CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

a4f201bc-c4b1-48f9-905a-3cf3e7c24ab1.pdf

Raadsvergadering 25 maart 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.c: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Nieuwe Natuur Oostkant Dronten6.501 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

7 alinea's met “inventarisatie”: 24 36 38 39 45 51 55

BIJLAGE 1. REACTIENOTA ZIENSWIJZEN (bij raadsbesluit B21.000257)

1

Nota zienswijzen Bestemmingsplan ‘Nieuwe Natuur’ Oostkant Dronten (D5001)’

Januari 2021

2

INHOUDSOPGAVE INHOUD Inhoudsopgave

3

1. Inleiding

4

2. Zienswijzen Zienswijze 1 Zienswijze 2 Zienswijze 3 Zienswijze 4 Zienswijze 5 Zienswijze 6

5 5 6 9 10 13 14

3. Samenvatting voorgestelde aanpassingen Wijzigingen als gevolg van de zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

15 15 16

Bijlage 1. Publicatie ter visie legging ontwerp bestemmingsplan Bijlage 2. Zienswijzen (geanonimiseerd)

3

1. INLEIDING Voor u ligt de nota zienswijzen voor het ontwerpbestemmingsplan ‘Nieuwe Natuur’ Oostkant Dronten (D5001)’. Dit ontwerp bestemmingsplan lag in de periode van 29 oktober tot en met 9 december 2020 ter inzage voor een ieder. Voorafgaand aan de ter visie legging is op 28 oktober 2020 openbare kennisgeving gedaan in de Nederlandse Staatscourant, de FlevoPost en op de gemeentelijke website: www.dronten.nl. De kennisgeving is tevens via elektronische weg toegezonden aan de provincie Flevoland en waterschap Zuiderzeeland. Verder is de kennisgeving toegezonden aan degenen die een inspraakreactie hebben ingediend. Inzage in het bestemmingsplan is geboden bij de publieksbalie van het gemeentehuis. Het plan was digitaal raadpleegbaar op www.dronten.nl en via www.ruimtelijkeplannen.nl. De advertentie (kennisgeving) is opgenomen in bijlage 1 bij deze nota. Gedurende de termijn zijn er zes zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen worden in deze nota samengevat en voorzien van beantwoording. Ook is aangegeven of de zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Indien aan de orde is aangegeven hoe het plan is aangepast. Indieners van een zienswijze worden hierover geïnformeerd. Deze nota zienswijzen is als bijlage opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan. De gemeenteraad zal vervolgens het bestemmingsplan al dan niet vaststellen.

Hierna staat voor de indieners van een zienswijze beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

4

2. ZIENSWIJZEN Hieronder is een samenvatting gegeven van de ontvangen zienswijzen met daarbij cursief de gemeentelijke beantwoording. In bijlage 2 bij deze nota zijn de oorspronkelijke zienswijzen (geanonimiseerd) opgenomen. ZIENSWIJZE 1 1.1. De indiener van de zienswijze verzoekt de gemeente Dronten om artikel 4.2.2, sub c, van het bestemmingsplan aan te passen. Indiener geeft aan graag de mogelijkheid te hebben om aan de buitenkant van het op zijn perceel aanwezige bestemmingsvlak (op de slootrand) een hekwerk te kunnen plaatsen in verband met diefstalpreventie. Om die reden verzoekt de indiener om de tekst aan te passen zodoende dat het artikel luidt: “de afstand van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, tot de niet naar de weg gekeerde noordelijke grens van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand minder is, in welk geval de bestaande afstand geldt. Voor een hekwerk wordt een uitzondering gemaakt: dit mag op de bestemmingsgrens geplaatst worden”. Reactie Vanwege voortschrijdend inzicht is deze wijziging nodig. Daarom kan ingestemd worden met de uitzondering dat een hekwerk op de noordgrens mogelijk moet zijn.

De nieuwe tekst van artikel 4.2.2 sub c wordt: “de afstand van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, tot de niet naar de weg gekeerde noordelijke grens van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand minder is, in welk geval de bestaande afstand geldt of tenzij er sprake is van een hekwerk met een maximale bouwhoogte van 1,80 m.” 1.2. Ten tweede geeft de indiener van de zienswijze aan dat zij graag ziet dat artikel 3.2.2, sub c, van het bestemmingsplan ook wordt aangepast. Dit lid bepaalt nu dat afscheidingen niet hoger mogen zijn dan 1,00 meter. Dat terwijl indiener aangeeft dat een hekwerk rond een paardenbak ten minste 1,20 meter moet zijn en een hekwerk voor terreinafsluiting 1,80 meter. Indiener verzoekt om die reden om artikel 3.2.2, sub c, dusdanig aan te passen dat hekwerken tot niet meer dan 1,80 meter zijn toegestaan. Reactie Met het aanpassen van de hoogte naar 1,80 meter ten behoeve van een hekwerk voor een paardenbak en voor terreinafscheiding, kan worden ingestemd. Vanwege voortschrijdend inzicht is deze wijziging nodig.

Tekstaanpassing 3.2.2 sub c: “de bouwhoogte van afscheidingen zal ten hoogste 1,00 m met dien verstande dat de bouwhoogte van de afscheiding van een paardenbak niet meer dan 1,20 m zal bedragen en de bouwhoogte van de afscheiding voor terreinafsluiting niet meer dan 1,80 m;” Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Wat betreft de aanpassingen wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van deze nota.

