CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

8bafe613-60fd-45b6-8e00-2f0ca3fb4283.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Jaarstukken 202140.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

8 alinea's met “beeldvorming”: 829 974 1277 1417 1656 2043 2334 2508

320

-6.455

-5.691

-7.748

-12.886

-5.138

8.3

Subtotaal Lasten Baten 8.1

Ruimtelijke ordening

54

4

245

304

60

8.2

Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Wonen en bouwen

5.033

2.044

2.044

2.424

379

1.900

1.484

1.605

1.932

327

6.987

3.532

3.894

4.660

766

532

-2.159

-3.854

-8.226

-4.372

-2.579

-

-

-1.050

-1.050

1.941

2

115

1.125

1.010

-637

2

115

75

-40

-105

-2.157

-3.740

-8.151

-4.412

8.3

Subtotaal Baten Saldo Lasten en Baten programma 8 0.10

Toevoegingen aan reserves (lasten) 0.10 Onttrekkingen uit reserves (baten) 0.10 Saldo Reserves programma 8 Resultaat programma 8

Hierna verklaren we per taakveld de afwijkingen tussen Begroting na wijziging 2021 en de werkelijkheid 2021. De belangrijkste afwijkingen (lasten en baten) per taakveld worden toegelicht. Als richtlijn hanteren we het grensbedrag van toelichting bij afwijkingen van € 50.000 en hoger.

8.1 Ruimtelijke ordening Bedragen € 371.500

Jaarstukken 2021

Voordeel /nadeel Voordeel

Toelichting Lasten: De Omgevingswet is inmiddels meerdere keren uitgesteld. Uitstel zorgt ervoor dat bepaalde taken niet kunnen worden uitgevoerd en moeten worden doorgeschoven naar een later tijdstip. Bijvoorbeeld omdat we moeten wachten op landelijke ontwikkelingen. 68

€ 334.000

Voordeel

€ 32.000

Voordeel

€ 16.500 € 721.000

Nadeel Voordeel

Bedragen € 63.500

Voordeel /nadeel Voordeel

- € 3.500 € 60.000

Nadeel Voordeel

Daarom is er geld overgebleven. Dit geld is echter nog steeds nodig voor de implementatie van de Omgevingswet. Zodra we verdere stappen kunnen zetten die nodig zijn voor de implementatie van de wet, is ook het budget nodig. Een budgetoverheveling van € 350.000 is voorgelegd voor de invoerkosten van de Omgevingswet, waarmee de vervolgkosten van uitstel van de wet alsnog in 2022 betaald kunnen worden. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door minder gerealiseerde personeelskosten. Ten aanzien van de ontwikkel plannen ruimtelijke ordening. Hiervoor verwijzen wij u naar de integrale analyse in de Paragraaf Bedrijfsvoering. Lasten: het overgehevelde incidentele bedrag van € 31.500 is besteed aan de vervolgkosten voor het bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen’. Op het structurele bedrag is een voordeel overgebleven, vanwege dat het proces bestemmingsplan / omgevingsplan Bedrijventerreinen getemporiseerd is en niet is opgestart in 2021. Overige kleine posten < € 25.000 Totaal lasten Toelichting Baten: Dit voordeel is het gevolg van bijdragen in ruimtelijke ontwikkelingen, welke worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve Ruimtelijke ontwikkeling en Bovenwijkse voorzieningen. Overige kleine posten < € 25.000 Totaal baten

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Bedragen - € 6.188.000

Voordeel /nadeel Nadeel

€ 9.000 - € 6.179.000

Voordeel Nadeel

Bedragen € 379.000

Jaarstukken 2021

Voordeel /nadeel Voordeel

Toelichting Lasten: De herziening van de POC-winst (Percentage of Completion) over voorgaande jaren heeft een totaal negatief effect van € 1.050.000. Dit bedrag wordt conform de Nota Reserves en Voorzieningen 2020 onttrokken aan de bestemmingsreserve Niet afgesloten exploitaties (POC). Daarnaast heeft de actualisering van de voorziening voor complex 127 Hanzekwartier fase 1 een negatief effect van € 253.000 en voor complex 129 Hanzekwartier fase 2 van € 4.882.000. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf Grondbeleid. Overige kleine posten < € 25.000 Totaal lasten Toelichting Baten: Dit saldo bestaat enerzijds uit de actualisatie van de benodigde voorziening voor De Graafschap (€ 128.000). Daarnaast heeft het verplicht winstnemen op diverse exploitatie conform het principe Percentage of Completion (POC) een positief effect van € 251.000. Dit bedrag wordt conform de Nota Reserves en 69

€ 379.000

Voordeel

Voorzieningen 2020 toegevoegd aan de bestemmingsreserve Niet afgesloten exploitaties (POC) en de bestemmingsreserve Ontwikkeling Hanzekwartier. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf Grondbeleid. Totaal baten

8.3 Wonen en bouwen Bedragen - € 205.000

Voordeel /nadeel Nadeel

- € 38.000

Nadeel

€ 197.000

Voordeel

€ 211.500

Voordeel

€ 131.000

Voordeel

Jaarstukken 2021

Toelichting Lasten: Deze lasten zijn opgebouwd uit de inhuurkosten voor bouw- en woningtoezicht (€ 63.706) en de projecten Wet kwaliteitsborging (impactanalyse), oneigenlijk gebruik gemeentegrond, studenten- en migrantenhuisvesting (€ 129.222). Hier staan dekkingen vanuit de verkopen grond (€ 18.072), coronagelden apparaatskosten omgevingsvergunningen (€ 32.697) en legesopbrengsten tegenover (zie onder). Lasten: Meer welstand- en projectadviseringen zijn voorgelegd om bij te dragen aan de duurzame kwaliteit voor gebouwen en plekken in onze leefomgeving. Hier staan dekkingen vanuit de legesopbrengsten tegenover (zie onder). Lasten: Als voorloper van een integrale gebiedsvisie voor de centrumschil van Dronten is in 2021 een globale ruimtelijke en programmatische verkenning verricht naar de huisvesting van het primair onderwijs in dit gebied waarbij het de ambitie was om te komen tot een Kindcentrum (KC). Na de besluitvorming in het eerste kwartaal van 2022 breekt de volgende fase aan; de visievorming en de participatie met inwoners. Om hier invulling aan te kunnen geven wordt het restantbudget van € 85.000 overgeheveld naar 2022. De huidige Woonvisie liep in 2021 af. Er zal een nieuwe Woonvisie worden opgesteld; die na vaststelling later zal worden geïntegreerd in de op te stellen integrale visie op onze leefomgeving.

Het is noodzakelijk het voor de Woonvisie gereserveerde budget van € 75.000 over te hevelen. Lasten: Het restant van de ontvangen Rijksmiddelen en van de eigen incidentele gemeentelijke klimaatmiddelen zijn overgeheveld naar 2022 (€ 211.500). Het Rijk heeft in de decembercirculaire 2021 vermeld dat het deel van de klimaat-middelen dat wordt toegevoegd aan het gemeentefonds naar verwachting bij de Voorjaarsnota 2022 beschikbaar zal komen en worden verwerkt in de meicirculaire 2022. Het is aan een nieuw kabinet om een besluit te nemen over de totale uitvoeringskosten voor de periode 2022 en verder. Lasten: Dit voordeel komt voornamelijk doordat er minder uitbestede werkzaamheden zijn uitgevoerd als begroot. Daarnaast ontstaat er een voordeel op het begrotingsbudget inhuur als gevolg van verschuiving inhuur tussen programma 0 en 8 ten aanzien van de BAG. 70

