931b2f50-3298-4519-964e-9b9e64101059.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Nieuwe Warmte Gemeente Dronten - 2021
Voorwoord Hoe maken we Dronten aardgasvrij? Deze Transitievisie Nieuwe Warmte helpt ons op weg. Samen met onze partners en inwoners hebben we deze eerste visie opgesteld. Een mooi proces waarbij wij als regisseur, maar ook onze inwoners, veel inbreng in hebben gehad. Immers de verandering naar een nieuwe manier van warmte creëren raakt ons allemaal. In het Klimaatakkoord hebben we afgesproken dat we tot 2050 de tijd hebben om aardgasvrij te worden. Best nog een hele tijd maar ook een hele grote klus. De visie is dan ook niet in beton gegoten, maar wordt elke vijf jaar tegen het licht gehouden. Zo kunnen we de nieuwste technieken en warmte-oplossingen op tijd inpassen. In deze visie is een stappenplan opgenomen die je kunt gebruiken voor het maken van plannen om aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van je woning. Dit stappenplan wordt na vaststelling van de visie nog verder uitgewerkt, zodat inwoners meer ondersteund worden in het maken van keuzes. In Dronten gaan we uit van de individuele keuze van inwoners, wij leggen geen warmtenet aan in wijken. Daarmee kunnen alle inwoners vanaf nu al maatregelen nemen om te starten met het aardgasvrij maken van hun huizen (bijvoorbeeld het isoleren van de woning). Ze hoeven niet te wachten op een plan voor hun wijk. Om uitvoering te geven aan deze visie hebben we als gemeente ondersteuning nodig van het Rijk.
Deze ondersteuning is ook in het Klimaatakkoord toegezegd, maar nog niet helemaal concreet. Onze gemeente kent gelukkig wel de duurzaamheidslening die ook openstaat voor vele maatregelen die passen in deze visie. Veel inwoners maken al gebruik van deze mogelijkheid. Alvast een stap in de goede richting. Daar ben ik blij mee. Samen gaan we voor een aardgasvrij Dronten.
Wethouder Duurzaamheid Ton van Amerongen 17 november 2021
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
1
Inhoud 1. Inleiding 1.3 Leeswijzer
6 7
2. De opgave in Dronten
8
2.1 Uitgangspunten
8
Betaalbaarheid
8
Individuele keuze
8
Ruimte voor innovatie
8
Duurzaam alternatief
8
Woningen en bedrijfspanden
9
2.2 Het werkgebied
9
Gebouwen en plaatsen
9
Mensen en organisaties
10
3. Participatie 3.1 Werkwijze van betrekken omgeving
11 11
Bewonersonderzoek
11
Dialoogsessies
12
Workshops
12
Informatieavonden
12
3.2 Wensen vanuit participatie 4. Aardgasvrije warmteopties
12 14
Warmtenetten
14
Duurzame gassen
14
De eerste stap is besparen van warmte
16
Richting all-electric
16
5. Uitvoering van de Transitievisie Nieuwe Warmte
17
5.1 Van Transitievisie Nieuwe Warmte naar uitvoering
17
5.2 Wat kan u nu al doen?
17
5.3 Acties tot 2030
18
5.4 Communicatie over de warmtetransitie
19
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
2
Bijlage A. Begrippenlijst
I
Bijlage B. Technische onderbouwing
I
B.1.
Warmtetechnieken
I
B.2.
Besliscriteria
IV
B.3.
Score criteria per buurt
VI
B.4.
Resultaten per criterium
VI
B.4.1.
Isolatieniveau
VII
B.4.2.
Nationale kosten
IX
B.4.3.
Collectief woningbezit
XIII
B.4.4.
Geschiktheid elektriciteitsnet voor all-electric
XIV
B.4.5.
Koppelkansen
XV
B.5.
Conclusies
XV
Bijlage C. Overzicht buurten
I
Bijlage D. Participatie
I
D.1.
Bewonersonderzoek
II
D.2.
Dialoogsessies
III
D.3.
Workshops
V
D.4.
Informatieavonden
VI
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
3
Samenvatting De gebouwde omgeving in de gemeente Dronten is vóór 2050 aardgasvrij. Net als alle andere gemeentes in Nederland. Dat hebben we landelijk afgesproken in het Klimaatakkoord. Op die manier dringen we de uitstoot van broeikasgassen terug en beperken we ernstige klimaatverandering. Deze overgang naar nieuwe vormen van verwarmen is een grote opgave. Dit lukt niet in één keer en ook niet alleen. Dus dat doen we stap voor stap en met elkaar: inwoners, gemeente, de woningcorporatie, de netbeheerder en ondernemers. In deze visie zien we hoe we de komende jaren naar een Dronten gaan zonder aardgas. Het is een vooruitblik op de stappen die we allemaal zetten om de bestaande bebouwing aardgasvrij te maken. We beschrijven wat we samen gaan doen. Wat de gemeente doet. En wat u kan doen. Deze visie geldt allereerst voor de periode tot 2030. We zien wat nu technisch kan en wat dit betekent voor onze inwoners in de periode tot 2030. De visie gaat over het energiegebruik voor warmte in de gebouwde omgeving. Dit zijn bestaande woningen en bedrijfspanden. Elke vijf jaar wordt de visie vernieuwd. Zo handelen we met de nieuwste ontwikkelingen. Uitgangspunten De gemeente Dronten hanteert een aantal uitgangspunten voor het maken van keuzes over de warmtetransitie. Allereerst willen we dat de overgang naar aardgasvrij betaalbaar is.
Daarnaast maken bewoners een individuele keuze voor hun verwarming. Ook houden we ruimte voor innovatie. En het alternatief dat we kiezen is duurzaam. De uitvoering van de warmtetransitie is daarbij afhankelijk van een consistent Rijksbeleid en de middelen die vanuit het Rijk worden aangereikt. De transitievisie gaat over het energieverbruik voor warmte in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie heeft gevolgen voor verschillende partijen: de gemeente Dronten, woningcorporatie OFW, dorpsbelangenverenigingen, netbeheerder Liander, inwoners en ondernemers. Participatie Omdat de warmtetransitie op iedereen invloed heeft is een uitvoerig participatieproces doorlopen naar het Drontens Model voor inwonersparticipatie. Dit heeft geleid tot drie acties: het uitvoeren van een online-bewonersonderzoek; het voeren van dialoogsessies met betrokken inwoners en bewonersgroepen; het houden van workshops met belangenorganisaties. Het geheel is teruggekoppeld aan de inwoners in twee informatieavonden. De visie is toegelicht en inwoners hebben de mogelijkheid gehad om vragen te stellen. Opmerkingen en vragen zijn meegenomen in het definitief maken van dit document. In het vervolg van de warmtetransitie zullen inwoners en ondernemers actief worden betrokken.
Aandachtspunten zijn daarbij dat de communicatie breed en begrijpelijk is voor iedereen, de gemeente naar de inwoners gaat en kennis en ervaring deelt.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
4
Aardgasvrije warmteopties Er zijn verschillende alternatieven voor aardgas beschikbaar om gebouwen mee te verwarmen: individuele warmteoplossingen: hybride warmtepomp, all-electric, groengas. Collectieve warmteoplossingen: midden- en hoog temperatuur warmtenet en laagtemperatuur warmtenet. Welke oplossing het best werkt voor de gemeente Dronten is afhankelijk van een aantal voorwaarden: isolatieniveau, nationale kosten, mate van collectief woningbezit, geschiktheid laagspanningsnet, koppelkansen. Voor de gemeente Dronten is een gemeente brede aanpak een alternatieve aanpak. De all-electric oplossing is een prima oplossing om van het aardgas af te gaan. Hierbij hoort een stapsgewijze aanpak die op natuurlijke momenten kan plaatsvinden. Denk hierbij aan isoleren bij een grootschalige verbouwing en investeren in een warmtepomp op het moment dat de cv-ketel aan vervanging toe is. Een effectieve aanpak voor een Drontense wijkaanpak is nog niet voorhanden. De haalbaarheid van Laagtemperatuuroplossingen, zoals all-electric en een laagtemperatuur warmtenet, zullen eerst verder onderzocht worden. Woningcorporatie OFW heeft plannen om in diverse buurten woningen te verduurzamen de komende jaren. Andere woningen kunnen hier wellicht op aansluiten.