5

ZIENSWIJZE 2 2.1. De indiener van de zienswijze geeft aan niet tegen het project ‘Nieuwe Natuur’ te zijn maar juist te streven naar deelname aan dit project. In dit kader wordt in de zienswijze toegelicht dat de indiener van de zienswijze in 2016 een plan bij Stivas heeft ingediend om deel te nemen aan het Project ‘Nieuwe Natuur’, de gemeente Dronten bekend was met zijn interesse en heeft er desondanks voor gekozen om het project ‘Nieuwe Natuur’ met anderen voort te zetten. Met het toekennen van specifieke bestemmingen wordt de mededinging beperkt en zijn andere ontwikkelingen volgens de indiener niet meer mogelijk. Gelet op het gelijkheidsbeginsel dient bij de bestemmingsplanwijziging een extra motivering te worden gegeven voor de gemaakte keuzes om op enkele locaties wel de bestemming te wijzigen en op andere locaties, waaronder die van de indiener van de zienswijze, niet. Een motivering voor die keuze ontbreekt volgens de zienswijze. Reactie Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten bestemmingen worden toegewezen en regels worden gesteld die uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig worden geacht. Dat de indiener van de zienswijze ook deel had willen nemen aan het project ‘Nieuwe Natuur’ is geen ruimtelijk argument en houdt geen direct verband met de vraag of het bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Dat neemt niet weg dat de gemeente hierna graag toelicht hoe de gemeente het project ‘Nieuwe Natuur’ heeft ingericht en op welke wijze de grondeigenaren in het gebied daarbij zijn betrokken. In het project ‘Nieuwe Natuur’ werkt de gemeente sinds 2014 samen met de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer aan de verbetering van de natuur en de recreatiemogelijkheden en agrarische structuurversterking in Flevoland. Ter uitvoering van het project ‘Nieuwe Natuur’ zijn alle grondeigenaren op gelijke wijze geïnformeerd over de participatiemogelijkheden en zijn zij allen uitgenodigd voor inventarisatiegesprekken. Op basis van die inventarisatiegesprekken en de daarvoor ingevulde aanmeldformulieren is geëvalueerd welke grondeigenaren aanknopingspunten boden voor de realisatie van een concreet en haalbaar plan in het kader van het project ‘Nieuwe Natuur’. Uit de gesprekken met de indiener van de zienswijze zijn geen concrete en haalbare ideeën naar voren gekomen en daarom is het plan niet met de indiener van de zienswijze voortgezet. Met enkele geïnteresseerden, waarbij wel concrete en haalbare ideeën bleken, zijn de gesprekken voortgezet en voor de realisatie van die plannen is dit bestemmingsplan opgesteld. Het bovenstaande betekent niet dat eventueel gewenste ontwikkelingen van de indiener van de zienswijze niet meer mogelijk zijn.

Het bestemmingsplan wijzigt slechts de bestemming van enkele gronden maar laat een mogelijk gewenste ontwikkeling op de percelen van de indiener van de zienswijze onverlet. De gemeente Dronten hanteert daarbij geen ‘bovengrens’ of ‘plafond’ voor de hoeveelheid natuur die in de gemeente kan worden gerealiseerd, waardoor geen sprake is van een schaars recht en/of een belemmering van de mogelijkheden voor de indiener van de zienswijze. Het staat de indiener van de zienswijze dan ook steeds vrij om daartoe een verzoek in te dienen, waarna die aanvraag volgens de wettelijke procedures in behandeling zal worden genomen. Aan de indiener van de zienswijze is in dit verband ook reeds meermaals aangegeven dat de gemeente steeds bereid is om te bezien hoe de gemeente, buiten de kaders van het project ‘Nieuwe Natuur’, behulpzaam zou kunnen zijn bij eventueel gewenste ontwikkelingen. 2.2. Ten tweede geeft indiener aan dat als gevolg van de ontwikkeling van de ‘Nieuwe Natuur’ zij wordt omringd door de bestemming ‘Natuur’. Indiener acht dit onevenredig ten 6

aanzien van zijn belang. Indiener is van mening dat het bestemmingsplan van geen enkele belangenafweging getuigt. De onevenredige nadelen voor de indiener zijn op geen enkele manier meegenomen in de afweging aldus de indiener, dat terwijl het bestemmingsplan onomkeerbare gevolgen met zich mee zou brengen. Reactie De gemeente heeft de omliggende belangen en daarmee de impact van de ontwikkeling op de omgeving in dit plan meegewogen. Door de indiener is niet gemotiveerd welke onomkeerbare gevolgen en onevenredige nadelen het bestemmingsplan voor hem heeft. Wel kan worden toegelicht dat de bestemming op de gronden rondom het perceel van indiener worden gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Natuur’. De agrarische gebruiksmogelijkheden zijn in dit nieuwe bestemmingsplan niet overgenomen. In plaats daarvan wordt nu onder meer het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden vooropgesteld. Daaraan ondergeschikt is het mogelijk de gronden te gebruiken voor dagrecreatief- en educatief medegebruik. Extensief dagrecreatief medegebruik was echter ook al onder de bestemming ‘Agrarisch’ toegestaan. De gemeente meent dan ook dat er met de wijziging van de bestemming geen onevenredige nadelen bestaan voor de indiener van de zienswijze. 2.3. Ten derde geeft de indiener van de zienswijze aan dat hij overlast zal ondervinden als gevolg van de extensieve recreatie.

Indiener geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan nergens een afweging van belangen is gemaakt met betrekking tot deze vorm van recreatie. Zo wordt volgens indiener ten onrechte in de toelichting opgemerkt dat het plan leidt tot een minimale toename van het aantal verkeersbewegingen en parkeerbehoefte. Een motivering hiervoor ontbreekt, aldus indiener. Indiener geeft aan dat de te realiseren beheerschuur ter grootte van 1.350 kubieke meter een toeristenpunt zal gaan worden terwijl in het gebied geen sprake is van een erf waar kan worden geparkeerd door de betreffende toeristen. De beheerschuur biedt mogelijkheden voor het ontvangen van groepen mensen en gelet op de omvang van de beheerschuur kunnen dit grotere groepen zijn. Indiener vreest ook voor de verkeersveiligheid als gevolg van het gebruik van werktuigbouwvoertuigen in combinatie met de recreatie. Reactie De gronden rond het perceel van de indiener van de zienswijze worden in het bestemmingsplan bestemd als ‘Natuur’. Deze bestemming biedt mogelijkheden voor ondergeschikt dagrecreatief- en educatief medegebruik. Ondergeschikt betekent dat het natuurdoel voorop moet blijven staan. In deze bestemming staat het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur zodoende voorop.

