b9b6b52d-479f-4b9c-bdf9-05f1bffdc8c5.pdf
Tekst van het document
Er is sprake van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” (volgens de Wet Bodembescherming) indien voor tenminste één stof de interventiewaarde wordt overschreden voor een volume in tenminste 25 m³ grond of in tenminste 100 m³ grondwater. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging of bij de aanwezigheid van actuele risico’s is er in principe een saneringsnoodzaak. Op basis van de resultaten van een verkennend of nulsituatie kan over de ruimtelijke schaal waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde zich voordoet meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Conclusies ten aanzien van een eventuele saneringsnoodzaak kunnen daarom niet op basis van de resultaten van een verkennend of nulsituatie worden getrokken. Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien er een vermoeden bestaat van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Verkennend bodemonderzoek, Sprengerlaan te Dronten, BO213220/TB
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 05-05-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Geen belang procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
05-05-2022, 12:50
Pagina 1 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? ja
2.
Is er s prake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)? nee
05-05-2022, 12:50
Pagina 2 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Geen belang procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden is er geen waters chaps belang bij uw ruimtelijke activiteit.
Wat moet ik doen? Onders taande teks t neemt u op in de waterparagraaf. De initiatiefnemer heeft Waters chap Z uiderzeeland geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets . De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de procedure geen waters chaps belang van de watertoets wordt toegepas t. De planontwikkeling leidt niet tot effecten met betrekking tot de waterhuis houding of de afvalwaterketen. De relevante bes taande wateras pecten, zoals waterkeringen en oppervlaktewater, zijn opgenomen in de verbeelding en/of gereguleerd in de regels van het ruimtelijk plan.
Waar moet ik op letten? Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw plan controleert het waters chap of de conclus ie 'geen waters chaps belang' klopt. Indien u tijdens de ruimtelijke procedure van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email bes chouwen als ons formele wateradvies . Indien wij wel reageren, ontvangt u ons wateradvies via de gemeente. Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realis eren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waters chap kunt u nagaan op onze webs ite of via een vergunningcheck: Vergunningen | Waters chap Z uiderzeeland https ://www.zuiderzeeland.nl/vergunningen
Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het waters ys teem in uw plangebied kunt u terecht op: https ://geo-zzl.opendata.arcgis .com/. U vindt hier datas ets , s ervices en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Z oals informatie over het oppervlaktewaters ys teem met kuns twerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen. Heeft u vragen of s ugges ties over deze Digitale Watertoets ? Laat het ons weten per e-mail: watertoets @zuiderzeeland.nl of telefonis ch: 0320-274 911. Waters chap Z uiderzeeland, Pos tbus 229, 8200 AE Lelys tad https ://www.zuiderzeeland.nl
05-05-2022, 12:50
Pagina 3 van 3
https://dewatertoets.nl
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Flevoland Plangebied: Sprengerlaan 4, Dronten Opsteller(s):
E.M.C. Schonck
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Flevoland. Colofon Plangebied
Sprengerlaan 4, Dronten
Opsteller(s)
E.M.C. Schonck
Datum
30-6-2022
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20220516v01
Aantal pagina’s
30
Opdrachtgever
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Contactpersoon
M. Ottink
Kwaliteitscontrole
C.E. Bakker
Projectleider
M.W.H. Bekkers
Wijze van citeren
Schonck, E.M.C., 2022. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Flevoland. Plangebied: Sprengerlaan 4, Dronten. Kenmerk: ER20220516v01. Ecoresult B.V., Alblasserdam
Ecoresult B.V. Edisonweg 10- unit 320 2952 AD Alblasserdam 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2022
2
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1
Aanleiding
1.3
Onderzoeksmethodiek
1.2
2
1.4 2.1
Algemeen
2.3
Geplande ingrepen
5
7 7
7
9
Wet natuurbescherming
10
3.1.1
Natura 2000
10
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland
11
3.2.2
Kiekendieffoerageergebied
11
4.1
Wet natuurbescherming
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
13
5.1.1
Bronnenonderzoek
13
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
13
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing Soorten Habitatrichtlijn
16
5.2.1
Bronnenonderzoek
16
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
16
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
Nationaal beschermde soorten
18
5.3.1
Bronnenonderzoek
18
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
18
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
Omgevingsverordening Flevoland
Beschermde houtopstanden
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.4
Invasieve exoten
Vervolgstappen 6.1
Algemeen
6.3
Beschermde soorten
6.2
8
6
3.1
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
5.3
7
5
5
Omschrijving werkzaamheden
5.2
6
Beschrijving
5
2.3.1
3.2
4
Leeswijzer
Omschrijving plangebied 2.2
3
Doel
5
Beschermde gebieden
Conclusies
Geraadpleegde bronnen 8.1
Internet
9
10
11
12
12
13
14
17
19
19
20 20
20
20 24
25 25
3
Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied en nabije omgeving plangebied
Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming
26
28
28
Bescherming van gebieden
28
Bescherming van soorten
29
Bescherming van houtopstanden
30
Omgevingsverordening Flevoland
Ecoresult B.V. juni 2022
30
4
1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Sprengerlaan 4, Dronten. De aanleiding voor dit verzoek is een wijziging van agrarisch naar tuinbestemming (zie verder hoofdstuk ). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot:
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het
een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.
kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader
een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het
van de Wet natuurbescherming (Wnb); Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen
en
belangrijke
weidevogelgebieden).
In
het
kader
van
de
Omgevingsverordening Flevoland.
1.3
Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie.
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 23 mei 2022 door E.M.C. Schonck en M.S. de Haan, ecologisch deskundigen1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht.
Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 6 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Figuur 1). Daarnaast zijn indien beschikbaar de gemeentelijke natuurkaarten geraadpleegd. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats
1
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarischondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige
Ecoresult B.V. juni 2022
5
was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken.
Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
Figuur 1: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF.
1.4
Leeswijzer In deze rapportage wordt allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan.
Ecoresult B.V. juni 2022
6
2
2.1
Omschrijving plangebied
Algemeen
Het plangebied voor deze quickscan omvat ca 5225m² agrarische grond, gelegen aan de Sprengerlaan 4, Dronten, gemeente Dronten, provincie Flevoland (zie Figuur 2).
Figuur 2: Ligging van plangebied Sprengerlaan 4, Dronten (Rode omlijning) en het onderzochte gebied (blauwe lijnen) voor deze quickscan. Voor regionale ligging van het plangebied, zie kaartinzet rechtsboven (Bron: OpenTopo)
2.2
Beschrijving Het plangebied bestaat uit ca 5225m² agrarische grond gelegen buiten de bebouwde kom van Dronten (zie Figuur 3). Tijdens het veldbezoek bestond de grond enkel uit zand, er stond tijdens het veldbezoek geen gewas o.i.d. De omliggende grond, buiten het plangebied, was op het moment van het veldbezoek ingezaaid met gras.
Ecoresult B.V. juni 2022
7
Figuur 3: Agrarische grond binnen het plangebied. Het groene deel dat is ingezaaid met gras valt buiten het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Buiten het plangebied: Buiten het plangebied bevindt zich een boerenerf met een woonhuis, schuur, en tuinhuisje. Woonhuis:
Het woonhuis buiten het plangebied stamt uit bouwjaar 19652.
De bebouwing buiten het plangebied is opgetrokken uit baksteen en afgewerkt met houten gevelbetimmering.
Op sommige plaatsen is de bakstenen muur wat afgebrokkeld.
Op sommige plaatsen is er ruimte aanwezig tussen de gevelbetimmering en de buitenmuur.
Er is mogelijk een spouwmuur aanwezig. In de buitenschil zijn enkele open stootvoegen aanwezig in de vierde rij stenen (geteld van onder).
In de buitenschil zijn enkele ramen aanwezig. De kozijnen en lekdorpels sluiten goed aan en er zijn geen openingen aanwezig.
Aan de dakranden bevinden zich dakgoten. Deze zijn afgewerkt met houten betimmering.
Op sommige plaatsen is er ruimte aanwezig tussen deze houten betimmering en de
Het dak is afgewerkt met dakpannen. De vorstpannen zijn niet dichtgemetseld met cement en
buitenmuur. vertonen op sommige plaatsen kieren. Het dak van de overkapping, aan de achterzijde van de woning, is ook afgewerkt met dakpannen. Enkele van deze pannen liggen los en ontbreken .
Het waterbord sluit aan op de dakpannen.
Schuur: 2
De schuur (rechts) stamt deels uit bouwjaar 165 en deels uit 1975.
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ecoresult B.V. juni 2022
8
De schuur bestaat grotendeels uit bakstenen muren. De noordgevel van de schuur bestaat uit golfplaten.
De golfplaat aan de noordgevel is begroeit met klimop.
Een deel van de zuidgevel is ook begroeit met klimop.
