CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

97707b37-26e5-4dfa-85c4-34dbffec9872.pdf

Raadsvergadering 22 december 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 11: Raadsvoorstel Decemberwijziging 20224.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DIV Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

■3 OKI 2022

> Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten

Postbus 100

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5

8250 AC Dronten

T 070 333 44 44 F 070 333 40 33 WWV*, rijksoverheid.nl Onze referentie 2022-0000190849

Datum 30 september 2022 Betreft Bijstandsuitkering voorlopig 2023

Geacht college,

Het Rijk kent u met deze beschikking een specifieke uitkering toe. Specifieke uitkeringen zijn middelen uit 's Rijks kas die onder voorwaarden worden verstrekt. In het vervolg van deze beschikking wordt u over deze voorwaarden geïnformeerd. Specifieke uitkeringen worden verantwoord via SiSa (Single information. Single audit).

BETROKKEN PARTIJEN

VERSTREKT DOOR

Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen

TOEGEKEND AAN

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten

DATUM

30 september 2022

REGELING TYPE

Specifieke uitkering

NAAM

Uitkering algemene bijstand, LKS, lOAW, lOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud zelfstandigen) - Voorlopig budget.

CODERING

SZW G2

BEDRAG

€ 10.101.887

JAAR

2023

Pagina 1 van 11

Bijlagen Gemeentespecifieke bijlage

OMSCHRIJVING REGELING

BASIS VAN DE VERSTREKKING Artikel 69 jo. artikel 71 van de Participatiewet en artikel 6, lid 5 Besluit Pw.

BELEIDSDOELSTELLING Het toekennen van een uitkering aan degene die hier te lande niet over de middelen beschikt om te voorzien in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan alsmede het verstrekken van subsidie aan een werkgever met iemand in dienst die onvoldoende arbeidsvermogen heeft om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen.

WIJZE VAN BETALING

Betaalbaarstelling geschiedt in maandelijkse termijnen. U ontvangt iedere maand, op of omstreeks de vijftiende dag, 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde budget. Alleen in mei ontvangt u, vanwege de uit te keren vakantietoelagen, 12% van het (voorlopig) toegekende budget. Een achtste deel van het voorschot ten behoeve van vergunninghouders op de uitkering bijstand en LKS zoals toegekend op basis van het Besluit Participatiewet, artikel 8b wordt jaarlijks verrekend met de uitbetaling van de uitkering bijstand en LKS in oktober. Deze verrekening vindt dus één keer per jaar plaats. Betalingen worden overgemaakt naar NL83 BNGH 0285 0134 75. GENERIEKE WETGEVING

FINANCIËLE-VERHOUDINGSWET U dient het beschikte bedrag uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar te verantwoorden, zoals geregeld in de Financiële-verhoudingswet, artikel 17a.

VERANTWOORDING U verantwoordt zich via het systeem van Single Information, Single audit (SiSa), zoals bepaald in de Regeling informatieverstrekking SiSa. Bij niet tijdig indienen van de verantwoordingsinformatie, treedt het maatregelenbeleid van het ministerie van BZK in werking. Er volgt opschorting van uitbetaling van de algemene uitkering totdat de verantwoordingsinformatie is ontvangen, tot een maximum van 26 weken. TERUGVORDERINGBELEID Terugvordering van de toegekende specifieke uitkering is niet van toepassing met betrekking tot het budget als bedoeld in artikel 69 van de Participatiewet.

SPECIFIEKE WETGEVING VERDEELSYSTEMATIEK

Zie de toelichting.

INDICATOREN

Zie de toelichting.

VERANTWOORDING

Naast de zogeheten SiSa-verantwoording dient u jaarlijks het Beeld van de Uitvoering in te dienen, dat de minister van SZW voor 1 maart volgend op

Pagina 2 van 11

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing

Datum 30 september 2022 Onze referentie

2022-0000190849

het begrotingsjaar moet hebben ontvangen. Aan de overschrijding van voornoemde termijn is een financiële maatregel verbonden. Zie tevens de toelichting voor de te leveren informatie over de indicatoren.

