CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

bestuursrapportage sociaal domein onderdeel jeugdhulp.pdf

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel 2e Financiële tussenrapportage4.817 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuursrapportage sociaal domein onderdeel jeugdhulp 1.

Dronten versus Flevoland en Nederland

Objectief verdeelmodel 2018

Dronten kreeg in 2015 de jeugdhulp over op basis van historisch zorggebruik en dat lag in Dronten hoger dan het landelijk gemiddelde. Van het rijk ontvingen wij voor de uitvoering in 2015in eerste instantie € 12,9 miljoen. De landelijke bezuiniging van circa 20% was al van dit bedrag afgehaald. In datzelfde jaar kregen we te maken met verdere kortingen via de circulaires. In 2016 was de rijksbijdrage al gedaald tot € 10,9 miljoen. In 2018 ging het rijk over naar het objectief verdeelmodel op basis van een aantal maatstaven. Waaronder bijvoorbeeld het aantal inwoners in armoede, het aantal eenoudergezinnen, het aantal kingeren met een ouder met psychische problematiek en de herkomst van de inwoners. Deze maatstaven hebben volgens het rijk een voorspellende waarde voor het beroep op en de zwaarte van de jeugdhulp. In de kolom ranking staan de gemeenten in Flevoland van de zwaarste naar de lichtste zorgbehoefte. Dronten scoort op de maatstaven gemiddeld en op basis daarvan ontvangen wij een daarbij passend gemiddeld bedrag per inwoner. We ontvangen ruim 100 euro per inwoner minder dan Lelystad en Almere ontvangen. Maar is ons jeugdhulpgebruik in de praktijk ook gemiddeld?

1

In de vorenstaande tabel is in groen ons feitelijke aantal jeugdigen in jeugdhulp en het percentage opgenomen en in paars het aantal dat we zouden hebben als we op het landelijk gemiddelde zaten. Op twee momenten: de bovenste zijn de cijfers van de 1e helft van 2021 en de onderste van de 2e helft van 2022. Op basis van alleen het percentage lijken de verschillen tussen feitelijke en gemiddeld te verwachten gebruik van jeugdhulp minimaal maar in aantal jeugdigen wordt het verschil duidelijk zichtbaar. Onze Drontense jeugdigen maakten voor 2015 bovengemiddeld gebruik van jeugdhulp. Dat is in de jaren daarna geleidelijk gaan dalen. In 2021 lag ons jeugdhulpgebruik onder het landelijk gemiddelde. Maar op jeugdhulp met verblijf en de maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering die de rechter oplegt, scoorden we hoger dan het landelijk gemiddelde. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 zien we een daling in jeugdhulp met verblijf waardoor we onder het landelijk gemiddelde van 1,1% komen. Het aantal maatregelen jeugdbescherming/jeugdreclassering blijft stabiel en ligt boven het landelijk gemiddelde. Het aantal jeugdigen in Dronten in jeugdhulp is dus geen directe reden tot zorg. Wat wel reden tot zorg is, is het aantal maatregelen jeugdbescherming.

Met onze pilot in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming hopen we onder meer tot een daling te komen van het aantal maatregelen. Het aantal jeugdigen in verblijf in Dronten is in vergelijking met het landelijk beeld niet direct reden tot zorg. Het feit dat het ons niet lukt om meer kinderen thuis te helpen met goede zorg, is wel een reden tot zorg. Ook is de zorgzwaarte van de jeugdigen die uithuisgeplaatst zijn reden tot zorg. Die zorgzwaarte van jeugdigen in verblijf kunnen we niet vergelijken met Nederland maar wel met de gemeenten in Flevoland. Dat zien we in de volgende dia:

Uithuisplaatsingen zijn soms noodzakelijk, maar voor jeugdigen ook altijd enorm ingrijpend. Dit is de reden dat we jeugdigen - als ze niet meer thuis kunnen wonen - een vorm van verblijf gunnen die de gezinssituatie zo dicht mogelijk benadert. Dus bij voorkeur in pleeggezinnen en gezinshuizen. Dat noemen we gezinsgericht wonen. En het liefst dan ook nog in de nabije omgeving zodat ze naar hun eigen school kunnen gaan en hun netwerk niet kwijtraken.

