b8b79925-c70e-4960-9100-6abf756de049.pdf
Tekst van het document
Swifterbant Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Bijlagen bij toelichting
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Memo verkeer
7
Bijlage 2
Verkennend booronderzoek
15
Bijlage 3
Ecologische inventarisatie
147
Bijlage 4
Nader ecologisch onderzoek
157
Bijlage 5
Stikstofberekening toelichting
165
Bijlage 6
Stikstofberekeningen
187
Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek
267
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek
721
Bijlage 9
Watertoets
761
Bijlage 10
Geuronderzoek
771
Bijlage 11
Akoestisch onderzoek Biddingweg 11
785
Bijlage 12
Aanvullend geuronderzoek
919
Bijlage 13
Berekening groepsrisico
937
Bijlage 14
Aanmeldnotitie
967
Bijlage 15
Reactienota
977
Bijlage 16
Beeldkwaliteitsplan
1011
Bijlage 17
Aanvullend grondwateronderzoek
1047
Bijlage 18
Geotechnisch onderzoek
1161
Bijlage 19
Waterhuishoudkundig plan
1179
3
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
4
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Bijlagen bij toelichting
5
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
6
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Bijlage 1 Memo verkeer
7
Notitie verkeer Ontwikkeling Swifterbant - Zuid Opdrachtgever: Gemeente Dronten Van:
BügelHajema Adviseurs
Onderwerp:
Verkeer Swifterbant Zuid
Datum:
08-05-2020
1
projectnummer: 075.00.11.00.00
INLEIDING
In het kader van de invulling van de locatie Swifterbant Zuid in Swifterbant in de gemeente Dronten bestaat de behoefte inzicht te verkrijgen in de wijzigingen in de verkeersstromen, de verkeersfuncties van omliggende wegen en de ontsluitingsmogelijkheden van deze ontwikkeling. Het voornemen voorziet in de bouw van ongeveer 700 woningen. In afbeelding 1 is de locatie weergegeven.
Afbeelding 1 – Locatie Swifterbant – Zuid
2
ONTWIKKELING VERKEER
Voor het vaststellen van het aantal verkeersbewegingen van en naar deze locatie is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381 – Toekomstbestendig parkeren, december 2018. Op grond van deze publicatie kan de verkeersgeneratie van de woonbuurt berekend worden aan de hand van de stedelijkheidsgraad, de stedelijke zones (centrum, schil rond centrum, rest bebouwde kom en buitengebied) en het type woningen worden berekend. 2
Onder de stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per km . Verondersteld wordt dat het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en, als gevolg daarvan, ook de hoogte van de verkeersgeneratie afhankelijk is van de stedelijkheidsgraad en de stedelijke zone binnen het grondgebied. Naarmate de omgevingsadressen dichtheid afneemt, is het aanbod en kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen lager met als gevolg een hogere verkeersgeneratie. Door het CROW worden voor de stedelijkheidsgraad de volgende klassen aangehouden. Tabel 1. Stedelijkheidsgraad Klasse
Omgevingsadressen dichtheid (adressen per km2)
Zeer sterk stedelijk
> 2.500
Sterk stedelijk
1.500-2.500
Matig stedelijk
1.000-1.500
Weinig stedelijk
500-1.000
Niet stedelijk
<500
Voor de gemeente Dronten is de klasse “weinig stedelijk” van toepassing. Het aantal adressen per 2
km bedraagt in deze klasse tussen de 500 en 1.000 adressen. Het CBS geeft aan dat in Dronten een 2
adressendichtheid is van 762 adressen per km . (2016). Het plan voorziet in de realisatie van ongeveer 700 woningen. Nog niet bekend is wat de precieze samenstelling van de woningen is (appartementen, rijen, twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen). Aan de hand van CROW publicatie 381 is daarom uitgegaan van gemiddeld 7 ritten per woning. Dit betekent een verkeergeneratie van 4.900 ritten per etmaal van Swifterbant Zuid. Dit houdt in dat afhankelijk van de locaties en het aantal aansluitingen rekening moet worden gehouden met een toename van het verkeer op de Bisonweg en Biddingweg van 1.225 tot 2.450 mvt/etmaal. 3
ONTSLUITING SWIFTERBANT ZUID
De ontsluiting van de locatie voor autoverkeer kan in principe plaatsvinden via de Biddingweg en/of de Bisonweg. 3.1
Bisonweg
Momenteel is het zuidelijk deel van de Bisonweg ingericht als weg buiten de bebouwde kom met een maximum snelheid van 80 km/uur en een aan de westzijde gelegen in twee richtingen bereden fietspad. Ongeveer 125 meter voor de aansluiting met de Zwanebloem is de weg aangeduid als een weg
datum 08-05-2020
projectnummer 075.00.11.00.00
2
binnen de bebouwde kom met een maximum snelheid van 50 km/uur. De verkeersintensiteit bedraagt ongeveer 2.300 mvt/etmaal (2019). Gelet op de verkeersgeneratie van het plan vormt deze verkeersintensiteit geen probleem wat betreft de verkeersafwikkeling. De Bisonweg moet worden gezien als een gebiedsontsluitingsweg en heeft een belangrijke functie voor het verkeer uit Swifterbant in zuidelijke en westelijke richting en maakt onderdeel uit van de verkeersstructuur van Swifterbant. 3.2
Biddingweg
Momenteel is de Biddingweg ingericht als weg buiten de bebouwde kom met een maximum snelheid van 80 km/uur en een aan de westzijde gelegen in twee richtingen bereden fietspad. De verkeersintensiteit bedraagt ongeveer 3.000 mvt/etmaal (2017). Gelet op de verkeersgeneratie van het plan vormt deze verkeersintensiteit geen probleem wat betreft de verkeersafwikkeling. De Biddingweg (N710) heeft zijn belangrijkste verkeersfunctie (stroomweg) verloren sinds het gereed komen van de Overijsselseweg (N307). De Biddingweg wordt daarom geherwaardeerd als een gebiedsontsluitende weg voor onder andere het bedrijventerrein Spelwijk, aanliggende agrarische bedrijven en woongebieden van Swifterbant. Om deze nieuwe functie van de Biddingweg te benadrukken worden de volgende maatregelen/wensen overwogen. -
De realisatie van de aansluiting Bloemenzoom/Biddingweg.
-
De reconstructie van de aansluiting met de Industrieweg/Spelwijk ter verbetering van de verkeersveiligheid.
-
Het betrekken van de Biddingweg binnen de bebouwde kom met het instellen van een maximum snelheid van 50 km/uur.
-
De reconstructie/aanleg van het fietspad langs de Biddingweg (paragraaf 3.4).
-
De realisatie van de aansluiting Swifterbant Zuid/Biddingweg (paragraaf 3.3).
