76854989-186d-46b5-96f8-7866b9b027ef.pdf
Tekst van het document
24
Medewerkers weerbaar tijdens corona De corona-epidemie heeft een stevig beroep gedaan op de weerbaarheid van onze medewerkers. We hebben diverse maatregelen genomen om de gezondheid, het welzijn en de vitaliteit van medewerkers op peil te houden. Vanaf het begin hebben we veel aandacht besteed aan de fysieke belastbaarheid door thuiswerken en preventieve oplossingen daarvoor, onder andere door bureaustoelen en beeldschermen in bruikleen te geven voor thuisgebruik. Onze vaste arbo-adviseur heeft medewerkers thuis of via videobellen raad gegeven om pijnvrij thuis te werken. Door een cao-wijziging kunnen medewerkers vanaf oktober bureau en bureaustoel aanschaffen en declareren voor een arboverantwoorde thuiswerkplek. We hebben een e-learning beschikbaar gesteld voor gezond en vitaal thuiswerken en regelmatig geattendeerd op het belang van voldoende afwisseling in zitten, staan en bewegen. De mentale gezondheid van medewerkers (welzijn) vinden we belangrijk en daar hebben we op diverse manieren aandacht aan besteed. Leidinggevenden spanden zich in om contact met hun medewerkers te houden. We moedigden medewerkers aan om zich uit te spreken als ze het psychisch zwaar hadden. Voor een handvol medewerkers is een professionele coach ingeschakeld om hen te ondersteunen. Indien noodzakelijk kregen medewerkers de gelegenheid om (een deel van de tijd) op kantoor te werken.
Medewerkers kregen enkele keren een zeer gewaardeerd presentje thuis gestuurd om hen aan te moedigen om vol te houden. De medewerkers hebben vier keer een enquête in kunnen vullen met vragen hoe het met hen gaat. Daarin konden ze ook hun mening geven over de manier waarop GBLT met de coronasituatie omgaat. De respons was steeds groot en medewerkers waren over het algemeen tevreden met de manier waarop GBLT met de coronacrisis omgaat. Sociaal intranet Door de coronamaatregelen en het vele thuiswerken is een intranet dat ons ondersteunt in samenwerken en verbonden blijven crucialer en relevanter dan ooit. Wij voerden een onderzoek uit naar de mogelijkheden voor een nieuw sociaal intranet. Vervolgens kozen wij een partij waarmee wij de samenwerking aangaan. De implementatie zal in het eerste kwartaal van 2021 plaatsvinden. Coronagevolgen voor I&A Corona heeft ook gevolgen voor I&A. Zo is een forse toename van bellen zichtbaar doordat de telefooncentrale doorgeschakeld moet worden naar de mobiele telefoons van de medewerkers en uiteraard wordt onderling veel intensiever gebeld. Omdat Skype for business niet voldeed voor digitale overleggen is een licentie van ZOOM aangekocht. We hebben deze uitgaven binnen ons reguliere budget kunnen opvangen.
25
3 Belastingopbrengsten 3.1 Waterschapsbelastingen In de volgende tabel staat de realisatie tot en met 31 december 2020 van de opgelegde belastingaanslagen voor het belastingjaar 2020 weergegeven. Verder geven we een prognose van de nog op te leggen of te verminderen aanslagen voor het belastingjaar 2020. De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de realisatie verklaren we in de jaarrapportages aan de individuele deelnemers van GBLT. Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0
Ke rncij fe rs
R e a lisa tie tot
b e groting 2020
e n me t le gge n / te e ind e d e b e groting 3 1 -1 2 -2 0 2 0 ve rmind e re n b e la stingj a a r
Nog op te
P rognose
Afwij king va n
Zuive ringshe ffing woonruimten
193.102
193.470
896
194.365
1.263
84.235
79.087
-5.875
73.212
-11.023
2 7 7 .3 3 7
2 7 2 .5 5 7
-4 .9 8 0
2 6 7 .5 7 7
-9 .7 5 9
verontreinigingsheffing woonruimten
616
641
0
641
24
verontreinigingsheffing bedrijfsruimten
1.281
775
345
1.120
-161
ingezetenen
110.446
110.507
182
110.689
243
gebouwd
147.924
150.786
416
151.202
3.277
ongebouwd
44.401
44.221
80
44.301
-100
ongebouwd natuurterreinen
1.961
1.974
2
1.976
15
T ota a l wa te rsyste e mhe ffing
3 0 6 .6 2 9
3 0 8 .9 0 2
1 .0 2 5
3 0 9 .9 2 7
3 .2 9 8
T ota le b e la stingop b re ngst
5 8 3 .9 6 6
5 8 1 .4 5 9
-3 .9 5 5
5 7 7 .5 0 5
-6 .4 6 1
bedrijfsruimten T ota a l zuive ringshe ffing Wa te rsyste e mhe ffing
Voor belastingjaar 2020 is voor de waterschappen 99,6 % opgelegd ten opzichte van de totale begroting. In de jaarrapportages van 2019 is voor de oudere heffingsjaren (2017 tot en met 2019) een inschatting van nog op te leggen aanslagen gemaakt van € 7,561 mln. Eind 2020 is € 8,437 mln. gerealiseerd. Voor het heffingsjaar 2020 wordt voor de belastingsoort zuiveringsheffings bedrijven ten gevolge van de corona crisis een substantieel lagere opbrengst te verwachten. Voor de categorie meetbedrijven is hierop geanticipeerd door samen met de medewerkers heffingstechnologie bij de waterschappen per individueel bedrijf een inschatting te maken, op basis van meetcijfers, waarop de vervuilingswaarde aan het einde van het heffingsjaar zal uitkomen. Hiervoor zijn nadere voorlopige aanslagen verzonden die in de realisatiecijfers zijn verdisconteerd. Voor de categorie overige bedrijven wordt de impact pas duidelijk bij het vaststellen van de definitieve aanslag zuiveringsheffing bedrijven zodra de waterverbruiken voor het heffingsjaar 2020 zijn ontvangen via de aangiftebiljetten of de waterleidingbedrijven.