De komende jaren houdt de gemeente de ontwikkelingen ten aanzien van de stand der techniek en de bovenstaande voorwaarden bij en blijft ze onderzoeken of zich nieuwe kansen en mogelijkheden voordoen.
Uitvoering In deze eerste Transitievisie Nieuwe Warmte wijst de gemeente Dronten nog geen dorpen of wijken aan waar de komende 5 jaar gestart wordt met een wijkuitvoeringsplan, maar werkt volgens een gemeente brede aanpak. De belangrijkste eerste stap voor de periode tot 2030 is om de bewustwording over energie besparen en isolatie te stimuleren. Woningeigenaren (inwoners en verhuurders) maken eigen keuzes om duurzaam te verwarmen. In de gemeente Dronten wordt geen warmtenet aangelegd. De gemeente Dronten zoekt samenwerking met partijen als het Energieloket en woningcorporatie OFW om inwoners te helpen.
Randvoorwaarden Voor de uitvoering is de gemeente afhankelijk van het beschikbaar stellen van middelen van het Rijk. De uitvoering van de gemeente brede aanpak past in de plannen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Belangrijke randvoorwaarden hiervoor zijn de subsidie van isolatiemaatregelen, de bewustwording en het beschikbaar stellen van middelen voor gemeente en Energieloket om de collectieve acties voor inwoners te ondersteunen.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
5
1. Inleiding 1.1 Een dringende opgave De gevolgen van klimaatverandering zijn steeds zichtbaarder. Perioden van droogte en extreme hitte worden afgewisseld met wateroverlast. Dat is in Nederland terug te zien door de hitterecords die elke zomer worden verbroken. Net als de hevige wateroverlast die dit jaar in de zomer ons land trof. Om grote rampen te voorkomen beperken we de temperatuurstijging. In 2015 heeft een groot aantal landen in Parijs het Klimaatakkoord ondertekend. In dit akkoord is afgesproken dat de aarde maximaal 2 graden Celsius warmer mag worden ten opzichte van 1990. Daarvoor gaan we de uitstoot van broeikasgassen beperken. Om dit doel te bereiken heeft Nederland in 2019 een Nationaal Klimaatakkoord uitgebracht. Daarin staat dat voor 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 49% procent verminderd moeten zijn ten opzichte van 1990. We werken toe naar 95% vermindering in 2050. De gebouwde omgeving speelt een grote factor in de huidige uitstoot, in 2020 was dit ongeveer 13% van de totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland1. Nu worden de meeste huizen in Nederland verwarmd door middel van aardgas. Om minder broeikasgassen uit te stoten stappen we over op een duurzame manier van verwarmen en koken. Dat is een grote en complexe opgave. In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten de regie hebben om deze opgave uit te voeren.
Uiterlijk eind 2021 hebben alle gemeenten in Nederland een Transitievisie Warmte hebben opgesteld.
1.2 De transitie naar een aardgasvrij Nederland Met deze Transitievisie Nieuwe Warmte geven we inzicht in de route naar een aardgasvrij Dronten in 2050. We beschrijven welke handelingen moeten gebeuren om bestaande bouw aardgasvrij te maken. Op die manier weten inwoners, ondernemers en gemeente welke stappen worden genomen. En welke stappen zij zelf moeten zetten. In deze eerste visie beschrijven we de stappen tot 2030. In deze eerste visie worden nog geen wijken aangewezen die voor 2030 van het aardgas worden afgekoppeld. Over vijf jaar als de Transitievisie Nieuwe Warmte opnieuw bekeken wordt, hopen we meer informatie beschikbaar te hebben is om onze route naar een aardgasvrij Dronten in 2050 te vervolgen.
1
Bron: CBS, 2021
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
6
1.3 Leeswijzer U bent begonnen met lezen van de Transitievisie Nieuwe Warmte Dronten. Deze visie is tot stand gekomen door analyses op de bebouwing, infrastructuur en mogelijke bronnen voor het opwekken van warmte. De onderbouwing en afwegingen leest u in dit rapport. In hoofdstuk 2 leest u uitgangspunten voor de visie. In dit hoofdstuk beschrijven we de huidige situatie en de kaders waarin de visie is opgezet. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 3 de verschillende opties om te verwarmen en welke kansrijk zijn in Dronten. In hoofdstuk 4 laten we zien welke fasering wordt gevoerd, op basis van natuurlijke momenten. Ten slotte leest u in hoofdstuk 5 concrete stappen die worden genomen om de visie tot uitvoering te brengen.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
7
2. De opgave in Dronten In dit hoofdstuk leest u een beschrijving van de opgave en de uitgangspunten voor de Transitievisie Nieuwe Warmte in de gemeente Dronten. We laten u zien waar we technisch rekening mee houden, maar ook wat de inwoners van Dronten hebben meegegeven voor de visie.
2.1 Uitgangspunten De warmtetransitie is niet alleen een technische opgave. De overgang naar een aardgasvrije samenleving gaat ook over kosten en keuzevrijheid. Verder willen we goede keuzes maken die bijdragen aan een duurzame leefomgeving. Voor het opstellen van de visie hebben we een aantal uitgangspunten gebruikt. Deze uitgangspunten komen voort uit het bewonersonderzoek en dialoogsessies die we hebben gevoerd met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden.
Betaalbaarheid Een belangrijk uitgangspunt voor de warmtetransitie is dat de overgang naar een alternatief voor aardgas zo betaalbaar mogelijk is. De warmtetransitie moet voor iedereen betaalbaar zijn. De transformatie slaagt alleen als iedereen kan meedoen. Een consistent beleid en middelen van de Rijksoverheid zijn hiervoor essentieel. Het doel is om energiearmoede zoveel mogelijk voorkomen. De kosten voor aardgas stijgen snel. Maar isolatie en vervanging van de cv-ketel kosten ook geld. Inwoners die investeringen niet kunnen doen mogen hierdoor niet worden geconfronteerd met onbetaalbare energielasten. TNO heeft de energiearmoede in Nederland in kaart gebracht. Volgens het onderzoek heeft in de gemeente Dronten bijna 7% van de huishoudens te maken met energiearmoede. Dit zijn huishoudens met enerzijds een laag inkomen en anderzijds hoge energielasten of een woning met een lage energetische kwaliteit.2
Individuele keuze Uit het bewonersonderzoek en gesprekken met inwoners komt naar voren dat inwoners van de gemeente Dronten gesteld zijn op de eigen keuze voor een alternatieve vorm van verwarmen. In deze visie wordt dan ook ingezet op alternatieven van verwarmen waarbij bewoners zelf de keuze hebben wanneer zij overstappen en met welke techniek dit gaat.
Ruimte voor innovatie Op het gebied van duurzame verwarming zijn veel ontwikkelingen gaande. Gemeente Dronten ziet de waarde van innovatie en wil open blijven staan voor nieuwe ontwikkelingen. Met de voorgestelde ingrepen in deze visie, houden we ruimte voor innovatie.
Duurzaam alternatief De nieuwe manier van verwarmen moet een duurzaam alternatief zijn. Het alternatief mag niet leiden tot een hogere CO2-uitstoot of negatieve milieueffecten voor de omgeving. Conform de Regionale Energie Strategie Flevoland is de gemeente Dronten terughoudend met de inzet van met name houtige biomassa en maakt deze keuze derhalve niet in deze visie.
