CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsreserve zorglandschap wmo 2021-2026 met bestedingsplan__908538__ (Bijlage 1).pdf

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel Bestemmingsreserve Zorglandschap Wmo 2021-2026, bestedingsplan 20262.744 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

202gie Portefeuille: P. van Bergen No. B20.002131 Dronten, 2 februari 2021 Voor technisch inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met:Geanonimiseerd. Bestemmingsreserve Zorglandschap Wmo 20212026 met Bestedingsplan

Aan de gemeenteraad,

VOORSTEL Wij stellen u voor: 1. Kennis te nemen van het Bestedingsplan zorglandschap Wmo 2020-2026 ter uitwerking van de lokale opgave zoals vastgelegd in het Regionaal kader zorglandschap 2020-2026. 2. In principe worden wijzigingen over de voortgang meegenomen in de reguliere planning en control cyclus. 3. Voor dit doel een bestemmingsreserve “Zorglandschap Wmo 2021-2026” in te stellen en de reeds ontvangen en begrote ontvangsten vanuit de regionale begroting overschot beschermd wonen hierin te storten. 4. Het in 2021 nog te ontvangen bedrag Overschot Beschermd Wonen 2020 van naar verwachting € 387.000 toe te voegen aan de Bestemmingsreserve “Zorglandschap Wmo 2021-2026”. 5. De geplande uitgaven uit het bestedingsplan te onttrekken aan de ingestelde bestemmingsreserve. 6. De toekomstige regionale overschotten Beschermd Wonen te storten in de bestemmingsreserve. 7. Bijgevoegde begrotingswijziging nr 13655 vast te stellen onder voorbehoud van het goedkeuren door de Raad van de overheveling van € 1.314.000 naar 2021 en het bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2020 toevoegen van de in 2020 ontvangen € 160.500 aan de bestemmingsreserve “Zorglandschap Wmo 2021-2026”.

INHOUD Begin vorig jaar, op 27 februari 2020, heeft uw raad het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020-2026 (verder: regionaal kader) vastgesteld (U19.003094). Dit beleidskader, dat inmiddels in alle Flevolandse gemeenten is vastgesteld, regelt de zorg voor de meest kwetsbare inwoners met ernstige psychische problemen met het oog op de doordecentralisatie Wmo. De voorbereiding op de doordecentralisatie en de implementatie is in volle gang. Alle Flevolandse gemeenten staan voor de opdracht om het lokaal basisaanbod te versterken zodat het mogelijk wordt dat ook de meest kwetsbare inwoners zoveel mogelijk in de eigen omgeving de zorg ontvangen die nodig is. Per 1-1-2022 moeten alle gemeenten beleidsbeslissingen over Beschermd Wonen (verder: BW) in regionaal verband samen nemen en werken met een gezamenlijke begroting.

No. B20.002131 Het afgelopen jaar is op hierop geanticipeerd waardoor wij in Flevoland voldoen aan de afspraken die op 18-12-2020 bekend zijn gemaakt door de VNG. De herverdeling van het gemeentefonds is uitgesteld tot 2023. Dat betekent dat per 1-1-2023 alle gemeenten een doeluitkering ontvangen voor BW op basis van het nieuwe verdeelmodel BW. Tot nu toe is er jaarlijks sprake van een overschot op de post BW van de regionale begroting sociaal domein Flevoland. De bestedingsruimte voor onze gemeente bedraagt op peildatum 17-09-2020 € 1.779.000 en dit bedrag is reeds opgenomen in onze begroting. Het zijn incidentele inkomsten vanuit de regionale begroting die ten goede moeten komen aan de doelgroep van het Zorglandschap Wmo. Deze middelen zijn bedoeld om de transformatie naar meer ambulante hulp thuis en langer zelfstandig wonen voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid mogelijk te maken. In de jaarrapportages van onze gemeente is steeds melding gemaakt van de incidentele inkomsten en van bestedingsvoorstellen. Op basis van deze incidentele inkomsten en nog te verwachtte extra incidentele inkomsten is een meerjarig bestedingsplan gemaakt dat aansluit bij de lokale opdracht in het regionaal kader en bij de lokale themaplannen sociaal domein.