Daar komt bij dat de huidige bestemming ‘Agrarisch’ (in het bestemmingsplan Buitengebied (D4000)) ook extensief dagrecreatief medegebruik mogelijk maakt, waardoor de toevoeging van educatief medegebruik volgens de gemeente geen nadelige gevolgen zal hebben voor de indiener van de zienswijze. Voorts wordt door de indiener van de zienswijze aangegeven dat een beheerschuur gerealiseerd kan worden van 1.350 kubieke meter, die als toeristenpunt zal gelden. Dit is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan biedt immers slechts een afwijkingsbevoegdheid in artikel 6.4 van de planregels om een beheerschuur te realiseren. Dit betekent dat er voor de realisatie van een beheerschuur een omgevingsvergunning vereist is en dat, om een dergelijke omgevingsvergunning aan te vragen, onder meer een landschappelijk inpassingsplan moet worden opgesteld. Voorts volgt uit artikel 6.4, onder d, van de planregels dat, indien een omgevingsvergunning wordt verkregen, het gezamenlijk oppervlak van de beheerschuur en de bijenstal niet meer mogen bedragen dan 150 vierkante meter.

7

Binnen de beheerschuur zal opslag, enig onderhoud voor het beheer van de natuur en voorlichting mogelijk zijn. Ter plaatse van de beheerschuur komt geen voorziening voor parkeren. Voor motorvoertuigen is er geen vrije doorgang naar de beheerschuur. Dit wordt belemmerd door een toegangshek (met een vrije doorloop voor voetgangers). Voor het parkeren kunnen bezoekers van het nieuwe natuurgebied en informatiepunt in de beheerschuur gebruik maken van het reeds bestaande ca. vijfhonderd meter zuidelijker gelegen grote parkeerplaats aan de Stobbenweg. De toelichting van het bestemmingsplan zal, onder paragraaf 4.9, worden aangevuld naar aanleiding van bovenstaande. 2.4. Indiener geeft aan dat als gevolg van de situering van de beheerschuur, die deel uitmaakt van de voorgenomen ontwikkeling van het bestemmingsplan, het vrije uitzicht en licht wordt belemmerd. Reactie De gemeente Dronten is van mening dat door de planologische mogelijkheden voor de beheerschuur het uitzicht van indiener niet onevenredig wordt benadeeld. Het erf van de indiener is aan de zuidelijk (gedeeltelijk), westelijke, noordelijke en oostelijke (gedeeltelijk) zijden omgeven door een erfsingelbeplanting. De woning staat in de zuidoosthoek van het erf met uitzicht op de Stobbenweg. De beheerschuur wordt aan de noordwestzijde, ten minste 75 meter van de erfgrens gesitueerd.

Wanneer de indiener in de doorgang van de erfsingelbeplanting (achterzijde erf) staat en richting het oosten kijkt, zal men de beheerschuur op het perceel zien staan. Dit is echter aan de achterzijde, geen woonuitzicht, van het erf. Vanuit de doorgang is er nog genoeg horizon ongewijzigd zichtbaar. Op minimaal 75 meter afstand van de rand van het erf (planologische grens) zal een beheerschuur met een maximale nokhoogte van negen meter geen lichtinval op het erf ontnemen. Daar komt bij dat, zoals reeds bij onderdeel 2.3, aangegeven, eerst omgevingsvergunning voor de beheerschuur zal moeten worden aangevraagd. Die omgevingsvergunning moet vergezeld gaan met een landschappelijk inpassingsplan. Tevens is afstemming met het bevoegd gezag noodzakelijk. Hiermee poogt de gemeente Dronten te waarborgen dat een eventueel te realiseren beheerschuur zo goed als mogelijk in het landschap wordt ingepast en het uitzicht vanaf het perceel van de indieners zoveel als mogelijk behouden blijft conform de huidige planologische mogelijkheden. Daarbij wordt opgemerkt dat binnen de huidige agrarische bestemming ook groen aanwezig kan zijn voor de teelt, waaronder onderstammenteelt, takkenteelt, houtteelt en andere opgaande boomteeltvormen die vergelijkbare hinder kan geven. Ook wordt opgemerkt dat er in Nederland geen recht op een vrij uitzicht bestaat.

Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen in het algemeen kan het voorkomen dat een dergelijk vrij uitzicht verdwijnt. In dit geval is de wijziging van het uitzicht naar mening van de gemeente Dronten niet onevenredig. Desalniettemin zal de gemeente Dronten het bestemmingsplan aanpassen in die zin dat de aanduiding voor de beheerschuur wordt aangepast op de verbeelding van het plan. Die aanduiding zal gaan aangeven waar de locatie voor de schuur ongeveer zal komen. Daarmee wordt gegarandeerd dat de schuur in ieder geval op 75 meter afstand zal komen van het erf van de indiener. Dat terwijl de schaduwwerking van de beheerschuur, met de planologische mogelijkheden van een bouwhoogte van negen meter, niet groter zal zijn dan tussen de circa twintig en vijfentwintig meter. Om die reden is de gemeente Dronten van mening dat ook geen sprake zal zijn van een onevenredige belemmering van het licht op het perceel van de indiener van de zienswijze.