€ 32.500

Voordeel

- € 9.000 € 320.000

Nadeel Voordeel

Bedragen € 309.000

Voordeel /nadeel Voordeel

€ 18.000 € 327.000

Voordeel Voordeel

Lasten: Dit voordeel bestaat uit de coronagelden voor apparaatskosten omgevingsvergunningen, die voor een deel gerealiseerd zijn bij de taak bouw- en woningtoezicht. Overige kleine posten < € 25.000 Totaal lasten Toelichting Baten: Er is sprake van een tekort aan legesinkomsten van € 187.009 aan vergunningverlening zonder onderhanden aanvragen. Een balanspost van € 495.796 is opgenomen als vooruit ontvangen bedrag voor vergunningen die aangevraagd zijn in 2021, maar nog niet beschikt. Daarnaast is in 2021 voor een bedrag van € 608.307 vanuit deze balanspost vergund voor aanvragen van 2020. Overige kleine posten < € 25.000 Totaal baten

Verplichte beleidsindicatoren Gemeenten nemen vanaf 2017 een basisset BBV beleidsindicatoren op in de begroting en het jaarverslag voor inzicht en heldere beeldvorming over de beleidsresultaten van de gemeente, en vergelijking van gemeenten onderling. Via het verplichte dashboard van Waarstaatjegemeente.nl zijn nog meer gegevens beschikbaar. In de onderstaande tabel staan de beleidsindicatoren voor dit programma. Peildatum 27 januari 2022. Indicator

2017

2018

2019

2020

2021

Bron

% Demografische druk

71,20

71,80

72,20

NB

70,60

CBS Bevolkingsstatistiek

Omschrijving

De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar

Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen

6,80

Omschrijving

Nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen, zoals transformaties.

Woonlasten 696,00 éénpersoonshuishouden in € Omschrijving

Jaarstukken 2021

687,00

19,80

NB

NB

793,00

Basisregistraties adressen en gebouwen bewerking ABF Research

COELO, Groningen

674,00

687,00

NB

793,00

COELO, Groningen

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten

WOZ-waarde woningen x 197,00 € 1.000

Omschrijving

674,00

14,60

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten

Woonlasten 696,00 meerpersoonshuishoudens in € Omschrijving

13,50

206,00

232,00

247,00

262,00

CBS - Statistiek Waarde Onroerende Zaken

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen.

71

1.4 Paragrafen In de paragrafen zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen met een groot financieel belang, die versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld in een kort overzicht, waardoor de raad voldoende inzicht krijgt. Het jaarverslag bevat de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. Verplichte paragrafen vanuit artikel 9 BBV: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud kapitaalgoederen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid Lokaal heeft de raad de volgende paragrafen toegevoegd: • subsidies • informatisering • sociale monitor • geluk • raadsbudgetten

1.4.1 Paragraaf lokale heffingen Het totale pakket van gemeentelijke heffingen wordt gelegitimeerd door de gemeenteraad vastgestelde belastingverordeningen en wettelijk vastgestelde tarieven. Voor de hoogte van de tarieven en leges gelden de volgende uitgangspunten: 1. Voortzetten van gemaakte keuzes vanuit het verleden. Voorwaarde is dat de keuzes moeten voldoen aan het wettelijk toegestane; 2. Kostendekkendheid van tarieven en leges; 3. De tarieven en leges, met uitzondering van enkele belastingen, stijgen met 4,4%; 4. Dit geldt uiteraard niet voor tarieven die wettelijk worden vastgelegd of waarbij via besluitvorming een ander afwijkend tarief is afgesproken; 5. De verwerking van de kaders die door de raad zijn aangegeven in de Kaderbrief.

Beleid Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en het overzicht op hoofdlijnen van diverse heffingen wordt onderstaand toegelicht. Het beleid over de lokale lasten is opgenomen in: • diverse belastingverordeningen; • de Nota Kwijtscheldingsbeleid. Lokale heffingen genereren de volgende inkomsten in 2021:

Jaarstukken 2021

72

Opbrengsten lokale heffingen (x € 1.000)

Realisatie

Primitieve Begroting na begroting wijziging

Realisatie

Verschil

2020

2021

2021

2021

2021

0.61 & 0.62 Onroerende zaakbelasting

10.192

10.226

10.226

10.293

67

7.3 Afvalstoffenheffing

4.363

4.457

4.828

4.926

99

7.2 Rioolrechten

2.561

2.520

2.520

2.550

30

0.2 Burgerzaken

307

383

383

320

-62

1.349

1.247

1.247

1.555

309

2.1 Kabels en leidingen

174

100

100

157

58

3.4 (Water)toeristenbelasting

662

1.137

1.137

935

-201

3.4 Forensenbelasting

180

138

138

181

43

3.3 Marktgelden

22

23

23

23

7.5 Grafrechten

355

398

398

391

-7

1.2 Openbare orde en veiligheid

12

38

38

37

-1

0.63 Parkeerbelasting

2

8

8

2

-6

0.64. Precariobelasting

976

975

975

978

3

0.64.Reclamebelasting

138

193

193

142

-51

21.030

21.837

22.208

22.238

30

Baten

8.3 Omgevingsvergunningen

Totaal lokale heffingen

Belastingbeleid en hoofdlijnen diverse heffingen Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en het overzicht op hoofdlijnen van diverse heffingen wordt onderstaand toegelicht.

Onroerende zaakbelasting Bij de begroting 2021 is gebruik gemaakt van de WOZ-waarden per 1 januari 2020 van alle woningen/gebouwen in de gemeente Dronten. Deze waarden afgezet tegen de OZBtarieven leidt tot een begrote opbrengst. Voor 2021 heeft de gemeente € 127.000 meer opbrengsten dan begroot ontvangen voor de OZB eigenaar woningen en € 97.000 meer voor eigenaar niet-woningen. Voor OZB gebruiker niet-woningen heeft de gemeente een bedrag van € 39.000 minder ontvangen dan begroot in 2021. De totale meeropbrengst bedraagt derhalve voor 2021 € 185.000 voor de OZB. Op basis van deze gegevens worden de tarieven als volgt: Rekening 2020

Rekening 2021

Afvalstoffenheffing

264,36

275,99

Rioolheffing

131,00

136,76

Totaal lastendruk (zonder eigen woning)

395,36

412,75

Afvalstoffenheffing

264,36

275,99

Rioolheffing

131,00

136,76

- Eigenaar woning 2021 (waarde € 212.000)

301,38

323,80

Totaal lastendruk (met eigen woning)

696,74

736,55

Lastendruk per huishouden

Jaarstukken 2021

73

Afvalstoffenheffing Voor de berekening van de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van een dekking van 100%. Het tarief 2021 is bijgesteld met 4,4% stijging voor loon- en prijscompensatie zoals opgenomen in Kaderbrief 2021. Daarnaast is bij de vaststelling van de Verordening afvalstoffenheffing 2021 een boven-trendmatige verhoging van 8,6% doorgevoerd. In de onderstaande tabel wordt de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing inzichtelijk gemaakt: Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing

Percentage 2021

€

€

Kosten taakveld (incl. omslagrente)

4.332.245

Inkomsten taakveld (excl. heffingen)

-883.073

Netto kosten taakveld

3.449.172

Overhead (incl. omslagrente)

84%

880.309

BTW

21%

522.903

Dotatie aan Voorziening

60.812

Totaal toe te rekenen kosten

1.464.024

Totale kosten

4.913.196

Opbrengst heffingen

4.913.196

Dekkingspercentage

100%

Rioolheffing De rioolheffing wordt vastgesteld in het kader van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het tarief 2021 is bijgesteld met 4,4% stijging voor loon- en prijscompensatie zoals opgenomen in de Kaderbrief 2021. In de onderstaande tabel wordt de kostendekkendheid van de rioolheffing inzichtelijk gemaakt: Berekening kostendekkendheid Rioolheffing

Percentage 2021

€

€

Kosten taakveld (incl. omslagrente)

1.851.950

Inkomsten taakveld (excl. heffingen)

-

Netto kosten taakveld

1.851.950

Overhead (incl. omslagrente)

