CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - concept Verordening Sociaal Domein 2024 (534530).pdf

Raadsvergadering 29 mei 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 7a: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststellen verordening Sociaal Domein gemeente Dronten 202419.573 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verordening Sociaal Domein Inleiding verordening sociaal domein Dronten

In deze verordening vindt u de regels en afspraken die zijn gemaakt binnen het sociaal domein. U kunt lezen wat u van de gemeente Dronten kunt verwachten, maar u leest ook wat wij van u verwachten. In deze inleiding vindt u informatie over onze uitgangspunten en doelen.

Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Dronten: •

actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan;

•

een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen;

•

hun financiën op orde hebben;

•

zoveel mogelijk kijken naar wat ze zelf kunnen om zichzelf te redden;

•

voor zichzelf kunnen zorgen;

•

een geschikte en schone woning hebben, waarin zij zelfstandig en veilig kunnen wonen;

•

dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen; en

•

dat ouders zelfstandig voor hun kinderen kunnen zorgen.

Het is de taak van de gemeente om inwoners hierbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij: •

Participatiewet (PW);

•

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

•

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

•

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

•

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); en

•

Jeugdwet;

De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Deze regels zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De begrippen en afkortingen die wij gebruiken, leggen wij uit in hoofdstuk 11. Uitgangspunten

Wij willen: 1. u ondersteunen en oplossingen bieden; 2. in begrijpelijke taal uitleggen wat u van ons kunt verwachten en wat wij van u verwachten; 3. u bij de dingen helpen die voor u nodig zijn; 4. zorgen voor zo min mogelijk rompslomp; 5. de wetten zo goed mogelijk uitvoeren; en 6. de wetten op elkaar laten afstemmen.

Dronter Koers Als u ondersteuning nodig heeft, kunt u de vraag stellen bij uw huisarts, de gemeente, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), of bijvoorbeeld op school. Waar de vraag ook binnenkomt, deze wordt altijd op dezelfde manier behandeld. Dit noemen wij de Dronter Koers. Het voordeel van deze manier van werken is dat uw vraag altijd op de juiste plek terecht komt en u sneller te horen krijgt of u ondersteuning kunt krijgen.

De gemeente Dronten is verdeeld in verschillende wijknetwerken. Elk wijknetwerk heeft gidsen. Een gids werkt voor de gemeente en gaat met u in gesprek. Hij of zij is uw contactpersoon en overlegt / stemt af met mensen en organisaties die u (kunnen) begeleiden of helpen. Er zijn gidsen voor de verschillende terreinen: Participatie, Jeugd en Wmo. Wanneer er meerdere gidsen betrokken zijn, stemmen zij af, met uw goedkeuring, wie de regiehouder wordt.

Strategie Sociaal Domein Samen bouwen aan samen leven, zo heet de strategie voor het brede sociaal domein 2019-2022. In de strategie staat hoe wij samen met de maatschappelijke partners, de gemeenteraad en wijknetwerken onze doelen willen halen. We vragen de ASD hierbij om advies.

Wij willen dat iedereen kan meedoen en gelijkwaardig is. Dat u in een wijk woont waar u zich niet alleen veilig, maar ook prettig voelt. Waar u op een gezonde manier kunt wonen en kinderen gezond kunnen opgroeien.

De strategie is opgedeeld in vijf themaplannen: •

participatie;

•

zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden;

•

gezonde leefstijl;

•

leefbaarheid en veiligheid;

•

opvoeden en opgroeien.

Hoofdstuk 1 Verzoek om ondersteuning Wij kunnen u op verschillende manieren ondersteunen. Zo kan het zijn dat u een hulpmiddel, zoals een rolstoel nodig heeft, dat u een aanpassing in uw woning wilt of thuis behoefte heeft aan jeugdhulp. U leest in dit hoofdstuk hoe u bij ons ondersteuning aanvraagt en hoe de gemeente besluit of u hier recht op heeft.

Wij willen het voor iedereen duidelijk en overzichtelijk houden. Daarom is er één manier waarop we aanvragen behandelen. Alleen bij spoed wijken wij hiervan af. 1.1

De verwachtingen

1.1.1 Uw rol [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. U bent als inwoner in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem en/of het pakken van kansen. Wij verwachten daarom dat u: a. voordat u ondersteuning aanvraagt bij de gemeente eerst zelf kijkt hoe u uw probleem kunt oplossen; b. wanneer u ondersteuning van de gemeente krijgt, u meewerkt aan de oplossing; c. ervoor zorgt dat de ondersteuning niet langer duurt dan nodig is; d. de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk op de hoogte brengt over alles wat belangrijk is voor de beoordeling van uw verzoek; e. alle documenten en bewijsstukken die de gemeente nodig heeft zo snel mogelijk inlevert. 1.1.2 De rol van de gemeente [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. Wij vinden het belangrijk om samen met u te zoeken naar een oplossing. Wij gaan op een respectvolle manier met elkaar om. Wij kunnen het volgende voor u doen: a. wij maken een afspraak met u om uw verzoek om ondersteuning te bespreken; b. wij kijken samen met u welke ondersteuning u nodig heeft en of deze ook beschikbaar is; c. wij kijken samen met u of er binnen de gemeente andere organisaties zijn die u kunnen ondersteunen; d. wij geven u informatie over de regels en de werkwijze en zorgen ervoor dat deze zo eenvoudig mogelijk zijn; e. wij respecteren uw privacy; f.

wij maken zoveel mogelijk gebruik van informatie die al binnen de gemeente aanwezig is; g. wij vragen u alleen om gegevens die nodig zijn om uw verzoek goed te kunnen beoordelen; h. wij zorgen ervoor dat u vaste aanspreekpunten bij de gemeente krijgt. 1.2 Melding bij de gemeente

1.2.1 Ondersteuning aanvragen [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Heeft u ondersteuning nodig? Dit kunt u bij ons aangeven. Het is ook mogelijk dat iemand anders dit namens u doet. Een verzoek voor ondersteuning kan op de volgende manier worden ingediend: a. u maakt een afspraak bij de balie van het gemeentehuis en u doet uw verzoek mondeling; of b. u doet een telefonisch verzoek. U kunt hiervoor bellen met het klantcontactcentrum op het nummer 140321; of c. u kunt ons een e-mail sturen. Ons e-mailadres is gemeente@dronten.nl; of d. u kunt uw verzoek per post versturen. U kunt uw brief sturen naar Gemeente Dronten, Postbus 100, 8250 AC Dronten. 1.2.2 Verzoek tot ondersteuning ingediend… en dan? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Zodra wij uw verzoek hebben gekregen, sturen wij u per post of e-mail een bevestiging. Zo weet u dat uw verzoek voor ondersteuning goed is ontvangen. Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nodigen wij u uit voor een gesprek. Vindt u het moeilijk om uw verzoek goed te verwoorden of toe te lichten? U kunt gratis gebruik maken van een cliëntondersteuner. Als uw verzoek duidelijk is, wordt deze ingediend. Meer informatie hierover vindt u onder het kopje ‘werkwijze verzoek’. Omdat u als inwoner uw situatie zelf het best kunt beoordelen en vaak weet wat u kan helpen, is het ook mogelijk om zelf een plan op te stellen.

