CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

bc4a1dff-e6bb-4a93-8213-bf902e54a206.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 7.a: AKKOORD Raadsvoorstel Decemberwijziging 20214.083 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DIV - 4 OKT. 2»ZI Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

> Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten Postbus 100 8250 AC Dronten

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing

Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 F 070 333 40 33 www.njksoverheid.nl Onze referentie 2021-0000008840

Datum 1 oktober 2021 Betreft Bijstandsuitkering 2022 voorlopig

Geacht college,

Het Rijk kent u met deze beschikking een specifieke uitkering toe. Specifieke uitkeringen zijn middelen uit 's Rijks kas die onder voorwaarden worden verstrekt. In het vervolg van deze beschikking wordt u over deze voorwaarden geïnformeerd. Specifieke uitkeringen worden verantwoord via SiSa (Single information. Single audit). BETROKKEN PARTIJEN

VERSTREKT DOOR

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TOEGEKEND AAN

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten

DATUM

1 oktober 2021

REGELING TYPE

Specifieke uitkering

NAAM

Uitkering bijstand, LKS, lOAW, lOAZ en Bbz 2004 - Voorlopig budget.

CODERING

SZW G2

BEDRAG

€ 10.404.067

JAAR

2022

Pagina 1 van 11

Bijlagen Gemeentespecifieke bijlage

OMSCHRIJVING REGELING

BASIS VAN DE VERSTREKKING Artikel 69 van de Participatiewet.

BELEIDSDOELSTELLING Het toekennen van een uitkering aan degene die hier te lande niet over de middelen beschikt om te voorzien in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan alsmede het verstrekken van subsidie aan een werkgever met iemand in dienst die onvoldoende arbeidsvermogen heeft om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen.

WIJZE VAN BETALING Betaalbaarstelling geschiedt in maandelijkse termijnen. U ontvangt iedere maand, op of omstreeks de vijftiende dag, 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde budget. Alleen in mei ontvangt u, vanwege de uit te keren vakantietoelagen, 12% van het (voorlopig) toegekende budget. Een achtste deel van het voorschot ten behoeve van vergunninghouders op de uitkering bijstand en LKS zoals toegekend op basis van het Besluit Participatiewet, artikel 8b wordt jaarlijks verrekend met de uitbetaling van de uitkering bijstand en LKS in oktober. Deze verrekening vindt dus één keer per jaar plaats. Betalingen worden overgemaakt naar NL83 BNGH 0285 0134 75. GENERIEKE WETGEVING

FINANCIËLE-VERHOUDINGSWET U dient het beschikte bedrag uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar te verantwoorden, zoals geregeld in de Financiële-verhoudingswet, artikel 17a.

VERANTWOORDING U verantwoordt zich via het systeem van Single information. Single audit (SiSa), zoals bepaald in de Regeling informatieverstrekking SiSa. Bij niet tijdig indienen van de verantwoordingsinformatie, treedt het maatregelenbeleid van het ministerie van BZK in werking. Er volgt opschorting van uitbetaling van de algemene uitkering totdat de verantwoordingsinformatie is ontvangen, tot een maximum van 26 weken. TERUGVORDERINGBELEID Terugvordering van de toegekende specifieke uitkering is niet van toepassing met betrekking tot het budget als bedoeld in artikel 69 van de Participatiewet.

SPECIFIEKE WETGEVING VERDEELSYSTEMATIEK

Zie de toelichting.

INDICATOREN

Zie de toelichting.

VERANTWOORDING

Naast de zogeheten SiSa-verantwoording dient u jaarlijks het Beeld van de Uitvoering in te dienen, dat de minister van SZW voor 1 maart volgend op

Pagina 2 van 11

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing Datum 1 oktober 2021

Onze referentie 2021-0000008840

het begrotingsjaar moet hebben ontvangen. Aan de overschrijding van voornoemde termijn is een financiële maatregel verbonden. Zie tevens de toelichting voor de te leveren informatie over de indicatoren.