CORRESPONDENTIE Inhoudelijke vragen over de financiering van de Participatiewet kunt u stellen via financiering participatiewet(Siminszw.nl Voor vragen over de verantwoordingsprocedure kunt u contact opnemen via postbusibi@minbzk.nl

BEKRACHTIGING

Hoogachtend, de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, namens deze.

mw. C. Goedhart Directeur Participatie en Decentraie Voorzieningen

BEZW AARMOGELIJKHEID Dit is een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid van de Awb. Overeenkomstig de Awb kan tegen deze beschikking schriftelijk bezwaar worden gemaakt door degene wiens belang rechtstreeks bij deze beschikking betrokken is. Daartoe moet binnen zes weken na de dag van verzending van deze beschikking een bezwaarschrift worden ingediend bij: De Staatssecretaris van SZW, t.a.v. de Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, Bureau Ondersteuning team 1, Postbus 90801, 2509 LV 's-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en ten minste te bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van deze beschikking alsmede reden(en) waarom de beschikking niet juist wordt gevonden. Het bezwaarschrift dient in de Nederlandse taal te zijn gesteld. Een bezwaarschrift kan ook per e-mail worden ingediend. Dan moet het bezwaarschrift in pdf-formaat als bijlage in de e-mail worden verzonden. Deze bijlage moet een ingescande "natte" handtekening bevatten. Hiermee wordt bedoeld dat het bezwaarschrift met de hand moet worden ondertekend, voordat het wordt ingescand en opgeslagen in pdf-formaat (bij voorkeur met tekstherkenning). Deze e-mail met bijlage moet gezonden worden naar: wbja-bezwaren-bo-tl@minszw.nl.

Pagina 3 van 11

Directie Participatie en Decentraie Voorzieningen Afdeiing Participatie en Financiëie Sturing Datum 30 september 2022

Onze referentie 2022-0000190849

TOELICHTING 1.MACROBUDGET 2023

1.1 Voorlopig vastgesteld macrobudget Het totale macrobudget voor 2023 bedraagt € 6.014,9 miljoen. Binnen het macrobudget maken we onderscheid tussen enerzijds het budget bijstandsuitkeringen, waar de algemene bijstand, lOAW, lOAZ en het Bbz 2004 onder vallen, en anderzijds het budget voor het verstrekken van loonkostensubsidie (LKS). In tabel 1 is de opbouw van het macrobudget voor 2023 weergegeven. Deze bedragen zijn conform de SZW-begroting 2023. Tabel 1. Macrobudget bijstand en LKS 2023 (in miljoenen euro's)________ Bedrag 5.637.7 Budget bijstandsuitkeringen 5.320.7 -Algemene bijstand 241,3 -lOAW 29,6 -lOAZ 46,1 -Bbz 2004 (levensonderhoud voor zelfstandigen) 377,2 LKS-budget 6.014,9 Totaal macrobudget_________________________ _____ 1,2 Waarvan uitname voor vangnetuitkeringen_______ 6.013,7 Voorlopig te verdelenmacrobudget

