a167a2fb-9e03-40d7-bcb5-16f8d5e93d81.pdf
Tekst van het document
Versie 4 d.d. 26 september 2020
AKTE VAN STATUTENWIJZIGING Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Kampen Dronten Artikel 1.
Begripsbepalingen
1. In deze statuten wordt verstaan onder: a. accountant: een registeraccountant of een andere accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; b. bevoegd gezag: de stichting die de school in stand houdt; c. bestuurder: het orgaan dat belast is met het besturen van de stichting; d. MR: de medezeggenschapsraad van de door de stichting in stand gehouden school; e. raad van toezicht: het orgaan dat toezicht houdt op de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de bestuurder en dat de bestuurder met raad terzijde staat; f. gemeenteraden: de gemeenteraden van de gemeente Kampen en de gemeente Dronten gezamenlijk; g. school: het Almere College met brinnummer 01XN; h. schriftelijk (bericht): elk via gangbare (elektronische) communicatiekanalen overgebracht leesbaar en reproduceerbaar bericht; i. stichting: De Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Kampen Dronten; j. WVO: Wet op het voortgezet onderwijs. 2. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van het begrip of woord in en omgekeerd. 3. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijk geslacht een verwijzing naar het vrouwelijk geslacht in en omgekeerd. Artikel 2.
Naam, zetel en duur
1. De stichting draagt de naam: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Kampen Dronten. 2. De stichting is gevestigd in de gemeenten Kampen. 3. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Artikel 3.
Doel
1. De stichting heeft ten doel het geven van openbaar voortgezet onderwijs overeenkomstig het bepaalde in artikel 42 WVO door middel van het in stand houden van één of meer openbare scholen en al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. 2. De stichting houdt het Almere College, een school voor openbaar voortgezet onderwijs met brinnummer 01XN en met vestigingen in Kampen en Dronten in stand. 3. De stichting streeft naar een zoveel mogelijk breed en kwalitatief goed onderwijsaanbod in de gemeenten Kampen en Dronten en hanteert als kernwaarden: gelijkwaardigheid, vrijheid en ontmoeting. 4. De Stichting wil: a. Door het aanbieden van ontmoetingsonderwijs bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en
Pagina 1 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020 maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving met onderkenning van de betekenis van die waarden; b. toegankelijk zijn voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing; c. onderwijs geven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 5. De stichting oefent met uitzondering van besluitvorming met betrekking tot de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. Ten aanzien van de onderwerpen genoemd in artikel 18 is de goedkeuring van de gemeenteraden vereist. 6. De stichting heeft uitdrukkelijk niet tot doel het behalen van winst. Artikel 4.
Middelen
De stichting hanteert alle rechtmatige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen en particulieren inbegrepen. Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting. Geen natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Artikel 5.
Structuur van de stichting
De stichting kent de volgende organen: − De bestuurder, − De raad van toezicht Artikel 6.
Bestuurder; benoeming
1. De stichting heeft een bestuur bestaande uit één persoon die wordt aangeduid als bestuurder. Slechts natuurlijke personen kunnen worden benoemd als bestuurder. 2. De raad van toezicht benoemt de bestuurder met inachtneming van een door de raad van toezicht vastgestelde profielschets en selectieprocedure. 3. De bestuurder wordt benoemd voor de duur van de arbeidsovereenkomst met de stichting of een andere door de raad van toezicht te bepalen periode. 4. De arbeidsvoorwaarden van de bestuurder worden overeengekomen binnen de grenzen van de daarop betrekking hebbende wetgeving en met inachtneming van de toepasselijk collectieve arbeidsovereenkomst. De beloning van de bestuurder wordt verantwoord in de jaarrekening van de stichting. 5. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van de bestuurder benoemt de raad van toezicht een interim-bestuurder, niet zijnde een lid van de raad van toezicht. Artikel 7.
Bestuurder; schorsing en ontslag
1. De raad van toezicht kan de bestuurder te allen tijde schorsen of ontslaan. 2. Een besluit tot schorsing of ontslag van de bestuurder wordt bij meerderheid van stemmen genomen in een vergadering van de raad van toezicht waar ten minste 75% van de leden aanwezig is of zich laat vertegenwoordigen. Is het vereiste quorum niet aanwezig, dan wordt binnen twee weken, maar niet eerder dan na een week een tweede vergadering bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden bij Pagina 2 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020
3.