2
Bron: TNO, De feiten over energiearmoede in Nederland, september 2021
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
8
Woningen en bedrijfspanden Voor de Transitievisie Nieuwe Warmte kijken we naar de huidige bebouwing. Dit zijn woningen en bedrijfspanden. Maar de maatregelen en uitgangspunten gelden niet voor alle bedrijven. De Transitievisie Nieuwe Warmte gaat alleen over het energieverbruik voor warmte in de gebouwde omgeving. Het gaat over de energievraag van ruimteverwarming, warm tapwater en koken. Het gebruik van aardgas voor industriële processen wordt niet meegenomen in de Transitievisie Nieuwe Warmte. Industrie valt dus buiten de scope van de Transitievisie Nieuwe Warmte.
2.2 Het werkgebied
Gebouwen en plaatsen De kenmerken van de woningen en de omgeving zijn erg bepalend voor welke warmtetechniek het meest geschikt is om aardgasvrij te worden. De gemeente Dronten bestaat uit drie woonkernen: Dronten, Biddinghuizen en Swifterbant. Verder is het een echte plattelandsgemeente, met veel vrijstaande woningen met een grote afstand daartussen. In de gemeente Dronten staan ruim zeventienduizend woningen en meer dan tweeduizend utiliteitsgebouwen3. De eerste woningen zijn gebouwd in de jaren ’60. Al is bijna de helft van de woningen gebouwd vanaf de jaren ’90. Doordat de gemeente zo jong is, zijn veel woningen goed geïsoleerd gebouwd. Ongeveer de helft van de woningen heeft een schillabel B of hoger. Het schillabel is een indicatie van de kwaliteit van de gebouwschil. Het is gebaseerd op het energielabel van het gebouw, maar dan exclusief de warmtevoorziening en eventuele opwek. Schillabel Aantal woningen
A
B
C
D
E
F
G
4.654
3.997
6.300
1.838
308
233
23
Tabel 1 Schillabel woningen in gemeente Dronten (Bron: PBL, 2019)
3
Bron: PBL, peiljaar 2019
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
9
Mensen en organisaties Uiteindelijk zijn het mensen die de overgang naar aardgasvrij mogelijk maken. De ene partij zal meer betrokken zijn bij de transitie dan de ander. De woningbouwcorporatie OFW zal met al haar huizen meer geïnteresseerd en betrokken zijn dan de lokale schoenenwinkel. Die hoeft namelijk maar één pand te verduurzamen. De warmtetransitie heeft voor al deze partijen andere gevolgen. De gemeente voert de komende jaren uitvoerig gesprekken om samen tot plannen te komen die voor alle partijen haalbaar en betaalbaar zijn.
Organisatie
Omschrijving
Gemeente Dronten
De gemeente Dronten is regisseur in de warmtetransitie. De gemeente levert een visie en maakt uitvoeringsplannen. Verder houdt de gemeente de voortgang in de gaten en brengt partijen bij elkaar. De woningcorporatie OFW heeft een groot aantal woningen in bezit in de gemeente Dronten. OFW is daarom van groot belang in de transitie. Zij kunnen grootschalig huizen verduurzamen door isolatie en nieuwe warmte-oplossingen. De dorpsbelangenverenigingen en andere bewonersorganisaties hebben een belangrijke rol in de communicatie met inwoners van de gemeente Dronten. Daarnaast is het via deze organisaties voor inwoners mogelijk samen op te trekken in de verduurzaming van woningen. De warmtetransitie leidt tot een groter verbruik van elektriciteit. Hiervoor moet op veel plekken in de gemeente Dronten het elektriciteitsnet worden verzwaard. Netbeheerder Liander is hiervoor verantwoordelijk. De mogelijkheden van thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater spelen een belangrijke rol. Waterschap Zuiderzeeland speelt hierin een belangrijke rol. Uiteindelijk heeft de warmtetransitie invloed op alle inwoners van de gemeente Dronten. Huiseigenaren blijven verantwoordelijk voor het isoleren en verduurzamen van hun huis. Naast woningen zijn ook bedrijfspanden onderdeel van de warmtetransitie. De vraag naar warmte is bij bedrijven vaak anders.
Zo is koeling ook een belangrijk onderdeel van het comfort binnen een gebouw. Ondernemers zijn niet alleen gebruikers van warmte en aardgas, maar kunnen mogelijk een belangrijk onderdeel vormen in de uitwisseling van warmte en koude.
OFW
Dorpsbelangenverenigingen
Liander
Waterschap Zuiderzeeland Inwoners
Ondernemers
Tabel 2 Organisaties in gemeente Dronten in relatie tot de warmtetransitie
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
10
3. Participatie In Dronten zijn op basis van het Drontens Model voor inwonersparticipatie inwoners betrokken. Dit heeft geleid tot een drietal acties: het uitvoeren van een online-bewonersonderzoek; het voeren van dialoogsessies met betrokken inwoners en bewonersgroepen; het houden van workshops met belangenorganisaties.
PARTICIPATIEPROCES
Bewonersonderzoek
Dialoogsessies
Workshops
Informatieavonden
• Online enquête • 168 deelnemers
• Actieve meedenkers • Bewonersorganisaties • Ondernemers • Raadssessie
• Stakeholders
• Voorleggen Concept Transitivisie Nieuwe Warmte • Online informatieavond - 47 deelnemers • Fysieke informatieavond - 37 deelnemers • Beeldvormende raadssessie
Wilt u meer lezen over het participatieproces? Bekijk dan Bijlage D.
3.1 Werkwijze van betrekken omgeving
Bewonersonderzoek Inwoners zijn uitgenodigd deel te nemen aan het online-bewonersonderzoek over aardgasvrij wonen. Aan deze enquête hebben 168 inwoners en vijf bedrijfspandeigenaren meegedaan. Het onderzoek geeft inzicht in de zorgen die inwoners hebben en welke aspecten van een alternatieve warmteoplossing belangrijk zijn voor inwoners. De uitkomsten van deze enquête geven vergelijkbare resultaten in andere gemeenten waar dit onderzoek is uitgevoerd. Uit de enquête komt onder andere naar voren dat de kosten van de transitie belangrijk worden bevonden. Ook geven deelnemers van het onderzoek aan veel waarde te hechten aan de vrije keuze voor een alternatieve warmteoplossing. Verder hebben 64 deelnemers aangegeven actief betrokken te willen worden in de uitvoering van de transitie. Een deel van hen is ook gevraagd mee te denken over de transitievisie in een dialoogsessie. De uitkomsten van het onderzoek zijn terug te lezen in Bijlage D.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
11
Dialoogsessies Als vervolg op het bewonersonderzoek zijn in drie sessies inhoudelijke gesprekken gevoerd met inwoners, bewonersorganisaties en ondernemers. Hen is gevraagd hun lokale kennis te delen waar kansen en opgaven liggen om Dronten duurzaam te verwarmen. Ook is gesproken hoe inwoners en ondernemers in het vervolg het best kunnen worden betrokken en geholpen. Inwoners gaven aan goed geïnformeerd te willen worden in de buurt. Bijvoorbeeld door een wijkambassadeur of een lokale energiewinkel. Ondernemers zeiden met name behoefte te hebben aan kennisdeling. Naast de inhoudelijke gesprekken met de omgeving, is ook een Raadssessie gehouden. Hierin is de Raad van de gemeente Dronten op de hoogte gebracht van het proces en de eerste bevindingen, en hebben Raadsleden inhoudelijke vragen kunnen stellen.
Workshops In de twee workshops is met verschillende afdelingen binnen de gemeente en met organisaties zoals woningcorporatie OFW, netbeheerder Liander en Waterschap Zuiderzeeland gekeken naar de technische analyse en de mogelijke oplossingen voor de woningen in Dronten. In deze workshops zijn de koppelkansen geïnventariseerd.
