98a30ed7-94dd-48d0-aa79-99f34ad6d679.pdf
Tekst van het document
Accountantsverslag 2021 Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
Aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Postbus 2341 8203 AH LELYSTAD Onderwerp Accountantsverslag 2021 Datum 18 mei 2022 Kenmerk 312021004.22.166
Geachte leden van het algemeen bestuur, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2021 van uw gemeenschappelijke regeling afgerond. De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 18 mei 2022 hebben wij onze controlebevindingen besproken met het dagelijks bestuur. Bij de jaarrekening 2021 hebben wij op 18 mei 2022 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2021. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de directie en het management. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend:
ValidSigned door A. Booij RA op 18-05-2022
Op alle opdrachten verricht door Publieke Sector Accountants B.V. zijn de ‘Algemene Voorwaarden Publieke Sector Accountants’, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 69411409, van toepassing. Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409. .
Inhoudsopgave
Contact
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2
De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:
2. Financiële positie en resultaat.................................................. 6
Arie Booij
4. Interne beheersing ................................................................ 13
Tel: 06 – 1509 2689 Remco Korhorn Tel: 06 - 1099 9195
3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................... 9 5. Overige aangelegenheden ..................................................... 18
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312021004.22.166 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 14 juli 2021 (kenmerk 312021004.21.235) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2021. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (hierna: OFGV). De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2021 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het “Programma van Eisen accountantscontrole”, inclusief bijbehorend normenkader 2021, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 3 februari 2021 en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2021. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan.
Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2021 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en het Programma van Eisen accountantscontrole 2021
De materialiteitsbepaling bij de OFGV is gebaseerd op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en op het op 3 februari 2021 door het algemeen bestuur vastgestelde “Programma van Eisen accountantscontrole”. Voor fouten is deze gebaseerd op 1% van de lasten inclusief toevoegingen aan reserves en voor onzekerheden op 3% van de lasten inclusief toevoegingen aan reserves.
Bron: jaarrekening 2021 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten € 141.000
Onzekerheden € 423.000
In het “Programma van Eisen accountantscontrole” heeft u tevens de rapporteringstolerantie vastgesteld. Voor het boekjaar 2021 is deze € 60.000.
312021020.22.084 - 2
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2021 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. ▪ De kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur (over boekjaar 2022). ▪ Uw financiële IT-omgeving. ▪ De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. ▪ De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. ▪ De actualiteit van de (financiële) administratie. ▪ Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke interne beheersingsmaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor uw gemeenschappelijke regeling. ▪ Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels.
▪ Betaalproces, vanwege de potentiële (fraude-)risico’s. ▪ Opbrengstverantwoording, waaronder de facturatie van de opleidingsactiviteiten. ▪ De verantwoording van de personele kosten. Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw “Programma van Eisen accountantscontrole”, inclusief bijbehorend normenkader 2021, zoals vastgesteld door uw algemeen bestuur op 3 februari 2021, hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeenschappelijke balansmutaties, zijn regeling gecontroleerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd. rechtmatig Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in materiële zin, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2021.
De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de OFGV. Daarnaast vereisen zij van het dagelijks bestuur het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van het BBV
moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.
312021004.22.166 - 3
De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de OFGV zijn uiteengezet in paragraaf B.3.1. “Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2021 hebben zich ten opzichte van 2020 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de OFGV. Wij hebben het door het dagelijks bestuur toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening 2021 van de OFGV een getrouw beeld geeft van het de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva op 31 december 2021. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader rechtmatigheid de OFGV (vastgesteld door het algemeen bestuur op 3 februari 2021). Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de leden van het algemeen bestuur ondertekend exemplaar van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312021004.22.166 - 4
2.
Financiële positie en resultaat
312021004.22.166 - 5
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeenschappelijke regeling neemt zowel in absolute als relatieve zin af
In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenschappelijke regelingen, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd saldo van baten en lasten 2021 bedraagt € 518.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 52.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2021 € 570.000 voordelig bedraagt. Dit gerealiseerd resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.