Het dak van de schuur is afgewerkt met golfplaten.
Aan beide langsgevels van de schuur bevindt zich een dakgoot. Aan de noordgevel is dit een uitwendige dakgoot, aan de zuidgevel is de dakgoot afgewerkt met houten betimmering.
De schuur beschikt over een boeiboord. Op sommige plaatsen is er ruimte aanwezig tussen de boeiboord en de buitenmuur.
Tuinhuisje :
In de achtertuin, buiten het plangebied, bevindt zich een klein tuinhuisje.
Het huisje is gemaakt van houtenplanken en heeft een pannendak. De pannen rusten direct op de houtenplanken waardoor er geen ruimte aanwezig is onder de pannen.
Het huisje bevat geen kieren en spleten.
Tuin:
Er zijn diverse kruiden, bomen en struiken aanwezig in de tuin buiten het plangebied, zoals brandnetel, madelief, klimop, beukenhaag, schietwilg, gewone lijsterbes, en verschillende appelboompjes.
In de tuin bevinden zich op verschillende plekken rommelige hoekjes met takken en snoeiafval.
Voornamelijk het groen aan de westzijde van de tuin is erg dicht begroeid.
Direct ten zuiden van het huis (het midden van de tuin) bevindt zich gazon.
De oprijlaan is verhard met asfalt.
Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc.) zijn afwezig. Ten noorden van de woning, langs de Sprengerlaan, bevindt zich een sloot.
Het erf wordt nauwelijks verlicht. Enkel één lamp aan de westgevel van de schuur en één lamp aan de achterzijde van het woonhuis.
2.3
2.3.1
Straatverlichting is afwezig.
Geplande ingrepen
Omschrijving werkzaamheden Het bestemmingsplan van het huidige perceel zal worden gewijzigd van ‘agrarisch’ naar ‘tuin’. In de toekomst zal ook de woning gelegen aan de Sprengerlaan 4, Dronten worden gesloopt en zal er een nieuwe woningen worden gebouwd.
Ecoresult B.V. juni 2022
9
3
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
3.1
Wet natuurbescherming
3.1.1.1
Stikstof
3.1.1
Natura 2000
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Ketelmeer en Vossemeer op ca 3,3 kilometer ten noorden van het plangebied (zie Figuur 4). Dit gebied heeft geen stikstofgevoelige habitats. De Veluwe is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats. Dit gebied bevindt zich op ca 17,9 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het bestemmingsplan zal worden gewijzigd van ‘agrarisch’ naar ‘tuin’. Het gebruik van het plangebied zal daardoor veranderen. Er is geen sprake van een stikstoftoename. Negatieve effecten van de bestemmingswijziging worden op voorhand uitgesloten. Een nadere toetsing middels een AERIUSberekening daarom niet nodig.
Figuur 4: Plangebied Sprengerlaan 4, Dronten (blauwe speld) en de nabijgelegen Natura 2000 gebied Ketelmeer & Vossemeer, Ijsselmeer, Markermeer, Oostvaardersplassen (blauw), Zwarte Meer en Veluwerandmeren (groen) en stikstofgevoelige habitats (paars). Bron: AERI
3.1.1.2
Overige verstoringsvormen Negatieve effecten als gevolg van overige verstoringsvormen dan stikstofdepositie (zoals geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) zijn uitgesloten wegens de grote afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.
Ecoresult B.V. juni 2022
10
3.2
3.2.1
Omgevingsverordening Flevoland Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie Figuur 5. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de verbindingszone Lage Voort. Deze verbindingszone ligt op circa 535 meter ten oosten van het plangebied3. Echter worden door de aard van de werkzaamheden negatieve effecten zoals geluid, trillingen, verlichting op de verbindingszone op voorhand uitgesloten. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Flevoland wordt niet overtreden.
3.2.2
Kiekendieffoerageergebied Het plangebied is niet gelegen in een kiekendieffoerageergebied4. Diverse stroken ten zuiden van de Oostvaardersplassen, op een afstand van ca. 25 km ten zuidwesten van het plangebied, zijn bestemd als ‘kiekendieffoerageergebied. Door de grote afstand van de werkzaamheden worden negatieve effecten op voorhand uitgesloten. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Flevoland wordt niet overtreden.
Figuur 5: Ligging plangebied Sprengerlaan 4, Dronten (rode stip) ten opzichte van in de omgeving aanwezige delen van het Natuurnetwerk Nederland en Ecologische verbinding. Kiekendieffoerageergebied is niet te zien op de kaart vanwege de grote afstand. Bron: Natuurnetwerk Nederland (arcgis.com)
4
Vanwege de grote afstand niet op figuur 9 weergegeven.