26
Na de eerste lockdown van drie maanden is een lagere opbrengst aan zuiveringsheffing van € 4 mln. ingeschat bij de overige bedrijven. De effecten van de eerste lockdown en aansluitend hierop de tweede lockdown zijn blijven voortduren voor sommige bedrijfscategorieën waardoor deze inschatting worden bijgesteld. We hebben voor 2020 een periode van 4,5 maand als lockdown aangemerkt. De lagere opbrengst wordt in totaal ingeschat op € 6 mln. Het is lastig om de invloed van de coronamaatregelen en de daaropvolgende economische effecten, op de ontwikkeling van de vervuilingseenheden in te schatten. Landelijk zien we dat de economische vooruitzichten frequent worden aangepast. De uitkomst is van veel factoren afhankelijk die individuele onzekerheden bevatten. Daarom moet de prognose voor de lagere opbrengsten zuiveringsheffing bedrijven als richtinggevend worden beschouwd. In de individuele jaarrapportage voor de deelnemers wordt dit tot uitdrukking gebracht in nog te verminderen aanslagen. De prognose einde belastingjaar voor de watersysteemheffing gebouwd wordt ruim € 3,2 mln. hoger ingeschat ten opzichte van de begroting als gevolg van de hogere WOZ-waarde ontwikkeling bij de woningen dan ingeschat. De verontreinigingsheffing bedrijven blijft naar verwachting circa 13 % achter als gevolg van de corona-maatregelen.
3.2 Gemeentebelastingen In de volgende tabel staat de realisatie tot en met 31 december 2020 van de opgelegde belastingaanslagen voor het belastingjaar 2020 weergegeven. Verder geven we een prognose van de nog op te leggen aanslagen voor het belastingjaar 2020. De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de realisatie verklaren we in de jaarrapportages aan de individuele deelnemers van GBLT. Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0
Ke rncij fe rs
R e a lisa tie tot
Nog op te
P rognose
Afwij king va n
b e groting 2020 (ge wij zigd )
e n me t 3 1 -1 2 -2 0 2 0
le gge n / te ve rmind e re n
e ind e b e la stingj a a r
de (ge wij zigd e ) b e groting
eigenaar woningen
39.243
39.507
-16
39.490
247
eigenaar niet woningen
24.032
24.210
38
24.248
216
gebruiker niet woningen
15.918
17.011
-238
16.773
855
T ota a l onroe re nd za a kb e la sting
7 9 .1 9 3
8 0 .7 2 8
-2 1 6
8 0 .5 1 1
1 .3 1 8
rioolheffing
16.075
16.143
229
16.371
297
afvalstoffenheffing/reinigingsheffing
27.390
27.710
8
27.719
329 248
Onroe re nd za a kb e la sting
Ove rige b e la stinge n
1.536
12
1.772
1.784
hondenbelasting
456
456
5
461
5
toeristenbelasting
1.748
900
0
900
-848
diftar
1.796
1.645
48
1.693
-103
T ota a l ove rige b e la stinge n
4 9 .0 0 0
4 6 .8 6 6
2 .0 6 2
4 8 .9 2 8
-7 2
T ota le b e la stingop b re ngst
1 2 8 .1 9 3
1 2 7 .5 9 3
1 .8 4 6
1 2 9 .4 3 9
1 .2 4 6
overige heffingen
Voor de gemeentelijke heffingen 2020 is op 31 december 2020 ten opzichte van de totale begroting 99,5% opgelegd. De Diftar aanslagen worden in januari en februari 2021 opgelegd op basis van het daadwerkelijk aantal ledigingen die worden ontvangen van de verschillende huisvuil-inzamelaars. Op verzoek van de gemeente Dalfsen is de precariobelasting voor de uitstallingen terrassen niet opgelegd. Inmiddels heeft de gemeenteraad deze tarieven voor 2020 op € 0,00 vastgesteld. Voor de gemeente Bunschoten is de BIZ Spakenburg Centrum niet opgelegd. Op 21 januari 2021 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om de tarieven van 2020 te verlagen naar € 0,00.
27
Het totaalbedrag aan nog op te leggen aanslagen voor belastingjaar 2020 bedraagt € 1,846 mln. Voor de voorgaande heffingsjaren (2018 en 2019) is bij de jaarrapportages 2019 een schatting opgenomen van € 2,72 mln. Op 31 december 2020 is hiervan € 3,76 mln. gerealiseerd. Deze meeropbrengst wordt met name veroorzaakt door een hogere opbrengst van circa € 0,8 mln. bij de onroerendezaakbelasting.
28
4 Exploitatie GBLT gaf in 2020 € 22,2 mln. uit aan exploitatielasten voor de heffing en inning van belastinggelden en de ondersteuning van dat proces. De kosten worden voor een belangrijk deel (€ 19,3 mln.) gedragen door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. De inkomsten van GBLT bestaan voor ongeveer € 6,7 mln. uit in rekening gebrachte (wettelijke) invorderkosten. Deze kosten komen voort uit het niet op tijd betalen van belastingaanslagen. Uit landelijke afspraken over de Wet digitale overheid is het gemeentelijke deel van € 0,2 mln. aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doorbelast. Een uitgebreide specificatie treft u in Deel II hoofdstuk 3.2. De jaarrekening sluit af met een positief resultaat van € 4,1 mln. Een bedrag van € 1,3 mln. komt voort uit lagere kosten. De invorderopbrengsten overschrijden de begroting met € 2,7 mln. Een uitgebreide toelichting treft u in deel II hoofdstuk 3. Dit resultaat verrekenen we met de deelnemersbijdrage van 2020. De herberekening van de bijdragen is in de volgende tabel weergegeven. Voor de gemeenten geldt dat zij de BTW op de dienstverlening kunnen compenseren. De toelichting hierop treft u in deel II hoofdstuk 3.3. Deelnemer
Betaalde
Bijdrage
Na vaststelling
voorschotten
op basis van
Jaarrekening 2020
2020
Jaarrekening 2020
overgemaakt / verrekend
Drents Overijsselse Delta
2.542.875
1.869.195
673.680
Rijn en IJssel
2.770.904
2.036.942
733.962
Vallei en Veluwe
4.207.294
3.092.700
1.114.594
Vechtstromen
3.242.161
2.383.221
858.940
Zuiderzeeland
1.656.466
1.217.639
438.827
Bunschoten
338.050
318.837
19.213
Dalfsen
482.936
455.493
27.443
Dronten
657.605
618.529
39.076
Leusden
500.468
472.109
28.359
Nijkerk
711.623
671.183
40.440
Zwolle
2.184.412
2.054.612
129.800
Totaal
19.294.794
15.190.460
4.104.334
29
Deel II Jaarverslag
30
1 Programma GBLT kent één programma, namelijk de heffing en inning van belastingen en de uitvoering van de Wet WOZ voor lokale overheden. Het programma kent op hoofdlijnen de activiteiten waarderen, heffen en innen. Deze activiteiten worden ondersteund door Gegevensbeheer en het Klantcontactcenter (KCC).