In dit plan schrijft u over uw persoonlijke situatie en wat u wilt bereiken met uw verzoek. 1.2.3 Uw gegevens [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Wij verzamelen alle informatie die nodig is om te beoordelen of wij uw verzoek kunnen goedkeuren. Het is mogelijk dat wij bepaalde informatie niet kunnen inzien. In dat geval vragen wij u om deze gegevens bij ons aan te leveren. 1.3 Werkwijze verzoek 1.3.1 Wij nemen contact met u op [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Nadat wij uw verzoek hebben ontvangen, nemen wij contact met u op. Wij kunnen u bellen, een brief of email sturen of wij brengen u persoonlijk op de hoogte. Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nodigen wij u uit voor een gesprek. Wij sturen u hiervoor een uitnodiging met daarin waar en wanneer wij met u willen afspreken. Ook geven wij aan over welke onderwerpen wij met u willen spreken. 1.3.2 Persoonlijk gesprek [Jeugdwet, Wmo] Binnen 10 werkdagen (tenzij u hier iets anders over heeft afgesproken) na uw verzoek heeft u een persoonlijk gesprek met een medewerker van de gemeente. Tijdens dit persoonlijke gesprek willen wij een goed beeld krijgen van wat uw persoonlijke situatie is en waar u behoefte aan heeft.

Wij vragen u om uw geldige legitimatiebewijs mee te nemen (let op: geen rijbewijs). U mag het gesprek alleen voeren, maar het is ook mogelijk om iemand mee te nemen bijvoorbeeld een partner, familielid, vriend of cliëntondersteuner. Als u zelf een persoonlijk plan heeft gemaakt, bespreken wij dit plan met u. 1. De medewerker van de gemeente wil graag van u weten wat u wilt bereiken met de ondersteuning. Daarnaast spreekt u samen over: a. uw persoonlijke situatie; b. wat u nog wel en niet kunt; c. uw sociale omgeving; d. waar u behoefte aan heeft; en e. wat de gemeente voor u kan betekenen. 2. De medewerker van de gemeente zal u uitleggen wat de gemeente kan doen om uw situatie te verbeteren. 3. Wanneer tijdens het gesprek blijkt dat u behoefte heeft aan ondersteuning uit de Wmo of jeugdhulp, krijgt u informatie over de mogelijkheden. Wij bieden u dan maatwerk. Wij bespreken in elk geval: a. de verschillende vormen van ondersteuning; b. welke resultaten met de ondersteuning moeten worden bereikt; c. welke aanbieders deze ondersteuning kunnen bieden; d. hoe vaak en hoe lang u ondersteuning krijgt; en e. of u hiervoor een eigen bijdrage moet betalen. 1.3.4 Verslag [Jeugdwet, Wmo] 1. Op basis van uw verzoek en het persoonlijke gesprek dat de medewerker van de gemeente met u had, wordt een verslag gemaakt. 2.

Als de medewerker van de gemeente meer informatie van u nodig heeft voor dit verslag, neemt hij of zij contact met u op. 1.3.5 Maatwerk [Jeugdwet, Wmo] 1. Maatwerk is ondersteuning die precies is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Wij bieden maatwerk wanneer: a. de ondersteuning nodig is om (één van) de doelen van de inleiding te bereiken; b. u het afgesproken resultaat niet op eigen kracht kunt bereiken; c. u het afgesproken resultaat niet kunt bereiken met gebruikelijke hulp (bijv. hulp van huisgenoten, ondersteuning met mensen in uw omgeving) of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; d. uw ondersteuning past bij het afgesproken resultaat en uw persoonlijke situatie; en e. de ondersteuning niet duurder is dan nodig en niet langer duurt dan nodig. De gemeente kiest voor de goedkoopste oplossing die uw probleem op de lange termijn vermindert of oplost. 2. Voor sommige vormen van ondersteuning zijn in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. Uw verzoek voor ondersteuning moet dan aan extra regels voldoen. 3. Als uw verzoek te maken heeft met kosten van een voorziening die u al voor het verzoek heeft verkregen, dan kunnen wij dit goedkeuren: a. als op het moment van de ondersteuningsvraag nog steeds sprake is van de hulpvraag die voldoet aan de eisen genoemd in punt 1 en 2 van artikel 1.3.5; b.

wij kunnen beoordelen of de geleverde zorg passend en noodzakelijk is geweest; c. en de kosten maximaal 6 maanden voor de ondersteuningsvraag zijn gemaakt.

4. Wij kunnen ondersteuning weigeren. Dit kunnen wij doen als u iets heeft nagelaten of gedaan waardoor u uw probleem zelf heeft veroorzaakt. 1.3.6 Deskundig advies [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Wij zorgen ervoor dat de medewerker die uw verzoek behandelt deskundig is. Hebben wij niet de juiste kennis in huis? Dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies wordt meegenomen in de beoordeling van uw verzoek. 1.3.7 Het besluit [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] De gemeente neemt een besluit. Hierover krijgt u een bericht. Het kan zijn dat u een uitkering, zorg in natura of persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt. Zorg in natura is begeleiding, zorg, hulp of een voorziening die u krijgt via een instelling of leverancier die een contract heeft met de gemeente. Pgb is een budget waarmee u zelf de zorg kunt inkopen die u nodig heeft. 1. Als wij besluiten ondersteuning in natura toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd: a. wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is; b. wanneer de ondersteuning ingaat en hoe lang deze duurt; c. de kosten van de ondersteuning; en d. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden. 2. Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van een pgb toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd: a. waarvoor het pgb bedoeld is; b.

hoe hoog het pgb is; c. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; d. hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en e. welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden. 2. Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van geld toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd: a. waarom het geld wordt betaald; b. hoeveel geld u krijgt; c. wanneer het geld wordt betaald; d. hoe vaak het geld wordt betaald; en e. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden. 3. In het besluit kunt u ook lezen of wij van u verwachten dat u bijdraagt in de kosten. Dit is de eigen bijdrage. 5. Wij kunnen uw verzoek afwijzen. Dit doen wij als de gevraagde ondersteuning: a. niet bijdraagt aan de doelen van de onderliggende wet; b. niet bijdraagt aan het halen van de noodzakelijke resultaten; c. niet voldoet aan de kwaliteitseisen; d. niet bijdraagt aan het versterken van uw eigen kracht en het vermogen om zelf uw problemen op te lossen van u, uw gezin en/of uw netwerk; e. niet zorgt voor een stabiele situatie of dat het probleem wordt verminderd of opgelost; f. niet voldoende wetenschappelijk is bewezen dat het effectief is; of g. als de kosten voor ondersteuning al zijn gemaakt zonder een beschikking en dat wij niet meer kunnen beoordelen of deze ondersteuning passend is geweest. 6. Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere regels over dit artikel.