Ecoresult B.V. juni 2022
11
4
4.1
Beschermde houtopstanden
Wet natuurbescherming
Er worden in dit plangebied geen bomen en/of struiken verwijderd. De Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden is niet van toepassing.
Ecoresult B.V. juni 2022
12
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
5.1.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna
5.1.1
Bronnenonderzoek
Tabel 1: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied Sprengerlaan 4, Dronten Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd op 1605-2022 Soort
Beschermingscategorie
Boomvalk
Categorie 4
Buizerd
Categorie 4
Gierzwaluw
Categorie 2
Havik
Categorie 4
Huismus
Categorie 2
Kerkuil
Categorie 3
Ransuil
Categorie 4
Sperwer
Categorie 4
Categorie 1 : Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2 : Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3 : Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4 : Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5.1.2
5.1.2.1
Verkennend veldonderzoek
Jaarrond beschermde nesten
Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Binnen het plangebied is er geen bebouwing aanwezig. Aanwezigheid van gierzwaluw en huismus wordt op voorhand uitgesloten. Het woonhuis en de schuur buiten het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus kan tot broeden komen onder het pannendak van het woonhuis. Tijdens het veldbezoek zijn er meerdere huismussen waargenomen op het dak en in de tuin. Binnen het plangebied zijn geen bomen en/of struiken aanwezig. Hierdoor maakt het plangebied geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van huismus. Een incidenteel foeragerend dier kan niet worden uitgesloten. Potentieel essentieel functioneel leefgebied voor huismus is aanwezig in de tuin buiten het plangebied. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen, er zijn geen kerkuil- en steenuilkasten aanwezig. De schuur en het woonhuis buiten het plangebied
Ecoresult B.V. juni 2022
13
beschikken niet over openingen geschikt voor de kerkuil en steenuil. Een incidenteel foeragerend dier boven het plangebied kan niet worden uitgesloten. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn er geen bomen en struiken aanwezig. Tevens zijn tijdens het verkennend veldonderzoek in de bomen buiten het plangebied geen nesten en/of sporen waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen zoals ransuil, sperwer, havik, buizerd en boomvalk. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van deze soorten op voorhand worden uitgesloten. Een incidenteel foeragerend dier boven het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. 5.1.2.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals spreeuw, koolmees en pimpelmees. Er is geen bebouwing aanwezig waar deze soorten tot broeden kunnen komen (zogenaamde Categorie 5-soorten). Tijdens het veldbezoek zijn er, buiten het plangebied, braakballen van torenvalk aangetroffen onder het houtenplankje aan de achterzijde van de woning. Het gaat hier hoogst waarschijnlijk om een rustplaats van torenvalk. De torenvalk is meerdere keren biddend waargenomen boven de velden in én nabij het plangebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van torenvalk, maar kan wel regelmatig gebruikt worden door torenvalk als foerageergebied. Er zijn binnen het plangebied geen bomen en struiken aanwezig waar soorten zoals ekster en zwarte kraai tot broeden kunnen komen. In de tuin grenzend aan het plangebied kunnen deze soorten wél tot broeden komen.
5.1.2.3
Algemene broedvogels Binnen het plangebied zijn geen struiken en bomen aanwezig, hierdoor worden voortplantingsplaatsen van algemenen broedvogels zoals houtduif, Turkse tortel, merel en roodborst op voorhand uitgesloten. In de tuin grenzend aan het plangebied kunnen deze soorten wél tot broeden komen.
5.1.3
5.1.3.1
Effectbeoordeling en toetsing
Jaarrond beschermde nesten
Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het plangebied afwezig. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het essentieel functioneel leefgebied van huismus. Het plangebied is voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten ongeschikt. Door de bestemmingswijziging van het plangebied zullen er geen negatieve effecten op beschermde soorten optreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). De tuinen buiten het plangebied kunnen onderdeel zijn van het essentieel leefgebied van huismus. Om schadelijke effecten te voorkomen is het belangrijk dat de werkzaamheden nabij de tuinen buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. 5.1.3.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar
Ecoresult B.V. juni 2022
14
vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. De directe omgeving van het plangebied is wél geschikt voor categorie 5-soorten. Schadelijke effecten op Categorie 5-soorten zijn te voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6. 5.1.3.3
Algemene vogels Het plangebied is niet geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Algemene vogels kunnen tot broeden komen in de tuinen buiten het plangebied. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten zijn onder andere te voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6.