Eigen vermogen (in € 1.000)
2021
2020
Eigen vermogen per 1 januari
1.331
1.520
Uitkering aan gemeenten/ resultaatbestemming
-/- 206
-/- 640
Subtotaal
1.125
880
Tussentijdse resultaatbestemming
-/- 52
-/- 105
Gerealiseerd resultaat
570
556
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
518
451
1.643
1.331
Eigen vermogen per 31 december
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw algemeen bestuur.
312021004.22.166 - 6
De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2021 circa 27,8 % van het balanstotaal (2020: 20,6 % van het balanstotaal). In onderdeel B.3.2. “Toelichting op de balans per 31 december” van de jaarrekening geeft het dagelijks bestuur een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2021. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
Resultaat 2021 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeenschappelijke regeling ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves. De toevoegingen aan dan wel onttrekkingen uit reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeenschappelijke regeling het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten
14.716
Totale lasten
14.198
Gerealiseerde saldo van baten en lasten
518
Af: toevoegingen aan reserves
0
Bij: onttrekkingen uit reserves
52
Saldo mutaties reserves
52
Gerealiseerd resultaat
570
De exploitatie over 2021 laat een voordelig gerealiseerd saldo van baten en lasten van € 518.000 zien, ten opzichte van een begroot saldo van € 239.000 nadelig. Dit is een voordeel van € 757.000. Het gerealiseerde resultaat van € 570.000 voordelig is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting en de gerealiseerde baten en lasten verklaard (paragraaf A.1.3. tot en met A.1.7. en paragraaf B.3.3.). Wij verwijzen u naar deze toelichtingen.
312021004.22.166 - 7
Het voordelige exploitatieresultaat 2021 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven (paragraaf B.3.6. “Overzicht van incidentele baten en lasten”). Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
Het huidige weerstandsvermogen is toereikend om de onderkende risico’s af te kunnen dekken
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De omvang van uw eigen vermogen bedraagt ultimo 2021 circa 27,8 % van het balanstotaal (2020 circa 20,6%). De directe weerstandscapaciteit van de OFGV is daarmee in 2021 relatief gezien toegenomen. In absolute zin is de beschikbare weerstandscapaciteit met een bedrag van € 79.000 toegenomen ten opzichte van 2020, van circa € 645.000 naar € 724.000. In paragraaf A.2.2. “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” is toegelicht dat het benodigde weerstandsvermogen € 472.500 is. Dit bedrag is bepaald op basis van de actualisatie van de door het dagelijks bestuur onderkende risico’s. Door de inventarisatie en kwantificering van risico’s periodiek te actualiseren, houdt het dagelijks bestuur goed zicht op de risico’s en kunt u een goede kwalitatieve beoordeling van uw vermogen maken. Op basis van de (actualisatie van de) risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit (de vrije weerstandscapaciteit heeft het dagelijks bestuur berekend op € 724.000) komt de verhouding tussen het vrije beschikbare en benodigde weerstandsvermogen uit op 1,53 welke door het dagelijks bestuur als “Ruim voldoende” is beoordeeld.
De verhouding valt tevens boven de bandbreedte van 0,8 – 1,2 zoals is opgenomen in de geactualiseerde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement van de OFGV. Wij adviseren u om de risico-inventarisatie te blijven actualiseren en te kwantificeren en, gelet op het feit dat uiteindelijk de deelnemers “belast” worden met de risico’s, dit periodiek in het algemeen bestuur te bespreken.
312021004.22.166 - 8
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312021004.22.166 - 9
3. Bevindingen eindejaarscontrole Er is geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid die doorwerkt in ons oordeel
Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2021, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door het algemeen bestuur zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het algemeen bestuur, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan het algemeen bestuur van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van het algemeen bestuur. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid 2018 (welke van toepassing is op de jaarrekening 2021) van de Commissie BBV. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop het algemeen bestuur de begroting autoriseert. In uw geval is dat op het totaal van de begroting, omdat sprake is van één programma.