2

Alleen als het niet anders kan zetten we groepswonen in: behandeld wonen, behandeld wonen in een 3 milieuvoorziening (combinatie van hulp, vrije tijd en school) en de gesloten jeugdhulp: jeugdzorg+. Uit deze tabel blijkt dat het de andere gemeenten in Flevoland beter lukt om gezinsgericht wonen in te zetten dan in Dronten. Kunnen we daarop eigenlijk nog sturen? Een van onze gidsen jeugd heeft de dossiers onderzocht op achterliggende oorzaken van het gebruik van het groepswonen. En daaruit blijkt dat het merendeel van de jongeren uit huis is geplaatst tijdens de puberteit (16+). Meestal begeleiden onze gidsen of de gezinsvoogd de ouders al langere tijd en lukt het tot de puberteit om de jeugdigen thuis te houden. In de puberteit knalt het normaal gesproken al in gezinnen. In gezinnen met problemen in combinatie met kinderen met problemen lukt het dan niet meer om de veiligheid te garanderen en hebben we geen goed alternatief voor uithuisplaatsing. Plaatsing in een pleeggezin of een gezinshuis lukt dan niet meer. Vaak hebben de jongeren een combinatie van problemen op meer terreinen. Voor onze huidige jeugdigen in verblijf is de overstap naar gezinsgericht wonen of terug naar huis of naar zelfstandig wonen niet op korte termijn aan de orde. Vanuit geld geredeneerd: De gezinsgerichte vormen van wonen zijn veel goedkoper dan het groepswonen.

En wat is nu het geval na de invoering van het woonplaatsbeginsel? Veel van de ons verlatende jeugdigen maakten gebruik van gezinsgericht wonen en veel van de blijvende en ingekomen jeugdigen maken gebruik van groepswonen. Waar wij vanwege de afname van jeugdigen in verblijf een aanzienlijk financieel voordeel verwachtten, blijkt dit zich in 2023 en verder niet voor te doen. De kunst is om uithuisplaatsingen te voorkomen. We moeten er beter in worden om voor de puberteit meer stabiliteit in gezinnen te brengen en tijdens de puberteit de jongeren thuis te houden en te behandelen, al dan niet met een combinatie met de mogelijkheid tot een timeout bed. Het versnellingsteam en Team AnderS zijn hiermee aan de slag en boeken goede resultaten. In de regionale inkoop is intensieve hulp thuis: Thuis op Maat opgenomen. En als thuis houden niet lukt omdat de veiligheid voor het gezin of de jeugdige teveel in gevaar is, dan moeten we meer kleinschalig en in de directe omgeving oplossingen creëren. Zodat het leven voor deze jongeren zo gewoon mogelijk blijft. Daar zouden we graag een pilot voor willen starten in Dronten.

Percentueel gebruik jeugdhulp met verblijf Nederland Almere Dronten Lelystad NOP Urk

1,1% 1,0% 0,9% 1,3% 1,1% 0,4%

Ten opzichte van gemiddeld in Nederland lukte het in 2022 Urk, Almere en Dronten om minder kinderen uit huis te plaatsen. Het lukt Urk beter dan de andere gemeenten om uithuisplaatsingen te voorkomen, onder meer omdat de steunstructuren op Urk goed op orde zijn en vanuit de toegang stevig wordt gestuurd op het thuis blijven wonen. Aanvulling 2023 In de eerste helft van 2023 steeg het percentage gebruik jeugdhulp in Drontenvan 9,2% tot 9,7% van de jeugdigen tot 18 jaar en landelijk steeg het percentage tot van 10,6 tot 11,1%. De stijging in Dronten komt overeen met de landelijke stijging van 0,5 procent. 3

In de eerste helft van 2023 steeg de jeugdhulp met verblijf in Dronten van 0,9 tot 1,2% (landelijk bleef het percentage stabiel op 1,1%) en de jeugdbescherming bleef gelijk op 1,3%. Hierna gaan wij conform toezegging in op de vraag van Leefbaar Dronten naar uitplaatsingen (UHP) in de afgelopen jaren.