84%

205.818

BTW

21%

194.649

Dotatie aan Voorziening Totaal toe te rekenen kosten

336.583 737.050

Totale kosten

2.589.000

Opbrengst heffingen

2.589.000

Dekkingspercentage

100%

(Water)Toeristenbelasting Het tarief voor toeristenbelasting is sinds 2012 € 0,95 per persoon per overnachting. De ontwikkeling is afhankelijk van volumegroei. Dit monitoren we op basis van de aangiften. Indien de volumegroei in opbrengst niet gehaald wordt dan zal de hoogte van het tarief toeristenbelasting afgeleid worden van de door de gemeente geraamde opbrengst. Gezien de lopende afspraken met de ondernemers is het tarief voor 2021 op € 0,95 gehandhaafd. Door COVID-19 zijn de inkomsten uit toeristenbelasting ook in 2021 lager dan begroot. Voor 2021 is voor een bedrag van € 355.000 minder aan toeristenbelasting ontvangen. Dit bedrag is uit de Bestemmingsreserve COVID-19 onttrokken. Jaarstukken 2021

74

Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven over de waarde van de woning/stacaravan. Voor 2021 wordt het tarief trendmatig verhoogd met 4,4%. Afhankelijk van de economische waarde van het object bedraagt de in 2021 te betalen belasting tussen € 143 en € 663.

Marktgelden In de Begroting 2021 is voor deze heffing rekening gehouden met een stijging van de tarieven 4,4%. In de tabel op de vorige pagina is dit niet te zien omdat het een afronding betreft die kleiner is dan € 1.000.

Grafrechten Uitgaande van een stabilisatie van de opbrengsten bij gelijkblijvende mate van kostendekkendheid wordt voor de begraafrechten uitgegaan van de trendmatige tariefstijging van 4,4%. Voor 2021 betekent dit het volgende voor de meest voorkomende tarieven: • Begraafrecht wordt € 896; • Begraafplaatsrecht wordt € 1.479; • Grafrecht voor 20 jaar wordt € 975; • Gedenktekenrecht wordt € 369; • Recht aanleg grafkelder € 1.081.

Precario- reclamebelasting en overige leges en tarieven Voor de precario geldt dat er in februari 2016 een wetsvoorstel is ingediend. Gemeenten die deze belasting nog niet kennen, mogen deze niet meer invoeren. Gemeenten die deze belasting al wel hebben mogen deze niet meer verhogen en moeten deze vanaf 2018 in tien jaarlijkse stappen geheel afbouwen. Gemeenten krijgen maximaal vijf jaar (tot 1 januari 2022) de tijd om de effecten van hun inkomensderving op te vangen. Het overgangsrecht geldt alleen voor gemeenten die in 2015 precariobelasting hebben geheven. Gemeenten mogen maximaal het tarief in rekening brengen dat gold op 10 februari 2016, de datum waarop minister Plasterk het wetsvoorstel aankondigde. De minister wil daarmee voorkomen dat de tarieven en het aantal gemeenten dat precario heft verder stijgt. In een aparte raadsinformatiebrief bent u geïnformeerd over de mogelijke scenario's om deze wetswijziging financieel door te vertalen in onze meerjarenbegroting. Gekozen hierbij is om het tarief pas te verlagen in 2022 en gelijkertijd de begroting ook in 2022 aan te passen. Hierbij zal alvast 5 jaar lang € 100.000 opbrengst worden gereserveerd in een voorziening om zo de begroting in 2022 tot 2026 gelijkmatig naar 0 te kunnen brengen. Voor de reclamebelasting en overige leges en tarieven geldt het uitgangspunt van 4,4% loon- en prijscompensatie.

Naar verwachting betekent dit dat we voor deze tarieven onder wettelijk voorgeschreven tarieven zullen blijven.

Kwijtscheldingsbeleid Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, kan onder bepaalde voorwaarden aan deze belastingplichtige kwijtschelding worden verleend. Kwijtschelding is uitsluitend van toepassing op de riool- en afvalstoffenheffing. Door de aanscherping van het Rijksbeleid op het gebied van kwijtschelding voelen de zogenaamde minima het steeds meer in hun portemonnee.

Jaarstukken 2021

75

1.4.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de financiële positie van de gemeente beschreven. Ook moeten gemeenten hier een geprognosticeerde balans opnemen en enkele verplichte financiële kengetallen. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Het geld en de mogelijkheden bestaan onder andere uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s waar de gemeente mee wordt geconfronteerd (risicoprofiel), bijvoorbeeld financiële risico’s binnen projecten. Voor deze risico’s kunnen geen verzekeringen worden afgesloten of voorzieningen worden gevormd omdat de risico’s zich niet regelmatig voordoen en niet goed meetbaar zijn. Tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor een gemeente geen maatregelen heeft getroffen, maar die wel van betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van een gemeente bestaat dus een relatie.

Deze relatie wordt het weerstandsvermogen genoemd (zie ook het artikel van de NVVR).

Beleid De Nota Risicomanagement bevat het beleid omtrent het benodigde weerstandsvermogen, de aanwezige weerstandscapaciteit en de werkwijze omtrent het omgaan met en beheersen van onzekerheden. De risico’s worden halfjaarlijks geactualiseerd bij de begroting en de jaarstukken. Risico’s met een financieel gevolg zijn beoordeeld en opgenomen in de risico-inventarisatie van deze paragraaf. De gemeente Dronten wil met risicomanagement onder andere het volgende bereiken: • Risicobewustzijn bij management en medewerkers; • Risico's en onzekerheden onderkennen bij het streven naar beleidsdoeleinden en maatschappelijke effecten; • Inzicht in risico’s geven en wijze waarop we op deze risico's sturen; • Beheersing van risico’s door bewuste preventieve en reactieve maatregelen; • Behoud van een goede financiële positie. De Paragraaf weerstandsvermogen delen we op in de volgende onderdelen: • Risico-inventarisatie; • Weerstandscapaciteit inclusief relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit; • Kengetallen BBV. De toelichting over het Interbestuurlijk toezicht (IBT) is verplaatst naar de Paragraaf bedrijfsvoering.

Risico-inventarisatie Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een bepaald (veelal negatief) gevolg. Tot de risico’s behoren alle onzekerheden van materiële betekenis die mogelijk impact hebben op onze organisatie. Het is van belang om inzicht te geven in de risico’s die de organisatie loopt. Niet financiële risico’s worden onderkend, maar ook zeker de risico’s op het terrein van milieu, letsel/veiligheid, imago, organisatorische en juridische aspecten. De geïdentificeerde risico’s zijn in een risicotabel opgenomen om eenduidige vastlegging te borgen. Deze

Jaarstukken 2021

76

risicotabel wordt jaarlijks geactualiseerd en in de begroting en jaarrekening verwerkt in de paragraaf weerstandsvermogen. De gemeentelijke risico’s zijn in te delen in twee hoofdgroepen: 1. Risico's afkomstig buiten de eigen organisatie, macro-economisch gebonden risico’s (exogene risico’s); 2. Risico's binnen de eigen organisatie, organisatie gebonden risico’s (endogene risico’s). Daarnaast maken we onderscheid in risico's met een structureel gevolg en risico's met een incidenteel gevolg. Risico's hulpmiddelen Bij de keuzes die in het dossier hulpmiddelen gemaakt worden staat het belang van de inwoner voorop. In 2020 waren er grote problemen bij leverancier HMC wat uiteindelijk resulteerde in een faillissement. In 2021 is een nieuwe aanbesteding hulpmiddelen gedaan. Om risico's te spreiden zijn contracten gegund aan twee partijen: Welzorg en Medipoint. De implementatie is in september 2021 van start gegaan. Over het risico om twee contracten af te sluiten voor hulpmiddelen, en over verdere stijging van tarieven, valt in de huidige situatie nog niets te voorspellen.