Bij de herinrichting van de Biddingweg dient het verkeersbeeld gelijkmatig te zijn en moeten de onderdelen van de herinrichting op elkaar zijn afgestemd. Behalve snelheid remmende maatregelen bij de aansluiting Bloemenzoom en nieuwe woonwijk Swifterbant-Zuid (plateau/ rotonde o.i.d.) moeten er misschien nog 1 a 2 aanvullende snelheid remmende maatregelen getroffen worden voor een eenduidig verkeersbeeld. Bijvoorbeeld bij de bestaande aansluiting Industrieweg (bedrijventerrein Spelwijk) en mogelijk nog een maatregel ergens tussen de nieuwe aansluiting Bloemenzoom en de nieuwe aansluiting Swifterbant-Zuid. Met 4 snelheid remmende maatregelen (op onderlinge afstand van ca. 500 meter over een totale weglengte van 2,6 km) is een goed afgewogen verkeersbeeld te creëren door: -
een verkeersplateau bij de aansluiting met de Industrieweg (hier bestaat enige twijfel omdat dit de ontsluiting is naar een bedrijventerrein);
-
een verkeersplateau bij aansluiting Bloemenzoom (wordt gerealiseerd);
-
een 50 km drempel tussen de nieuwe aansluiting Bloemenzoom en Swifterbant-Zuid.
-
een aansluiting naar Swifterbant Zuid.
datum 08-05-2020
projectnummer 075.00.11.00.00
3
3.3
Ontsluiting Swifterbant Zuid
In de Denkrichtingen Ruimtelijke Hoofdstructuur worden mogelijkheden genoemd om Swifterbant Zuid op een of beide wegen te ontsluiten. Daarbij worden mogelijke snelheidsregimes van 50, 70 en 80 km/uur genoemd. Indien Swifterbant Zuid op de betreffende weg wordt ontsloten geldt 50 km als voorwaarde voor een goede en veilige ontsluiting van de wijk. De weginrichting van een 50 km-weg, betekent dat er niet mag worden ingehaald. Uitvoering bestaat uit een dubbele doorgetrokken asmarkering of verhoogde middenberm. Wat betreft de snelheid van 70 km/uur wordt opgemerkt dat deze snelheid alleen wordt toegepast op wegen in een overwegend sterk stedelijk milieu met een hoge verkeersintensiteit. Kruispunten in deze wegen worden geregeld met een verkeersregelinstallatie of ongelijkvloers uitgevoerd. Dat is in deze situatie niet aan de orde en daarmee het snelheidsregime van 70 km/uur ook niet. Een snelheidsregime van 80 km/uur impliceert een weg gelegen buiten de bebouwde kom. De voorkeur gaat momenteel uit naar twee ontsluitingen op de Bisonweg. Een aansluiting ter hoogte van de rotonde met de Biddingweg en een ter hoogte van de aansluiting met de Bosweg. De maximum snelheid op de Bisonweg wordt 50 km/uur. Het ontbreken van een aansluiting van Swifterbant Zuid op de Biddingweg betekent dat er aan deze weg en aan de directe omgeving ervan niets verandert.
De verwachting is dat een verlaging van de snelheid van 80 naar 50 km/uur op grote schaal snelheidsovertredingen inhoudt. Echter is tussen de Biddingweg en de Overijsselseweg de aanleg van het Swifterpark voorzien. Dit houdt in dat in de Biddingweg een oversteek dient te worden gerealiseerd voor langzaam verkeer. Solitaire oversteken worden als zeer onveilig beschouwd omdat ze veelal door automobilisten over het hoofd worden gezien. Er valt daarom veel te zeggen voor een extra aansluiting van Swifterbant Zuid op de Biddingweg met behulp van een rotonde, waarbij een combinatie van deze aansluiting met de oversteek naar het Swifterpark wordt gemaakt. Enerzijds wordt daarbij de veiligheid van de oversteek sterk verhoogd en wordt anderzijds de Biddingweg als gemeentelijke ontsluitingsweg benadrukt en wordt een snelheidsregime van 50 km/uur logisch als logisch beschouwd. Ten slotte zorgt een rotonde voor een natuurlijke snelheidsremmer in de Biddingweg. De in de plannen voorziene oversteek ter hoogte van de rotonde Bisonweg/Biddingweg zorgt met deze maatregel er voor dat het “rondje Swifterpark” aantrekkelijk en veilig mogelijk is. Zoals gezegd verdient een rotonde de voorkeur omdat hierdoor een veilige oversteek naar het Swifterpark ontstaat. Gelet op de relatief lage verkeersintensiteiten rijst echter de vraag of een dergelijke investering gedaan moet worden/haalbaar is.
Overwogen kan worden om een 50 km/uur plateau toe te passen bij nieuwe aansluiting Swifterbant-Zuid.
datum 08-05-2020
projectnummer 075.00.11.00.00
4
Afbeelding 2 – Voorgestelde interne ontsluiting
Het toepassen van een 50 km regime op de Biddingweg heeft overigens ook gunstige gevolgen voor bouwmogelijkheden in het kader van de Wet geluidhinder. Dit houdt in dat de woningen dichter bij de weg kunnen worden gerealiseerd en dat deze weg meer ervaren wordt als een weg gelegen binnen de bebouwde kom. 3.4
Fietsverkeer
In verband met de nieuwe functie van de Biddingweg (gebiedsontsluitingsweg) is het vanuit de verkeersveiligheid wenselijk een vrijliggend in twee richtingen bereden fietspad langs deze weg te realiseren/reconstrueren met voldoende breedte tussen de aansluitingen met de Bisonweg en Dronterringweg. Het fietspad langs de Biddingweg is slechts ongeveer 1.5 meter breed. Het verdient aanbeveling dit te verbreden. Met een volwaardig breed fietspad (tweerichtings) van minimaal 3,5 meter langs de hele Biddingweg wordt er een goede verbinding gemaakt die aansluit op verbindingen naar het centrum van Swifterbant en de provinciale fietspaden zoals bijv. langs de Dronterringweg. Het doortrekken van de fietspad langs de Biddingweg tussen de Industrieweg tot aan de Dronterringweg is ook 1 van de uitkomsten uit het participatieproces om te komen tot een uitvoeringsplan voor industrieterrein Spelwijk.
datum 08-05-2020
projectnummer 075.00.11.00.00
5
3.5 Bezoek centrum Swifterbant De vraag kwam naar voren of door een aansluiting van Swifterbant Zuid op de Biddingweg toekomstige bewoners uit zullen wijken naar het centrum van Dronten voor hun boodschappen. De kortste afstand tussen de aansluiting van Swifterbant Zuid op de Biddingweg en het centrum bedraagt via de Biddingweg en Dronterringweg ruim 9 kilometer. De afstand tussen de aansluiting op de Biddingweg en het centrum van Swifterbant via de Biddingweg en Dronterringweg bedraagt 3 kilometer. In afstand gezien is daarmee het centrum van Dronten niet aantrekkelijk voor de bewoners van Swifterbant Zuid. 4
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN
Onderzocht zijn de mogelijkheden voor een goede ontsluiting van de wijk Swifterbant Zuid op de Bisonweg en/of Biddingweg. Daarbij zijn de volgende aanbevelingen en conclusies gedaan: -
Om de Biddingweg her te waarderen naar een gebiedsontsluitingsweg voor Swifterbant is het van belang deze weg te betrekken bij het dorp. Dat kan door de wijk Swifterbant Zuid tevens te ontsluiten op deze weg. Dit sluit goed aan bij de plannen wat betreft de aansluitingen van de Industrieweg en Bloemenzoom op de Biddingweg. Dit maakt een verlaging van de snelheid van 80 naar 50 km logisch.