1.3.8 Wanneer vervalt uw recht? [Jeugdwet, Wmo] Uw recht op ondersteuning vervalt, wanneer u binnen 3 maanden na het besluit nog geen gebruik heeft gemaakt van de ondersteuning. Als u kunt laten zien dat u niks te verwijten valt, geldt deze regel niet. 1.3.9. Nadere regels of beleidsregels [gemeentewet] Over een aantal onderwerpen in deze verordening maken we nadere regels of beleidsregels. Hierin worden de regels vanuit deze verordening verder uitgewerkt en beschreven. De gemeente stelt nadere regels of beleidsregels over: a. de aanvraag van ondersteuning; b. de vorm van ondersteuning (zorg in natura, pgb en geld); c. Wmo (resultaat gericht werken, hulp in het huishouden, vervoer, begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en ondersteuning bij wonen); d. Jeugdwet (eigen kracht, resultaatgericht werken, vervoer, zwemles, BSO/VVE/MKD/BSO+, niet-evidence based behandelingen, Dyslexie, afbakening jeugdwet met andere wetten, verwijzing door GGZ, afspraken met huisartsen, rol gemeente bij echtscheiding en Jeugdhulp op het AZC); e. P-wet (bijzondere bijstand, toegankelijkheidsbijdrage, collectieve zorgverzekering minima, debiteurenbeleid); en f. Wgs (schuldhulpverlening); en g. kosten kinderopvang met een sociaal-medische indicatie. 1.4 Afstemmen met andere vormen van ondersteuning Wgs]

[Jeugdwet, Wmo PW, IOAW, IOAZ

Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Daarom maken wij afspraken met onderwijsinstanties, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: 1. 2. 3. 4.

de volgorde van stappen (procedures) die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning; het uitwisselen van informatie (communicatie) met andere organisaties en de gemeente; duidelijkheid (afbakening) van taken en verantwoordelijkheden; en aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en maatwerk.

De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm. 1.5 Uitzonderingen 1.5.1 Jeugdhulp via een arts [Jeugdwet, Awb] 1. Wij zorgen ervoor dat een jongere jeugdhulp krijgt na een verwijzing via een huisarts, jeugdarts, medisch specialist, een instelling of jeugdreclassering. 2. Wij maken afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en de zorgverzekeraars over doorverwijzingen. 3. U ontvangt een besluit over jeugdhulp. Deze sturen wij per brief. 1.5.2 Spoedeisende situaties [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ Wgs]

1. Is er sprake van spoed? Dan zorgen wij dat u ondersteuning krijgt. Hiervoor hoeft u niet de standaardprocedure te volgen. Het kan dan gaan om de volgende mogelijkheden: a. het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen; b. het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp; c. het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning; of d. het geven van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend. U heeft geen recht op een voorschot als u niet voldoende medewerking verleent of als bij de aanvraag al duidelijk is dat u geen recht heeft op de gevraagde uitkering. 2. Wij spreken van spoed als de uitkomst van de standaardprocedure naar het oordeel van de gemeente niet kan worden afgewacht.

Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie, minimaregelingen en schuldhulpverlening. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben, te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt. Ook geven wij u informatie over regelingen voor mensen met een laag inkomen. Voorbeelden zijn bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en de toegankelijkheidsbijdrage. Aan het einde van dit hoofdstuk leest u meer over hulp bij schulden. Participatie

2.1. Voor wie? [PW, IOAW, IOAZ, WMO, Wib] De gemeente helpt u op weg naar werk als: 1.

u een uitkering van de gemeente ontvangt en het u niet lukt om zelf, met hulp van uw omgeving, of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, werk te vinden.

2.

u een Indicatie banenafspraak heeft. Dit betekent dat u vanuit het speciaal- of praktijkonderwijs komt en/of op basis van de 'Beoordeling arbeidsvermogen' staat ingeschreven in het Doelgroepenregister bij het UWV.

3.

U gebruik maakt van de voorziening beschut werk.

4.

u geen uitkering van de gemeente krijgt en ook geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of wij u kunnen helpen.

5.

je jonger bent dan 27 jaar en geen werk en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. We helpen je bij het vinden van een passende opleiding of werk, of we begeleiden je naar hulpverlening of zorg.

6.

u moet inburgeren.

2.2. Samenwerken voor werk [PW, IOAW, IOAZ] 1. 2.

Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met werkgevers, Impact, UWV, andere gemeenten en organisaties. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen (zie artikel 2.1). Wij doen dat bijvoorbeeld via het Werkgeversservicepunt Flevoland.

2.3. Algemene regels over ondersteuning op weg naar werk [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2. 3.

De gemeente kan besluiten om hulp naar werk te weigeren als: a. u niet voldoende meewerkt aan het onderzoek dat nodig is om de ondersteuning aan te bieden; b. u al gebruik kunt maken van ondersteuning op basis van een andere wet. Dat wordt dan een "voorliggende voorziening" genoemd; c. volgens de gemeente de ondersteuning niet gericht is op het kleiner maken van de afstand tot de arbeidsmarkt; d. u niet tot de doelgroep behoort waarvoor de hulp bedoeld is (zie artikel 2.1.). De gemeente kan in bepaalde situaties besluiten om de ondersteuning te stoppen (zie artikel 6.3.1.) De gemeente probeert altijd de meest geschikte en goedkope ondersteuning aan te bieden. Wij houden daarbij rekening met andere vormen van ondersteuning die beschikbaar zijn binnen het Sociaal Domein en stemmen het aanbod intern af. Dit doen we voor een optimale en integrale ondersteuning. Ook kijken we naar vormen van ondersteuning op basis van andere wetten. Dit nemen we op in het plan van aanpak/routeplan.

2.4 Wat kunnen wij u bieden?

1.

2.

[PW, IOAW, IOAZ, Wsw] We stemmen de hulp die we u bieden af op uw situatie. We kijken bijvoorbeeld naar uw opleiding, werkervaring, waar u goed in bent en of u zorg verleent aan anderen. We zetten passende ondersteuning in . Soms geven we werkgevers ondersteuning, bijvoorbeeld met loonkostensubsidie. Dit kan op initiatief van de gemeente zijn of op aanvraag van de werkgever. We volgen het preferente proces voor loonkostensubsidie, zoals afgesproken in landelijke samenwerking.

2.5. Voorzieningen gericht op het krijgen en houden van werk [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] Ons doel is dat u werk vindt (of behoudt) dat goed bij u past. We kunnen u hierbij helpen met verschillende vormen van ondersteuning, ook wel voorzieningen genoemd: a. Proefplaatsing b. Werkervaringsplaats c. Participatieplaats

d. Sociale activering e. Detacheringsbaan f. Beschut werk g. Hulp bij een leer- werktraject h. Scholing i. Hulp bij het leren van de Nederlandse taal j. Kinderopvang k. Stimuleringsregeling l. Innovatie

2.5.1. Proefplaatsing [PW, IOAW, IOAZ] 1. 2.

Als u een uitkering ontvangt kunnen wij u een proefplaatsing aanbieden. U gaat bij wijze van proef bij een werkgever werken. Tijdens deze periode behoudt u uw uitkering. Bij het aanbieden van een proefplaatsing houden wij rekening met u mogelijkheden, interesses en vaardigheden.

3.

Het doel van de proefplaatsing is dat de werkgever u beter leert kennen, u de kans krijgt om werkervaring op te doen en dat u meer kans heeft om een dienstverband te krijgen.

