CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

89dc2b40-3d39-4786-9812-6de4e1677eae.pdf

Raadsvergadering 1 juli 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 4: Afdoening van ingekomen stukken aan de raad2.123 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad van Dronten

Datum Kenmerk Contactpersoon

18 mei 2021 2296 Wessel Groot

Onderwerp

Flevolandse norm, een gezamenlijke aanpak van ondermijning in Flevoland

Leden van de raad, De raad neemt kennis van: De Flevolandse norm, een gezamenlijke aanpak van ondermijning in Flevoland. Inleiding De veiligheidspartners in Flevoland (gemeenten, politie, OM, de Belastingdienst en provincie) zijn al enkele jaren stevig bezig met een aanpak op het terugdringen van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Een essentieel onderdeel binnen deze integrale aanpak van ondermijning is de inzet en weerbaarheid van het openbaar bestuur. De intensivering van de aanpak van ondermijning en de tegendruk vanuit criminele organisaties die daarmee gepaard kan gaan, vergroot de urgentie om hier continue aandacht aan te besteden en deze instituties weerbaarder te maken. Ook kan het zogenaamde waterbedeffect optreden: wanneer één gemeente flinke barrières opwerpt, zoeken de criminelen hun heil elders. Gemeenten die minder barrières opwerpen zijn daarom meer vatbaar voor ondermijning. Door als Flevolandse gemeenten gezamenlijk op te trekken in de aanpak van ondermijning - waaronder het ontwerpen van een eenduidig bestuurlijk instrumentarium - kan dit waterbedeffect worden voorkomen. De uitwerking van deze samenwerking is vervat in de Flevolandse norm. Hierdoor krijgen criminelen in iedere Flevolandse gemeente dezelfde behandeling. De Flevolandse Norm is een product van de zes Flevolandse gemeenten en de Provincie Flevoland.

Kernboodschap Het doel van de Flevolandse norm is als Flevolandse gemeenten gezamenlijk op te trekken in de aanpak van ondermijning en de bestuurlijke weerbaarheid te versterken waardoor het waterbedeffect wordt voorkomen. Toelichting Met de ambities die gesteld zijn in de Flevolandse norm gaan de gezamenlijke gemeenten, de provincie en het RIEC Midden-Nederland aan de slag om ondermijning tegen te gaan in onze provincie. De Flevolandse norm bevat 22 ambities die alle gemeenten voornemens zijn te implementeren.

Bijlage(n): 1

De Rede 58 8251 EX Dronten

Postbus 100 8250 AC Dronten

Telefoon 14 0321

www.dronten.nl

Kenmerk: Bladnummer:

2296 2

De geformuleerde ambities zijn onderverdeeld in vier thema’s: 1. Bewustwording bij zowel bestuur als ambtelijke organisatie. Een ambitie is onder andere: ‘Ondermijning is opgenomen in het gemeentelijke Integrale Veiligheidsplan en de aanpak is verder vormgegeven in een plan van aanpak of uitvoeringsplan’. 2. Organisatie inrichting en informatiehuishouding. Een ambitie is onder andere: ‘Alle gemeenten zijn aangesloten op Meld Misdaad Anoniem’. 3. Bestuurlijk instrumentarium. Een ambitie is onder andere: ‘De gemeenten hebben zogenaamde ondermijningsartikelen opgenomen in de APV, stellen hier indien nodig beleid voor op en stemmen dit districtelijk af’. 4. De integriteit van de organisatie. Een ambitie is onder andere: ‘Binnen functies die kwetsbaar zijn voor integriteitsschendingen wordt gewerkt met het vier-ogen-principe’. Voor het volledige overzicht van alle ambities verwijzen wij u naar de in de bijlage gevoegde Flevolandse norm. De Flevolandse norm helpt bij het voorkomen van een waterbedeffect. Door op nagenoeg dezelfde wijze het bestuurlijk instrumentarium in te richten en maatregelen te treffen, worden in alle Flevolandse gemeenten dezelfde barrières opgeworpen voor criminelen. Het waterbedeffect wordt hiermee tegengegaan. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat Dronten al goed op weg is om invulling te geven aan veel van de gestelde ambities.