-
Een 50 km/uur regime biedt in het kader van de Wet geluidhinder de mogelijkheid om de woningen meer op de Biddingweg te oriënteren.
-
Een extra ontsluiting op de Biddingweg maakt het oversteken naar het Swifterpark voor langzaam verkeer eenvoudig.
-
Een vrijliggend, in twee richtingen bereden fietspad langs de Biddingweg te realiseren/reconstrueren met voldoende breedte tussen de aansluitingen met de Bisonweg en Dronterringweg.
datum 08-05-2020
projectnummer 075.00.11.00.00
6
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
14
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Bijlage 2 Verkennend booronderzoek
15
VERKENNEND BOORONDERZOEK BISONWEG (ONG.) TE SWIFTERBANT GEMEENTE DRONTEN
verkennend booronderzoek Bisonweg (ong.) te Swifterbant Opdrachtgever
Bügelhajema Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort
Rapportnummer
10608.005
Versienummer1
2
Datum
8 januari 2021
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller
drs. J. Holl
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
10608.005
Toponiem
Bisonweg (ong.)
Opdrachtgever
Bügelhajema
Gemeente
Dronten
Plaats
Swifterbant
Provincie
Flevoland
Kadastrale gegevens
Gemeente Dronten, sectie B, nummers 555 en 2733
Omvang plangebied
circa 41 ha
Kaartblad
20 H (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 171.850/Y: 507.500
Bevoegde overheid
Gemeente Dronten Postbus 100 8250 AC Dronten
ARCHIS3
4771187100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
dhr. J. van Duin 140321 j.van.duin@dronten.nl
Archeoregio NOaA
Flevolands kleigebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Zwolle/ Provinciaal Archeologisch Depot Flevoland
Uitvoerder(s)
Econsultancy, drs. J. Holl
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Bügelhajema een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Bisonweg (ong.) te Swifterbant in de gemeente Dronten (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het plan om woningbouw te realiseren. Het inventariserend veldonderzoek (IVOoverig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het booronderzoek is gebleken dat in het plangebied verschillende zones voorkomen waar het dekzand boven -8,0 m NAP ligt. In deze hogere delen is in de top van het dekzand een podzolprofiel te herkennen. In de lagere delen is sprake van een AC-profiel en is het dekzand verspoeld. In het zuiden en oosten van het plangebied is een zuidwest-noordoost georiënteerde dekzandrug aangetroffen, waarvan de hoogste delen op 2,2 m -mv (-6,6 à -6,7 m NAP) gelegen zijn. De dekzandrug sluit aan op een dekzandopduiking die tijdens booronderzoek direct ten zuiden van het plangebied is aangetroffen en waarop destijds fragmenten houtskool zijn gevonden. Deze rug wordt doorsneden door een zuidoost-noordwest georiënteerde laagte. Het diepste niveau waarop binnen deze laagte dekzand is aangetroffen is 7,5 m -mv (-11,9 m NAP).
In verschillende boringen binnen deze laagte zijn geulafzettingen aangetroffen, bestaande uit humeuze klei of zandig veen met zandlagen. Vermoedelijk heeft daarom een geul door deze laagte gelopen. In diverse boringen in de omgeving van deze geul is direct boven het dekzand een meestal enkele centimeters dik laagje wit, zwak tot matig siltig zand aangetroffen, of bevat de A-horizont bovenin witte vlekken. Dit betreft spoelzand, wat in Flevoland vaak voorkomt op de flanken van dekzandruggen of in geulen. Langs de westgrens van het plangebied zijn enkele dekzandhoogtes te herkennen, waar het dekzand op -7,6 à -7,9 m NAP gelegen is. Deze hogere delen zijn deels gelegen binnen de zone met een lage verwachting, maar hier betreffen het geïsoleerde boringen met lokale verhogingen. In het noord en zuidwesten van het plangebied is in enkele geïsoleerde boringen dekzand aangetroffen hoger dan 8,0 m NAP, met een maximale hoogte van -7,7 m NAP. Dit betreffen eveneens lokale opduikingen in het dekzandlandschap. Boven het dekzandpakket is mineraalarm of zwak kleiig bosveen aangetroffen (Hollandveen Laagpakket). Dit pakket is gevormd in een periode dat het plangebied in een moerasbos lag (4500 – 1450 v. Chr.). Vanaf 1450 v. Chr. lag het plangebied in achtereenvolgens het Flevomeer, het Almere, de Zuiderzee en het IJsselmeer.
In deze perioden zijn de Flevomeer Laag (zwak tot sterk kleiig veen met schelpresten), Almere Laag (sterk humeuze klei met zandlagen), Zuiderzee Laag (zeer fijn zand met klei- en detrituslagen) en IJsselmeer Laag (sterk siltige, zwak humeuze klei) afgezet. Binnen deze lagen worden geen bewoningsresten verwacht. Wel kunnen in de bovenste circa 2 m -mv resten van scheepswrakken uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd of resten van vliegtuigen of munitie uit de Tweede Wereldoorlog voorkomen. Dit betreffen echter toevalsvondsten die niet met prospectieve methoden opgespoord kunnen worden. In de zones met een intact podzolprofiel en waar het dekzand boven de -8,0 m NAP gelegen is, geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit het Meso- en Neolithicum. Op basis van het bureauonderzoek kunnen in een zone van 100 m rondom deze dekzandhoogtes off-site resten zoals jachtwerktuigen of deposities verwacht worden. Deze zone heeft een middelhoge verwachting. Voor het overige deel van het plangebied, enkele zones in het midden en noorden van het plangebied, geldt een lage verwachting.