Risicokaart In onderstaande risicokaart zijn de risico’s opgenomen, onderverdeeld naar kans en impact, waaruit de risicoscore wordt bepaald op basis van kans-score x impact-score. Het aantal risico’s is in onderstaande tabel vermeld: IMPACT (in euro's)

Zeer groot (81-100%)

< € 25.000

€ 100.000 € 25.000 tot € 50.000 tot tot € € 49.999 € 99.999 499.999

> € 500.000

Score 1

Score 2

Score 3

Score 4

Score 5

0

0

0

0

0

1

0

1

0

3

0

1

0

3

1

0

1

2

0

0

1

2

3

7

3

Score 5 Groot (61-80%) Score 4 KANS

Gemiddeld (41-60%) Score 3 Klein (21-40%) Score 2 Zeer klein (1-20%) Score 1

Leeswijzer: het getal 3 rechtsonder op de kaart geeft aan dat er drie risico’s zijn geformuleerd met impact-score 5 en kans-score 1. Deze drie risico’s hebben een risicoscore van 5 x 1 = 5. In onderstaand schema zijn de risico’s inclusief risicoscore vermeld. De gewijzigde risico’s (aangeduid met pijlen, afwijking op basis van Programmabegroting 2021) en risico’s met een hoge risicoscore (8 en hoger) worden nader toegelicht:

Jaarstukken 2021

77

Risicotabel met scores en toelichting Omschrijving risico's:

Programma Verwachte Verwachte Incidenteel Risicoscore kans impact of structureel

Exogene risico's: Uitkeringen van het Rijk

0

80 ↑ 2.000.000

Structureel

20

Transities Sociaal Domein

6

80 ↓ 1.000.000

Structureel

20

Lagere legesopbrengsten omgevingsvergunning (a.g.v. omgevingswet)

8

70

65.000

Structureel

12

Leerlingenvervoer

4

40

50.000

Structureel

6

Bijstand zelfstandigen

6

50

30.000

Structureel

6

Bodemsaneringen

7

20

500.000

Incidenteel

5

Exploitatietekort Wsw IMpact

6

70

↓ 22.000

Structureel

4

Renteontwikkelingen

0

10

50.000

Structureel

3

Inkomensdeel Participatiewet

0

↓0

↓0

Structureel

0

Minder inkomsten uit dividenden

0

↓0

↓0

Structureel

0

Bijdrage aan negatief resultaat grondexploitaties

8

↑ 75 ↑ 7.000.000

Incidenteel

20

Accommodatiebeleid

0

↓ 50

↓ 500.000

Structureel

15

Personeel, krapte arbeidsmarkt

0

50

300.000

Structureel

12

ICT - Informatieveiligheid

0

50

250.000

Incidenteel

12

Kosten ICT

0

↑ 50

↑ 100.000

Structureel

12

Procedures subsidies

5

40

50.000

Incidenteel

6

Garantstellingen OFW (WSW)

8

1

1.060.000

Incidenteel

5

Garantstelling HVC

7

10

1.050.000

Incidenteel

5

Aansprakelijkheidsclaim

0

10

250.000

Incidenteel

4

Toereikendheid VZ Afvalstoffenheffing

7

1

250.000

Incidenteel

4

Garantstelling Impact

6

10

240.000

Incidenteel

4

Europese aanbestedingen

0

10

150.000

Incidenteel

4

Overige garantstellingen

0

5

110.000

Incidenteel

4

Personeel (politiek verlof c.q. detachering/terugkeergarantie)

0

↓ 20

↓ 100.000

Structureel

4

Gladheidbestrijding

2

20

100.000

Incidenteel

4

Schade vandalisme

0

40

30.000

Incidenteel

4

Minimabeleid

6

10

50.000

Structureel

3

Gebruik accommodaties

0

5

50.000

Incidenteel

3

Re-integratieprocedure personeel

0

5

40.000

Incidenteel

2

Lagere inkomsten begraafplaats

7

20

30.000

Structureel

2

Kosten bestuursdwang Totaal

0

10

15.000 15.442.000

Incidenteel

1

waarvan structureel

4.447.000

Structureel

waarvan incidenteel

10.995.000

Incidenteel

Endogene risico's:

* Risico’s van grondexploitaties worden apart berekend in de perspectiefnota.

Jaarstukken 2021

78

Risico Uitkeringen van het rijk Toelichting De Algemene Uitkering gemeentefonds is afhankelijk van de Rijksuitgaven (samen de trap op en samen de trap af) en van wijzigingen in het verdeelmodel van de Algemene Uitkering. Forse kortingen kunnen leiden tot een meerjarig niet sluitende begroting. Het Rijk gaat de verdeelsystematiek van de Algemene Uitkering herzien. Dit zal naar verwachting tot uiting komen bij de September- of Decembercirculaire 2021. Een wijziging in de verdeelsystematiek valt, naar alle waarschijnlijkheid, nadelig uit voor de gemeente Dronten. Het is ook mogelijk dat het landelijke hoogte van het BTW compensatiefonds ontoereikend is, en dat er in de nabije toekomst sprake blijkt te zijn van een korting op de Algemene Uitkering als gevolg van een overschrijding in het BTW compensatiefonds. Tot slot is er nog geen definitieve hoogte bepaald voor de extra middelen Jeugd voor de jaren 2022 en 2023. Ook dit vormt een risico. Beheersmaatregel De geraamde ruimte onder het BCF-plafond is conform de richtlijn van de provincie naar beneden bijgesteld. Verder worden de afspraken tussen de VNG en het Rijk goed gemonitord om tijdig een inschatting te kunnen maken van de onzekerheid met betrekking tot de Algemene Uitkering.

Risico Transities sociaal domein Het financiële risico Sociaal Domein (SD) is dat de taken niet binnen het vastgestelde financiële scenario kunnen worden uitgevoerd. Sinds de begroting 2020 is sprake van een stevige ambitie voor wat de financiële kaders betreft. We staan voor deze opgave en nemen de afgesproken maatregelen. Desondanks blijft de uitvoering van taken in het SD het karakter houden van een openeinderegeling. Een toe- of afnemende zorgvraag vanuit de samenleving, de praktische haalbaarheid of effectiviteit van bedachte activiteiten en maatregelen en/of de ontwikkelingen van inkomsten maakt dat er te allen tijde een risico is op overschrijding van het budget. Het onderliggende Berenschot is in 2018 vastgesteld en financieel verwerkt in de Programmabegroting 2019. Met de vaststelling van de begroting 2019 is gekozen voor scenario 2 uit het rapport van Berenschot om te komen tot een sluitende begroting SD. Scenario 2 houdt de voortzetting en aanscherping van de maatregelen in, 20 maatregelen (uit rapport Berenschot en meegenomen in de aangenomen Strategie SD) die moeten leiden tot een besparing op de kosten. Tijdens het opstellen van deze begroting 2022 vindt een evaluatie SD plaats door Andersson Elffers Felix (AEF). De raad is en wordt meegenomen in de evaluatie en tussentijdse bevindingen door middel van raadsinformatiebrieven en raadsinformatiebijeenkomsten.

Risico’s Wmo Toelichting De Wmo bevat onder meer de volgende risico’s: • Het aantal inwoners dat een beroep doet op de Wmo neemt toe; • Het abonnementstarief heeft een aanzuigende werking op het aantal inwoners dat een beroep doet op de Wmo; • Onvoldoende gebruik van voorliggende algemene voorzieningen mede vanwege covid19; • Toename van verwarde mensen in schrijnende omstandigheden; Beheersmaatregel Om bovenstaande risico’s te beperken zijn de volgende maatregelen getroffen: • Door de eenduidige toegang en werkwijze werken we integraal, vraag- en resultaatgericht. Oplossingen zullen meer gevonden worden in het sociaal netwerk Jaarstukken 2021

79

•

•

•

en algemene voorzieningen. We werken samen in het, waar nodig, opstellen van één plan van aanpak voor ondersteuning en zorg van inwoners; De werkwijze "resultaatgericht werken" stuurt op de afspraken tussen de gemeente, aanbieder en inwoner. Gemeente stelt samen met de inwoner de resultaten op, inwoner en aanbieder werken om de resultaten te behalen binnen de gestelde tijdsduur. Waar mogelijk is zorg eindig en kunnen inwoners verder zonder professionele maatwerkondersteuning. Door deze werkwijze zijn de verwachtingen duidelijk van het traject en worden minder trajecten verlengd; Door een regisseur zorg en veiligheid aan te stellen kunnen we de toename aan verwarde mensen opvangen. In de nieuwe contractperiode zijn we gestart met een resultaatgerichte aanpak. Op termijn verwachten we ook hier een besparing mee te bereiken; De verbeteringen in de monitoring zal ons meer informatie opleveren om tijdig te sturen op afwijkingen van de begroting en van de beleidsdoelen.