4.

U gaat dan voor een periode van maximaal twee maanden aan de slag bij een werkgever. Deze periode kan één keer verlengd worden met maximaal vier maanden.

5.

Het uiteindelijke doel is dat u zonder proefperiode voor minimaal zes maanden in dienst komt bij de werkgever.

6.

Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

7.

U komt niet in aanmerking voor een proefplaatsing bij een werkgever of diens rechtsvoorganger waar u al eerder onbetaald werk heeft verricht.

8.

U komt niet in aanmerking voor een proefplaatsing als aannemelijk is dat u ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk.

9.

Na een proefplaatsing mag er geen gebruik gemaakt worden van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie.

10.

Als u ziek wordt tijdens een proefplaatsing, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, niet meegerekend.

2.5.2. Werkervaringsplaats [PW, IOAW, IOAZ]

1.

Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan voor een periode van maximaal drie maanden aan de slag bij een werkgever om werkervaring op te doen. De periode kan één keer verlengd worden met maximaal drie maanden. Tijdens deze periode behoudt u uw uitkering.

2.

Het doel van de werkervaringsplaats is dat u uw kennis en (werknemers)vaardigheden worden vergroot en uw belastbaarheid in kaart wordt gebracht.

2.5.3. Participatieplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1.

Wij kunnen u een participatieplaats aanbieden voor maximaal twee jaar. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op werk klein is.

2.

Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden.

3.

Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

4.

Na iedere 6 maanden kunt u een premie van € 100,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.

2.5.4. Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ] 1.

Als u er nog niet aan toe bent om te werken kunnen wij activiteiten aanbieden om u een stap dichter bij werk te brengen. Dit heet sociale activering. Dat kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn.

2.

Het doel van sociale activering is om u te helpen weer grip op het leven te krijgen, sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.

2.5.5. Detacheringsbaan [PW, IOAW, IOAZ] 1.

Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden. Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever.

2.

Een detacheringsbaan is een betaalde baan.

3.

Het doel is dat u uiteindelijk direct bij de werkgever in dienst komt.

4.

Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties

2.5.6. Beschut werk [PW] 1.

Wij bieden u een beschutte werkplek aan, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden.

2.

Het doel is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden.

3.

Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken: a. het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt; b. uitsplitsing van taken; c. het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt.

4.

Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden: a. Sociale activering; b. Participatieplaats; of c. een vergelijkbare voorziening

5.

Wij zorgen ervoor dat wij voldoen aan het door het rijk opgelegde minimum aantal beschikbare beschutte werkplekken per jaar.

6.

Het kan zijn dat de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt. Als dat zo is, kunt u op een wachtlijst komen. Op het moment dat er een beschutte werkplek beschikbaar is, nemen wij contact op met de eerste op de wachtlijst. Het kan zijn dat de beschikbare werkplek niet bij diegene past. Dan nemen wij contact op met de tweede wachtende op de lijst.

2.5.7. Hulp bij een leer- werktraject [PW] 1.

2.

Je kunt hulp krijgen van de gemeente voor een leer-werktraject als dat nodig is om werk te vinden. Dit is voor jongeren: a. van 16 of 17 jaar oud, als je nog naar school moet volgens de Leerplichtwet 1969; of b. van 18 tot 27 jaar oud, als je nog geen startkwalificatie hebt, wat betekent dat je geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebt. Je krijgt de hulp van de gemeente voor een leer-werktraject alleen als de steun van school of werkgever niet genoeg is om het traject te volgen.

2.5.8. Scholing

[PW, IOAW, IOAZ] 1.

Wij kunnen u scholing aanbieden, als u ouder bent dan 27 jaar en als scholing ervoor kan zorgen dat u passend werk kunt vinden.

2.

De gemeente bepaalt wat voor scholing u krijgt en hoelang dit duurt.

2.5.9. Hulp bij het leren van de Nederlandse taal [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2.

Voor het vinden en behouden van werk is het belangrijk om de Nederlandse taal te beheersen. Als u de taal nog niet goed genoeg kent, kan de gemeente u helpen door een voorziening aan te bieden waarmee u de taal beter kunt leren. Soms is het verplicht om hiervoor een opleiding te volgen. De gemeente heeft regels opgesteld, genaamd 'Beleidsregels taaleis Participatiewet Dronten’ die u kunt vinden op www.overheid.nl. Ook is het mogelijk om in overleg met u ondersteuning te geven bij het verbeteren van spreek-, lees- en schrijfvaardigheden. Deze hulp wordt aangeboden door een onderwijsinstelling, via Huis voor Taal Dronten of een andere organisatie die zich bezighoudt met taal. .

2.5.10. Kinderopvang [PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang, Wib] 1)

2)

Wij kunnen u ondersteunen bij het vinden van kinderopvang of doorverwijzen naar een kinderopvangorganisatie als: a. U meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en b. opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk. Als u kinderopvangtoeslag ontvangt van de Belastingdienst, kunt u van ons een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang die voor uw rekening blijven. U moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. U heeft een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering; en b. De kinderopvang is nodig om deel te nemen aan een gemeentelijke activiteit die u dichter bij werk brengt (een voorziening); Of: c. U volgt voltijds onderwijs; en d. De kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een gastouderbureau.

2.5.11. Stimuleringspremie [PW] 1. Wij kunnen u eenmalig een stimuleringspremie van € 450,00 geven. 2. U kunt deze premie krijgen als u langdurig werkloos bent, en door betaald werk niet langer afhankelijk bent van de bijstandsuitkering en duurzaam uitstroomt.

3. Langdurig werkloos betekent dat u langer dan 12 maanden onafgebroken een uitkering van de gemeente Dronten heeft ontvangen. 4. Duurzame uitstroom houdt in dat u minstens 6 maanden onafhankelijk bent van een uitkering. 5. U kunt de stimuleringspremie aanvragen vanaf de 7de maand van uw dienstverband en binnen 18 maanden na uw indiensttreding. 2.5.12. Innovatie [PW, IOAZ, IOAW] 1. Binnen de kaders van de uitgangspunten van deze verordening kunnen wij, als gemeente, als experiment andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten 2. Het doel van het experiment is om in het belang van de inwoners, nieuwe voorzieningen en werkwijzen te onderzoeken. 3. Een experiment duurt niet langer dan drie jaar. 4. Als de uitkomst van het experiment reden geeft om de verordening aan te passen, kan de periode van het experiment verlengd worden tot het moment dat de nieuwe verordening van kracht is.