4. 5. 6.
meerderheid van stemmen een besluit over schorsing of ontslag van de bestuurder wordt genomen. Indien de bestuurder is geschorst dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag van de bestuurder dan wel tot opheffing of handhaving van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie maanden, ingaande op de dag dat de raad van toezicht het besluit tot handhaving heeft genomen. Een bestuurder die is geschorst wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in de vergadering van de raad van toezicht en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag van de bestuurder wordt niet genomen dan nadat de bestuurder vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. In geval van ernstige taakverwaarlozing door de bestuurder of functioneren in strijd met de wet zijn de gemeenteraden bevoegd om te voorzien in het bestuur van de school en zo nodig de stichting te ontbinden.De bestuurder defungeert voorts: a. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend, dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen – al dan niet voorlopig – van toepassing wordt verklaard; b.
door zijn onder curatelestelling; c. indien zijn vermogen (nagenoeg) geheel onder bewind wordt gesteld; d. door zijn vrijwillig of periodiek aftreden; e. bij het eindigen van zijn dienstverband met de stichting; f. door zijn ontslag door de rechtbank; g. door zijn overlijden.
Artikel 8.
Bestuurder; taken en bevoegdheden
1. De bestuurder is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. De bestuurder is belast met alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag, met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school. Aan de bestuurder komen in de stichting voorts alle taken en bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2. Bij het vervullen van zijn taken en bevoegdheden richt de bestuurder zich naar het doel en belang van de stichting. De bestuurder zet zich in voor het handhaven van het karakter van het openbaar onderwijs. 3. De bestuurder legt voor de door hem uitgevoerde bestuurlijke taken en bevoegdheden verantwoording af aan de raad van toezicht en draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening aan de raad van toezicht, waarbij hij tenminste drie keer per jaar de raad van toezicht informeert over de algemene gang van zaken binnen de rechtspersoon. De bestuurder is gehouden terstond door de raad van toezicht gevraagde inlichtingen en gegevens te verstrekken. 4.
De bestuurder stelt eens in de vier jaren, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht een strategisch beleidsplan vast en formuleert concrete doelstellingen van de school, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij de school zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. 5. De bestuurder is slechts met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of Pagina 3 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020 hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van de in dit lid genoemde goedkeuring kan tegen derden een beroep worden gedaan. 6. Voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht is verder vereist voor besluiten van de bestuurder tot: a. de vaststelling van de begroting en jaarrekening en het bestuursverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant; b. het aangaan van financiële verplichtingen die niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht bij reglement vastgesteld en aan de bestuurder meegedeeld bedrag; c. de beëindiging van de dienstverbanden van een aanmerkelijk aantal personeelsleden van de stichting tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek; d. een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal personeelsleden in dienst van de stichting; e. het aanvragen van faillissement en surseance van betaling; f. het vaststellen van reglementen als bedoeld in deze statuten; g.
het verlenen van een volmacht als bedoeld in artikel 9 lid 3 van deze statuten, met uitzondering van een aan een advocaat verleende volmacht om de stichting te vertegenwoordigen in een arbeidsrechtelijk geschil met een personeelslid van de stichting, niet zijnde de bestuurder; h. het wijzigen van de statuten; i. het doen van een voorstel tot opheffing of afsplitsing van (een deel van) de door de stichting in stand gehouden school; j. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon, mits deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden school; en k. het voorstel tot juridische fusie of juridische splitsing. 7. De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in dit artikel zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan de bestuurder te worden meegedeeld. 8. De bestuurder draagt zorg voor een adequate vastlegging en registratie van de overeenkomstig de wet en de statuten genomen besluiten met de datum van de door de raad van toezicht genomen goedkeuringsbesluiten, indien van toepassing. 9.
Indien een besluit van de bestuurder kan leiden tot een tegenstrijdig belang tussen de bestuurder en de stichting, legt de bestuurder, onder vermelding van de aard van het tegenstrijdig belang en de gekozen oplossing, het voorgenomen besluit ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. 10. In het bestuursreglement is vastgelegd op welke wijze wordt geborgd dat bij de bestuurlijke besluitvorming verschillende perspectieven worden meegewogen. Artikel 9.
Vertegenwoordiging van de stichting
1. De stichting wordt vertegenwoordigd door de bestuurder, tenzij het een aangelegenheid betreft waarin de bestuurder een tegenstrijdig belang heeft met de stichting. 2. Ingeval naar de opvatting van de raad van toezicht sprake is van een tegenstrijdig belang als bedoeld in het eerste lid en de raad van toezicht dit schriftelijk aan de bestuurder heeft
Pagina 4 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020 meegedeeld, wordt de stichting vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van toezicht of een andere door de raad van toezicht daartoe aangewezen vertegenwoordiger. 3. Na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht kan de bestuurder in het managementstatuut van de stichting een doorlopende volmacht verlenen aan medewerkers in dienst van de stichting om namens de bestuurder besluiten te nemen die gericht zijn op rechtsgevolg. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting binnen de grenzen van zijn volmacht. 4. De bestuurder kan tevens volmacht verlenen aan een advocaat om de stichting te vertegenwoordigen in specifieke (buiten)gerechtelijke juridische geschillen. Artikel 10.
Raad van toezicht; samenstelling, benoeming en vergoeding
1. De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van tenminste vijf en ten hoogste zeven leden. Slechts natuurlijke personen kunnen worden benoemd tot lid. 2. De leden van de raad van toezicht worden voor de eerste maal door de gemeenteraden benoemd met inachtneming van het hierna bepaalde. Benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht vastgestelde profielschets en selectieprocedure. Deze vaststelling geschiedt na advies van de MR. De profielschets en selectieprocedure worden openbaar gemaakt en voorts ter kennisneming aan de gemeenteraden gezonden. 3. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt de MR in de gelegenheid gesteld om een bindende voordracht te doen voor één zetel, waarbij geldt dat tenminste de meerderheid van de oudergeleding van de MR vóór de betreffende voordracht dient te zijn. De oudergeleding van de MR heeft voorts ten aanzien van één zetel in de raad van toezicht het recht een bindende voordracht te doen indien de raad van toezicht uit vijf of zes leden bestaat.
De oudergeleding van de MR heeft ten aanzien van twee zetels in de raad van toezicht het recht een bindende voordracht te doen indien de raad van toezicht uit meer dan zes leden bestaat, met dien verstande dat de voordracht dient te worden opgemaakt overeenkomstig de profielschets en de selectieprocedure. Indiende oudergeleding van de MR niet binnen twee maanden na daartoe te zijn uitgenodigd overgaat tot het doen van een bindende voordracht, vervalt dit recht en kan de raad van toezicht ongeacht het ontbreken van een bindende voordracht zelf een lid voordragen aan de gemeenteraden. Dit lid wordt dan geacht te zijn benoemd op grond van het voordrachtrecht van de oudergeleding van de MR. De MR en de raad van toezicht kunnen in een reglement nadere afspraken vastleggen over de uitoefening van de voordrachtrechten, invloed van de MR op de samenstelling van de raad van toezicht en de situatie waarin de MR er niet in is geslaagd om binnen twee maanden na daartoe te zijn uitgenodigd met een voordracht te komen. 4. De benoeming van de overige leden van de raad van toezicht, waarvoor geen voordrachtrecht als hiervoor in lid 3 geldt, geschiedt op basis van een bindende voordracht van de raad van toezicht. 5.
De wervings- en selectieprocedure voor nieuwe leden van de raad van toezicht die leidt tot een voordracht aan de gemeenteraden wordt door de raad van toezicht in een reglement vastgelegd. 6. Voor de herbenoeming van leden van de raad van toezicht waarvan de eerste benoemingstermijn afloopt stelt de raad van toezicht een herbenoemingsprocedure vast. Herbenoeming vindt plaats door de raad van toezicht. De totale zittingstermijn van leden van de raad van toezicht is maximaal 8 jaar. 7. Leden van de raad van toezicht functioneren onafhankelijk. Leden van de raad van toezicht kunnen niet zijn personen die:
Pagina 5 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020 a. als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de stichting, dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting; b. als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld in onderdeel c hierna; c. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: - het aannemen van werk ten behoeve van de stichting; - het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting; - het doen van leveranties aan de stichting; - het verhuren van roerende zaken aan de stichting; - het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting; - het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; - het onderhands huren van de stichting; d. deel uitmaken van een van de medezeggenschapsorganen van de school van de stichting; e. deel uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders, dan wel van de gemeenteraad van Kampen of Dronten; f. bestuurder zijn van een school voor voortgezet onderwijs, dan wel deel uitmaken van de schoolleiding van een school voor voortgezet onderwijs; g.
werknemer of bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad van een werknemer van de stichting zijn, of een niet geformaliseerde partnerrelatie met een werknemer van een stichting heeft; h. ouder of verzorger zijn van een leerling die op de school van de stichting staat ingeschreven, indien daardoor meer dan één lid van de raad van toezicht ouder of verzorger van een op de school van de stichting ingeschreven leerling is. 8. Ingeval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden, onverminderd de verplichting om onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 9. Leden van de raad van toezicht ontvangen een redelijke vergoeding voor hun werkzaamheden en verantwoordelijkheden die past bij de omvang en complexiteit van de organisatie. De raad van toezicht stelt een vergoedingsregeling vast, waarin de hoogte van de vergoeding is onderbouwd. Alle aan de leden van de raad van toezicht betaalde vergoedingen worden verantwoord in de jaarrekening. 10. Het functioneren van de raad van toezicht en de individuele leden wordt periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. Tenminste een keer per drie jaren vindt deze beoordeling plaats onder externe begeleiding. Voorafgaand aan de beoordeling van en door de raad van toezicht wordt de bestuurder in de gelegenheid gesteld om een bijdrage te leveren aan deze beoordeling vanuit het perspectief van de bestuurder.
De beoordelingsprocedure legt de raad van toezicht vast in een reglement. Artikel 11.
Raad van toezicht; schorsing, ontslag, ontstentenis en belet
1. Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het lid van de raad van toezicht dat voor schorsing of ontslag wordt voorgedragen. De raad van toezicht doet mededeling van de schorsing, respectievelijk het ontslag aan de gemeenteraden. 2. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst of ontslagen wegens onder meer: - verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; Pagina 6 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020
3.
4. 5. 6.
7.
- strijdigheid van functies of belangen; - in alle gevallen wegens uitingen en gedragingen waardoor de goede naam of belangen van de stichting worden geschaad. Een schorsing vervalt indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Een lid van de raad van toezicht dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden, Een besluit over ontslag van een lid van de raad van toezicht wordt niet genomen dan nadat het lid over wiens ontslag wordt besloten de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend, dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen – al dan niet voorlopig – van toepassing wordt verklaard; b. door zijn onder curatelestelling; c. indien zijn vermogen (nagenoeg) geheel onder bewind wordt gesteld; d. door zijn vrijwillig of periodiek aftreden; e. door zijn overlijden. In geval van ontstentenis of belet van een of meer leden van de raad van toezicht blijft de raad van toezicht bevoegd.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door gelijkluidend besluit van de gemeenteraden, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is aangewezen.
Artikel 12.
Raad van toezicht; taken en bevoegdheden
1. De raad van toezicht houdt toezicht op de uitvoering van de taken en de uitvoering van de bevoegdheden door de bestuurder en de algemene gang van zaken binnen de stichting en staat de bestuurder met raad terzijde. De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De raad van toezicht is ten minste belast met: a. het goedkeuren van de begroting en het bestuursverslag en, indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de school; b. het toezien op de naleving door de bestuurder van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 103 lid 1 sub a WVO en de afwijkingen van de code; c. het toezien op- de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting, verkregen op grond van de WVO; d. het aanwijzen van de accountant die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht; e. het benoemen, schorsen en ontslaan van de bestuurder, alsmede de toepassing van 38a tot en met 39a1, 40a WVO en de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen op de bestuurder die mede tot het personeel behoort; en f. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en bevoegdheden in het bestuursverslag. 2. De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter.
De raad van toezicht laat zich bij de uitoefening van zijn taken ondersteunen door een uit zijn midden benoemde auditcommissie, een uit zijn midden benoemde remuneratiecommissie en een uit zijn Pagina 7 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020 midden benoemde kwaliteitscommissie. De samenstelling, taken en werkwijzer van de commissies worden in een reglement door de raad van toezicht vastgelegd. 3. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 4. De raad van toezicht overlegt (ten minste) tweemaal per jaar met de (G)MR buiten de aanwezigheid van de bestuurder.
Artikel 13.
Raad van toezicht; vergadering en werkwijze
1. De raad van toezicht vergadert ten minste vijf keer regulier per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en). 2. De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de raad van toezicht, door de bestuurder in opdracht van degene(n) die het houden van de vergadering heeft of hebben verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste zeven dagen. In spoedeisende gevallen, zulks ter beoordeling van de voorzitter van de raad van toezicht, kan de termijn van oproeping worden verkort. 4. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter of bij diens ontstentenis of afwezigheid door de vice-voorzitter of bij diens ontstentenis of afwezigheid door de plaatsvervanger, die dan ad hoc door de vergadering en alleen voor die vergadering wordt benoemd. 5. De reguliere vergaderingen van de Raad van Toezicht bestaan uit een besloten deel, waaraan alleen de leden van de raad van toezicht deelnemen, met aansluitend een deel waaraan tevens de bestuurder deelneemt. De bestuurder heeft tijdens de vergaderingen van de raad van toezicht een adviserende stem.