Voor 2023 is het macrobudget vastgesteld conform de gebruikelijke systematiek. Deze is beschreven in de Memorie van Toelichting van de WWB (Kamerstukken II, vergaderjaar 2002-2003, 28 870, nr. 3) en een brief aan de Tweede Kamer van 2 juli 2004 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2003-2004, 28 870, nr. 117). De vaststelling van het voorlopige macrobudget wordt nader toegelicht op de website van de Rijksoverheid (www.riiksoverheid.nl/onderwerpen/participatiewet/nieuws). LKS-budget Voor LKS wordt een apart deelbudget geraamd, op basis van een zo goed mogelijke inschatting van de te verwachten uitgaven aan LKS van alle gemeenten gezamenlijk. Sinds 2022 worden gemeenten niet meer via het objectief verdeelmodel gefinancierd voor LKS, maar op basis van de laatst bekende realisaties. Voorlopige uitname voor vangnetuitkeringen Gemeenten met tekorten boven een eigenrisicodrempel kunnen onder voorwaarden een beroep doen op een vangnetuitkering. Toegekende vangnetuitkeringen worden bekostigd vanuit het macrobudget. Voor de vangnetuitkeringen over het budgetjaar 2021 is een voorlopig bedrag van € 1,2 miljoen gereserveerd. De definitieve reservering op het macrobudget wordt vastgesteld bij de definitieve vaststelling van de budgetten in september 2023.

Pagina 4 van 11

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing Datum

30 september 2022 Onze referentie

2022-0000190849

2. VERDEELSYSTEMATIEK

2.1 Verdeling budget bijstandsuitkeringen met het objectief verdeelmodel Voor het vaststellen van het budget voor de bijstandsuitkeringen wordt voor gemeenten met meer dan 15.000 inwoners gebruik gemaakt van een objectief verdeelmodel. Met het verdeelmodel wordt op basis van objectieve factoren geschat wat gemeenten zullen uitgeven aan uitkeringen. De basis voor de objectieve verdeling is een statistische analyse met indicatoren op meerdere niveaus, namelijk huishoud-, gemeente- en buurtniveau. Het verdeelmodel bestaat uit een volumecomponent en een prijscomponent. Met de volumecomponent wordt de kans op ontvangst van een bijstandsuitkering voor een huishouden ingeschat. Met de prijscomponent wordt de hoogte van de bijbehorende bijstandsuitkering ingeschat, waarbij onder meer rekening gehouden wordt met de (bruto) bijstandsnorm die voor het betreffende huishouden van toepassing is. Bij de berekening van zowel de kans als de prijs wordt gebruik gemaakt van integrale gegevensbestanden van het CBS waarin voor ieder huishouden in Nederland gegevens beschikbaar zijn. De kans op bijstand en de uitkeringshoogte verschillen per huishoudtype. Zo hebben bijvoorbeeld eenoudergezinnen een hogere kans dan gemiddeld om een bijstandsuitkering te ontvangen, terwijl samenloop met een uitkering op grond van de WW tot een lagere bijstandsuitkering leidt.

De voorspelde kans op bijstand in combinatie met de voorspelde hoogte van de uitkering resulteert in een voorspeld bijstandsbudget per huishouden.

2.2 Budgetberekening bijstandsuitkeringen afhankelijk van gemeentegrootte De wijze waarop het budget bijstandsuitkeringen voor gemeenten wordt vastgesteld is afhankelijk van het aantal inwoners. Voor gemeenten met 15.000 inwoners of minder (kleine gemeenten) wordt het budget volledig historisch bepaald. Dit betekent dat het budget wordt berekend op basis van de historisch gerealiseerde gemeentelijke lasten aan bijstandsuitkeringen, waarbij rekening wordt gehouden met de groei of krimp van het aantal huishoudens in de tussenliggende periode. Concreet betekent dit dat het uitgavenaandeel in jaar t-2 (gecorrigeerd voor groei en krimp van huishoudens tussen 1 januari t-2 en 1 januari t-1) gelijk is aan het budgetaandeel in jaar t. Voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners wordt het budget volledig vastgesteld op basis van de objectief te verwachten lasten aan bijstandsuitkeringen. Daarbij ontvangen deze gemeenten apart een budget ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Voor gemeenten die (deels) historisch worden verdeeld geldt dat de uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners meelopen in de historische verdeling. De uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners maken namelijk onderdeel uit van de realisaties van gemeenten.