8

2.5. Indiener geeft aan dat het erf van hem straks ligt ingeklemd tussen natuurgebieden en de gronden met de bestemming ‘Natuur’. Indiener vreest dat dit in de toekomst leidt tot een belemmering voor toekomstige activiteiten en uitbreidingsmogelijkheden voor opstallen op het erf, evenals het uitbreiden van bedrijfsmatige activiteiten. Dit is het gevolg van de omliggende natuurgronden. Reactie De stelling dat de uitbreidingsmogelijkheden en toekomstige activiteiten zouden worden beperkt, wordt door de indiener van de zienswijze niet nader gemotiveerd. Het is de gemeente Dronten niet duidelijk om welke uitbreidingsmogelijkheden het zou kunnen gaan en in hoeverre dit bestemmingsplan daar invloed op heeft. De bestemming van de gronden van de indiener van de zienswijze worden door het bestemmingsplan wat betreft bestemming niet gewijzigd en gezien de ondersteunende werkzaamheden aan agrarische bedrijven wordt het bedrijf ook niet belemmerd ten aanzien van landbouwgrond dat aan zijn perceel grenst. Conclusie De zienswijze leidt tot enkele beperkte aanpassingen van het bestemmingsplan, zoals hiervoor verwoord. Deze aanpassingen worden samengevat in hoofdstuk 3 van deze nota. ZIENSWIJZE 3 3.1. De indieners van de zienswijze geven aan niet tegen het project ‘Nieuwe Natuur’ te zijn, maar juist te streven naar deelname aan dit project.

Met de zienswijze wordt beoogd te waarborgen dat er geen ruimtelijk beleid wordt gevoerd die de feitelijke deelname aan het project ‘Nieuwe Natuur’ voor de indieners van de zienswijze bemoeilijkt of onmogelijk maakt. Indieners zijn daarbij van oordeel dat het bestemmingsplan niet strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, omdat in de toelichting geen aandacht is besteed aan de omstandigheid dat het bestemmingsplan slechts ziet op bepaalde percelen, en niet op de percelen van de indieners van de zienswijze. Hiermee zou de mededinging beperkt zijn en zijn ontwikkelingen op andere locaties niet meer mogelijk door de indieners. Reactie Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten bestemmingen worden toegewezen en regels worden gesteld die uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig worden geacht. Dat de indiener van de zienswijze ook deel had willen nemen aan het project ‘Nieuwe Natuur’ is geen ruimtelijk argument en houdt geen direct verband met de vraag of het bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dat neemt niet weg dat de gemeente hierna graag toelicht hoe de gemeente het project ‘Nieuwe Natuur’ heeft ingericht en op welke wijze de grondeigenaren in het gebied daarbij zijn betrokken.

In het project ‘Nieuwe Natuur’ werkt de gemeente sinds 2014 samen met de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer aan de verbetering van de natuur en de recreatiemogelijkheden en agrarische structuurversterking in Flevoland. Ter uitvoering van het project ‘Nieuwe Natuur’ zijn alle grondeigenaren op gelijke wijze geïnformeerd over de participatiemogelijkheden en zijn zij allen uitgenodigd voor inventarisatiegesprekken. Op basis van die inventarisatiegesprekken en de daarvoor ingevulde aanmeldformulieren is geëvalueerd welke grondeigenaren aanknopingspunten boden voor de realisatie van een concreet en haalbaar project in het kader van het project ‘Nieuwe Natuur’. Uit de gesprekken met de indieners van de zienswijze zijn geen concrete en haalbare ideeën naar voren gekomen en daarom is het project niet met de indieners van de zienswijze voortgezet. Met enkele geïnteresseerden, waarbij wel concrete en haalbare ideeën bleken, zijn de 9

gesprekken voortgezet en voor de realisatie van die plannen is dit bestemmingsplan opgesteld. Het bovenstaande betekent niet dat eventueel gewenste ontwikkelingen van de indieners van de zienswijze niet meer mogelijk zijn. Het bestemmingsplan wijzigt slechts de bestemming van enkele gronden maar laat een mogelijk gewenste ontwikkeling op de percelen van de indieners van de zienswijze onverlet. De gemeente Dronten hanteert daarbij geen ‘bovengrens’ of ‘plafond’ voor de hoeveelheid natuur die in de gemeente kan worden gerealiseerd, waardoor geen sprake is van een schaars recht en/of een belemmering van de mogelijkheden voor de indieners van de zienswijze. Van een verplichting om mededingingsruimte te bieden bij het vaststellen van het bestemmingsplan is zodoende geen sprake. Het staat de indieners van de zienswijze immers steeds vrij om voor een gewenste (natuur)ontwikkeling een verzoek in te dienen, waarna die aanvraag volgens de wettelijke procedures in behandeling zal worden genomen. Aan de indieners van de zienswijze is in dit verband ook reeds meermaals aangegeven dat de gemeente steeds bereid is om te bezien hoe de gemeente, buiten de kaders van het project ‘Nieuwe Natuur’, behulpzaam zou kunnen zijn bij eventueel gewenste ontwikkelingen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. ZIENSWIJZE 4 4.1.

Ten eerste geeft indiener van de zienswijze aan dat zij van mening is dat de gemeente Dronten zich met dit voorliggende bestemmingsplan zich niet op het standpunt kan stellen dat met het bestemmingsplan sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indiener stelt dat het bestemmingsplan getuigt van een onzorgvuldige voorbereiding en dat niet goed is gemotiveerd waarom bepaalde gegadigden wel en anderen geen deel konden nemen aan het project ‘Nieuwe Natuur’. Daarbij wordt in de zienswijze gewezen op het proces waarmee tot selectie van de deelnemers aan het project ‘Nieuwe Natuur’ is gekomen en de, volgens de zienswijze gebrekkige, communicatie daaromtrent. Reactie Hoewel dit deel van de zienswijze niet direct verband houdt met het voorliggende bestemmingsplan, maar met het project ‘Nieuwe Natuur’ en de wijze waarop in dat project tot een selectie van deelnemers is gekomen, zal hierna ter volledigheid worden gereageerd op de zienswijze. In het project ‘Nieuwe Natuur’ werkt de gemeente sinds 2014 samen met de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer aan de verbetering van de natuur en de recreatiemogelijkheden en agrarische structuurversterking in Flevoland. Ter uitvoering van het project ‘Nieuwe Natuur’ zijn alle grondeigenaren in het gebied op gelijke wijze geïnformeerd over de participatiemogelijkheden en zijn zij allen uitgenodigd voor inventarisatiegesprekken.

