a07c760b-fc30-4422-90a4-d805ce753849.pdf
Tekst van het document
schriftelijke vragen Fractie:
CDA
Naam:
Willemien Wever
Onderwerp:
Bestemmingsplan Reparatie Veehouderijen (D4100)
Type vraag:
O informatieve/technische vraag
Beantwoording (alléén O Ja, kan verspreid via mail / app bij informatieve/technische vragen) Inleiding/aanleiding: Het Bestemmingsplan D4100 (Reparatie Veehouderijen) heeft betrekking op 158 erven in gemeente Dronten. Vaststelling van het bestemmingsplan heeft rechtsgevolg voor alle 158 erven. Op pagina 306 van het Bestemmingsplan is als ‘bijlage 1’ een lijst opgenomen ‘Veehouderijen met een toestemming Wet Natuurbescherming’ waarin 67 erven zijn benoemd. Er zijn 12 zienswijzen ingediend. In een aantal van deze zienswijzen wordt gevraagd om het betreffende erf voor de toepassing van het bestemmingsplan gelijk te behandelen als veehouderijen met een Nb-vergunning. Vragen: • • •
Waarom zijn niet alle 158 erven in de lijst opgenomen ? Welk (rechts)gevolg heeft bijlage 1 voor de uitwerking van het bestemmingsplan ? * Hoeveel van deze 91 erven hebben gereageerd op de uitnodiging van de gemeente in de voorbereidende inventarisatie fase ?
* Als één van de 91 overige erven wel over een NB-vergunning beschikt en op enig moment na vaststelling van het bestemmingsplan D4100 gebruik wil maken van de
(uitbreidings)mogelijkheden die het bestemmingsplan en/of beleidsregel biedt, is dat dan mogelijk ? Beantwoording • Waarom zijn niet alle 158 erven in de lijst opgenomen ? Bijlage 1 van de planregels bevat de adressen waar een toestemming op grond van de Wet natuurbescherming aanwezig is. Indicatief zijn ook de adressen waar een PAS melding bekend is, opgenomen. Deze bijlage wordt gebruikt bij toetsing aan het artikel 3.5.2 (onder a) van de planregels. Zie ook het antwoord bij vraag 2. •
Welk (rechts)gevolg heeft bijlage 1 voor de uitwerking van het bestemmingsplan ? * In artikel 3.5.2 van de planregels is aangegeven dat voor wat betreft de stikstofdepositie deze is toegestaan conform een onherroepelijke vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (of diens voorganger de Natuurbeschermingswet), zoals opgenomen in bijlage 1. Is deze vergunning er niet dan is de stikstofdepositie conform de feitelijke, planologisch legale situatie toegestaan (ten tijde vaststelling bestemmingsplan of 1 jaar daarvoor). Bijlage 1 heeft te maken met de jurisprudentie die aangeeft dat natuurvergunning één op één ingepast mogen worden, mits wel bij de vaststelling van het bestemmingsplan duidelijk is om welke vergunningen het gaat. Voor dat laatste is bijlage 1 bedoeld. Staat een bedrijf niet in bijlage 1 dan is de juridische consequenties dat het bedrijf terugvalt op de stikstofdepositie conform de feitelijke, planologisch legale situatie. Tijdens de beeldvormende commissie d.d. 1 september is benoemd dat dat niet exact beoordeeld wordt op exact het moment van vaststelling. Het gaat om de bestaande veebezetting ten tijde van vaststelling of in de periode van 1 jaar daarvoor. De Raad van State heeft dat aangegeven. Als redelijkerwijs aannemelijk is dat een bepaalde stalbezetting het grootste gedeelte van dat jaar aanwezig is, dan mag daar vanuit worden gegaan.
Mocht er een geval zijn waarvan het bedrijf wel een onherroepelijke natuurvergunning heeft, maar niet is opgenomen in bijlage 1 van de planregels dan valt het bedrijf terug op de sikstofdepositie conform de feitelijk, planologisch legale situatie. Deze onherroepelijke natuurvergunning kan op basis van de wijzigingsbevoegdheid alsnog worden toegevoegd aan de lijst in bijlage 1, bijvoorbeeld met zogenaamd 'veegplan'. In de voorbereiding van het bestemmingsplan hebben is zo zorgvuldig mogelijk dossier onderzoek gedaan naar de vergunde situatie en dus ook of het bedrijf beschikt over een natuurvergunning. Ook informatie van de provincies Flevoland, Gelderland en Overijssel (bevoegde gezagen voor de natuurvergunningen) is daarbij nadrukkelijk betrokken. Vervolgens zijn die gegevens voorgelegd aan alle 158 gebruikers/eigenaren van de erven. Daarbij is gevraagd om de gegevens te controleren. Op basis daarvan zijn nog diverse aanpassingen doorgevoerd. In het
kader van de inspraak zijn opnieuw alle erven aangeschreven en hebben de gebruikers/eigenaren opnieuw de kans gehad om gegevens aan te vullen of te corrigeren. Daarna is het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. Via een zienswijze konden de 158 eigenaren opnieuw de gegevens controleren en waar nodig aanvullen. Bijlage 1 is dus zorgvuldig tot stand gekomen, waarbij er ook een verantwoordelijkheid bij de ondernemers zelf ligt om ontbrekende informatie aan te reiken. * Als één van de 91 overige erven wel over een NB-vergunning beschikt en op enig moment na vaststelling van het bestemmingsplan D4100 gebruik wil maken van de (uitbreidings)mogelijkheden die het bestemmingsplan en/of beleidsregel biedt, is dat dan mogelijk? Ja dan kan. Als één van de 91 erven die geen onderdeel uitmaken van bijlage 1 alsnog over een onherroepelijke natuurvergunning beschikt dan valt dit bedrijf terug op de stikstofdepositie conform de feitelijk, planologisch, legale situatie (artikel 3.5.b). Deze onherroepelijke natuurvergunning kan op basis van de wijzigingsbevoegdheid alsnog worden toegevoegd aan de lijst in bijlage 1, bijvoorbeeld met een zogenaamd veegplan. Hier zitten de mogelijkheden van intern salderen. Wanneer sprake is van erfvergroting van erven van veehouders anders dan met intern salderen komen de mogelijkheden uit de beleidsregel aan de orde. •
Hoeveel van deze 91 erven hebben gereageerd op de uitnodiging van de gemeente in de voorbereidende inventarisatie fase ? Tijdens de inventarisatie fase konden de gebruikers/eigenaren van de adressen uit het bestemmingsplan reageren. Deze gebruikers/eigenaren zijn aangeschreven met een brief waarin hen gevraagd werd om te controleren of genoemde gegevens correct zijn. Dit betrof gegevens over type bedrijf, toestemming natuurbeschermingswetgeving, vorm erf (bedrijfskavel) en zoekgebied. Zowel digitaal als in een gesprek konden deze gegevens bekend worden gemaakt. Indien de genoemde gegevens correct waren dan hoefde er geen reactie te worden gegeven. Van deze 91 hebben 38 tijdens de inventarisatie actief een reactie gegeven.