Bovendien zijn de ambities in lijn met de uitgangspunten van het recentelijk vastgestelde Plan van Aanpak Ondermijning 2021-2024. De aanpak van ondermijning is volop in beweging en daarom is het noodzakelijk om in te spelen op ontwikkelingen. Met de Flevolandse gemeenten, de provincie en het RIEC vindt dan ook hieromtrent structurele samenwerking plaats. Vervolg Een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van iedere gemeente, de provincie en het RIEC gaat aan de slag met de uitvoering van het plan. Het streven is om de Flevolandse norm medio 2022 in alle gemeenten geïmplementeerd te hebben. Binnen de ambtelijke werkgroep Flevolandse norm worden gezamenlijke afspraken gemaakt over de monitoring van de voortgang. Uw raad wordt in het vervolg periodiek geïnformeerd over de voortgang van de aanpak en de ontwikkelingen die spelen. Hoogachtend, het college van Dronten

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

De Flevolandse Norm Flevoland weerbaar tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit

Versie : maart 2021

Inleiding Voor u ligt de Flevolandse Norm. De Flevolandse Norm is een samenwerking tussen de zes Flevolandse gemeenten en de provincie Flevoland en bevat diverse ambities die betrekking hebben op de aanpak van ondermijning. Doel is om gezamenlijk en op slagvaardige wijze barrières op te werpen tegen ondermijning. Samen sta je sterker, dus is gekozen voor een gezamenlijke Flevolandse norm. De intentie is dat alle Flevolandse gemeenten en de provincie op den duur aan deze gezamenlijk opgestelde ambities voldoen.

Waarom een Flevolandse Norm? De veiligheidspartners in Flevoland (gemeenten, politie, OM, Belastingdienst en provincie) zijn al enkele jaren stevig bezig met de aanpak en het voorkomen van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Er lijkt langzaamaan ook meer gezamenlijk zicht te komen op de criminele netwerken en bijbehorende organisatiestructuren die achter deze vorm van criminaliteit schuil gaan. Onder de RIEC-vlag werken de Flevolandse veiligheidspartners meer en meer samen met het Districtelijk Team Ondermijning Flevoland (DTO Flevoland) om integraal casuïstiek op te pakken of om tot een aanpak te komen op geprioriteerde thema’s zoals OMG’s, bedrijventerreinen en het buitengebied. In de Integrale Veiligheidsplannen (IVP’s) van de Flevolandse gemeenten krijgt het thema steeds meer prioriteit en bij de politie is er een Ondermijningsteam Flevoland (OTF) geformeerd. Ook bij de provincie komt er meer aandacht voor dit vraagstuk, onder andere bij het (formuleren van) beleid en grootschalige projecten.

Essentieel binnen de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit is de inzet en weerbaarheid van het bestuur. De huidige intensivering van de aanpak van ondermijning en de tegendruk vanuit criminele organisaties die daarmee gepaard kan gaan, vergroot de urgentie om deze instituties sterker en weerbaarder te maken. De Commissaris van de Koning van de provincie Flevoland, Leen Verbeek, gaf in zijn nieuwjaarstoespraak aan zich zorgen te maken over vormen van ondermijnende criminaliteit. “Dit kan niet onbeantwoord blijven”, zei hij daarover. Daarom stelde hij voor om samen met de gemeenten te komen tot een zogenaamde “Flevolandse Norm”. Uitgangspunt moest zijn dat criminelen in alle gemeenten dezelfde behandeling krijgen en dat een waterbedeffect moet worden voorkomen. Gemeenten die minder grote barrières opwerpen zijn vatbaarder voor georganiseerde criminaliteit. Aan het Districtelijk Team Ondermijning Flevoland (DTO Flevoland) is gevraagd om samen met de partners invulling aan de Flevolandse norm te geven. Het DTO heeft hiervoor een voorzet gedaan op basis van onder andere disctrictelijke en regionale prioriteiten, de weerbaarheidsscans, APV’s en diverse landelijke onderzoeken en handreikingen. Deze werkwijze is getoetst bij de partners. Op de thema’s waar het DTO kansen zag is zo breed mogelijk ingezet.