Op basis van die inventarisatiegesprekken en de daarvoor ingevulde aanmeldformulieren is geëvalueerd welke grondeigenaren aanknopingspunten boden voor de realisatie van een concreet en haalbaar project in het kader van het project ‘Nieuwe Natuur’. Uit de gesprekken met de indiener van de zienswijze zijn geen concrete en haalbare ideeën naar voren gekomen en daarom is het project niet met de indiener van de zienswijze voortgezet. Met enkele geïnteresseerden, waarbij uit de gesprekken wel concrete en haalbare ideeën bleken, zijn die gesprekken voortgezet en voor de realisatie van die plannen is dit bestemmingsplan opgesteld. Daarbij is er geen sprake van willekeur of onzorgvuldigheid, er is slechts beoordeeld welke ideeën de verschillende 10

grondeigenaren hadden en in hoeverre het haalbaar zou zijn om die ideeën tezamen binnen het project ‘Nieuwe Natuur’ uit te voeren. Het bovenstaande en het voorliggende bestemmingsplan laten evenwel onverlet dat, indien de indiener van de zienswijze de realisatie van bijvoorbeeld natuur beoogt, daarvoor steeds een aanvraag kan worden ingediend. 4.2. De indiener van de zienswijze is benieuwd wat er achter de kavel van de indiener gaat plaatsvinden. In het projectplan is volgens indiener aangegeven dat de grond aan de Stobbenweg tegen het bos aan minder goed is voor agrarisch gebruik door schaduwwerking van het Abbertbos. Mogelijk wordt er nu weer bos aangeplant op de kavel die grenst aan de kavel van de indiener. Indiener verzoekt de gemeente te motiveren waarom hiervoor gekozen is en wat dat oplevert aan schaduwwerking voor de indiener. Reactie Ten aanzien van de ontwikkelingen die zullen plaatsvinden achter de kavel van de indiener geldt dat dit bestemmingsplan daar voorziet in de bestemming ‘Natuur’. Daarbij wordt opgemerkt dat binnen de nu nog geldende agrarische bestemming ook natuurlijke ontwikkelingen mogelijk zijn en dat ook opgaande teelten zijn toegelaten, waaronder onderstammenteelt, takkenteelt, houtteelt en andere opgaande boomteeltvormen die vergelijkbare hinder in de vorm van schaduwwerking kan geven.

In dit geval is de wijziging van het de planologische mogelijkheden en de daarmee gepaard gaande wijziging in schaduwwerking naar mening van de gemeente Dronten niet onevenredig. 4.3. Uit de zienswijze volgt voorts de vrees voor problemen in de toekomst met hun aangrenzende agrarische bedrijf als gevolg van de realisatie van de natuurdoelen. Mede omdat niet is gecommuniceerd over het plan. Het plan vormt een onzekere factor voor het bedrijf van de indiener van de zienswijze. Indiener is benieuwd hoe de gemeente Dronten hier alsnog over gaat communiceren met hun. Reactie In de zienswijze is niet beschreven welke problemen in de toekomst, als gevolg van de bestemming ‘Natuur’ op een naastgelegen perceel, worden voorzien. De communicatie heeft op de gebruikelijke wijze plaatsgevonden: via inspraak en zienswijzen. Verder zijn de inrichtingstekeningen door de verschillende deelnemers in het voorjaar van 2020 afgestemd met de directe omgeving (aangrenzende percelen). De inrichting van het perceel IVA (deelnemer Staatsbosbeheer), bestemming ‘Bos’ (ter hoogte van Stobbenweg), was nog onzeker op dat moment. Zodra de inrichtingstekening van dit gebied gereed is, vindt communicatie met de gebruikers van aangrenzende/omliggende percelen plaats. Overigens is in paragraaf 2.3.1. van de toelichting bij dit bestemmingsplan beschreven hoe de inrichting gaat worden.

Zoals onder 4.2 aangegeven leidt de wijziging van de bestemming ‘Agrarisch’ naar de bestemming ‘Natuur’ vanwege de beperkte wijzigingen niet tot een, voor de indiener van de zienswijze, nadeligere situatie. Daar komt bij dat het bestemmingsplan duidelijk beschrijft op welke wijze de gronden gebruikt kunnen worden: voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden, waterhuishoudkundige doeleinden en sloten, poelen en daarmee gelijk te stellen water. Verblijfsrecreatie is ter plaatse niet toegestaan. Ondergeschikt aan deze functies, zijn de gronden te gebruiken voor onder meer extensief agrarisch-, dagrecreatief- en educatief medegebruik, hetgeen op grond van het huidige bestemmingsplan met de bestemming ‘Agrarisch’, met uitzondering van educatief medegebruik, ook reeds mogelijk is. De gemeente is van mening dat zodoende in het 11

bestemmingsplan duidelijk is omschreven welk gebruik ter plaatse is toegestaan, waardoor van een onzekere situatie voor het bedrijf van de indiener van de zienswijze geen sprake hoeft te zijn. 4.4. De indiener van de zienswijze geeft aan dat het huidige bestemmingsplan niet voldoet aan de verwachtingen wat betreft agrarische structuurverbetering. Er zouden ontwikkelingsmogelijkheden komen voor agrarisch, recreatief en landschappelijk gebruik. Met name de ontwikkelingsmogelijkheden en de grondmobiliteit voor de actieve agrariër in het gebiedsproces zijn niet voldoende geslaagd aldus de indiener van de zienswijze. In de zienswijze is voorts aangegeven dat het bedrijf aan de Tarpanweg alleen zou zijn ingezet als ruilobject. Reactie Hoewel dit onderdeel van de zienswijze geen verband houdt met de vraag of sprake is van een goede ruimtelijke ordening of eventuele nadelige gevolgen voor de indiener van de zienswijze, zal de gemeente hierna ter volledigheid reageren op dit onderdeel van de zienswijze. Met het project ‘Nieuwe Natuur’ wordt beoogd aan de oostzijde van de gemeente Dronten ‘Nieuwe Natuur’ te realiseren, dat een vliegwiel kan vormen voor meerdere ontwikkelingen in het gebied. Daarbij is tevens als doel gesteld om te bezien welke mogelijkheden er zouden zijn voor de ontwikkeling van recreatie en agrarische structuurverbetering.