Risico’s Jeugdwet Toelichting Nadat in de 2e helft van 2018 een daling is ingezet van de instroom en het aantal ingezette voorzieningen zien we vanaf eind 2019 weer een stijging die zich heeft voortgezet in 2020 en die zich in 2021 gestabiliseerd heeft. Desondanks zijn de besparingen van scenario 2 van Berenschot gerealiseerd. Onzekerheden zijn binnen de Jeugdwet: • Het woonplaatsbeginsel; • Wijziging Jeugdwet en structurele middelen jeugdhulp; • Nieuw risicodossier. Het nieuwe woonplaatsbeginsel wordt per 1 januari 2022 doorgevoerd. Vanaf die datum is de gemeente waar jeugdigen vandaan kwamen voordat zij in jeugdhulp met verblijf ontvingen verantwoordelijk (inhoudelijk en financieel). Hierdoor komen verschuivingen in het budget voor voogdij en 18+ (het niet objectieve deel) dat per gemeente beschikbaar is gesteld. Op basis van de eerste prognoses van het Rijk ontvangt Dronten rond een miljoen minder. Daar staat tegenover dat we ook verantwoordelijk worden voor minder kinderen in verblijf. Voor Dronten zal eind eerste kwartaal 2022 duidelijk worden welke financiële gevolgen dit feitelijk heeft. De voorgenomen wijziging van de Jeugdwet heeft betrekking op de intensivering van de (boven)regionale samenwerking en legt nadere eisen op aan de te bieden jeugdhulp. Dit kan een kosten opdrijvend effect hebben op de tarieven.

In de plannen van het nieuwe kabinet wordt negatief afgeweken van de adviezen over de structureel benodigde middelen jeugdhulp. Eind 2021 heeft het Samenwerkingsverband Jeugdhulp met Verblijf een nieuw risicodossier ingediend voor 2021 met gevolgen voor 2022. In het eerste kwartaal 2022 zal duidelijk worden of en in hoeverre dit voor Dronten gevolgen heeft. Beheersmaatregel De consequenties van het woonplaatsbeginsel worden zo spoedig mogelijk doorgerekend. Als duidelijk is of er positieve dan wel negatieve financiële gevolgen zijn, wordt bezien of er maatregelen genomen moeten worden. Deze worden in de financiële scenario's sociaal domein meegenomen. Het beroep dat Dronten doet op jeugdhulp met verblijf is in deze beleidsperiode na een daling gestabiliseerd. De verwachting is dat het risicodossier voor Dronten - evenals het eerste risicodossier - geen grote gevolgen heeft. Gezien de grote verschuivingen vanuit het woonplaatsbeginsel kan nog geen beeld gegeven worden van de situatie in 2022.

Jaarstukken 2021

80

Risico leges omgevingsvergunningen a.g.v. invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging Toelichting Door het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging per 01-01-2023 verandert er veel. Het principe van legesheffing verandert niet. Ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet. Toch zijn er een aantal zaken die wel gaan veranderen, waar u nog een kaderstellend besluit over neemt: • Mogelijk nieuwe activiteiten toestaan om leges over te heffen; • (Mogelijk) minder vergunningplichten, dus meer vergunning vrij; • De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning; • De maximale kostendekkendheid van de gemeentelijke kosten herijken; • Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken); • Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer). Beheersmaatregel Bij de begroting 2022 is de eerste aframing van legesinkomsten verwerkt als autonome ontwikkeling op basis van de impactanalyse van de 'knip' (bron Wet kwaliteitsborging). Risico Minder inkomsten uit Dividend Toelichting De dividenduitkeringen die de gemeente Dronten ontvangt van Vitens en Alliander staan onder druk. Beide partijen mogen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) slechts beperkt winst maken gezien hun publieke taak en monopolistische positie. Tevens krijgt Alliander te maken met hogere doorberekende tarieven vanuit TenneT.

Vitens keert al enige jaren geen dividend meer uit. Beheersmaatregel De lagere dividenden zijn verwerkt in de begroting conform de laatste inzichten. Eventuele nieuwe ontwikkelingen worden gemonitord. Risico Bijdrage aan negatief resultaat grondexploitaties Toelichting Wanneer tekorten en afwaarderingen in de grondexploitatie niet binnen het jaarresultaat van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, komt dit ten laste van het algemeen jaarresultaat van de algemene dienst. De woningmarkt vertoont herstel. Dit is ook verwerkt in het woningbouwprogramma dat in juni 2016 is vastgesteld (Woonvisie 2016-2021). Bij de uitgifte van de bedrijventerreinen, zien we de effecten van het huidige economisch herstel terug in de verkoop van bedrijfskavels. De gewijzigde voorschriften van de BBV en de daaruit volgende noodzakelijke beheermaatregelen voor complexen met een looptijd langer dan 10 jaar vormen een aanzienlijk risico. Bij het opstellen van de jaarrekening en de perspectiefnota zijn deze effecten financieel verwerkt. In 2017 zijn de regels op tussentijdse winstneming aangepast. Met als uitgangspunt het realisatiebeginsel van de POC-methode (Percentage of completion). Om de effecten van correcties op eerder genomen winsten op basis van deze methode op te vangen is de bestemmingsreserve “Niet afgesloten exploitaties” ingesteld.

Voor de verevening van de (tussentijdse) resultaten bij afronding van de grondexploitaties binnen het ontwikkelgebied Hanzekwartier is een bestemmingsreserve gevormd. Ook de gevolgen van de invoering van de Wet op de Vennootschapsbelasting (VpB) hebben een effect op het jaarresultaat van de algemene dienst. Beheersmaatregel Grondexploitaties worden bij de Jaarstukken geactualiseerd en wordt er gemonitord op de voortgang en financiële stand van zaken. Indien tussentijds substantiële wijzigingen voordoen, worden deze indien nodig aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming. Dit conform de financiële spelregels opgenomen in de huidige nota Jaarstukken 2021

81

grondbeleid en algemene financiële regelgeving (zoals bijv. het BBV). Woningbouwprognoses worden periodiek bijgesteld met als uitgangspunt een woningbouwprogramma van 250 woningen per jaar zoals benoemd in de Woonvisie. In de nota grondbeleid (2016) zijn de wijzigingen BBV en VpB verwerkt. Bij de besluitvorming van de nota heeft de raad beheersmaatregelen vastgesteld om de risico's af te dekken. Daarnaast worden er algemene en specifieke risico’s opgenomen in de berekening van het weerstandsvermogen van de grondexploitaties en toegelicht in de perspectiefnota als onderdeel van de paragraaf grondbeleid. Risico Accommodatiebeleid Toelichting Ten behoeve van Dekkend aanbod onderwijs is voor de herijking van het accommodatiebeleid aanvullend budget nodig om de wettelijke onderwijshuisvesting investeringen te kunnen doen. De vereiste vervangingen van gebouwen laten een forse financiële en inhoudelijke uitdaging zien. Beheersmaatregel Het doel is om dit tekort, onder meer in gesprek met de gebruikers van het gemeentelijk vastgoed, naar beneden bij te stellen. Risico Personeel, krapte arbeidsmarkt Toelichting De schaarste van personeel op de arbeidsmarkt neemt toe. Tegelijkertijd vergrijzen wij als organisatie, met verwachte uitstroom in de komende jaren tot gevolg.