Toekomstige incidentele inkomsten verder dan het overschot op de regionale begroting 2020 zijn niet opgenomen in het bestedingsplan dat doorloopt tot 2026 (2025 is het laatste jaar). Om toekomstige incidentele inkomsten ook te kunnen besteden worden deze vermeld in de reguliere planning en control cyclus. Voorgesteld wordt om op basis van het regionale overschot een bestemmingsreserve “Zorglandschap Wmo 2021-2026” in te stellen ter uitvoering van het Bestedingsplan zorglandschap Wmo 2020-2026 (verder: bestedingsplan). Het doorvoeren van de begrotingswijziging is onder voorbehoud van goedkeuren van de Raad van de overheveling van € 1.314.000 van 2020 naar 2021. Bij de jaarrekening 2020 zal aan de Raad worden gevraagd € 160.500 (nog niet begroot, wel ontvangen) beschikbaar te stellen in 2021 en toe te voegen aan de ingestelde bestemmingsreserve. Daarnaast wordt gevraagd het in 2021 te ontvangen overschot 2020 van naar verwachting € 387.000 te storten in de bestemmingsreserve en beschikbaar te stellen voor het bestedingsplan. Vanaf 1-1-2023 ontvangt gemeente Dronten voor de uitvoering van de nieuwe Wmo taken een doeluitkering. Deze uitkering zal in 10 jaar tijd stapsgewijs toenemen omdat er een ingroeipad voor BW is afgesproken.

De verwachting is dat het geleidelijk verminderen van incidentele inkomsten vanuit de regionale begroting hand in hand gaat met een stijging van de nieuwe doeluitkering op lokaal niveau. Bij een positieve evaluatie van de projecten in 2025 kunnen deze naar verwachting structureel gefinancierd worden uit de nieuwe doeluitkering. Van regionaal naar lokale verantwoordelijkheid Per 1-1-2022 wordt stapsgewijs een deel van de Wet maatschappelijke ondersteuning (verder: Wmo) door gedecentraliseerd. Het betreft de taak BW die nu nog via centrumgemeente Almere wordt uitgevoerd en waarvoor Almere een doeluitkering van de rijksoverheid ontvangt. De volgende stap in de doordecentralisatie wordt waarschijnlijk in 2026 gezet met de overdracht van de maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen naar individuele gemeenten. De afgelopen maanden is in samenwerking met zorgpartners en adviesraden/cliënten vertegenwoordiging, gewerkt aan een regionaal Uitvoeringsprogramma zorglandschap. Op 21 oktober jl. is via Teams een informatieavond georganiseerd voor alle Flevolandse gemeenteraden. In het regionaal kader is beschreven dat stapsgewijs een deel van de regionaal gefinancierde voorzieningen af- of omgebouwd wordt met als gevolg dat er op lokaal niveau opbouw moet plaatsvinden.

Bestuurders van de Flevolandse gemeenten hebben afgesproken dat alle gemeenten het lokaal basisaanbod zoals vastgelegd in het regionaal kader op orde hebben. Dronten voldoet in grote mate aan dit basisaanbod en realiseert zich dat:

-2-

-

No. B20.002131 er op een aantal onderdelen witte vlekken zijn en/of er intensivering nodig is met het oog op de meest kwetsbare inwoners die langer zelfstandig blijven wonen of na een opname sneller terug gaan naar de wijk; voorzieningen die eerst regionaal werden gefinancierd vanaf 2021 en 2022 een lokale verantwoordelijkheid zijn.

Overschot regionale begroting inzetten voor meerjarig bestedingsplan Tot nu toe is er jaarlijks sprake van een overschot op de post BW van de regionale begroting sociaal domein Flevoland. In het bestuurlijk overleg sociaal domein Flevoland is afgesproken dat overschotten en tekorten naar rato worden verrekend tussen gemeenten. Het zijn incidentele inkomsten die ten goede komen aan de doelgroep van het Zorglandschap Wmo en benut moeten worden ter voorbereiding op de doordecentralisatie en de implementatie daarvan op lokaal niveau. Het is niet realistisch om de jaarlijkse incidentele inkomsten uit te geven aan eenmalige projecten. De doelgroep waarvoor de middelen zijn bedoeld, is niet gebaat bij een eenmalige impuls. En om het effect te monitoren van een preventief aanbod, is een langere periode nodig om een stijging van het welzijn van de gebruikers van de voorzieningen te meten. Het bestedingsplan voorziet in een meerjarig perspectief. Met deze incidentele middelen willen wij een meerjarig bestedingsvoorstel doen voor de periode van het regionaal kader en deze middelen beschikbaar houden voor de doelgroep van het zorglandschap. Wellicht ontvangen wij de komende jaren meer incidentele inkomsten waardoor de financiering van het bestedingsplan als geheel en het bijsturen daarop als realistisch en met een laag risico wordt ingeschat.