Voor gemeenten met inwoneraantallen tussen de 15.000 en 40.000 worden de budgetten vastgesteld op basis van zowel het historisch als het objectief bepaalde budget. Er wordt voor deze gemeenten een gewogen gemiddelde bepaald van deze twee budgetten, waarbij het gewicht afhankelijk is van het aantal inwoners tussen de 15.000 en 40.000. Deze gemeenten ontvangen daarnaast een apart budget ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners voor zover het budget objectief wordt verdeeld. Een uitgebreidere toelichting van de verdeelsystematiek en de werking van het objectief verdeelmodel is opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit Pw. In de bijlage bij deze beschikking is voor de gemeente opgenomen hoe de

Zie het rapport voor model 2023: Vaststellen van de bijstandsbudgetten 2023, SEO en Atlas voor gemeenten. Pagina 5 van 11

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing

Datum 30 september 2022 Onze referentie 2022-0000190849

berekening van het budget is uitgevoerd. Via de website van de Rijksoverheid wordt ook een rekentooi beschikbaar gesteid om gemeenten inzicht te verschaffen in de uitkomsten van het objectief verdeelmodel. Deze rekentooi kan gemeenten ook handvatten bieden om te sturen op de uitgaven.

2.3 Overschotten op het budget zijn vnj besteedbaar Als een gemeente overhoudt op het budget, mag de gemeente dit houden en kan dit overschot door de gemeente naar eigen inzicht worden ingezet. Een tekort moet de gemeente uit eigen middelen opvangen. Hierdoor worden gemeenten gestimuleerd het aantal mensen met een bijstandsuitkering zo klein mogelijk te houden. Indien een gemeente wordt geconfronteerd met een groot tekort, dan kan onder bepaalde voorwaarden een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. 2.4 Verdeling LKS-budget op basis van realisaties Vanaf 2022 worden gemeenten op basis van realisaties gefinancierd voor LKS. Hiermee worden gemeenten gestimuleerd om LKS in te zetten, ook voor mensen met een lage loonwaarde en voor niet-uitkeringsgerechtigden. De netto uitgaven aan LKS van het jaar voorafgaand aan het budgetjaar worden voor alle gemeenten (klein, middelgroot en groot) leidend voor de verdeling van het LKS-budget. Bij de bekendmaking van de voorlopige budgetten zijn de realisaties van het voorgaande jaar nog niet bekend. Daarom wordt uitgegaan van de realisaties twee jaar voorafgaand aan het budgetjaar. Bij het definitief budget wordt wel uitgegaan van de realisaties van het voorgaande jaar. Dit betekent dat de LKSbudgetaandelen nog niet vaststaan bij het voorlopig budget.

Dit wijkt af van de aandelen in het budget bijstandsuitkeringen die in principe niet meer wijzigen na vaststelling van de voorlopige budgetten. Bij de invoering van de verdeling van het LKS-budget op basis van realisaties zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd in het objectief verdeelmodel. Om ervoor te zorgen dat gemeenten niet dubbel gefinancierd worden voor LKS, zijn de huishoudens die volledig LKS ontvangen uit het model gehaald en wordt alleen de kans op bijstand (een bijstandsuitkering) geschat. Huishoudens die deels bijstand, deels LKS ontvangen lopen wel mee in het model. Omdat de gemiddelde bijstandsuitkering voor deze huishoudens lager ligt, is een indicator'ontvangst LKS' toegevoegd aan het prijsmodel. Met deze indicator wordt met een gemiddeld lagere prijsfactor gerekend voor huishoudens die zowel bijstand als LKS ontvangen.