Het aantal uitplaatsingen is fors afgenomen en ook het aantal uithuisplaatsingen van jonge kinderen is met name in 2022 en 2023 fors afgenomen. Het aantal jeugdigen in verblijf komt dus met name voort uit plaatsingen in eerdere jaren die verlengd worden. 4

2. Het gebruik van jeugdhulp in Dronten

Met ons preventieaanbod hebben we een groot bereik. Soms is het eenmalig contact, bijvoorbeeld bij voorlichtingen, en soms is het intensief, bij bijvoorbeeld Home Start of de inzet van een gezinscoach. In totaal zijn met het aanbod in 2022 1146 jeugdigen bereikt. In samenwerking met het onderwijs en de kinderopvang hebben we een goed bereik met het schoolmaatschappelijk werk, de sterk producten en GGZ op school. De waardering van het preventieaanbod, door ouders, jeugdigen en samenwerkingspartners, is groot. De meest recente uitbreiding van het preventieaanbod richt zich op de aanpak van GGZ problematiek en het voorkomen van complexe echtscheiding. Vanuit twee verschillende invalshoeken. De aanpak van de jeugd-GGZ omdat verreweg de meeste hulpvragen in Dronten voortkomen uit psychische problematiek. En de preventieve aanpak van de complexe echtscheiding vanwege de ingrijpende gevolgen die dit kan hebben de kinderen. Wij nemen aan dat onze inzet op preventie mede leidt tot de benedengemiddelde instroom in de jeugdhulp. De gemiddelde kosten van preventie zijn lager dan € 1.200 per jeugdige. We hebben vorig jaar met een aantal aanbieders de data preventie gekoppeld aan de data van jeugdhulp (gepseudonimiseerd) en daaruit bleek een lage doorstroom naar jeugdhulp.

Vanaf 2024 gaan we met alle aanbieders preventie jaarlijks de data gepseudonimiseerd koppelen zodat we een steeds beter inzicht krijgen in de opbrengst van preventie.

5

In- en uitstroom unieke jeugdigen in zorg op jaarbasis 1400 1200

1288 1133

1063 1046

1101 1069

1000

1027

1109.48571428571 988 891.428571428572

809

800

650

600 400 200 0

2019

2020

2021

instroom per jaar

2022

2023 tot 21-9

prognose 2023

uitstroom per jaar

De in- en uitstroom in de jeugdhulp is hier in beeld gebracht vanaf 2019. De instroom bestaat deels uit jeugdigen die nooit eerder jeugdhulp hebben gehad maar ook uit jeugdigen uit een eerder jaar waarvan de beschikking is afgelopen en vervolghulp nodig is. Op basis van de doorrekening van de data tot 21 september hebben we een prognose 2023 opgesteld. In de prognose komt de instroom op het niveau van 2021 en de uitstroom blijft licht achter. Aanvulling 2023 De prognose 2023 was een doorrekening van de instroom in de eerste 3 kwartalen van 2023. In het vierde kwartaal is de instroom beduidend lager geweest (q3 237, q4 156). De instroom 2023 komt dan uit op in totaal 974, een stuk lager dan de prognose 2023. Daarbij tekenen we aan dat in de laatste maanden van 2023 een aanzienlijke wachtlijst voor de toegang is ontstaan (circa 50 aanvragen). De feitelijke uitstroom 2023 lag op 893, nagenoeg gelijk aan de prognose. De in- en uitstroom zijn ten opzichte van eerdere jaren minder in balans. Door de lagere uitstroom neemt het totaal aantal jeugdigen in zorg toe. De instroom bestaat dus ook uit doorstroom. Hoeveel jeugdigen hebben we dan eigenlijk op hetzelfde moment in zorg? Daarvoor hebben we in het volgende overzicht op peildatum gekeken.

6

In de blauwe kolom staat het totaal aantal jeugdigen op peildatum. Op 1 januari 2023 waren er in totaal 825 jeugdigen met een lopende beschikking jeugdhulp en daarvan hadden 762 jeugdhulp zonder verblijf. Dat noemen we ambulante hulp. En 63 jongeren hadden een vorm van jeugdhulp met verblijf. In januari 2023 was het aantal 0 tot 18 jarigen in onze gemeente 8645, een lichte groei ten opzichte van 2022 (8585) . Het gebruik van jeugdhulp is in de periode 2019-2022 redelijk stabiel. We zien een lichte groei in de prognoses 2023. Is de stijging reden tot zorg? In een jaar dat nog niet is afgerond, is er een hoger risico op onzuiverheid in de data. Dit komt omdat we bij de in- en uitstroom niet alleen uitgaan van de beschikking maar ook de administratieve mutaties verwerken, waaronder de start- en stopberichten. Met de aanbieders werken we met het berichtenverkeer waaronder start zorg en einde zorg. Als aanbieders bijvoorbeeld een wachtlijst hebben, is er wel een beschikking maar is de zorg niet altijd al gestart. Als de aanbieders achterlopen met stopberichten, staat de jeugdige nog open in het systeem terwijl de aanbieder de zorg al heeft afgerond. U kunt zich voorstellen dat deze aanpassingen in een lopend jaar veel vaker voorkomen dan in een jaar ervoor.

