9f831afa-fe58-49b9-ae1d-c223267f50a4.pdf
Tekst van het document
Bestuurlijke startnotitie Grondstoffenbeleidsplan
Corsanummer: U21.000176
1
-2-
Inleiding In de commissievergadering van 3 december 2020 is de raadsconsultatiebrief grondstoffenbeleidsplan besproken (U20.008145). De inzichten die hierbij zijn opgehaald zijn samen met de resultaten van de enquête en het advies van de klankbordgroep verwerkt in voorliggende bestuurlijke startnotitie. Deze bestuurlijke startnotitie heeft als doel de Raad de bestuurlijke opdracht die nader uitgewerkt zal worden in het grondstoffenbeleidsplan te laten vaststellen. Specifiek vraagt het college de Raad om vaststelling van 1) uitgangspunten en randvoorwaarden, 2) visie op grondstoffen, 3) doelstellingen en ambities en 4) de Routekaart Omgekeerd Inzamelen 2.0 genoemd in voorliggend document alvorens over te gaan tot nadere uitwerking van maatregelen die passend zijn bij deze beleidskaders in het beleidsplan. Dit beleidsplan zal de Raad volgens planning voor de zomer 2021 ter vaststelling worden aangeboden, zoals ook onderstaand processchema illustreert.
Figuur 1 Planning proces grondstoffenbeleidsplan
Hoe doen we het nu? De huidige situatie kort samengevat: we doen het goed in Dronten, maar het kan nog beter. Met de invoering van omgekeerd inzamelen in 2017 is de hoeveelheid restafval aanzienlijk gedaald van 190 kilogram naar 115 kilogram restafval per inwoner per jaar. Door de afname van de hoeveelheid restafval is ook de toename van het tarief beperkt gebleven; bij een gelijkblijvend aanbod van restafval had het tarief in 2021 circa 20 euro per aansluiting hoger moeten zijn.. De ingezette koers op restafvalreductie de afgelopen jaren werpt wat dat betreft zijn vruchten af. Deze ontwikkeling –en de verwachting dat de verwerkingskosten voor restafval zullen blijven toenemen- benadrukt dat ook op de lange termijn het sturen op afvalbeheerkosten belangrijk blijft. We zien dat nog een aanzienlijk aandeel grondstoffen gescheiden kunnen worden uit het restafval om gerecycled te kunnen worden (PMD en GFT). Deze worden nu verwerkt tegen het hoogste tarief. Op de marktontwikkelingen met dalende opbrengsten en stijgende kosten hebben we beperkt tot geen invloed, wel op onze dienstverlening naar inwoners en daarmee betere (scheidings) resultaten.
-3Tabel sorteeranalyse restafval 2020 Sorteeranalyse 2020 GFT Papier en karton PMD Luiers Kunststoffen Glas Textiel Metalen Apparaten Hout Steen/ Puin
% in restafval €/ per wha kg/ per inw 35% € 10 48 5% €4 7 7% € 10 10 4% €1 6 6% €1 9 3% €1 4 5% €6 7 2% €2 3 1% €1 2 5% €1 7 6% €3 8
Hoe doen we het in vergelijking met anderen? Een bepalende factor in de resultaten op gebied van afvalscheiding blijkt het percentage laag- en hoogbouw in een gemeente. In vergelijking met elkaar worden gemeenten in de “Landelijke Benchmark Huishoudelijk Afval” naar categorieën hoogbouw ingedeeld. Dronten valt met 13% hoogbouw binnen categorie D met 0-19% hoogbouw. In onderstaande tabel staat Dronten afgebeeld met vergelijkbare gemeenten, allen met 87% eengezinswoningen en 13% meergezinswoningen. Dronten is hier de middenmoter met 115 kilogram restafval per inwoner per jaar. In deze tabel valt verder op dat de andere gemeenten een vorm van een variabel tarief hebben: hetzij naar aantal personen hetzij naar rato van het afvalaanbod. Nog circa 5% van de gemeenten in Nederland heeft een vast tarief, waaronder Dronten. Tabel gemeenten met vergelijkbare hoogbouwklasse. Afvalstromen in kg per inwoner per jaar
Bron: CBS 2018. Conclusie We doen het goed maar het kan beter. In vergelijking met andere gemeenten zijn we middenmoter zowel qua hoeveelheid restafval als afvalbeheerskosten per huishouden.
-4-
Richting voor een nieuw grondstoffenbeleid samengevat: De voorliggende bestuurlijke startnotitie is een eerste stap op weg naar een nieuw grondstoffenbeleidsplan. Het is aan de gemeenteraad om hier bij de start van het voorbereidingsproces richtinggevende uitspraken te doen. De basis van de volgende uitganspunten is gevonden in de raadsconsultatie op 3 december 2020, de adviezen van de klankbordgroep, de opbrengst van de inwoners enquête en inbreng vanuit de vakafdelingen. Door het vaststellen van de startnotitie doet de raad de volgende richtinggevende uitspraken en wordt het college gevraagd deze nader uit te werken in het grondstoffenbeleidsplan: Kern van het beleid: 1. We kiezen voor een meerjarige, stabiele koers (2021-2025) en evalueren in 2024; 2. We geloven in de bereidheid van inwoners om afval te verminderen en beter te scheiden: daarom is het nieuwe grondstoffenbeleid uitnodigend en gericht op het stimuleren en faciliteren van afvalscheiding en –vermindering. We belonen goed gedrag in plaats van het te straffen; 3. Het is belangrijk om onze inwoners te faciliteren bij afvalscheiding; we doen dat door het scheiden simpel en klantvriendelijk te maken, nieuwe en laagdrempelige voorzieningen te ontwikkelen; 4. We investeren in communicatie en voorlichting. Visie op grondstoffen: 1.
De visie zoals beschreven in thema 2 is onze koers voor de toekomst: voorkomen van afval, hergebruik van grondstoffen; 2. We houden vast aan onze ambities: 30 kilo restafval in 2025 en volledig circulair in 2050. Tariefdifferentiatie: 1. Tariefdifferentiatie is eerlijker; we gaan dit uitwerken op basis van gezinsgrootte; 2. Bij tariefdifferentiatie houden we rekening met speciale doelgroepen; 3. Op dit moment vinden we het nog te vroeg voor diftar naar rato van afvalaanbod, maar in de toekomst is dit misschien wel nodig; 4. We betrekken dit bij de evaluatie in 2024 op basis van de dan bereikte resultaten. Als we dan concluderen dat extra service of een vorm van diftar nodig is om onze doelstellingen te bereiken, kan alsnog hiertoe besloten worden. Bron- of nascheiding: 1. We blijven scheiden aan de bron: dat gaat nu al goed en er is potentie om het te optimaliseren. Bovendien is het in onze situatie ook financieel aantrekkelijker. Tarief: 1. We houden vast aan een kostendekkend tarief; 2. Om toekomstige tariefstijgingen beperkt te houden zijn investeringen in dienstverlening, communicatie en de milieustraat bespreekbaar. Onze routekaart naar de toekomst: 1. We brengen onze voorzieningen op orde, om het inwoners zo gemakkelijk mogelijk te maken; 2. We ontwikkelen de circulaire milieustaat van de toekomst en maken hier plannen voor en bijbehorende investeringsvoorstellen; 3.
We zetten stevig in op communicatie, voorlichting en campagnes; 4. We optimaliseren onze bedrijfsvoering en dit vraagt naar verwachting ook om investeringen; 5. We werken datagestuurd en zorgen ervoor dat ook deze basis op orde is; 6. We stellen separaat een zwerfafvalbeleidsplan op; 7. Om oneigenlijk gebruik van de ondergrondse containers of structureel verkeerd gebruik van minicontainers te voorkomen worden de afvalpassen en minicontainers op adresniveau geregistreerd; 8. Bij excessen is handhaving de laatste optie.
-5-
Thema 1: Uitgangspunten en randvoorwaarden Klankbordgroep Grondstoffenbeleidsplan Op 1, 8 en 15 december is de “Klankbordgroep Grondstoffenbeleidsplan” digitaal bijeengekomen. De klankbordgroep is samengesteld uit een diverse groep van 15 inwoners. Op een open, kritische maar constructieve wijze, hebben de deelnemers waardevolle adviezen gedeeld die in het vervolgtraject meegenomen kunnen worden voor nadere uitwerking. Op hoofdlijnen zijn deze als volgt samen te vatten: 1. Doelstelling van 30 kg restafval is (te) ambitieus voor Dronten: afval scheiden is niet alleen een verantwoordelijkheid van inwoners maar ook van produceten. Optimaliseer het beleid door meer inzet op voorlichting, service, grondstoffen en het voorkomen van afval. 2. Een eerlijke verdeling van de kosten (vastrecht) naar het aantal mensen in het gezin. Waarbij gelet wordt dat bepaalde doelgroepen hiervan niet de dupe worden, zoals grote (en jonge) gezinnen met weinig inkomsten. 3. Bij tariefdifferentiatie naar rato van het aanbod afval aandacht voor neveneffecten; zwerfafval, extra kosten voor invoering en handhaving. 4. Afval scheiden financieel aantrekkelijk maken door te belonen. 5. Hou het simpel en klantvriendelijk; goede/eenvoudige voorlichting met tips, handvatten en voorzieningen om afval nog beter te scheiden (GFT en PMD) 6.
Onderzoek de mogelijkheden van nascheiding; om de kwaliteit van stromen te verbeteren, de scheidingsregels voor PMD zijn niet voor iedereen gemakkelijk. 7. Draag doelen uit en laat zien waar we naar toe willen; educatie, voorlichting, afvalscheiding in de openbare ruimte. 8. Onderzoek welke afvalstromen het beste thuis (indien gewenst) ingezameld kunnen worden en welke afstromen in de ondergrondse container; wat is het makkelijkst voor de inwoner, wat werkt mogelijk kosten besparend en wat levert kwalitatief de beste stroom 9. Optimaliseer de milieustraat voor een positieve ervaring; ruimere openingstijden, ingang voor gratis stromen. Zorg dat iedereen makkelijk zijn grofvuil kwijt kan om dumpingen te voorkomen; mobiele milieustraat Raadsconsultatie Op basis van de raadsconsultatie van 3 december 2020 heeft het college de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden opgehaald. De gemeenteraad wenst een duurzaam, servicegericht, betaalbaar en toekomstbestendig grondstoffenbeleid, waarbij: 1. Een beleidsvisie op grondstoffen wordt geformuleerd met een meerjarige stabiele koers; 2. Ingezet wordt op excellente dienstverlening voor de beste scheiding van herbruikbare producten en grondstoffen; 3. De voorgestelde maatregelen behalve een positief milieu effect ten minste een kostendempend effect nastreven. Kosten kunnen hierbij voor de baten uitgaan; 4.
Rekening wordt gehouden met huidige en toekomstige technologische- en marktontwikkelingen; 5. Gekeken wordt naar “best-practices” in andere gemeenten; 6. Passend bij de maat en lokale situatie van de gemeente Dronten; 7. Rekening wordt gehouden met uitzondering- en maatwerksituaties van inwoners; 8. Het beleid gedragen wordt door communicatie die voor alle inwoners duidelijk en begrijpelijk is; 9. Rekening wordt gehouden met de adviezen van de klankbordgroep en andere belanghebbenden gedurende het opstellen van het beleid; 10. In samenhang inzicht wordt gegeven in de effecten van maatregelen op service, kosten en milieu. Ten aanzien van nader te onderzoeken maatregelen heeft de gemeenteraad aangegeven in de bestuurlijke startnotitie terug te willen zien: 1. Een optimalisatie van het huidige beleid gericht op de verbetering van de dienstverlening en communicatie naar inwoners; 2. Een haalbaarheidsonderzoek naar gedifferentieerde tarieven waarbij inwoners worden beloond voor goed afvalscheidingsgedrag; 3. De mogelijkheden van nascheiding nader te willen onderzoeken. In deze notitie wordt hier al een expliciet voorstel voor gedaan (zie thema 2).
-6-
Thema 2: Visie op grondstoffen, stip aan de horizon Op weg naar een duurzame samenleving streven we naar een circulaire economie waarin zo min mogelijk afval ontstaat en materialen zo hoogwaardig mogelijk worden hergebruikt. Dat doen we niet alleen. Een ieder in de keten, van productontwerper tot recycler, heeft hier een eigen rol en verantwoordelijkheid. Ook wij: de gemeente en inwoners van Dronten. Dit brengt ons tot de volgende visie op grondstoffen: Visie op Grondstoffen In de transitie van afval naar grondstoffen streven we naar het zoveel mogelijk voorkomen van afval. Daarbij streven we naar maximaal producthergebruik en kwalitatief hoogwaardige hergebruik van vrijkomende grondstoffen. De inwoners van Dronten zijn de grondstoffenleveranciers van onze afnemers, de recyclers. Onze rol als gemeente is onze inwoners hierbij zo goed mogelijk te faciliteren in kennis en voorzieningen tegen de zo laag mogelijk maatschappelijk verantwoorde kosten. Huishoudens die minder afval produceren hoeven hier ook minder voor te betalen. Voorbeeld samenwerking in de keten Op lokaal niveau zijn al mooie voorbeelden van samenwerking te noemen. Zo is afgelopen december het aantal afhaalpunten voor PMD zakken van 5 uitgebreid naar 11 waaronder diverse winkeliers.
Een veel gehoorde reactie van de winkeliers was dat zij het vanzelfsprekend vinden om hier aan mee te werken omdat zij ook een grote bijdrage leveren aan de verkoop van producten in verpakkingsafval.
Hoe past nascheiding van PMD in deze visie? Vooropgesteld: het scheiden van grondstoffen is niet hetzelfde als het recyclen van grondstoffen. Wanneer we spreken over het nascheiden van grondstoffen dan heeft dit betrekking op plastic, metalen blikjes en drankenkartons (PMD). Nascheiding is ongeschikt voor het recyclen van grondstoffen zoals gft, papier, textiel en glas. Deze stromen kunnen alleen goed hergebruikt worden als ze aan de bron, bij inwoners thuis, goed gescheiden worden. Nascheiding van deze stromen levert energie op, wat in de afvalbeheerketen minder hoogwaardig is dan recyclen. Bij de afweging tussen bron- en nascheiding van PMD zijn de volgende aspecten van belang: -
Milieurendement; Verwerkingskosten; Logistieke kosten; Kapitaalslasten; Systeemkosten.