CORRESPONDENTIE Inhoudelijke vragen over de financiering van de Participatiewet kunt u stellen via financierinaparticiDatiewet@minszw.nl

Voor vragen over de verantwoordingsprocedure kunt u contact opnemen via Dostbusibi@minbzk.nl

BEKRACHTIGING

Hoogachtend, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze.

mw. C. Goedhart Directeur Participatie en Decentrale Voorzieningen

BEZW AARMOGELIJKHEID Dit is een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid van de Awb. Overeenkomstig de Awb kan tegen deze beschikking schriftelijk bezwaar worden gemaakt door degene wiens belang rechtstreeks bij deze beschikking betrokken is. Daartoe moet binnen zes weken na de dag van verzending van deze beschikking een bezwaarschrift worden ingediend bij: De Staatssecretaris van SZW, t.a.v. de Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, Bureau Ondersteuning team 1, Postbus 90801, 2509 LV 's-Gravenhage (Fax 070 333 5116). Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en ten minste te bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van deze beschikking alsmede reden(en) waarom de beschikking niet juist wordt gevonden. Het bezwaarschrift dient in de Nederlandse taal te zijn gesteld. Een bezwaarschrift kan ook per e-mail worden ingediend. Dan moet het bezwaarschrift in pdf-formaat als bijlage in de e-mail worden verzonden. Deze bijlage moet een ingescande "natte" handtekening bevatten. Hiermee wordt bedoeld dat het bezwaarschrift met de hand moet worden ondertekend, voordat het wordt ingescand en opgeslagen in pdf-formaat (bij voorkeur met tekstherkenning). Deze e-mail met bijlage moet gezonden worden naar: wbja-bezwaren-bo-tl@minszw.nl.

Pagina 3 van 11

Directie Participatie en Decentraie Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing Datum 1 oktober 2021

Onze referentie 2021-0000008840

TOELICHTING 1.MACROBUDGET 2021 1.1 Voorlopig vastgesteld macrobudget Het totale macrobudget voor 2022 bedraagt € 6.446,7 miljoen. Binnen het macrobudget maken we onderscheid tussen enerzijds het budget bijstandsuitkeringen, waar de algemene bijstand, lOAW, lOAZ en het Bbz 2004 onder vallen, en anderzijds het budget voor het verstrekken van loonkostensubsidie (LKS). In tabel 1 is de opbouw van het macrobudget voor 2022 weergegeven. Deze bedragen zijn conform de SZW-begroting 2022. Tabel 1. Macrobudget bijstand en LKS 2022 (in miljoenen euro's)______ Bedrag Budget bijstandsuitkeringen 6.121,8 - Algemene bijstand 5.632,2 - lOAW 288.5 - lOAZ 30,6 - Bbz 2004 (levensonderhoud voor zelfstandigen) 170.5 LKS-budget 324,8 Totaal macrobudget__________________________ 6.446,7 Waarvan uitname voor vangnetuitkeringen_______ 2,5 Voorlopig te verdelen macrobudget 6.444,2

Voor 2022 is het macrobudget vastgesteld conform de gebruikelijke systematiek. Deze is beschreven in de Memorie van Toelichting van de WWB (Kamerstukken II, vergaderjaar 2002-2003, 28 870, nr. 3) en een brief aan de Tweede Kamer van 2 juli 2004 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2003-2004, 28 870, nr. 117). De vaststelling van het voorlopige macrobudget wordt nader toegelicht op de website van de Rijksoverheid (www.ri1ksoverheid.nl/onderwerpen/participatiewet/nieuws). LKS-budget Met ingang van 2022 worden gemeenten niet meer via het objectief verdeelmodel gefinancierd voor LKS, maar op basis van de laatst bekende realisaties. Hier wordt een apart deelbudget voor geraamd, op basis van een zo goed mogelijke inschatting van de te verwachten uitgaven aan LKS van alle gemeenten gezamenlijk. Deze wijziging is vastgelegd in het Besluit Participatiewet.^ Voorlopige uitname voor vangnetuitkeringen Gemeenten met tekorten boven een eigenrisicodrempel kunnen onder voorwaarden een beroep doen op een vangnetuitkering. Toegekende vangnetuitkeringen worden bekostigd vanuit het macrobudget. Over 2020 is voor € 2,5 miljoen aan vangnetuitkeringen toegekend. De definitieve reservering op het macrobudget wordt vastgesteld bij de definitieve vaststelling van de budgetten in september 2022.