We maken ons daarom rond de stijging nog niet direct zorgen, maar volgen de stijging wel nauwlettend Aanvulling 2023 In onze gemeentelijke monitor staat per 1 januari 2024 het aantal cliënten op 796, waarvan 56 jeugdigen in regionaal verblijf. Dit aantal correspondeert niet met wat we aan de hand van de in- en uitstroomcijfers 2023 zien. Immers, we startten in 2023 met 825 cliënten, de instroom was 974, de uitstroom was 893. We zouden dan 906 jeugdigen in zorg mogen verwachten per 1-1-2024 minus de uitstroom per 1-1-2024 (circa 30). Met applicatiebeheer wordt gekeken of er een verklaring voor het verschil gevonden kan worden.

7

In deze afbeelding zien we het gebruik van de zorgvormen die we lokaal inkopen. Dit doen we op basis van de declaraties van de geleverde zorg door aanbieders op unieke jeugdigen tot 1 augustus 2023 omdat de betalingen de meest harde data zijn. Behandeling en de lokale specialistische jeugd- ggz zetten we in voor jeugdigen die in het dagelijks leven hinder ondervinden van hun problemen rondom opgroeien of gedrag. Het verschil tussen behandeling en de lokale specialistische jeugd-ggz is dat we jeugd-ggz inzetten als jeugdigen een diagnose hebben voor een psychische aandoening, zoals een angststoornis, een persoonlijkheidsstoornis of depressieve stemmingstoornis. Begeleiding, begeleiding groep en kortdurend verblijf zettten we vooral in bij een (ontwikkelings)achterstand, om ontwikkeling van jeugdigen te stimuleren en ouders te ontlasten. En met behandeling groep bieden wij intensieve hulp aan jonge kinderen tot 5 jaar met ontwikkelingsvraagstukken. Harde landelijke cijfers ontbreken, maar de aanname is dat 4 op de 10 mensen in hun leven te maken krijgen met psychische aandoeningen. In Dronten zien we die verhouding alleen al terug in het gebruik van lokale en regionale jeugd-ggz in de leeftijd tot 18 jaar.

8

In deze afbeelding zien we de verdeling in de regionale zorgvormen. De hoog specialistische jeugd-GGZ wordt ingezet als de problemen van de jeugdigen die voortkomen uit de diagnose zo groot zijn dat het dagelijks leven ernstig wordt gehinderd. Sommige ggz-expertise is heel beperkt in Flevoland maar ook in Nederland beschikbaar waardoor de meest kwetsbare jeugdigen soms het langst moeten wachten op zorg. We lossen dat niet zomaar op, er is echt sprake van schaarste op de arbeidsmarkt en een grote vraag. Met de aanbieders zoeken we naar passend overbruggingsaanbod of een maatwerkoplossing. Ook werken we aan meer afschalingsmogelijkheden zodat er meer ruimte ontstaat voor nieuwe instroom. Het aantal jeugdigen in verblijf in Dronten ligt dan wel lager dan gemiddeld, de expertise die nodig is om deze meest kwetsbare jeugdigen goed te begeleiden en te behandelen is niet altijd in onze regio Flevoland aanwezig. Voor de gesloten jeugdhulp en de behandeling in 3 milieuvoorzieningen, waar jongeren ook onderwijs krijgen en een invulling van de vrije tijd, zijn we afhankelijk van aanbieders buiten Flevoland. Voor vormen van behandeld wonen vormt niet alleen schaarste een probleem. Soms hebben jeugdigen zodanig zware problematiek dat aanbieders het niet aandurven om de zorg te leveren. Of alleen aandurven als er veel extra begeleiding mag worden ingezet.