In bepaalde beroepsgroepen neemt het risico toe dat we geen goed gekwalificeerd personeel kunnen werven of in dienst kunnen houden. Dit kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van het werk en verhoging van de werkdruk. Het financiële gevolg heeft betrekking op hogere kosten omdat vacatures niet worden ingevuld en er meer (en duurder) moet worden ingehuurd. Dit risico wordt ingeschat op basis van verwachte uitstroom in de komende jaren en een percentage van de functies die als moeilijk invulbaar worden ingeschat. Daarmee komen we op een financieel gevolg van € 300.000. Het gaat om een risico dat afhankelijk van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt een aantal jaren kan voortduren. Beheersmaatregel Er worden traineetrajecten ingezet om hoogopgeleide jongeren binnen te halen. Met betere opleidings- en ontwikkelmogelijkheden willen we medewerkers binden en boeien. Voor zeer lastig in te vullen vacatures kan het nodig zijn om professionele recruiters in te schakelen. ICT - Informatieveiligheid Toelichting De continue aandacht voor informatieveiligheid is belangrijk. Echter met de beste inspanningen m.b.t. veiligheidsmaatregelen en bewustzijn-activiteiten van mogelijke phishing mails blijft er altijd een risico bestaan dat de organisatie o.a. gehackt kan worden en onze informatievoorziening wordt geraakt. Het risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan.

Beheersmaatregel De teammanager IMF (Informatiemanagement en Facilitair) is verantwoordelijk voor beheersing van de ICT en facilitair. Het informatieveiligheidsbeleid 2019-2021 is in 2019 door het college vastgesteld en wordt binnenkort geactualiseerd. Ook in 2022 wordt actief ingespeeld op nieuwe beveiliging ontwikkelingen. Hiermee wordt invulling gegeven aan het borgen van informatieveiligheid vanuit de jaarlijkse risicoscan.

Jaarstukken 2021

82

Risico kosten ICT Toelichting Het risico van wereldwijde prijsstijgingen in de ICT heeft zich voorgedaan. Dit was bij de begroting van de ICT-hardware in 2018 niet te voorzien, maar is in de Begroting 2022 in de risicoparagraaf ICT wel als risico vermeld. De prijzen van ICT-hardware zoals laptops zijn nagenoeg verdubbeld. In het eerste kwartaal 2022 wordt een voorstel voorbereid om extra budget voor ICT-hardware te verkrijgen. Bij een instemmende besluitvorming start dan in het vierde kwartaal 2022 de aanbesteding voor de laptopvervanging. Beheersmaatregel De teammanager IMF (Informatiemanagement en Facilitair) is verantwoordelijk voor beheersing van de ICT en Facilitaire budgetten. Er is een ICT-adviesgroep (de IV-Raad) ingesteld die zich richt op de prioritering van IMF. In 2017 is een nieuw meerjarig informatiebeleidsplan (IBP) vastgesteld voor 2017-2021. In 2022 wordt het IBP vernieuwd en wordt het plan op visieniveau en dus meer op hoofdlijnen opgesteld.

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als: "het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico's met financieel gevolg op te kunnen vangen". Er wordt daarbij het volgende onderscheid gemaakt in: • Een incidentele component: de ruimte om onverwachte incidentele tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau; • Een structurele component: het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Incidentele componenten De incidentele componenten van het weerstandsvermogen bestaan uit: Incidentele weerstandscapaciteit (algemene dienst)

1-1-2021

31-12-2021

Algemene reserves

32.255.599

35.553.619

147.000

87.000

p.m.

p.m.

32.402.599

35.640.619

Onvoorzien Stille reserves Totaal

* De algemene reserve op 1-1-2021 is na verwerking van het resultaat 2020. De stand van de algemene reserve op 31-12-2021 is inclusief nog te bestemmen resultaat

1. Algemene reserve In de Nota 'Reserves en voorzieningen 2020' is als norm vastgelegd dat de gemeentelijke risicobuffer tenminste 10% van de gemeentelijke exploitatielasten inclusief dotaties aan reserves (exclusief grondexploitaties). Dit betekent aan de hand van de cijfers van de jaarrekening 2021 dat de algemene reserve minimaal 12,74 miljoen. De Algemene reserve bedraagt ultimo 2021 (voor bestemming gerealiseerd resultaat 2021) € 32,7 miljoen afgerond en dus ruim hoger dan deze norm. 2. Post onvoorzien eenmalig Jaarlijks wordt binnen de begroting rekening gehouden met een raming voor onvoorziene uitgaven van € 3,50 per inwoner. Dat maakt dat in de begroting een post onvoorzien is opgenomen van € 147.000 voor incidentele uitgaven. Hiervan is € 60.000 besteed in 2021 aan vijf onderwerpen en resteert € 87.000. 3. Stille reserves Stille reserves zijn activa die onder de opbrengstwaarde of tegen nul op de balans zijn gewaardeerd. In praktijk zijn stille activa vaak niet verkoopbaar. Stille reserves van de Jaarstukken 2021

83

gemeente Dronten worden daarom op voorhand niet meegenomen bij het bepalen van de weerstandscapaciteit. Structurele componenten Onder de structurele componenten van de weerstandscapaciteit vallen: A) De onbenutte belastingcapaciteit; B) De post onvoorzien structureel. A) Onbenutte belastingcapaciteit Om de onbenutte belastingcapaciteit van Dronten te bepalen wordt de volgende definitie gehanteerd: de onbenutte belastingcapaciteit kan worden gedefinieerd als het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval zich tegenvallers voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen, aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of substantieel van geringe betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven en het normtarief voor de zgn. artikel 12-gemeenten van 0,1800% (Meicirculaire 2021). Omschrijving

Geraamde opbrengst 2021

Werkelijke opbrengst 2022

Rekentarief

Redelijk peil 2021

Werkelijke ruimte

OZB woningen

6.098.090

6.226.890

0,1527%

7.340.145

1.113.255

OZB niet woningen eigenaren

1.594.030

1.562.157

0,1841%

1.527.367

- 34.790

OZB niet woningen gebruikers

2.534.177

2.508.235

0,2472%

1.826.385

- 681.850

10.693.897

396.615

Totaal

10.226.297 10.297.282

* o.b.v. 0,1800%

Conclusie: Dronten heeft in 2021 een structurele onbenutte belastingcapaciteit van € 396.615. B) Post onvoorzien structureel De post structureel onvoorzien is bedoeld om onvoorziene structurele uitgaven te kunnen afdekken. De gemeente Dronten kent geen structurele stelpost voor onvoorzien.

Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Op basis van de risicoanalyse is het risicoprofiel voor 2021 berekend op € 15,4 miljoen voor alle bekende risico's. Om dat op te vangen, is incidentele weerstandscapaciteit benodigd. Er is € 35,6 miljoen aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar. Dat is ruim voldoende om de risico’s incidenteel te kunnen opvangen. In de volgende tabel is de "ratio weerstandsvermogen" weergegeven: Ratio weerstandsvermogen

Realisatie 2020 Realisatie 2021

Risicoprofiel (= benodigde weerstandscapaciteit)

15.200.000

15.442.000

Weerstand (= beschikbare weerstandscapaciteit)

34.146.829

35.640.619

2,2

2,3

Uitstekend

Uitstekend

Ratio weerstandsvermogen* Waardering ratio weerstandscapaciteit

* Ratio Weerstandsvermogen = weerstand gedeeld door risicoprofiel in %

Voor de beoordeling van de ratio weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van de waarderingstabel die het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) en de Universiteit Twente samen hebben opgesteld. De ratio weerstandsvermogen komt voor Dronten ruim boven de 2. Dat betekent dat de gemeente Dronten over een vermogenspositie beschikt die als uitstekend wordt beoordeeld om de financiële risico’s éénmalig af te dekken.