De gemeente is van mening dat met het voorliggende bestemmingsplan aan deze doelstellingen wordt voldaan. In het kader van vooroverleg en inspraak is op de agrarische structuurverbetering ingegaan. Naast natuurontwikkeling en uitbreiding van recreatieve mogelijkheden is agrarische structuurverbetering één van de doelen. Vier agrarische bedrijven hebben een plan gepresenteerd en verder ontwikkeld, waarbij de agrarische structuur wordt verbeterd. Zij leveren onder ander pachtgrond in en kopen grond terug waar nieuwe natuur of niet-agrarische bedrijvigheid wordt gerealiseerd. Twee van de vier bedrijven vergroten hun areaal. Grond die in de nieuwe situatie regulier wordt gebruikt, is beter van vorm, makkelijker te beregenen en makkelijker bereikbaar zonder over de weg te hoeven rijden (huiskavel). Tevens zien drie bedrijven kans om door natuurontwikkeling het verdienmodel onder hun bedrijven te verbreden en te verstevigen. Hierdoor verbetert hun toekomstperspectief. De toelichting van het bestemmingsplan, paragraaf 1.1., wordt met bovenstaande aangevuld. 4.5. In de zienswijze wordt voorts aangegeven dat tot op heden nooit een schriftelijke afwijzing, met een gemotiveerde reden, te hebben ontvangen van de gemeente Dronten is ontvangen over de deelname aan het project ‘Nieuwe Natuur’.

De indiener van de zienswijze geeft aan om die reden ervan uit te gaan nog steeds te participeren in het project. Om die reden adviseert indiener om af te zien van vaststelling van het bestemmingsplan. Reactie Dit onderdeel van de zienswijze houdt geen verband met het voorliggende bestemmingsplan, maar met het project ‘Nieuwe Natuur’ en het proces daaromtrent. In 4.1 van deze zienswijze is op dat proces reeds ingegaan. Na de inventarisatiegesprekken is bezien welke geïnteresseerden concrete en haalbare plannen hadden die zouden kunnen bijdragen aan het project ‘Nieuwe Natuur’. Met hen is dat project voortgezet, hetgeen ook in meerdere brieven van de gemeente kenbaar is gemaakt, en met de anderen niet.

12

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Wat betreft de aanpassingen wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van deze nota. ZIENSWIJZE 5 5.1. Indieners exploiteren een melkveebedrijf in de nabijheid van een van de planlocaties van dit bestemmingsplan. Een deel van het plangebied van het bestemmingsplan bevindt zich tegenover het bedrijf van de indieners en de zienswijze van de indieners zou daarom ontvankelijk zijn. Reactie Voor het indienen van een zienswijze geldt artikel 3.12, vijfde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Uit deze bepaling volgt dat een ieder zienswijzen kan indienen tegen een ontwerp bestemmingsplan. De zienswijze is daarom ontvankelijk. 5.2. Voorts volgt uit de zienswijze dat de indieners zich niet kunnen verenigen met het voornemen om in het gebied een - volgens indieners - aanzienlijke hoeveelheid gronden met een agrarische functie om te zetten naar gronden met een natuurfunctie. Indieners achten deze ontwikkeling met haar omvang van circa 69 hectare vanuit het ontwikkelingsperspectief van het bedrijf en de landbouwsector in zijn geheel als ongewenst. Reactie De door de indieners van deze zienswijze eerder ingebrachte zaken tijdens de inspraakprocedure hebben inderdaad niet geleid tot enige wijziging van het bestemmingsplan. De gemeente Dronten sluit zich nog steeds aan bij de reactie die toentertijd is gegeven.

De gemeente deelt de opvatting niet dat er in dit gebied sprake is van een zodanige afname van areaal landbouwgrond dat er daardoor geen ruimte meer is voor agrariërs die willen doorgaan of willen uitbreiden. De grond is ook niet zodanig schaars dat dit grote invloed heeft op de grondprijzen en de mogelijkheid om landbouw of veeteelt uit te oefenen. Er is vanuit dat oogpunt dus ook geen reden om de bestemming ‘Natuur’ of ‘Bos’ in dit plan niet op te nemen. Ook ziet het bestemmingsplan slechts toe op enkele percelen. Gelet op de grote hoeveelheid landbouwgrond in de omgeving betreft dit voornemen een (zeer) beperkte omzetting van landbouwgrond naar natuur. Daarbij: in de bestemming ‘Natuur’ blijft extensief agrarisch medegebruik mogelijk. 5.3. Verder volgt uit de zienswijze dat dat het proces van de totstandkoming van het onderhavige bestemmingsplan niet bottom-up is voorlopen en dat initiatieven om kansen voor samenwerking te benutten niet zijn opgepakt. De (jonge) boeren in het gebied, waaronder de indieners, hebben voor dat doel goede initiatieven en alternatieven aangedragen. Op die initiatieven en alternatieven is echter tot op heden geen reactie gekomen. Dat maakt dat indieners van mening zijn dat sprake is van een onzorgvuldig proces.

