Bijlage 1 - 204X00614 Retailvisie Dronten definitief.pdf
Tekst van het document
met als doel een toekomstbestendig en goed functionerend perifeer detailhandelsaanbod in de gemeente Dronten. De gemeente Dronten heeft naast het creëren van voorzienbaarheid via onderhavige visie meerdere instrumenten tot haar beschikking om het proces om te komen tot één perifere concentratie te faciliteren. Navolgend zijn enkele voorbeelden benoemd: Subsidie: in de vorm van bijvoorbeeld verhuiskostenvergoeding en/of een transformatiesubsidie. Ondernemers die bereid zijn te verplaatsen naar Dronten-centrum, kunnen gebruik maken van deze subsidie. De financiële middelen worden gedragen door de markt en de gemeente. Een vergelijkbaar voorbeeld is de subsidieregeling voor verplaatsers in Hoogeveen. Hier draagt de provincie echter ook bij. Bestemmingsplanverruiming: de gemeente moet bij transformatie van gebieden de mogelijkheid bieden om niet-PDV-functies toe te staan. Uiteraard moeten deze functies aantoonbaar wel een duurzame bijdrage leveren aan de structuur. Dit geldt met name voor de te transformeren locaties, zoals het Hanzekwartier. Bemiddelen: de gemeente of een andere partij kan ondernemers en vastgoedeigenaren bij elkaar brengen via bemiddeling. Dit kan verplaatsing bevorderen.
Nevenassortimenten Branchevervaging in klassieke PDV-branches zoals de woon-, tuin- en doe-het-zelf-branche komt veel voor, maar mag niet leiden tot onaanvaardbare effecten op de detailhandelsstructuur. Daarom moet hier weloverwogen mee om worden gegaan. In die overweging spelen aspecten zoals de aanvaardbaarheid van een bepaalde mate van branchevervaging, het belang van beleving in de winkel en eventuele effecten op reeds aanwezige
3
Uitgezonderd bij de toegestane perifere winkels behorende werkkleding en –schoenen, zoals bijvoorbeeld overalls of tuinklompen.
Hoofdstuk 5
winkels een rol. Niet wenselijk zijn bijvoorbeeld woonwinkels met speelgoed in de schappen en tuincentra die levensmiddelen verkopen. De consument verwacht in dergelijke winkels echter ook een bepaalde mate van branchevervaging. Zo is bijvoorbeeld het dierenassortiment van tuincentra inmiddels een landelijk geaccepteerd onderdeel van het reguliere assortiment. Branchevervaging bij de genoemde branches en soorten winkels is toegestaan tot maximaal 10% van het totaal gevoerde assortiment en een maximum van 100 m² wvo. Dit is landelijk een gangbare norm en dit voorkomt dat onaanvaardbare effecten ontstaan op het aanbod in de reguliere centra. Hierbij geldt verder het volgende: De artikelen die gevoerd mogen worden behoren direct of indirect tot het specifieke assortiment van de betreffende branche of soort winkel. Voor de aangewezen perifere locatie geldt dat het assortiment van alle toegestane branches en soorten winkels zonder beperkingen in alle hier aanwezige winkels verkocht mag worden. Modische artikelen3, levensmiddelen, en persoonlijke verzorgingsartikelen zijn expliciet niet toegestaan omdat dit de belangrijkste dragers zijn voor het functioneren van de reguliere winkelcentra. Kleinschalige horecavoorzieningen, die ondergeschikt zijn aan de winkelfunctie, worden toegestaan. Daar waar in het verleden andere rechten zijn toegekend, blijven die geldig.
6.
VISIE OP SAMENWERKING 6.1 Uitgangssituatie Bestaande samenwerkingsverbanden In de gemeente Dronten zijn momenteel meerdere samenwerkingsverbanden aanwezig. De ene meer actief en effectief dan de ander. Op sommige thema’s wordt goed samengewerkt, terwijl op andere thema’s langs elkaar heen wordt gewerkt. De volgende belangenorganisaties/samenwerkingsverbanden zijn momenteel aanwezig in Dronten: Winkeliersvereniging Suydersee: komt op voor de belangen van winkeliers in Dronten-centrum. Stichting DOES: ondernemersfonds Dronten-centrum, belangenbehartiger ten behoeve van het economisch en ruimtelijk-functioneel versterken van het centrumgebied, waaronder het organiseren van evenementen. OVDD: komt op voor de belangen van ondernemers in de gemeente Dronten. STADronten: organisator evenementen en activiteiten in Dronten. PRODronten: organisator Meerpaaldagen. Dorpsbelangen Swifterbant: belangenorganisatie voor leefbaarheid in het dorp, de sociale cohesie en inwonersparticipatie. Dorpsbelangen Biddinghuizen: belangenorganisatie voor leefbaarheid in het dorp, de sociale cohesie en inwonersparticipatie. Vitale centra: overlegstructuur opgericht ten behoeve van het proces voor de totstandkoming van de onderhavige retailvisie, met
4
Met uitzondering van een enkele vastgoedeigenaar in Stichting DOES.
Hoofdstuk 6
daarin het centrummanagement van Dronten-centrum, een vertegenwoordiging van de dorpen en de OVDD. Ruimte voor verbetering In de operationele sfeer is de samenwerking met name in Dronten-centrum momenteel goed op orde. Dit uit zich ook in de samenwerking tussen het centrummanagement, het ondernemersfonds (op basis van reclamebelasting) en de winkeliersvereniging. Op strategisch niveau is de samenwerking eigenlijk alleen binnen Dronten-centrum geregeld. In de periferie is geen sprake van samenwerking. De samenwerking betreft vooral ondernemers. Structurele samenwerking tussen gemeente en ondernemers heeft als onderdeel van het proces van onderhavige visie in de groep Vitale centra plaatsgevonden. Een meer integrale samenwerking waarin ook vastgoedeigenaren en consumenten/bewoners betrokken zijn, is niet aanwezig4. Het betrekken van deze stakeholders is echter wel noodzakelijk. Ook hier geldt dat het belangrijk is dat aan de voorkant duidelijkheid bestaat over de belenagenbehartiging (wie, waarom, hoe, etc.) Een goede samenwerking is essentieel voor goed functionerende centrumgebieden. De gezamenlijke stip op de horizon en acties vergroot inzicht in elkaars en gezamenlijk belang. Taken kunnen efficiënt en tegen lagere kosten worden verdeeld en informatie aan de consument kan op een eenduidige wijze worden gecommuniceerd.
Alle betrokken stakeholders hebben uitgesproken de samenwerking te optimaliseren. Op basis van dit speerpunt zet de visie in op de volgende twee onderdelen.
Professionalisering samenwerking Allereerst moet de samenwerking binnen de individuele centra op orde zijn. Deze samenwerking is vooral gericht op meer operationele thema’s zoals de organisatie van activiteiten voor de eigen bevolking en evenementen, samenwerking tussen ondernemers detailhandel, horeca en diensten onderling, etc. In Drontencentrum is dit reeds op orde, maar hier ligt met name een opgave voor de dorpen. Samenwerking tussen gebieden/centra is eveneens belangrijk om de complementariteit tussen gebieden te borgen en de identiteit te kunnen uitdragen. De consument moet wat te kiezen hebben! Wij stellen voor een overkoepelend samenwerkingsverband op te richten / aan te wijzen, met daarin een evenwichtige vertegenwoordiging van elk centrumgebied en stakeholders, waarin de meer strategische lijn wordt uitgezet en samenhang geoptimaliseerd wordt. Dit overkoepelende samenwerkingsorgaan heeft primair de volgende taken: Profilering en marketing centra; Beheer evenementenkalender; Bewaker van het uitvoeringsprogramma De SEA-groep Vitale Centra, zoals centraal stond in de tweede stakeholderssessie van onderhavige visie, is een goed uitgangspunt voor het overkoepelende samenwerkingsorgaan. Eventueel aangevuld met een directe vertegenwoordiging van de buurtcentra.