Rapport 10608.005 versie 2
In het noorden bevindt zich een zone waar op basis van de gemeentelijke beleidskaart geen archeologische resten verwacht werden, aangezien het dekzand dieper dan -8,8 m NAP zou liggen. Tijdens het booronderzoek is de lage verwachting echter niet bevestigd. Er zijn in deze zone enkele lokale dekzandopduikingen aangetroffen en de diepteligging van het dekzand varieert tussen -7,6 en -8,6 m NAP. De verwachting binnen deze zone kan daarom bijgesteld worden naar hoog (dekzandopduikingen) tot middelhoog (bufferzone rondom dekzandopduikingen). Advies In de zones met een hoge of middelhoge verwachting wordt geadviseerd om geen bodemingrepen uit te voeren die eventuele archeologische niveaus bedreigen. Aangezien het dekzandreliëf op korte afstand sterk kan variëren, wordt aanbevolen om geen bodemingrepen dieper dan 50 cm boven het dekzand uit te voeren (zie figuur 4). Indien hier niet aan voldaan kan worden, wordt geadviseerd om een karterend booronderzoek uit te voeren. Op basis van de handreiking voor prospectief onderzoek in Flevoland2 wordt geadviseerd hierbij gebruik te maken van een 20 x 17,3 m grid (30 boringen per ha), met een 14,5 m Avegaarboor. Dit grid kan op basis van de resultaten eventueel later nog verdicht worden naar een 10 x 8,66 m grid (120 boringen per ha) of een 5 x 4,33 m grid (480 boringen per ha).
Archeologisch relevante lagen dienen te worden gezeefd over een 1 mm zeef. Voor de zones met lage verwachting wordt geadviseerd om geen nader onderzoek uit te voeren. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt bij het Provinciaal Depot voor Flevoland, mevr. T. Roovers (e: t.roovers@batavialand.nl, t: 0320-225939, m: 06-13243987).
2 Van Heeringen et al., 2018.
Rapport 10608.005 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1 1.1
2
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ................................................................................ 3 2.1 2.2 2.3
3
Resultaten vooronderzoek ................................................................................................ 1
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 3 Methoden .......................................................................................................................... 3 Resultaten ......................................................................................................................... 3
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 6
LITERATUUR ........................................................................................................................................ 8 OVERIGE BRONNEN ........................................................................................................................... 8
Rapport 10608.005 versie 2
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland Figuur 2. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Figuur 3. Boorpuntenkaart Figuur 4. Diepteligging en bodemopbouw dekzand op basis van booronderzoek, met resultaten RAAP-onderzoek ten zuiden van plangebied Figuur 5. Archeologische verwachting op basis van het booronderzoek Figuur 6. Advieskaart op basis van het booronderzoek BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 BIjlage 3
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Boorkolommen Dwarsprofielen
Rapport 10608.005 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Bügelhajema een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Bisonweg (ong.) te Swifterbant in de gemeente Dronten (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het plan om woningbouw te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in februari, september en november 2020 door drs. J. Holl (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog). 1.1
Resultaten vooronderzoek
In december 2019 is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek 3 uitgevoerd. Hierbij is de volgende archeologische verwachting opgesteld: “In het plangebied worden overwegend archeologische resten uit de periode Paleolithicum – VroegNeolithicum verwacht. Binnen Deze resten worden verwacht in de top van het dekzand. Voor resten uit het Paleo- en Mesolithicum betreffen dit resten van jagers-verzamelaars. Deze resten zullen hoofdzakelijk bestaan uit vuursteenstrooiingen. Er kan sprake zijn van basiskampen, extractiekampen, depots en/of begravingen. Vanaf het Neolithicum ging men op vaste locaties wonen en werd landbouw toegepast. Uit het Vroeg-Neolithicum kunnen zowel resten van jagers-verzamelaars als resten van landbouwers voorkomen. De resten uit deze periode bestaan overwegend uit vondststrooiingen van aardewerk en vuursteen, aangevuld met grondsporen. “Direct ten zuiden van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan varieert de dekzandhoogte in het uiterste zuiden van het plangebied tussen -7,5 en -9,3 m NAP. Direct ten zuiden van het plangebied ligt een dekzandkopje. Op dit dekzandkopje, en andere dekzandhoogtes ten zuiden van het plangebied, is relatief veel houtskool aangetroffen, evenals (vis)botten en enkele vuurstenen artefacten.
Vermoed wordt dat het uiterste zuiden van het plangebied op de flank van dit dekzandkopje gelegen is, waardoor het zeer waarschijnlijk is dat ook binnen het plangebied archeologische indicatoren voorkomen. Tijdens het booronderzoek zijn twee boringen net binnen het huidige plangebied geplaatst, waarbij fragmenten onverbrand bot en houtskool zijn aangetroffen. “De archeologische indicatoren zijn overwegend tussen -6,9 en -8,0 m NAP aangetroffen, maar botresten en houtskool waren ook (in mindere mate) in de lagere delen nabij dekzandkopjes aanwezig. Dit komt overeen met een opgraving ten zuidwesten van het plangebied, waar geen sporen lager dan -7,9 m NAP zijn aangetroffen. Op basis van deze resultaten geldt een hoge archeologische verwachting voor de zones waar het dekzand hoger dan -8,0 m NAP ligt en een lage verwachting voor de zones waar dit dekzand dieper ligt. Hierbij dient opgemerkt te worden dat in de lagere delen grenzend aan dekzandhoogtes nog wel off-site resten kunnen voorkomen, zoals resten van jachtwerktuigen of 3 Holl, 2019.
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 1 van 8
deposities. Op basis van booronderzoek direct ten zuiden van het plangebied bevinden dergelijke resten zich overwegend binnen 100 m afstand van de hoger gelegen delen. Op basis hiervan kan een bufferzone van 100 m gehanteerd worden rondom de zones met dekzand hoger dan -8,0 m NAP. Voor deze bufferzone geldt een middelhoge archeologische verwachting. “Op basis van RIJP-boringen langs de oost- en westgrens van het plangebied ligt het dekzand in het oosten en westen van het plangebied op -8,0 tot -9,0 m NAP. In het noorden van het plangebied ligt het dekzand op -8,9 à -9,0 m NAP. Dit betreft een zone waar volgens deze boringen geen podzolprofiel aanwezig is en alleen een C-horizont is aangetroffen. Op basis is deze zone op de gemeentelijke beleidskaart gewaardeerd als ‘archeologievrij gebied’. Binnen deze zone worden geen archeologische resten meer verwacht. In het uiterste zuiden geldt een hoge verwachting voor archeologische resten (zie hierboven). Indien in de overige delen van het plangebied dekzandhoogtes voorkomen hoger dan -8,0 m NAP, geldt ook voor deze delen een hoge verwachting. Aangezien het dekzandlandschap op korte afstand sterk kan variëren, is de aan- of afwezigheid van dergelijke dekzandhoogtes op basis van de beschikbare gegevens niet te voorspellen. “Vanaf 4500 v. Chr. was het plangebied in een veengebied gelegen en vanaf 1450 v. Chr.