Op totaalniveau is geen sprake van een overschrijding van de geraamde lasten: de werkelijke totale lasten van € 14.199.000 zijn binnen het budget ad € 14.631.000 gebleven. Wel is in een vijftal gevallen het geraamde budget op kostensoortniveau overschreden. Hiervan kan het volgende beeld gegeven worden: Bedragen x € 1.000 1.1a Salarissen 1.1c Flexibele schil 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 4.3 Informatiemanagement
Gewijzigde begroting 2021 10.002 1.135 119 33 711
Gerealiseerd 2021 10.041 1.420 145 40 796
Overschrijding 39 285 26 7 85
In onderdeel B.3.5. “Analyse begrotingscriterium” heeft het dagelijks bestuur een nadere analyse van de begrotingsrechtmatigheid opgenomen. Uit de analyse van het dagelijks bestuur blijkt dat de overschrijdingen passen binnen het beleid van de OFGV en daarom niet door hoeven te werken in ons rechtmatigheidsoordeel. Wij hebben de analyse van het dagelijks bestuur gevalideerd en kunnen ons daarin vinden.
312021004.22.166 - 9
De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze hebben zich in 2021 niet voorgedaan, zodat ook op dit aspect geen afwijking als rechtmatigheidsfout mee hoeven te wegen in ons accountantsoordeel.
Meer inzicht door andere wijze van presenteren directe productiekosten
Tot en met de jaarrekening 2020 werden de directe productiekosten voor de provincies Flevoland en Noord-Holland en voor de gemeenten Almere en Lelystad in de exploitatie geboekt en werd de vergoeding die daarvoor ontvangen werd van de genoemde partijen ook geheel in de exploitatie geboekt. In het geval de gemaakte kosten en de ontvangen vergoeding van elkaar afweken, werd het verschil via de resultaatbestemming (bij vaststellen jaarrekening) terugbetaald (of in overleg met de provincie Flevoland gereserveerd) of werd, in geval de ontvangen vergoeding lager was dan de gemaakte kosten, een vordering opgenomen. In de meeste gevallen waren de ontvangen middelen in de afgelopen jaren overigens hoger dan de gemaakte kosten, waardoor sprake was van een terugbetalingsverplichting. Deze wijze van verantwoorden in niet geheel overeenkomstig het BBV en geeft daarnaast niet een geheel zuiver resultaat. Tot en met 2020 maakte het resultaat op de directe productiekosten onderdeel uit van het totale resultaat van de OFGV, waardoor bij de resultaatbestemming hier expliciet aandacht aan moest worden besteed.
Op basis van het BBV kwalificeren de ontvangen middelen die dienen te dekking voor de directe productiekosten als “van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”. In de jaarrekening 2021 is deze wijze van verwerken toegepast. Dit betekent dat ontvangen middelen verantwoord worden op de balans en dat bij het opmaken van de jaarrekening beoordeeld wordt, op basis van gerealiseerde prestaties, wat de werkelijke kosten zijn geweest. Dit bedrag wordt dan als bate verantwoord ten laste van de overlopende post. Het gerealiseerd resultaat van OFGV bevat hierdoor geen resultaat vanuit de directe productiekosten meer, maar eventuele overschotten vanuit de directe productiekosten staan als verplichting op de balans onder de overlopende passiva en worden toegelicht in het zogenaamde verloopoverzicht wat in de toelichting op de balans is opgenomen. Daarmee is voor de direct belanghebbende partijen, maar ook voor de andere deelnemers, direct inzichtelijk wat het eventueel resterend te besteden bedrag is en behoeft bij de resultaatbestemming geen expliciete besluitvorming plaats te vinden over wat er met deze overschotten moet gebeuren. Dat is immers een zaak van de belanghebbende partijen en de OFGV.
In onderling overleg zullen zij (moeten) bepalen wat er met de openstaande verplichting moet gebeuren: wordt deze ingezet ter dekking van nieuwe afspraken of moet het overschot worden terugbetaald. Het feit dat door deze wijze van verantwoorden een zuiverder resultaat wordt gepresenteerd en er een duidelijk beeld wordt gegeven over de besteding van directe productiekosten versus de daarvoor ontvangen middelen, geeft naar onze mening een duidelijk inzicht.