Ecoresult B.V. juni 2022
15
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
5.2.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna
5.2.1
Bronnenonderzoek
Tabel 2: Waargenomen Habitatrichtlijnsoorten in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Sprengerlaan 4, Dronten Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd op 16-05-2022
5.2.2
5.2.2.1
Soort
Soortgroep
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren – Vleermuizen
Meervleermuis
Zoogdieren – Vleermuizen
Bever
Zoogdieren
Otter
Zoogdieren
Noordzeehouting
Vissen
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
Rivierrombout
Libellen
Verkennend veldonderzoek
Vleermuizen
Binnen het plangebied is bebouwing afwezig. Hierdoor is de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) op voorhand uit te sluiten. De bebouwing buiten het plangebied biedt potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Zowel het woonhuis als de schuur bevatten meerdere gaten en kieren, ruimtes tussen buitenmuur en gevelbetimmering en ruimtes onder het dak waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Binnen het plangebied zijn bomen en struiken afwezig. De aanwezigheid van boombewonende vleermuizen (ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis) wordt hierdoor op voorhand uitgesloten. De bomen buiten het plangebied zijn tevens ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. De bomen zijn te klein en bevatten geen holten of scheuren welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als vaste rust- en verblijfplaats. Er zijn binnen het plangebied geen duidelijke structuren (lijnvormige elementen, bijvoorbeeld een bomenrij) aanwezig die onderdeel kunnen zijn van een (essentiële) vliegroute5. In de omgeving zijn dit soort structuren ook nauwelijks aanwezig.
5 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan kost vergeleken met de originele vliegroute te veel energie (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.
Ecoresult B.V. juni 2022
16
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het essentieel foerageergebied van vleermuizen. De struiken en bommen buiten het plangebied kunnen wél onderdeel zijn van een essentieel foerageergebied van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. In de nabije omgeving zijn nauwelijks bomen/struiken aanwezig. De omgeving is erg open en bestaat uit weilanden en akkers. Ten oosten van het plangebied op ca 4,7 km afstand bevindt zich het Wilhelminabos en de Roggebotstaete, deze gebieden zijn mogelijk (essentiële) foerageergebieden. Ook het Ketelmeer, en verderop het Markermeer en Ijsselmeer zijn plaatsen waar vleermuizen kunnen foerageren. 5.2.2.2
Overige zoogdieren De aanwezigheid van bever en otter kunnen op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van open water binnen het plangebied.
5.2.2.3
Vissen De aanwezigheid van noordzeehouting kan op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van open water binnen het plangebied.
5.2.2.4
Nachtvlinders en libellen Het plangebied is ongeschikt voor teunisbloempijlstaart. Deze soort komt voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden of warme open plaatsen. De waardplanten van deze nachtvlinder zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Deze waardplanten zijn afwezig binnen het plangebied. Het plangebied is ongeschikt voor de rivierrombout. Deze libel komt voor nabij rivieren en grote beken en vooral op plaatsen waar zand of slib is afgezet. Dit type habitat is afwezig binnen het plangebied.