Het meest recente Besluit is terug te vinden op https://wetten.overheid.nl/ Pagina 4 van 11

2. VERDEELSYSTEMATIEK

2.1 Verdeling budget bijstandsuitkeringen met het objectief verdeelmodel Voor het vaststellen van het budget voor de bijstandsuitkeringen wordt voor gemeenten met meer dan 15.000 inwoners gebruik gemaakt van een objectief verdeelmodel. Met het verdeelmodel wordt op basis van objectieve factoren geschat wat gemeenten zullen uitgeven aan uitkeringen. De basis voor de objectieve verdeling is een statistische analyse met indicatoren op meerdere niveaus, namelijk huishoud-, gemeente- en buurtniveau. Het verdeelmodel bestaat uit een volumecomponent en een prijscomponent. Met de volumecomponent wordt de kans op ontvangst van een bijstandsuitkering voor een huishouden ingeschat. Met de prijscomponent wordt de hoogte van de bijbehorende bijstandsuitkering ingeschat, waarbij onder meer rekening gehouden wordt met de (bruto) bijstandsnorm die voor het betreffende huishouden van toepassing is. Bij de berekening van zowel de kans als de prijs wordt gebruik gemaakt van integrale gegevensbestanden van het CBS waarin voor ieder huishouden in Nederland gegevens beschikbaar zijn. De kans op bijstand en de uitkeringshoogte verschillen per huishoudtype. Zo hebben bijvoorbeeld eenoudergezinnen een hogere kans dan gemiddeld om een bijstandsuitkering te ontvangen, terwijl samenloop met een uitkering op grond van de WW tot een lagere bijstandsuitkering leidt.

De voorspelde kans op bijstand in combinatie met de voorspelde hoogte van de uitkering resulteert in een voorspeld bijstandsbudget per huishouden.

2.2 Budgetberekening bijstandsuitkeringen afhankelijk van gemeentegrootte De wijze waarop het budget bijstandsuitkeringen voor gemeenten wordt vastgesteld is afhankelijk van het aantal inwoners. Voor gemeenten met 15.000 inwoners of minder (kleine gemeenten) wordt het budget volledig historisch bepaald. Dit betekent dat het budget wordt berekend op basis van de historisch gerealiseerde gemeentelijke lasten aan bijstandsuitkeringen, waarbij rekening wordt gehouden met de groei of krimp van het aantal huishoudens in de tussenliggende periode. Concreet betekent dit dat het uitgavenaandeel in jaar t-2 (gecorrigeerd voor groei en krimp van huishoudens tussen 1 januari t-2 en 1 januari t-1) gelijk is aan het budgetaandeel in jaar t. Voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners wordt het budget volledig vastgesteld op basis van de objectief te verwachten lasten aan bijstandsuitkeringen. Daarbij ontvangen deze gemeenten apart een budget ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Voor gemeenten die (deels) historisch worden verdeeld geldt dat de uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners meelopen in de historische verdeling. De uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners maken namelijk onderdeel uit van de realisaties van gemeenten.

Voor gemeenten met inwoneraantallen tussen de 15.000 en 40.000 worden de budgetten vastgesteld op basis van zowel het historisch als het objectief bepaalde budget. Er wordt voor deze gemeenten een gewogen gemiddelde bepaald van deze twee budgetten, waarbij het gewicht afhankelijk is van het aantal inwoners tussen de 15.000 en 40.000. Deze gemeenten ontvangen daarnaast een apart budget ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners voor zover het budget objectief wordt verdeeld. Een uitgebreidere toelichting van de verdeelsystematiek en de werking van het objectief verdeelmodel is opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit Pw. In de bijlage bij deze beschikking is voor de gemeente opgenomen hoe de

2 Zie het rapport voor model 2021; Vaststellen van de bijstandsbudgetten 2021, SEO en Atlas voor gemeenten. Pagina 5 van 11

berekening van het budget is uitgevoerd. Via de website van de Rijksoverheid wordt ook een rekentool beschikbaar gesteld om gemeenten inzicht te verschaffen in de uitkomsten van het objectief verdeelmodel. Deze rekentool kan gemeenten ook handvatten bieden om te sturen op de uitgaven. 2.3 Overschotten op het budget zijn vrij besteedbaar Als een gemeente overhoudt op het budget, mag de gemeente dit houden en kan dit overschot door de gemeente naar eigen inzicht worden ingezet. Een tekort moet de gemeente uit eigen middelen opvangen. Hierdoor worden gemeenten gestimuleerd het aantal mensen met een bijstandsuitkering zo klein mogelijk te houden. Indien een gemeente wordt geconfronteerd met een groot tekort, dan kan onder bepaalde voorwaarden een beroep worden gedaan op de vangnetregeling.