312021004.22.166 - 10
WNT-verantwoording en anticumulatiebepaling WNT
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2021 van € 209.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenschappelijke regelingen het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren.
In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2021 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2022 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2021 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking
312021004.22.166 - 11
4.
Interne beheersing
312021004.22.166 - 12
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Als onderdeel van de jaarrekeningcontrole hebben wij aandacht geschonken aan de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen van administratieve organisatie en interne beheersing, voor zover van belang voor onze controle op de controle 2021
betrouwbaarheid van de in de jaarrekening opgenomen gegevens. Naar aanleiding van de controle 2021 hebben wij met onze managementletter van 22 maart 2022 (kenmerk 312021004.21.378) onze bevindingen gedeeld met het dagelijks bestuur en de directie. De kernboodschappen die wij het dagelijks bestuur en de directie hebben meegegeven uit onze interim-controle hebben wij hieronder opgenomen. Onze indruk van uw interne beheersing is positief Onze indruk van uw interne beheersing is positief. Uw gemeenschappelijke regeling heeft een heldere visie op de interne beheersing en verantwoordelijkheden binnen uw gemeenschappelijke regeling zijn helder geregeld. Uw interne controle 2021 biedt voldoende aanknopingspunten om inzicht te krijgen in de getrouwheid en rechtmatigheid van belangrijke financiële stromen. We zien dat u bij de interne controle nog veel uitgaat van het door de verbijzonderde interne controle laten uitvoeren van zogenaamde “gegevensgerichte controles” achteraf om te komen tot zekerheid, zoals het uitvoeren van factuurcontroles. Dit is in de basis een prima werkwijze. Het is in onze visie echter ook van belang om uiteindelijk zo min mogelijk te moeten steunen op de uitkomsten van de “gegevensgerichte controles” achteraf maar juist meer gebruik te maken van uw administratieve organisatie en de daarin verankerde interne controle (AO/IC).
Het is het naar onze mening van belang om uw kwaliteitsbeoordeling mede te gaan baseren op een beoordeling van de kwaliteit van de AO/IC en het vaststellen van een effectieve werking van de AO/IC middels proceduretest: van repressieve controles met “bevindingen achteraf” naar zekerheid aan de voorkant. Een dergelijke kwaliteitsimpuls aan uw eigen organisatie vinden wij daarnaast een goede ontwikkeling die past bij de ontwikkeling dat het dagelijks bestuur vanaf het boekjaar 2022 zelfstandig de rechtmatigheidsverantwoording moet afgeven. Wij hebben daarnaast de directie en het dagelijks bestuur geadviseerd om bij de jaarlijkse actualisatie van procesbeschrijvingen meer aan te sluiten bij het zogenaamde “6-W-principe”. Beschrijvingen die aan dit principe voldoen, geven snel inzicht in de sterke punten en ontwikkelpunten en vergemakkelijken daarmee ook de uitvoering van de interne controle. Wanneer immers sprake is van sterke en expliciet beschreven interne beheersingsmaatregelen dan kunnen deze bij de (interne) controle eenvoudig(er) op bestaan en werking worden getest en kunnen tijdrovende gegevensgerichte controles verminderd worden. Frauderisicoanalyse: blijf deze actualiseren en zet op agenda van bestuur De primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen en ontdekken van fraude en onjuistheden berust bij het dagelijks bestuur.
Het algemeen bestuur moet er vervolgens op toe te zien dat het dagelijks bestuur adequate preventieve en repressieve interne beheersmaatregelen heeft ingesteld om het risico op fraude zoveel mogelijk te beperken. Als uw accountant hebben wij de verantwoordelijkheid om het risico te beoordelen dat de jaarrekening als gevolg van fraude, onjuistheden of verduistering van activa, afwijkingen van materieel belang zou kunnen bevatten.