2.6. Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen voor inwoners met een arbeidsbeperking

2.6.1. Aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij als gemeente kunnen u, op eigen initiatief of als u erom vraagt, persoonlijke ondersteuning bieden bij werk en andere voorzieningen als u een arbeidsbeperking heeft. 2. Bij het regelen van deze ondersteuning voor werk en andere zaken kijken we naar uw individuele situatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. u behoort tot de doelgroep zoals beschreven in artikel 2.1 en bent minimaal 18 jaar oud, tenzij u praktijkonderwijs (pro)- of voortgezet speciaal onderwijs (vso) heeft gevolgd; b. u heeft deze ondersteuning nodig om te kunnen werken; c. de voorziening komt niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de UWV-werkvoorzieningen (www.uwv.nl/particulieren/voorzieningen); d. het gaat niet om een algemeen beschermingsmiddel waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het gaat niet om een voorziening die standaard door de werkgever wordt verstrekt of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. de kosten van de voorziening moeten in verhouding staan tot de opbrengsten uit het werk of de opbrengsten van uitstroom naar werk. 3. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 26 weken na de start van de arbeidsovereenkomst zijn ontvangen, tenzij bij het begin van uw arbeidsovereenkomst de noodzaak voor ondersteuning nog niet bekend kon zijn. 4.

Als het nodig is om een aanvraag te beoordelen, kunnen wij als gemeente deskundig advies inwinnen.

5. Wij spreken met u en uw werkgever af op welke manier de ondersteuning wordt geboden en tot wanneer. Dit leggen wij vast in een beschikking.

2.6.2. Loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.

Wij kunnen uw werkgever een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan. U en uw werkgever moeten wel voldoen aan de voorwaarden van artikel 10d van de Participatiewet.

2.

Het doel is om werkgevers te stimuleren om inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies.

3.

Wij stellen vast of u niet in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen. Hiervoor laten wij ons adviseren door een externe adviseur.

4.

De loonkostensubsidie voor uw werkgever hangt af van de loonwaarde en is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.

5.

Voordat de loonwaarde is gemeten, kan de gemeente uw werkgever maximaal zes maanden een vast maandelijks bedrag aan loonkostensubsidie geven, wat maximaal 50% van het wettelijk minimumloon is. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.

6.

De gemeente stelt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever plaatsingssubsidie van toepassing is.

2.6.3. Administratief proces loonkostensubsidie 1. 2. 3. 4.

5.

6. 7.

Wij geven aan uw werkgever, als u de Indicatie banenafspraak of de indicatie beschut werk heeft, een loonkostensubsidie. Deze subsidie verstrekken wij als u erom vraagt of als wij denken dat het nodig is. Na de aanvraag voor loonkostensubsidie sturen wij u en uw werkgever een brief ter bevestiging. Als u op dat moment nog niet tot de groep met een Indicatie banenafspraak behoort, zien wij de aanvraag ook als een verzoek om in het doelgroepenregister te worden ingeschreven. Het UWV beheert dit register, en wij kunnen u helpen bij de inschrijving. Als u al bent begonnen met werken en er wordt binnen 6 maanden na de start van de werkzaamheden een aanvraag ingediend, zien wij deze aanvraag als een verzoek om de Praktijkroute banenafspraak toe te passen. Wij bepalen binnen 8 weken na uw aanvraag de loonwaarde, behalve als er een forfaitaire loonkostensubsidie van toepassing is. Wij geven de loonkostensubsidie volgens het Preferente werkproces.

2.6.4. Persoonlijke ondersteuning bij werk

[PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1.

Als u hulp nodig heeft bij werk, kan de gemeente u op verschillende manieren helpen: a. een jobcoach van de gemeente of een coach met wie de gemeente samenwerkt, kan u begeleiden op uw werk; b. uw werkgever kan subsidie krijgen om een jobcoach voor u in te schakelen; c. Ook kan uw werkgever subsidie ontvangen voor interne begeleiding op het werk

2.6.5. Hulp op de werkplek van een jobcoach [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1. 2. 3. 4. 5.

6.

7.

Als u extra hulp nodig heeft om goed te kunnen werken, kan de gemeente u een jobcoach aanbieden. Het doel van de jobcoach is om u te helpen uw werk goed te doen. De jobcoach kan u begeleiden bij uw groei op de werkplek. De gemeente en uw werkgever maken samen met u afspraken over hoe de jobcoach u kan ondersteunen. Deze afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst. Jobcoaching duurt maximaal 2 jaar. Na deze periode kan het in bijzondere gevallen met nog eens 1 jaar worden verlengd. De jobcoach die u gaat begeleiden moet aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals ingeschreven staan bij het UWV of in het openbare beroepsregister van Noloc. Ook een relevant Hbo-diploma kan nodig zijn. Er zijn verschillende niveaus van begeleiding. Welk niveau u krijgt, hangt af van wat u nodig heeft. Voor elke werknemer wordt een maximumbedrag vastgesteld dat de gemeente vergoedt voor jobcoaching. Die maximumbedragen zijn gebaseerd op wat het UWV heeft bepaald. Als het UWV die bedragen aanpast, veranderen ook de vergoedingen vanaf het nieuwe jaar.

2.6.6. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1. 2.

Uw werkgever kan een subsidieaanvraag indienen bij de gemeente voor het organiseren van jobcoaching. De subsidie kan worden toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. er een plan is gemaakt waarin staat welke activiteiten de jobcoach zal uitvoeren, hoe de voortgang wordt beoordeeld, en op welke manier; b. de jobcoaching aansluit bij wat u nodig heeft.; c. u op de hoogte bent van de jobcoaching en schriftelijk akkoord heeft gegeven voor het organiseren ervan door de werkgever.

2.6.7. Subsidie voor interne werkbegeleiding [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

1.

2.

3.

De gemeente kan extra geld geven aan een werkgever om medewerkers op de werkvloer extra te begeleiden als dat nodig is. Deze subsidie is bedoeld om de extra kosten te dekken die zijn gemaakt om een medewerker intern te begeleiden. De persoon die intern begeleidt, moet een training zoals 'Harrie Helpt' hebben gevolgd en meer dan de helft van de werktijd aanwezig zijn op de werkvloer, vooral als de werknemer een loonkostensubsidie krijgt. De gemeente kan werkgevers helpen met een training over hoe ze hun medewerkers intern beter kunnen begeleiden.

2.7. Overige Voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1. 2.

De gemeente kan u extra ondersteuning bieden als dat nodig is om aan het werk deel te nemen De gemeente kiest voor de minst dure, maar toch geschikte oplossing en betaalt alleen de extra kosten.

2.7.1. Ondersteuning bij een motorische beperking [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] Als u moeite met bewegen heeft, dan kunt u bij ons hulp of begeleiding aanvragen voor bepaalde taken die u door uw handicap niet goed zelf kunt doen. Deze hulp of begeleiding noemen wij ‘intermediaire diensten’. Denk hierbij aan aanpassing van het toilet of een automatische deuropener.

2.7.2. Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1.

2.

3.

Als u iets nodig heeft om te kunnen werken, kan de gemeente u een meeneembare voorziening geven. Meeneembare voorzieningen zijn hulpmiddelen die gemeenten aan mensen met een arbeidsbeperking moeten aanbieden als die nodig zijn om aan het werk te komen of te blijven. Het kan bijvoorbeeld gaan om speciale werkstoelen of orthopedisch schoeisel. Er is geen specifieke lijst van dingen die u kunt krijgen. Eigenlijk kan elk handig hulpmiddel als meeneembare voorziening worden overwogen, zolang u kunt laten zien dat het nodig is en helpt op uw werk. De meeneembare voorziening wordt normaal gesproken uitgeleend. Maar in bijzondere gevallen kan de gemeente beslissen dat u het mag houden en dus eigenaar wordt van de voorziening.