2.4 Verdeiing LKS-budget op basis van realisaties Met de wijziging van het Besluit Participatiewet worden gemeenten vanaf 2022 op basis van realisaties gefinancierd voor LKS. Hiermee worden gemeenten gestimuleerd om LKS in te zetten voor mensen met een lage loonwaarde en voor niet-uitkeringsgerechtigden. De netto uitgaven aan LKS van het jaar voorafgaand aan het budgetjaar worden voor alle gemeenten (klein, middelgroot en groot) leidend voor de verdeling van het LKS-budget. Bij de bekendmaking van de voorlopige budgetten zijn de realisaties van het voorgaande jaar nog niet bekend. Daarom wordt uitgegaan van de realisaties twee jaar voorafgaand aan het budgetjaar. Bij het definitief budget wordt wel uitgegaan van de realisaties van het voorgaande jaar. Dit betekent dat de LKSbudgetaandelen nog niet vaststaan bij het voorlopig budget. Dit wijkt af van de aandelen in het budget bijstandsuitkeringen die in principe niet meer wijzigen na vaststelling van de voorlopige budgetten. Naast de invoering van een LKS-budget, verdeeld op basis van realisaties, worden er een aantal wijzigingen doorgevoerd in het objectief verdeelmodel. Om ervoor te zorgen dat gemeenten niet dubbel gefinancierd worden voor LKS, worden de huishoudens die volledig LKS ontvangen uit het model gehaald en wordt alleen de kans op bijstand (een bijstandsuitkering) geschat.

Huishoudens die deels bijstand, deels LKS ontvangen blijven in het model. Omdat de gemiddelde bijstandsuitkering voor deze huishoudens lager ligt wordt een indicator'ontvangst LKS' toegevoegd aan het prijsmodel. Met deze indicator wordt met een gemiddeld lagere prijsfactor gerekend voor huishoudens die zowel bijstand als LKS ontvangen.

3. INDICATOREN (SISA-)VERANTWOORDING Ten behoeve van de verantwoording over de uitvoering van de genoemde regelingen zendt het college informatie aan de minister van BZK over de volgende indicatoren: • Bestedingen algemene bijstand Participatiewet • Baten algemene bijstand Participatiewet (excl. Rijk) • Bestedingen lOAW • Baten lOAW (excl. Rijk) • Bestedingen lOAZ • Baten lOAZ (excl. Rijk) • Bestedingen Bbz 2004 levensonderhoud zelfstandigen • Baten Bbz 2004 levensonderhoud zelfstandigen (excl. Rijk) • Bestedingen loonkostensubsidie • Baten loonkostensubsidie (excl. Rijk)

Pagina 6 van 11

Daarnaast zendt het college informatie over de baten van de ingetrokken WWIK. De verantwoording, op basis van het baten-lastenstelsel, vindt plaats via SiSa, zoals bepaald in de Regeling informatieverstrekking SiSa. Over dezelfde indicatoren, en eveneens op basis van het baten-lastenstelsel, dient het college informatie te verstrekken aan de minister van SZW, via het Beeld van de Uitvoering, als bedoeld in artikel 77, tweede lid. Participatiewet en identieke bepalingen in de lOAW, de lOAZ en de Intrekkingswet WWIK.

4. ADRESSERING

Indien er voor uw gemeente sprake is van een gemeenteiijke herindeiing per 1 januari 2022, dan geidt deze beschikking voor die nieuwe gemeente. Deze beschikking is verzonden aan zowei de nieuw te vormen gemeente ais aan de huidige gemeenten die gezamenlijk de nieuwe gemeente gaan vormen.

Pagina 7 van 11

Gemeentespecifieke bijlage In deze bijlage wordt voor uw gemeente een toelichting gegeven op de verdeling van het voorlopig budget 2022, bestaande uit het budget voor bijstandsuitkeringen, dat onderverdeeld is in drie deelbudgetten, en het budget voor LKS.