Echter, de partners zelf hebben de meeste kennis over de (on-)mogelijkheden binnen district Flevoland en de eigen organisatie. Daarom betrof dit een verkenning; de input van en discussie met de partners is van essentieel belang geweest voor de nadere invulling en vormgeving, de uiteindelijke versie en de uitvoering later in het proces.

Om te komen tot de Flevolandse Norm is gebruik gemaakt van diverse onderzoeksmethodieken. Deze worden hieronder kort beschreven en toegelicht.

Weerbaarheidsscan In de periode februari tot en met mei 2020 heeft de districtelijk programmamanager van het DTO Flevoland samen met de betrokken beleidsmedewerker OOV, en in bepaalde gevallen de juridisch beleidsmedewerker, met iedere Flevolandse gemeente en de provincie de weerbaarheidsscan ingevuld. De weerbaarheidsscan is tweeledig ingezet. Enerzijds is de scan een hulpmiddel dat voortkomt uit het regionale programma bestuurlijke weerbaarheid. Anderzijds is de scan bedoeld om inzicht te verkrijgen in wat goed gaat en waar mogelijk verbeterkansen liggen in de gemeentelijke organisatie. Alle gemeenten hebben na invullen van de scan van het DTO een aanbevelingsrapportage ontvangen. Daarnaast zijn de uitkomsten van alle Flevolandse weerbaarheidsscans naast elkaar gelegd ten behoeve van het vormgeven van de Flevolandse Norm.

Handreikingen ATO en RIEC en scan APV’s RIEC Midden-Nederland heeft begin 2020 een Top-5 ondermijningsartikelen APV opgesteld en verspreid onder al haar partners. Daarnaast heeft het Aanjaagteam Ondermijning -in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid- de handreiking APV en ondermijning opgesteld. Deze handreiking is ten tijde van het vormgeven van de Flevolandse Norm verschenen. Beide handreikingen zijn van waarde geweest bij de analyse en nadere invulling van de ambities in de Flevolandse Norm. Zo zijn de APV’s van alle

zes gemeenten bij wijze van nulmeting getoetst aan de handreikingen. Gekeken is of gemeenten al bepaalde artikelen in de APV hebben opgenomen en zo ja, of ter nadere invulling hiervan beleidsregels zijn vastgesteld. Indien er beleidsregels zijn, is bekeken in hoeverre deze in overeenstemming zijn met de beleidsregels van andere gemeenten.

Ambtelijke werkgroep Er is een ambtelijke werkgroep geformeerd waarin de OOV’ers van de Flevolandse gemeenten en de provincie zitting hebben. In deze werkgroep zijn het voornemen van de Flevolandse norm, het plan van aanpak en de verschillende conceptversies die uiteindelijk geleid hebben tot het definitieve stuk, getoetst en besproken.

Flevolandse norm Zoals gezegd is de Flevolandse Norm vormgegeven aan de hand van de

2.

Organisatie inrichting en informatiehuishouding

hierna volgende ambities. Deze zijn gecategoriseerd in diverse thema’s. Er

2.1

De gemeenten en de provincie hebben minimaal een intern meldpunt voor signalen van ondermijning;

is gekozen voor een rangschikking op basis van deze thema’s omdat ze onderdeel zijn van de weerbaarheidsscan. Daarnaast betreft het thema’s die ook binnen het regionale programma bestuurlijke weerbaarheid aan bod komen.

1.

Bewustwording bij bestuur als ambtelijke organisatie

1.1 De gemeenten en de provincie besteden periodiek aandacht aan ondermijning binnen de gemeentelijke c.q. provinciale organisatie; 1.2 De gemeenten participeren actief in integrale communicatie binnen casuïstiek, thema’s en fenomenen; 1.3 Ondermijning is opgenomen in het gemeentelijke integrale veiligheidsplan en de aanpak is verder vormgegeven in een plan van aanpak of uitvoeringsplan; 1.4 Indien er sprake is van casuïstiek wordt dit besproken in de Lokale Driehoek.