1.1 Waarderen De activiteit waarderen heeft betrekking op het uitvoeren van de Wet WOZ ten behoeve van deelnemende gemeenten en, indirect, voor de in GBLT deelnemende waterschappen. De volgende werkzaamheden vallen hieronder:
verzamelen, registreren, bewerken en optimaliseren van basisgegevens ten behoeve van de uitvoering van de Wet WOZ;
bepalen van de WOZ-waarden;
afhandelen van WOZ-bezwaren en -beroepen.
1.2 Heffen Heffen is het verzamelen, registreren, beoordelen, bewerken en optimaliseren van basisgegevens ten behoeve van de belastingheffing voor alle deelnemers in GBLT. De volgende werkzaamheden voert GBLT daarvoor uit:
verwerken van uitval van gegevens uit de basisregistraties (BRK, BRP en LV WOZ);
verwerken van mutatieleveringen uit andere bronnen;
fiscaal-juridische advisering over lokale belastingen en verordeningen;
het voeren van beroepsprocedures;
heffingstechnologische beoordeling van heffingsadviezen afkomstig van de waterschappen voor de meetbedrijven;
het tijdig, volledig en juist opleggen en verzenden van aanslagen.
1.3 Innen Deze activiteit heeft betrekking op alle werkzaamheden in het kader van de inning en de (dwang)invordering van belastinggelden. Tot dit procesonderdeel behoort de incasso, het voeren van een volledige en accurate administratie en het uitvoeren van dwanginvorderingswerkzaamheden. De volgende werkzaamheden vallen hieronder:
bewaken van de debiteurenadministratie;
verzenden van aanmaningen en dwangbevelen indien aanslagen onbetaald blijven;
het treffen van andere invorderingsmaatregelen;
het beoordelen van oninbaarheid van aanslagen.
1.4 Gegevensbeheer Gegevensbeheer is opgericht voor het op een procesgerichte wijze organisatiebreed, eenduidig en van voldoende kwaliteit (tijdig, volledig en juist) beheren van de gegevens. Data vormen de grondstof voor onze primaire taak: het heffen en innen van belastingen. Gegevensbeheer voert de volgende activiteiten uit:
verwerken van de levering van de gegevens uit de BRK;
verwerken van de levering van de gegevens uit de BRP;
31
verwerken van de levering van de gegevens uit het Handelsregister;
verwerken van de levering van de gegevens uit de BAG;
verwerken van de levering van de gegevens uit de WOZ;
terugmelden van gerede twijfel over gegevens uit bovenstaande basisregistraties.
1.5 Klantcontacten Klantcontacten gaat over alle werkzaamheden die ontstaan door reacties van klanten (burgers en bedrijven). Het gaat om:
beoordeling en afhandeling van aanvragen kwijtschelding;
beoordeling en afhandeling van de beroepen (kwijtschelding);
beoordeling en afhandeling van ingediende bezwaren;
beoordeling en afhandeling van klachten;
behandeling van alle overige binnenkomende reacties via alle kanalen (Mijn Loket, post, telefoon, Twitter).
32
2 Paragrafen Het Waterschapsbesluit bepaalt dat GBLT een aantal verplichte paragrafen in het jaarverslag moet opnemen, behalve als het betreffende aspect niet aan de orde is. De paragrafen Uitgangspunten en normen, Kostentoerekening en Onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen zijn bij het opstellen van deze jaarstukken niet aan de orde.
2.1 Ontwikkelingen in het vorige begrotingsjaar Ondanks de corona perikelen hebben we de speerpunten uit de Begroting 2019 in hoge mate gerealiseerd. Zie hiervoor ook de toelichting bij hoofdstuk 2 Terugblik in deel I Bestuursverslag. De belastingoplegging is nagenoeg volgens de productieplanning uitgevoerd met als uitzondering enkele heffingen op verzoek van de deelnemers. In 2020 wilden we aan de slag met sociaal invorderen maar door de corona-maatregelen is de uitvoering nog niet goed van de grond gekomen. De aanslagoplegging van 2020 heeft door omstandigheden geleid tot een forse toename van de invorder-activiteiten met als gevolg een sterke toename van de invorder-baten. De waardering van de onroerende zaken voor de zes aangesloten gemeenten verliep ondanks de corona volgens de afgesproken tijdlijn. Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage is het rekening resultaat 1,1 mln. gunstiger uitgevallen. Voor een uitvoerige toelichting van het positieve resultaat verwijzen we naar deel II hoofdstuk 3.2 Exploitatierekening in het onderdeel Jaarrekening.
2.2 Incidentele baten en lasten Voor een overzicht van de incidentele baten en lasten verwijzen we naar deel II hoofdstuk 3 Jaarrekening 3.2 Exploitatierekening (naar kosten- en opbrengstsoorten).
2.3 Waterschaps- en gemeentebelastingen De deelnemers beschrijven in hun begrotingen de soorten waterschaps- en gemeentebelastingen en het kwijtscheldingsbeleid. Daarbij gaan zij in op de kostendekkendheid van de tarieven. De belastingopbrengsten verantwoorden wij in aparte voortgangsrapportages en jaarrapportages aan de deelnemers. In de exploitatierekening verantwoorden wij de gerealiseerde opbrengst aan in rekening gebrachte invorderkosten. Deze opbrengst ontstaat doordat we aan belastingschuldigen, wanneer belastingaanslagen niet tijdig zijn voldaan, kosten in rekening brengen voor het verzenden van aanmaningen, dwangbevelen, hernieuwde bevelen en andere invorderingsmaatregelen. De in rekening te brengen kosten zijn wettelijk vastgelegd in de Kostenwet invordering rijksbelastingen, die geldt voor de invordering van waterschaps- en gemeentebelastingen. Het invorderbeleid is gericht op de opgelegde aanslagen zo snel mogelijk te innen en daar waar nodig de betalingsmoraal van belastingplichtigen te verbeteren.