Uiteraard zullen wij er voor zorgen dat de uitgaven zoals opgenomen in het bestedingsplan binnen de bestedingsruimte van de bestemmingsreserve blijven. Bestedingsplan versterkt lokaal basisaanbod Het lokaal basisaanbod dat versterkt en/of gecontinueerd moet worden betreft met name de tussenvoorzieningen, ontmoetingsmogelijkheden/welzijnsaanbod voor inwoners met ernstige psychische kwetsbaarheid, versterken van draagkracht in de wijk, trainen van ervaringsdeskundigen, preventie schulden en verslaving, investeren in de kwaliteit van het gidsenteam en beleidsteam. Deze onderdelen zijn opgenomen in een bestedingsplan als uitwerking van de lokale opdracht zoals vastgelegd in het regionaal kader. Een deel van deze activiteiten of projecten werd al gefinancierd uit de middelen die wij van centrumgemeente Almere ontvingen en/of waren onderdeel van de regionale begroting Wmo. De activiteiten en projecten zoals genoemd in het bestedingsplan kunnen worden gefinancierd uit incidentele inkomsten die wij reeds hebben ontvangen en deels nog verwachten te ontvangen inkomsten vanuit een overschot op de regionale begroting. Door de uitgaven over meerdere jaren te spreiden, ontstaat de mogelijkheid om op verantwoorde wijze het lokaal basisaanbod te versterken. In bijlage 1 is het bestedingsplan opgenomen.

Dit plan biedt een overzicht van projecten en activiteiten in relatie tot de resultaten zoals vastgelegd in de themaplannen Sociaal Domein en in het regionaal kader. Doelmatigheid en doeltreffendheid bestedingsplan In de raadsvergadering van 5 november jl. heeft het college de motie monitoring en evaluatie overgenomen. Hierbij is aangegeven dat er een pilot plaats zou vinden met een aantal raadsvoorstellen. Dit raadsvoorstel is onderdeel van deze pilot. In de motie wordt het college gevraagd om in een paragraaf onderstaande 6 punten te behandelen: 1. Formuleren doelstellingen (SMART). 2. Toelichting op keuze voor beleidsinstrument(en). 3. De beoogde doeltreffendheid van het voorgestelde beleid. 4. De beoogde doelmatigheid van het voorgestelde beleid. 5. Wijze van monitoring en evaluatie (waar, wanneer, hoe). 6. Het maatschappelijke effect waar de beleidsdoel aan bijdraagt. -3-

No. B20.002131 De punten a, b, e, en f zijn nader uitgewerkt in het bestedingsplan. In onderstaande tabel staan de resultaatafspraken weergegeven. De uitgebreide beschrijving staat in de bijlage 1 Bestedingsplan. Projecten

Resultaatafspraken

1. Woonstart

 9 beschikbare woonplekken met begeleiding voor jeugdigen.  1 beschikbaar crisis bed voor een jeugdige.  1 beschikbaar crisis bed voor een volwassenen.