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) is binnen het plangebied uitgesloten. Deze soorten kunnen wél verblijfplaatsen hebben in het woonhuis en in de schuur buiten het plangebied. Het plangebied is ongeschikt voor boombewonende vleermuissoorten. Het wijzigen van het bestemmingsplan heeft geen invloed op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen buiten het plangebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het essentieel foerageergebied van vleermuizen. De verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 6) van de Wnb worden niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). Het plangebied is voor overige soorten welke beschermd zijn onder de habitatrichtlijn ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Ecoresult B.V. juni 2022
17
5.3
Nationaal beschermde soorten
5.3.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna
5.3.1
Bronnenonderzoek
Tabel 3: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied Sprengerlaan 4, Dronten Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd op 1605-2022 Provinciale vrijstelling
Soort
Soortgroep
Provinciale vrijstelling
Gewone zeehond Zeezoogdieren
Nee
Vos
Zoogdieren
Ja
Bosmuis
Zoogdieren
Ja
Woelrat
Zoogdieren
Ja
Bunzing
Zoogdieren
Nee
Bruine kikker
Amfibieën
Ja
Egel
Zoogdieren
Ja
Gewone pad
Amfibieën
Ja
Haas
Zoogdieren
Ja
Groene kikker (onbekend)
Amfibieën
-
Konijn
Zoogdieren
Ja
Kleine watersalamander
Amfibieën
Ja
Ree
Zoogdieren
Ja
Meerkikker
Amfibieën
Ja
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ja
Ruw parelzaad
Vaatplanten
Nee
Veldmuis
Zoogdieren
Ja
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
Nee
Soort
5.3.2
5.3.2.1
Soortgroep
Verkennend veldonderzoek
Zoogdieren
Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Flevoland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de egel en verschillende soorten (woel-) muizen. Open water is in het plangebied afwezig. Daardoor is het plangebied ongeschikt voor zeezoogdieren als gewone zeehond. Het plangebied heeft geen potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen van bunzing, maar ook voor andere (niet vrijgestelde) marters zoals wezel, hermelijn en steenmarter. Tijdens het veldbezoek zijn er geen (konijnen) holen aangetroffen die als rustplaats gebruikt kunnen worden. Het plangebied en de nabije omgeving van het plangebied kan wel gebruikt worden door marters als foerageergebied. Op de weilanden en akkers kunnen marters jagen op muizen, konijnen, hazen. Het plangebied maakt echter geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van marters, in de omgeving zijn voldoende alternatieven aanwezig. Buiten het plangebied, in de tuin bevinden zich wel plekken die als rustplaats gebruikt kunnen worden. De dichtbegroeide groenstrook aan de westzijde van de tuin beschikt over takkenhopen en snoeiafval en over een hoop met hooi. Ook aan de oostgevel van de schuur bevindt zich een rommelhoekje met
Ecoresult B.V. juni 2022
18
takken, snoeiafval, struiken en klimop. Dit zijn plaatsen waar marters kunnen schuilen en die als rustplaats gebruikt kunnen worden. 5.3.2.2
Amfibieën Het plangebied is enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Flevoland een vrijstelling geldt, zoals gewone pad en bruine kikker.
5.3.2.3
Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Het plangebied wordt op het moment intensief beheerd en tijdens het veldbezoek was er geen begroeiing aanwezig. Verwacht wordt dat de grond erg voedselrijk is vanwege de huidige agrarische bestemming. Geschikt habitat van beschermde vaatplanten is afwezig binnen het plangebied. Stijve wolfsmelk is een zeer zeldzame soort in de gebieden langs de IJssel. De soort groeit op open, zonnige, vochtige plaatsen, maar ook langs slootkanten en op akkers. Ruw parelzaad komt volgens de verspreidingsatlas (nog) niet in het wild voor in de provincie Flevoland. Er is één waarneming bekend maar dat gaat om een niet in het wild levend exemplaar. In de rest van Nederland is het een zeer zeldzame soort die de laatste jaren afneemt. Deze soort groeit op open, zonnige, matig vochtige, basische en kalkrijke mergel, leem, zand en zavel.
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied kan gebruikt worden als foerageergebied door Nationaal beschermde marters zoals bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter. Er is echter geen sprake van essentieel leefgebied. Met de wijziging van het bestemmingsplan worden negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten. De verbodsbepalingen Art 3.10 lid 1b (zie Tabel 8) van de Wnb worden niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). Tevens is het plangebied geschikt voor nationaal beschermde soorten die zijn vrijgesteld in de provincie Flevoland (zoals egel, veldmuis, gewone pad, bruine kikker etc.). Onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
5.4
Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aanwezig.
Ecoresult B.V. juni 2022
19
6
6.1
Vervolgstappen
Algemeen
In voorliggend hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de op basis van de effectbeoordelingen de benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen.
6.2
Beschermde gebieden In Tabel 4 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde gebieden. Er is geen aanvullend onderzoek nodig in de vorm van een AERIUS-berekening naar mogelijke bijdragen van stikstofdepositie als gevolg van de wijziging van het bestemmingsplan, Tabel 4: Tabel met verwachtte effecten van de ontwikkeling op beschermde gebieden en de te nemen vervolgstappen.
6.3
Type
Afstand tot plangebied
Negatief effect
Nader onderzoek
Mitigerende maatregelen
Ontheffing
Natura 2000
3,3 km
Nee
Nee
Nee
Nee
Natuurnetwerk Nederland
535 m
Nee
Nee
Nee
Nee
Kiekendieffoerageergebied
25 km
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde houtopstanden
N.V.T.
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde soorten In Tabel 5 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde soorten. Voor het wijzigingen van het bestemmingsplan van ‘agrarisch’ naar ‘tuin’ is er geen nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van beschermde soorten.
20