Beantwoording technische vragen GR beeldvormende vergadering 16 april.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen van de beeldvormende vergadering van 16 april 2026 Agendapunt / onderwerp: Raadsvoorstel zienswijze ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Flevoland Vraag/vragen: 1. Wat is de rol van de Adviesraad Sociaal Domein bij de totstandkoming van deze GR? Antwoord: In deze GR worden geen beleid en of verordeningen overgedragen aan de bedrijfsvoeringorganisatie. De Adviesraad Sociaal Domein heeft dan ook geen formele rol bij de totstandkoming van deze GR. Wij vinden het wel belangrijk om de ASD mee te nemen in de ontwikkelingen rondom de Gemeenschappelijke Regeling omdat deze voortkomen uit dezelfde wetgeving waarop ook het regionale beleid wordt gebaseerd. Daarom hebben wij begin april informatie over de GR verstrekt aan de ASD. De ASD was en wordt betrokken bij het regionale beleid. De regio heeft de afgelopen jaren voor de regionale beleidsvorming de lokale adviesraden altijd uitgenodigd voor regionale informatiebijeenkomsten. De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de adviesaanvraag aan de eigen lokale adviesraden. Het is aan de adviesraden zelf of zij komen tot een regionaal advies. 2.
Op welke wijze worden de stemverhoudingen binnen het bestuur bewaakt om te voorkomen dat er dominantie ontstaat, en wanneer vindt de evaluatie van deze balans plaats? Antwoord: Het bestuur streeft ernaar besluiten te nemen op basis van besluitvorming bij consent. Van consent is sprake indien geen van de leden een zwaarwegend en beargumenteerd bezwaar tegen het voorliggende besluit kenbaar maakt. Alleen indien er geen besluit tot stand komt, wordt de stemprocedure gevolgd. Om dominantie te voorkomen, is vastgelegd dat voor het nemen van geldige besluiten een quorum van minimaal de vertegenwoordigers van drie deelnemende colleges vereist is, die gezamenlijk minimaal de helft van de stemmen vertegenwoordigen. In de GR is na twee jaar voorzien in de eerste evaluatie van de regeling. Echter, als er door een gemeente een probleem wordt gesignaleerd rond dominantie, dan zal dit op dat moment bestuurlijk worden geagendeerd door die gemeente omdat dit conflicteert met de afspraak op besluiten zoveel mogelijk gezamenlijk te nemen op basis van consent. 3. Op welke wijze wordt de participatie (artikel 14) geborgd? Antwoord: Dit artikel richt zich op participatie vanuit de inwoners/de cliëntenraden/ samenwerkingspartners. Deze participatie vindt plaats op de voor de betreffende gemeente gebruikelijke wijze.
De reden van deze formulering is dat het participatiebeleid lokaal en niet regionaal wordt vormgegeven. Lokaal beleid gaat in dit geval voor op regionaal beleid.
In de voorbereiding van een participatietraject over een regionaal onderwerp, wordt regionaal afgestemd in hoeverre samen opgetrokken kan worden (bijvoorbeeld door regionale bijeenkomsten te organiseren) en bijvoorbeeld ook welke inhoud wordt voorgelegd. 4. Wat is de verdeelsleutel m.b.t. de financiële bijdragen per gemeente? Antwoord: De GR is het overkoepelende document waarin in hoofdlijnen is opgenomen hoe de samenwerking wordt vormgegeven (het construct). De regeling wordt uitgewerkt in het dienstverleningshandvest en nadere besluiten waaronder het financieel besluit. In de huidige situatie zijn er voor verschillende taken verschillende verdeelsleutels vastgesteld. Voor de ene taak ligt het meer voor de hand om uit te gaan van het inwonersaantal, voor de andere taak vanuit historisch gebruik of aantal inwoners van de betreffende doelgroep. 5. Is het mogelijk om een overzicht te geven van de oude en de nieuwe regeling/situatie? Antwoord: De regio bereidt een overzicht voor van de belangrijkste verschillen. Deze komt beschikbaar voor de oordeelsvormende vergadering. 6. Klopt het dat er binnen het financiële aspect geen maximaal plafond is vastgesteld voor de financiële verantwoordelijkheid? Antwoord: Het klopt dat er in de Gemeenschappelijke Regeling geen plafond is vastgesteld. De begroting die jaarlijks wordt vastgesteld, vormt het financiële kader.
De begroting wordt jaarlijks voor een zienswijze aan de raad voorgelegd. 7. Waar beslist de raad over bij zaken die niet verplicht zijn, beslist de raad over optionele dingen? En hoe wordt de raad daar bij betrokken? Antwoord: Het bestuur vraagt voorafgaand aan besluiten die consequenties hebben voor de bevoegdheden van de raden, of voorafgaand aan besluiten die raken aan de door de raden gestelde kaders, reactie aan het in te stellen raadsplatform. In het geval Dronten meer taken dan de wettelijke taken van lokaal naar regionaal zou willen overdragen, dan zal daartoe een voorstel aan de raad voorgelegd worden. 8. Wat zijn de financiële consequenties, is daar in de nieuwe regeling meer grip op? Antwoord: De regio heeft geen grip op financiële consequenties van de inzet van individuele jeugdhulp. De gemeente kent deze individuele jeugdhulp toe en is verantwoordelijk voor de bekostiging. De regio volgt de uitgaven van de deelnemende gemeente maandelijks met behulp van de monitor Sociaal Domein. Voor de uitgaven van de regionale uitvoeringstaken Wmo is in de huidige Centrumregeling de gemeente Almere als centrumgemeente verantwoordelijk. In de nieuwe regeling is strakker vastgelegd hoe de lokale en regionale P&C cyclus verloopt rond de begroting en jaarrekening van de uitvoeringsorganisatie en ligt de verantwoordelijkheid voor de uitgaven en de rapportage daarover bij de regio.
Door de monitor Sociaal Domein en de kwartaalrapportages is er zicht op de uitgaven en worden knelpunten tijdig gesignaleerd. Als eventuele hogere uitgaven bij een gemeente leiden tot overschrijding van de gemeentelijke begroting, dan zal die gemeente daar binnen de lokale financiële kaders passende acties op moeten ondernemen.