Informatieavonden De conceptversie van de Transitievisie Nieuwe Warmte is in twee informatieavonden toegelicht aan inwoners van de gemeente Dronten. Op dinsdag 26 oktober is de informatieavond online gehouden waarbij 47 deelnemers aanwezig waren. Op woensdag 27 oktober is de informatieavond fysiek gehouden in de Raadszaal van het gemeentehuis in Dronten, waarbij 37 deelnemers aanwezig waren. Op beide avonden is dezelfde informatie verstrekt. De belangrijkste reacties betroffen de haalbaarheid van de all-electric oplossing, met betrekking tot de capaciteit op het elektriciteitsnet, de communicatie en vindbaarheid van informatie en kosten en subsidiemogelijkheden. Ook is een beeldvormende Raadssessie gehouden. Hier heeft een goede uitwisseling van informatie plaatsgevonden over de Transitievisie. Na deze sessie waren er geen openstaande vragen meer voor een goede oordeelsvorming over deze visie.
3.2 Wensen vanuit participatie Het opstellen van de Transitievisie Nieuwe Warmte is slechts het begin van de warmtetransitie in de gemeente Dronten. En daarmee ook de eerste stap in een participatieproces. In deze eerst stap is vooral opgehaald wat inwoners, ondernemers en andere organisaties belangrijk vinden in de warmtetransitie. Ook is opgehaald hoe zij betrokken willen worden in het vervolg. Uit het bewonersonderzoek, de verschillende dialoogsessies en de informatieavond komt een aantal wensen voor het vervolg naar voren: ·
De communicatie moet begrijpelijk zijn voor iedereen (ook anderstaligen en laaggeletterden);
·
De gemeente wordt gevraagd om de online vindbaarheid van informatie over de warmtetransitie via een enkele website te organiseren
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
12
·
Informatie moet goed gecommuniceerd worden (via lokale nieuwskanalen, e-mail, sociale media, nieuwsbrief, De Drontenaar, Flevopost, bewonerssessies);
·
Wanneer de uitvoering duidelijker wordt, moet de communicatie persoonlijker worden;
·
In de communicatie is een integrale benadering van de energietransitie noodzakelijk, waarbij bijvoorbeeld de informatie van zonnepanelen gecombineerd wordt met isolatie en warmtepompen
·
De gemeente gaat naar de inwoner, bijvoorbeeld met een energiewinkel in elke kern;
·
Lokale ondernemers en inwoners worden actief betrokken, bijvoorbeeld als buurtambassadeur;
·
Ervaringen (uit andere gemeentes) worden gedeeld voor kennis en inspiratie;
·
Neem VvE’s mee in het proces;
·
Help koplopers die hun buurt of straat willen mobiliseren voor een pilot;
·
Geef doorlopend inzicht in de landelijke subsidiemogelijkheden;
·
Richt het proces van de warmtetransitie op de zorgen en bezigheden van inwoners;
·
Organiseer kennisdeling voor ondernemers in kennissessies;
·
Betrek inwoners en ondernemers actief bij het maken van plannen in de volgende fase (contacten vanuit dialoogsessies, bewonersonderzoek en informatieavonden zijn bekend bij gemeente).
Het participatieproces van de Transitievisie Nieuwe Warmte is vooral bedoeld om inwoners, ondernemers en organisaties die belangrijk zijn voor de transitie te informeren. Maar ook om wensen en informatie op te halen om mee te nemen in het vervolgproces. In de volgende fase worden maatregelen steeds duidelijker en komt de warmtetransitie dichter bij de inwoners en ondernemers. Inwoners worden dan ook meer betrokken. De manier van participatie zal daarbij verschuiven van informeren, raadplegen en adviseren, naar coproduceren en meebeslissen. Voor de vervolgaanpak wordt een communicatie- en participatieplan gemaakt, waarbij bovenstaande wensen als uitgangspunt kunnen dienen.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
13
4. Aardgasvrije warmteopties Er zijn verschillende alternatieven voor aardgas beschikbaar om gebouwen mee te verwarmen. Vanuit deze mogelijkheden is onderzocht wat haalbaar en kansrijk is in de gemeente Dronten. Sommige van deze mogelijkheden zijn geschikt voor enkele gebouwen. Dit noemen we individuele warmteoplossingen. Andere mogelijkheden zijn beter geschikt voor grotere hoeveelheden gebouwen tegelijk. Dit noemen we collectieve warmteoplossingen. Hieronder worden de meest belangrijke alternatieven voor aardgas beschreven die momenteel beschikbaar zijn (in Bijlage B worden deze verder toegelicht). Verderop wordt toegelicht op welke manier onderzocht is welke alternatieven geschikte opties zijn voor de gemeente Dronten.
4.1 Duurzame warmtebronnen Het alternatief voor aardgas is onder andere afhankelijk van de aanwezige warmtebronnen.
Warmtenetten Om een warmtenet mogelijk te maken zijn warmtebronnen nodig. Binnen de gemeente Dronten zijn er enkele potentiële restwarmtebronnen met een midden tot hoge temperatuur aanwezig. De potentie en leveringszekerheid van deze bronnen is echter te beperkt om woningen van warmte te voorzien. Een warmtenet op basis van midden of hoge temperaturen wordt op dit moment daarom niet als een mogelijkheid gezien. Het is mogelijk om warmte uit water te gebruiken om woningen en gebouwen te verwarmen, ook wel aquathermie genoemd. Voorbeelden hiervan zijn warmte uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater. Bij afvalwater kan er gedacht worden aan de rioolwaterzuivering. Met behulp van een warmtenet kan de warmte van deze bronnen naar woningen en gebouwen getransporteerd worden. De temperatuur van dit water is niet hoog genoeg om een woning te kunnen verwarmen. Daarom zal er in de woning een extra warmtepomp geplaatst moeten worden. Op die manier kan de woning tot de gewenste temperatuur worden verwarmd. De woning moet wel goed geïsoleerd zijn. Op dit moment is het nog onduidelijk of deze manier van verwarmen haalbaar is binnen de gemeente Dronten. Hiervoor kan nog aanvullend onderzoek gedaan te worden.
Duurzame gassen Gas kan ook duurzaam zijn. Duurzame gassen die aardgas kunnen vervangen zijn groengas en waterstof. Beiden zijn nog niet op grote schaal beschikbaar. Het waterstofgas wat verwacht wordt beschikbaar te komen zal eerst worden gebruikt voor processen die heel hoge temperaturen vragen, zoals industriële processen, zware transportmiddelen en machines die veel kracht vragen. Wanneer de beschikbaarheid van duurzame gassen verbetert zal de gemeente ook deze optie betrekken bij onderzoeken naar mogelijke alternatieven voor aardgas. Meer toelichting hierover in Bijlage B.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
14
4.2 Beschikbare alternatieven Individuele warmteoplossingen Hybride warmtepomp Uw huis wordt gedeeltelijk verwarmd met een elektrische warmtepomp. De warmtepomp kan maar verwarmen tot een bepaalde temperatuur. Als het buiten te koud wordt en de warmtepomp uw woning niet meer voldoende kan verwarmen, neemt een gasgestookte cv-ketel het over. Hoe beter uw woning is geïsoleerd, hoe efficiënter zo’n hybride systeem werkt. Met een hybride warmtepomp gebruikt u nog steeds aardgas. Dit is daarom een tussenoplossing. In de toekomst kan een hybride warmtepomp mogelijk ook in combinatie met een duurzaam gas. De beschikbaarheid van duurzame gassen is echter nog onzeker.
All-electric Uw huis wordt volledig verwarmd met een elektrische warmtepomp. De warmtepomp verwarmt op een relatief lage temperatuur. Om met deze techniek te kunnen verwarmen moet uw woning extra goed geïsoleerd zijn tot tenminste schillabel B. Een elektrische warmtepomp is een volledig aardgas loze warmteoplossing. Een volledig elektrische warmtepomp is een eindoplossing.