lag het in achtereenvolgens het meer Flevo, het Almere (vanaf 800 n. Chr.), de Zuiderzee (vanaf de 14 e eeuw) en het IJsselmeer (vanaf 1932). Vandaar dat geen bewoningsresten vanaf het Midden-Neolithicum verwacht worden (met uitzondering van de huidige boerderij uit 1966). Wel kunnen resten van scheepswrakken uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd voorkomen, verband houdend met scheepvaart op het Almere en de Zuiderzee. Deze bevinden zich naar verwachting in de Almere-Laag en bovenliggende Zuiderzee-afzettingen, tot ca. 2 m –mv. Dergelijke resten betreffen echter toevalsvondsten die niet met prospectieve methoden opgespoord kunnen worden. Hetzelfde geldt voor resten van vliegtuigen en munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Dergelijke resten worden op hetzelfde niveau verwacht.” Op basis van de opgestelde archeologische verwachting is een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek geadviseerd. Het noorden van het plangebied en volgens de gemeentelijke beleidskaart gelegen in een ‘archeologievrij gebied’ en hiervoor geldt geen archeologische onderzoeksplicht (figuur 2). Op basis hiervan is in dit deel van het plangebied geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Om een compleet beeld te krijgen van de archeologische verwachting is het echter raadzaam geacht om ook dit deel van het plangebied bij het booronderzoek te betrekken, mede omdat het dekzandreliëf op korte afstand sterk kan variëren. In overleg met de gemeente Dronten is in eerste instantie besloten om in dit deel van het plangebied een booronderzoek uit te voeren met een boorgrid van 1 boring per ha. In het overige deel van het plangebied is geboord met een boorgrid van 5 boringen per ha. Nadat bleek dat ook in het deel met de lage verwachting dekzandopduikingen hoger dan -8 m NAP aanwezig waren, is besloten om het eerdere boorgrid in deze zone te verdichten tot 5 boringen per ha.
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 2 van 8
2
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 2.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 3 februari 2020 (fase 1), 17 augustus 2020 (fase 2) en 20 november 2020 (fase 3) door drs. J. Holl (Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Fase 1 behelst de boringen 1 t/m 123. In deze fase is het gehele plangebied behalve een deel in het noordoosten (in gebruik voor bollenteelt) onderzocht. In de zone met een lage verwachting is een boorgrid van 1 boring per ha gehanteerd en in de overige delen een boorgrid van 5 boringen per ha. In de tweede fase (boring 124 t/m 176) is het noordoostelijke deel dat eerder in gebruik was voor bollenteelt onderzocht door middel van een boorgrid van 5 boringen per ha. In de derde fase (boring 177 t/m 206) is het grid in de zone met lage verwachting verdicht tot 5 boringen per ha. Er is zoveel mogelijk in raaien geboord met een afstand van 40 m tussen de raaien en een afstand van 50 m tussen de boringen. De raaien zijn verspringend ten opzichte van elkaar gezet, waardoor een systeem bestaande uit gelijkbenige driehoeken ontstaat.
In het deel met een lage archeologische verwachting, in het noorden van het plangebied, is in eerste instantie in een 100 bij 80 m grid geboord, wat later verdicht is tot een 50 bij 40 m grid. In totaal zijn er met behulp van een Aqualockboor (diameter 7 cm) 206 boringen tot maximaal 8 m -mv gezet (figuur 3). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. 4 De exacte locatie van de boringen (x-, y- en z-waarden) is vastgelegd met behulp van dGPS. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 2.3
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorkolommen en worden in bijlage 2 weergegeven. Enkele dwarsprofielen worden in bijlage 3 weergegeven. De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: In alle boringen is onderin een pakket zand aangetroffen. In de meeste boringen is sprake van matig fijn, zwak siltig zand, dat geïnterpreteerd wordt als dekzand. De diepteligging van de top van het dek4
Bosch, 2005.
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 3 van 8
zand (zie figuur 4) varieert grotendeels tussen 2,2 en 4,3 m -mv (-6,6 en -8,6 m NAP), maar in boringen 58 en 65 bevindt het dekzand zich aanzienlijk dieper, op 7,5 en 5,2 m -mv (-11,9 en -9,6 m NAP). In een deel van de boringen is vanaf circa 5,5 m -mv (-10 m NAP) matig grof, lichtgrijs zand met grindbijmenging aangetroffen. Dit betreft een pakket vlechtende rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. In het dekzand is, waar dit boven -8 m NAP (circa 3,5 m -mv) gelegen is, een podzolprofiel aangetroffen, bestaande uit (van boven naar onderen) een donkergrijze A(E)-horizont (oorspronkelijke bovenlaag), een bruingrijze tot lichtgrijze E-horizont (uitspoelingslaag), (donker-)bruine, humeuze B-horizont (inspoelingslaag) en een lichtgrijze C-horizont. De mate van ontwikkeling van het podzolprofiel varieert sterk. In sommige gevallen zijn duidelijke 10 à 20 cm dikke horizonten te herkennen waarin de kleuren zich duidelijk aftekenen (witgrijze E- en donkerbruine B-horizont), maar in andere boringen zijn de horizonten aanzienlijk dikker en zijn deze slechts zwak ontwikkeld (bruingrijze E- en lichtgrijsbruine B-horizont). Waar het dekzand lager dan -8 m NAP ligt, is meestal geen podzolprofiel aanwezig. In deze boringen is over het algemeen een donkergrijze tot grijze A-horizont aangetroffen, met hieronder direct een lichtgrijze C-horizont.
In de meeste van deze boringen zijn aanwijzingen voor verspoeling aangetroffen, zoals sterke siltigheid, slechte sortering, humusvlekken, aanwezigheid van plantenresten en/of bijmenging van fijn grind. In de boringen 78, 79, 116, 119, 123, 125, 178, 185, 186, 197-200 en 204 is een podzolprofiel aangetroffen in verspoeld dekzand. In deze boringen bevindt het dekzand zich op 3,5 à 3,8 m -mv (-8,0 tot -8,2 m NAP). Op basis van het booronderzoek zijn binnen het plangebied verschillende dekzandhoogtes te herkennen. In het zuiden ligt een zuidwest-noordoost georiënteerde dekzandrug, grofweg tussen boring 8 en 146, waarvan de hoogste delen op 2,2 m -mv (-6,6 à -6,7 m NAP) gelegen zijn, in boring 13 en 146. Deze rug wordt doorsneden door een zuidoost-noordwest georiënteerde laagte tussen boring 33 en 67. In de meest zuidoostelijke boringen 33 en 61 binnen deze laagte is het dekzand bovenin kleiig of is een laagje sterk siltige, humeuze klei aangetroffen (op 3,9 à 4,3 m -mv / -8,5 à -8,6 m NAP). Hier is de top van het dekzand geërodeerd en is alleen een C-horizont aanwezig. In boring 58 en 65 bevindt de top van het pleistocene zand zich aanzienlijk dieper dan in de overige boringen, op 5,2 à 7,5 m mv (-9,6 à -11,9 m NAP). Hierboven bevindt zich een 50 à 70 cm dik pakket sterk zandig, amorf veen met zandlagen. In boring 65 is hierboven een 45 cm dikke zandlaag aanwezig.