2. Logeerbedvoorziening 3. Vroegsignalering

4. Inloopvoorziening GGZ

5. Welzijnsaanbod GGZ

6. Draagkracht in de wijk

7. Outreachend werk

8. Verslavingspreventie

9. Dronter Koers

10. Beleidscapaciteit zorg en veiligheid

 Gebruik toegankelijkheids bijdrage neemt toe met 10%  Gebruik minima voorzieningen neemt toe met 5%.  Minder curatieve schuldhulp verlening als effect van vroegtijdige hulp.  Budget schuldhulpverlening neemt af als gevolg van vroegtijdige hulp.  10 Inwoners met psychische problemen lotgenotencontact bieden.  10 Inwoners met psychische problemen activeren tot meedoen met activiteiten.  2 ontmoetingen met de buurt organiseren.  Openingstijden 7 dagen per week.  Minimaal 50 unieke deelnemers aan dit project.  50% van de deelnemers doet dit met het oog op wachttijden GGZ.  Minimaal 50% van de deelnemers heeft een verwijzing ontvangen vanuit de hulpverlening zoals bijvoorbeeld huisarts, maatschappelijke werk of de GGZ instellingen.  Bij elke deelnemer wordt het welzijn gemeten met het oog op het effect van deelname aan het project.  Minimaal 6 ervaringsdeskundig belangenbehartigers GGZ opleiden.  2 activiteiten voor en met de buurt organiseren.  Opgeleide ervaringsdeskundigen zijn inzetbaar als belangenbehartiger/ ondersteuner van de doelgroep.  Training voor de buurt over psychopathologie samen met ervaringsdeskundigen.  10 jongeren toe leiden naar hulpverlening.  20 kwetsbare jongeren nemen deel aan het reguliere aanbod van de jongerenwerkers en de buurtsportcoaches.  20 individuele trajecten Moti4.

 Alle scholen voor VO maken gebruik van gastlessen van Tactus.  Tactus is aanwezig bij grote evenementen met campagnes.  Tactus werkt samen met netwerkpartners.  50% van het aantal aanmeldingen Wmo maakt een eigen plan/ ontvangt hulp om een eigen plan te maken.  Inwoners maken vaker gebruik van voorliggende voorzieningen.  Gidsen zijn vertegenwoordigd in projecten die gericht zijn op de doordecentralisatie.  Goed werkende veiligheidsketen voor jeugd en Wmo.  Actueel overzicht van regionaal en lokale voorzieningen/ meldpunten.

-4-

No. B20.002131 Met de uitvoering van de lokale projecten en activiteiten in het bestedingsplan beogen we de beweging naar wonen in de wijk tot een succes te maken. Daarvoor hebben we onszelf de volgende doelen gesteld: 1. De ondersteuning moet laagdrempelig, flexibel en divers zijn qua omvang en specialisatie. 2. We zorgen voor voldoende gevarieerd woonaanbod met diverse tussenvormen. 3. We faciliteren kwetsbare inwoners om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met activering en werk. 4. We voorkomen instroom door problemen tijdig te herkennen via preventie en vroegsignalering. 5. We zorgen voor laagdrempelige inloopvoorzieningen waar mensen terecht kunnen bij vragen. 6. We hebben oog voor draagvlak in de wijk, signalen van inwoners en zorgen voor een goede spreiding. Om deze doelen te bereiken voeren we de tien projecten uit het bestedingsplan tot 2026 uit. Omdat een deel van de projecten een voortzetting van reeds ingezet beleid zijn, hebben we al veel inzicht in de ervaringen met deze instrumenten. Daarnaast hebben we per project concrete resultaatafspraken en indicatoren vastgelegd om enerzijds de doeltreffendheid en doelmatigheid te meten en anderzijds inzichtelijk te maken aan welke maatschappelijke effecten het beleidsinstrument bijdraagt. De doelmatigheid en doeltreffendheid zijn vooral achteraf te bepalen en een belangrijk onderdeel van de evaluatie.

Voor een uitgebreid overzicht hiervan verwijzen wij naar het bestedingsplan in bijlage 1. We monitoren de beleidsinstrumenten continu en rapporteren daarover aan het college en uw raad via de reguliere P&C cyclus. In 2025 evalueren we de projecten uit het bestedingsplan, met als doel besluiten te nemen over welke projecten onderdeel worden van onze uitvoering van de Wmo. Voor wat betreft de doeltreffendheid (punt c) is dit in onderstaand schema aangegeven. Uw raad heeft eerder dit jaar het regionaal kader vastgesteld. In de matrix is aangegeven welk project aan welk doel uit het regionaal kader bijdraagt. Doel 1:

1. Woonstart 2. Logeerbed voorziening 3. Vroegsignalering 4. Inloop voorziening GGZ 5. Welzijnsaanbod GGZ 6. Draagkracht in de wijk 7. Outreachend werk 8. Verslavings preventie 9. Dronter Koers 10. Beleidscapaciteit zorg en veiligheid

Versterking draagkracht en draagvlak X

Doel 2: Huisvesting en beschikbaarheid woningen

Doel 3:

Doel 4:

Doel 5:

Intensivering aanbod

Transformatie

Cliëntondersteuning betrokkenheid

X

X

X X

X

X X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

De doelmatigheid (punt d) zal met name tussentijds en achteraf bepaald worden. Door het voeren van tussentijdse voortgangsgesprekken en de verantwoording van de subsidiebedragen bij de subsidievaststelling wordt beoordeeld of de middelen doelmatig in worden gezet.