Duurzame gassen Groengas is biogas met dezelfde kwaliteit als aardgas. Daarom kunnen bestaande aardgasleidingen worden gebruikt. Groengas kan toegepast worden bij woningen die niet genoeg kunnen worden geïsoleerd. De beschikbaarheid van groengas is zeer beperkt en op lange termijn nog onzeker. Hierdoor zien wij groengas niet als een oplossing voor de korte termijn. Dit laatste geldt ook voor waterstof. Doordat het bestaande gasnet kan worden gebruikt, kan deze oplossing worden toegepast als individuele warmteoplossing.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
15
Collectieve warmteoplossingen Lage temperatuur (LT) warmtenet Zoals bij de vorige optie wordt uw huis ook bij deze techniek verwarmd met een centrale of gedeelde warmtebron. Via een leiding komt de warmte bij u in huis. Het verschil zit in de aanvoertemperatuur. Die is bij deze techniek veel lager. Laagtemperatuur warmtenetten kunnen daarom alleen goed geïsoleerde woningen verwarmen. De woningen moeten daarvoor minimaal schillabel B hebben. Het tapwater wordt nog elektrisch naar een hogere temperatuur gebracht.
Midden en hoog temperatuur (MT -HT) warmtenet Uw huis wordt verwarmd met een centrale of gedeelde warmtebron buiten uw huis. Vanuit een warmtebron, die dichtbij in de wijk, maar ook op kilometers afstand van uw huis kan liggen, wordt warm water via een waterleiding naar uw huis gebracht. Midden- en hoog-temperatuur warmtenetten kunnen matig geïsoleerde woningen verwarmen. De woningen moeten daarvoor minimaal schillabel D hebben.
4.3 Wat is mogelijk vóór 2030?
De eerste stap is besparen van warmte De eerste stap naar aardgasvrij is het besparen van energie, bijvoorbeeld door te isoleren. Door zoveel mogelijk te besparen op energie wordt er bespaard op kosten en is de overstap op een aardgasvrij alternatief eenvoudiger.
Richting all-electric Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is een all-electric oplossing een goede mogelijkheid om de gemeente Dronten van het aardgas af te halen. Bij het overstappen op een all-electric oplossing hoort een stapsgewijze aanpak die op natuurlijke momenten kan plaatsvinden. Dit kan met behulp van de routekaart, die in hoofdstuk 5 weergegeven wordt. Doordat de verduurzaming stapsgewijs gaat en voor iedereen op een ander moment kan komen, is niet een wijkaanpak maar juist een gemeente brede aanpak de meest logische aanpak. Warmtenetten op basis van midden- of hoge temperatuurbronnen zijn niet mogelijk binnen de gemeente Dronten. Warmtenetten op basis van laagtemperatuurbronnen hebben potentie, maar de technische en financiële haalbaarheid hiervan is nog niet in kaart gebracht. Duurzame gassen, zoals waterstof en groengas, kunnen in de toekomst mogelijk een belangrijke rol spelen in de warmtetransitie. De beschikbaarheid van deze duurzame gassen is nog erg onzeker, waardoor dit niet gezien wordt als oplossing voor de korte termijn. Er kunnen koppelkansen binnen de gemeente benut worden om de warmtetransitie te versnellen. Voorbeelden van koppelkansen zijn de verduurzamingsagenda van woningcorporatie OFW en werkzaamheden van netbeheerder Liander.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
16
5. Uitvoering van de Transitievisie Nieuwe Warmte 5.1 Van Transitievisie Nieuwe Warmte naar uitvoering In deze eerste Transitievisie Nieuwe Warmte wijst de gemeente Dronten nog geen dorpen of wijken aan waar de komende 5 jaar gestart wordt met een wijkuitvoeringsplan. In een wijkuitvoeringsplan staat de gedetailleerde uitwerking van een aardgasvrije oplossing, de financiering, het proces om alle betrokkenen in het dorp of wijk mee te nemen in de keuze voor de oplossing en alle andere randvoorwaarden om tot uitvoering over te gaan. In ieder geval over 5 jaar zal weer gekeken worden of er wijken zijn die mogelijk kunnen starten met een wijkuitvoeringsplan. De komende jaren richt de gemeente Dronten zich op een individuele en gemeente brede aanpak, om op die manier bewoners te helpen om de juiste stappen te zetten om van het aardgas te gaan.
5.2 Wat kan u nu al doen? U kunt nu al de eerste stappen richting een aardgasvrije woning zetten. Een globaal stappenplan is hieronder weergegeven. 1. Bewustwording warmtetransitie De eerste stap is bewustwording van de noodzaak van de warmtetransitie. Lees hier meer over op de website van Energieloket Flevoland (https://energieloketflevoland.nl/gemeente/dronten/). 2. Isolatiecheck Doe de VerbeterUwHuis-test op de website van Energieloket Flevoland om er achter te komen op welke vlakken u nog kunt besparen. 3. Isoleren Energie besparen is de eerste stap. Hiermee bespaart u kosten en zorgt u ervoor dat het overstappen naar een aardgasvrije warmteoplossing eenvoudiger wordt. Op de website van Energieloket Flevoland ziet u op welke manieren uw woning geïsoleerd kan worden. Isoleren kan op natuurlijke momenten, zoals bij een grootschalige verbouwing van uw huis. 4. Aardgasvrije installaties De overgang naar een aardgasvrije woning kan stapsgewijs én op natuurlijke momenten. Wanneer uw cv-ketel aan vervanging toe is, kunt u overstappen op een warmtepomp. Wanneer uw woning nog niet geschikt is om over te gaan op een volledig elektrische verwarming, kunt u ervoor kiezen om een hybride warmtepomp te plaatsen. Dit is een goede tussenoplossing, waarbij alvast een grote besparing in de CO2-uitstoot wordt gerealiseerd. Dan kunt u ook meteen nadenken over het plaatsen van zonnepanelen.
Ook kunt u overstappen naar elektrisch koken, bijvoorbeeld wanneer u een nieuwe keuken wilt plaatsen. Het kan zijn dat uw meterkast aangepast moet worden om over te gaan op all-electric wonen. U kunt hiervoor advies inwinnen bij een erkende installateur.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
17
Energieloket Flevoland
De gemeente Dronten werkt samen met het Energieloket Flevoland.
Het Energieloket
informeert en adviseert inwoners over onderwerpen als isolatie, alternatieve warmtebronnen, subsidies en regelgeving (https://energieloketflevoland.nl/gemeente/dronten/). 5.3 Acties tot 2030 Aan de warmtetransitie werken we samen. Deze visie is tot stand gekomen met de betrokkenheid van de georganiseerde inwoners en stakeholders, maar ook door de inbreng van individuele inwoners. De gemeente Dronten is de regisseur van de warmtetransitie en zal bij het werken aan de uitvoering met inwoners en stakeholders volgens de uitgangspunten van de visie samenwerken. Deze samenwerking blijft ook na deze visie in stand. De volgende onderdelen worden in de komende jaren verder uitgewerkt:
Inwonerscommunicatie ·
We maken een communicatieplan voor de communicatie over de Transitievisie Nieuwe Warmte en de stapsgewijze aanpak.
Isolatie ·
We geven informatie en advies over de mogelijkheden van isoleren en het plaatsen van(hybride) warmtepompen. Niet alleen over de techniek maar ook over de financieringsmogelijkheden, zoals subsidies en duurzaamheidsleningen.
·
We benutten de mogelijkheden die het Rijk biedt in het Nationaal Isolatieprogramma en subsidies voor hybride cv-ketels om de stap voor stap aanpak voor inwoners te faciliteren.
Ondersteuning collectieven ·
We faciliteren een duurzaamheidslening voor mensen die de stap naar aardgasvrij niet zelf kunnen financieren.
·
Met OFW wordt samengewerkt in de wijken waar zij aan de slag gaan om huurwoningen aan te pakken, om te onderzoeken of particuliere woningeigenaren op deze verbeterslag kunnen aanhaken.
·
De samenwerking wordt gezocht met ondernemers en organisaties die als koplopers aan de slag willen of kunnen met het aardgasvrij maken van hun gebouwen.
Onderzoeksagenda ·
Met netbeheerder Liander willen we afspraken maken om te onderzoeken waar het elektriciteitsnet moet worden verzwaard en waar netruimte moet worden toegevoegd. Dit is nodig om woningen grootschalig over te kunnen schakelen op all-electric oplossingen. Individueel is dit nu al mogelijk.