Het uitgangspunt is een werkbare en slagvaardige samenwerking, waardoor een maximum van circa 8 personen aan te bevelen is.
5
Uiteraard kan ook een bestaand overlegorgaan deze taak op zich nemen, bijvoorbeeld de reeds aanwezige (inactieve) brancheadviescommissie (BAK), met als aanvulling
Hoofdstuk 6
De SEA-groep Vitale Centra zorgt er voor dat de geplande acties en maatregelen met betrekking tot bijvoorbeeld het opvullen van leegstand, stimuleren ondernemerschap, etc. door de juiste partijen worden uitgevoerd en bovendien de gewenste kwaliteit opleveren. Uiteraard zullen er op operationeel niveau werkgroepen worden aangewezen met personen die concrete projecten trekken. Hier zijn reeds al enkele voorbeelden van, bijvoorbeeld de werkgroep aantrekkelijk stadscentrum, die zich voor Dronten-centrum bezighoudt met branchering en leegstand en de werkgroep activiteiten en marketing voor evenementen in Dronten-centrum. Revitalisatie (branche)adviescommissie De dynamiek in retailland is groot en daardoor is een flexibel toetsingskader noodzakelijk. Dit is een oproep vanuit de stakeholders. Als onderdeel van onderhavige visie wordt een (branche)adviescommissie opgericht5 met daarin een vertegenwoordiging van de belangrijkste stakeholders (gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren) van de centrumgebieden die aan de hand van onderhavige visie een advies uitbrengen ten aanzien van nieuwe initiatieven. De commissie heeft primair twee taken: Het beoordelen van een initiatief in hoeverre dit past binnen de visie en of voldoende is aangetoond dat de nieuwe ontwikkeling geen onaanvaardbare effecten heeft op de retailstructuur, de consumentenverzorging en de leegstand.
De commissie brengt advies uit aan gemeente. Mede op basis van dit advies beslist de gemeente of een bestemmingsplanwijziging wel of niet aanvaardbaar is. Het voordeel van een dergelijke adviescommissie is dat een initiatief zorgvuldig kan worden afgewogen op basis van diverse perspectieven en overwegingen. een bredere vertegenwoordiging vergelijkbaar met de Vitale Centra en aanvullend ook een extern onafhankelijk kennis- en adviesorgaan.
7.
AANVULLENDE VORMEN VAN RETAIL
uitzondering toegestaan op traffic-locaties6, mits er geen negatieve effecten op de consumentenverzorging, detailhandelsstructuur en winkelleegstand te verwachten zijn.
7.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan aanvullende en nieuwe vormen van detailhandel centraal, zoals hoe wordt omgegaan met internethandel en pick-up points, branchevervaging/-vermenging, tijdelijke winkels, blurring, ambulante handel, land- en boerderijwinkels, detailhandel en horeca bij recreatiegebieden, detailhandel bij tankstations en detailhandel en horeca bij specifieke overige bedrijfslocaties en sportvoorzieningen.
7.2 Nieuwe vormen Internethandel Webwinkels met een afhaalpunt en/of showroom moeten worden gefaciliteerd in bestaande centra. Dergelijke zaken hebben een winkelachtige uitstraling en de bezoekers die gegenereerd wordt kan een positief effect hebben op de centra, aangezien andere zaken hiervan ook kunnen profiteren via combinatiebezoek. Een webwinkel zonder afhaalpunt en/of showroom, kan worden beschouwd als bedrijfsfunctie. Deze kunnen ook in centrumgebieden aanwezig zijn, maar ook op de daarvoor bestemde locaties, zoals bedrijventerreinen. Afhaalpunten (pick-up-points) worden toegestaan in de centra. Solitaire afhaalpunten worden slechts bij hoge
6
Hiermee worden vervoersknooppunten bedoeld, zoals stations, auto(snel)wegknooppunten (bijvoorbeeld tankstation) of vliegvelden.
Hoofdstuk 7
Tijdelijke winkels Tijdelijke winkels zoals pop-up stores of seizoenswinkels en tijdelijke niet-winkelfuncties op het gebied van bijvoorbeeld horeca, dienstverlening of cultuur, kunnen een bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid, diversiteit en kwaliteit in een centrumgebied. Bovendien kan het zorgen voor (een tijdelijke) invulling van leegstand. Tijdelijke winkels worden gestimuleerd in centrumgebieden. Er wordt gestreefd naar korte procedures en flexibiliteit in bestemmingsplannen. De tijdelijke verkoop van artikelen op locaties zonder detailhandelsbestemming of buiten de hoofdstructuur is echter niet toegestaan omdat dit ongewenste concurrentie oplevert voor de reguliere centra. Verkoop aan huis wordt daarom ook niet toegestaan.
7.3 Bijzondere vormen
Blurring De ambitie is de kansen met betrekking tot blurring te benutten, mits deze aansluiten bij zowel de kaders van de onderhavige retailvisie als de drank- en horecawetgeving. Vanuit de markt neemt de vraag naar mengvormen tussen met name detailhandel en horeca steeds verder toe. Ook de consument verlangt naar meer beleving en verrassing in de vorm van mengvormen. Dit wordt ook wel blurring genoemd. Hoewel blurring functioneel gezien veel kansen biedt, stelt de drank- en horecawetgeving bepaalde juridische kaders. In principe wordt een initiatief dat betrekking heeft op blurring gestimuleerd, mits deze aansluit bij zowel de kaders van de onderhavige detailhandelsvisie als de drank- en horecawetgeving.
Hoofdstuk 7
Ambulante handel Een sterke weekmarkt draagt bij aan de beleving, de sfeer, de kwaliteit en de reuring van een centrumgebied. Een weekmarkt zorgt bovendien voor extra aantrekkingskracht, waar bestaande ondernemers ook van kunnen profiteren via synergiewerking. Anderzijds kan ambulante handel ook resulteren in extra concurrentie met fysieke winkels. Er moet daarom zorgvuldig worden omgegaan met het afgeven van vergunningen en daarom wordt ambulante handel uitsluitend toegestaan op daarvoor aangewezen (geconcentreerde) standplaatsvoorzieningen. Aanvragen voor nieuwe standplaatsen worden onder meer op hun consequenties voor de verzorgingsstructuur beoordeeld. De ambitie is om de positie te versterken en te komen tot een kwalitatieve opwaardering van de weekmarkten in Dronten, Biddinghuizen en Swifterbant, met als uitgangspunt dat de weekmarkt complementair is aan de vaste voorzieningen. Enkele kansen zijn: behoud c.q. versterking profiel van specialistische en hoogwaardige versspeciaalzaken; bij lege standplaatsen flexibel omgaan met de positionering om compactheid te vergroten; Verkennen mogelijke verplaatsing weekmarkt Dronten-centrum heeft plaatsgevonden en wordt aan de Raad voorgelegd.
Het gaat hier om een afweging waarbij belangen van ondernemers, marktkooplieden en consumenten verschillend zijn en het budgetrecht voor de verplaatsing bij de Raad ligt; inzetten op acquisitie om de markt te versterken.