In al deze boringen is sprake van geulafzettingen/geulvulling. Door de laagte heeft waarschijnlijk een geul gelopen die zich ingesneden heeft in het dekzand. In diverse boringen in de omgeving van deze geul is direct boven het dekzand een meestal enkele centimeters dik laagje wit, zwak tot matig siltig zand aangetroffen, of bevat de A-horizont bovenin witte vlekken. Dit betreft spoelzand, wat in Flevoland vaak voorkomt op de flanken van dekzandruggen of in geulen. In aanvulling hierop zijn langs de westgrens van het plangebied enkele dekzandhoogtes te herkennen, waar het dekzand op -7,6 à -7,9 m NAP gelegen is. . Deze hogere delen zijn deels gelegen binnen de zone met een lage verwachting, maar hier betreffen het geïsoleerde boringen met lokale verhogingen. In het noord en zuidwesten van het plangebied is in enkele geïsoleerde boringen dekzand aangetroffen hoger dan -8,0 m NAP, met een maximale hoogte van -7,7 m NAP. Dit betreffen eveneens lokale opduikingen in het dekzandlandschap. Boven het dekzand bevindt zich een pakket mineraalarm tot zwak kleiig bosveen, waarvan de top zich overwegend op 2 à 3 m -mv (-6,5 tot -7,5 m NAP) bevindt. Dit betreft het Hollandveen Laagpakket, dat tussen 4500 en 1450 v. Chr. gevormd is, in een periode dat hier een moerasbos aanwezig was.
In boring 14, 37 en 126 is dit pakket niet aanwezig en is het geheel geërodeerd door de bovenliggende Flevomeer Laag. De top van het dekzand is in deze boringen nog wel grotendeels intact. In
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 4 van 8
de boringen 137, 165 en 175 is het Hollandveen eveneens voor een groot deel geërodeerd en is vanaf 3,4 à 3,5 m -mv (-7,9 à -8,1 m NAP) nog een restant Hollandveen aanwezig. In de eerder genoemde boringen 58 en 65 (waar het dekzand zich relatief diep bevindt), ligt de top van het Hollandveen op respectievelijk 4,7 en 3,1 m -mv (-9,1 en -7,5 m NAP). In boring 65 is het veen sterk kleiig, wat vermoedelijk het resultaat van verspoeling is. In een groot deel van de boringen is het veenpakket onderin zandig en soms kleiig. Vermoedelijk is dit eveneens veroorzaakt door verspoeling in de beginfase van de vorming van het veen. Hierboven is een pakket zwak tot sterk kleiig, donkergrijs veen met kleine schelpfragmenten aangetroffen. Dit betreft de Flevomeer Laag, een meerbodemafzetting die tussen 1450 v. Chr. en 800 n. Chr. gevormd is. In boring 27, 36 en 105 is binnen dit pakket, op respectievelijk 200, 233 en 145 cm mv hout aangetroffen. Dit hout vertoont geen sporen van bewerking en is in alle gevallen vermolmd. Hoogstwaarschijnlijk betreffen dit fragmenten wortels of takken afkomstig van het moerasbos dat voor het ontstaan van het Flevomeer aanwezig was. De kans dat het hier om resten van scheepswrakken gaat die tot in de Flevomeer Laag naar beneden gezakt zijn is zeer klein, mede aangezien de bodemopbouw hierboven, uitgezonderd de bouwvoor, nog geheel intact is.
Op 1,0 à 2,5 m -mv (-5,5 à 7,0 m NAP) gaat de Flevomeer laag meestal geleidelijk over in de bovenliggende Almere Laag. In boring 58 ligt deze overgang wat dieper, op 3,2 m -mv (-7,6 m NAP). In boring 125 is de Flevomeer Laag geheel geërodeerd door de bovenliggende Zuiderzee Laag. Ook in de boringen 126, 127, 181, 182, 185 en 186 is een relatief groot gedeelte van de Flevomeer Laag geërodeerd. Hier gaat de Flevomeer Laag op 2,4 à 3,0 m -mv (-7,0 à -7,6 m NAP) scherp over in de Zuiderzee Laag. De Almere Laag bestaat uit sterk humeuze, sterk siltige, kalkarme klei. Deze klei is donkergrijs en bevat zandlaagjes. Dit betreft de Almere Laag, die in de 9e tot 14e eeuw n. Chr. gevormd is. De top van deze laag bevindt zich meestal op een diepte variërend tussen 0,7 en 2,2 m -mv (-5,1 tot -6,6 m NAP). In de boringen 2, 58, 143 en 176 bevindt de top van de Almere Laag zich relatief diep, op 2,2 à 2,7 m -mv (-6,7 à -7,1 m NAP). In de boringen 1, 9, 60, 65, 67, 69, 74, 78, 84, 88, 100-108, 114, 116, 120, 124-128, 131, 138, 142, 151, 154, 155, 165, 167, 169, 170, 179, 181, 182, 185, 186, 194, is de Almere Laag niet meer aanwezig als gevolg van erosie door de Zuiderzee Laag. Boven de Almere Laag is een pakket zeer fijn, matig siltig, kalkrijk zand met klei- en detrituslagen aangetroffen. Dit betreft de Zuiderzee Laag, een pakket zee-afzettingen uit de periode vanaf de 14e eeuw tot 1932.
Dit pakket is onderin blauwgrijs en gereduceerd en bovenin lichtbruingrijs en geoxideerd. De bovenste circa 1 m bestaat uit sterk siltige, zwak humeuze, bruingrijze, kalkloze klei. Dit betreft de IJsselmeer Laag, afgezet vanaf 1932. Opgemerkt dient te worden dat in de aqualockboringen de bodemlagen boven het grondwaterniveau samengedrukt worden, waardoor de exacte diepteligging van de bovenste meter niet zeker is. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 5 van 8
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Op basis van het bureauonderzoek werden archeologische resten in de top van het dekzand verwacht, waar dit hoger dan -8,0 m NAP gelegen is. In een 100 m bufferzone rondom deze hogere delen kunnen nog off-site resten voorkomen. Uit het booronderzoek is gebleken dat in het plangebied verschillende zones voorkomen waar het dekzand boven -8,0 m NAP ligt (zie figuur 4). In deze hogere delen is in de top van het dekzand een podzolprofiel te herkennen. In de lagere delen is sprake van een AC-profiel en is het dekzand verspoeld. In het zuiden en oosten van het plangebied is een zuidwest-noordoost georiënteerde dekzandrug aangetroffen, waarvan de hoogste delen op 2,2 m -mv (-6,6 à -6,7 m NAP) gelegen zijn. De dekzandrug sluit aan op een dekzandopduiking die tijdens booronderzoek direct ten zuiden van het plangebied is aangetroffen en waarop destijds fragmenten houtskool zijn gevonden. 5 Deze rug wordt doorsneden door een zuidoost-noordwest georiënteerde laagte. Het diepste niveau waarop binnen deze laagte dekzand is aangetroffen is 7,5 m -mv (-11,9 m NAP). In verschillende boringen binnen deze laagte zijn geulafzettingen aangetroffen, bestaande uit humeuze klei of zandig veen met zandlagen. Vermoedelijk heeft daarom een geul door deze laagte gelopen.
