a2ddc84e-2d59-41f5-8bd1-241526dbbc56.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen beeldvormende vergadering Actualisatie Algemene Plaatselijke verordening (APV), 15 juni 2022 1. Geldt de horeca exploitatievergunning ook voor tankstations waar gegeten en gedronken mag worden en ook alcohol verkocht mag worden, winkels waar een broodje kan worden gegeten, visboer, slagerij? Voor een tankstation en winkels als visboer en slagerij geldt de exploitatievergunning niet omdat het bij dergelijk winkels ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit van de winkel. Dit gaat daarom ook om kleinschalige horeca-activiteiten. De ervaring leert dat in dergelijke gevallen we niet te maken hebt met problematiek die wel te zien is bij droge- en natte horeca, qua overlast en ondermijnende activiteiten. Het zou daarom niet effectief zijn om op deze categorie ook onder de exploitatievergunning te laten vallen, een instrument moet ingezet worden waar het ook effectief is. Mocht het toch effectief of nodig blijken om een bepaalde branche vergunningsplichtig te maken dan kan gekeken worden naar aanpassing van het artikel of gebruik worden gemaakt van het nieuw voorgestelde artikel 2:40a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (vergunningsplicht branches). 2. Wat is de doorlooptijd van de exploitatievergunning? Het exploitatievergunningen stelsel wordt gefaseerd ingevoerd over een periode van twee jaar.
De ondernemers kunnen totdat zij door de gemeente worden benaderd hun bedrijfsvoering voortzetten zoals zij dat nu doen. Nadat de vergunningsaanvraag is gedaan is er een behandeltermijn van, in beginsel acht weken (te verlengen met acht weken indien nodig). Afhankelijk van het Bibob onderzoek kan de beslistermijn nog opgeschort worden, maar naar verwachting is dit in de meeste gevallen niet nodig. Na vaststelling van de APV door uw raad ontvangen de betreffende ondernemers een informatiefolder met algemene informatie over de exploitatievergunning en wat dit voor hen betekent. Als zij aan de beurt zijn om de vergunning aan te vragen worden ze doormiddel van een brief nader geïnformeerd. 3. Wat is de redenatie erachter dat sportkantines niet meer worden uitgezonderd van de exploitatievergunning? Landelijk zijn er signalen dat ook bij sportkantines/-clubs sprake is van overlast situaties en ondermijnende activiteiten, in de vorm van vermenging van boven- en onderwereld.1 Het is daarom legitiem om ook bij sportkantines een exploitatievergunning te verlangen. 4. Aantal uitzonderingen gemaakt van openbare inrichtingen die geen exploitatievergunning (art. 2:28) hoeven aan te vragen, hoe zit dat voor het serviceplein van de Meerpaal? Ook voor het serviceplein van de Meerpaal gaat de exploitatievergunningsplicht gelden.
Er kunnen allerlei uitzonderingen gemaakt worden, maar daarbij moet opgepast worden dat we hiermee niet in willekeur vervallen. Daarom zijn alleen die categorieën uitgesloten waar door de aard van de activiteit geen overlast of ondermijnende activiteiten te verwachten zijn. Zoals bij zorginstellingen, schoolkantines, musea en bedrijfskantines.
1 Zie bijvoorbeeld, https://www.ad.nl/binnenland/geldschieter-53-van-noord-hollandse-voetbalclub-
opgepakt-voor-grootschalige-cocainehandel~abf9b5a9/ en https://www.ad.nl/binnenland/crimineleinvloed-bij-een-op-de-acht-amateursportclubs~a3dad54ce/
5. Voor een klein evenement hoeft geen vergunning te worden aangevraagd als de organisator ten minste tien werkdagen voor een evenement een melding heeft gedaan. De termijn om een klein evenement te weigeren gaat van vijf naar tien dagen. Betekent dit in theorie dat op de dag zelf of de dag ervoor te horen krijgen dat het niet door kan gaan? Naar aanleiding uw vraag hebben we geconcludeerd dat het een terechte opmerking is dat de twee termijnen te dicht op elkaar zitten. Tevens ontdekten wij dat er een discrepantie zit in het gebruik van het woord dag, in lid 3 spreekt over werkdagen en lid 4 over dagen. Om dit op te lossen en toch beoogde effect met de wijziging te bereiken is het nieuwe voorstel om de melding 15 dagen voor het plaatsvinden van het evenement in te laten dienen en de behandel termijn op 10 dagen te zetten. Dit zorgt ervoor dat de melder altijd tenminste 5 dagen voor het plaatsvinden van het evenement bericht krijgt indien het niet toegestaan wordt om het evenement te houden. 6. In art. 2:24 wordt lid 3 sub g geschrapt dat er geen vergunning nodig is als er geen sprake is van een commercieel evenement. Betekent dit dat in de gemeente vrijelijk kleine commerciële evenementen kunnen plaatsvinden? Op basis van de huidige APV is een activiteit vergunningsplichtig op het moment dat het een commerciële activiteit betreft.
Het schrappen van 2:24 lid 3 sub g zorgt ervoor dat of een activiteit commercieel is, dit niet meegenomen wordt in de beoordeling of de activiteit melding- of vergunningsplichtig is. Zo kunnen commerciële evenementen, na de voorgestelde wijziging, ook vallen onder de meldingsplicht. Het verwijderen van sub g ligt tevens in lijn met de wens om de beoordeling of een activiteit melding- of vergunningsplichtig te maken op basis van risico’s en objectiviteit. Er zitten geen tot nauwelijks risico’s verbonden aan het feit of een activiteit commercieel is, terwijl dat wel het geval is als er bijvoorbeeld een groot aantal bezoekers komen (sub a) of de activiteit tot laat plaatsvindt (sub b). Met de (voorgestelde) voorwaarden uit artikel 2:24 lid 3 beogen we voor zowel de samenleving als de vergunningverleners zo objectief mogelijke toetsingskaders te creëren of een activiteit melding- of vergunningsplichtig is. Tevens is ter aansluiting op de definities in artikel 2:24 klein evenement, vervangen door meldingsplichtig evenement in artikel 2:25 APV.