·
De mogelijkheden voor een lage temperatuurwarmtenet met bijvoorbeeld oppervlaktewater (aquathermie) als bron kan door de gemeente in samenwerking met het waterschap verder onderzocht worden. Dit kan alleen gedaan worden wanneer de gemeente Dronten hiervoor middelen krijgt vanuit de Rijksoverheid.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
18
·
Ook op regionaal niveau is samenwerken aan de warmtetransitie van belang om die oplossingen voor elkaar te krijgen die een gemeente niet alleen tot stand krijgt. De gemeente onderzoekt in regionaal verband wat duurzame gassen, zoals groengas en waterstof, kunnen betekenen voor het aardgasvrij maken van woningen in Dronten.
5.4 Communicatie over de warmtetransitie De transitie naar aardgasvrij gaat niet vanzelf en we weten dat het (blijven) communiceren over de mogelijkheden van groot belang is om de transitie onder de aandacht te brengen en te houden. Bewustwording en gedragsverandering spelen daarin een grote rol. Uit recent onderzoek van klimaatorganisatie HIER, uitgevoerd door Motivaction, blijkt het draagvlak voor aardgasvrij wonen toe te nemen4. De helft van de Nederlanders is voorstander van de maatregelen. Meer mensen vertrouwen op de expertise van andere partijen zoals de gemeente, zegt het onderzoek. De verwachting is dat eigenaren-bewoners veelal op natuurlijke momenten investeren in energetische maatregelen, zoals bij een verhuizing, verbouwing of vervanging van een cv-ketel. Op deze momenten zullen eigenaren ‘open’ staan voor communicatie over aardgasvrije oplossingen. De gemeente zal met het Flevoland Energieloket de eerste stappen van de klantreis voor de woningeigenaren faciliteren, waarna marktpartijen de communicatie met inwoners overnemen.
4
Draagvlak aardgasvrij wonen neemt na drie jaar weer toe, helft Nederlanders voorstander | HIER opgewekt
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
19
6. Wat verwachten we van het Rijk De gemeente Dronten heeft het Rijk nodig om aardgasvrij te worden in 2050. Allereerst op het vlak van financiering: van subsidies tot het organiseren van schaalvergroting voor kostenreductie van de benodigde maatregelen, maar ook voor het doen van onderzoeken en geven van ondersteuning. Het moet in heel Nederland aantrekkelijk worden om van het aardgas af te gaan. Het Rijk heeft nog geen bedragen gereserveerd voor het Klimaatakkoord. Het advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is om geen aanvullend structureel budget te ramen voor uitvoering dan de feitelijke bijdrage van het Rijk. Het Rijk zal duidelijkheid moeten geven over dit structurele budget voor gemeenten, voordat de gemeente Dronten tot grootschalige uitvoering over kan gaan. Ook voor wat betreft de betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de eindgebruiker en woningeigenaren is ondersteuning en beleid van het Rijk nodig. Voor huurders betekent een goed geïsoleerde woning vaak een hogere huur, die niet in het geheel door de huurtoeslag wordt gedekt. Dit zou als gevolg kunnen hebben dat huurders een grotere woonlastenstijging voor hun kiezen krijgen, dan de energierekening daalt. Een integrale woonlastenbenadering is daarom voor huurders te adviseren. Voor woningeigenaren is eenzelfde aanpak nodig om bijvoorbeeld financieringslasten te kunnen opvangen.
De huidige financieringsmogelijkheden (nationaal warmtefonds) zijn persoonlijke leningen, terwijl gebouwgebonden financiering (financiering die aan de woning is verbonden in plaats van de eigenaar) veel meer ruimte geeft om de grote investeringskosten over een langere periode te spreiden. Tegelijkertijd zal vanuit het Rijk de urgentie en helderheid gecreëerd worden dat we niet alleen vandaag aan de slag gaan in de proeftuinen, maar in alle woningen en gebouwen in Nederland stappen moeten zetten op het gebied van isoleren en toepassen van hybride warmtepompen. We verwachten met de aankondiging van het Nationaal Isolatieprogramma dat de overheid een heldere routekaart uitzet voor de isolatie van de woningvoorraad in Nederland. Tot slot zal de Rijksoverheid de wetgeving voor aardgasvrij (ver)bouwen moeten aanpassen. Op dit moment gelden bij grote renovaties al eisen ten aanzien van de isolatie en het rendement van installaties. Deze eisen zullen snel worden aangescherpt5. Voor woningcorporaties wordt verwacht dat aardgasvrije woningen in 2050 een verplichting zijn. Maar de definitieve inwerkingtreding van deze eisen liggen nu nog te wachten op het nieuwe kabinet.
5
Dit geldt nu al bij grote renovatie: Energieprestatie-eisen bij verbouw en renovatie | RVO.nl | Rijksdienst
Dit zijn nieuwe extra regels: Verplichte verduurzaming bij renovatie uitgesteld naar dit najaar » Bouwwereld.nl
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
20
Opdrachtgever: Gemeente Dronten Titel rapport: Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021 Rapporttype: Eindrapportage Rapportnummer: 21-648800269-10622 Datum: 23 november 2021
Contactpersoon opdrachtgever: de heer G. Gielen Projectteam Sweco: Mirjam Pronk, Johan Merks, Sacha Stevens, David Gribnau, Willem Steenkamer
Beknopte inhoud: De gemeente Dronten heeft Sweco opdracht gegeven om in samenwerking met de gemeente, Liander, OFW, waterschap Zuiderzeeland, ondernemers en inwoners van de gemeente Dronten een visie te vormen voor de warmtetransitie in de gemeente Dronten voor de periode tot 2030.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
21
BIJLAGE A. BEGRIPPENLIJST Aardgasvrij Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos. Er kan namelijk hernieuwbaar gas worden toegepast.
All-electric Warmtetechniek waarbij een gebouw alleen is aangesloten op het elektriciteitsnet. In veel gevallen voorziet een warmtepomp in ruimteverwarming en warm tapwater en wordt een elektrisch fornuis gebruikt voor koken.
Buurt Een gemeente is opgedeeld in wijken en wijken zijn weer opgedeeld in buurten. Buurten zijn op basis van historische of stedenbouwkundige kenmerken ingedeeld. De buurt (en wijk) indeling is vastgelegd door het college van burgemeester en wethouders en wordt door het CBS gebruikt voor het verzamelen en presenteren van allerlei gegevens.
Eindgebruikerskosten De transitie naar aardgasvrij Nederland brengt kosten met zich mee. Een deel van deze kosten komt terecht bij diegenen die een huis bezitten of een woning huren. Dit zijn de eindgebruikerskosten.
Energielabel Het energielabel van een woning laat een koper of huurder in één oogopslag zien hoe energiezuinig de woning is. Energielabel A betekent dat een gebouw zeer energiezuinig is. Oude en slecht geïsoleerde gebouwen hebben een energielabel F of G. Voor het energielabel wordt ook naar installatietechnische voorzieningen (bijvoorbeeld verwarming of zonnepanelen) gekeken. In dit rapport gebruiken we de term ‘schillabel’. Voor het schillabel van een gebouw geldt dat de opwek of warmtevoorziening (zoals zonnepanelen of een Hr-ketel) niet worden meegenomen.
Hernieuwbaar gas Gas dat afkomstig is uit een duurzame bron of is geproduceerd met duurzame energie. Voorbeelden zijn biogas en groene waterstof.
Hoge temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een warmtebron op een operationele temperatuur van 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.
Hybride warmteoplossing Warmtetechniek waarbij in veel gevallen een warmtepomp wordt gecombineerd met een Hr-ketel op gas.
Lage temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een warmtebron op een operationele temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
I
Midden temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een warmtebron op een operationele temperatuur van 55°C tot 70°C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.
Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het gaat om de totale kosten voor de warmtetransitie, dus zowel de kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor infrastructuur en kosten voor de duurzame bron. De kosten bestaan niet alleen uit investeringen, maar ook kosten voor onderhoud en beheer en de kosten van de energierekening.