33
2.4 Weerstandsvermogen en risicobeheersing We lopen bij het uitoefenen van onze taken financiële risico’s. Onder risico verstaan wij de kans dat een onverwachte en onzekere gebeurtenis plaatsvindt, waarbij gevolgen ontstaan waarvan de financiële omvang nog niet is vast te stellen. Hierbij valt te denken aan fraude, claims van derden, rechtsgedingen en onzekerheden in investeringen. We zijn daarop alert en voeren gerichte interne controles, audits en fraude-analyses uit. Weerstandsvermogen Omdat we niet beschikken over eigen vermogen en reserves kunnen we geen weerstandsvermogen bepalen. In de exploitatie is een begrotingspost onvoorzien opgenomen. Indien er financiële tegenvallers zijn die de post onvoorzien overtreffen en er geen mogelijkheden zijn om de tegenvaller op te vangen in de eigen exploitatie zal dit via de deelnemersbijdragen opgelost moeten worden. Risicomanagement Op dit moment onderkennen we 94 risico’s. Voor alle risico’s zijn beheersmaatregelen opgesteld. Op basis van deze beheersmaatregelen wordt verondersteld dat alle risico’s tot een netto acceptabel niveau zijn teruggebracht.
Om te kunnen toetsen of bovenstaande veronderstelling inderdaad het geval is, worden controles uitgevoerd naar de opzet, bestaan en werking van de beheersmaatregelen. De bevindingen van de controles en de opvolging van de aanbevelingen worden gerapporteerd en vervolgens gemonitord in de rapportage risicomanagement. We hebben de risicobeheersing op orde. We werken continu aan verdere verbetering en waar nodig worden extra beheersmaatregelen geïmplementeerd. In 2020 is veel aandacht geschonken aan de verbetering van de kwaliteit van onze data. In het licht van procesgericht werken realiseren we dit door de processen anders vorm te geven. Vanwege corona verloopt dit moeizamer dan verwacht. Momenteel wordt met het oog op de datakwaliteit onderzocht hoe de rollen en daarbij horende verantwoordelijkheden zijn verdeeld om stappen te zetten om dit te verbeteren. De implementatie van de Business Intelligence tool VyZyr speelt hierbij een belangrijke rol. Hiermee worden de beheersmaatregelen voor de processen aanzienlijk verbeterd. De uitgevoerde AVG-nulmeting toont dat wij de privacy van onze klanten en onze medewerkers goed beschermen. Medewerkers zijn zich bijvoorbeeld bewust van privacy om zorgvuldig met gegevens om te gaan.
We kunnen nog dingen verbeteren, bijvoorbeeld door bij nieuw beleid en processen van tevoren meer na te denken over de bescherming van privacy of vaker data protection impact assessments (DPIA’s) uit te voeren. Op basis van de verbeterpunten van de nulmeting wordt volgend jaar een uitvoeringsplan plan gemaakt.
34
2.5 Financiering Bedrijfsfinanciering GBLT trekt alleen geld aan voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Bij het eventueel aantrekken van vreemd vermogen toetsen we aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido). Daarvoor staan haar twee instrumenten ter beschikking:
de kasgeldlimiet om het renterisico te beperken bij financiering met kort geld (< 1 jaar);
de renterisiconorm om het renterisico te beperken bij financiering met lang geld (> 1 jaar).
Kasgeldlimiet De wettelijke kasgeldlimiet bepaalt hoeveel maximaal met 'kort geld' gefinancierd mag worden. De norm daarvoor is uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal aan het begin van het begrotingsjaar (8,2% voor gemeenschappelijke regelingen). De kasgeldlimiet voor GBLT bedroeg in 2020 ruim € 1,9 mln. (8,2% van € 23,5 mln.). In 2020 werd geen kort geld aangetrokken. Renterisiconorm De renterisiconorm zorgt ervoor dat een zodanige opbouw van de leningenportefeuille tot stand komt dat het renterisico voor renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate is beperkt. De renterisiconorm is berekend over 20% van het begrotingstotaal van 2020. De norm voor GBLT bedraagt daardoor € 4,7 mln. Omdat er geen langlopende leningen zijn is het renterisico nihil. Herfinanciering GBLT heeft een permanente kredietfaciliteit bij de huisbankier. Deze kredietfaciliteit is een oplossing die voldoet aan overwegingen van principiële, praktische en financiële aard. In 2020 is de kredietfaciliteit niet aangesproken. Liquiditeitspositie We hebben de plicht tussentijdse overschotten bij de schatkist te stallen. Het saldo dat moet worden gestort in de schatkist schommelde in 2020 rond de € 11 mln. met een enkele uitschieter tot € 45 mln. Dit zijn gelden die benodigd zijn voor de exploitatie van GBLT en ontvangen belastinggelden (verwerkingstijd 2 tot 3 dagen).
De door de deelnemers te betalen bijdragen, ten behoeve van de exploitatiekosten van GBLT, verrekenen wij maandelijks met de voor de deelnemers ontvangen en doorbetaalde belastinggelden. Risicobeheer Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële instrumenten zoals derivaten, opties en dergelijke. Het risicobeleid is erop gericht toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te spreiden. Voor wat betreft de externe toetsing van renterisico’s geldt dat we voldoen aan de wettelijke kasgeldlimiet en renterisiconorm. Mocht GBLT hiervan afwijken dan wordt dit, met redenen onderbouwd, gerapporteerd aan het bestuur.
35
2.6 Verbonden partijen GBLT kent geen verbonden partijen zoals bedoeld in het Waterschapsbesluit en de Regeling Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen. Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de organisatie GBLT een bestuurlijk en een financieel belang heeft. De deelnemers in de gemeenschappelijke regeling zijn voor ons geen verbonden partij, andersom is dat wel het geval.
