CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

8ff857fa-20c9-4756-bffc-bc2e01c312bd.pdf

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel wensen en bedenkingen concept beleidsregel 'Uitbreiding bedrijfserven en veehouderij'1.395 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

schriftelijke vragen Fractie:

CDA

Naam:

Willemien Wever

Onderwerp:

Beleidsregel en reparatie bestemmingsplan Veeteeltbedrijven schriftelijke (technische) vragen

Type vraag: Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)

Kan verspreid via mail / app

Inleiding/aanleiding: Als CDA fractie hebben we in maart art 33 RvO vragen gesteld over de inventarisatie reparatie BP veeteeltbedrijven en de Provinciale informatie bijeenkomst stikstof dd 28 januari. Tijdens de commissievergadering dd 8 april had ik nog een aantal vragen gesteld. Omdat vragen gezien de complexiteit van het onderwerp al gauw technisch worden, dien ik hierbij onze aanvullende vragen schriftelijk in. Vragen: Vragen over de inventarisatie: Gemeente Dronten heeft verschillende instrumenten ingezet om de stand van zaken met betrekking tot omgevingsvergunningen, Nbw-vergunningen, PAS-meldingen, etc zo nauwkeurig mogelijk in beeld te brengen en vast te leggen in het zaaksysteem/juridische database. De inventarisatieperiode liep van half december 2020 tot en met half januari 2021. Uit de beantwoording van onze art 33 RvO-vragen dd 16 maart 2021 blijkt dat “van veel adressen aanvullende informatie boven tafel is gekomen.” Één maand is een vrij korte periode om te reageren.

Hoe zeker is de wethouder / het college dat hij/het álle relevante informatie nu in beeld heeft ? Wat doet de gemeente met signalen van LTO of individuele agrariërs met een veeteeltbedrijf die aangeven geen persoonlijke brief van de gemeente ontvangen te hebben ? Kunnen ondernemers of gebruikers met een veeteeltbedrijf zich ook na de inventarisatieperiode nog melden bij de gemeente ? Beantwoording Zoals in de beantwoording van de artikel 33 vragen is benoemd: uit de inventarisatie onder de gebruikers/ondernemers van half december tot en met half januari 2021 is van veel adressen aanvullende informatie boven tafel gekomen. De ontvangen informatie tijdens deze inventarisatieperiode is verwerkt voor een nog actueler overzicht. Op basis

van deze informatie is het voorontwerp bestemmingsplan opgesteld. Dit plan lag van 18 maart tot en met 14 april jl. ter inzage met de mogelijkheid voor een ieder om te reageren. Deze stap draagt bij om alle relevante informatie meer in beeld te krijgen. Naar deze signalen is/wordt geluisterd. Afhankelijk van de situatie is alsnog de brief toegestuurd, is het telefonisch besproken of is verwezen naar de (toekomstige) ter visie ligging van het voorontwerp bestemmingsplan. Ondernemers/gebruikers kunnen ook na de inventarisatieperiode zich nog melden bij de gemeente. Men kon reageren op het voorontwerp bestemmingsplan wat ter inzage lag tot en met 14 april jl. De gebruikers/ondernemers van de erven die onderdeel uitmaken van dit plangebied zijn via een brief half maart 2021 geattendeerd op de ter visie legging van dit plan. De volgende fase is het ontwerp bestemmingsplan waarin zienswijzen kunnen worden ingediend alsmede andere relevante informatie aangereikt kan worden. Vragen over de peildatum/ingangsdatum Een afwachtende houding t.a.v. de reparatie van het bestemmingsplan voor de veeteeltbedrijven is de dood in de pot, maar we moeten er ook voor waken dat de reparatie door vertraging in de legalisatie van PAS-melders door Rijk/Provincie onbedoeld nadelig uitpakt voor onze veeteeltbedrijven.

Bij de consultatie in september 2020 gaf de wethouder nog aan dat hij het BP Reparatie voor de zomer 2021 wilde vaststellen. In de RIB en de antwoorden op onze art 33 RvO vragen dd 16 maart 2021 blijkt dat het college nu koerst op vaststelling van het BP in het 1e kwartaal 2022. Het ontwerp BP ligt t/m april 2021 ter inzage. Waarom stelt het college voor om te wachten tot 1e kwartaal 2022 ? Beantwoording In de raadsconsultatiebrief ter bespreking 2 september 2020 stond een planning beschreven. Namelijk 1e kwartaal 2021 een voorontwerp bestemmingsplan klaar voor in procedure brengen en in 2e helft 2021 een ontwerp bestemmingsplan in procedure brengen. Ook in de aangehaalde RIB komt het in procedure brengen van het ontwerp bestemmingsplan in de 2e helft van 2021 terug. Vaststelling kan pas plaatsvinden nadat een ontwerp bestemmingsplan ter visie heeft gelegen voor zienswijzen en (eventuele) zienswijzen in behandeling zijn genomen en voorgelegd zijn aan de gemeenteraad. In de raadscommissie van 2 september 2020 is door de wethouder aangegeven: afronden in 2021, mits rekening houdend met risico’s zoals beschreven in RIB/RCB. Het streven naar vaststelling in het 1e kwartaal van 2022 is hierop gebaseerd. Het is geen ‘wachten op’. Inmiddels vond ter visie legging van het voorontwerp bestemmingsplan plaats tot en met 14 april jl.