We hebben vorig jaar een jeugdige vanuit het woonplaatsbeginsel overgedragen gekregen die naast het wonen ook veel extra toezicht nodig had. Ook moest in 2023 voor een jeugdige op basis van een rechterlijke maatregel een gesloten plek gevonden worden met veel extra begeleiding. Kosten voor deze twee jeugdigen samen tot 1 augustus 2023: ruim € 545.000. 9

Tot slot kijken we naar de duur van de jeugdhulp: hoe lang zitten de jeugdigen in zorg?

We zien een lichte toename van de duur van de zorg. Wat we met ons beleid willen bereiken, is dat we in het leven van jeugdige tijdelijk bijspringen als er hulp nodig is en dan ook weer loslaten. En dat bijspringen kan meerdere malen gebeuren. Als we kijken naar de duur van de jeugdhulp in Dronten, dan zien we in de praktijk toch een ander beeld. Een kwart van de jeugdigen met jeugdhulp maakt daarvan langer dan 5 jaar gebruik. We zien nu nog niet of dat ononderbroken gebruik is en zullen ons monitorsysteem daarop aanpassen. Daarmee kunnen we de duur van de zorg nader onderzoeken en daar waar kan vergelijken met andere gemeenten. NB Er zal een kleine vertekening in de duur van de zorg zijn in de groepen die 2-5 jaar en >5 jaar in zorg zijn omdat 2023 over een langere zorgperiode meet dan 2021. En een kleine vertekening in de groep die 0-2 jaar in zorg zit vanwege administratieve mutaties. 3. Sturingsmogelijkheden. We sturen vanuit onze werkprocessen, de verordening sociaal domein en het vastgestelde beleid. Dat is gebaseerd op doen wat nodig is. Daarnaast kijken we naar de knelpunten en onderzoeken we of we zorgvormen kunnen omzetten naar andere vormen van zorg die meer effect hebben, waar mogelijk met een inverdieneffect. Hierna volgen daarvan twee voorbeelden, één lokaal en één regionaal. De inzet van gespecialiseerde jeugd-GGZ is groot in Dronten.

Daar waar in andere gebieden/regio’s de lichtere basis-GGZ inzet rond de 29% ligt, was dat in Dronten maar 5% (j-ggz laag). Een van de negatieve gevolgen van de grote inzet van gespecialiseerde GGZ, is een lange wachttijd. We hebben in 2022 besloten de basis-GGZ niet langer meer in te kopen en te beschikken. In plaats daarvan zetten we de basis-GGZ rechtstreeks in op basis van een triage. De uitvoering is gestart vanaf september 2022 in samenhang met de inzet van GZZ op school.

10

. We zien in bovenstaande tabel een grote afname van de lokaal ingekochte gespecialiseerde j-GGZ in 2023. Deze afname is niet historisch te verklaren. We nemen daarom aan dat de ombuiging van ons beleid - basis GGZ en GGZ op school als voorliggende voorziening - van invloed is op deze data. Maar belangrijker nog, het is inhoudelijk een succes: Het aanbod is laagdremelig, jongeren kunnen snel terecht. Het aanbod is van hoge kwaliteit. Ouders, jongeren en het onderwijs zijn heel tevreden. Daarbij komt nog dat ook het voortgezet onderwijs zelf inzet op het versterken van de veerkracht van jongeren met onder meer THINK! Deze inzet versterkt elkaar en levert mooie dingen op. Eén uitvoeringsjaar is niet genoeg om echte conclusies te kunnen trekken. We blijven goed monitoren of de effecten aanhouden.

11

Het tweede voorbeeld is het regionale Versnellingsteam en Team AnderS, extra ingezet vanuit de regio met incidentele middelen om de instroom in verblijf te laten dalen. Eind september is over deze teams een regionale informatiebijeenkomst geweest. In de dia zien we dat Dronten in 2022 en de eerste helft van 2023 regelmatig van de diensten gebruik heeft gemaakt. Met goede resultaten. • • •

In 2022 en 2023 zijn in totaal 9 uithuisplaatsingen voorkomen De potentiële besparing van de 5 voorkomen uithuisplaatsingen in de eerste helft van 2023 obv de gemiddelde verblijfsprijs van € 374 per dag is € 1.871 per dag. De kosten van RET/TAS gaan voor de baat uit.