2.7 Bedrijfsvoering Wij maken ons sterk voor lokale belastingen, wij zijn uitvoerders van lokale belastingen. Dat doen we voor onze deelnemers van onze organisatie. Zij participeren in het bestuur van onze organisatie en jaarlijks formuleren zij onze opdracht met een meerjarig kader en een begroting. We hebben onze doelen als volgt benoemd: - belastingaanslagen juist, volledig en tijdig opleggen en innen; - toonaangevende kwaliteit van klantbeleving; - informatiepositie van opdrachtgevers realiseren; - medewerkers in beweging; - ontwikkeling van de digitale overheid mede vormgeven; - daling van maatschappelijke kosten mogelijk maken. De eerste twee doelen benoemen het belang van onze opdrachtgevers en de belastingplichtigen. Als grote verwerker van informatie van en over burgers en bedrijven willen wij een positieve bijdrage leveren aan de veilige informatiehuishouding van de overheid en de daarmee verbonden maatschappelijke kosten. Dat is een steeds ontwikkelende context, waarin wij als organisatie en als medewerkers meebewegen en meegroeien. Onze ontwikkelstrategie is: Wij leveren goede producten en diensten aan de belastingplichtigen en aan de opdrachtgevende waterschappen en gemeenten.
Om de ontwikkelstrategie te realiseren onderkennen we 5 succesfactoren: - vakbekwame medewerkers - foutloze data - klantgerichte processen - betrouwbare systemen - gelijkgestemde partners Voor de beschrijving van de bedrijfsvoering van GBLT in 2020 verwijzen wij u naar deel I Bestuursverslag van deze jaarstukken.
36
2.8 EMU-saldo Het EMU-saldo geeft weer wat het saldo van de inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode was. In onderstaande tabel is het EMU-saldo voor GBLT weergegeven.
Bedragen x € 1.000 1 Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves
4.338
2 Invloed Investeringen - bruto investeringsuitgaven
-417
+ verkoop materiële en immateriële vaste activa + afschrijvingen
233
3 Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.l.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening 4 Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.l.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit reserves 5 Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies EMU Saldo
4.154
2.9 Wet Normering Topinkomens De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) stelt regels aan de openbaarheid en aan de hoogte van deze inkomens. Voor GBLT worden de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur als topfunctionarissen beschouwd, zodat de openbaarheid daarop van toepassing is. De verplichte rapportage in het kader van de WNT is opgenomen in Deel II hoofdstuk 3 Jaarrekening.
37
3 Jaarrekening
3.1 Balans De balans voor resultaatbestemming van GBLT per 31 december 2020 ziet er in vergelijking met de balans per 31 december 2019 als volgt uit.
Bedragen x € 1.000
31-12-2020
31-12-2019
Activa
Vaste activa Immateriële vaste activa
0
90
Materiële vaste activa
1.137
863
Totale vaste activa
1.137
953
Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar
5.281
5.934
Overige vorderingen
2.499
1.475
69
0
Vlottende activa
Liquide middelen Totaal vlottende activa
7.849
7.409
Totaal activa
8.986
8.362
Bedragen x € 1.000
31-12-2020
31-12-2019
Passiva
Vaste passiva Eigen vermogen Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar
0
0
4.104
2.064
182
0
Voorzieningen Ambtsjubilea Totale vaste passiva
4.286
2.064
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan een jaar
4.071
5.402
629
896
Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
4.700
6.298
Totaal passiva
8.986
8.362
38
Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is onder andere gebaseerd op de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen en hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.
Baten en lasten De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winst wordt genomen zodra deze is gerealiseerd, terwijl een verlies wordt verwerkt zodra dit bekend is.
Activa en passiva Voor zover niet anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor de investeringen en de nieuwe investeringen gelden de afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in de Verordening financieel beheer. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van afschrijvingen gebaseerd op de verwachte economische levensduur en duurzame waardeverminderingen. De uitzettingen met een kortere looptijd dan 1 jaar, de overige kortlopende vorderingen en de overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De liquide middelen betreffen direct opeisbare tegoeden.
Afschrijving Er vindt lineaire afschrijving plaats. Ook hanteert GBLT het uitgangspunt dat pas na ingebruikname van de investering, de exploitatie wordt belast voor rente en afschrijving. GBLT hanteert onderstaande afschrijvingstermijnen. Activa
Termijn in jaren
Gebouwen en verbouwingskosten
10
Inventaris
10
Hardware
5
Infrastructuur
5
Laptops en mobiele telefoons
3
Aanschaf- en implementatiekosten Belastingsysteem
5
Software, licenties en dergelijke
5
Dienstauto's
6
Onderzoek en ontwikkeling
5
Overige immateriële vaste activa tenzij gemotiveerd wordt
4 tot 5
dat een andere periode passender is.
Voorzieningen De voorziening arbeidsgerelateerde verplichtingen is gevormd op basis van contante waarde.
39
Toelichting op de activa Immateriële vaste activa In de staat van vaste activa is een nadere specificatie opgenomen van de immateriële vaste activa, zoals software en licenties. De staat is als bijlage B in deze jaarrekening opgenomen. De immateriële vaste activa zijn alle gecategoriseerd onder de 'overige immateriële vaste activa'. Het verloop van de immateriële vaste activa is in onderstaande tabel weergegeven.
Bedragen x € 1.000
Overige immateriële activa
Stand per 31 december 2019 Historische aanschafwaarde
2.345
Cumulatieve afschrijvingen
-2.255
Boekwaarde
90
Mutaties 2020 Overheveling naar materiele vaste activa Historische aanschafwaarde
-2.345
Cumulatieve afschrijvingen
2.255
Desinvesteringen Aanschafwaarde
-75
Desinvestering Afschrijvingen
75
Saldo mutaties 2020
-90
Stand per 31 december 2020 Historische aanschafwaarde
0
Cumulatieve afschrijvingen
0
Boekwaarde
0
De afschrijvingen hebben betrekking op de uit het verleden geïnvesteerde immateriële activa zoals in bijlage B staat vermeld. Materiële vaste activa In de staat van vaste activa (bijlage B) is een nadere specificatie opgenomen van de materiële vaste activa, zoals bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen. Het verloop van de materiële vaste activa in 2020 is in onderstaande tabel weergegeven.