312021004.22.166 - 13
Derhalve hebben wij als onderdeel van onze controle het dagelijks bestuur gevraagd het risico in te schatten dat de jaarrekening een materiële afwijking zou kunnen bevatten als gevolg van fraude. Uit onze werkzaamheden komt naar voren dat het dagelijks bestuur voldoende belang hecht aan het treffen van maatregelen om fraude te voorkomen, bijvoorbeeld bij de inrichting van de (financiële) processen. Uw gemeenschappelijke regeling beschikt echter (nog) niet over een actuele integrale analyse van frauderisico's. Wel wordt vanuit bijvoorbeeld de (verbijzonderde) interne controlewerkzaamheden op onderdelen al gedacht vanuit frauderisico's. Wij hebben het dagelijks bestuur geadviseerd om, als onderdeel van haar verantwoordelijkheid hierin, een integrale frauderisicoanalyse op te stellen, deze regelmatig te actualiseren en ook te bespreken met het algemeen bestuur. Met een (actuele) frauderisicoanalyse kunt u de frauderisico’s monitoren en periodiek evalueren of de interne beheersmaatregelen nog voldoende effectief zijn om frauderisico’s naar een acceptabel en door u geaccepteerd niveau te verlagen. Rechtmatigheidsverantwoording In de meicirculaire 2018 heeft het ministerie van BZK aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2021 het dagelijks bestuur zelf een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven.
Tot en met de jaarrekening 2021 geeft de accountant bij de jaarrekening van uw gemeenschappelijke regeling een controleverklaring af, met daarin een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Dat tweede oordeel, over de rechtmatigheid, verdwijnt naar verwachting vanaf de jaarrekening 2021. Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 103, juni 2021) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2022. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het dagelijks bestuur in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. In onze managementletter zijn wij ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeenschappelijke regeling betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪
Vanaf het verslagjaar 2022 moet het dagelijks bestuur zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het dagelijks bestuur worden gegeven: o Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een modeltekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het dagelijks bestuur zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het dagelijks bestuur. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgesteld. o In de paragraaf bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en de maatregelen die het dagelijks bestuur neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor het algemeen bestuur.
Het algemeen bestuur zou bijvoorbeeld kunnen bepalen dat deze afwijkingen door het dagelijks bestuur moeten worden vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering. Door deze laatste afwijkingen in de paragraaf Bedrijfsvoering te rapporteren, 312021004.22.166 - 14
informeert u het algemeen bestuur over de kwaliteit van de interne beheersing en de uitkomsten daarvan. Meer hierover kunt u ook lezen in de Notitie Bedrijfsvoering van de commissie BBV. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is er door het algemeen bestuur nog geen verantwoordingsgrens en een rapporteringsgrens vastgesteld. Wij adviseren u dit op korte termijn te doen. ▪
Een belangrijke wijziging met betrekking tot het normenkader is dat vanaf 2022, wanneer de wetswijziging wordt aangenomen, het normenkader expliciet door het Algemeen Bestuur moet worden vastgesteld. Wij adviseren u daar rekening mee te houden. Daarnaast adviseren wij u om te overwegen en mogelijk expliciet te besluiten, of u een beperking in de reikwijdte van het voorwaardencriterium wilt toepassen en uitsluitend op de aspecten recht, hoogte en duur te toetsen.
▪
De Commissie BBV heeft inmiddels de herziene kadernota uitgebracht (Kadernota rechtmatigheid 2022), waarin zij haar visie geeft over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. Het doel is uiteindelijk dat uw gemeenschappelijke regeling zelfstandig de in de Kadernota rechtmatigheid 2022 benoemde rechtmatigheidscriteria (het begrotingscriterium, het M&O-criterium en het voorwaardencriterium) afdekt. De Kadernota rechtmatigheid 2022 is daarmee vooral een belangrijk document voor het algemeen bestuur en dagelijks bestuur van decentrale overheden geworden. In paragraaf 1.4 van de kadernota is een tiental stellige uitspraken gedaan en zijn zeven aanbevelingen gedaan. Deze worden in de kadernota verder uitgewerkt. Deze stellige uitspraken en aanbevelingen kunnen u helpen bij de verdere implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording binnen uw gemeenschappelijke regeling. Een aantal van deze stellige uitspraken en aanbevelingen willen wij graag onder de aandacht brengen: o De kadernota 2022 introduceert het begrip ‘onduidelijkheden’. Dit begrip geeft aan dat er situaties zijn waarin het ook voor dagelijks bestuur niet duidelijk is of er rechtmatig gehandeld is. Deze moeten dan worden toegelicht en worden gewogen door het dagelijks bestuur.