De gemeente Dronten mist hierdoor kansen voor de realisatie van de natuurdoelen waaraan de bestaande landbouw kan en wil bijdragen aldus de indieners. Indieners geven aan dat vele vormen van extensieve beweiding en beheer mogelijk zijn. Reactie Dit onderdeel van de zienswijze houdt verband met het project ‘Nieuwe Natuur’ en niet met het voorliggende bestemmingsplan. Het verloop van het proces omtrent het project ‘Nieuwe Natuur’ is dan ook thans geen ruimtelijk relevant argument in het kader van het bestemmingsplan. Dat neemt niet weg dat de gemeente hierna graag

13

toelicht hoe de gemeente het project ‘Nieuwe Natuur’ heeft ingericht en op welke wijze de grondeigenaren in het gebied daarbij zijn betrokken. In het project ‘Nieuwe Natuur’ werkt de gemeente sinds 2014 samen met de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer aan de verbetering van de natuur en de recreatiemogelijkheden in Flevoland. Ter uitvoering van het project ‘Nieuwe Natuur’ zijn, conform de in de zienswijze genoemde ‘bottum-up’ gedachte, alle grondeigenaren op gelijke wijze geïnformeerd over de participatiemogelijkheden en zijn zij allen uitgenodigd voor inventarisatiegesprekken. Op basis van die inventarisatiegesprekken en de daarvoor ingevulde aanmeldformulieren is geëvalueerd welke grondeigenaren aanknopingspunten boden voor de realisatie van een concreet en haalbaar project in het kader van het project ‘Nieuwe Natuur’. Uit de gesprekken met de indieners van de zienswijze zijn geen concrete en haalbare ideeën naar voren gekomen en daarom is het project niet met de indieners van de zienswijze voortgezet. Met enkele geïnteresseerden, waarbij wel concrete en haalbare ideeën bleken, zijn de gesprekken voortgezet en voor de realisatie van die plannen is dit bestemmingsplan opgesteld. De gemeente heeft op deze wijze, met input van de grondeigenaren in het gebied, een zorgvuldig proces doorlopen.

Het bovenstaande betekent niet dat eventueel gewenste ontwikkelingen van de indieners, zoals de genoemde extensieve beweiding, niet meer mogelijk zijn. Het bestemmingsplan wijzigt slechts de bestemming van enkele gronden maar laat een mogelijk gewenste ontwikkeling op de percelen van de indieners van de zienswijze volledig onverlet. Het staat de indiener van de zienswijze steeds vrij om daartoe een verzoek in te dienen, waarna die aanvraag volgens de wettelijke procedures in behandeling zal worden genomen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

ZIENSWIJZE 6 Indiener geeft aan op 27 oktober 2020 bericht te hebben gehad over het onderhavige bestemmingsplan. Indiener geeft aan dat het bestemmingsplan deel uitmaakt van het provinciale programma ‘Nieuwe Natuur’. Met dat plan wordt circa 64 hectare ‘Nieuwe Natuur’ inclusief recreatieve activiteiten gerealiseerd. Indiener geeft daarbij aan het aspect water te hebben getoetst aan haar uitgangspunten en de door haar gemaakt opmerkingen tijdens de fase van vooroverleg. Indiener geeft aan dat die opmerkingen naar tevredenheid zijn verwerkt. Zodoende kan deze zienswijze als een positief wateradvies worden beschouwd. Reactie De gemeente Dronten dankt het waterschap Zuiderzeeland voor haar overlegreactie. Standpunt De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

14

3. SAMENVATTING VOORGESTELDE AANPASSINGEN Onderstaand zijn de aanpassingen opgenomen die voortvloeien uit de inspraak- en vooroverlegreacties. Tevens zijn ambtshalve wijzingen opgenomen. WIJZIGINGEN ALS GEVOLG VAN DE ZIENSWIJZEN Toelichting De toelichting zal naar aanleiding van de zienswijzen op de volgende punten worden aangevuld: 1. Paragraaf 1.1 (aanleiding) wordt na de tweede alinea aangevuld ten aanzien van de totstandkoming van het project, met onderstaande tekst: Ter uitvoering van het project ‘Nieuwe Natuur’ zijn 80 grondeigenaren en -gebruikers geïnformeerd over de participatiemogelijkheden en uitgenodigd voor inventarisatiegesprekken. Op basis van de inventarisatiegesprekken en de daarvoor ingevulde aanmeldformulieren is geëvalueerd welke grondeigenaren aanknopingspunten boden voor de realisatie van een concreet en haalbaar plan die zouden kunnen bijdragen aan de doelstellingen van het project ‘Nieuwe Natuur’. Met deze grondeigenaren (deelnemers) zijn de gesprekken voortgezet en zijn afspraken vastgelegd in uitvoeringsovereenkomsten (de inrichtingsplannen maken onderdeel uit van deze overeenkomst). 2. Paragraaf 1.1. (aanleiding) wordt verder aangevuld met onderstaande tekst: Naast natuurontwikkeling en uitbreiding van recreatieve mogelijkheden is agrarische structuurverbetering één van de doelen.

Vier agrarische bedrijven hebben een plan gepresenteerd en verder ontwikkeld, waarbij de agrarische structuur wordt verbeterd. Zij leveren onder ander pachtgrond in en kopen grond terug waar nieuwe natuur of niet-agrarische bedrijvigheid wordt gerealiseerd. Twee van de vier bedrijven vergroten hun areaal. Grond die in de nieuwe situatie regulier wordt gebruikt, is beter van vorm, makkelijker te beregenen en makkelijker bereikbaar zonder over de weg te hoeven rijden (huiskavel). Tevens zien drie bedrijven kans om door natuurontwikkeling het verdienmodel onder hun bedrijven te verbreden en te verstevigen. Hierdoor verbetert hun toekomstperspectief. 3. Paragraaf 4.9 wordt aangevuld met onderstaande tekstvoorstel: Een uitzondering hierop vormt een eventuele parkeergelegenheid voor de beheerschuur. Voor het parkeren kunnen bezoekers van het nieuwe natuurgebied en informatiepunt in de beheerschuur gebruik maken van het reeds bestaande ca. vijfhonderd meter zuidelijker gelegen grote parkeerplaats aan de Stobbenweg. Vanaf de Stobbenweg is voor motorvoertuigen is er geen vrije doorgang naar de beheerschuur. Dit wordt belemmerd door een toegangshek (met vrije doorgang voor voetgangers). Regels Zienswijze 1 geeft wel aanleiding tot het aanpassen van de regels. Voorgesteld wordt de regels als volgt aan te passen: 1.