40
Bedragen x € 1.000
Vervoer-
Overige
gebouwen middelen
Bedrijfs-
materiële
Software
Totaal
vaste activa Stand per 31 december 2019 Historische aanschafwaarde
1.341
14
888
2.243
Cumulatieve afschrijvingen
-683
-14
-683
-1.380
Boekwaarde
658
0
205
0
863
417
417
-30
-233
Overheveling Immaterieel Aanschafwaarde
2.270
2.270
Overheveling Immaterieel Cumm. afschrijving
-2.180
-2.180
Mutaties 2020 Investeringen Afschrijvingen
-134
-69
Desinvesteringen Aanschafwaarde
-159
-159
Desinvestering Afschrijvingen
159
159
Saldo mutaties 2020
-134
0
-69
477
274
Historische aanschafwaarde
1.341
14
729
2.687
4.771
Cumulatieve afschrijvingen
-817
-14
-593
-2.210
-3.634
Boekwaarde
524
0
136
477
1.137
Stand per 31 december 2020
De boekwaarde van de bedrijfsgebouwen heeft voornamelijk betrekking op huurdersinvesteringen, waarvan GBLT derhalve geen juridisch eigenaar is. Vlottende activa
Bedragen x € 1.000
31-12-2020
31-12-2019
5.281
5.934
2.050
1.428
3
41
Vooruitbetaalde bedragen
152
6
Overige vorderingen
294
0
Liquide middelen
69
Uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar Uitzettingen schatkistbankieren Kortlopende vorderingen Openstaande invorderingsdebiteuren Debiteuren
Totaal
7.849
7.409
Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Sinds eind 2013 zijn alle decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen, verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Tegelijkertijd met de wet is de ministeriële regeling Schatkistbankieren decentrale overheden ingegaan. Onderdeel van die regeling is de rekening-courant-overeenkomst die iedere decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden. De regeling bevat ook de verplichting voor decentrale overheden om een bankrekening aan te houden die gekoppeld kan worden aan de schatkist.
41
Niet alle overtollige middelen behoeven in de schatkist te worden gestort. Er geldt een drempel. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld buiten de schatkist mag worden gehouden. In onderstaande tabel is het drempelbedrag voor het schatkistbankieren per kwartaal weergegeven, alsmede de ruimte onder het drempelbedrag. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2020 Drempelbedrag
250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
5
11
17
30
Ruimte onder het drempelbedrag
245
239
233
220
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
Kortlopende vorderingen De kortlopende vorderingen betreffen onder andere de nog te realiseren invorderopbrengsten van € 2.050.000. Alle kortlopende vorderingen zijn op balansdatum direct opeisbaar. Hieronder zijn de openstaande invorderingsdebiteuren per 31 december 2020 opgenomen onder vermindering van de inschatting van de niet te realiseren inning.
Bedragen x € 1.000
Openstaand
Openstaand
bedrag
bedrag
31-12-2020
31-12-2019
Openstaande invorderingsdebiteuren 2020
1.775
Openstaande invorderingsdebiteuren 2019
1.173
1.447
Openstaande invorderingsdebiteuren 2018
548
1.018
Openstaande invorderingsdebiteuren 2017
198
312
Openstaande invorderingsdebiteuren 2016
118
155
Openstaande invorderingsdebiteuren 2015
73
102
Openstaande invorderingsdebiteuren 2014
12
49
Openstaande invorderingsdebiteuren 2013 en voorgaande jaren
1
9
3.898
3.092
53%
46%
Voorziening
1.848
1.664
Openstaande invorderingsdebiteuren
2.050
1.428
Totaal Percentage verwachte inning
Voor de verwachte inning op het openstaande bedrag is een berekeningsmethode gehanteerd waarbij wij de verwachte ontvangsten berekenen op basis van de ervaringscijfers en de fase waarin de vordering zich bevindt. Liquide middelen Dit betreft de saldi op de bankrekeningen.
42
Toelichting op de passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen op de balans bestaat uit het nog te bestemmen resultaat. In onderstaand overzicht staat het verloop van het te bestemmen resultaat weergegeven.
Bedragen x € 1.000
Bedrag
Stand per 31 december 2019 Saldo eigen vermogen (nog te bestemmen resultaat) aan het eind van het vorige begrotingsjaar
2.064
Mutaties 2020 Interne vermeerderingen Uitbetaald resultaat
-2.064
Voorstel voor de toevoeging/onttrekking via de resultaatbestemming Stand per 31 december 2020 Saldo eigen vermogen (nog te bestemmen resultaat)
4.104
aan het einde van het begrotingsjaar
Voorzieningen Op basis van de BBVW heeft GBLT een voorziening toekomstige ambtsjubilea getroffen. Dit is een voorziening voor alle uit hoofde van de geldende arbeidsvoorwaarden opgebouwde rechten van werknemers van GBLT op jubilea-uitkeringen voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. De voorziening is bepaald naar beste schatting voor huidige werknemers en bestuurders, waarbij rekening wordt gehouden met de ‘blijfkans’.
Bedragen in € x 1.000
1-1-2020 Mutaties 2020 31-12-2020
Voorziening arbeidsgerelateerde verplichting Saldo aan het begin van het begrotingsjaar
0
vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen overige interne vermeerderingen
182
interne verminderingen externe verminderingen saldo aan het einde van het begrotingsjaar
182
43
Vlottende passiva Hier zijn onder meer de bedragen opgenomen van de nog te betalen bedragen aan leveranciers, sociale premies en nog te maken verrekeningen inzake belastingontvangsten. In onderstaande tabel treft u een overzicht van deze balanspost aan.
Bedragen x € 1.000
31-12-2020
31-12-2019
netto vlottende schulden met een looptijd korter dan een jaar schulden aan leveranciers
405
163
schulden i.v.m. te betalen belastingen en sociale premies
807
817
1.240
2.321
overige kortlopende schulden
739
1.393
verloftegoeden personeel
386
328
Nog te besteden PBB reservering
477
371
tegoed personeelsvereniging
10
9
Nog te besteden thuiswerkbudget
7
nog te verwerken belastinginkomsten
4.071
5.402
en die in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen
629
891
Vooruitontvangen bedragen
-
5
629
896
4.700
6.298
overlopende passiva verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd
totaal
Overlopende passiva De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen, zijn als volgt gespecificeerd:
Bedragen x € 1.000
31-12-2020
31-12-2019
Personele kosten
110
127
Inhuur personeel
41
100
Druk- en bindwerk
4
8
Onderhoud automatisering
163
121
Porti- en vrachtkosten
22
21
Bankkosten
15
15
Kwijtschelding gemeenten
-
232
Accountantskosten
56
55
Uitbestede werkzaamheden
98
123
Overige (facilitair, servicekosten e.d.)