Jaarstukken 2021

84

Ratio Weerstandsvermogen

Waardering

> 2,0

Uitstekend

1,4 < x < 2,0

Ruim voldoende

1,0 < x < 1,4

Voldoende

0,8 < x < 1,0

Matig

0.6 < x < 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim Onvoldoende

Financiële kengetallen Onderstaand treft u de kengetallen aan die wij in het kader van het BBV (artikel 11) moeten opnemen. In samenspraak met de provincie is afgesproken dat in de P&Cdocumenten ten aanzien van het onderdeel financiën ingegaan wordt op de volgende onderdelen: sluitende meerjarenbegroting, weerstandsvermogen, materieel evenwicht (structurele baten zijn in evenwicht met de structurele lasten) en de schuldpositie. Zie hiervoor ook onderdeel Financiële positie/ structureel evenwicht. Verloop van de kengetallen Realisatie 2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Netto schuldquote

-/- 19%

5%

-/- 13%

-/-6%

-/- 22%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-/- 25%

2%

-/- 18%

-/-2%

-/- 27%

57%

48%

58%

75%

56%

-/- 0,2%

4%

12%

-1,2%

1.1%

Grondexploitatie

16%

13%

11%

-14%

5%

Belastingcapaciteit

93%

90%

90%

88%

91%

Jaarstukken 2021

Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Normering kengetallen Het belang van financiële kengetallen is drieledig: naast inzicht in de financiële positie en vergelijkbaarheid hebben kengetallen een signaalfunctie. Het Rijk heeft aan de verplichte financiële kengetallen geen normen verbonden. De VNG adviseert de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden die voor stresstesten gelden. Deze testen geven ook informatie over de financiële positie. Onderstaand de signaleringswaarden per kengetal: Categorie

Categorie

Categorie

A. Minste risico

B. Gemiddeld risico

C. Meeste risico

Netto schuldquote

< 90%

90% - 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90% - 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20% - 50%

< 20%

Structurele exploitatieruimte

Begr > 0%

Begr = 0%

Begr < 0%

Grondexploitatie

< 20%

20% - 35%

> 35%

Belastingcapaciteit

< 95%

95% - 105%

> 105%

Signaleringswaarden kengetallen

1. Netto schuldquote/ Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Dronten heeft netto geen schuld.

Jaarstukken 2021

85

Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Met 56% blijft deze ruim voldoende. 3. De structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De gemeente Dronten wil met de aanstaande herijking ook in de toekomst financieel gezond blijven. 4. Het aandeel van de waarde van de grondexploitatie op de totale balanswaarde De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. 5.

De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft aan in hoeverre de woonlasten binnen een gemeente hoger of lager zijn dan de gemiddelde woonlasten. In de Paragraaf lokale heffingen is aangegeven dat de woonlasten in 2021 € 736,55 bedragen. We zijn hierbij uitgegaan van een woningwaarde van € 212.000.

1.4.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn de spullen die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Gemeente Dronten heeft ongeveer 1.400 hectare aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden daarop plaats zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig in de vorm van: 1. wegen en verhardingen; 2. riolering; 3. openbaar groen; 4. accommodaties; 5. speelvoorzieningen; 6. openbare verlichting; 7. bruggen, steigers en vlonders; 8. stranden. Van deze kapitaalgoederen moeten het beleidskader, de financiële consequenties die uit het beleidskader voortvloeien en een vertaling van de financiële consequenties in de begroting en jaarstukken zijn opgenomen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten.

Beleid Het beleid van Dronten voor het onderhoud van kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in de volgende nota’s: · Beleids- en beheerplan wegen 2021-2025; · Beheerplan civieltechnische kunstwerken 2017-2021; · Beleidsplan verlichting in de openbare ruimte 2018-2027; Jaarstukken 2021

86

· · · · · · · · · ·

Beheerplan openbare verlichting 2018-2022; Groenbeleidsplan gemeente Dronten 2017; Groenbeheerplan Dronten 2020-2024; Bosbeheerplan Dronten 2020-2024; Boombeheerplan Dronten 2020-2024; Beheer- en onderhoudsplan halfverhardingen; Beheerplan Voorlanden 2021; Speelruimteplan 2018; Gemeentelijk Rioleringsplan Dronten 2022 t/m 2026; Accommodatiebeleidsplan 2015-2020 *.

* Het accommodatiebeleidsplan is in ontwikkeling en wordt in de periode tot en met 2022 samen met de PO-scholen, gelegen in het centrum, opgesteld.

Wegenbeheer en verhardingen In 2021 is het beheerplan wegen vastgesteld. De norm waarop het onderhoud wordt gepleegd is CROW-niveau B voor centra, fiets- en voetpaden. Voor alle overige wegen is dat CROW niveau C. Inspecties vinden elke twee jaar plaats (naast de reguliere schouw die meerder keren per jaar plaatsvindt). Conform de werkplannen is uitvoering gegeven aan het beheerplan wegen in 2021. In 2021 is ook de voorbereiding ter hand genomen voor het groot onderhoud en deels rehabilitatie van de Rietweg. De uitvoering hiervan vindt plaats in 2022 en 2023.

Riolering In 2016 is het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vastgesteld voor de periode 2016-2021. Het GRP houdt naast de zorgplicht voor afvalwater tevens een zorgplicht voor hemel- en grondwater in. Voor de zorgplicht afvalwater gaat de hoofdtaak naar gedegen beheer. In het GRP zijn de maatregelen beschreven waar de jaren uitvoering aan gegeven wordt. In 2022 is het nieuwe GRP vastgesteld voor de periode 2022 t/m 2028.

Openbaar groen Voor een goed groenbeheer is in 2017 een nieuw groenbeleidsplan voor al het groen in de dorpskernen van de gemeente gemaakt en vastgesteld. In dit groenbeleidsplan is tevens het beleid op de dorpsbossen en het bomenbeleidsplan geïntegreerd. In aansluiting op dit beleidsplan zijn het groenbeheerplan, bomenbeheerplan en bosbeheerplan geactualiseerd en die zijn in 2020 vastgesteld. Conform de kaders zoals vastgelegd in dit beleidsplan en het afgesproken kwaliteitsbeeld is het openbaar groen in 2021 onderhouden.

Accommodatiebeleid, beheer, renovatie en vervanging In 2021 is uitvoering gegeven aan het dagelijks onderhoud van de verschillende gemeentelijke gebouwen. In 2021 is de vervanging van de verwarmingsinstallatie aan De Reest 3 (gemeentewerf) gerealiseerd. Daarmee is het gebouw volledig gasloos geworden. In 2021 is ook gewerkt aan een herijkingsvoorstel inzake verschillende panden. Diverse panden gaan binnen nu en 4-5 jaar een andere bestemming krijgen en/of zijn technisch afgeschreven. Besluitvorming zal plaatsvinden in 2022.

Speelvoorzieningen In 2021 zijn de speelvoorzieningen in de gemeente Dronten vervangen en onderhouden conform het Speelruimteplan uit 2018. Naast reguliere renovaties van speelplaatsen worden ook formele locaties omgevormd tot informele speelruimte, waarbij gebruik wordt gemaakt van de gehele openbare ruimte. Het beheer is op orde en de speelvoorzieningen voldoen aan de geldende veiligheidsnormen.

Jaarstukken 2021

87

Openbare verlichting In 2018 is het OV-beleids- en onderhoudsplan vastgesteld waarin de nieuwe beleids- en onderhoudskaders voor openbare verlichting worden aangegeven voor de komende jaren. In het plan is besloten om bewuster te gaan verlichten (meer maatwerk per locatie) en daar ook bij de inwoners, verenigingen en bedrijven bewustzijn over te creëren.