In diverse boringen in de omgeving van deze geul is direct boven het dekzand een meestal enkele centimeters dik laagje wit, zwak tot matig siltig zand aangetroffen, of bevat de A-horizont bovenin witte vlekken. Dit betreft spoelzand, wat in Flevoland vaak voorkomt op de flanken van dekzandruggen of in geulen. Langs de westgrens van het plangebied zijn enkele dekzandhoogtes te herkennen, waar het dekzand op -7,6 à -7,9 m NAP gelegen is. Deze hogere delen zijn deels gelegen binnen de zone met een lage verwachting, maar hier betreffen het geïsoleerde boringen met lokale verhogingen. In het noord en zuidwesten van het plangebied is in enkele geïsoleerde boringen dekzand aangetroffen hoger dan 8,0 m NAP, met een maximale hoogte van -7,7 m NAP. Dit betreffen eveneens lokale opduikingen in het dekzandlandschap. Boven het dekzandpakket is mineraalarm of zwak kleiig bosveen aangetroffen (Hollandveen Laagpakket). Dit pakket is gevormd in een periode dat het plangebied in een moerasbos lag (4500 – 1450 v. Chr.). Vanaf 1450 v. Chr. lag het plangebied in achtereenvolgens het Flevomeer, het Almere, de Zuiderzee en het IJsselmeer. In deze perioden zijn de Flevomeer Laag (zwak tot sterk kleiig veen met schelpresten), Almere Laag (sterk humeuze klei met zandlagen), Zuiderzee Laag (zeer fijn zand met klei- en detrituslagen) en IJsselmeer Laag (sterk siltige, zwak humeuze klei) afgezet.
Binnen deze lagen worden geen bewoningsresten verwacht. Wel kunnen in de bovenste circa 2 m -mv resten van scheepswrakken uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd of resten van vliegtuigen of munitie uit de Tweede Wereldoorlog voorkomen. Dit betreffen echter toevalsvondsten die niet met prospectieve methoden opgespoord kunnen worden. In de zones met een intact podzolprofiel en waar het dekzand boven de -8,0 m NAP gelegen is, geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit het Meso- en Neolithicum. Op basis van het bureauonderzoek kunnen in een zone van 100 m rondom deze dekzandhoogtes off-site resten zoals jachtwerktuigen of deposities verwacht worden. Deze zone heeft een middelhoge verwachting. Voor het overige deel van het plangebied, enkele zones in het midden en noorden van het plangebied, geldt een lage verwachting (zie figuur 5).
5 Leijnse, 2006.
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 6 van 8
In het noorden bevindt zich een zone waar op basis van de gemeentelijke beleidskaart geen archeologische resten verwacht werden, aangezien het dekzand dieper dan -8,8 m NAP zou liggen. Tijdens het booronderzoek is de lage verwachting echter niet bevestigd. Er zijn in deze zone enkele lokale dekzandopduikingen aangetroffen en de diepteligging van het dekzand varieert tussen -7,6 en -8,6 m NAP. De verwachting binnen deze zone kan daarom bijgesteld worden naar hoog (dekzandopduikingen) tot middelhoog (bufferzone rondom dekzandopduikingen). Op basis van de resultaten van het booronderzoek worden de volgende adviezen gegeven (zie figuur 6): In de zones met een hoge of middelhoge verwachting wordt geadviseerd om geen bodemingrepen uit te voeren die eventuele archeologische niveaus bedreigen. Aangezien het dekzandreliëf op korte afstand sterk kan variëren, wordt aanbevolen om geen bodemingrepen dieper dan 50 cm boven het dekzand uit te voeren (zie figuur 4). Indien hier niet aan voldaan kan worden, wordt geadviseerd om een karterend booronderzoek uit te voeren. Op basis van de handreiking voor prospectief onderzoek in Flevoland6 wordt geadviseerd hierbij gebruik te maken van een 20 x 17,3 m grid (30 boringen per ha), met een 14,5 m Avegaarboor.
Dit grid kan op basis van de resultaten eventueel later nog verdicht worden naar een 10 x 8,66 m grid (120 boringen per ha) of een 5 x 4,33 m grid (480 boringen per ha). Archeologisch relevante lagen dienen te worden gezeefd over een 1 mm zeef. Voor de zones met lage verwachting wordt geadviseerd om geen nader onderzoek uit te voeren. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt bij het Provinciaal Depot voor Flevoland, mevr. T. Roovers (e: t.roovers@batavialand.nl, t: 0320-225939, m: 06-13243987).
6 Van Heeringen et al., 2018.
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 7 van 8
LITERATUUR Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Heeringen, R.M. van, R. Schrijvers & K.E. Waugh, 2018: Handreiking prospectief onderzoek in Flevoland voor het opsporen en waarderen van vindplaatsen uit de vroege prehistorie. Amersfoort (Vestigia Rapport V1372). Holl, J., 2019: Archeologisch bureauonderzoek Bisonweg (ong.) te Swifterbant. Zwolle (Econsultancy Rapport 10608.002). Leijnse, K., 2006: Hanzelijn, tracédeel Nieuwe Land; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek – IVO fase 1 (afronding) en IVO fase 2. Amsterdam (RAAP-Rapport 1305).
OVERIGE BRONNEN SIKB; internetsite, maart 2020. https://www.sikb.nl
Rapport 10608.005 versie 2
Pagina 8 van 8
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland
Bisonweg (ong.) te Swifterbant. Situering van het plangebied binnen Nederland
Legenda Plangebied
Rapport 10608.005 versie 2
Figuur 2. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 7
Bisonweg (ong.) te Swifterbant. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Dronten
Legenda Plangebied
7
Eimermann et al., 2009.
Rapport 10608.005 versie 2
Figuur 3. Boorpuntenkaart
Bisonweg (ong.) te Swifterbant.
Boorpuntenkaart
Rapport 10608.005 versie 2
Figuur 4. Diepteligging en bodemopbouw dekzand op basis van booronderzoek, met resultaten RAAP-onderzoek ten zuiden van plangebied 8
Bisonweg (ong.) te Swifterbant. Diepteligging en bodemopbouw dekzand op basis van booronderzoek, met resultaten RAAP-onderzoek ten zuiden van plangebied
8
Leijnse, 2006.
