien één of meerdere bepalingen in deze Overeenkomst op enig moment geheel of gedeeltelijk nietig blijkt/blijken te zijn of vernietigd mochten worden, zullen Partijen in overleg treden teneinde te onderzoeken of de Overeenkomst gedeeltelijk in stand kan blijven en/of nieuwe bepalingen ter vervanging van de nietige of vernietigde bepalingen overeen te komen, waarbij zoveel als mogelijk het doel en de strekking van de oorspronkelijke bepalingen in acht wordt genomen. Indien Partijen niet binnen twee (2) maanden nadat met voornoemd overleg is aangevangen tot overeenstemming zijn gekomen, staat het Partijen geheel vrij het overleg af te breken zonder enige vorm van schadevergoeding verschuldigd te raken en geldt de geschillenregeling als bedoeld in Artikel 17. 3.
19. 3
Betaling van al hetgeen De Regt op grond van deze Overeenkomst aan de Gemeente verschuldigd is, zal uiterlijk op/binnen de in deze Overeenkomst genoemde data/termijnen – zonder opschorting, korting, aftrek of verrekening met een vordering welke De Regt op de Gemeente heeft of meent te hebben – geschieden op de in deze Overeenkomst voorgeschreven wijze. Indien geen wijze van betaling is voorgeschreven, geschiedt betaling door overmaking van dat bedrag op een door de Gemeente aan te duiden bankrekening onder vermelding van “Overeenkomst Studentenwoningen”.
ARTIKEL 20CONSIDERANS EN BIJLAGEN
#24333591v2
20. 1
20. 2
De considerans (“IN AANMERKING NEMENDE DAT”) en de in Artikel 20. 2 genoemde Bijlagen maken integraal onderdeel uit van deze Overeenkomst. Bij tegenstrijdigheid geldt de volgende volgorde (van boven naar beneden): a.
(de tekst van) de Artikelen.
b.
(de tekst van) de considerans.
c.
(de tekst van) de Bijlagen.
De volgende, door Partijen geparafeerde, Bijlagen vormen één onverbrekelijk geheel met deze Overeenkomst:
Bijlage 1. Kaart Locatie Rendierweg Bijlage 2. Kaart Locatie Bruggepoort Bijlage 3. Kaart Locatie N307 Bijlage 4. Tekst kwalitatieve verplichting
–
#24333591v2
ondertekening op de volgende bladen –
ONDERTEKENING:
Aldus in tweevoud opgemaakt en door Partijen ondertekend:
de gemeente Dronten Voor deze de heer drs. J. P. Gebben
Op: Te:
#24333591v2
Dhr. C. de Regt
Mevr. G. Hamberg
Op: Te:
Op: Te:
Mevr. C. M. M. Jonk
Dhr. G. J. de Regt
Op: Te:
Op: Te:
#24333591v2
Dhr. H. A. Bosman
Mevr. A. M. de Regt
Op: Te:
Op: Te:
#24333591v2
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
C Art. 5.1 lid 1 sub c Deze informatie betreft bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld