CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

A12 241112 Raadsinformatiebrief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (685151).pdf

Oordeelsvormende vergadering 12 december 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 7: Agenderingsverzoek Defensie4.255 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF Zaaknummer: 685148 Documentnummer: 685151

Datum: 12 november 2024 Portefeuille(s): Defensie Portefeuillehouder(s): P. van Bergen

Onderwerp: Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Context ☐ Afdoening motie [naam / raadsvergadering d.d.] ☐ Afdoening toezegging [commissievergadering/raadsvergadering d.d.] ☐ Beantwoording raadsvragen ☒ Actuele bestuurlijke aangelegenheid ☐ Anders, [te weten…] Inleiding Het Ministerie van Defensie (hierna: Defensie) heeft vandaag bekendgemaakt welke locaties wel of niet verder in de gemeente Dronten worden onderzocht als voorkeurslocaties in kader van het Nationaal Programma Defensie. De volgende locaties worden verder onderzocht: - de grootschalige opslag voor munitie in Biddinghuizen - laagvlieggebied voor helikopters Ketelmeer De volgende locaties worden niet verder onderzocht: - de kazerne voor ondersteunende diensten in Biddinghuizen - het terrein voor het oefenen en trainen met explosieven in Swifterbant - de grootschalige opslag voor munitie in Dronten Daarnaast zal Defensie in december 2024 duidelijk maken of Lelystad Airport in beeld blijft voor het stationeren van jachtvliegtuigen en wat de mogelijke impact is op grondgebied van Dronten en haar inwoners. Kernboodschap Defensie onderzoekt binnen het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie sinds eind december 2023 locaties in Nederland voor het uitbreiden van haar activiteiten. In kader van dit programma waren binnen de gemeente Dronten vijf zoeklocaties in beeld.

In februari en juni heeft het college naar aanleiding van de Notitie Reikwijdte Detailniveau en de Nota van Antwoord dat als basis dient voor een milieueffectrapportage (PlanMER) zienswijzen ingediend. In de zienswijzen heeft het college Defensie onder andere gewezen op de reeds aanwezige en toekomstige beperkingen zoals de toekomstige woningbouw en de aanwezigheid van windmolens. Om de gevolgen van de verschillende zoeklocaties op het milieu en de omgeving in beeld te Bijlage(n):

De Rede 1 8251 ER Dronten

Postbus 100 8250 AC Dronten

Telefoon 14 0321

www.dronten.nl

krijgen laat Defensie momenteel een PlanMER uitvoeren. Defensie heeft de afgelopen maanden over de plannen inventariserende gesprekken gevoerd met betrokken provincies en gemeenten. Op basis van de uitkomsten van deze gesprekken, de zienswijzen en de voorlopige resultaten van de PlanMER is voor zoeklocaties van Defensie duidelijk geworden dat het niet mogelijk is dat bepaalde locaties uiteindelijk een voorkeurslocaties worden. Het kabinet heeft besloten om nu de keuze te maken welke locaties Defensie voor diverse behoeften verder blijft onderzoeken. De Tweede Kamer is vandaag per brief op de hoogte gebracht. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan de oproep van onder andere ons college om zo snel als mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Locaties verder in onderzoek in de gemeente Dronten Voor een locatie voor de grootschalige munitieopslag gaat Defensie de locatie in Biddinghuizen verder onderzoeken. Naast Biddinghuizen gaat Defensie de locaties in de gemeenten Staphorst en Weerselo verder onderzoeken. Voor het laagvlieggebied voor helikopters heeft Defensie geen keuze gemaakt in de locaties. Alle locaties blijven in onderzoek en acht Defensie nog geschikt. Defensie geeft aan dat zij deze gebieden nader wenst te onderzoeken in overleg met de betrokken gemeenten. Doel is om de laagvlieggebieden nader vorm te geven.

Locaties niet verder in onderzoek in de gemeente Dronten Defensie neemt de volgende zoeklocaties in Dronten niet verder in onderzoek: - de kazerne voor ondersteunende diensten in Biddinghuizen - het terrein voor het oefenen en trainen met explosieven in Swifterbant - de grootschalige opslag voor munitie in Dronten. Uit de voorlopige PlanMER resultaten is volgens Defensie gebleken dat bij de locaties die verder niet in onderzoek worden genomen milieueffecten optreden of belemmerende factoren aanwezig zijn die ervoor zorgen dat deze locatie uiteindelijk geen voorkeurslocatie kan worden. In de aanvullende zienswijze heeft het college Defensie gewezen op de aanwezigheid van windmolens en de groeiambitie in Dronten Oost. Om deze reden is de grootschalige munitieopslag in Dronten afgevallen. Lelystad Airport Op dit moment vinden nog onderzoeken plaats naar de effecten van de jachtvliegtuigen op de omgeving waaronder Lelystad Airport. Een mogelijke komst van jachtvliegtuigen zoals een squadron F-35s kan invloed hebben op de woon- en leefomgeving in de gemeente Dronten. Defensie kan nu nog niet aangeven welke locaties zij verder in onderzoek neemt en welke niet. Begin december a.s. is er een bestuurlijk overleg met Defensie waarin zij meer duidelijkheid geeft over het onderzoek naar de jachtvliegtuigen.

Flevoland Naast de locaties in de gemeente Dronten blijven de volgende zoeklocaties in de provincie Flevoland in onderzoek: - kazerne voor ondersteunende diensten aan de Spiekweg of in Oosterwold in Zeewolde. - terrein voor het oefenen en trainen met explosieven in Lelystad. - oefen- en stationeringslocatie voor cargodrones bij het MITC in de gemeente Noordoostpolder.

Reactie college Op basis van deze brief van Defensie aan de Tweede Kamer begrijpen wij dat dit bericht, mede gelet op de omvang van de zoeklocaties, voor een groot deel van de inwoners van de gemeente Dronten en betrokkenen in de zoeklocaties voor verlichting zal zorgen. Voor de betrokkenen rondom de grootschalige munitieopslag in Biddinghuizen en bij Ketelhaven voor het laagvlieggebied blijft de onduidelijkheid voortduren De reactie van omwonenden, de inbreng van uw raad en de ingediende zienswijzen zijn leidend geweest bij het bestuurlijk overleg van 21 oktober jl. met de staatssecretaris van Defensie. In dit overleg hebben wij aangegeven dat de locatie in Biddinghuizen een grote wissel trekt op het agrarische gebied en de aanwezige bedrijven én geen economische verbetering oplevert voor het gebied. Dit standpunt zullen wij blijven verkondigen richting Defensie. De uitkomsten van de onderzoeken rondom de jachtvliegtuigen en de impact hiervan op het grondgebied van de gemeente blijven wij nauw volgen. Dit geldt evenzo voor het nader bepalen van het laagvlieggebied voor helikopters. Nu Defensie de locatie in Biddinghuizen en het laagvlieggebied voor helikopters als kansrijk blijft achten, is het nodig om na te denken welke condities wij alsdan hieraan verbinden.

Op een passend moment op kortere termijn gaan wij graag met uw raad hierover in gesprek Vervolg Defensie gaat verder met haar onderzoeken. Defensie hanteert als planning dat eind maart 2025 per ruimtebehoefte een voorkeurslocatie wordt benoemd in de Ontwerp Nationale Beleidsvisie NPRD. Tegen dit ontwerp staat een zienswijzeprocedure open. Dit zal leiden tot een Nota van Antwoord en Nationale Beleidsvisie NPRD na de zomer van 2025. Informeren van betrokken eigenaren zoeklocaties Gelijktijdig met het versturen van de brief aan de Tweede Kamer gaat Defensie alle eigenaren in de zoeklocaties informeren over het wel of niet verder onderzoeken van de zoeklocatie. Wij zullen Defensie gelet op hun rol over het informeren van de betrokken vragen extra aandacht te besteden aan de twee zoeklocaties in de gemeente Dronten. We zijn als college van harte bereid dit te faciliteren.

Bijlage(n) bij deze raadsinformatiebrief Brief aan Tweede Kamer

R. Hammenga MA secretaris

drs. J.P. Gebben burgemeester

> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl Onze referentie BS2024036142

Datum

Klik of tik om een datum in te voeren.

Betreft

Niet verder te onderzoeken locatie-alternatieven voor het NPRD

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter, Sinds een aantal jaar wordt weer geïnvesteerd in Defensie: meer mensen, meer materieel, meer training en meer activiteiten. Dit kabinet zet die lijn met kracht voort. De veiligheidssituatie in de wereld verslechtert helaas steeds meer. De krijgsmacht moet daarom worden versterkt, in het bijzonder op hoofdtaak 1(de verdediging van ons grondgebied en dat van onze bondgenoten) zodat Defensie in staat is om te verdedigen wat ons dierbaar is. Dit vraagt om extra ruimte, zowel fysieke, milieu- als geluidsruimte. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) is die extra ruimtevraag in beeld gebracht en zoeken we zorgvuldig naar goede locaties en ruimte voor defensieactiviteiten in samenhang met andere urgente ruimtevragen. Op 31 augustus jl. heb ik een Nota van Reactie (NvR) aan uw Kamer gestuurd (kamerstuk 36 124 nr. 47) waarin ik heb toegelicht dat bij veel betrokkenen een grote behoefte bestaat om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen als een locatie-alternatief niet verder wordt onderzocht, de zogenaamde eerste trechtering. Bezoekers van de informatiebijeenkomsten gaven aan dat juist de onzekerheid over hun situatie datgene is waar ze zich grote zorgen over maken. Daarnaast heb ik in het tweeminutendebat Ruimte voor Defensie van 10 september jl. met uw Kamer het gesprek gevoerd over het NPRD.

In dit debat heeft uw Kamer mij met een motie (kamerstuk 36 124, nr. 51) opgeroepen om de informatievoorziening rond de uitbreidingsplannen van Defensie te verbeteren, zonder vertraging in de uitvoering van het programma op te lopen. Ik onderschrijf beide oproepen tot snelle en heldere informatievoorziening en wil, in lijn met de motie, zo spoedig mogelijk duidelijkheid geven. Daarom communiceer ik in dit stadium van het proces de locatie-alternatieven die wij in deze fase van het NPRD niet verder zullen onderzoeken. In de afgelopen periode hebben we op vele manieren gesprekken gevoerd met bewoners, belanghebbenden en bestuurders door middel van onder andere informatiebijeenkomsten en bestuurlijk overleggen. Tijdens deze gesprekken is naar voren gekomen wat de impact is van het onderzoeken van bepaalde locatie-alternatieven op de omwonenden en wat de (on)mogelijkheden zijn voor bepaalde locatie-alternatieven, kansen voor ontwikkeling en mogelijkheden tot koppeling met plannen van mede-overheden.

Eerste trechtering van locatie-alternatieven In de NvR heb ik aangegeven dat een eerste moment om direct betrokkenen te informeren over de eerste trechtering na de eerste ronde van de bestuurlijke overleggen zou zijn. In deze overleggen heb ik toegelicht welke locatie-alternatieven voor welke ruimtelijke behoeften op basis van de nu beschikbare uitkomsten van het planMER niet verder worden onderzocht. In het planMER worden alle locatie-alternatieven van de verschillende ruimtelijke behoeften gelijkwaardig onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. De uitkomsten laten zien dat realisatie op die locaties op basis van één of meerdere aspecten van de leefomgeving niet gemakkelijk uitvoerbaar is.

Pagina 1 van 10

Voor deze locaties geldt daarom dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie te worden opgenomen. In de bijlage treft uw Kamer per ruimtebehoefte van Defensie een toelichting op de uitkomsten van het onderzoek naar locatie-alternatieven met een bovenregionale afweging uit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) die niet verder onderzocht zullen worden. Het gaat hierbij om de locatie-alternatieven waarvan nu planMER-resultaten beschikbaar zijn. Ook is een overzicht opgenomen van de locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht. Voor de overige behoeftes met een bovenregionale afweging geldt dat óf alle locatie-alternatieven nog in onderzoek zijn, óf dat de planMER-resultaten nog niet beschikbaar zijn. Ik realiseer mij dat dit niet de zorgen wegneemt rond de locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht. In deze fase van het NPRD is het nog niet mogelijk om locatie-alternatieven definitief te laten afvallen. Dit gebeurt als de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie in 2025 door het kabinet definitief wordt vastgesteld. De reden hiervoor is dat bij het verschijnen van het planMER voor iedereen inzichtelijk moet zijn hoe alle locatie-alternatieven die in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD; kamerstuk 36 124 nr. 41) en in de Nota van Antwoord (kamerstuk 36 124, nr.

44) zijn opgenomen, zijn beoordeeld. Het planMER moet dus aansluiten bij de door het kabinet vastgestelde NRD voor alle locatie-alternatieven.

Locatie-alternatieven in het mijnbouwschadegebied in Groningen Ik sta specifiek stil bij de locatie-alternatieven voor de behoefte Munitieopslag Snel-InzetbareCapaciteit in het mijnbouwschadegebied in Groningen (locatie-alternatieven Slochteren, Luddeweer en Tjuchem) omdat over deze locaties grote maatschappelijke onrust is ontstaan. Defensie heeft op 19 september jl. een speciale informatiebijeenkomst voor de omwonenden in dit gebied georganiseerd. De hier uitgesproken zorgen en de emoties van de omwonenden hebben mij nog sterker doen beseffen wat de bewoners van dit gebied vanwege de mijnbouwschade al hebben moeten meemaken en hoe ongelukkig de ligging van deze locaties is. Bewoners van woningen die recent zijn versterkt of waarvan de plannen voor versterking in een vergevorderd stadium zijn, zouden door de mogelijke vestiging van een munitieopslag hun woning opnieuw moeten verlaten. Ik vind dit, naast bestaande zorgen en emoties, onacceptabel en wil de zorgen van de getroffen bewoners zoveel mogelijk verlichten door duidelijkheid te geven dat de genoemde locaties in het mijnbouwschadegebied niet verder worden onderzocht. Dit is in lijn met de wens van uw Kamer, die mij via een motie (kamerstuk 33 529, nr. 1249) heeft verzocht tot een verbod te komen op het bouwen van munitiedepots in het mijnbouwschadegebied.

Naast signalen uit de omgeving en de motie van uw Kamer laten de uitkomsten van het planMER zien dat de locatie-alternatieven Slochteren, Luddeweer en Tjuchem om meerdere redenen niet geschikt zijn als locatie voor een dergelijke munitieopslag. Deze locaties worden dan ook niet verder onderzocht. De schrijnende situatie die ontstaat bij een eventuele vestiging van een munitieopslag op één van deze locaties maakt dat het kabinet toezegt deze locaties definitief niet in overweging te nemen bij het vaststellen van de ontwerp Beleidsvisie en de keuze van de voorlopige voorkeurslocaties begin volgend jaar.

Vervolgproces In de genoemde bestuurlijke overleggen heb ik de provincies en gemeenten geïnformeerd over de eerste uitkomsten van het planMER-onderzoek en wat dit betekent voor de in die provincie onderzochte locatie-alternatieven. In de komende dagen worden direct betrokkenen, zowel provincies als gemeenten en omwonenden, hierover persoonlijk door Defensie geïnformeerd. Op basis van het planMER zal het kabinet na verder bestuurlijk overleg met de provincies en gemeenten naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 de voorlopige voorkeurslocaties bekend maken. Deze worden als onderdeel van het ontwerp van de Nationale Beleidsvisie Ruimte Pagina 2 van 10

voor Defensie opnieuw ter inzage gelegd. Bewoners en andere stakeholders kunnen hier wederom zienswijzen op indienen die zullen worden meegenomen in de besluitvorming van definitieve locaties door het kabinet. Defensie heeft de afgelopen periode ook veel waardering gekregen voor de opzet van het NPRD en de openheid over het proces. Ik waardeer de brieven die ik heb ontvangen van provincies, gemeenten en burgers waarin dit ook is benoemd. Ook in de motie van uw Kamer staat dat Defensie een zorgvuldig en transparant proces doorloopt. Voor de volgende fase in de NPRD-aanpak, het toewerken naar de ontwerp-Beleidsvisie Ruimte voor Defensie en de zogenaamde voorkeurslocaties, is tijdige berichtgeving richting de direct betrokkenen, zowel provincies, gemeenten als omwonenden, nog belangrijker.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Gijs Tuinman

Pagina 3 van 10

Bijlage bij brief over niet en wel verder te onderzoeken locatie-alternatieven voor het NPRD Deze bijlage bevat een toelichting op de locatie-alternatieven met een bovenregionale afweging uit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) die niet verder onderzocht zullen worden. Het gaat hierbij om de locatie-alternatieven waarvan nu planMER-resultaten beschikbaar zijn. Voor de overige behoeftes met een bovenregionale afweging zijn óf alle locatie-alternatieven nog in onderzoek, óf zijn de planMER-resultaten nog niet beschikbaar. Ook is een overzicht aan het eind van de bjlage opgenomen van de locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht.

Overzicht per behoefte Behoefte

Niet verder te onderzoeken locatie-alternatieven

I: Concentreren en versterken ondersteunende eenheden

Zeewolde-Gooiseweg Biddinghuizen-Noord Stroe (de uitbreidingsalternatievenalternatieven zoals genoemd in paragraaf 2.2. van de Nota van Antwoord Ermelo (de uitbreidingsalternatieven zoals genoemd in paragraaf 2.2. van de Nota van Antwoord) Landbouwtransitiegebieden

II: Extra locatie grootschalige munitieopslag

Zevenaar Toldijk Zoelen-Oost Zoelen-West Dronten Dalfsen

III: Nieuwe munitieopslag snel-inzetbare-capaciteit (SIC)

Luddeweer Slochteren Exloo Zweeloo Tjuchem

IV: Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein)

Swifterbant Nijverdal Loenen Wapenveld Uitbreiding Reek

Pagina 4 van 10

V: Oefendorp

Vughtse Heide Crayelheide Rucphense Heide Havelte-West Vlasakkers Doorn-Driebergen

VI: Amfibisch oefengebied

Petten Ouddorp Oostvoorne

IX: Onbemande maritieme helikopters

Rechtstreeks Langs Natura2000

X: Stationering en corridors onbemande cargodrones

Permanente stationering Twente Airport

Voor de behoeftes VII. Host Nation Support, XI. Laagvlieggebieden helikopters en XII. Helikopterlandingsplaatsen worden alle locatie-alternatieven in de huidige fase van het NPRD verder onderzocht. Voor behoeftes VIII. Uitbreiding jachtvliegtuigcapaciteit en XIII. Onverharde landingsbaan en de locatiespecifieke behoeftes zijn momenteel nog geen planMER-resultaten beschikbaar.

Nadere toelichting Behoefte I: Concentreren en versterken ondersteunende eenheden Voor de locatie-alternatieven voor deze behoefte zijn vooral de effecten op het gebied van natuur, water en bodem en landschap en natuur onderscheidend. Met name op basis van deze thema’s worden de volgende locaties niet verder onderzocht: Stroe en Ermelo:

Voor deze locatie-alternatieven is gekeken naar zowel uitbreiding op Stroe óf Ermelo als Stroe én Ermelo samen. Het gaat hierbij om de uitbreidingsalternatieven die opgenomen zijn in de Nota van Antwoord (NvA). Deze uitbreidingsalternatieven worden beperkt door de ligging in Natura 2000-gebied en zijn niet eenvoudig uitvoerbaar binnen het geldende juridisch kader en de vigerende natuur- en milieuwetgeving. Voor Stroe en Ermelo wordt wel de mogelijkheid van intensivering van activiteiten op bestaande defensielocaties verkend.

Gooiseweg:

De locatie Gooischeweg gaat ten koste van zeer waardevolle biologische akkerbouwgrond in een waardevol open landschap.

Biddinghuizen Noord:

Het alternatief Biddinghuizen Noord scoort in het planMER zeer negatief als het gaat om o.a. geohydrologisch effecten. Ook is gebruik van de locatie Biddinghuizen Noord gekoppeld aan gebruiksbeperkingen door o.a. interferentie met Lelystad Airport en is

Pagina 5 van 10

de locatie relatief ver weg gelegen van de regio met een groot arbeidspotentieel. Landbouwtransitiegebieden:

Bij de aantal onderzochte landbouwtransitiegebieden zijn in het planMER-onderzoek zeer negatieve resultaten naar voren gekomen. Deze gebieden ondervinden voornamelijk een zeer negatief effect als het gaat om het aantal geraakte bedrijven en woningen, maar ook als het gaat om impact op de landschappelijke waarde.

Behoefte II: Extra locatie grootschalige munitieopslag Voor deze behoefte komt in het planMER het aantal geraakte woningen als grootste onderscheidende effect naar voren. Voor de locatie-alternatieven die niet verder onderzocht zullen worden gelden de volgende effecten: Zevenaar:

Voor Zevenaar betreft het in het meest negatieve geval dat 33 woningen geraakt worden. Verder zijn er voor deze locatie zeer negatieve effecten op het gebied van waardevolle landbouwgrond en infrastructuur uit het planMER naar voren gekomen.

Toldijk:

Uit het planMER-onderzoek is gebleken dat er voor de locatie Toldijk in het meest negatieve geval 74 woningen geraakt worden.

Zoelen Oost en West: Voor deze locaties is naar voren gekomen dat er in het meest negatieve geval 21-25 woningen geraakt worden. Ook zijn de onderzochte effecten op deze locaties zeer negatief als het gaat om landschap, aardkundige aspecten en de infrastructuur. Dalfsen:

Voor Dalfsen kwamen in het planMER in het meest negatieve geval 32 geraakte woningen naar voren. Ook kwam tijdens het onderzoek naar voren dat er op de locatie sprake is van hoogspanningsleidingen. De aanwezigheid van deze hoogspanningsleidingen in de zogenaamde ‘A-zone’ rond de opslag, vormt een dermate groot risico voor de munitie die moet worden opgeslagen dat munitieopslag hier niet mogelijk is.

Dronten:

Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat er op de locatie in Dronten windturbines aanwezig zijn. Deze aanwezigheid is strijdig met de selectiecriteria voor locatie-alternatieven. Ook raakt de locatie Dronten aan de provinciale weg N307 en/of aan de Hanzelijn. Het in gebruik nemen van dit locatie-alternatief zou het verleggen van vitale infrastructuur tot gevolg hebben wat een onderscheidend groot negatief effect is.

Behoefte III: Nieuwe munitieopslag snel-inzetbare-capaciteit Op basis van het planMER zijn de effecten op de volgende locatie-alternatieven dusdanig negatief dat niet verder onderzocht zullen worden. Ook is voor deze behoefte het aantal geraakte huizen als zwaarwegend onderscheidend effect meegenomen: Tjuchem:

Pagina 6 van 10

De resultaten uit het planMER voor locatie-alternatief Tjuchem zijn zeer negatief vanwege de omliggende woningen en infrastructuur.

Slochteren:

De resultaten voor Slochteren uit het planMER zijn zeer negatief, voornamelijk als het gaat om bodemdaling, het aantal woningen, het waardevolle landschap en vruchtbare landbouwgrond.

Luddeweer:

Voor de locatie Luddeweer gelden dezelfde uitkomsten als voor Slochteren.

Exloo:

Het planMER-onderzoek toont aan dat op deze locatie het aantal geraakte woningen en een aantasting van waardevol landschap een onderscheidende rol spelen.

Zweeloo:

Ook voor Zweeloo kwamen het aantal woningen en aantasting van waardevol landschap in het planMER naar voren. Ook is bij deze locatie sprake van hinder voor recreatiegebieden.

Behoefte IV: Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven Voor deze behoefte geldt, net als voor behoeftes II en III, het aantal geraakte woningen als belangrijk onderscheidend aspect voor de locatie-alternatieven die niet verder onderzocht zullen worden. Daarnaast is ook de impact op landbouw als onderscheidend kenmerk uit het planMER gekomen. De volgende locatie-alternatieven zullen niet verder worden onderzocht: Reek:

Het planMER-onderzoek wijst uit dat uitbreiding van het bestaande defensieterrein in Reek tot gevolg heeft dat er veel hinder op de omgeving komt alsook dat er veel woningen geraakt zouden worden. Daarnaast is de impact op landbouw en natuur groot.

Swifterbant:

Tijdens het planMER-onderzoek is gebleken dat op de onderzochte locatiealternatief in Swifterbant een hoogspanningsleiding aanwezig is. Hierdoor is het uitvoeren van de behoefte op deze locatie niet mogelijk.

Nijverdal:

De locatie in Nijverdal ligt in Natura 2000-gebied en is niet eenvoudig uitvoerbaar binnen het geldende juridisch kader en de vigerende natuur- en milieuwetgeving. Daarnaast zijn er op deze locatie andere significant negatieve effecten zoals het aantal geraakte woningen en hinder op omgeving.

Wapenveld:

Voor het locatie-alternatief in Wapenveld gelden vergelijkbare uitkomsten als voor het alternatief in Nijverdal.

Loenen:

Ook voor het locatie-alternatief in Loenen gelden vergelijkbare uitkomsten. Het in gebruik nemen van de locatie Loenen is daarnaast onwenselijk door de directe nabijheid van het Ereveld Loenen.

Behoefte V: Oefendorp Voor de behoefte voor een oefendorp zijn de negatieve effecten uit het planMER naar voren komen verspreid over de hele linie van onderzochte thema’s. Voor deze behoefte worden de volgende locatie-alternatieven niet meegenomen in een vervolgonderzoek: Crayelheide, Vughtse Heide, Rucphense Heide, Havelte-West, Vlasakkers, Doorn-Driebergen: Deze locaties scoren zeer negatief in het planMER-onderzoek. Het gaat daarbij voornamelijk om effecten op natuur- en landschapswaarden en/of een gezonde en veilige leefomgeving. Pagina 7 van 10

Behoefte VI: Amfibisch oefengebied Voor amfibisch oefenen bestaat de behoefte om vanuit zee op strand te landen en, in het meest gunstige geval, door te stoten naar achterliggend gebied. Natuur is daarom een belangrijke factor waarop locatie-alternatieven die hier in het planMER zeer negatief op scoren uit te sluiten van vervolgonderzoek. Petten:

Uit het planMER is gebleken dat effecten op de natuur bij het locatiealternatief bij Petten zeer negatief zullen zijn. Deze locatie is gelegen in een zeer kwetsbaar en verstoringsgevoelig gebied. Het is daarom onwenselijk om deze locatie te voet of per machine te betreden. Defensie is momenteel nog in gesprek met de Gemeente Schagen en de Provincie Noord-Holland over een mogelijk locatie-alternatief voor deze behoefte elders in de gemeente Schagen. Er wordt hierbij gekeken naar een mogelijk locatie-alternatief in de buurt van Groote Keeten.

Ouddorp en Oostvoorne:

Ouddorp en Oostvoorne zijn beide locaties die in Natura 2000-gebied liggen en die intensief recreatief worden gebruikt. Ook liggen beide gebieden in verstoringsgevoelige gebieden en zijn er rijksmonumentale panden aanwezig. In het planMER scoren deze locaties dan ook zeer negatief.

Behoefte IX: Onbemande maritieme helikopters In het planMER zijn de resultaten op het gebied van natuur en het doorkruisen van bestaande zones in het luchtruim negatief voor de volgende alternatieve routes voor onbemande drones. Een belangrijk onderscheidend criterium is hierbij het verminderen van hinder voor zowel mens als natuur. Rechtstreeks:

Resultaten van het planMER tonen aan dat een rechtstreekse route bestaande zones en activiteiten in het luchtruim doorkruist. Dit is een negatief effect wat niet inpasbaar is.

Langs Natura2000:

Uit het planMER komt naar voren dat de route langs Natura 2000 negatief scoort op het thema Natuur. Vliegen over de lange (landinwaartse) route langs de kust is te dicht bij gevoelig duingebied gelegen. Hierbij zijn er ook negatieve effecten op de route van trekvogels en stikstofgevoelig duingebied.

In het vervolgproces wordt de route langs vaarroutes verder geoptimaliseerd waarbij wordt gekeken naar het meenemen van positieve elementen uit de alternatieve routes die niet verder worden onderzocht. Behoefte X: Stationering en corridors onbemande cargodrones Voor de behoefte van stationering en corridors onbemande cargodrones kwam uit het planMER naar voren dat langere vliegroutes aanzienlijk meer overlast op de leefomgeving en natuur tot effect heeft. Deze effecten zijn van dergelijk negatieve aard dat de volgende locatie-alternatief niet verder wordt onderzocht: Permanente Stationering Twente Airport:

Pagina 8 van 10

Uit het planMER komt voor Twente Airport naar voren dat permanente stationering leidt tot onnodige lange

vliegroutes met meer negatieve effecten. Permanente stationering van drones op Twente Airport wordt daarmee niet verder onderzocht. Echter wordt op aangeven van de lokale overheden de corridor van vliegveld Deelen naar Twente Airport wel verder onderzocht met het doel van incidenteel gebruik van cargodrones op Twente Airport.

Locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht Het volgende schema geeft een overzicht van locatie-alternatieven die voor de genoemde behoeftes met een bovenregionale afweging in de huidige fase wel worden onderzocht:

Behoefte

Verder te onderzoeken locatie-alternatieven

I: Concentreren en versterken ondersteunende eenheden

Zeewolde – Spiekweg Zeewolde – Oosterwold Intensivering van activiteiten op bestaande defensielocaties in Stroe en Ermelo

II: Extra locatie grootschalige munitieopslag

Staphorst Weerselo Biddinghuizen

III: Nieuwe munitieopslag snel-inzetbare-capaciteit

Kollumerwaard – West Lemmer Kollumerwaard - Oost

IV: Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein)

Arnhem – Rozendaal Kollumerwaard Lelystad

V: Oefendorp

Nassau-Dietz Kazerne Weerterheide Marnewaard De Haar Leusderheide

VI: Amfibisch oefengebied

Marnehuizen Vliehors Maasvlakte Groote Keeten

Pagina 9 van 10

IX: Onbemande maritieme helikopters

Langs vaarroutes (onderzoek naar optimalisatie vliegroutes met evt. positieve elementen uit de niet verder te onderzoeken alternatieven)

X: Stationering en corridors onbemande cargodrones

Stationering Deelen Directe routes hebben de voorkeur, maar wel met optimalisatie

Voor behoeftes VII (Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support (HNS)), XI (Laagvlieggebieden helikopters) en XII (Helikopterlandingsplaatsen) geldt dat alle locatiealternatieven verder worden onderzocht.

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/100/documents/18593