6747491f-6bd0-461b-b54f-e0b9365cb2bf.pdf
Tekst van het document
om
schriftelijke vragen Fractie: CDA Naam: Dinand Ekkel Onderwerp: Richting aan de groei Type vraag:
☒ informatieve/technische vraag ☐ artikel 33-vraag
Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)
☒ Ja, kan verspreid via mail / app ☐ Nee, antwoord alleen naar mijzelf
Inleiding/aanleiding: In april discussiëren we met elkaar over de groei van Dronten voor de komend 25 jaar. Keuzes van het college worden met een heel pakket aan stukken aan ons voorgelegd. Het CDA heeft na een eerste lezing al veel meer vragen dan in een beeldvormende ronde kunnen worden beantwoord, velen daarvan zijn van informatieve/technische/verduidelijkende aard. Dit dossier vergt een grondige en goede voorbereiding en discussie, de CDA fractie wil daarom alvast onderstaande vragen stellen over o.a. het BVR rapport en gaat er vanuit dat die alvast voor de eerstvolgende beeldvormende vergadering kunnen worden beantwoord. Vragen: Vraag 1 Pg. 5. ‘’Een visie op werkgelegenheid bijvoorbeeld, op welzijn en op ecologie zijn nog niet gereed. Hier is rekening mee gehouden. Kan het college aangeven hoe hier rekening mee is gehouden ? Welzijn bijvoorbeeld komt geheel niet terug, ecologie gedeeltelijk, zie hieronder. a. Er is gewerkt met een multidisciplinair programmateam. De meeste beleidsvelden waren hierin vertegenwoordigd. Zo konden lokale, regionale en lokale trends, ontwikkelingen en beleid al goed worden verwerkt. Dat maakt dat het visiedocument voor de woningbouwopgave op onderdelen ook als belangrijke input kan worden gezien voor de Integrale Visie op de leefomgeving.
a. In Dronten Noord en Dronten Oost komen meerdere opgaven samen. Voor deze locaties is het noodzakelijk dat de visies op andere beleidsvelden gereed zijn, zodat het ruimtegebruik integraal kan worden afgewogen. Dat is één van de redenen dat deze locaties later in ontwikkelingen zullen worden genomen dan Dronten Zuid, waar de opgave éénvoudiger is. b. Het abstractieniveau van het visiedocument biedt ruime mogelijkheden voor nadere invulling in de vervolgfases. c. Overigens zijn thema’s uit het sociaal domein ook nadrukkelijk betrokken. Dat heeft onder meer geleid tot de keuze om aan de randen van de kern Dronten te bouwen, dicht bij voorzieningen. Ook heeft dit geleid tot het idee om in kleine clusters te bouwen om de sociale cohesie te bevorderen. Vraag 2 Pg. 10. Bewoners geven aan dat ze vernieuwende architectuur willen. Dat komt nergens als zodanig terug. Klopt dat ? Zo niet, waarom wordt daarnaar verwezen ? Zo wel, waar staat dat dan ? Het thema architectuur wordt inderdaad niet expliciet behandeld in het visiedocument, maar al wel benoemd in de vorm van “aanvullende kwaliteiten”. Het college heeft daarmee recht willen doen aan de inbreng van inwoners en heeft ook zelf nadrukkelijk het voornemen om de Drontense ambities te vertalen naar ruimtelijke kwaliteit en esthetiek. Het thema zal in de planvorming dan ook de volle aandacht hebben van het college. Vraag 3 Pg. 11.