Rapport 10608.005 versie 2
Figuur 5. Archeologische verwachting op basis van het booronderzoek
Bisonweg (ong.) te Swifterbant. Archeologische verwachting op basis van het booronderzoek
Rapport 10608.005 versie 2
Figuur 6. Advieskaart op basis van het booronderzoek
Bisonweg (ong.) te Swifterbant. Advieskaart op basis van het booronderzoek
Rapport 10608.005 versie 2
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 10608.005 versie 2
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 10608.005 versie 2
Bijlage 2
Boorstaten
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Rapport 10608.005 versie 2
Boorstaten
Boring 1
Boring 2
X: Y:
X: Y:
171453,00 507366,00
-4,39
m +NAP
0
-450
gras Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
-450
Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, Dl, zuiderzee, geleidelijk, kleilagen, roestvlekken: weinig, kalkrijk
-500
171455,00 507408,00
-4,46
m +NAP
0
akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
50
-500
85
Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, scherp, zandlagen, kalkrijk
-550
-550 120
Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkergrijs, Flevo, geleidelijk, kalkloos 150
-600
Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, Dl, zuiderzee, geleidelijk, kleilagen, roestvlekken: weinig, kalkrijk
-600
190
Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk
-650 -650 220 233
252
-700 -700
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkergrijs, Almere, geleidelijk, zandlagen, kalkarm Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkergrijs, Flevo, geleidelijk, kalkloos Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Bosveen, geleidelijk, aan de basis kleiig, kalkloos
300
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Bosveen, geleidelijk, aan de basis zandig, kalkloos
-750
-750
337 347 356
-800
368
383
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sterk plantenresten houdend, donkergrijs, Venig, geleidelijk, kalkloos, A-horizont, dekzand
-800
358 364 372
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, geleidelijk, kalkloos, AE-horizont, dekzand
388
400
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, geleidelijk, kalkloos, B-horizont, dekzand
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, geleidelijk, kalkloos, C-horizont, dekzand
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, geleidelijk, kalkloos, AE-horizont, dekzand
-850
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, geleidelijk, kalkloos, BC-horizont, dekzand
Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk humeus, sterk plantenresten houdend, donkergrijs, Venig, geleidelijk, kalkloos, A-horizont, dekzand
435
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, geleidelijk, kalkloos, B-horizont, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, geleidelijk, kalkloos, BC-horizont, dekzand
-900
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, geleidelijk, kalkloos, C-horizont, dekzand 500
-950
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, lichtgrijs, Afw g en mf zand, detrituslagen, kalkloos, C-horizont, Formatie van Kreftenheye
-1000
600
Projectcode: 10608.003 Projectnaam:Swifterbant Bisonweg
Boorstaten
Boring 3
Boring 4
X: Y:
X: Y:
171490,00 507381,00
-4,45
m +NAP
0
-450
akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
-500
171528,00 507353,00
-4,41
m +NAP
0
akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
-450
-500 70
Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, Dl, zuiderzee, geleidelijk, kleilagen, roestvlekken: weinig, kalkrijk -550
90
115
Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk
125
145
145
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkergrijs, Almere, geleidelijk, zandlagen, kalkarm
-600
Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, Dl, zuiderzee, geleidelijk, kleilagen, roestvlekken: weinig, kalkrijk
-550
-600
160
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkergrijs, Almere, geleidelijk, zandlagen, kalkarm Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkergrijs, Flevo, geleidelijk, kalkloos
180
Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkergrijs, Flevo, geleidelijk, kalkloos -650
Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk
-650
235
-700
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Bosveen, geleidelijk, aan de basis zandig, kalkloos
255
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Bosveen, geleidelijk, aan de basis zandig, kalkloos
-750
-700
-750
347
-800
362 373 380 388 400
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, geleidelijk, kalkloos, A-horizont, dekzand
-800
365
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, geleidelijk, kalkloos, E-horizont, dekzand
376
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, geleidelijk, kalkloos, B-horizont, dekzand
400
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, geleidelijk, kalkloos, BC-horizont, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, geleidelijk, kalkloos, C-horizont, dekzand
Projectcode: 10608.003 Projectnaam:Swifterbant Bisonweg
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Ss, versp, geleidelijk, Weinig gevlekt lichtgrijs, kalkloos, A-horizont, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Ss, kalkloos, C-horizont, dekzand
Boorstaten
Boring 5
Boring 6
X: Y:
X: Y:
-450
171567,00 507326,00
-4,48
m +NAP
0
akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
171605,00 507299,00
-4,4
m +NAP
0
akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
-450
-500 60
90
-500 Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, Dl, zuiderzee, geleidelijk, kleilagen, roestvlekken: weinig, kalkrijk Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk
-550
-550
110
135 140
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkergrijs, Almere, geleidelijk, zandlagen, kalkarm
-600
-600
165 175
180
Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkergrijs, Flevo, geleidelijk, kalkloos
-650
Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, Dl, zuiderzee, geleidelijk, kleilagen, roestvlekken: weinig, kalkrijk Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkergrijs, Almere, geleidelijk, zandlagen, kalkarm Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkergrijs, Flevo, geleidelijk, kalkloos
-650
235 240
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Bosveen, geleidelijk, aan de basis zandig, kalkloos
-700
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Bosveen, geleidelijk, aan de basis zandig, kalkloos -700
-750 -750
-800 -800
350 355 360 366
375 385
400
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Ss, versp, geleidelijk, Weinig gevlekt lichtgrijs, kalkloos, A-horizont, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Ss, kalkloos, C-horizont, dekzand
380
400
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak plantenresten houdend, wit, Insp, scherp, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, geleidelijk, Weinig gevlekt grijs, kalkloos, AE-horizont, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, geleidelijk, kalkloos, B-horizont, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, geleidelijk, Weinig gevlekt donkergrijs, kalkloos, BC-horizont, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, kalkloos, C-horizont, dekzand
Projectcode: 10608.003 Projectnaam:Swifterbant Bisonweg
Boorstaten
Boring 7
Boring 8
X: Y:
X: Y:
-450
171644,00 507272,00
-4,47
m +NAP
0
akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
-500
-450
171682,00 507245,00
-4,46
m +NAP
0
akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Ijsselmeer, geleidelijk, kalkloos
-500
100
-550
105
-550 Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, Dl, zuiderzee, geleidelijk, kleilagen, roestvlekken: weinig, kalkrijk
110
125
150
-600
160 170
Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk
-600
155
Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkergrijs, Flevo, geleidelijk, kalkloos
Zand, zeer fijn, matig siltig, blauwgrijs, Zuiderzee, dl, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkergrijs, Almere, geleidelijk, zandlagen, kalkarm