Producentenverantwoordelijkheid In Nederland wordt gestreefd naar zo veel mogelijk producentenverantwoordelijkheid. Voor een groot aantal stromen is dit vastgelegd in de Wet Milieubeheer. Zo ook voor eenmalig verpakkingsafval; het PMD. Afspraken over vergoedingen zijn tussen het Afvalfonds, die de
-7producenten vertegenwoordigt, en de VNG vastgelegd in de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029. Gemeenten komen in 2021 in aanmerking voor: 1) een bronscheidingsvergoeding à € 245 per ton (anno 2021) voor goedgekeurd ingezameld PMD óf, 2) bij nascheiding een inzamelvergoeding à € 8,90 per ton aangevuld met de vermeden verbrandingsbelasting restafval à € 32,63 per ton voor het nagescheiden PMD. Belangrijke voorwaarde om voor de bronscheidingsvergoeding in aanmerking te komen is dat het PMD voldoet aan de vastgestelde kwaliteitsnormen. Deze normen worden komende jaren strenger. Het PMD van Dronten bevat weliswaar vervuiling, maar beperkt. In 2020 is geen PMD uit Dronten afgekeurd door verkeerd scheidingsgedrag van inwoners; een compliment waard. Dit is dus een groot verschil met de gemeenten die zich geconfronteerd zien met afkeur en waarin recentelijk in een artikel van de NOS naar werd verwezen1. Onderstaande tabel geeft het verschil in vergoeding weer tussen bron- en nascheiding. De afkeurkosten zijn gebaseerd op historie uit 2019 en zijn dus hypothetisch. Indien Dronten nu voor nascheiding van PMD zou kiezen dan heeft dit ten aanzien van de verwerkingskosten een kostenverhogend effect van € 21,27 per woonhuisaansluiting. Tabel verwerkingskosten bron- en nascheiding
Nascheiding Huidig tonnage restafval Huidig aandeel PMD in restafval (7%) Huidig gescheiden ingezameld tonnage PMD Verwerkingstarief restafval Vergoeding bronscheiding 2021 Afkeurkosten (o.b.v. historie) toename PMD tonnage in restaf * tarief restafval Vergoeding bronscheiding obv tonnage Inzamelvergoeding nascheiding per ton restafval inzamelvergoeding rest bij nascheiding PMD PMD zakken Restitutie verbrandingsbelasting per ton Tonnage* tarief Totaal effect per woonhuisaansluiting effect afvalstoffenheffing per wha
Bronscheiding 5756 5756 403 403 1307 1307 € 134,21 -€ 245 € 41.824 € 229.485 -€ 320.215 -€ 8,90 -€ 66.443,14 € 40.000 -€ 32,63 -€ 55.794 € 107.248 -€ 238.391 € 6,60 -€ 14,67 € 21,27
Inzamelstructuur en logistieke kosten Met de invoering van omgekeerd inzamelen in 2017 is de voormalige minicontainer voor restafval omgezet naar PMD en zijn ondergrondse containers voor het brengen van restafval geplaatst. Een keuze voor nascheiding zal effect hebben op de huidige inzamelstructuur en leiden tot keuzes in de dienstverlening. Er zijn twee mogelijkheden denkbaar 1) de minicontainer voor PMD wordt weer omgezet naar restafval of 2) de minicontainer voor PMD wordt ingenomen en inwoners brengen het afval naar de ondergrondse restafvalcontainers. In het eerste geval wordt een
1 https://nos.nl/artikel/2360318-doorgeschoten-overheidsbeleid-leidt-tot-vervuiling-in-plastic-
afval.html
-8overcapaciteit verwacht op de ondergrondse containers voor restafval, deze worden immers niet meer gebruikt door inwoners met minicontainers. Dit zal naar verwachting leiden tot een hogere inzamelfrequentie aan huis van de minicontainer en daarmee hogere inzamelkosten. Ook ligt dan de keuze voor wat met de overcapaciteit op ondergrondse restafvalcontainers dient te gebeuren. In het tweede geval wordt PMD minicontainer ingenomen. Inwoners zullen dan meer afval naar de ondergrondse containers brengen met als gevolg extra gebruik van de ondergrondse containers voor restafval. De keuze is dan vaker legen of ondergrondse extra containers bijplaatsen. Conclusie bron- en nascheiding PMD Conclusie ten aanzien van nascheiding van PMD is dat met de huidige stand van de techniek, de goede inzamelresultaten van Dronten en de huidige vergoedingenstructuur er vanuit financieel en milieutechnisch oogpunt vooralsnog geen reden is om over te gaan op nascheiding maar dat er nog wel verbetering ten aanzien van bronscheiding mogelijk is zoals ook blijkt uit de eerdergenoemde sorteeranalyse.
Essentie thema 2: Visie op grondstoffen, stip aan de horizon 1. Vast te houden aan bronscheiding en hier op in te zetten door communicatie en excellente dienstverlening. 2. In de uitwerking van het komende beleidsplan vooralsnog af te zien van nascheiding van PMD.
-9-
Thema 3: Doelstellingen en ambities voor 2025 en verder De in thema 2 geformuleerde visie op grondstoffen en de huidige resultaten maken het mogelijk doelstellingen en ambities te concretiseren. Ook deze doelstellingen en ambities worden ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. 1. We streven naar de landelijke doelstellingen: 30 kilogram restafval per inwoner per jaar in 2025 en volledig circulair in 2050 maar houden hierbij rekening met realistische doelstellingen passend bij de uitgangssituatie voor Dronten. 2. We houden hierbij ook rekening met de “afvalhiërarchie”, de prioriteitsvolgorde voor afvalpreventie en afvalbeheer, zoals vastgesteld in de Wet Milieubeheer en het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) en zetten, in volgorde van wenselijkheid, in op maatregelen die bijdragen aan: o preventie; o product hergebruik; o recycling; o andere nuttige toepassing, waaronder energieterugwinning; o veilige verwijdering. 3. We streven naar schone, kwalitatief goed herbruikbare, grondstoffen. Figuur 2 De afvaldriehoek, afwegingskader voor afvalbeleid 4. We willen beheersbare kosten met een betaalbaar systeem ook op langer termijn. 5. We streven naar een optimale service voor onze belangrijkste klanten: onze inwoners.
Essentie thema 3 Doelstellingen en ambities - de landelijke doelstellingen/ambitie van 30 kilogram restafval in 2025 te onderschrijven en volledig circulair te zijn in 2050 volgens de prioriteitsvolgorde van afvalpreventie en afvalbeheer, waarbij ingezet wordt op kwaliteit van grondstoffen, beheersbare kosten en een optimale service voor onze inwoners.
- 10 -
Thema 4: Routekaart Omgekeerd Inzamelen 2.0 Uit de reacties in de enquête, de raadsconsultatie en de klankbordgroep concluderen we dat ongeacht welke vervolgstap gezet wordt, om te komen tot betere resultaten eerst aan de juiste voorwaarden voldaan moet worden zodat inwoners in de gelegenheid gesteld worden om afval goed te kunnen scheiden. Om te komen tot de ambities en doelstellingen denken we aan een groeimodel dat aansluit bij de transitie van afval naar grondstof, waarbij we: Stap 1 Starten met het Figuur 3 Huis op orde optimaliseren van het huidige beleid door de juiste voorwaarden te scheppen voor inwoners om goed afval te kunnen scheiden. Stap één is dus de basis op orde, het optimaliseren van de huidige situatie: zowel in voorzieningen en dienstverlening als voorlichting en communicatie om van “moeten” naar “willen” te gaan in duurzame gedragsverandering. Stap 2 Een transitieperiode hanteren om de invoering van maatregen te laten beklijven en de resultaten te monitoren. Stap 3 Het beleid in 2024 evalueren en bij het uitblijven van gewenst resultaat een financiële prikkel in de vorm van tariefdifferentiatie heroverwegen. Nascheiding van PMD laten we in dit model vooralsnog buiten beschouwing evenals de invoering van tariefdifferentiatie als systeemkeuze naar rato van de hoeveelheid afval.
Verwacht effect Routekaart Omgekeerd Inzamelen 2.0 Het onderstaande schema illustreert op welke wijze hier invulling aan gegeven kan worden in de periode 2022-2025. De genoemde maatregelen zijn voorbeelden. Deze en anderen kunnen indien gekozen wordt voor deze koers in de komende maanden in het beleidsplan nader worden uitgewerkt worden. Met de voorgestelde maatregelen streven we naast een positief milieu effect ook naar ten minste een kostendempend effect. De invoering van maatregelen zal evenwel kosten met zich meebrengen die voor de baten kunnen uitgaan. Evaluatie 2024 Of enkel de inzet op dienstverlening en communicatie voldoende is voor een trendbreuk kunnen we op voorhand niet zeggen. Dat kunnen we beter duiden wanneer het pakket aan maatregelen in samenhang nader is uitgewerkt en geïmplementeerd. Het biedt evenwel de noodzakelijke basis om wanneer het gewenste effect uitblijft op een later moment alsnog te kiezen voor een aanvullende financiële of service prikkel.