Daarnaast kan de raad van toezicht, als de te bespreken onderwerpen daartoe aanleiding geven, een besloten vergadering beleggen buiten aanwezigheid van de bestuurder. 6. In de vergadering van de raad van toezicht heeft ieder lid recht op het uitbrengen van één stem. Voor zover de statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van de raad van toezicht genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 7. Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 8. Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd andere lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen. 9. Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden van de raad van toezicht zich voor het desbetreffende voorstel uitspreken. Zodanige besluiten worden aan de notulen toegevoegd. 10.
Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht wordt een lijst van de door de raad van toezicht gehouden besluiten gehouden. De besluitenlijst wordt vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en ten blijke daarvan door de voorzitter (van de vergadering) ondertekend. 11. De overige regeling van de werkwijze en besluitvorming van de raad van toezicht, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken in commissies, geschiedt bij reglementen die worden vastgesteld door de raad van toezicht. Pagina 8 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020
Artikel 14.
Boekjaar, jaarstukken en begroting
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. De bestuurder is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3. De bestuurder stelt jaarlijks, vóór een door de raad van toezicht te bepalen tijdstip, echter voor het einde van het lopende boekjaar, een begroting op voor het komende boekjaar en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Indien voor één februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting niet is goedgekeurd door de raad van toezicht, nemen de gemeenteraden de maatregelen die zij nodig achten om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen. De begroting wordt binnen twee maanden na de goedkeuring ter kennisname aan de gemeenteraden toegezonden. 4. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door de bestuurder een jaarrekening over het afgelopen boekjaar opgemaakt welke vergezeld wordt van een rapport van een accountant. 5. De accountant wordt door de raad van toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan de bestuurder en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen. 6.
De jaarrekening worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door de bestuurder vastgesteld, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en ten blijke daarvan door de bestuurder en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. De jaarrekening wordt binnen twee maanden na de vaststelling ter kennisname aan de gemeenteraden toegezonden. 7. De bestuurder is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaren lang te bewaren. 8. De bestuurder brengt jaarlijks aan de gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt en met de jaarrekening ter kennisname aan de raden toegezonden Artikel 15.
Reglementen
1. De bestuurder is met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd één of meer reglementen vast te stellen waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat. In afwijking van het vorenstaande worden alle reglementen die betrekking hebben op de raad van toezicht of op de werknemerspositie of het functioneren van de bestuurder door de raad van toezicht vastgesteld. 2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. 3. De bestuurder is met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht te allen tijde bevoegd een eerder door de bestuurder vastgesteld reglement te wijzigen of op te heffen.
Artikel 16.
Statutenwijziging, juridische fusie en juridische splitsing
1. De bestuurder is met goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd de statuten te wijzigen. Artikel 18 is van toepassing.
Pagina 9 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020 2. Voor het besluit tot goedkeuring van de statutenwijziging is ten minste een meerderheid van twee derde van de stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. De bestuurder is bevoegd gemelde notariële akte te (doen) verlijden.
De bestuurder is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen bij het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing. Artikel 18 is van toepassing. Artikel 17.
Ontbinding en vereffening
1. De bestuurder is met goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd de stichting te ontbinden. Artikel 18 is van toepassing. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 3. De vereffening geschiedt door de bestuurder onder toezicht van de raad van toezicht. 4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. 5. Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd aan een door de bestuurder met goedkeuring van de raad van toezicht aan te wijzen fiscaal erkende algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling. Artikel 18 is van toepassing. 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder degene die daartoe door de vereffenaar(s) is aangewezen. Artikel 18.
Ontbinding en vereffening
Slechts na instemming van de gemeenteraden en onverminderd goedkeuring door de raad van toezicht kan de bestuurder besluiten tot: a. statutenwijziging; b. juridische fusie; c. juridische splitsing; d. ontbinding van de stichting; e. bestemming van het batig liquidatiesaldo.
Pagina 10 van 11
Versie 4 d.d. 26 september 2020 Artikel 19. Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist de bestuurder. Betreft het een niet geregeld geval van materieel belang voor de stichting, dan vraagt de bestuurder vooraf goedkeuring aan de raad van toezicht, tenzij een directe bestuurlijke actie is vereist om schade voor de stichting te voorkomen.
Pagina 11 van 11