Scenario 1 vs. 2 en 3; Waarom wordt er alleen bij verdere uitbreiding bovenop basisscenario nagedacht over vernieuwende woonconcepten ? Zo interpreteren wij dit stuk namelijk. Voor de huidige inwoners en voor jongeren van wie je wilt dat ze hier blijven, daarvoor geldt dat toch ook ? Graag toelichting. Is dit uitkomst van een onderzoek ? Vernieuwende woonconcepten zijn in elk scenario wenselijk, woonwensen en huishoudensamenstelling zijn immers aan veranderingen onderhevig. Bedoeld is hier dat naarmate er meer woningen worden toegevoegd en dat geldt in de overtreffende trap voor scenario 3, er meer mensen “van buiten” zich in Dronten zullen vestigen. Dronten kan zich onderscheiden van andere gemeenten door concepten te ontwikkelen die in de randstad weinig beschikbaar zijn (nadere toelichting in bijlage 6). Vraag 4 Pg. 13. We tonen lef, hier wordt dat vertaald in Duurzaamheid en nieuwe woonvormen. Op pagina 20 wordt lef vertaald als trouw blijven aan Drontense kwaliteiten en deze verder te versterken. Op pagina 22 staat dat lef een mix van wonen, werken, recreatie en voorzieningen met kwaliteit groen en water is. Kan het college op een heldere manier aangeven hoe zij in dit dossier ‘’lef’’ interpreteert ? Het college heeft bij de concepten voor de verschillende locaties de Drontense principes toegepast. Zo komen het dorpse karakter, de ruimte en het groen
veelvuldig voor in het document. Ook het principe “lef” is op diverse concepten/ locaties toegepast. Daarbij zijn er zijn diverse vormen van “lef”, passend bij de kansen die de verschillende ontwikkellocaties te bieden hebben. Volgens de Drontense principes gaat “lef” onder meer over het behoud en het versterken van de Drontense identiteit en tegelijkertijd vernieuwend durven zijn. In het document met de Drontense principes staat onder meer: “We zijn een gemeente met lef. Buiten de gebaande paden, op de schouders van de pioniers die ons voorgingen, krijgen de pioniers van nu ruimte om keuzes te maken die bijdragen aan een duurzame toekomst. Ook als dit gedurfde keuzes zijn. We creëren kansen door samen te werken en belangen te koppelen, benutten kansen en durven te experimenteren”. Vraag 5 Pg. 14. Graag meer toelichting op keuze om groei te beperken tot de 3 kernen. Wat zijn argumenten geweest om niet op hele andere plekken (nieuwe kern, randmeren, randbossen, buitendijks, etc. ) te gaan bouwen ? Zie ook einde van het hele verhaal waarin andere opties toch wel weer worden benoemd. Argumenten om te kiezen voor locaties in en om de kernen: a. De nabijheid van voorzieningen draagt bij aan het welzijn van inwoners en de sociale cohesie b. De nabijheid van voorzieningen draagt bij het de draagkracht van deze voorzieningen op lange termijn c.
Bouwen in en om de kern draagt bij aan de binding van nieuwe inwoners met de betreffende dorpskern d. Bestaande infrastructuur kan zoveel mogelijk worden benut, dat is een duurzamere keuze dan nieuwe infrastructuur aanleggen e. Versnippering van landbouwgrond wordt zoveel mogelijk voorkomen. Aanvullende argumenten waarom andere locaties geen prioriteit hebben: f. De kosten voor ontwikkeling op andere locaties zijn hoog vanwege de noodzaak tot aanleggen van voorzieningen en infrastructuur, terwijl in de kernen de voorzieningen voor handen zijn. g. De locaties kennen diverse onzekerheden, zoals onder meer de aanvliegroute van vliegveld Lelystad bij Roggebot waardoor op dit moment niet met zekerheid kan worden gezegd of een kwalitatieve ontwikkeling mogelijk is. h. Uitdagingen op het gebied van water en bodemkwaliteit maken de ontwikkelingen duur. De opgave om grotendeels betaalbaar te bouwen zou niet aansluiten bij dergelijke locaties. Vraag 6 Pg. 22 Dronten Noord; aan de Colijnweg liggen diverse landbouwbedrijven, graag aangeven waarom hier niet op wordt ingehaakt. Wordt landschappelijke verwevenheid uitgesloten ? De transformatie van Dronten Noord kent overeenkomsten met oost en zuid. De
bestaande landbouw transformeert naar een groen woongebied met ruimte voor water, bos en een verweving met vormen van landbouw. Onderscheidend is de ligging nabij het station, aan de Vaart en aan de N307. Een meer compacte en gemengde wijk aan het zuidelijke deel benut die kwaliteiten. Verder naar het noorden zijn er met name kansen voor verwevenheid van landschap, water, recreatie en landbouw. Vraag 7 Pg. 28. ‘’locaties die mogelijk in de toekomst kunnen worden ontwikkeld.’’ Wanneer en hoe wordt die keus gemaakt ? Kan het college de relevantie van deze opties opmerkingen aangeven ? Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de randen van de polder een eventuele kans zijn voor bijzondere woonmilieus. Indien er vanuit andere opgaven (investeringen in bijv. natuur, water) een gebied ontwikkeld moet worden, dan biedt dit mogelijk kansen voor woningbouw. De inbreidingslocaties en de uitbreidingslocaties bij Dronten zijn echter prioritair omdat ze onder andere beter aansluiten bij bestaande voorzieningen en infrastructuur. De ontwikkeling van gebieden in de randen van de polder mag niet ten koste gaan van de inbreidings- en uitbreidingslocaties Dronten. Het zal alleen kunnen gaan om kleinschalige ontwikkelingen en aanvullende woonproducten. De locaties in de randen van de polder zijn niet opgenomen in de fasering tot 2050. Vraag 8 Pg. 31.
Keus kennelijk gemaakt om wel naar 60.000 maar niet naar 65.000 euro door te groeien. Graag een toelichting op de argumentatie. Onderzoek wijst uit (bijlage 6) dat een groei naar 65.000 inwoners ver af staat van de autonome groei. Dat betekent dat Dronten onevenredig veel mensen “van buitenaf” moet aantrekken en dat lijkt op dit moment niet realistisch. De drie locaties rond Dronten bieden overigens wel de ruimte om te groeien naar 65.000 inwoners. Afhankelijk van de vraag en marktomstandigheden kan er dus worden opgeschaald. De visie beschrijft sowieso een geleidelijke groei waarbij flexibiliteit van belang is, zodat steeds kan worden geanticipeerd op externe omstandigheden. Vraag 9 Pg. 32. Dronten Noord en stationsgebied; hier staat dat de ecologische visie 2030 relevant is. Waarom alleen voor deze plek ? Waarom is dit niet vermeld bij hoofdstuk 4 ? De ecologische visie is voor alle ontwikkelingen relevant. Een ecologische visie wordt dit jaar opgesteld en zal, net als visies op andere beleidsvelden, mede bepalend zijn voor de planvorming. In hoofdstuk vier staan geen beleidsstukken genoemd, wel thema’s. Ook natuur, landschap en groen komen in het hoofdstuk terug.
Vraag 10 Pg. 35. Dronten, Swifterbant en Biddinghuizen hebben in 2050 een eigen identiteit. Kan het college aangeven wat die onderscheidende identiteiten zijn? Daar is veel over geschreven. Enkele hoofdpunten: Biddinghuizen kenmerkt zich door het groene, dorpse karakter. Mensen komen hier graag, uit alle windstreken. Want naast het Veluwemeer, het ooststrand, de campings en jachthavens op steenworp afstand, wordt dit dorp omringd door grootse belevenissen. Lowlands Festival, Defqon.1 en Walibi Holland. Inwoners en bezoekers kunnen ontspannen aan het strand en op de randmeren, wandelen in bossen, fietsen langs dijken, uitkijken over tulpenvelden. Inwoners van Biddinghuizen voelen zich verbonden met, en zijn trots op hun dorp. Er is een rijk verenigingsleven en er zijn veel actieve inwoners die initiatieven ontwikkelen die het dorp steeds mooier maken. Swifterbant is een dorp bij het water, in het puntje van midden-Flevoland kijkt dit dorp uit over het Ketelmeer en IJsselmeer. Omringd door polderland, rust en ruimte. Inwoners ontspannen in het omringende bosgebied, watersporten op het Ketelmeer en genieten van de groene ruimte. Swifterbant is onlosmakelijk verbonden met de Swifterbantcultuur. Swifterbant is hierdoor een begrip in de archeologische wereld.