Het voorlopig budget 2022 voor uw gemeente bestaat daarmee uit vier deelbudgetten: - Deelbudget bijstand ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners - Budget voor LKS - Deelbudget bijstand dat historisch verdeeld is - Deelbudget bijstand dat objectief verdeeld is In het vervolg van deze toelichting wordt nader ingegaan op de berekening van deze deelbudgetten. Uw gemeente telt op 1 januari 2021 42.011 inwoners. Omdat dit aantal hoger is dan 15.000 wordt volgens de reguliere systematiek het budget bijstandsuitkeringen van uw gemeente deels of volledig (voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners) objectief bepaald. Toelichting op de berekening van het budget Tabel la: berekening van het te verdelen macrobudget, de deelbudgetten en de wegingsfactor Macrobudget

Voorlopig macrobudget 2022

€

6.446.651.960 A

Uitname voor vangnetuitkeringen

€

2.470.887 B

Beschikbaar voorlopig macrobudget 2022 voor de verdeling

€

6.444.181.073 C = A-B

Deelbudgetten v^Wélsernéenten

Deelbudget bijstand voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners

€

Budget LKS

€

324.820.844 E

Deelbudget bijstand historisch verdeeld

€

465.228.166 F = SOM [V] voor alle gemeenten

Deelbudget bijstand objectief verdeeld

€

168.256.322 D = SOM [J] voor alle gemeenten

5.485.875.741 G = C-D-E-F

Berekening wegingsfactor (% budget dat objectief wordt verdeeld) Aantal inwoners 1 januari 2021

42.011 H

Berekening wegingsfactor (deel dat objectief wordt verdeeld)

1,000 I = (H -15.000) / 25.000) met min = 0 en max = 1

Tabel 1 (a+b) toont de berekening van het gemeentelijk budget. Deze berekening start op regel A in tabel la met het totale macrobudget 2022 voor de bijstandsuitkeringen en LKS. Een toelichting op het macrobudget wordt beschikbaar gesteld via de website van de Rijksoverheid, bij de nieuwsberichten over de Participatiewet. Regel B laat zien welk bedrag uit het macrobudget genomen wordt ten behoeve van de vangnetuitkeringen over het jaar 2020. Regel C geeft het macrobudget dat beschikbaar is voor de verdeling en betreft het macrobudget na aftrek van het gereserveerde bedrag ten behoeve van de vangnetuitkeringen over 2020. Het deel van het macrobudget dat beschikbaar is voor de objectieve verdeling (regel G) wordt berekend door op het voor de verdeling beschikbare macrobudget (regel C) het deelbudget bijstand voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners (regel D), het budget LKS (regel E) en het deelbudget bijstand dat historisch wordt verdeeld (regel F) in mindering te brengen. Een toelichting op de regels D, E en F komt verderop in deze toelichting aan de orde.

De wegingsfactor Voor de bepaling van het budget voor de bijstandsuitkeringen is het aantal inwoners van belang. Op basis van het inwoneraantal van een gemeente (regel H) wordt een wegingsfactor berekend (regel I). Deze wegingsfactor geeft aan voor welk deel een gemeente objectief wordt verdeeld en voor welk (resterende) deel historisch wordt verdeeld. De wegingsfactor loopt lineair op van 0 bij 15.000 inwoners naar 1 bij 40.000 inwoners. Gemeenten met 40.000 inwoners of meer hebben een wegingsfactor van 1 en worden dus volledig objectief verdeeld. Deze wegingsfactor wordt niet alleen toegepast bij de berekening van het historisch en objectief budget, maar ook bij de berekening van het budget voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners.