Figuur 4 Routekaart Omgekeerd Inzamelen 2.0
- 11 Efficiënte bedrijfsvoering Voor een excellente dienstverlening is een efficiënte bedrijfsvoering een voorwaarde. In 2020 is de basis gelegd om op een stevig fundament verder te bouwen. Werkprocessen zijn inzichtelijk, rollen, taken en verantwoordelijkheden duidelijker benoemd en gekeken wordt hoe administratieve processen geautomatiseerd kunnen worden. In 2021 pakken we hier op door. Dit zal leiden tot een apart investeringsvoorstel om onze bedrijfsvoering te verbeteren. Door beter inzicht te hebben in onze data kunnen we betere analyses uitvoeren en beter sturen op het gewenste resultaat. Hierbij kijken we ook naar de diensten die we afnemen van andere gemeentelijke afdelingen en die we nodig hebben om onze taken goed uit te kunnen voeren. We hebben onze blik ook naar buiten gericht als het er op aan komt in gezamenlijkheid met andere gemeenten of partners op te trekken voor een efficiënter resultaat. Circulaire Milieustraat Onze stip aan de horizon is een Circulaire Milieustraat, waarin duurzaamheidsambities van zowel sociaal domein als ecologie samenkomen en elkaar versterken. De Circulaire Milieustraat van de toekomst is een duurzaamheidscentrum wat dagbestedingsactiviteiten biedt aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in relatie tot afvalpreventie, producthergebruik en levensduurverlening van apparaten.
Denk hierbij aan een repaircentrum, fietswerkplaats, kringloopbedrijvigheid aangevuld met een modern milieuplein waar grof huishoudelijk afval in diverse stromen apart wordt ingenomen voor verdere afzonderlijke verwerking. Deze stip aan de horizon ligt in het verlengde van deze grondstoffenbeleidsvisie en kan hier ook niet los van gezien worden. Het is evenwel een separaat traject dat haar eigen planning en besluitvormingsproces kent. Er komt dus een plan voor de doorontwikkeling van de milieustraat van de toekomst en een separaat investeringsvoorstel. Zwerfafvalbeleid In het verlengde van het grondstoffenbeleidsplan wordt in 2021 een zwerfafvalbeleidsplan opgesteld. Een zwerfafvalbeleidsplan beschrijft de ambities op gebied van beeldkwaliteit, de voorzieningen en de inzet die hier voor nodig zijn evenals de kosten die hier tegen over staan om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen. Dit in relatie tot andere beleidsterreinen in het beheer van de openbare ruimte. De gemeente heeft geen wettelijke vastgestelde taak als het gaat om zwerfafvalbestrijding zoals wel een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval heeft. Bij het opstellen van het zwerfafvalbeleidsplan wordt om die reden rekening gehouden met het traject Zero Based Begroten.
Essentie thema 4 Routekaart Omgekeerd Inzamelen 2.0 - de nadere uitwerking van de voorgestelde Routekaart Omgekeerd Inzamelen 2.0, wordt onderschreven, met dien verstande dat voorgestelde maatregelen met het oog op milieurendement en een kostendempend effect op termijn tot een –tijdelijke- kostenverhoging kan leiden; - in te zetten op een optimalisatie van de bedrijfsvoering en dat daartoe ook separaat investeringsvoorstellen zullen worden ontwikkeld; - om in het verlengde van het grondstoffenbeleidsplan te komen tot een nadere uitwerking van de Circulaire Milieustraat en hiervoor een separaat plan te ontwikkelen, waarbij in het grondstoffenbeleidsplan richtinggevende kaders en uitgangspunten worden geformuleerd; - om in het verlengde van het grondstoffenbeleidsplan, ook een nieuw zwerfafvalbeleidsplan dient te ontwikkelen. In het grondstoffenbeleidsplan worden daarvoor richtinggevende kaders en uitgangspunten geformuleerd.