7c4d828d-d6e8-4640-a445-04a17f8f962a.pdf
Tekst van het document
Aanleiding
Gestelde vragen tijdens oordeelvormende vergadering 18 november 2021.
Onderwerp:
Legesverordening 2022
Type vraag:
X informatieve/technische vraag O politieke schriftelijke vraag (ex. art. 33 RvO)
Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)
X Ja, kan verspreid via mail / app O Nee, alleen antwoord aan mij zelf
Hierbij de beantwoording van de vragen m.b.t. de Legesverordening 2022, zoals wethouder van Amerongen die meegenomen heeft uit de oordeelsvormende vergadering van 18 november jl. 1. In hoeverre is in de gesprekken met de horeca over de invoering van een exploitatieverordening ook aangegeven dat hiervoor leges betaald moeten worden? Kort nadat de Flevolandse Norm is vastgesteld heeft burgemeester Gebben zelf contact gezocht met de vertegenwoordiger van de Koninklijke Horeca Nederland in Dronten (de heer B. Hoekman). In dat gesprek op 19 mei jl. is de invoering van het horeca-exploitatievergunningstelsel aan de orde gekomen en ook de kosten die daarmee gemoeid zijn. Ook de regiomanager van de KHN is hierover geïnformeerd. In de gesprekken daarna heeft KHN telkens aangegeven dat zij begrip heeft voor de invoering van de vergunning en het nut en de noodzaak ervan onderschrijven. Dit is ook het landelijke standpunt van de KHN. De KHN heeft daarbij van begin af aan aangegeven dat de zittende horeca geen leges in rekening gebracht zou moeten worden. Dit standpunt staat haaks op de algemene regel dat voor vergunningen leges worden geheven. 2.
In hoeverre is er sprake van precedentwerking wanneer voor deze vergunning geen leges in rekening worden gebracht, wat zijn de gevolgen daarvan en welke branches volgen er nog als het gaat om exploitatievergunningen en wat is daarbij de omvang van het aantal exploitatievergunningen? Het niet heffen van leges voor het verlenen van een vergunning (verrichting van een dienst door de gemeente) bij introductie van een nieuwe vergunning kent onvermijdelijk een precedentwerking. Op een moment dat een nieuw vergunningstelsel wordt geïntroduceerd zal er altijd sprake zijn van reeds aanwezige bedrijven/inwoners die met een vergunningplicht worden geconfronteerd. Zij zouden zich kunnen beroepen op de vrijstelling van leges in het kader van het exploitatievergunningstelsel. Omwille van precedentwerking is het college geadviseerd om wél leges te heffen en de zittende horeca tegemoet te komen door een korting op het legesbedrag te geven. Dit advies heeft het college overgenomen en in de legesverordening is een gereduceerd tarief voor de zittende horeca opgenomen. Uit het advies aan het college: De argumenten die de KHN aanvoert zijn dat de horeca het vanwege de coronapandemie financieel moeilijk heeft en dat de vergunning wordt ingevoerd om de overheid een middel te geven om ondermijning aan te pakken.
Dat is een taak van de overheid en de kosten daarvan moeten niet ten laste komen van de ‘zittende’ ondernemers. Voor nieuwe horecaondernemers bestaat dit probleem niet, zij kunnen bij hun besluit om een zaak te starten de kosten meenemen in hun bedrijfsplan.
Argumenten voor reguliere legesheffing ten aanzien van ‘zittende’ ondernemers: •
• •
•
•
Afzien van het innen van leges vanwege de coronapandemie is niet het juiste middel om ondernemers die het vanwege de pandemie zwaar hebben, te ondersteunen. Er zijn andere middelen (geweest) om steun te verkrijgen. Bovendien gaat dit argument over enige tijd niet meer op en hoe moet dan worden omgegaan met ‘zittende’ ondernemers die nog een vergunning moeten aanvragen? Het stelsel wordt gefaseerd ingevoerd. Anders dan in veel andere gemeenten heeft de horeca in Dronten nooit een exploitatievergunning hoeven aanvragen en daar leges voor hoeven betalen. Dit voordeel heeft de horeca. Er wordt een dienst geleverd aan de ‘zittende’ horeca: de exploitatievergunning beschermt de horeca tegen oneerlijke concurrentie en andere neveneffecten van ondermijning in de sector. Tegenover een geleverde dienst staan leges. Als de gemeente de kosten zou moeten gaan dragen dan wordt de aanpak van ondermijning in de horeca afgewenteld op de gemeenschap van Dronten terwijl de voordelen (gezond ondernemersklimaat) voor de horeca zijn. de legesbedragen zijn relatief laag en niet meer dan kostendekkend; er is geen sprake van een onevenredige benadeling van de ‘zittende’ horeca door de invoering van het stelsel en het heffen van leges. Er hoeft niet te worden afgeweken van het reguliere beleid om voor vergunningen leges te heffen.
Nu geen leges heffen bij de horeca schept een precedent ten aanzien van andere branches waar de exploitatievergunning in de toekomst kan worden ingevoerd.
De gevolgen van het niet heffen van leges voor de horeca-exploitatievergunning bij zittende horeca is dat er ca 140 bedrijven geen leges betalen (dat is 140x 387,25= 54.215 euro dat dan ergens anders uit betaald moet worden). In de Flevolandse norm zijn de volgende bedrijven opgenomen die voor exploitatievergunningstelsel in aanmerking komen: (Exploitatie-)Vergunningsstelsel met eis “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn” voor: A) horeca-)inrichtingen B) seks- en escortbedrijven C) speelautomatenhallen voor kansspelen Categorie B en C betreft minimale aantallen in de gemeente Dronten. Naast de bovengenoemde branches, is ook het APV-artikel: “Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (vergunningplicht branches, gebieden en gebouwen)” opgenomen in de Flevolandse norm. Het college komt nog met een voorstel om, conform de gemaakte afspraken in de Flevolandse norm, dit artikel toe te voegen aan de APV van de gemeente Dronten. De burgemeester kan in dat geval bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen die vergunning plichtig worden. Bij aanwijzing van een branche wordt gemotiveerd waarom de bedrijfsmatige activiteiten met het oog op de openbare orde en veiligheid gereguleerd moeten worden.
Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. Uiteraard is dit wel een uiterste middel en is het onwenselijk dit zomaar in te zetten. In eerste instantie zal altijd getracht worden om door middel van dialoog en vervolgens met reguliere middelen misstanden proberen op te lossen.