2.7.3. Ondersteuning door de inzet van een vervoersvoorziening

1. 2. 3.

[PW, IOAW, IOAZ, Wsw] Als u door een beperking niet zelfstandig naar uw werk, proefplaatsing of opleiding kunt reizen, kan de gemeente u helpen met vervoer. Een vervoersvoorziening van uw werkgever wordt gezien als een voorliggende voorziening. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet u voldoen aan de volgende voorwaarden: a. U kunt vanwege een beperking niet zelf reizen of gebruikmaken van het openbaar vervoer;

4.

2.7.

b. en het gaat om reizen van en naar uw werk. De hoogte van de vergoeding hangt af van het aantal dagen dat u moet reizen: a. Reist u een of twee keer per week dan is de maximale vergoeding € 187 per maand. b. Reist u drie keer per week of meer dan is de maximale vergoeding € 271 per maand. Tegenprestatie

Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting geven om een tegenprestatie te doen. Dit kan naast of in aanvulling op uw (parttime) werk. Het mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

2.7.1. Waarom een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ] Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen.

2.7.2. Voorbeelden van tegenprestatie 1.

2. 3. 4. 5.

2.7.3. 1. 2. 3.

[PW, IOAW, IOAZ] De tegenprestatie kan als volgt worden ingevuld: a. vrijwilligerswerk doen; b. het leveren van mantelzorg; c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen. De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan. U komt zelf met een voorstel hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel. Na het gesprek met de medewerker over de tegenprestatie, heeft u maximaal 1 maand de tijd om met een voorstel te komen. Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen wij deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie.

Wanneer doet u een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ] Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden. Ook wanneer u re-integratieactiviteiten doet, kunnen wij u aanvullend verplichten om een tegenprestatie te doen. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met: a. uw persoonlijke situatie en omstandigheden; b. uw wensen en kwaliteiten.

4.

Als u niet op tijd met een voorstel komt of als het voorstel niet voldoet, kunnen wij een maatregel opleggen.

5.

Wij kunnen u ook een maatregel opleggen als u uw tegenprestatie niet of onvoldoende heeft uitgevoerd. Een voorbeeld van een maatregel is dat uw uitkering wordt verlaagd. Meer informatie over maatregelen vindt u in hoofdstuk 6.

2.7.4. Hoe lang en voor hoeveel uur doet u een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ] 1.

Wij leggen een tegenprestatie naar vermogen op. Hierbij houden wij rekening met uw omstandigheden.

2.

Zolang u geen werk heeft of een re-integratietraject volgt, verwachten wij van u dat u de tegenprestatie blijft leveren.

Minimaregelingen [PW, Gemeentewet] De gemeente Dronten biedt verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Wanneer u hier recht op heeft, kunt u vergoedingen ontvangen voor verschillende kosten die u maakt. In dit hoofdstuk leest u hier meer over. Binnen deze regelingen werken wij met uitkeringsnormen en vermogensgrenzen. Er zijn verschillende normen, denk aan normen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden/ samenwonenden. 2.9. Bijzondere bijstand [PW] 1. 2.

U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere voorzieningen. U kunt uw aanvraag indienen door een formulier in te vullen. Dit formulier is door de gemeente vastgesteld.

2.10. Individuele inkomenstoeslag 1. U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 110 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm. Om in aanmerking te komen is uw vermogen niet hoger dan de voor u geldende vermogensgrens. 2. U kunt uw aanvraag indienen door een formulier in te vullen. Dit formulier is door de gemeente vastgesteld. 3. Als uw partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag (volgens artikel 11 of 13 Participatiewet), kan het zijn dat u er wel recht op heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan 50 procent van het bedrag voor gehuwden of samenwonenden (volgens artikel 2.7.1, lid 1, onderdeel c en d). 2.10.1. Hoogte van de individuele inkomenstoeslag [PW]

1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 300,00 voor een alleenstaande; b. € 500,00 voor een alleenstaande ouder; c. € 400,00 voor gehuwden of samenwonenden zonder ten laste komende kinderen; d. € 500,00 voor gehuwden of samenwonenden met ten laste komende kinderen; e. € 50,00 voor elk ten laste komend kind van 12 tot 18 jaar in het gezin. 2. Bovenstaande bedragen kunnen wij jaarlijks indexeren. 2.11. Toegankelijkheidsbijdrage

[Gemeentewet]

1. De toegankelijkheidsbijdrage is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. 2. U kunt uw aanvraag indienen door een formulier in te vullen. Dit formulier is door de gemeente vastgesteld. 2.12. Collectieve zorgverzekering minima [PW] 1. Wij bieden een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag inkomen.

Schulden 2.13. Schuldhulpverlening [Wgs] Wij hebben de taak om inwoners met schulden te helpen. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen, voor zowel privé schulden als voor zakelijke schulden. Het gaat hierbij om het voorkomen van problematische schulden, het helpen bij het vinden van een oplossing voor (de problematische) schulden en/of het voorkomen van terugval. Voor gezinnen met minderjarige kinderen stellen wij aanvullende regels vast. 2.13.1 Doel 1. Ons doel is het voorkomen en verminderen van het aantal inwoners met financiële problemen 2. Om ons doel te bereiken, bieden wij integrale schuldhulpverlening. Dat is een samenhangend aanbod van preventie tot en met zorg gericht op zowel de financiële als psychosociale en andere oorzaken van schulden. De schuldhulpverlening wordt afgestemd op uw individuele situatie. 3. Om ons doel te bereiken werken wij samen met andere organisaties. 4. Wij stellen kwaliteitseisen aan de uitvoering van de schuldhulpverlening. 2.13.2 Toegang 1. Wij zorgen er voor dat het voor u duidelijk is hoe en waar u op een eenvoudige manier hulp kunt vragen. 2. In sommige gevallen kunnen wij besluiten de schuldhulpverlening (tijdelijk) te weigeren. 3. Het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen vier weken. Bij bedreigende situaties is dit drie werkdagen. 4.

In een uitvoeringsplan stellen wij aanvullende regels vast.

2.13.3 Besluit

1. Als u hulp van ons kunt krijgen, informeren wij u, per brief, over de manier waarop de hulp wordt gegeven. 2. Als u geen hulp van ons kunt krijgen, ontvangt u een brief waarom er geen hulp wordt gegeven. 3. De brief ontvangt u binnen 8 weken nadat u een gesprek heeft gehad over uw hulpvraag. Hoofdstuk 3 Opgroeien en opvoeden Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Gezond en veilig opgroeien is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale) netwerk. Het kan zijn dat u/je hier ondersteuning bij nodig heeft. Hiervoor kun je bij een gids van de gemeente terecht.