3. INDICATOREN (SISA-)VERANTWOORDING Ten behoeve van de verantwoording over de uitvoering van de genoemde regelingen zendt het college informatie aan de minister van BZK over de volgende indicatoren: • Bestedingen algemene bijstand Participatiewet • Baten algemene bijstand Participatiewet (excl. Rijk) • Bestedingen lOAW • Baten lOAW (excl. Rijk) • Bestedingen lOAZ • Baten lOAZ (excl. Rijk) • Bestedingen Bbz 2004 levensonderhoud zelfstandigen • Baten Bbz 2004 levensonderhoud zelfstandigen (excl. Rijk) • Bestedingen loonkostensubsidie • Baten loonkostensubsidie (excl. Rijk)

Pagina 6 van 11

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing Datum 30 september 2022

Onze referentie 2022-0000190849

Daarnaast zendt het college informatie over de baten van de ingetrokken WWIK. De verantwoording, op basis van het baten-lastenstelsel, vindt plaats via SiSa, zoals bepaald in de Regeling informatieverstrekking SiSa.

Over dezelfde indicatoren, en eveneens op basis van het baten-lastenstelsel, dient het college informatie te verstrekken aan de minister van SZW, via het Beeld van de Uitvoering, als bedoeld in artikel 77, tweede lid. Participatiewet en identieke bepalingen in de lOAW, de lOAZ en de Intrekkingswet WWIK. 4. ADRESSERING Indien er voor uw gemeente sprake is van een gemeentelijke herindeling per 1 januari 2023, dan geldt deze beschikking voor die nieuwe gemeente. Deze beschikking is verzonden aan zowel de nieuw te vormen gemeente als aan de huidige gemeenten die gezamenlijk de nieuwe gemeente gaan vormen.

Pagina 7 van 11

Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen Afdeling Participatie en Financiële Sturing Datum 30 september 2022

Onze referentie 2022-0000190849

Gemeentespecifieke bijlage In deze bijlage wordt voor uw gemeente een toelichting gegeven op de verdeling van het voorlopig budget 2023, bestaande uit het budget voor bijstandsuitkeringen (algemene bijstand, lOAW, lOAZ en Bbz 2004), dat onderverdeeld is in drie deelbudgetten, en het budget voor loonkostensubsidie (LKS).

Het voorlopig budget 2023 voor uw gemeente bestaat daarmee uit vier deelbudgetten: - Deelbudget bijstand ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners - Deelbudget bijstand dat historisch verdeeld is - Deelbudget bijstand dat objectief verdeeld is - Budget voor LKS In het vervolg van deze toelichting wordt nader ingegaan op de berekening van deze deelbudgetten. Uw gemeente telt op 1 januari 2022 42.865 inwoners. Omdat dit aantal hoger is dan 15.000 wordt volgens de reguliere systematiek het budget bijstandsuitkeringen van uw gemeente deels of volledig (voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners) objectief bepaald.

Toelichting op de berekening van het budget Tabel la: berekening van het te verdelen macrobudget, de deelbudgetten en de wegingsfactor Macrobudget

Voorlopig macrobudget 2023

€

6.014.896.209 A

Uitname voor vangnetuitkeringen

€

1.244.383 B

Beschikbaar voorlopig macrobudget 2023 voor de verdeling

€

6.013.651.826 C = A-B

- waarvan LKS-budget 2023

€

- waarvan budget bijstandsuitkeringen 2023

€

377.191.415 D

5.636.460.411 E = C-D

Deelbudgetten voor alle gemeenten

Budget LKS

€

377.191.415 D

Deelbudget bijstand voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners

€

156.831.247 El = SOM [H] voor alle gemeenten

Deelbudget bijstand historisch verdeeld

€

413.384.435 E2 = SOM [T] voor alle gemeenten

Deelbudget bijstand objectief verdeeld

€

5.066.244.728 E3 = E-E1-E2

Berekening wegingsfactor {% budget dat objectief wordt verdeeld)

Aantal inwoners 1 januari 2022

42.865 F

Berekening wegingsfactor (deel dat objectief wordt verdeeld)