Boerderij- en landwinkels Verkoop van met name dagelijkse artikelen vindt in beperkte mate plaats bij landwinkels (met name boerderijen). Boerderij- of landwinkels zijn toegestaan als er sprake is van rechtstreekse verkoop van op het bedrijf vervaardigde of geteelde producten dan wel gerelateerde producten. In het bestemmingsplan worden uiteindelijke keuzes gemaakt. Doorgaans worden de volgende gebruiksregels gehanteerd: Er moet sprake zijn van een agrarisch bedrijf. De detailhandel is ondergeschikt aan het bedrijf. Maximaal 100 m² wvo mag voor detailhandel worden gebruikt. Het eigen vervaardigde product moet in de winkel verkocht worden. Naast het eigen product is het ook toegestaan om Nederlandse streekproducten met het keurmerk ‘Erkend Streekproduct’ te verkopen. Er dient een bedrijfsplan te zijn waaruit blijkt hoe de winkelvoering plaats zal vinden, bijvoorbeeld met welk soort assortiment. Leisure en recreatie In de gemeente Dronten zijn diverse leisure- en recreatievoorzieningen aanwezig, met name nabij het Veluwemeer. Het betreft met name bungalowparken, campings en attractiepark Walibi World. Hier zijn vooral kleinschalige levensmiddelen- en horecazaken aanwezig, die uitsluitend een functie hebben voor de dag- en verblijfstoeristen.
De opening en sluiting van deze zaken zijn immers ook seizoensgebonden en de afstand tot Biddinghuizen en Dronten-centrum is relatief groot. Dergelijke voorzieningen zijn noodzakelijk voor goed functionerende leisure-voorzieningen. Ook is er een jachthaven aanwezig (Ketelhaven).
Hoofdstuk 7
Het is niet wenselijk dat (een verdere uitbreiding van) detailhandel bij recreatiebedrijven plaatsvindt. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld voor een grootschalig recreatiepark) kan detailhandel op recreatiebedrijven worden toegestaan, in het kader van eventuele toeristische ambities en doelstellingen. Uitbreiding van ondersteunende horeca is toegestaan indien dit aansluit bij de functie van het gebied en er geen onaanvaardbare effecten op de centra te verwachten zijn. Daar waar in het verleden andere rechten zijn toegekend, blijven die geldig. De vele verblijfs- en dagrecreanten beiden bovendien kansen voor het centrum van Dronten. Daarom wordt de verbinding tussen de Oostkant en het winkelcentrum SuyderSee gezocht en gestimuleerd.
Detailhandel en horeca bij tankstations en traffic-locaties Detailhandel en horeca op trafficlocaties, zoals een tankstation, kan bijdragen aan de kwaliteit en het gemak voor de consument. Zelfstandig functionerende detailhandel of horeca dat past binnen het profiel van de centra is echter niet wenselijk op deze locaties, omdat dit afbreuk doet aan de hoofdstructuur. Detailhandelsactiviteiten bij motorbrandstoffenverkooppunten worden toegestaan, onder de voorwaarden dat de omvang beperkt is (maximumomvang van 200 m² wvo) en het assortiment
gericht is op automobilisten. Horeca gericht op automobilisten op trafficlocaties, zoals een drive-inbroodjeszaak of -snackbar, wordt toegestaan. Detailhandel en horeca bij bedrijfslocaties en sportvoorzieningen Dit betreft winkels en horeca in onder meer ziekenhuizen, scholen, sportaccommodaties, verzorgingstehuizen, etc. Eventuele detailhandelsen horeca-activiteiten worden slechts in beperkte mate toegestaan, indien het ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit, het qua branchering en omvang aansluit op de hoofdactiviteit, het aansluit op de ‘eigen’ doelgroep en geen onaanvaardbare effecten heeft op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand. Eventuele ongewenste effecten op de hoofdstructuur moeten immers beperkt worden. Sportscholen en fitness Sportscholen en fitness zijn leisure activiteiten die prima passen binnen de bestaande centrumgebieden in de gemeente Dronten. Dergelijke functies dragen bij aan de multifunctionele aard van de centra en zorgen voor meer reuring en leefbaarheid. De visie zet daardoor primair in op het vestigen van sportscholen en fitness in de reguliere centra. Dergelijke functies zijn uitsluitend buiten de reguliere centra toegestaan, indien aantoonbaar geen fysieke mogelijkheid bestaat in het centrumgebied binnen het verzorgingsgebied en de ruimtelijk-functionele effecten op de centra niet onaanvaardbaar zijn.
Winkelopeningstijden In Nederland zijn er inmiddels veel gemeenten waar de winkels langer open zijn, op enkele zondagen per jaar open zijn of waar elke zondag sprake is van een koopzondag. Hoe om te gaan met de zondagsopenstelling is aan gemeenten.
Hoofdstuk 7
De gemeente Dronten gaat uit van respect voor elkaars vrijheden. Dit betekent dat gewetensvrijheid, godsdienstvrijheid en ondernemersvrijheid elkaar vinden in de gezamenlijke maatschappelijke waarden. Waar het gaat om de balans tussen zondagsrust en zondagsopenstelling kijkt de gemeente goed naar de effecten van het meebewegen en hoe dit past bij de historie en toekomst. De gemeente Dronten heeft ontdekt hoe je met elkaar nog verder in gesprek gaat en elkaar betrekt. Door geleidelijke verandering, openstelling vanaf 12.00 uur en passend om te gaan met aanlevertijden en het vergunningen van evenementen kan rekening worden gehouden met elkaars vrijheden. De gemeente start een pilot om deze weg te verkennen. De evaluatie gaat in goed overleg met samenleving, winkeliers, college en raad.
Bijlagen
Bijlage 1: Definities Bestedingspotentieel Totaal aan winkelbestedingen die door de inwoners van een bepaald gebied gedaan kunnen worden. Gebaseerd op inwoneraantal en gemiddelde (landelijke) toonbankbesteding per hoofd van de bevolking. Groepering daarvan noemt men bestedingsvolumes. Bruto vloeroppervlak (BVO) De oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580. Commerciële dienstverlening Alle vormen van dienstverlening die gericht zijn op de consument, zoals kappers, schoonheidssalons, (winkel)ambachten, enz., met uitzondering van detailhandel en horeca. Consumentenverzorging De mate waarin consumenten de beschikking hebben over voorzieningen in de omgeving die voorzien in een behoefte. Dagelijkse artikelen Voedings- en genotmiddelen (vgm) en artikelen op het gebied van persoonlijke verzorging. In de praktijk gaat het hierbij om supermarktaanbod, aanbod in vgm-speciaalzaken, drogisterij- en parfumeriezaken Detailhandel (als activiteit) Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die
Bijlagen
die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Horeca Bedrijfstak die bestaat uit commerciële dienstverlenende ondernemingen die logies verstrekken en-of spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse, zoals een hotel, restaurant, snackbar, café, lunchroom, enz. Koopkrachtafvloeiing Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun detailhandelsbestedingen plaatsen bij gevestigde winkels buiten dat gebied. Koopkrachtbinding Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn. Koopkrachttoevloeiing Mate waarin inwoners van buiten een bepaald gebied detailhandelsbestedingen plaatsen bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn (aandeel omzet van buiten). Retail Een containerbegrip waarmee activiteiten worden bedoeld binnen detailhandel, horeca en consumentgerichte dienstverlening. Vloerproductiviteit Gemiddelde omzet in gevestigde winkels per m² verkoopvloeroppervlak (wvo).
Winkelvloeroppervlak (WVO) De voor publiek toegankelijke, zichtbare, overdekte en ommuurde winkelruimte (dus excl. magazijn, kantoor, etalage, e.d.).