Tabel Ib toont de berekening van het gemeentelijk aandeel in de deelbudgetten en het totale budget. Tabel lb: berekening van de deelbudgetten en het voorlopige budget 2022 I. Deelbudget bijstand t.b.v. dak- en thuislozen en Instellingsbewoners

Netto uitgaven 2020 aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners in de gemeente

€

56.000 J

Totaaluitgaven 2020 van alle gemeenten aan bijstand, lOAW, lOAZ en Bbz 2004

€

4.434.225.000 K

I. Budget voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners (budget wordt toegekend voor het deel dat de gemeente objectief wordt verdeeld)

€

77.282

L = J / K * (C - E) * I

Netto uitgaven 2020 aan LKS in de gemeente

€

471.536

M

Totaal netto uitgaven 2020 van alle gemeenten aan LKS

€

201.561.176 N

II. LKS -budget

€

II. LKS-budget

759.892 O = M/N*E

III. Deelbudget bijstand historisch verdeeld Gemeentelijke lasten 2020 aan Partipatiewetuitkeringen

€

8.530.398 P

Aantal huishoudens 18-AOW op 1 januari 2020

12.945 Q

Aantal huishoudens 18-AOW op 1 januari 2021

13.190 R

Gemeentelijke lasten 2020 gecorrigeerd voor groei/krimp

€

Gecorrigeerde gemeentelijke lasten 2020 voor alle gemeenten

€

Fictief 100% budget op basis van gecorrigeerde gemeentelijke lasten 2020

€

III. Deelbudget bijstand historisch verdeeld

€

8.691.846 S = P*R/Cl

5.979.114.424 T = som [S] voor alle gemeenten 8.895.722

U = S/T*(C-E)

0 V = U*(1-I)

IV. Deelbudget bijstand objectief verdeeld

Objectief vastgestelde gemeentelijke grondslag

€

9.394.027 W

Objectief vastgestelde gemeentelijke grondslag x de wegingsfactor (gewogen grondslag)

€

9.394.027 X = W*I

Som voor alle gemeenten van de objectief vastgestelde gemeentelijke grondslag x de wegingsfactor (landelijk totaal van gewogen grondslagen)

€

IV. Deelbudget bijstand objectief verdeeld

5.386.750.383 Y = som [X] voor alle gemeenten

9.566.893 Z = X/Y*G

Totaal voorlopig budget 2022 en budgetaandeel

Voorlopig budget 2022

Budgetaandeel in totale macrobudget 2022

€

10.404.067 AA=L + O + V + Z 0,1614% AB = AA/C

I. Deelbudget bijstand ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners Voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners is op individueel niveau geen geschikte informatie voorhanden. Hierdoor kan in het verdeelmodel niet goed rekening gehouden worden met deze groep. Om deze reden ontvangen gemeenten een apart budget ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Dit budget wordt buiten het verdeelmodel om verstrekt en gefinancierd vanuit het beschikbare macrobudget. Bij de vaststelling van het budget wordt rekening gehouden met de wegingsfactor (welk percentage een gemeente objectief wordt verdeeld). Voor zover gemeenten historisch worden verdeeld geldt dat de uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners reeds meelopen in de historische verdeling. De uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners maken namelijk onderdeel uit van de realisaties van gemeenten.

Om dit (deel)budget te berekenen wordt gebruik gemaakt van de netto uitgaven in 2020 van een gemeente aan algemene bijstand voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Deze gegevens worden ontleend aan het Stelsel van sociaal-statistische bestanden (SSB) van het CBS. Er wordt berekend wat de netto uitgaven van een gemeente (regel J) zijn als percentage van de totale landelijke netto uitgaven (regel K). Door voor elke gemeente dit percentage te vermenigvuldigen met het landelijk beschikbare macrobudget en met de wegingsfactor wordt de hoogte van het (deel)budget bepaald (L).

II. Budget voor LKS Vanaf het budgetjaar 2022 wordt binnen het macrobudget een apart LKS-budget onderscheiden. Bij de voorlopige vaststelling van de budgetten wordt de verdeling gebaseerd op de netto uitgaven in 2020. Bij de definitieve vaststelling van de budgetten zal gebruik worden gemaakt van de netto uitgaven in 2021. Om het LKS-budget ten behoeve van het voorlopige budget 2022 te berekenen wordt gebruik gemaakt van de netto uitgaven (lasten minus baten) aan LKS in 2020. Deze gegevens worden ontleend aan de SiSa-verantwoording van gemeenten, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen reguliere en forfaitaire LKS. Er wordt berekend wat de netto uitgaven van elke gemeente (regel M) zijn als percentage van de totale landelijke netto uitgaven (N). Door voor elke gemeente dit percentage te vermenigvuldigen met het landelijk beschikbare LKS-budget wordt de hoogte van het LKS-budget voor individuele gemeenten bepaald (O).