Vanaf 2024 willen wij het Versnellingsteam inbedden in het reguliere regionale beleid onder de naam Regionale Expert Tafel 2.0 en Team AnderS (TAS).

12

IPSE Studies heeft pas een interessant onderzoek gepubliceerd: Jongleren in de jeugdzorg, Empirisch onderzoek naar de relatie tussen inkoop en kostendoelmatigheid van de jeugdzorg in Nederlandse gemeenten jeugdzorg (IPSE Studies, juni 2023). Daarin wordt de relatie gelegd tussen inkoop en doelmatigheid in de jeugdhulp. Uit het onderzoek blijkt dat we in Dronten opvallend goed scoren op kostendoelmatigheid. Het onderzoek ging wel over het jaar 2021 en dit voorspelt niet onze kostendoelmatigheid in 2023. Wat in het rapport duidelijk wordt, is dat er grote kostendoelmatigheidsverschillen zijn tussen gemeenten. De ene gemeente koopt scherper in dan de andere of kiest er bewust voor meer zorg per jongere te leveren. Over de kwaliteit van de zorg is een vergelijk moeilijker te trekken. De onderzoekers denken dat het percentage herhaald beroep op zorg en het percentage trajecten afgerond volgens plan hiervoor goede indicatoren zouden kunnen zijn. Er zijn ook beperkingen op onze sturingsmogelijkheden. Wettelijke kaders, ook buiten de jeugdwet zoals onderwijs, inkoop, veiligheid etc brengen beperkingen mee. In de Jeugdwet zelf is een belangrijke beperking dat de gemeente zich mag bemoeien met de verwijzing vanuit de gemeentelijke toegang maar niet of nauwelijks met de verwijzingen die door derden gedaan worden. En wat betekent dat in Dronten? Dat zien we in de volgende afbeeldingen.

13

Wij kunnen als gemeente vooral sturen op de gemeentelijke toegang: de jeugdhulp die door onze gidsen wordt ingezet in het vrijwillig kader. We gebruiken de term vrijwillig kader als ouders zelf vragen om jeugdhulp of meewerken aan jeugdhulp die wij of samenwerkingspartners nodig vinden. De toegang in het vrijwillig kader kan via de gidsen jeugd verlopen maar ook via verwijzingen van de huisarts, medisch specialist. De jeugdhulp kan ook worden ingezet vanuit het gedwongen kader op basis van een bepaling jeugdhulp. Deze verwijzingen door andere verwijzers dan de gemeente moeten wij overnemen. Dit betekent niet dat we er geen invloed op proberen uit te oefenen door het kritische gesprek aan te gaan. Dat doen we regelmatig en volgens de verwijzers soms te veel. Maar uiteindelijk beslist de verwijzer om de verwijzing wel of niet aan te passen. In het groen zien we dat het merendeel van de beschikkingen wordt afgegeven door onze gidsen jeugd en dat de uitgaven die daaruit voortkomen verhoudingsgewijs een stuk lager zijn. En omgekeerd zien we in het blauw. Nog geen 10% van de beschikkingen wordt afgegeven op basis van een bepaling jeugdhulp, het gedwongen kader. De uitgaven zijn ruim 38% van het totaal. Vaak zijn gezinnen al langer in zorg en als er zorgen komen over de veiligheid, bijvoorbeeld als ouders of jeugdigen zich onttrekken aan hulp, dan komt het gedwongen kader in beeld.

Als het één keer zover is, dan is de zorg zwaarder en duurder en voor ons nauwelijks beïnvloedbaar. 14