1,000 G = (F - 15.000) / 25.000 met min = 0 en max = 1

Tabel 1 (a+b) toont de berekening van het gemeentelijk budget. Deze berekening start op regel A in tabel la met het totale macrobudget 2023 voor de bijstandsuitkeringen en LKS. Een toelichting op het macrobudget wordt beschikbaar gesteld via de website van de Rijksoverheid, bij de nieuwsberichten over de Participatiewet. Regel B laat zien welk bedrag uit het macrobudget genomen wordt ten behoeve van de vangnetuitkeringen over het jaar 2021. Regel C geeft het macrobudget dat beschikbaar is voor de verdeling en betreft het macrobudget na aftrek van het gereserveerde bedrag ten behoeve van de vangnetuitkeringen over 2021. Het voor de verdeling beschikbare budget bijstandsuitkeringen (regel E) wordt berekend door het LKS-budget (regel D) in mindering te brengen op het macrobudget na vangnetuitname (regel C).

Het deel van het macrobudget dat beschikbaar is voor de objectieve verdeling (regel E3) wordt berekend door op het budget voor de bijstandsuitkeringen (regel E), het deelbudget bijstand voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners (regel El) en het deelbudget bijstand dat historisch wordt verdeeld (regel E2) in mindering te brengen. Een toelichting op de regels D, El en E2 komt verderop in deze toelichting aan de orde.

De wegingsfactor Voor de bepaling van het budget voor de bijstandsuitkeringen is het aantal inwoners van belang. Op basis van het inwoneraantal van een gemeente (regel F) wordt een wegingsfactor berekend (regel G). Deze wegingsfactor geeft aan voor welk deel een gemeente objectief wordt verdeeld en voor welk (resterende) deel historisch wordt verdeeld. De wegingsfactor loopt lineair op van 0 bij 15.000 inwoners naar 1 bij 40.000 inwoners. Gemeenten met 40.000 inwoners of meer hebben een wegingsfactor van 1 en worden dus volledig objectief verdeeld. Deze wegingsfactor wordt niet alleen toegepast bij de berekening van het historisch en objectief budget, maar ook bij de berekening van het budget voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Tabel Ib toont de berekening van het gemeentelijk aandeel in de deelbudgetten en het totale budget. Tabel Ib: berekening van de deelbudgetten en het voorlopige budget 2023 I. Deelbudget bijstand t.b.v. dak- en thuislozen en instellingsbewoners

Netto uitgaven 2021 aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners in de gemeente

€

80.000 H

Totaal netto uitgaven 2021 van alle gemeenten aan Bijstand, lOAW, lOAZ en Bbz 2004

€

4.489.106.000 I

I. Budget voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners (budget wordt toegekend voor het deel dat de gemeente objectief wordt verdeeld)

€

100.447 J = H/l*E*e

Netto uitgaven 2021 aan LKS in de gemeente

€

631.591 K

Totaal netto uitgaven 2021 van alle gemeenten aan LKS

€

244.456.322 L

II. LKS-budget

0,258366% M1=K/L

Budgetaandeel in macro LKS-budget 2023

II. LKS -budget

€

974.533 M2 = Ml * D

III. Deelbudget bijstand historisch verdeeld Gemeentelijke lasten 2021 aan Partipatiewetuitkeringen

€

8.759.973 N

Aantal huishoudens 18-AOW op 1 januari 2021

13.190 O

Aantal huishoudens 18-AOW op 1 januari 2022

13.573 P

Gemeentelijke lasten 2021 gecorrigeerd voor groei/krimp

€

Gecorrigeerde gemeentelijke lasten 2021 voor alle gemeenten

€

Fictief 100% budget op basis van gecorrigeerde gemeentelijke lasten 2021

€

8.310.842 S = Q/R*E

III. Deelbudget bijstand historisch verdeeld

€

0 T = S*(1-G)

9.014.338 Q=N*P/O 6.113.575.002 R = som [Q] voor alle gemeenten

IV. Deelbudget bijstand objectief verdeeld

Objectief vastgestelde gemeentelijke grondslag

€

9.578.004 U

Objectief vastgestelde gemeentelijke grondslag x de wegingsfactor (gewogen grondslag)