Bijlagen
Bijlage 2: Proces Procestijdlijn Navolgend is de tijdlijn weergegeven van het proces, met daarin de diverse overlegmomenten met de stakeholders. Let op: dit betreft uitsluitend het proces wat gecoördineerd is door BRO en niet het bestuurlijke proces.
Figuur 2A: Procestijdlijn
Stakeholders De retailvisie en het uitvoeringsprogramma is nadrukkelijk is samenwerking met de belangrijkste stakeholders tot stand gekomen, namelijk de gemeente Dronten, ondernemers, vastgoedeigenaren en bewoners. Er zijn diverse momenten geweest waarop belanghebbenden konden participeren aan het proces: Startoverleg: het startoverleg is gebruikt om met stakeholders het traject af te stemmen. De Stuurgroep bestond uit een vertegenwoordiging van Dronten-centrum (Leo Hoksbergen), Swifterbant (Frank
Bijlagen
Manders), Biddinghuizen (Jan Schuurhuis), gemeente Dronten (Sonja de Vries) en ondernemers in de gemeente Dronten (OVDD) Analyse: als onderdeel van de analyse zijn diverse key-stakeholders benaderd in bilaterale gesprekken voor input, waaronder Stichting DOES, enkele vastgoedeigenaren, de winkeliersvereniging van Dronten-centrum en ondernemers uit de dorpen. Bijeenkomst Stakeholders 30 januari: bij deze bijeenkomst stond het brainstormen met een brede groep centraal. Bijna alle ondernemers en vastgoedeigenaren zijn uitgenodigd, evenals enkele onafhankelijke partijen, zoals de Rabobank en diverse BOG-makelaars. Er was een hoge opkomst met circa 45 stakeholders. Bijeenkomst Stuurgroep plus 6 maart: in kleiner verband zijn met de leden van de Stuurgroep en enkele aanvullende key-stakeholders (plus) de hoofdlijnen van de visie besproken. Het doel van de sessie was om het advies van BRO te toetsen en aanvullende specifieke input op te halen, met als uitgangspunt een evenwichtige vertegenwoordiging van alle centra (inclusief PDV) in de gemeente Dronten. Bijeenkomst Stuurgroep plus april: met de Stuurgroep plus zijn de uitvoeringselementen uit de visie nader uitgewerkt op basis van prioritering en taakverdeling. Tussentijdse overlegmomenten: tijdens het proces zijn diverse tussentijdse overlegmomenten geweest met de Stuurgroep.
Bijlage 3: Instrumenten A. De gemeente Sturen op detailhandel: Europese Dienstenrichtlijn Op 12 december 2006 is de Europese Dienstenrichtlijn in werking getreden. Op basis van jurisprudentie omtrent de Europese Dienstenrichtlijn blijkt dat ruimtelijke ordening op basis van economische motieven (bescherming van bestaande ondernemers) niet meer mag. De overheid mag alleen nog sturen op detailhandel wanneer redenen van algemeen belang doorslaggevend zijn: consumentenbescherming, ruimtelijke ordening en milieu. Consumentenbescherming / consumentenverzorging en ruimtelijke ordening worden als centrale uitgangspunten gehanteerd in het detailhandelsbeleid. De derde reden, milieu, is meer technisch en komt in andere beleidsstukken aan de orde. Uitnodigingsplanologie De gemeente is verantwoordelijk voor het formuleren van ruimtelijk beleid op basis van het omgevingsrecht. Zij stelt het detailhandelsbeleid vast en vertaalt dat in bestemmingsplannen. Omdat we niet weten wat de toekomst brengt, hanteren gemeenten tegenwoordig veelal het principe van Uitnodigingsplanologie. De lijn daarbij is dat de gemeente niet op voorhand ruimte geeft in bestemmingsplannen maar initiatieven toetst en waar mogelijk faciliteert. De gemeente beoordeelt marktinitiatieven op basis van de aanwezige beleidskaders, waaronder de onderhavige detailhandelsvisie.
Dit betekent een positieve houding ten opzichte van gewenste ontwikkelingen en een terughoudende of afwijzende houding bij ongewenste ontwikkelingen.
Bijlagen
Sturen op zorgvuldig ruimtegebruik: Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 28 augustus 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond hiervan zijn gemeenten en provincies verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ op te nemen, wanneer een besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Dit betekent dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, ook op het gebied van detailhandel, gemeenten de treden van de ladder moeten motiveren. Hoewel per nieuw initiatief de ladder doorlopen zal moeten worden, is er in onderhavige visie al rekening gehouden met de uitgangspunten van de ladder. Bij de motivering kan verwezen worden naar de opgenomen beleidsuitgangspunten. Per 1 juli 2017 is de aangepaste Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden. Aanpassing bestemmingsplannen De uitgangspunten die voortkomen uit de onderhavige visie moeten uiteindelijk doorvertaling vinden in bestemmingsplannen. Een uitgangspunt van de visie is dat de detailhandel geconcentreerd dient te worden in de tot de hoofdstructuur gerekende centra. Uit de marktruimtebenadering komt naar voren dat de behoefte aan fysieke winkelruimte afneemt.
Terughoudendheid ten aanzien van het toestaan van nieuwe detailhandel is noodzakelijk om het huidig economisch functioneren van het bestaande aanbod te borgen en te zorgen voor een hogere belevingswaarde. Daarvoor kunnen de gemeenten actief beleid voeren om detailhandel op niet wenselijke plekken terug te dringen. Dit laatste kan immers de doelstelling om te komen tot compacte centra doorkruisen.
Voor ongunstig in de structuur gelegen locaties (waaronder de randgebieden van de centrumgebieden) waar bestemmingsplanmatig (ook) nog (andere) detailhandel gevestigd kan worden, kan de mogelijkheid in bestemmingsplannen opgenomen worden om de bestemming detailhandel rechtstreeks of via een wijzigingsbevoegdheid van het college te wijzigen. Voorzienbaarheid creëren Een bestemmingswijziging kan voor eigenaren of exploitanten van vastgoed leiden tot grondwaarde- of inkomstenvermindering, direct of indirect (planschade). De burger of een bedrijf heeft recht op schadevergoeding wanneer een overheid rechtmatige ingrepen doet in het algemeen belang. Bij het wegbestemmen van functies zoals detailhandel of horeca is het vaak lastig om planschadeclaims te voorkomen, maar een mogelijke grond om planschade te voorkomen, is het creëren van voorzienbaarheid. Van voorzienbaarheid is sprake als een redelijk denkend en handelend koper redelijkerwijs op het moment van de aankoop had kunnen weten dat er een voor het betreffende perceel c.q. pand een schadeveroorzakend (ruimtelijk) besluit genomen zou worden. Dus bijvoorbeeld een bestemmingsplan waarin bepaalde functies wegbestemd worden. Om dit te creëren moet er beleid opgesteld en gepubliceerd zijn op dat specifieke onderdeel (bijvoorbeeld wegbestemmen van functies).
Voorzienbaarheid kan op hoofdlijnen worden gecreëerd in de retailvisie, maar zal op gebiedsniveau verder moeten worden uitgewerkt (onder meer door het aanwijzen van winkelconcentratiegebieden).