De rust, het groene en dorpse karakter en de kleinschaligheid, in combinatie met een goede bereikbaarheid maken Swifterbant aantrekkelijk om te wonen. Swifterbanters hebben een sterke band met de eigen kern. Dit uit zich in een goede verenigingsstructuuren een hecht verenigingsleven wat de sociale cohesie in het dorp ten goede komt. De kern Dronten is het middelpunt van de gemeente. Met een rijk winkelaanbod in winkelcentrum Suydersee, theater De Meerpaal en de beste groene hbo van Nederland. Stads vanwege de voorzieningen, dorps door de groene omgeving, de agrarische nuchterheid én de ruimte. Dronten is de grootste kern in de gemeente en ook het hoofdvoorzieningencentrum. Naar Dronten komen mensen uit de andere kernen en van buiten de gemeente voor niet-dagelijkse voorzieningen. Verder is in Dronten veel ruimte voor bedrijvigheid en (agrarische) kenniscentra. De bereikbaarheid is goed met het station. Onder meer in de verslagen van het participatieproces is te lezen hoe inwoners kijken naar hun identiteit en de kwaliteiten van hun dorp. Https://dronten.ikpraatmee.nl/drontenontwikkelt/resultaten Vraag 11 Pg. 35 Hier staat ‘’Deze diversiteit is ook terug te vinden in de nieuwe woonwijken, waar gekozen is voor een planopzet met kleine clusters en buurtjes met daarbinnen ruimte voor gevarieerde woonconcepten. Daardoor is ook de sociale cohesie versterkt.
‘’ Het lijkt hier op dat de maatschappelijke effecten een gevolg zijn van keuzes die gemaakt worden in de woonvormen. De beoogde integrale visie, waar dit dossier ook al op voorsorteert, zou juist op zijn minst ook andersom moeten redeneren, nl. we streven naar verbetering van sociale cohesie (vanwege ….. dat dit nog beter kan (data ?) of omdat sociale verbanden eroderen ? ) en daarvoor hebben we ……. aan woonvormen nodig. Waarom kiest het college daar niet voor ?
In dit hoofdstuk is een vergezicht geschetst. In de tekst wordt vanuit 2050 teruggeblikt. De “sociale cohesie dan is versterkt” en de “gevarieerde woonconcepten met kleine clusters” hebben daar aan bijgedragen. Er wordt dus inderdaad geredeneerd vanuit de maatschappelijke opgaven, en van daaruit worden er keuzes gemaakt, die in 2050 zichtbaar zullen zijn. Vraag 12 Pg. 37 … door efficiënt benutten van bestaande infrastructuur. Is dat genoeg ? Dat zal afhangen van keuzes die nog zullen worden gemaakt in een volgende fase, onder meer ten aanzien van de verhouding tussen bedrijvigheid en natuur. Vraag 13 Pg. 37 … steeds vaker zijn er centrale parkeergelegenheden…. Wanneer dan en hoe vaak en waar ? Dat zal in een latere fase worden uitgewerkt. Vraag 14 Pg. 39. ‘’Op basis van de conclusies van de quickscans en deze gesprekken zijn vijf locaties overgebleven die kansrijk zijn als uitbreidingslocatie. De afgevallen locaties komen niet in aanmerking omdat ze als te complex uit de scans zijn gekomen of buiten de contour van de verstedelijkingscorridor vallen’’ Graag nadere toelichting. Zie beantwoording onder vraag 5. Nadere toelichting wordt onder meer gegeven in bijlage 3, 4 en 5. Vraag 15 In de QuickScan archeologie worden 10 deelgebieden voor uitbreiding van Dronten benoemd. Deze 10 gebieden zijn in meer of mindere mate als archeologisch waardevol benoemd (waarde 2 t/m 5).
Vraag: Wat zijn de consequenties van de verschillende waarden op het gebied van Uitstel, Vertraging, Kosten, Aanpassen van bouwplannen Voordat kan worden gestart met de bouw op de betreffende locatie Tijdens de bouw op zo’n locatie Dat verschilt per gebied. Een samenvatting van de analyse per locatie is te lezen in de QuickScan archeologie (bijlage 4, pagina 25 t/m 28). In de gebieden die in het visiedocument worden voorgesteld als uitleglocaties geldt het volgende: a. Dronten Noord- geen aanwijzingen voor bijzonderheden. Dronten Oost- nader onderzoek nodig i.v.m. onder meer de aanwezigheid van concrete vindplaatsen. Risico op aantasting archeologische waarden is hoog. b. Dronten Zuid- geen aanwijzingen voor bijzonderheden.
Op basis van de Quickscan en de voorgestelde volgorde van ontwikkelen wordt op dit onderwerp geen vertraging verwacht.