Wij bieden zo vroeg mogelijk ondersteuning aan. Hoe eerder wij erbij zijn, hoe minder groot de kans is dat dure, gespecialiseerde ondersteuning ingeschakeld hoeft te worden. Het versterken van iemands eigen kracht staat centraal. Ook stimuleren wij dat gezinnen en de mensen om gezinnen heen zelf hun problemen kunnen oplossen. Dit noemen wij ook wel probleemoplossend vermogen. Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp kregen toen zij 18 jaar oud waren en die deze ondersteuning vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen, zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Wij spreken kinderen en jongeren graag aan met je en jij, vandaar dat wij dit in deze verordening ook doen. In dit hoofdstuk lees je wat je eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vind je hier onder andere informatie over maatwerk-voorzieningen en voorzieningen die vrij toegankelijk zijn. 3.1 Wanneer bieden wij ondersteuning [Jeugdwet] 1. Om zeker te weten of ondersteuning noodzakelijk is, onderzoeken wij de volgende vragen: a. wat is je ondersteuningsvraag?; b. is er sprake van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen?; c. wat wil je bereiken?; d. aan welke resultaten ga je werken?; e. wat kunnen jij en je ouders zelf doen om die resultaten te bereiken?; f.

kunnen wij hetzelfde resultaat bereiken door ondersteuning in te zetten die vrij toegankelijk is?; en g. kunnen wij hetzelfde resultaat bereiken door ondersteuning in te zetten op grond van een andere wet? 2. Bij het bepalen van welke ondersteuning noodzakelijk is, betrekken wij jouw wensen en die van je ouders. Bij het onderzoeken van eventuele opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen is de gemeente niet gebonden aan de ondersteuningsvraag van jou en je ouders. Dat betekent dat wij niet alleen kijken naar wat jij en jouw ouders ons gevraagd hebben, maar onderzoek gaan doen naar alles wat van belang is om te bepalen welke ondersteuning noodzakelijk is. 3. Als je je doel zelf of met behulp van je eigen omgeving kunt oplossen, bieden wij geen maatwerkondersteuning.

4. Als je je doel niet op eigen kracht of met hulp van mensen om je heen kunt behalen, maar wel met ondersteuning die je krijgt op grond van een andere wet, dan kiezen wij voor die ondersteuning. Dit noemen wij een voorliggende voorziening. 5. Kun je je doel niet zelf of met je omgeving oplossen en kun je ook niet gebruik maken van een voorliggende voorziening? Dan kan het zijn dat wij ondersteuning inzetten die vrij toegankelijk is. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning door de gids zelf, door een jeugdwelzijnsorganisatie of via een stichting. 6. Behaal je je doel niet of niet helemaal met ondersteuning die vrij toegankelijk is, dan zetten wij maatwerk in. 7. Wij richten alle ondersteuning op het versterken van je eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jou, je ouders en jullie omgeving. 8. Pleegouders kunnen voor ondersteuning bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kunnen pleegouders, in overleg met de pleegzorgorganisatie, bij ons extra ondersteuning aanvragen. 3.2 Ondersteuning die vrij toegankelijk is [Jeugdwet] 1. Wij zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dit te bereiken, helpt de gemeente alle kinderen en jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met: a.

het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen; b. het geven van informatie, advies en trainingen; c. het bieden van jeugdgezondheidszorg (GGD: consultatiebureau, schoolarts); d. het organiseren van activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen via het jongerenwerk; e. het bieden van opvoedondersteuning; en f. wij hebben een vertrouwenspersoon. Deze ondersteuning is vrij toegankelijk. Je hebt hiervoor geen besluit nodig van de gemeente en ook geen verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. 2. Wij zorgen ervoor dat signalen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning wordt geboden. 3.3 Maatwerk [Jeugdwet] 1. Wij bieden maatwerk. Dit betekent dat wij goed kijken welke ondersteuning aansluit op je vraag. Wij bieden de volgende vormen van ondersteuning. a. Specialistische jeugdhulp in de vorm van: • groepsbegeleiding; • individuele begeleiding; • kortdurend verblijf; • kortdurend specialistisch verblijf; • behandeling; • groepsbehandeling; • specialistische behandeling; of • specialistische behandeling binnen de jGGZ. b. Een plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Wij gaan daarbij uit van ‘zo thuis mogelijk’.

Wij kiezen daarom voor pleegzorg boven een verblijf in een instelling. c. Persoonlijke verzorging. d. Vervoer van en naar een plek waar je jeugdzorg krijgt.

2. Deze maatwerk-ondersteuning is niet vrij toegankelijk. Je hebt hiervoor een besluit nodig van de gemeente of een verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. 3.4

Overgang van 18- naar 18+ [Jeugdwet, Wmo] 1. Als je bijna 18 jaar bent, kunnen wij je ondersteunen bij het maken van een plan op alle belangrijke leefgebieden. In dit plan komen de volgende onderwerpen aan bod: a. scholing, werk of participatie (meedoen in de maatschappij); b. wonen; c. inkomen; d. zorg en ondersteuning; e. vrije tijd; f. je netwerk. 2. Het kan zijn dat wanneer je al 18 bent, je toch jeugdhulp krijgt. Dit kan maximaal tot de dag dat je 23 jaar wordt. Als dit het geval is, zullen wij dit in het plan vermelden. De gemeente geeft beschikkingen voor pleegzorg in vrijwillig kader standaard af tot je 21e verjaardag. Wel kun je vanaf 18 jaar zelf aangeven hiervan geen gebruik te willen maken. 3. Het kan zijn dat je voor je 18e onder toezicht bent gesteld. Als de rechter een ondertoezichtstelling uitspreekt, wordt er een gezinsvoogd toegewezen. De gezinsvoogd begeleidt je en helpt je bij het oplossen van problemen. Deze hulp is verplicht. Als de gezinsvoogd bepaalt dat pleegzorg nodig is, zorgen wij dat je pleegzorg krijgt. Wij geven deze hulp dan af tot het einde van de ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling eindigt uiterlijk als je 18 jaar wordt. Als je daarna nog gebruik wilt blijven maken van pleegzorg, dan kan dat in vrijwillig kader tot je 23 jaar wordt. 4.

Als er een voogdij-maatregel is uitgesproken en blijkt dat pleegzorg nodig is, dan zorgen wij dat die pleegzorg wordt verstrekt tot je 18 jaar wordt. Deze hulp is ook verplicht. Wanneer de voogdijmaatregel afloopt en je gebruik blijft maken van pleegzorg, dan kan dat in vrijwillig kader tot je 23 jaar wordt.

Hoofdstuk 4 Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden Wij ondersteunen inwoners (met bijvoorbeeld lichamelijke of psychische problemen) om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen omgeving te kunnen blijven wonen en kunt meedoen in de samenleving. Wij kijken hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen, de langere termijn dus. In dit hoofdstuk vindt u de regels over de ondersteuning die de gemeente u kan geven. Deze ondersteuning is voor inwoners van 18 jaar en ouder. Ben je jonger dan 18? Dan verwijzen we je naar hoofdstuk 3. 4.1 Ondersteuning [Wmo] Wij zetten ons ervoor in dat inwoners met lichamelijke, psychische en/of verstandelijke problemen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Wij willen dat u in een schoon huis kunt wonen, uw administratie op orde is, inzicht heeft in uw eigen mogelijkheden, dat u zich aan afspraken kan houden en genoeg mensen om u heen heeft. Daarnaast kunnen wij (tijdelijke) ondersteuning inzetten om een mantelzorger te ontlasten.