Bijlagen
Het is mogelijk verdergaande beperkingen op te leggen in bestemmingsplannen, maar dat zal afgewogen moeten worden ten opzichte van het planschaderisico (en de eventuele kosten daarvan). Omgaan met bijzondere initiatieven Hoewel de bestaande structuur prioriteit heeft en grote uitbreidingen kritisch beoordeeld dienen te worden op de toegevoegde waarde, gaat de vernieuwing in de detailhandel in een hoog tempo door. Het is belangrijk deze vernieuwing een plek te geven. Dat betekent dat er waar mogelijk medewerking verleend dient te worden aan kwalitatieve impulsen, innovatieve concepten of vervanging van oud door nieuw. Er kunnen initiatieven zijn voor vestiging (of uitbreiding) van consumentgerichte voorzieningen op locaties buiten de hoofdstructuur, zoals vastgelegd in de retailvisie. Onder bepaalde en strikte voorwaarden kunnen dergelijke initiatieven worden toegestaan via een herziening van het bestemmingsplan of een eenvoudige afwijking. Het initiatief dient dan te voldoen aan de volgende voorwaarden: Bijzondere en onderscheidende formule of concept waarmee Dronten zich regionaal/nationaal kan profileren. Geen betrekking op de branches dagelijkse artikelen (uitzondering voor vers- en of streekproducten). Niet passend (ruimtelijk en/of functioneel) op één van de locaties zoals vastgelegd in de retailvisie vanwege aspecten als omvang, bereikbaarheid en zichtbaarheid.
Voor dergelijke initiatieven dienen de volgende toetsingscriteria te worden doorlopen: Het nieuwe initiatief moet worden getoetst worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking7. Aangetoond dient te worden dat het initiatief een meerwaarde voor de consumentenverzorging heeft. Deze meerwaarde kan zich uiten in toename van keuzemogelijkheden voor de consument, bijvoorbeeld omdat de branche zwak vertegenwoordigd is. Ook kan er sprake zijn van een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, complementariteit, uniciteit, specialisatie en/of gerichtheid op één of meer doelgroepen. Aangetoond dient te worden dat het initiatief geen blijvende negatieve effecten heeft op de bestaande retailstructuur en/of de in de visie aangegeven ontwikkeling daarvan. Hierbij zal moeten worden ingegaan op de effecten van het initiatief op de overige centrumgebieden met vergelijkbaar aanbod op brancheniveau, dat op basis van de verzorgingsfunctie gewenst is op de betreffende locatie. Relatie met andere ruimtevragers (bedrijven, kantoren, wonen). Regionale/nationale aantrekkingskracht. De mate waarin het succes van het concept wordt bepaald door de specifieke locatie.
Handhaving Handhaving is van groot belang om de retailvisie ook in de praktijk goed handen en voeten te kunnen geven. Vanuit met name de ondernemers wordt hier gewoonlijk ook nadrukkelijk om gevraagd. Voor een adequate handhaving vormen de in de onderhavige visie omschreven spelregels ten aanzien van onder meer de branchering het uitgangspunt. Toepassing regelgeving Door aan tafel te gaan met ondernemers in een centrumgebied kan achterhaald worden welke regelgeving voor ergernis zorgt of zelfs belemmerend is voor de ondernemers. Een voorbeeld hiervan is het beleid ten aanzien van openingstijden. De gemeente kan hierop kiezen voor meer flexibiliteit en versoepeling in (een deel van) de regelgeving. Dit zorgt voor een grote verantwoordelijkheid voor de ondernemers, die met gezond verstand te werk moeten gaan. In veel gevallen bevordert het versoepelen van de regelgeving de sfeer doordat er minder confrontaties zijn, terwijl het niet voor extra overlast zorgt in de omgeving. B. Leegstandbestrijding en werving
Verder zal het initiatief worden getoetst op relevante ruimtelijke aspecten als: Inpassing in de omgeving. Bereikbaarheid. Parkeermogelijkheden bezoekers en personeel. Bevoorrading.
Leegstandsverordening Enkele gemeenten waaronder Amsterdam, Tilburg, Brunssum en Sittard-Geleen, hebben inmiddels een leegstandsverordening, zoals mogelijk gemaakt door de Wet kraken en leegstand uit 2010. Met een leegstandsverordening krijgen vastgoedeigenaren een meldingsplicht opgelegd voor kantoor- en/of winkelpanden die langer dan zes maanden leegstaan. Onder regie van de gemeente wordt er (verplicht) leegstandsoverleg gevoerd. Uiteindelijk kunnen gemeenten gebruikers voor het
Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten
en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen.
7
Bijlagen
leegstaande pand voordragen, mits het pand langer dan een jaar leegstaat. Als een eigenaar het leegstaande pand binnen zes maanden niet aanmeldt bij de gemeente, dan kan de gemeente een boete opleggen. De leegstandsverordening wordt tot nog toe vooral toegepast in relatie tot kantorenleegstand, om zo zicht te krijgen op de stand van zaken en om in gesprek te kunnen komen met de eigenaren. Omdat de leegstand van winkels veel zichtbaarder is dan van kantoren, zal een leegstandverordening voor winkelgebieden waarschijnlijk vooral een rol kunnen spelen in het stimuleren van een constructief gesprek tussen de eigenaren van leegstaande panden en de gemeente. Vanwege de dreiging van verplichte huurders en boetes kan een eigenaar bovendien gemotiveerd worden om (meer) energie te steken in het opnieuw verhuurd krijgen van zijn winkel. Boetes werken overigens veelal niet goed, maar de verordening heeft wel zin indien deze wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke leegstand, het overleg met eigenaren te organiseren en eigenaren aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Subsidieprogramma Diverse gemeenten in Nederland experimenteren (met steun van onder andere Europa en de provincie) met het inzetten van een subsidieprogramma om de kansrijke centrumgebieden te versterken. Met name in krimpgebieden lopen experimenten.
Zo stimuleert de gemeente Delfzijl met een subsidieprogramma ondernemers buiten de hoofdstructuur om te verhuizen naar perspectiefrijke locaties. Actieve acquisitie Een efficiënt instrument bij het bestrijden van leegstand is het actief acquireren van nieuwe ondernemers. Hierbij is het vooral van belang geïn-
Bijlagen
teresseerde partijen wegwijs te maken in de lokale kansen en mogelijkheden en ze daarmee over de streep te trekken. Daarbij kunnen middelen worden ingezet als een leegstandsmakelaar/acquisiteur, een pandenbank voor leegstaand vastgoed, coaching van starters, het uitbrengen van een bidbook om nieuwe ondernemers te verleiden, spreekuur voor vastgoedeigenaren, het begeleiden van ondernemers bij het vergunningentraject, etc. Vastgoedpartijen informeren Met name voor startende ondernemingen zijn de huurniveaus in de beginjaren soms te hoog om zich in de centrumgebieden te vestigen. In Dronten-centrum bestaan er bovendien grote verschillen in huurprijsniveau tussen verschillende units, als gevolg van het versnipperd eigendom. Door met vastgoedpartijen in gesprek te gaan over de mogelijkheden voor huurincentives, kan mogelijk voorkomen worden dat leegstand in centrumgebieden in stand blijft. Voorbeelden hiervan zijn: ingroeihuren (huurkortingen voor starters); omzet gerelateerde huren; tijdelijke huurcontracten (maximaal twee jaar). Stimuleren van structureel overleg tussen vastgoedeigenaren onderling en met andere stakeholders kan bovendien bijdragen aan inzicht in elkaars afwegingen om huurprijsverschillen te beperken. Uiteindelijk is het ook in het belang van de vastgoedeigenaren dat de centrumgebieden levendig blijven.