-5-

No. B20.002131 Bij de tussentijdse voortgangsgesprekken kunnen onderdelen, indien nodig, bijgesteld worden en verwerkt worden in de subsidieafspraken voor het volgend subsidiejaar.

ARGUMENTEN De activiteiten in het bestedingsplan dragen bij aan de zelfredzaamheid van de meest kwetsbare inwoners. We verwachten dat laagdrempelige, informele hulp en lotgenoten contact bijdraagt aan hun welbevinden en een beroep op zwaardere vormen van hulp wordt beperkt. De doordecentralisatie Wmo per 2022 maakte destijds geen deel uit van het rapport Berenschot in 2018 omdat het tijdspad van de doordecentralisatie nog niet bekend was en het regionaal kader nog niet ontwikkeld. Daarom benutten wij deze aanvullende financieringsbron vanuit de regionale begroting voor de uitvoering van dit bestedingsplan. Het zijn incidentele inkomsten die ten goede komen aan de doelgroep van het Zorglandschap Wmo en benut worden ter voorbereiding op de doordecentralisatie en implementatie op lokaal niveau. Vanaf 2023 ontvangt gemeente Dronten voor de uitvoering van de nieuwe Wmo taken een doeluitkering. Deze uitkering zal naar verwachting in 10 jaar tijd stapsgewijs toenemen omdat er een ingroeipad voor BW is afgesproken. Het is nog niet mogelijk om een inschatting te maken van de inkomsten. Waarschijnlijk biedt een volgende circulaire een eerste overzicht van structurele inkomsten. Wij zullen begin 2025 de projecten in dit bestedingsplan evalueren en besluiten welke projecten worden opgenomen in de begroting Wmo en structureel worden gefinancierd vanuit de doeluitkering vanaf 2026.

De verwachting is dat het geleidelijk verminderen van incidentele inkomsten vanuit de regionale begroting hand in hand gaat met het stijgen van de nieuwe doeluitkering op lokaal niveau. Inwoners die op 1-1- 2023 een beschikking hebben voor BW worden bekostigd vanuit de regionale begroting; de financiering van nieuwe instroom in BW komt vanaf 1-1-2023 ten laste van de lokale gemeenten. De lokale doeluitkering voor het onderdeel BW stijgt in tien jaar stapsgewijs; de regionale doeluitkering voor BW daalt stapsgewijs.

KANTTEKENINGEN N.v.t.

MIDDELEN Middelen overschotten Beschermd Wonen Begrote middelen 2020

1.469.000

Begrote middelen 2021

310.000

Totaal reeds ontvangen en begroot

1.779.000

Ontvangen in 2020 (nog niet begroot)

160.500

Verwacht regionaal overschot 2020

387.000

Totaal verwacht beschikbaar bedrag

2.326.500

Uitgaven bestedingsplan 2020-2024

-2.147.320

Verwacht saldo reserve eind 2024

179.180

Overheveling naar 2021 Begrote middelen 2020

1.469.000

Bestedingsplan 2020

-155.000

Voorgestelde overheveling naar 2021

1.314.000

-6-

No. B20.002131 De incidentele middelen afkomstig van de regionale begroting zijn bedoeld om de transformatie verder mogelijk te maken. Ten tijde van het schrijven van dit voorstel is nog niet bekend wat de financiële gevolgen van de doordecentralisatie van BW voor gemeente Dronten zijn. Berichtgeving over de uitkomsten van het financieel verdeelmodel is meerdere keren uitgesteld. Mogelijk dat een volgende circulaire voor het eerst zicht geeft op de te verwachten structurele inkomsten vanaf 1-1-2023 voor het onderdeel BW lokaal.

Het college

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

-7-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1343/documents/21045