Onze sturingsmogelijkheid wordt ook ingeperkt door de afspraken die regionaal gemaakt worden en door wetgeving en jurisprudentie. De CRvB heeft bijvoorbeeld kort geleden geoordeeld dat het pgb-uurtarief dat gelijk is aan het minimumloon onvoldoende is om toereikende ondersteuning in te kopen. De Raad stelt dat de hoogte van het pgb-uurtarief moet worden vastgesteld aan de hand van de CAO’s die gelden voor hulp bij huishouden of begeleiding. Dit gaat zowel in de Wmo als in de jeugdhulp leiden tot hogere uitgaven omdat Dronten het minimumloon hanteert in de verordening en beleidsregels. Tot nu toe hebben we in Dronten de jeugdwet en de omgekeerde verordening uitgevoerd op basis van ‘doen wat nodig is’ en vernieuwen we om inhoudelijke en niet om financiële redenen. Van de stappen die we hierbij zetten en de maatregelen die we nemen is de opbrengst meestal pas op langere termijn te verwachten. De kost gaat hierbij voor de baat uit. In Dronten gaan we ons beleid volgend jaar herijken en de Hervormingsagenda naar Dronten vertalen. Dan kunnen nieuwe politieke keuzes worden gemaakt. En deze keuzes kunnen ook ook tot restricties leiden in het beleid als de financiële gevolgen op termijn niet meer opgevangen kunnen worden. Restricties gaan altijd met risico’s gepaard en verdienen daarom een zorgvuldige afweging. 

    

Nieuw beleid 2025: vertaling van de Hervormingsagenda naar Dronten: wat zetten we wel/niet op in en waarom. Hoe halen we de landelijke bezuinigingsopdracht met de acties die de Hervormingsagenda vraagt. Vaststellen van indicatoren en monitoring van de resultaten. Verder uitbouwen van het preventieaanbod, vaststellen van indicatoren en monitoring van de resultaten. Resultaten zijn vooral op langere termijn te verwachten. Alternatieven voor verblijf en sturing op duur van het verblijf levert financieel gezien het meeste op. Uitgangspunten voor de begrotingsramingen op microniveau (pxq) vastleggen en monitoring van de resultaten. Op basis van de uitkomsten van de monitoring worden kosten-batenanalyses uitgevoerd en analyses van de afwijkingen op grond waarvan tijdig keuzes kunnen worden gemaakt. Onderdeel van het nieuw beleid is de mogelijkheid van vastlegging van restricties op het beleid/verordening inclusief de concrete aanleiding om het scenario in werking te zetten.

15

3. Financiële trendbreuk

De verwachte hogere uitgaven in 2023 komen met name voort uit de tariefstijging in combinatie met de stijging van het aantal cliënten en de zorgzwaarte. De tariefstijging is in de periode 2019-2022 beperkt geweest. De belangrijkste stijging zien we regionaal in de overgang tussen 2022 en 2023. Regionaal gingen we over van een lump sum bekostiging (taakgericht, met transformatieafspraken) naar pxq financiering. Op het moment waarop landelijk de grootste CAO-stijgingen zijn beslag kregen. De lokale inkoop is gebaseerd op trajectprijzen waarbij in de prijsstelling uitgegaan is van een gemiddelde ureninzet. Aanbieders hebben ruimte om zelf te sturen op de jeugdhulptrajecten. Daarmee blijft de lokale kostenstijging beperkt. Voor preventie zal de kostenstijging 2024 en verder een grotere omvang hebben. De impact van de regionale kostenstijging is voor Dronten extra groot omdat onze populatie jongeren in verblijf relatief meer gebruik maakt van de duurdere vormen van jeugdhulp met verblijf (zie pagina 2). Het prijsverschil tussen lokale inzet van begeleiding en behandeling versus regionaal verblijf is groot. Dit komt onder meer doordat in verblijf met 24/7 inzet van personeel (roosters) moet worden georganiseerd en de overhead groter is in verband met de inzet van multidisciplinaire teams (dit laatste geldt ook voor de jeugd-GGZ).

Lokaal begeleiding 18begeleiding innovatie/16-27 jr behandeling behandeling groep behandeling gezinsgericht/spec. behandeling j-ggz specialistisch kortdurend verblijf inkoop preventie

2019

2022

2023

54,00 65,00 83,00 95,00 94,00 108,00 166,00 63,97

56,91 68,51 87,47 100,12 99,07 114,60 176,48 66,49

57,93 65,00 89,04 101,91 100,85 116,40 179,00 69,65

eenheid kostenstijging uur uur uur dagdeel uur uur etmaal fte/p/u

7% 0% 7% 7% 7% 8% 8% 9%

16

Regionaal hoogspecialistische jeugd ggz (V)OTS p/m OTS p/m voogdij p/m pleegzorg begeleid wonen behandeld wonen behandeld wonen specialistisch jeugdzorg plus