Stedelijke herverkaveling Het Rijk ziet de noodzaak voor een instrument voor stedelijke herverkaveling in. Er is een wettelijke regeling op handen, onder de noemer van
stedelijke kavelruil. Het uitgangspunt van de omgevingswet met betrekking tot grondbeleid is om meer ruimte voor privaat initiatief creëren. Stedelijke herverkaveling dient de patstelling bij versnipperd eigendom te doorbreken door meerdere panden in een gebied onder te brengen in een vastgoedfonds zodat belanghebbenden het gebied opnieuw kunnen inrichten en de vastgoedwaarde stijgt. Dit biedt vooral kansen voor aanloopstraten/randgebieden waar reeds een bepaalde opgave aanwezig is, die zich bijvoorbeeld uit in een verplaatsingswens van één of meerdere ondernemers.
’s-Hertogenbosch: Creëren van tijdelijke kwaliteit In Den Bosch bestaat een onafhankelijke stichting, Volop Den Bosch, die zich inzet voor de vitaliteit van de binnenstad. Voornaamste doel hierbij is het terugdringen van leegstand. Dit wordt gedaan door (tijdelijk) ruimte te bieden aan allerlei initiatieven. Een initiatief dat wordt aangedragen moet kunst/cultuur gericht zijn, een maatschappelijk initiatief zijn of het moet gaan om een startend creatief ondernemer. Voorbeelden van gerealiseerde projecten zijn een breicafé, een huiskamer met diverse workshops, optredens en andere culturele activiteiten en kunsttentoonstellingen in etalages. Om deze initiatieven van de grond te krijgen wordt samengewerkt met pandeigenaren, make-
Enkele voorbeelden uit de praktijk
laars en een leegstandsbeheerder. Per individueel geval wordt een passend contract gesloten. De stichting is
Tilburg: Actieve acquisitie & leegstandsbestrijding
ontstaan met impulsgelden en wordt nu financieel ondersteund door het on-
Om de binnenstad op de kaart te zetten heeft het onderne-
dernemersfonds en de gemeente.
mersfonds van Tilburg in samenwerking met de Gemeente Tilburg en Citymarketing een Pandenbank en Bidbook van
Leiden: gezamenlijke aankoop pand
de binnenstad gelanceerd. Het hoofddoel hiervan is om op
Om leegstand aan te pakken, hebben in de Leidse winkelstraat ‘Herenstraat’
actieve wijze naar buiten te treden met de binnenstad en op
enkele winkeliers uit de straat gezamenlijk een leegstaand pand opgekocht.
deze manier de leegstand te verkleinen. Het bidbook van de
In dit leegstaande pand heeft zich een kookstudio gevestigd, waar naast
Tilburgse binnenstad geeft een inzicht in de verschillende
workshops ook plaats is voor een hapje en een drankje. De nieuwe huurder
gebieden die er in de binnenstad zijn en probeert deze aan elkaar te verbin-
moet het kloppende hart van de winkelstraat worden.
den. Verschillende partijen, zoals vastgoedeigenaren, de gemeente, makelaars en citymarketing, kunnen het bidbook gebruiken om het centrum van Tilburg te verkopen. Op de pandenbank kunnen pandeigenaren en makelaars kosteloos beschikbare panden tonen. Op deze manier moet het eenvoudig inzichtelijk gemaakt worden welke panden aangeboden worden in de binnenstad. Het is voor ondernemers en andere partijen die zich in het centrum van Tilburg willen vestigen dan makkelijker om een bijpassend pand te vinden.
Bijlagen
Leek: bedrijfsconcepten opstellen Op basis van een marktonderzoek en met behulp van deskundigen zijn bedrijfsconcepten opgesteld voor de panden die leegstaan in Leek. Voorbeelden van potentiële bedrijfsconcepten zijn: verkoop van streekproducten en een levensmiddelenzaak voor buitenlandse producten. Op basis van deze bedrijfsconcepten worden nieuwe ondernemers actief gezocht door de partners van stuurgroep: winkelen in Leek. In deze stuurgroep werken diverse partijen samen. Er moet op deze manier een match gemaakt worden tussen nieuwe ondernemers en pandeigenaren.
C. Lijst mogelijke instrumenten Vastgoed en branchering Clustering centrumgebied – inkrimpen/compacter maken van winkelgebieden: - afbakening van winkelconcentratiegebied; - stimuleren nieuwvestiging in kernwinkelgebied; - ontmoedigen nieuwvestiging op randlocaties en aanloopstraten; - maximale invulling op begane grond met commerciële functies; - crisis- en Herstelwet; - voorzienbaarheid creëren. Opstellen van gebiedsprofielen om de identiteit van deelgebieden te versterken en de bekendheid te bevorderen. Actieve acquisitie en leegstandbestrijding: - opstellen brancherings- en acquisitielijst/plan – gewenste branches, sectoren etc.; - digitale pandenbank die publiek toegankelijk is opzetten en beheren; - ondersteuning en stimulering startende ondernemers: * informatievoorziening voor starters;
Bijlagen
* huisvestingsbeleid met overzicht van leegstaande panden; * voorlichtingsbijeenkomst; - relocatie van sterke spelers die momenteel buiten het centrum zitten; - opbouwen van netwerk met o.a. vastgoedeigenaren, brancheorganisaties, winkelketens; - rechtstreeks retailers en horecaondernemers benaderen om zich hier te vestigen op basis van een acquisitielijst; - opstellen wervende brochure/ website met gebiedsprofielen en motieven waarom retailers en horecazaken zich hier moeten vestigen; - verkennen verplaatsingswensen ondernemers. Meer (aan)trek(kings)kracht genereren: - vestiging van publiekstrekker op een strategische locatie in het winkelgebied. Meestal gaat het hierbij om een grootschalige winkel met een breed assortiment: * voor boodschappencentra: supermarkten belangrijkste trekker; * voor recreatieve centra: mode- en algemene warenhuizen; * voor perifere centra: branchegerichte warenhuizen; - complementariteitstrekkers (naar marktsegment, doelgroep en/of branche); - naast grootschalige trekkers ook kleinschaliger meer gespecialiseerde winkels; - goede mix van detailhandel met bezoekers intensieve functies zoals (dag)horeca en in sommige omstandigheden ook met zakelijke en ambachtelijke dienstverlening, cultuur, vermaak of andere publieksgerichte voorzieningen; - vernieuwing van aanbod: inpassing nieuwe formules en concepten;
modernisering, schaalvergroting en/of uitplaatsing van supermarkten. Opnieuw invullen leegstaande panden: - stimuleren van verplaatsing ondernemers die op een ongunstige plaats zitten en die opzoek zijn naar een andere winkelruimte; - gemeente faciliteert in schaalvergroting door samenvoeging panden/ruimtes bestemmingsplanmatig mogelijk te maken en/of commercieel gebruik bovenverdieping mogelijk te maken; - opkopen leegstaande panden door gemeente; - inventariseren mogelijkheden voor functionele invullingen in vigerende bestemmingsplannen en waar nodig functieverbreding mogelijk maken; - ruimtes inzetten voor tijdelijk gebruik, bijvoorbeeld pop-up stores; - introduceren van korte(re) (proef)huurperiodes in plaats van de gebruikelijke 5 of 10 jaar; - introduceren ingroeihuren en/of omzet gerelateerde huren; - winkeliers kopen winkels. Functietransformaties: - van commerciële functie naar niet-commerciële functie; - van niet-commerciële functie naar commerciële functie. Creëren tijdelijke kwaliteit: - tijdelijke invulling etalages van leegstaande panden; * window-dressing: hieraan gekoppeld oproep met ideeën voor branche/ soort zaak dat in de winkel gevestigd kan worden; - pop-up stores. Afspraken maken met eigenaren leegstaande panden: - begeleiden van eigenaar en ondernemer in matchingsproces.