5
14
Diensten derden
115
75
totaal
629
891
44
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Huurverplichtingen Met ingang van december 2014 is GBLT gevestigd aan het Lübeckplein te Zwolle. Daarvoor is een 10jarige huurovereenkomst aangegaan met gemeente Zwolle. GBLT heeft nog een 4-jarige huurverplichting, waarvan € 622.000 in 2021 is verschuldigd. Jaarlijks vindt indexering van de huur plaats. Deze huurverplichting bevat een zuivere verplichting (huurlasten) en een niet-zuivere verplichting (facilitaire dienstverlening en servicekosten). De zuivere huurverplichting voor 2021 bedraagt € 339.500. Voor de gehele looptijd van het huurcontract bedraagt de totale zuivere huurverplichting € 1.358.000.
Leaseverplichtingen De opbouw van het totaal aan verplichtingen van de leaseovereenkomsten is in onderstaande tabel weergegeven.
bedragen in € x 1.000
Looptijd
Einddatum
in jaren
Jaarlijkse
Totale
verplichting
verplichting
Leaseauto 1
5
29-5-2025
9
39
Leaseauto 2
4
9-1-2021
8
-
Leaseauto 3
3
3-10-2022
12
22
29
61
Totaal
45
3.2 Exploitatierekening (naar kosten- en opbrengstsoorten)
46
Toelichting op de lasten Hierna staan de afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting weergegeven voor zover zij een bedrag van € 25.000 te boven gaan. De afkorting I/S staat voor incidenteel/structureel en V/N staat voor voordeel/nadeel.
1 Rente en afschrijvingen Omschrijving
I/S
V/N
Bedrag in € x 1.000
1.3 Afschrijvingen van activa
I
V
84
I/S
V/N
Bedrag in €
In 2020 zijn investeringen later geactiveerd waardoor de investeringsruimte niet volledig is benut. Dit leidt tot lagere afschrijvingslasten.
2 Personeelslasten Omschrijving
x 1.000 2.1 Salarissen huidig personeel en bestuurders & 2.2 Sociale
I/S
V
606
I
V
29
I/S
V
269
I
N
37
premies Door het vertrek en pensionering van medewerkers in combinatie met het feit dat niet alle functies zijn ingevuld of later zijn ingevuld dan verwacht, ontstaat een voordelig saldo op de eigen personeelskosten. Hierbij is rekening gehouden dat functies later zijn ingevuld en dit werk is uitbesteed. Hierdoor heeft een verschuiving in de kosten plaatsgevonden naar overige diensten door derden.
2.4 Overige personeelslasten In 2020 zijn meerdere wervingstrajecten uitbesteed waardoor op deze post € 12.000 meer is besteed. Ook zijn de kosten van Arbo met € 34.000 hoger uitgevallen, onder deze post vallen ook de uitgaven van het thuiswerkbudget. Daarentegen zijn minder opleidingen genoten waardoor op deze post € 83.000 overblijft. 2.5 Personeel van derden De uitgave aan inhuur is minder geweest. 2.6 Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders Dit betreffen kosten in verband met wachtgeld verplichtingen.
47
3 Goederen en diensten van derden Omschrijving
I/S
V/N
Bedrag in € x 1.000
3.1 Duurzame gebruiksgoederen
S
V
26
I
V
59
I/S
V
175
I/S
V
56
I/S
V/N
Bedrag in €
In 2020 zijn vrijwel geen duurzame goederen aangeschaft. 3.2 Overige gebruiksgoederen en verbruiksgoederen Het voordeel ontstaat hoofdzakelijk op de kosten voor druken bindwerk. 3.9 Onderhoud door derden Het voordeel is voor € 83.000 veroorzaakt doordat de kosten van outsourcing ICT lager zijn uitgevallen. Het overige deel komt voort uit lagere lasten voor automatiseringslicenties. 3.10 Overige diensten door derden In 2020 hebben we structurele hogere kosten voor NCNPbetalingen (€ 101.000), dwanginvordering (€ 105.000), kwijtscheldingsverzoeken (€ 57.000), bezwaarafhandeling (€ 60.000), porti- en vrachtkosten (€ 40.000), digitale postverwerking (€ 62.000) en bankkosten (€ 20.000). Door incidenteel op andere kosten te bezuinigen, hebben we de nadelen kunnen opvangen en zodoende hebben we hierdoor een voordeel behaald.
5 Toevoeging voorzieningen/onvoorzien Omschrijving
x 1.000 5.1 Toevoegingen aan voorzieningen
I
N
182
I
V
200
In 2020 hebben we op aanwijzing van de accountant een voorziening voor ambtsjubilea gevormd. 5.2 Onvoorzien In 2020 zijn geen bestedingen voor deze post aangevraagd.
48
Toelichting op de baten
2 Personeelsbaten Omschrijving
I/S
V/N
Bedrag in € x 1.000
2.1 Baten in verband met salarissen en sociale lasten
I
V
99
I/S
V/N
Bedrag in €
Dit betreft het uitlenen van een personeelslid voor een periode van vier maanden, ontvangen premies voor ziekte en zwangerschap en loonkostensubsidies voor medewerkers uit de doelgroepenregister.