Regionale Energiestrategie (RES) Nederland is opgedeeld in dertig energieregio’s. Elke regio onderzoekt zijn behoefte aan zowel warmte als elektriciteit en geeft aan hoeveel elektriciteit in de eigen regio kan worden opgewekt.
Restwarmte Warmte die vrijkomt bij een (industrieel) productieproces en die ingezet kan worden als bron voor nieuwe of bestaande warmtenetten.
Schillabel Het schillabel geeft een indicatie van de kwaliteit van de gebouwschil. Het is gebaseerd op het energielabel van het gebouw, maar dan exclusief de warmtevoorziening en eventuele opwek.
Transitievisie Nieuwe Warmte (TVW) Plan op gemeenteniveau waarin het globale tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij kunnen worden gemaakt en met welke warmtetechniek.
Warmtenet of stadsverwarming Infrastructuur die warm water vanuit een collectieve of centrale warmtebron via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater.
Warmtepomp Een warmtepomp onttrekt warmte uit de buitenlucht of grond(water). Door middel van een warmtepomp die op elektriciteit werkt wordt de temperatuur verhoogd en afgegeven aan de binnenruimte.
Wijkuitvoeringsplan (WUP) Gedetailleerd plan waarin de uitvoering van de Transitievisie Nieuwe Warmte concreet wordt gemaakt op wijkniveau. Dit gebeurt in samenwerking met gebouweigenaren, huurders en andere stakeholders.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
II
BIJLAGE B. TECHNISCHE ONDERBOUWING Voor het opstellen van de Transitievisie Nieuwe Warmte is een technische analyse uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van een multicriteria-analyse. Een multicriteria-analyse is een methode om een onderbouwde keuze te maken tussen diverse alternatieven op basis van meerdere criteria. In deze bijlage worden de aardgasvrije alternatieven uitgebreid omschreven en de criteria en de beoordeling en weging daarvan toegelicht. Tot slot worden de belangrijkste resultaten van de analyse gedeeld.
B.1.
Warmtetechnieken
In Nederland worden de meeste gebouwen nog verwarmd met aardgas. Om van het aardgas af te gaan zijn er verschillende alternatieven. In de Transitievisie Nieuwe Warmte worden alleen de meest volwassen technieken meegenomen: all-electric, midden temperatuur (MT) warmtenet, lage temperatuur (LT) warmtenet en groengas. Waterstof is uiteraard ook een aardgasvrij alternatief. Het voordeel van waterstof is dat het huidige gasnetwerk, indien niet verouderd, waarschijnlijk gebruikt kan worden om waterstof te transporteren. De verwachting is echter dat waterstof pas na 2030 op grote schaal beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving. Waterstof speelt namelijk ook een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. In de eerste editie van de Transitievisie Nieuwe Warmte is waterstof daarom nog niet meegenomen. De visie wordt elke vijf jaar bijgesteld. In een volgende editie kan waterstof mogelijk toegevoegd worden als alternatief. Daarnaast kunnen er in de toekomst mogelijke nieuwe technieken of toepassingen ontstaan, die tegen die tijd meegenomen kunnen worden.
Individuele oplossingen
All-electric Een elektrische warmtepomp wordt gebruikt om de ruimtes in een gebouw te verwarmen. Daarnaast wordt de warmtepomp gebruikt voor warm tapwater voor bijvoorbeeld de douche. De warmtepomp onttrekt de warmte uit de bodem, de lucht of uit het water. Aangezien bij allelectric tevens op elektriciteit wordt gekookt, is er geen aansluiting op het gasnet meer nodig. Een warmtepomp levert warmte met een lage temperatuur. Het is daarom belangrijk om een gebouw eerst goed te isoleren. Daarnaast zijn er aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Deze gebouwaanpassingen leiden tot hogere investeringen enerzijds en lagere energielasten anderzijds. Een warmtepomp vraagt om wat meer ruimte dan een cv-ketel. Installeren van een warmtepomp betekent een hoger elektrisch energieverbruik. Omdat de warmtepomp warmte uit de omgeving (uit de lucht, bodem of water) haalt is dit energieverbruik echter aanzienlijk lager dan met verwarmen op gas. Als het gebouw het toelaat is het mogelijk om (een deel van) deze elektriciteit zelf op te wekken met behulp van zonnepanelen. Bij grootschalige toepassing van warmtepompen in een wijk moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
I
Voordelen: · Individueel toepasbaar · Geen gasaansluiting nodig · Lager energieverbruik dan met gas of hogere temperatuur verwarmingssystemen
Nadelen: · Goede isolatie (minimaal schillabel B) is vereist en daardoor niet geschikt voor elke woning · Hoge investeringen · Relatief groot ruimtebeslag · Verzwaring elektriciteitsnet nodig
Groengas Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit Groengas wordt geproduceerd uit mest, tuinafval, resten van groente en fruit, maar ook afval op stortplaatsen en rioolslib. De duurzame productie van groengas is momenteel nog zeer beperkt, daarom kan groengas nog niet op grote schaal worden ingezet voor de verduurzaming van buurten en wijken. De bestaande aardgasleidingen kunnen worden gebruikt om het groengas naar de gebouwen te transporteren. Groengas kan zowel in een Hr-ketel als in een hybride warmtepomp (zie kader) worden gebruikt. Bij groengas is de overstap naar elektrisch koken niet noodzakelijk. Voor groengas is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur van de warmte bij de verbranding van groengas voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie wordt echter altijd dringend aangeraden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en het beschikbare groengas optimaal kan worden ingezet. Voordelen: · Slechts isoleren tot schillabel D · Huidige aardgasnet kan worden gebruikt · Geen aanpassingen aan technische installaties nodig · Elektrisch koken niet nodig
Nadelen: · Beschikbaarheid groengas onbekend · Kosten van inzet van groengas op grote schaal zijn nog onbekend
Collectieve oplossingen
Midden temperatuur (MT) warmtenet Bij een warmtenet worden gebouwen verwarmd met warmte uit de omgeving. Het is een collectief systeem waarbij meerdere gebouwen, of zelfs hele buurten, op het warmtenet zijn aangesloten. De warmte wordt via leidingen van de warmtebron(nen) naar de gebouwen getransporteerd. Een warmtenet heeft een aanvoer- en retourleiding. In een gebouw wordt warmte uit de aanvoerleiding onttrokken en gebruikt voor ruimteverwarming en eventueel voor warm tapwater. Hiervoor is een afleverset6 nodig en deze vervangt de cv-ketel. Het afgekoelde water gaat vervolgens via de retourleiding terug naar de warmtebron.
6
De afleverset bevindt zich in uw meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van uw woning bereikt.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
II
Een MT-warmtenet heeft een aanvoertemperatuur tussen de 55 en 80 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn geothermie en restwarmte uit de industrie. Voor MTwarmtenetten is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie is echter altijd aan te raden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en de beschikbare warmtebronnen optimaal kunnen worden ingezet. Daarnaast moet worden overgestapt op elektrisch koken, zodat geen aansluiting op het gasnet nodig is. Een warmtenet is met name interessant wanneer de gebouwdichtheid en warmtevraag relatief hoog zijn. Wanneer meer gebouwen aansluiten op een warmtenet, dalen de kosten per aansluiting. Hierbij is het wel van belang dat de gebouwen dicht bij elkaar staan. In buitengebieden waar woningen verder uit elkaar staan, is een warmtenet kostbaar. Voordelen: · Slechts isoleren tot schillabel D · Beperkte aanpassingen aan de installaties nodig · Collectief systeem en daardoor centraal en extern beheerd · Geen gasaansluiting nodig
Nadelen: · Bij toepassing in gebouwen met een slechte isolatie wordt veel energie verspild · Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen · Duurzaamheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen. · Kosten afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet · Minder keuzevrijheid
Lage temperatuur (LT) warmtenet
Een LT-warmtenet is vergelijkbaar met een MT-warmtenet. Een LTwarmtenet heeft echter een lagere aanvoertemperatuur, tussen de 35 en 55 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn aquathermie waarbij warmte wordt onttrokken uit oppervlaktewater, of restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en datacenters. Ook WKO7 systemen waarbij de warmte uit de bodem komt kunnen als bron voor een LT-warmtenet dienen. Voordat gebouwen worden aangesloten op een LT-warmtenet, moeten de gebouwen eerst goed worden geïsoleerd. Wanneer dit niet gebeurt kan een gebouw onvoldoende worden verwarmd en dit gaat ten koste van het comfort. Daarnaast zijn aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Aangezien de aanvoertemperatuur te laag is voor warm tapwater, is per gebouw tevens een boosterwarmtepomp nodig. Bij een LT-warmtenet zijn de warmteverliezen in het warmtenet lager.