Bijlagen
Woonfunctie boven winkels stimuleren en wonen in het algemeen in binnensteden: - verdiepingen separaat toegankelijk maken vanaf straat of via de achterzijde; - verdieping op laten kopen door VVE of eigenaar pand een erfpachtovereenkomst laten sluiten met VVE; - subsidieregeling instellen om wonen boven winkels te stimuleren. Aankoop strategisch vastgoed: - selectief aankoopbeleid: voorwaarde voor een eventuele aankoop is dat er een duidelijk perspectief is op herontwikkeling; - oprichten vastgoedontwikkelingsbedrijf. Panden bezien op geschiktheid. Advies bij en begeleiding van bepaling van passende huur- en koopprijzen en –contracten door makelaars. Advies en begeleiding bij her-/ doorontwikkeling van panden en gebieden door makelaars. Efficiënt beheer van vastgoed door makelaars. Innovatiefonds: voor opknappen van gevels: - huidige situatie in beeld brengen en vervolgens met architect de mogelijkheden bekijken voor verbeteringen. Op basis hiervan voorstellen doen; - praktische en financiële ondersteuning bij aanpak gevels. Leegstandsbelasting. Instellen branche adviescommissie / brancheringscommissie. Mogelijkheid voor grotere winkels om zich te kunnen vestigen, als trekkers. Faciliteren grootschaligheid: - instrument: panden samenvoegen. Stedelijke herverkaveling via een vastgoedfonds.
Afstemmen doelgroepen op branches: - lokale bezoekers: * onderscheidend vermogen; * specialistisch dagelijks aanbod; * frequent benodigd niet-dagelijks aanbod; * meer reguliere winkelformules; * bekende ‘local heroes’; * de weekmarkt; - regionale bezoeker: * recreatieve branches en (meer) bijzondere zaken/gespecialiseerd; - bovenregionale bezoeker: * specifieke ruimtelijke kwaliteiten en evenementen; * cultuur verbinden aan horeca en winkelen. Zelfstandig ondernemerschap gecombineerd met bekende winkelformules. Stimuleren van vernieuwende concepten en inspelen op trends, zoals nieuwe servicediensten en mengvormen / wisselwerking tussen retail, diensten, horeca, cultuur: - inspelen op de trend van streekproducten, biologisch en ecologische producten en duurzaamheid; - toenemende interesse in smaakvol en bewust eten en drinken, hierdoor toenemende vraag naar workshops, proeverijen etc. Kansen zijn te vinden op het grensvlak horeca en detailhandel; - meegaan in de trend ‘beauty & health’, dit ligt op het grensvlak van detailhandel en wellness; - vrijetijdsbranches moeten inspelen op de beleving: try & buy, lifestyle, Image etc.; - horeca moet zich inspelen op de volgende trends: productverbreding, multifunctionaliteit en thematisering;
Bijlagen
-
combinatievormen van restaurants en cafés spelen in op marktontwikkelingen; - inspelen op de trend van vervaging tussen horeca en detailhandel; - het aanbieden van arrangementen om verblijfsduur te vergroten; - trend: individualisering in sport, hierdoor zijn er kansen voor de fitnessbranche; - vervaging van de grens tussen ambacht/dienstverlening en detailhandel (een Ziggo winkel). Opzetten van shop-in-shop formules. Verbreden van functies: - niet-winkelfuncties als publiekstrekkers voor vooral bewoners; - bibliotheek, bioscoop, gemeenteloket of apotheek.
Omgevingsaspecten Recreatieve winkelstraten: verblijfsmilieu verbeteren: - herinrichting en opwaardering openbare ruimte (bijvoorbeeld: verzorgde terrassen/ aankleding/ decoratie / verlichting/ gevels/ groen/ routes/ straatmeubilair); - verrassend vormgegeven openbare ruimte; - creëer een eigen identiteit: * onderscheidend en eigenheid; * place to be in plaats van place to buy. Stimuleren gevel- en beeldkwaliteit / verbetering presentatie gevels en winkelpuien en verfraaiing commerciële binnenruimte: - inventariseren van verbeterpunten en stimuleren van eigenaren om er iets aan te doen; - opstellen beeldkwaliteitsplan als kader; - instellen stimuleringsfonds gevel- en beeldkwaliteit; - prijsuitreiking beste gevel of beste etalage;
- aanpak achterstallig onderhoud; - graffitiproject; - open etalages (i.p.v. dichtgeplakt met reclame); - aanlichten markante gevels. Meerwaarde creëren door vakmanschap: - concept- en projectontwikkeling. Realiseren gebieds- en gebouwkwaliteiten: - een ontwikkeling moet passen binnen de maat en schaal van een winkelgebied; - slimme routing; - inbrengen flexibiliteit of multifunctionaliteit in bebouwing; - esthetische kwaliteiten door een hoog (of juist laag) afwerkingsniveau; - slimme positionering van parkeerfaciliteiten; - digitale voorzieningen. Aanpakken gevelreclame, terrassen en uitstallingen: - opstellen reclame-, uitstallingen- en terrassenbeleid; - terugdringen van uitstallingen en streven naar meer uniforme reclame-uitingen; - toezien op goede handhaving van het beleid; - regelmatig een centrumschouw met betrokken partijen houden. Opstellen beheervisie en –plan. Verbeteren voetgangersrouting: - op elkaar aansluiten van hoofdwinkelstraten; - opheffen van fysieke obstakels teneinde een winkelrondje mogelijk te maken; - stimuleren van nieuwvestiging om een winkelrondje te realiseren; - zelfde straatbeeld aanhouden zodat een optisch geheel ontstaat (bestrating, groen verlichting etc.);
Bijlagen
- invoeren van heldere bewegwijzering. Versterking toeristisch-recreatieve functie: - verstrekken informatie over het winkelgebied; - heldere bewegwijzering vanaf de verblijfaccommodaties; - zorgen voor goede, aantrekkelijke looproutes (of andere verbindingen) tussen toeristische attracties met het winkelgebied; - afstemmen evenementen en acties op toeristen en recreanten; - waar nodig en mogelijk afstemmen assortiment/aanbod winkels en horeca op het seizoen. Vergroten veiligheid centrum: - invoeren cameratoezicht; - opzetten Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO); - invoeren Burgernet, dit is een samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie om de veiligheid in de woon-werkomgeving te bevorderen; - Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). Bijzondere voorzieningen: - aanwezigheid toiletgelegenheid; - mogelijkheid tot draadloos internet; - garderobe met kluisjes; - interieurarchitectuur; - plaatsen leestafels; - authenticiteit vergroten; - realiseren van informatiepunt in centrumgebied met informatie over voorzieningen, winkels; horeca wandelroutes etc. Weekmarkten (en relatie met winkels): - aandacht voor branchering weekmarkt; - frequentie en tijden weekmarkt afstemmen op koop- en bezoekgedrag consumenten;
-
opstelling kramen: opstelling van de weekmarkt met de rug naar de winkels is niet bevorderlijk voor de synergie; - uitstraling van de markt; - mogelijkheden overdekte markt bekijken; - thematisering markten; - relatie met parkeermogelijkheden bezoekers. Standplaatsen: - goed afgewogen standplaatsenbeleid; - standplaatsen onderling op elkaar afstemmen. Bereikbaarheid verbeteren: - bepaal aan de hand van het gebiedsprofiel en de functionele ontwikkelingsrichting de gewenste en toekomstige verkeersfuncties; - continue monitoring van de bereikbaarheid en de verkeerscirculatie en aandragen oplossingen voor eventuele knelpunten; - waar nodig en gewenst verminderen van doorgaand verkeer in het centrum; - verbeteren relatie station-centrum zodat ook reizigers per openbaar vervoer meer getrokken worden naar het centrum; - op de goede plekken bushaltes inpassen; - streven naar efficiënte bevoorrading met zo min mogelijk overlast voor bezoekers: * venstertijden bevoorrading; * stadsdistributie; * inpandige bevoorrading; * bevoorradingsstraten/ -hoven. - Aanwijzing eenrichtingsverkeer, fietspaden en voetgangersgebieden.