Bruggen, steigers en vlonders In 2016 is het beheerplan- en onderhoudsplan voor civieltechnische kunstwerken (waaronder bruggen) vastgesteld. Op basis van de beschikbare middelen heeft groot onderhoud en jaarlijks onderhoud plaatsgevonden van de voorzieningen, die bij de gemeente in bezit zijn. De oorspronkelijke planning uit het beheerplan diende als uitgangspunt, aangevuld met de inventarisatie die in 2019 heeft plaatsgevonden. In 2022 wordt een nieuw beheerplan opgesteld en aan de raad voorgelegd.

Beleid stranden In 2020 is de beleidsvisie Stranden door de raad van de gemeente Dronten vastgesteld. Met het vaststellen van deze visie wordt ingezet op het vergroten van het belang van recreatie en toerisme aan de Oostrand, om zo het gebied nog meer als toeristische regio op de kaart te zetten. Vanuit een meer gezamenlijke verantwoordelijkheid maakt de gemeente afspraken met de betreffende ondernemers over de stranden, waarbij de gemeente op basis van een éénmalige investering inzet op een kwaliteitsimpuls van de stranden. Vanaf 2021 is gestart met het gefaseerd hier uitvoering aan te geven.

1.4.4 Paragraaf financiering De financiering van gemeenten wordt gereglementeerd door de Wet financiering decentrale overheden (de Wet fido) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De Wet fido en Ruddo beogen het bevorderen van een professionele en verantwoorde financiering bij gemeenten, met als direct uitgangspunt het beheersen van renterisico’s. De beheersing van de risico’s uit zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beiden beogen de renterisico’s te begrenzen.

Beleid Onze behoefte aan geld ontstaat voornamelijk door investeringen. Enerzijds in materiële vaste activa zoals accommodaties. Anderzijds in ruimtelijke ontwikkelingsplannen (hierna grondexploitaties). Daarnaast verstrekken we bij uitzondering leningen aan derden. Het financieren van activa, het doen van investeringen en het verstrekken van leningen veroorzaakt een geldbehoefte. Hierin kan de gemeente voorzien door leningen aan te trekken, naast eigen reserves en voorzieningen. De gemeente bezit gebouwen, investeert in ruimtelijke ontwikkelingsplannen en verstrekt bij hoge uitzondering leningen. Hiervoor is geld nodig. Omdat eigen middelen aanwezig zijn, hoeven we hiervoor (nog) geen geld te lenen. De doelstellingen met betrekking tot het financieringsbeleid zijn: • het krijgen en behouden van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • het tegengaan van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s (van vaste en vlottende schulden), kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s; • het optimaliseren van het rendement van beschikbare liquiditeiten; • het minimaliseren van de rentekosten van externe financiering. De beheersing van de financieringsportefeuille wordt vooral via de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm uitgevoerd.

Jaarstukken 2021

88

Kasgeldlimiet Zoals eerder aangegeven is één van de uitgangspunten van de Wet fido het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Om een grens te stellen aan korte financiering (looptijd tot 1 jaar) is in de Wet fido een wettelijk toegestane norm, de kasgeldlimiet, opgenomen. De limiet is bepaald op een percentage (8,5%) van het totaal van de begroting. De doelstelling van de gemeente is om maximaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet, omdat kort geld in het geval van een normale rentestructuur goedkoper is dan lang geld. De kasgeldlimiet 2021 bedraagt voor de gemeente Dronten 8,5% van € 115 miljoen = € 9,8 miljoen. Per kwartaal wordt de gemiddelde liquiditeitspositie berekend op basis van de drie kwartaalmaanden, getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. Voor de interne bedrijfsvoering blijven de kwartaalrapportages van belang voor het signaleren van overschrijdingen. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van de drie achtereenvolgende kwartalen drie maal de kasgeldlimiet overschrijdt dan is de gemeente verplicht de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder. Dit moet dan zo ruim mogelijk voorafgaand aan de derde overschrijding, met daarbij een plan van aanpak om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet.

De toezichthouder kan, als hij het plan ontoereikend acht, bepalen dat zijn toestemming is vereist voor het aangaan van nieuwe korte leningen.

Renterisiconorm De renterisiconorm geeft aan dat het totaal van de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat jaarlijks niet meer dan 20% van begrotingstotaal mag worden afgelost. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. Uit de onderstaande tabel is af te leiden dat de gemeente voor 2021 ruimschoots binnen de gestelde renterisiconorm blijft. Op basis van de liquiditeitsprognose is voor 2021 geen langlopende geldlening afgesloten. Renteschema 2021 a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

-665.126 -/-

Saldo rentelasten en rentebaten

43.408

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/-

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

-

c3.

De rentebaat van door verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

+/+

-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

708.534

340.437

383.845

d1.

Rentelasten over eigen vermogen

+/+ -3.497.348

d2.

Rentelasten over voorzieningen

+/+ -1.778.099

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

Jaarstukken 2021

-4.891.602 -/- -4.675.952 -215.650

89

1.4.5 Paragraaf bedrijfsvoering Ter realisatie van de programma’s is een goede bedrijfsvoering van groot belang. Deze paragraaf informeert de gemeenteraad over de stand van zaken in de bedrijfsvoering. Vanuit de bedrijfsvoering worden de beleids- en uitvoeringseenheden van de organisatie zo goed als mogelijk gefaciliteerd. Directie en het management heeft het behoud van het huidige niveau van (interne én externe) dienstverlening en de doorontwikkeling hoog op de agenda staan (DOK '22, programma Dienstverlening, ZBB, Digitale Transformatie, doorontwikkeling vakgebied Bedrijfsvoering en opgavegericht werken). Daarmee wordt op een georganiseerde en effectieve wijze gebouwd aan een robuuste en toekomstbestendige organisatie. Er wordt gewerkt aan het verder verbeteren en optimaliseren van de kwaliteit van de operationele bedrijfsvoeringsprocessen binnen de organisatie. Wij geloven erin dat we, als we onze klanten optimaal ondersteunen en hoogwaardig adviseren, de klanten in staat stellen (de gemeente) Dronten een stukje mooier te maken en dat we hierdoor het (werk)geluk van onze inwoners en medewerkers te vergroten. Doel is dat iedereen een positieve dienstverlenende houding heeft en klanten graag bij de gemeente komen.

Vanuit de vier V’s (vakmanschap, vertrouwen, verbinding, vernieuwingskracht) werken we aan optimale dienstverlening, waarbij we realistische afspraken maken en onze beloften concreet maken. Al onze beleidsdoelen en activiteiten dragen hieraan bij.

De basis: Dronten op Koers Human Resource Management Cao gemeenten 2021 - 2022 Na lange onderhandelingen is er een principeakkoord voor de Cao Gemeenten 2021-2022 bereikt tussen de VNG en de vakbonden. Het College voor Arbeidszaken en het bestuur van de VNG bespreken op respectievelijk 19 januari en 27 januari 2022 het principeakkoord en de uitslag van de ledenraadpleging. Als het bestuur van de VNG het akkoord bekrachtigt, en de besturen van de vakbonden dat ook doen, wordt het akkoord definitief. Het akkoord heeft de volgende financiële consequenties voor de gemeente Dronten. Voorstel en financiële gevolgen • Op 1 december 2021 stijgen de salarissen met 1,5%; • Op 1 april 2022 stijgen de salarissen met 2,4%; • Medewerkers die op 3 november 2021 in dienst waren, krijgen een eenmalige onkostenvergoeding van € 300 netto en een eenmalige uitkering van € 900 bruto (totaal € 1.200); • De thuiswerkvergoeding is € 2 netto per dag. Het akkoord is op 27 januari 2022 definitief geworden. Begroting 2021 • De salarisstijging van 1,5% per 1 december 2021 is met terugwerkende kracht in 2022 uitbetaald. De lasten in 2021 (december) bedragen ca. € 30.000. • Ook de éénmalige uitkering 2021 van € 1.200 is met terugwerkende kracht uitbetaald in 2022. De lasten bedragen ca. € 556.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1002/documents/1936