7
Een WKO is een duurzame methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen, woningen, kassen en processen te verwarmen en/of te koelen.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
III
Voordelen: · Collectief systeem en daardoor centraal en extern beheerd · Lagere warmteverliezen in warmtenet · Geen gasaansluiting nodig
Nadelen: · Goede isolatie (minimaal schillabel B) is vereist en daardoor niet geschikt voor elke woning · Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen · Tarief afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet · Minder keuzevrijheid
Verwarmen met een hybride warmtepomp? Een hybride warmtepomp kan worden gezien als een tussenoplossing om van het aardgas af te gaan. Een hybride warmtepomp is een elektrische warmtepomp gecombineerd met een Hr-ketel. De warmtepomp levert de basislast van de warmtevraag. De Hr-ketel springt bij op koude winterdagen of bij grote vraag naar warm tapwater. Het gebruik van een hybride-warmtepomp vermindert de vraag naar aardgas aanzienlijk. In de toekomst kan een hybride warmtepomp mogelijk ook in combinatie met een duurzaam gas worden ingezet. De beschikbaarheid van duurzame gassen is echter nog onzeker.
B.2.
Besliscriteria
Om een beeld te krijgen hoe kansrijk een warmtetechniek is voor een bepaalde buurt, zijn per buurt verschillende criteria beoordeeld. De score van de verschillende criteria zijn gecombineerd in een multicriteria-analyse. De criteria zijn hieronder toegelicht.
Isolatieniveau Warmtetechnieken all-electric en LT-warmtenet verwarmen gebouwen op een lage temperatuur. Dit is echter alleen mogelijk wanneer gebouwen voldoende zijn geïsoleerd. Het uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel B nodig is. Warmtetecnieken MT-warmtenet en groengas verwarmen gebouwen op een hogere temperatuur. Goed isoleren blijft het streven, omdat gebouwen die goed geïsoleerd zijn minder warmte nodig hebben. Kortom, de beschikbare warmtebronnen kunnen effectiever worden ingezet. Uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel D nodig is. Het isolatieniveau wordt bepaald door het gemiddelde schillabel van gebouwen in een bepaalde buurt te berekenen. Er wordt gebruik gemaakt van landelijke data van het Planbureau voor de Leefomgeving. Niet voor elk gebouw is data beschikbaar. Wanneer het schillabel voor een gebouw ontbreekt, is een grove inschatting gemaakt op basis van het bouwjaar en woningtype. Wanneer het gemiddelde schillabel van een buurt slecht is, betekent dit dat er relatief veel isolatiemaatregelen nodig zijn om deze buurt aardgasvrij te maken. Dit geldt met name voor de lage temperatuuroplossingen als all-electric en LT-warmtenet. Doordat de buurt eerst aan de slag moet met isoleren, zal deze buurt pas op langere termijn aardgasvrij kunnen worden.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
IV
Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om op een bepaalde aardgasvrije warmtetechniek over te stappen. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor aanpassingen aan gebouwen als isolatie en een (hybride) warmtepomp, kosten voor infrastructuur als verzwaring van het elektriciteitsnet of aanleg van een warmtenet en kosten voor de duurzame bron. De nationale kosten worden uitgedrukt in euro per ton vermeden CO2-uitstoot. Wanneer de nationale kosten hoog zijn, betekent dit dat het relatief duur is voor de samenleving om op deze warmtetechniek over te stappen. De nationale kosten zijn berekend met behulp van de startanalyse. De startanalyse is een technisch-economisch rekenmodel en is ontwikkeld door het Planbureau van de Leefomgeving.
Collectief woningbezit Elk gebouw heeft een eigenaar. Dit kan een particulier zijn, maar bijvoorbeeld ook een woningcorporatie. Een woningcorporatie bezit meestal tientallen tot honderden woningen in een gemeente. In dit geval spreken we van collectief woningbezit. Wanneer het collectief woningbezit in een buurt relatief hoog is, is het eenvoudiger om gezamenlijke afspraken te maken over isolatiemaatregelen of de gewenste aardgasvrije warmtetechniek. In de gemeente Dronten is er één woningcorporatie actief, namelijk Oost Flevoland Woondiensten (OFW). OFW heeft zo’n 4.900 woningen in bezit, inclusief zorg- en studentenwoningen.
Geschiktheid van het elektriciteitsnet voor all-electric
Door gebouwen massaal aan te sluiten op een elektrische warmtepomp, neemt de vraag naar (duurzame) elektriciteit significant toe. Het is belangrijk dat het elektriciteitsnet daarvoor geschikt is. In sommige buurten zullen kabels worden vervangen door dikkere kabels of extra transformatorstations worden geplaatst. De geschiktheid van het stroomnet speelt een belangrijke rol bij de warmtetechnieken all-electric en eventueel bij groengas wanneer gekozen wordt voor een hybride oplossing. In Dronten is Liander de netbeheerder voor het elektriciteitsnet. Liander heeft in kaart gebracht in welke buurten grote aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn om gebouwen op grote schaal over te laten stappen op een elektrische warmtepomp. In deze inschatting is gekeken naar de geschiktheid van de laagspanningskabels, middenspanningsstations, wijksamenstelling en isolatieniveau. In de buurten waar dit speelt vraagt dit niet alleen extra investeringen in de elektriciteitsnetkosten, maar kan dat ook leiden tot een langere doorlooptijd totdat het elektriciteitsnet volledig geschikt is.
Koppelkansen
De warmtetransitie is een complexe opgave en heeft een grote impact op de omgeving. Op grote schaal worden gebouwen geïsoleerd. Afhankelijk van de warmtetechniek moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard of een warmtenet worden aangelegd. Deze opgaven hoeven niet op zichzelf te staan. Door werkzaamheden op elkaar af te stemmen kan overlast worden beperkt, kosten worden bespaard en neemt het draagvlak onder inwoners toe. Deze koppelkansen hoeven zich niet te beperken tot de warmtetransitie. Er kan ook worden gekeken naar de aanleg, renovatie of vervanging van de riolering of wegen, maar ook maatregelen voor klimaatadaptatie. Om koppelkansen te benutten is het belangrijk dat de gemeente, provincie, woningcorporaties, netbeheerder en andere belangrijke stakeholders met elkaar in gesprek gaan.
Transitievisie Nieuwe Warmte - 2021
V
B.3.
Score criteria per buurt
De bovengenoemde criteria worden in principe gescoord van laag (1) naar hoog (5). Dit is echter alleen mogelijk als buurten op basis van kwantitatieve variabelen met elkaar kunnen worden vergeleken. Voorbeelden van kwantitatieve criteria zijn bijvoorbeeld afstand, kosten en leeftijd omdat deze zijn uit te drukken in getallen of waarden. Bij de criteria isolatieniveau, nationale kosten, collectief woningbezit en geschiktheid van het elektriciteitsnet voor het toepassen van 100% all-electric is een kwantitatieve beoordeling mogelijk. Bij het criterium koppelkansen kan dit niet. De vervanging van de riolering in één straat is niet kwantitatief te vergelijken met grootschalige renovatieplannen door een woningcorporatie. Dit criterium is daarom kwalitatief beoordeeld.