Bijlagen
-
Het instellen van transferia kan eveneens een bijdrage leveren aan de bereikbaarheid van winkelgebieden met name in grote centrumwinkelgebieden in historische binnensteden. Evalueren en verbeteren parkeren en parkeerbeleid: - continue monitoring van het parkeerbeleid gericht op een hoog serviceniveau voor de bezoekers; - onderzoeken van mogelijkheden om, indien gewenst of noodzakelijk, extra parkeervoorzieningen te realiseren; - onderzoek naar mogelijkheden om private parkings op zaterdag open te stellen voor winkelend publiek; - het creëren van een parkeerroute met adequate bewegwijzering naar de parkeerlocaties en eventueel aangeven nog beschikbare capaciteit; - invoeren / uitbreiden blauwe zone of andere parkeerduurregeling; - parkeerbronpunten evenwichtig verspreiden over het winkelgebied en bij voorkeur koppelen aan de meest bezoekintensieve winkels; - betaalmogelijkheden consumentvriendelijk maken (achteraf betalen, meerdere betaalmogelijkheden); - inrichting gebouwde parkeervoorzieningen bezoekersvriendelijk maken; - ter gelegenheid van bijzondere evenementen/dagen het parkeren eventueel gratis maken. Fietsparkeerplan. Doorvoeren van digitalisering in de mobiliteit. Opknappen en optimaliseren van gebouwen ten behoeve van sfeer en uitstraling.
Evenementen, promotie, marketing Gezamenlijke aanpak en coördinatie promotie, marketing en evenementen: - city- en gebiedsmarketing en –promotie; - vaststellen identiteit en onderscheidend vermogen en de wijze waarop deze versterkt kan worden; - vertalen van marketingplan in promotieplan door neerzetten identiteit en onderscheidend vermogen; - het ontwikkelen van een beeldmerk, slogan en website voor het winkelgebied. Ontwikkelen van website en social media accounts: - alle ondernemers zichtbaar op één website. Folder met winkelplattegrond en wervende brochure. Presentatie en actieve participatie op beurzen. Kunst en cultuur in het centrum: - (tijdelijk) kunst in etalages plaatsen. - in samenwerking met culturele sector onderzoeken welke gevels geschikt zijn voor gedichten, muurschilderingen of graffiti en welke plekken geschikt zijn voor het plaatsen van beelden. Verleid de toerist: - aanbieden van arrangementen; - georganiseerd vervoer regelen; - evenementen houden; - marketing op plaatsen waar de toerist verblijft. Toeristisch recreatieve bewegwijzering en informatievoorziening: - in samenwerking met VVV toeristische bewegwijzering kritisch onder de loep nemen (enerzijds signaalfunctie, anderzijds passend in het straatbeeld); - wandelroutes uitzetten zoals een winkelroute, kunstroute of architectuurroute;
Bijlagen
op markante plekken en gebouwen informatieborden plaatsen; stimuleren aanbieden electro-aansluitingen voor fietsers (bij bepaalde winkels of horecagelegenheden). Versterken evenementenaanbod: - van belang is dat evenementen herkenbaar zijn en jaarlijks terugkeren zodat de evenementen ook de mogelijkheid krijgen om te groeien; - onderscheidende thema’s kiezen voor evenementen, passend bij de identiteit van de stad; - evenementen koppelen aan koopzondagen; - functie en kwaliteitsbeleid evenementen monitoren; - locatiebeleid evenementen; - eventueel uitbouwen bestaande evenementen; - doelgroepen evenementen definiëren; - opstellen evenementenkalender en hierover communiceren richting doelgroepen. Kortingsacties/thema-acties/ spaaracties: - bijvoorbeeld: * vergoeden parkeergeld; * bij besteding bepaald bedrag korting in andere zaken. Collectieve presentatie: - benadrukken identiteit door specifiek beeldmerk; - eenheid creëren door dezelfde inrichtingselementen. Afstemming winkelopeningstijden/koopzondagen/koopavonden: - heldere communicatie over deze openingstijden; - afstemmen koopavond op het veranderde koop- en bezoekgedrag van de consumenten; - afstemmen van het aantal en de data van de koopzondagen, afstemmen met omliggende centra;
draagvlak van koopzondagen zo groot mogelijk maken bij ondernemers, zodat er zoveel mogelijk ondernemers open zijn. Aangepaste marketingboodschap per doelgroep: - kanalenmix aanpassen aan de doelgroep; - communicatiestrategie aanpassen aan de doelgroep. Uitbrengen magazine. Artikelen presenteren in de pers. Nieuwe innovatieve web applicaties integreren in promotie.
Organisatie, samenwerking en proces Professionalisering van de samenwerking en overlegstructuren: - regie op het proces is van belang. Er moet vanuit één centrale gedachte gehandeld worden. (Zelf)organisatie en onderlinge samenwerking. Ondernemersfonds. Publiek-private samenwerking. Centrummanagement. Financiering centrummanagement en/of andere activiteiten: - OZB-opslag; - reclamebelasting; - Bedrijven Investeringszone (BIZ). Vergroten draagvlak en organisatiegraad ondernemers: - ondernemersnetwerken en ambassadeursfunctie. Oprichting van winkeliers- of ondernemersvereniging. Oprichting van brancheorganisaties. Collectief inkopen. Monitoring. Intentieverklaring en convenant. Samenwerking met en tussen vastgoedeigenaren en makelaardij: - informeren, overleggen en betrekken;
Bijlagen
- oprichting Vereniging Van Eigenaren (VVE). Kennisontwikkeling en –verspreiding. Procesmatige provinciale instrumenten: - regionale Adviescommissies Detailhandel; - instellen van provinciale expertteams. Aanspreekpunt & winkelstraatmanager.
Het nieuwe winkelen Toepassen in het winkelgebied en in winkels: - zoeken en vinden; - stadsplatform; - service; - persoonlijke benadering; - klantenbinding. Toepassingen op internet: - vindbaarheid van beelden en barcodes van webwinkels en fysieke winkels vergroten; - tastbaarheid benaderen; - ontwikkelen van een applicatie; - personaliseren. In kleine verzorgingsgebieden of in krimpregio’s kan worden gestreefd naar een combinatie van retail met maatschappelijke voorzieningen (huisarts, fysiotherapie, scholen, wijk/dorpscentrum). Geofences & beacons. De kleinste kernen Voorkomen sluiten dorpssupermarkt: - verankering van dorpsgemeenschap, er mag geen drempel zijn om ‘vergeten boodschappen’ in dorpssupermarkt te doen; - sponsoring van verenigingen en/of lokale activiteiten;
- combinatie met speciaalzaak, aanvullende diensten en services. Bijzondere opzet en exploitatie dorpssupermarkt: - opzoeken samenwerking met publieke en private partijen. Rijdende winkel. Standplaatsen. Bezorgdiensten. Vervoerssysteem. Inzet vrijwilligers.
Bijlagen
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl
Bijlagen