2019

2022

2023

109,20 120,00 138,00 826,15 874,73 1.033,99 696,36 737,31 896,83 487,26 515,91 633,06 40,66 44,02 48,20 141,86 171,37 193,74 314,24 329,03 400,07 359,48 ontbreekt 539,61 391,73 424,14 688,91

eenheid kostenstijging uur traject pm traject pm traject etmaal etmaal etmaal etmaal etmaal

26% 25% 29% 30% 19% 37% 27% 50% 76%

In de hierna volgende afbeelding zien we de verdeling van de lasten over de verschillende lokale zorgvormen met een gemiddeld bedrag per %. Van de totale lokale uitgaven 2023 (tot 1 augustus) van € 2,4 miljoen is bijvoorbeeld 27% uitgegeven aan begeleiding individueel tegen gemiddelde kosten van € 5.814. In de afbeelding daarna zien we dat deze 27% aan uitgaven is gedaan voor 21% van de jeugdigen die gebruik maken van lokale jeugdhulp. Er is sprake van een goede balans tussen omvang van de uitgaven en de omvang van de doelgroep. De grootste afwijking vormt de behandeling groep, 14% van de kosten tegen 5% van de doelgroep. De reden hiervan is dat de behandeling groep plaatsvindt in een aantal dagdelen per week en daarmee is het een intensieve en duurdere zorgvorm.

17

Voor de regionale zorgvormen zien we in de volgende twee cirkeldiagrammen een ander beeld. 54% van de betalingen worden gedaan voor 15% van de jeugdigen die gebruik maken van regionale zorgvormen. Bij de hoog specialistische GGZ zien we een omgekeerde beweging. Deze zorgvorm omvat het grootste deel van de regionale zorg met 68% van het aantal jeugdigen in regionale zorg. en leidt tot 31% van de lasten.

18

In de volgende tabel wordt de invloed zichtbaar van het gedwongen kader, de bepalingen jeugdhulp van de gecerticifeerde instelling (GI): de (gezins)voogden en de jeugdreclasseerders. 8% van alle lokale beschikkingen komen voort uit bepalingen jeugdhulp. 21% van alle beschikkingen voor regionale zorgvormen komen voort uit 19

Type Lokaal Regionaal Gemiddeld

Aa

bepalingen jeugdhulp. En als we kijken naar de inzet van de duurste woonvormen loopt dit percentage op tot 78%.

Als deze zorgvormen eenmaal nodig zijn voor deze zeer kwetsbare jongeren, is de situatie complex, vaak voor een langere periode en lastig beïnvloedbaar. Het terugdringen of voorkomen van slechts 1 individu in deze zorgvormen heeft een grote financiële impact.

3 dure zorgvormen behandeld wonen begeleid wonen behandeld wonen spec

20

4. Slotopmerkingen De ontwikkeling in het gebruik van ambulante lokale en regionale zorgvormen en de duur van de jeugdhulp in Dronten is vooralsnog niet zorgwekkend. We pakken wel de kansen voor ombuiging naar preventief aanbod. Het relatief hoge gebruik van jeugdbescherming in combinatie met de hogere zorgzwaarte van jeugdhulp in verblijf geeft wel reden tot zorg. \ Aanpak: a. pilot toekomstscenario kind- en gezinsbescherming b. inzet versnellingsteam en Team AnderS (vanaf 2024 RET2.0/TAS) De geraamde stijging van de lasten Jeugdhulp in de begroting 2024 en verder wordt veroorzaakt door: a. niet beïnvloedbare stijging van de tarieven in combinatie met zorgzwaarte jeugdhulp met verblijf b. versterking van het preventieaanbod en de regionale inzet op vermindering de inzet van Jeugdhulp met verblijf en verbetering van de kwaliteit: verkleining groepsgrootte, RET2.0/TAS, Thuis op Maat, FlevoAcademie Jeugd, inzet ervaringsdeskundigen ExpEx. De stijging van de tarieven in combinatie met hogere zorgzwaarte en stijging van het aantal jeugdigen met jeugdhulp (vooral veroorzaakt door langere doorlooptijden) leiden tot hogere uitgaven dan nu geraamd in de begroting 2024 en verder. Als we de overschrijdingen terug willen dringen, dan zijn maatregelen nodig.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1244/documents/20564