Heeft u ondersteuning nodig om zelfstandig te kunnen wonen? Dan kunt u ondersteuning bij ons aanvragen. Ondersteuning kan professionele hulp zijn van een hulpverlener of een product zoals een rolstoel of traplift. Wij kunnen ondersteuning inzetten. Dit gaat via een gids. Een gids werkt voor de gemeente en kan ondersteuning regelen als dat nodig blijkt. Hij of zij heeft de regie en is aanspreekpunt voor zowel u, uw gezin als betrokken professionals. Als ondersteuning nodig is, dan maakt de gids een beschikking waarin staat welke ondersteuning wordt ingezet. De gemeente kan de volgende ondersteuning inzetten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

een aanpassing aan een woning; hulp in het huishouden voor een schoon en leefbare woning; beschermd wonen of opvang; individuele begeleiding; dagbesteding; een product zoals een rolstoel, driewieler of scootmobiel; een regionale taxipas.

De gemeente kan niet altijd ondersteuning bieden. De gemeente geeft geen ondersteuning, als: 1. u niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.3.5 van deze verordening; 2. u uw beperkingen zelf kunt oplossen of verminderen door uw dagelijks leven anders te organiseren. Bijvoorbeeld door de woning anders in te richten; 3. u gebruik kunt maken van gebruikelijke hulp, eigen kracht of van uw sociale netwerk; 4. uw aanvraag gaat over een voorziening die algemeen gebruikelijk is. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als:  in een reguliere winkel te koop is;  niet duurder is dan een vergelijkbare voorziening;  niet speciaal voor personen met een beperking is bedoeld;  een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; en  financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Hierbij sluit de gemeente aan bij de regels voor afbetaling van leenbijstand (Beleidsregels debiteuren Dronten). Daarvan is sprake als de gevraagde voorziening binnen een termijn van 5 jaar kan worden terugbetaald bij een maandelijkse reservering van 5 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm of inkomensvoorziening per maand, rekening houdend met de beslagvrije voet 5. u gebruik kan maken van uw zorgverzekering of de Wet langdurige zorg (Wlz); 6.

u de voorziening zelf al heeft aangeschaft voor of nadat u zich bij de gemeente heeft gemeld voor ondersteuning maar voordat een besluit is genomen. Dit is anders als de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven of als achteraf nog kan worden vastgesteld dat de voorziening of gemaakte kosten noodzakelijk en passend zijn; 7. uw aanvraag gaat over een voorziening die al eerder is verstrekt en deze voorziening nog niet is afgeschreven. Dit geldt niet als:  de eerder verstrekte voorziening stuk is gegaan zonder dat u er iets aan kon doen;  u (gedeeltelijk) meebetaalt aan de kosten;  de eerder verstrekte voorziening geen oplossing meer biedt voor uw hulpvraag; 8. de voorziening een therapeutisch doel heeft; 9. u niet voldoende meewerkt, zodat wij niet kunnen vaststellen of u de voorziening nodig heeft; 10. de voorziening niet grotendeels op u is gericht.

4.2

Zelfstandig en veilig wonen

4.2.1 Geschikte woning [Wmo] 1. U kunt een voorziening of aanpassing van uw woning krijgen als u door uw beperking niet meer in uw woning kunt wonen. Samen met u zoeken wij naar een passende oplossing. 2. Een aanpassing in uw woning mag maximaal € 5.000,- kosten. Als het bedrag hoger is, onderzoeken wij of het beter is om te verhuizen naar een andere woning. 3. Het kan ook zijn dat u geen woningaanpassing of -voorziening krijgt. Dit doen wij niet als: a. uw beperkingen het gevolg zijn van materialen die in uw woning zijn gebruikt; b. u verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen; c. u een voorziening wilt die is bedoeld voor een gemeenschappelijke ruimte (in bijvoorbeeld een seniorencomplex); d. het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden; e. u bent verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning, tenzij wij hiervoor toestemming hebben verleend. 4. Een woonvoorziening (een aanpassing in uw woning waarmee u zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven wonen) vervangen wij als: a. deze technisch is afgeschreven; b. deze er niet meer is of stuk is en u hier niks aan kunt doen; of c.

de woonvoorziening geen oplossing meer is voor uw woonproblemen. 4.2.2 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning krijgt als u door uw beperking uw woning niet schoon en leefbaar kunt houden. Het is daarbij belangrijk dat u aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1.3.5 van deze verordening, voldoet. 2. Wij werken met ‘het resultaat schoon en leefbaar huis.’ We gebruiken hierbij het normenkader huishoudelijke ondersteuning van HHM. Dit houdt in dat u hulp krijgt bij bijvoorbeeld, de woonkamer, uw slaapkamer, keuken, badkamer en de gang(en) tussen die ruimten. Ook kunnen wij structuur aanbrengen in het huishouden. Dit doen wij bijvoorbeeld door eten en drinken klaar te zetten of het wassen, drogen en strijken van kleding, bedden- en linnengoed. U krijgt een ondersteuningsplan waarin staat welke taken door de hulp worden gedaan. 4.2.3 Beschermd wonen [Wmo] 1. Als u een psychische aandoening heeft, kunnen wij onderdak en begeleiding bieden. Dit noemen wij beschermd wonen. Bij beschermd wonen kunt u begeleid worden om mee te doen in de samenleving. 2. Beschermd wonen is: a. wonen in een ruimte van een instelling; b. met toezicht en begeleiding; c. met als doel voor uzelf te kunnen zorgen en mee te doen in de maatschappij; d. gericht op het verbeteren van het psychisch en psychosociaal functioneren; e.

gericht op het stabiel krijgen van uw psychiatrische aandoening; f. gericht op het voorkomen van verwaarlozing of overlast; g. gericht op het voorkomen van gevaarlijke situaties;

h. bestemd voor mensen met psychische of psychosociale problemen, die niet zelf in staat zijn zich staande te houden in de samenleving. 3. Wij verlenen ‘beschermd wonen’ als: a. u 18 jaar of ouder bent; b. 24-uurs toezicht en begeleiding noodzakelijk is; c. u bij de aanmelding de diagnose heeft dat u een psychiatrisch probleem heeft; d. de psychiatrische diagnose is gesteld en ondertekend door een bevoegde professional. 4. Er zijn 4 opties van beschermd wonen mogelijk. Van de zwaarste naar de lichtste vorm zijn de opties: 1. Beschermd wonen hoog. Bij deze vorm ontvangt u zeer intensieve zorg gericht op het (in de eerste instantie) overnemen van taken op alle levensgebieden zoals financiën en huishouden. Daarnaast leert u waar mogelijk omgaan met uw beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig; 2. Beschermd wonen midden. Bij deze vorm ontvangt u intensieve begeleiding gericht op het omgaan met de beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig; of 3. Beschut wonen. Bij deze vorm woont u gedeeltelijk weer op uzelf in een eigen woning. Deze woning is onderdeel van een wooncomplex waar u overdag begeleiding kunt krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/130/documents/341