€

9.578.004 V = U*G

Som voor alle gemeenten van de objectief vastgestelde gemeentelijke grondslag x de wegingsfactor (landelijk totaal van gewogen grondslagen)___________________________

€

IV. Deelbudget bijstand objectief verdeeld

€

5.375.541.474 W = som [V] voor alle gemeenten

9.026.907 X = V/W*E3

Totaal voorlopig budget 2023 en budgetaandeel

Voorlopig bijstandsbudget 2023 (excl LKS)

€

0,161934% Z = Y/E

Aandeel in bijstandsbudget 2023 (excl LKS) Totaal voorlopig budget 2023 (incl LKS)

9.127.354 Y = J+T + X

€

10.101.887 AA = Y + M2

I. Deelbudget bijstand ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners Voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners is op individueel niveau geen geschikte informatie voorhanden. Hierdoor kan in het verdeelmodel niet goed rekening gehouden worden met deze groep. Om deze reden ontvangen gemeenten een apart budget ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Dit budget wordt buiten het verdeelmodel om verstrekt en gefinancierd vanuit het beschikbare macrobudget. Bij de vaststelling van het budget wordt rekening gehouden met de wegingsfactor (welk percentage een gemeente objectief wordt verdeeld). Voor zover gemeenten historisch worden verdeeld geldt dat de uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners reeds meelopen in de historische verdeling. De uitgaven aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners maken namelijk onderdeel uit van de realisaties van gemeenten. Om dit (deel)budget te berekenen wordt gebruik gemaakt van de netto uitgaven in 2021 van een gemeente aan algemene bijstand voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Deze gegevens worden ontleend aan het Stelsel van sociaal-statistische bestanden (SSB) van het CBS. Er wordt berekend wat de netto uitgaven van een gemeente (regel H) zijn als percentage van de totale landelijke netto uitgaven (regel I).

Door voor elke gemeente dit percentage te vermenigvuldigen met het landelijk beschikbare macrobudget voor bijstandsuitkeringen (regel E) en met de wegingsfactor (regel G) wordt de hoogte van het (deel)budget bepaald (J). II. Budget voor LKS Vanaf het budgetjaar 2022 wordt binnen het macrobudget een apart LKS-budget onderscheiden. Bij de voorlopige vaststelling van de budgetten wordt de verdeling gebaseerd op de netto uitgaven in 2021. Bij de definitieve vaststelling van de budgetten zal gebruik worden gemaakt van de netto uitgaven in 2022. Om het LKS-budget ten behoeve van het voorlopige budget 2023 te berekenen wordt gebruik gemaakt van de netto uitgaven (lasten minus baten) aan LKS in 2021. Deze gegevens worden ontleend aan de SiSa-verantwoording van gemeenten, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen reguliere en forfaitaire LKS. Er wordt berekend wat de netto uitgaven van elke gemeente (regel K) zijn als percentage van de totale landelijke netto uitgaven (L). Door voor elke gemeente dit percentage (Ml) te vermenigvuldigen met het landelijk beschikbare LKS-budget (D) wordt de hoogte van het LKS-budget voor individuele gemeenten bepaald (M2). UI. Deelbudget bijstand historisch verdeeld Het inwoneraantal van een gemeente bepaalt via de wegingsfactor in welke mate een gemeente historisch wordt verdeeld.