5 Waterschapsbelastingen Omschrijving
x 1.000 I
5.1 Invorderopbrengsten In het invorderproces zijn meer vorderingen behandeld, wat geleid heeft tot meer invorderbaten.
49
V
2.700
3.3 Exploitatierekening (naar kostendragers) Voor de jaarrekening zien wij de kostendrager als de deelnemers die de lasten van GBLT voor haar rekening nemen. De kosten van GBLT worden enerzijds door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling gedragen en anderzijds verworven door, aan belastingplichtigen in rekening gebrachte, invorderkosten voor het verzenden van onder andere aanmaningen en dwangbevelen. De netto exploitatielasten brengen wij volgens de in de Bijdrageverordening GBLT 2016 neergelegde verdeelsleutel aan de deelnemers in rekening. Dit leidt tot de volgende bijdrage per deelnemer: Deelnemer
Betaalde
Bijdrage
Na vaststelling
voorschotten
op basis van
Jaarrekening 2020
2020
Jaarrekening 2020
overgemaakt / verrekend
Drents Overijsselse Delta
2.542.875
1.869.195
673.680
Rijn en IJssel
2.770.904
2.036.942
733.962
Vallei en Veluwe
4.207.294
3.092.700
1.114.594
Vechtstromen
3.242.161
2.383.221
858.940
Zuiderzeeland
1.656.466
1.217.639
438.827
Bunschoten
338.050
318.837
19.213
Dalfsen
482.936
455.493
27.443
Dronten
657.605
618.529
39.076
Leusden
500.468
472.109
28.359
Nijkerk
711.623
671.183
40.440
Zwolle
2.184.412
2.054.612
129.800
Totaal
19.294.794
15.190.460
4.104.334
De gemeenten kunnen op de in rekening gebrachte bijdrage nog btw-compensatie toepassen. Deze is in onderstaande tabel opgenomen. De lagere compensabele BTW dan begroot komt met name voort uit lagere uitgaven bij Waarderen en het project Waarderen op gebruiksoppervlak. Deelnemer
Compensabele
Compensabele btw
btw
o.b.v jaarrekening
inschatting 2020
2020
Bunschoten
22.512
18.690
Dalfsen
32.162
26.703
Dronten
42.981
35.158
Leusden
33.368
27.729
Nijkerk
47.391
39.346
Zwolle
142.771
116.787
Totaal
321.185
264.413
50
Na verrekening van bovenstaande compensabele BTW komen de bijdragen van de gemeente uit op de bedragen in onderstaande tabel. Deelnemer
netto bijdrage ex btw begroting
Netto bijdrage JR 2020
2020 Bunschoten
315.538
300.147
Dalfsen
450.774
428.790
Dronten
614.624
583.371
Leusden
467.100
444.380
Nijkerk
664.232
631.837
Zwolle
2.041.641
1.937.825
Totaal
4.553.909
4.326.350
51
3.4 Wet Normering Topinkomens Het Waterschapsbesluit bepaalt dat in het jaarverslag een paragraaf moet zijn opgenomen die informatie bevat over topinkomens, zoals bedoeld in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi publieke sector (WNT). Op grond van de WNT mag het inkomen van topfunctionarissen in de (semi)-publieke sector niet meer bedragen dan € 201.000. De WNT definieert het begrip topfunctionaris voor instellingen in de (semi)publieke sector als: 1. de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen; 2. de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en; 3. degene of degenen belast met de dagelijkse leiding.
Onderstaand overzicht toont de leden van het algemeen bestuur van GBLT. Leden algemeen bestuur GBLT
Duur dienstverband 2020
Voorzitter
1-1-2020 t/m 31-12-2020
B.J. Bussink (DB-lid waterschap Rijn en IJssel) W. Stegeman
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(DB-lid waterschap Vechtstromen) T. Vereijken
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(DB-lid waterschap Zuiderzeeland) K.H. Odink
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(DB-lid waterschap Drents Overijsselse Delta) B. van Vreeswijk
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(DB-lid waterschap Vallei en Veluwe) T. van Amerongen
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(Wethouder gemeente Dronten) W.R. Vos
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(Wethouder gemeente Leusden) W. Oosterwijk
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(Wethouder gemeente Nijkerk) K. Sloots
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(Wethouder gemeente Zwolle) R.W.J. van Leeuwen
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(Wethouder gemeente Dalfsen) R.J. Beukers
1-1-2020 t/m 31-12-2020
(Wethouder gemeente Bunschoten)
De leden van het algemeen en dagelijks bestuur van GBLT ontvangen geen bezoldiging en geen onkostenvergoeding van GBLT.
52
In onderstaand overzicht staan de beloningsgegevens van de topfunctionarissen, zoals bedoeld in de WNT.
Bedragen in €
M.A. van Helden
Functiegegevens
Directeur
Gegevens 2020 Aanvang en einde functievervulling in 2020
1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
128.194
Beloningen betaalbaar op termijn
20.367
Subtotaal
148.561
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging
N.v.t 148.561
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Bedragen in €
M.A. van Helden
Functiegegevens
Directeur
Gegevens 2019 Aanvang en einde functievervulling in 2019
1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
120.976
Beloningen betaalbaar op termijn
19.629
Subtotaal
140.605
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
194.000
Totale bezoldiging
140.605
53
4 Overige gegevens
4.1 Controleverklaring De controleverklaring is toegevoegd in PDF na de bijlagen.
4.2 Vaststellingsbesluit Op grond van artikel 104 van de Waterschapswet zijn de Jaarstukken 2020, met daarin opgenomen de Jaarrekening 2020, op 7 april 2021 in openbare vergadering vastgesteld door het algemeen bestuur van GBLT. De jaarrekening 2020 sluit af met een resultaat voor resultaatbestemming van € 4,1 mln. positief. Het algemeen bestuur besluit dit resultaat op basis van de bepalingen in de Bijdrageverordening GBLT 2016 te verrekenen met de deelnemers.
Zwolle, 7 april 2021.
Het algemeen bestuur, De voorzitter,
De directeur,
B.J. Bussink
M.A. van Helden
54
Bijlagen
55
Bijlage A Kengetallen 2020 Deelnemende waterschappen
Drents Overijsselse Delta Rijn en IJssel Vallei en Veluwe Vechtstromen Zuiderzeeland Bunschoten
Deelnemende gemeenten
Dalfsen Dronten Leusden Nijkerk Zwolle
Provincies waarin de deelnemers zijn gelegen
Drenthe Flevoland Gelderland Overijssel Utrecht
Grootte van het verzorgingsgebied
1,175 mln. hectare
Aantal gemeenten in het verzorgingsgebied per 31-12-2020 Aantal inwoners in het verzorgingsgebied per 31-12-2020 Aantal verzonden aanslagbiljetten belastingjaar 2020 hard copy Aantal verzonden aanslagbiljetten belastingjaar 2020 Berichtenbox Aantal opgenomen aanslagregels op aanslagbiljetten belastingjaar 2020
92 3,6 mln. 1.300.000 776.000 5.980.000
Aantal verzonden aanmaningen belastingjaar 2020
213.396
Aantal verzonden dwangbevelen belastingjaar 2020
105.253
Aantal verzonden hernieuwde bevelen
50.555
Totaal opgelegd aanslagbedrag belastingjaar 2020
€ 709 mln.
Waarvan: ten behoeve van de waterschappen
€ 581 mln.
ten behoeve van de gemeenten
€ 128 mln.
Totaal aantal bezette formatieplaatsen per 31-12-2020
164
Telefonische bereikbaarheid belastingjaar 2020
91%
Aantal formele klachten belastingjaar 2020
14
Waarvan gegrond verklaard
35%
56
Bijlage B Staat van vaste activa
57