2.2 Alle gemeenten zijn aangesloten op Meld Misdaad Anoniem; 2.3 Elke gemeente heeft een lokaal ondermijningsoverleg waarin de gemeente, politie en de operationeel coördinator van het DTO participeren, waarbij signalen worden verrijkt met systeem/ straatinformatie.

3.

Bestuurlijk Instrumentarium

APV 3.1 De gemeenten hebben zogenaamde ondermijningsartikelen opgenomen in de APV, stellen hier indien nodig beleid voor op en stemmen dit districtelijk af; 3.2 De APV bevat in ieder geval de volgende ondermijningsartikelen: 3.2.1 Sluiting van voor het publiek toegankelijke gebouwen;

3.2.2 (Exploitatie-)Vergunningsstelsel met eis “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn” voor: A) (horeca-)inrichtingen; B) Seks- en escortbedrijven; C) Speelautomatenhallen voor kansspelen. 3.2.3 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (vergunningplicht branches, gebieden en gebouwen); 3.2.4 Evenementvergunning met nadere regels voor vechtsportevenementen; 3.2.5 Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties. 3.3

Minimaal één keer per jaar komen de gemeenten samen om de inzet van het bestuurlijk instrumentarium te evalueren, kennis en ervaringen te delen en eventuele knelpunten in de aanpak te bespreken.

Bibob 3.4 De gemeenten en de provincie hebben geactualiseerd Bibob-beleid; 3.5

De volgende branche is minimaal opgenomen in het Bibob-beleid, al dan niet via de ‘kan’-bepaling: A) Drank- en Horeca wet; B) Omgevingsvergunningen WABO; C) Speelautomatenvergunningen/ speelautomatenhallen/ kansspelen; D) Coffeeshops; E) Prostitutie/escort/seksinrichtingen; F) Vechtsportevenementen; G) Subsidie aanvragen; H) Vastgoedtransacties; I) Overheidsopdrachten.

3.6 De gemeenten en de provincie hebben Bibob-medewerkers in dienst die voldoende toegerust zijn om uitvoering te kunnen geven aan het Bibob-beleid.

Opiumwet (Wet Damocles)

4.

3.7

4.1 De gemeenten en de provincie benoemen kwetsbare functieprofielen. Deze medewerkers worden gescreend. In ieder geval de ambtenaren in deze functieprofielen overhandigen bij aanvang dienstverband minimaal een VOG en herhalen dit iedere twee jaar;

Gemeenten hebben geactualiseerd Damoclesbeleid (Opiumwet 13b), houden dit up-to-date en voeren het consequent en zoals omschreven uit.

Handhaving 3.8 De gemeente en de provincie hebben toezichthouders/boa’s die de aanpak (waaronder nadrukkelijk de signalerende rol) van ondermijning hebben in hun takenpakket; 3.9 De gemeenten zijn in staat monodisciplinaire controles uit te voeren in de aanpak van ondermijning; 3.10 De boa’s die in hun takenpakket de aanpak van ondermijning hebben bieden -in het kader van het uitleren en bevorderen van kennisproactief ondersteuning aan boa’s van de andere Flevolandse gemeenten.

De integriteit van de organisatie

4.2 De gemeenten en de provincie onderkennen het belang van het - naast de VOG- gedegen screenen van (nieuwe) medewerkers die werkzaam zijn in het veiligheidsdomein binnen de ondermijningsaanpak, ze onderzoeken op welke wijze ze dit vorm kunnen geven en welke partij de screening kan verzorgen; 4.3 Binnen functies die kwetsbaar zijn voor integriteitsschendingen wordt gewerkt met het vier-ogen-principe; 4.4 De agenda van het college van B&W/GS, evenals de agenda van de gemeenteraad en Provinciale Staten, worden gescreend op mogelijke integriteitsvraagstukken; 4.5 Minimaal één keer per jaar wordt op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau aandacht besteed aan het onderwerp integriteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/988/documents/14540