Artikel 4.2.2, sub c, wordt dusdanig aangepast dat deze komt te luiden: “de afstand van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, tot de niet naar de weg gekeerde noordelijke grens van het bestemmingsvlak zal ten minste 10,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand minder is, in welk geval de bestaande afstand geldt of tenzij er sprake is van een hekwerk met een maximale bouwhoogte van 1,80 m.” 2. Artikel 3.2.2, sub c, wordt dusdanig aangepast dat deze komt te luiden: 15

“de bouwhoogte van afscheidingen zal ten hoogste 1,00 m met dien verstande dat de bouwhoogte van de afscheiding van een paardenbak niet meer dan 1,20 m zal bedragen en de bouwhoogte van de afscheiding voor terreinafsluiting niet meer dan 1,80 m;” Verbeelding De verbeelding wordt naar aanleiding van zienswijze 2 op de volgende punten aangevuld: 1. De aanduiding 'specifieke vorm van natuur - beheerschuur inclusief bijenstal' zal worden verkleind. Daarmee wordt gegarandeerd dat de betreffende beheerschuur in ieder geval op minimaal 75 meter afstand zal komen van het erf van de indiener van zienswijze 2.4. In onderstaande afbeelding is de verkleining weergegeven. De begrenzing van het aanduidingsvlak waarbinnen de beheerschuur mag komen is in onderstaande afbeelding met de oranje onderbroken belijning weergegeven. Met de oranje pijlen wordt aangegeven dat oostelijke en zuidelijke grens van dit vlak naar het westen en noorden wordt verschoven.

Minimaal 75 m.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Toelichting 1. Paragraaf 6.2. ‘Maatschappelijke uitvoerbaarheid’ wordt geactualiseerd naar aanleiding van de ter visie legging van het ontwerp bestemmingsplan en de daarop ontvangen zienswijzen. Regels Er is geen ambtshalve wijziging die enige aanpassing van de regels als gevolg heeft. Verbeelding De verbeelding zal ambtshalve op de volgende punten worden aangepast: 16

1. De bestemming ‘Bos’ in het deelgebied Spijkweg verruimen. Op deze manier komt het gebied overeen met het boscompensatie gebied. In onderstaande afbeelding is met rode belijning en arcering het vlak aangeduid wat ook de bestemming ‘Bos’ krijgt.

2. De vorm van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’ ter hoogte van perceel Spijkweg 9 aanpassen. Deze aanpassing is nodig, zodat deze overeenkomt met de vernieuwde kadastrale afspraken. In onderstaande afbeelding is wijziging weergegeven met de rode belijning.

17

BIJLAGE 1. PUBLICATIE ONTWERP BESTEMMINGSPLAN Terinzagelegging ontwerp besluit Nieuwe Natuur Oostkant Dronten Het college van Dronten maakt bekend dat er voor het bestemmingsplan ‘Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)’ een besluit ter inzage ligt. Dit plan regelt dat er aan de Oostkant van Dronten in totaal ruim 69 ha nieuwe natuur, inclusief recreatieve activiteiten, planologisch mogelijk wordt gemaakt. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden: deelgebied Stobbenweg (ter hoogte van het noordelijke deel van de Stobbenweg) en deelgebied Spijkweg (ter hoogte van Spijkweg 9 en ten noorden van het bosgebied Het Spijk). Dit plan is in vergelijking met het vorige, het voorontwerp, plan gewijzigd. In hoofdlijnen betreffen de wijzigingen: - de vorm van de erfuitbreiding Spijkweg 9; - de planregels betrekking hebbend op Spijkweg 9; - diverse onderzoeksrapporten zijn bijgevoegd op het gebied van archeologie en ecologie; - enkele verduidelijkingen en tekstuele aanpassingen aangebracht in de toelichting en planregels; - de begrezingen van het plangebied zijn afgestemd op de aangrenzende bestemmingsplannen. In hoofdstuk 4 van de nota Inspraak en vooroverleg, bijlage 9 behorende bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan, is een overzicht opgenomen van de wijzigingen.

Het volgende ontwerp besluit ligt ter inzage: - Ontwerp bestemmingsplan "Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)" op grond van de Wet ruimtelijke ordening. U kunt de betreffende stukken van 29 oktober tot en met 9 december 2020 inzien: - bij de publieksbalie van het gemeentehuis op afspraak; - op www.dronten.nl; - op www.ruimtelijkeplannen.nl, bestemmingsplan met plannummer: NL.IMRO.0303.D5001-ON01 Zienswijze Tijdens de inzagetermijn kunt u een schriftelijke zienswijze indienen bij de gemeenteraad van de gemeente Dronten, t.a.v. team Gebiedsontwikkeling, Postbus 100, 8250 AC DRONTEN. U kunt geen zienswijze per e-mail indienen. Tijdens deze termijn kunt u mondeling een zienswijze indienen. Dit kan door een afspraak te maken met mevrouw E. Tichelaar via het telefoonnummer 14 0321. De gemeenteraad dient binnen twaalf weken na afloop van de inzagetermijn een besluit te nemen tot vaststelling van het plan. Na vaststelling door de gemeenteraad ligt het plan ter visie met de mogelijkheid tot het indienen van beroepschriften en/of een voorlopige voorziening bij de Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak. Dronten, 28 oktober 2020. Het college van Dronten, secretaris, drs. T. van Lenthe; burgemeester, drs. J.P. Gebben. 18

BIJLAGE 2. ZIENSWIJZEN (GEANONIMISEERD) Zienswijze 1.

19

20

Zienswijze 2.

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

Zienswijze 3.

32

33

34

Zienswijze 4.

35

36

37

38

Zienswijze 5.

39

40

41

42

Zienswijze 6.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/985/documents/1473