Het historisch deel van het budget bijstandsuitkeringen wordt bepaald op basis van het (voor groei- en krimp gecorrigeerde) uitgavenaandeel van een gemeente in de totale uitgaven van alle gemeenten in 2021. De regels N tot en met Q geven de gemeentelijke lasten van uw gemeente gecorrigeerd voor de ontwikkeling van het aantal huishoudens van 18 jaar tot de AOW-leeftijd in uw gemeente. Hiermee wordt gecorrigeerd voor groei of krimp in de gemeente. In regel R is opgenomen wat de totale (gecorrigeerde) gemeentelijke lasten zijn van alle gemeenten samen. Regel S geeft het (fictief) historisch budget dat een gemeente zou ontvangen indien het voor 100% historisch zou worden verdeeld. Om dit budget te berekenen wordt het aandeel van een gemeente in de totale gemeentelijke lasten in 2021 vermenigvuldigd met het beschikbare macrobudget voor bijstandsuitkeringen (regel E). Om het historisch deel van het budget te berekenen wordt dit bedrag vermenigvuldigd met 1 minus de wegingsfactor (voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners is de uitkomst 0). Regel T geeft het historisch vastgesteld deelbudget.

IV. Deelbudget bijstand objectief verdeeld Het objectief deel van het budget bijstandsuitkeringen wordt bepaald op basis van de uitkomsten van het objectief verdeelmodel. Regel U geeft de door het verdeelmodel objectief vastgestelde grondslag. Deze grondslag wordt vermenigvuldigd met de wegingsfactor tot een gewogen grondslag (regel V). Voor alle gemeenten wordt het resultaat hiervan bij elkaar opgeteld tot de landelijke gewogen grondslag (regel W). Het objectief deel van het budget (regel X) wordt berekend door de gemeentelijk gewogen grondslag (regel V) te delen door het landelijk totaal van de gewogen grondslagen (regel W) en dit vervolgens te vermenigvuldigen met het totaal beschikbare landelijke budget voor de objectieve verdeling (regel E3).

Berekening van het totale voorlopige budget en het budgetaandeel Regel Y laat zien wat de hoogte is van het voorlopig budget voor bijstandsuitkeringen (exclusief LKS). Dit budget is berekend door de drie verschillende delen van het bijstandsbudget (regels J, T en X in tabel Ib) bij elkaar op te tellen. Regel Z geeft het gemeentelijke budgetaandeel in het bijstandsbudget. Dit wordt berekend door het voorlopig budget voor bijstandsuitkeringen (exclusief LKS) van een gemeente (regel Y) te delen door het totaal beschikbare macrobudget voor bijstandsuitkeringen over het jaar 2023 (regel E). Regel AA laat het totale voorlopige budget 2023 van uw gemeente zien, waarbij het budget voor bijstandsuitkeringen (regel Y) en het LKS-budget (regel M2) zijn opgeteld. Tabel Ic: eventuele verrekening van voorschotten 2016 en 2017 bij uitbetaling van het budget 2023

(eventueel) ontvangen voorschot 2016

€

0 AB

0 AC

(eventueel) ontvangen voorschot 2017 Te verrekenen voorschot

€

Te ontvangen bedrag

€

0 AD = (AB + AC)/8

10.101.887 AE = AA-AD

Eventueel te verrekenen voorschot 2016 en 2017 In 2016 en 2017 hebben gemeenten de mogelijkheid gehad een voorschot op de uitkering bijstand & LKS aan te vragen voor de additionele kosten aan bijstand vanwege de verhoogde asielinstroom, conform de gemaakte afspraken tussen Rijk en gemeenten (Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom en Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom). Indien uw gemeente in 2016 en/of 2017 een voorschot ontvangen heeft (regels AB en AC in tabel Ic) dan wordt deze in de jaren 2018 t/m 2025 respectievelijk 2019 t/m 2026 in gelijke delen verrekend bij de uitbetaling van de uitkering bijstand & LKS. Dit betekent dat dit jaar een achtste deel van de voorschotten verrekend wordt (regel AD). Gemeenten die geen voorschot hebben ontvangen zien een nul in de regels AB-AD van tabel Ic. Het te ontvangen bedrag (regel AE) wordt berekend door de verrekening van de (eventuele) voorschotten (regel AD) in mindering te brengen op het voorlopige budget 2023 (regel AA).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1006/documents/2098