o In de Kadernota wordt ook ingegaan op de toepassing van tolerantiegrenzen, afwijkingen en de weging hiervan. Deze begrippen zijn vooral van belang voor uw intern controleplan. o De commissie adviseert ook fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering. Hierover heeft de commissie BBV in de Notitie Bedrijfsvoering meer geschreven. o De invoering betekent eveneens dat de verordeningen 212, 213 en het normenkader moeten worden geactualiseerd. Ook moeten afspraken worden gemaakt of herzien met de accountant. Hierbij moet u vooral denken aan de scope van de interne controle (getrouwheid versus rechtmatigheid), de documentatie van de uitgevoerde interne controles en de planning van de interne controle. U beschikt over een Intern Controleplan 2021, deze moet voor 2022 geactualiseerd worden. Het intern controleplan, de daarin opgenomen risicoanalyse en de tijdige uitvoering van de geplande interne controles, zijn belangrijke randvoorwaarden om in 2023 een rechtmatigheidsverantwoording op te kunnen stellen met betrekking tot boekjaar 2022 o Bij aan derden uitbestede werkzaamheden is het belangrijk als gemeenschappelijke regeling zelf zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid. De wijze waarop dat kan is in de Kadernota uitgewerkt. Uw gemeenschappelijke regeling heeft overigens in dit verband geen werkzaamheden aan derden uitbesteed.
312021004.22.166 - 15
Wij adviseren u overigens om (voor zover u dit nog niet heeft gedaan) kennis te nemen van de Kadernota rechtmatigheid 2022. Deze kadernota kan ondersteunend zijn aan het verder vormgeven aan de invulling van de rol van verschillende actoren binnen uw gemeenschappelijke regeling. Wij zien de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording als een uitgelezen kans om de interne beheersing op een nog hoger niveau te krijgen. Hiernaast hebben wij de wijzigingen samengevat en gevisualiseerd. Een goede onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording is ons gedeeld belang. De accountant moet straks immers verklaren dat de door het dagelijks bestuur afgegeven rechtmatigheidsverantwoording getrouw is. Wij zijn als uw accountant dus in belangrijke mate afhankelijk van de (interne controle) werkzaamheden van het dagelijks bestuur. Uiteraard maken wij hier graag gebruik van en willen wij graag samen optrekken om tot een goede invulling van de rechtmatigheidsverantwoording te komen. De jaarlijkse beoordeling van het intern controleplan van het dagelijks bestuur, de door haar uitgevoerde risicoanalyse en de beoogde interne controle aanpak zullen wij diepgaand met elkaar bespreken. Een belangrijke verandering ten opzichte van voorgaande jaren is, dat wij dit vooral vroegtijdig, meer concreet in het eerste of tweede kwartaal willen doen.
Het doel is uiteindelijk dat uw gemeenschappelijke regeling geheel zelfstandig de 3 rechtmatigheidscriteria, begrotingscriterium, M&O-criterium en voorwaardencriterium, afdekt en dat wij door goede afspraken aan de voorkant kunnen volstaan met een marginale review achteraf. Dan is het in onze optiek logisch dat wij vroeg in het jaar met elkaar in gesprek zijn. De manier waarop u nu de interne controle uitvoert, biedt hiervoor een goede basis. Wij adviseren u de noodzakelijk vervolgstappen te zetten. In dit kader hebben wij eerder de volgende elementen benoemd: besluitvorming bestuur (verantwoordingsgrens, rapporteringsgrens, tolerantie en normenkader) voorbereiden; uitwerking rechtmatigheidscriteria, in kaart brengen relevante wet- en regelgeving, uitvoeren risicoanalyse (wat kan er misgaan en wat is de impact hiervan), relevante beheersmaatregelen identificeren en het bepalen van gegevensgerichte detailcontroles (afdekken restrisico) en opstellen van werkprogramma’s waar nodig.