Wantrouwen jegens de overheid of het oneens zijn met het Stikstofbeleid van het kabinet kan een drempel zijn voor ondernemers om in deze fase informatie te verstrekken die de gemeente nodig heeft ter controle van de gegevens die bekend zijn bij de gemeente. Maakt de gemeente in de communicatie richting ondernemers voldoende duidelijk waarvoor de gegevens worden gebruikt en wat de voor- en nadelen voor de ondernemers zijn wat betreft de juistheid van de gegevens ? Beantwoording In de brieven aan gebruikers/ondernemers van de betreffende erven, voor zowel de inventarisatieronde als het voorontwerp bestemmingsplan, is toegelicht waarvoor gegevens nodig zijn. Daarnaast is via mail en telefoon toegelicht wat het doel en de noodzaak is.

In de oplegnotitie bij de raadsconsultatiebrief dd sept 2020 zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: Uitgangspunten projectplan reparatie BP veeteeltbedrijven We houden hieronder de volgende uitgangspunten van het projectplan tegen het licht. a. Het voornemen is, uitsluitend de bestaande situatie bij recht te bestemmen. De bestaande situatie is hierbij in het projectplan gedefinieerd als de feitelijk en legaal tot stand gekomen emissie (c.q. depositie), gebaseerd op een onherroepelijke vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Etc. Wat bedoelt het college precies met legalisatie van de bestaande situatie ? Wat is feitelijk en legaal tot stand gekomen ? Is dat gelijk aan het begrip “gerealiseerde stalcapaciteit” ? Beantwoording Het gaat om de feitelijke situatie zoals die nu bij de veehouderij aanwezig is. En alleen als die situatie ook planologisch legaal tot stand is gekomen, ofwel dat het in overeenstemming is met het bestemmingsplan. In veel gevallen zal dit ook de gerealiseerde stalcapaciteit zijn, mits ook legaal tot stand gekomen. Uit de beantwoording van onze art 33 RvO-vragen dd 16 maart 2021 blijkt dat “in veel gevallen blijkt dat de situatie van de PAS-melding overeenkomt met de feitelijke situatie”.

Kan de wethouder/het college voor de beeldvorming een concreet (fictief) voorbeeld geven waarin er verschil is tussen de PAS-melding en de feitelijke situatie ? Welke mogelijke (juridische) gevolgen heeft vaststelling van het bestemmingsplan Reparatie Veeteeltbedrijven als een veeteeltbedrijf vergunningstechnisch toch niet goed in beeld blijkt te zijn bij de gemeente op of na het moment van vaststelling van het Bestemmingsplan ? Wie is volgens het college verantwoordelijk voor de juistheid (eigenaarschap) van deze geregistreerde gegevens bij de gemeente, de gemeente of de agrarisch ondernemers ? Beantwoording Er kan geen concreet (fictief) voorbeeld worden geven waarin er verschil is tussen de PAS melding en de feitelijke situatie. Daar komt bij dat de PAS meldingen vooralsnog niet meer geldig zijn, vanwege de uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Op dit moment is dit geen juist vergelijkingsmateriaal. Dit heeft alleen consequenties als er rechtsgeldige vergunningen op grond van de Natuurbeschermingswet of Wet natuurbescherming zouden ontbreken in de bijlage bij de planregels en deze meer ruimte zou bieden dan de feitelijke situatie. Immers zonder deze vergunning wordt uitgegaan van de feitelijke, legaal aanwezige situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan.

In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan moet de gemeente onderzoek doen wat de feitelijke situatie is. Dat is de reden voor het opvragen van de gegevens in de inventarisatiefase. Dat is nodig om helderheid te kunnen bieden in geval van een verzoek om aanpassing van de veehouderij, waarbij gebruik wordt gemaakt van interne saldering (verandering van bijv. de veebezetting, maar waarbij de maximale ammoniakemissie niet toeneemt). In zo’n geval kan de gemeente in geval van twijfel ook gegevens vragen aan de ondernemer (bijv. gegevens van de meitellingen) om meer

zekerheid te verkrijgen over wat die feitelijke situatie is/was ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is onderbouwd, wordt voor de onderbouwing van de feitelijke situatie uitgegaan van meerdere bronnen. In het kader van dit bestemmingsplan is het gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente en agrarische ondernemer voor de juistheid van de gegevens. Gemeente verzamelt alle gegevens en de beschikbaar gestelde gegevens en verwerkt deze in het ontwerp bestemmingsplan. Bij de ter visie legging van dit plan kan dit gecontroleerd worden door ondernemer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/986/documents/14469