III. Deelbudget bijstand historisch verdeeld Het inwoneraantal van een gemeente bepaalt via de wegingsfactor in welke mate een gemeente historisch wordt verdeeld. Het historisch deel van het budget bijstandsuitkeringen wordt bepaald op basis van het (voor groei- en krimp gecorrigeerde) uitgavenaandeel van een gemeente in de totale uitgaven van alle gemeenten in 2020. De regels P tot en met S geven de gemeentelijke lasten van uw gemeente gecorrigeerd voor de ontwikkeling van het aantal huishoudens van 18 jaar tot de AOW-leeftijd in uw gemeente. Hiermee wordt gecorrigeerd voor groei of krimp in de gemeente. In regel T is opgenomen wat de totale (gecorrigeerde) gemeentelijke lasten zijn van alle gemeenten samen. Regel U geeft het (fictief) historisch budget dat een gemeente zou ontvangen indien het voor 100% historisch zou worden verdeeld. Om dit budget te berekenen wordt het aandeel van een gemeente in de totale gemeentelijke lasten in 2020 vermenigvuldigd met het beschikbare macrobudget exclusief het LKS budget (regel C - regel E). Om het historisch deel van het budget te berekenen wordt dit bedrag vermenigvuldigd met 1 minus de wegingsfactor (voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners is de uitkomst 0). Regel V geeft het historisch vastgesteld deelbudget.

IV. Deelbudget bijstand objectief verdeeld Het objectief deel van het budget bijstandsuitkeringen wordt bepaald op basis van de uitkomsten van het objectief verdeelmodel. Regel W geeft de door het verdeelmodel objectief vastgestelde grondslag. Deze grondslag wordt vermenigvuldigd met de wegingsfactor tot een gewogen grondslag (regel X). Voor alle gemeenten wordt het resultaat hiervan bij elkaar opgeteld tot de landelijke gewogen grondslag (regel Y). Het objectief deel van het budget (regel Z) wordt berekend door de gemeentelijk gewogen grondslag (regel X) te delen door het landelijk totaal van de gewogen grondslagen (regel Y) en dit vervolgens te vermenigvuldigen met het totaal beschikbare landelijke budget voor de objectieve verdeling (regel G). Berekening van het totale voorlopige budget en het budgetaandeel Regel AA laat zien wat de hoogte is van het voorlopig budget. Dit budget is berekend door de vier verschillende delen van het budget zoals hierboven beschreven (regels L, O, V en Z in tabel Ib) bij elkaar op te tellen.

Regel AB geeft het gemeentelijke budgetaandeel. Dit wordt berekend door het voorlopig budget 2022 te delen door het beschikbare macrobudget na de uitname voor vangnetuitkeringen over het jaar 2020. Tabel Ic: eventuele verrekening van voorschotten 2016 en 2017 bij uitbetaling van het budget 2022

(eventueel) ontvangen voorschot 2016

€

O AC

(eventueel) ontvangen voorschot 2017

€

0 AD

Te verrekenen voorschot

€

0 AE = (AC + AD)/8

Te ontvangen bedrag

€

10.404.067 AF = AA-AE

Eventueel te verrekenen voorschot 2016 en 2017 In 2016 en 2017 hebben gemeenten de mogelijkheid gehad een voorschot op de Participatiewetuitkering aan te vragen voor de additionele kosten aan bijstand vanwege de verhoogde asielinstroom, conform de gemaakte afspraken tussen Rijk en gemeenten (Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom en Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom). Indien uw gemeente in 2016 en/of 2017 een voorschot ontvangen heeft (regels AC en AD in tabel Ic) dan wordt deze in de jaren 2018 t/m 2025 respectievelijk 2019 t/m 2026 in gelijke delen verrekend bij de uitbetaling van de Participatiewetuitkering. Dit betekent dat dit jaar een achtste deel van de voorschotten verrekend wordt (regel AE). Gemeenten die geen voorschot hebben ontvangen zien een nul in de regels AC-AE van tabel Ic. Het te ontvangen bedrag (regel AF) wordt berekend door de verrekening van de (eventuele) voorschotten (regel AE) in mindering te brengen op het voorlopige budget 2022 (regel AA).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/993/documents/1765