312021004.22.166 - 16
5.
Overige aangelegenheden
312021004.22.166 - 17
5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het dagelijks bestuur
Er zijn geen meningsverschillen met het dagelijks bestuur geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het dagelijks bestuur van uw gemeenschappelijke regeling de volledige medewerking verleend en hebben wij de volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
Wij hebben namens het dagelijks bestuur een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen. Bevestigingen van het dagelijks bestuur ontvangen
Naleving van wet- en regelgeving
Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving.
Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.
Geen aanwijzingen van fraude
In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de OFGV, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en de directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. 312021004.22.166 - 18
Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2021 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van (materiële) fraude.
Bevestiging onafhankelijkheid
Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het dagelijks en het algemeen bestuur. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de OFGV in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Publieke Sector Accountants beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersingsmaatregelen. Bijgaande niet-limitatieve opsomming geeft u een indruk van de maatregelen die bijdragen aan het waarborgen van onze onafhankelijke positie: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
Schriftelijke onafhankelijkheidsbepalingen waarin alle bestaande onafhankelijkheidsvereisten en de risico’s ten aanzien van de bedreiging van de onafhankelijkheid en de daaraan gerelateerde waarborgen zijn verwerkt. Procedures voor tijdige bekendmaking van de voorschriften en de daarin aangebrachte wijzigingen aan alle partners en werknemers bij Publieke Sector Accountants. Procedures voor de organisatie van periodieke training inzake de toepassing van de onafhankelijkheidsvoorschriften. Procedures die erop gericht zijn dat onze gevolmachtigden en werknemers in specifieke casussen en omstandigheden de onafhankelijkheidsvoorschriften naleven. De benoeming van professionals op seniorniveau die verantwoordelijk zijn voor het continu actualiseren van de procedures en voorschriften, de tijdige bekendmaking ervan en het adequaat functioneren van het gehele stelsel van waarborgen. Procedures voor een schriftelijke rapportage per controlecliënt waarin is vastgelegd of sprake is van omstandigheden die de onafhankelijkheid van de accountant die de controleopdracht uitvoert bedreigen, op welke wijze met potentiële bedreigingen is omgegaan en indien er bedreigingen zijn gesignaleerd, welke maatregelen dan zijn genomen om deze bedreiging voor de onafhankelijkheid weg te nemen.
De vastlegging van deze beoordeling inclusief een gemotiveerde conclusie (de zogenoemde onafhankelijkheidsevaluatie) wordt in het dossier opgenomen. Procedures die vereisen dat een daartoe geëigende afdeling binnen Publieke Sector Accountants wordt geconsulteerd, als sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een specifieke cliënt. Wij zullen dan ook overwegen het algemeen bestuur of de auditcommissie te raadplegen.
312021004.22.166 - 19
▪
Procedures voor het interne toezicht in relatie tot de toetsing en bewaking van de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften.
De opzet, bestaan en werking van ons stelsel van maatregelen worden periodiek door de externe toezichthouder getoetst. Interne roulatie Een te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen kan een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant wanneer bepaalde leden van het controleteam geregeld en voor lange tijd aan de wettelijke controle van een controlecliënt meewerken. Wij beoordelen de bedreiging voor de onafhankelijkheid die kan voortvloeien uit de langdurige betrokkenheid van andere leden van het controleteam bij de controleopdracht. Waar nodig nemen wij maatregelen om de bedreiging weg te nemen. Wij merken op dat er in het kader van onze controleopdracht geen sprake is geweest van een dergelijke bedreiging. Persoonlijke, zakelijke of financiële relaties Wij hebben een evaluatie gemaakt van persoonlijke, zakelijke en financiële relaties tussen Publieke Sector Accountants, haar partners en haar medewerkers en de OFGV, die van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bij deze evaluatie zijn ons geen zaken gebleken welke aan u gerapporteerd dienen te worden.
Geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid De Nederlandse onafhankelijkheidsregels vereisen dat de eindverantwoordelijke accountant de met governance belaste organen informeert over geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid die Publieke Sector Accountants, een bestuurder of interne toezichthouder van Publieke Sector Accountants of een lid van het controleteam heeft ontvangen van of verstrekt aan de OFGV of een bij de OFGV betrokken persoon. Hierbij is een drempel van € 100 opgenomen in de regels. Wij zijn van mening dat de verstrekte en ontvangen geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid gepast zijn en derhalve niet tot een bedreiging voor de onafhankelijke uitvoering van de controleopdracht hebben geleid. Volledigheidshalve merken wij op dat wij geen geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid hebben verstrekt/ontvangen die een (geschatte) waarde van meer dan € 100 hebben. Aanvullende dienstverlening Een overzicht van de aanvullende dienstverlening hebben wij hieronder opgenomen. Aanvullende dienstverlening Geen
312021004.22.166 - 20
Conclusie onafhankelijkheid De voorschriften in het kader van onafhankelijkheid zijn binnen de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (de NBA) opgenomen in de ‘Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO)’ en vormen een belangrijk onderdeel van het ‘normenkader’ waaraan een accountant moet voldoen. De naleving van de ViO is binnen Publieke Sector Accountants ingebed. Op basis van onze toetsing concluderen wij dat onze onafhankelijkheid als certificerend accountant bij de OFGV in 2021 voldoende is gewaarborgd.
Geen sprake van controleverschillen
Overzicht van de controleverschillen: Aard van de fouten en onzekerheden
Rechtmatigheid
Getrouwheid
Fouten N.v.t. Totaal fouten
N.v.t.
N.v.t.
€0
€0
N.v.t.
N.v.t.
€0
€0
Onzekerheden N.v.t. Totaal onzekerheden
Wij hebben van het dagelijks bestuur een schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen, waarin het dagelijks bestuur bevestigt dat de niet-gecorrigeerde fouten, zowel individueel als in totaal, in het kader van de jaarrekening niet materieel zijn. Daarnaast is in de jaarrekening een aantal correcties, zowel financieel als in de toelichting, doorgevoerd naar aanleiding van onze controle. Uw organisatie beschikt over een overzicht van deze correcties.
Disclaimer en beperking in gebruik
Dit verslag is alleen bestemd voor het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de directie en het management en mag niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden verstrekt of aangehaald zonder onze schriftelijke toestemming vooraf. Er wordt geen verantwoordelijkheid aan een derde partij geaccepteerd, omdat dit verslag daar niet voor opgesteld en bedoeld is. Dientengevolge nemen wij geen enkele verplichting of plicht van zorg aan ieder ander persoon aan wie dit verslag getoond of in zijn handen komt, op ons.
312021004.22.166 - 21
De in dit verslag aan de orde gestelde onderwerpen zijn door ons geconstateerd gedurende onze controleopdracht waarvan wij van mening zijn dat zij uw aandacht behoeven. Het is geen allesomvattend verslag van alle geconstateerde zaken en in het bijzonder kunnen wij niet verantwoordelijk worden gesteld voor het rapporteren van alle bedrijfsrisico’s of tekortkomingen in het systeem van interne beheersing. Elke conclusie, opinie of opmerking in dit verslag is verstrekt in de context van onze controleverklaring over de jaarrekening als geheel. Evenzo geldt dat de opmerkingen, bevindingen en aanbevelingen met betrekking tot het systeem van interne beheersing niet gelezen dienen te worden als een afzonderlijke opinie van het systeem van interne beheersing en haar werking.
312021004.22.166 - 22
312021004.22.166 - 23