CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

587b1356-c2ea-4b5a-9e36-74ba81a945d4.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 7.c: AKKOORD Raadsvoorstel Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Dronten 20221.847 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GRIFFIE m e m o Aan: Fractievoorzitters Van: Griffie Datum: 11-10-2021 Betreft: Model verordening rechtspositie raads- en commissieleden Inleiding Op 1 januari 2019 is het nieuwe Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden in werking getreden. In navolging hierop dient een nieuwe verordening rechtspositie raads- en commissieleden te worden vastgesteld door de raad. Door de VNG is hiertoe een modelverordening ter beschikking gesteld. In de modelverordening zijn meerdere keuzes ingebouwd, waarbij gemeenten de vrijheid krijgen om deze op eigen wijze in te vullen. Deze keuzes en mogelijkheden die de modelverordening geeft, worden toegelicht in dit memo. De nieuwe verordening wordt vastgesteld door de raad (college stelt een eigen rechtspositieverordening vast). Doel van dit memo is om van gedachten te wisselen over de keuzes in de verordening die de raad moet vaststellen. Op basis van de input wordt de modelverordening ingevuld en aan de raad worden aangeboden ter vaststelling. De artikelen hieronder komen uit de bijgevoegde modelverordening van de VNG en bevatten keuzemogelijkheden voor de raad. De artikelen uit de modelverordening die hieronder niet genoemd worden, zijn niet facultatief of bevatten geen bijzonderheden/komen overeen met de huidige werkwijze en daarbij wordt voorgesteld deze over te nemen in de lokale verordening die aan de raad wordt voorgelegd.

De modelverordening is als bijlage toegevoegd. Verandering positie burgerraadsleden/fractie assistenten Op dit moment heeft Dronten burgerraadsleden die wel formeel lid zijn van de raadscommissie, maar een vaste vergoeding krijgen. Deze werkwijze is niet conform het rechtspositiebesluit. Daar is namelijk opgenomen dat commissie/burgerraadsleden een vast bedrag per bijgewoonde vergadering van de commissie ontvangt (€87,23 voor een gemeente van 20.001-50.000 inwoners). Het betreft formele raadscommissies die vallen onder artikel 82, 83 of 84 van de Gemeentewet (onder die laatste valt bijvoorbeeld de Auditcommissie). Dit geldt niet voor fractievergaderingen. Met het ingaan van de verordening op 1 januari 2019 is ook een overgangsrecht ingesteld. Dit betekent echter wel dat bij de start van de nieuwe raadsperiode de huidige werkwijze m.b.t. burgerraadsleden wettelijk niet meer is toegestaan. Advies aan fractievoorzitters Voorstel is dan ook om bovenstaande werkwijze (vergoeding per deelgenomen vergadering) voor de burgerraadsleden die in de nieuwe raadsperiode worden benoemd, te implementeren. Het budget dat vrijvalt met de jaarlijkse vergoeding kan overgeheveld worden naar de vergoeding commissieleden. Het valt nu nog echter niet te zeggen of dit budget afdoende is, of bijgesteld moet worden op basis van de bijgewoonde vergaderingen.

Ten aanzien van fractie assistenten kan de huidige werkwijze van een vrijwilligersovereenkomst en jaarlijkse vergoeding wel blijven bestaan. Artikel 11. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering

GRIFFIE m e m o Keuzes Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden [Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt [percentage (maximaal 20%)] uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen.]

Dit betreft een facultatief artikel die regelt dat een deel van de vergoeding voor raadsleden wordt uitbetaald op basis van het aantal bijgewoonde (raads)vergaderingen. Bedoeld om ‘’spook’’ leden tegen te gaan. Advies aan Fractievoorzitters Advies is om de vergoeding gekoppeld aan bijgewoonde vergaderingen niet op te nemen in de verordening. In de huidige verordening die in 2015 vastgesteld is, is deze bepaling wel opgenomen, maar hier wordt niet naar gehandeld. Bovendien speelt de situatie van spookraadsleden niet in Dronten en brengt het daadwerkelijk uitvoeren van dit artikel administratieve lasten met zich mee. Mocht het probleem wel gaan spelen, kan de raad altijd besluiten om de verordening op dit punt aan te passen. Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie [en bijzondere commissie] 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van [bedrag] per maand. (De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.) 2.

Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van [bedrag (maximaal € 120)] per maand.

Dit artikel geeft de mogelijkheid om een extra toelage toe te kennen aan raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie of andere ‘’bijzondere’’ commissie. Het maximale bedrag in lid 1, waar het gaat over onderzoekscommissies, is 312,10 per maand. In de huidige verordening van Dronten zijn extra vergoedingen voor dit type commissies niet geregeld. Het is daarbij aan de raad zelf om te bepalen wat een bijzondere commissie is. Het moet echter wel een commissie zijn ‘’met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren’’. In de toelichting op dit artikel in de modelverordening staat aangegeven dat de vergoeding voor een lid van de Rekenkamercommissie (geldt niet voor Dronten, Rekenkamer) en Vertrouwenscommissie een vast bedrag van 120 euro per maand is, mits het een ‘’actieve’’ commissie betreft.

Vraag aan fractievoorzitters:

- welk bedrag wordt in lid 1 voorgesteld aan de raad? Tussen de 0 en 312,10 euro per maand. - welk bedrag wordt in lid 2 voorgesteld aan de raad? Tussen de 0 en de 120 euro per maand.

GRIFFIE m e m o Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand,, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.

Dit artikel geeft de mogelijkheid om eenmaal per jaar een bedrag (ter hoogte van één maand van de raadsvergoeding) ter beschikking te stellen aan raadsleden, waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Dit is een facultatief artikel, dus het is uiteindelijk aan de raad om te besluiten dit artikel wel of niet op te nemen. Het zou in dan gaan over een bedrag van €36.774,- euro per jaar (27*1362), dit bedrag is op dit moment niet opgenomen in de begroting en zou dus een extra uitgave betekenen. Het is aan raadsleden zelf om deze voorzieningen te treffen, het is niet mogelijk voor de gemeente om dit voor raadsleden te regelen. Ook is niet afdwingbaar dat het bedrag gebruikt wordt om dit type voorzieningen te treffen.

Vraag aan Fractievoorzitters: - willen de fractievoorzitters in de verordening die wordt voorgelegd aan de raad dit artikel opnemen, waarbij raadsleden eenmaal per jaar een bedrag krijgen ter hoogte van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand (er is geen ander bedrag mogelijk), waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ten aanzien van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden? Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt: a. € [bedrag] per jaar per raadslid; b. € [bedrag] per jaar per commissielid. 4. De raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

In de huidige verordening is een artikel opgenomen die het raads- en commissieleden mogelijk maakt om scholing in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente aangeboden te volgen. Deze regeling wordt in de modelverordening van de VNG verruimd, waarbij het voor raads- en commissieleden mogelijk wordt om niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie te volgen. In dit artikel wordt een maximale vergoeding per jaar per raadslid en per commissielid geregeld. Op dit moment is er voor raadsbrede scholing met ingang van 2022 een budget van €20.000,- euro per jaar. Afhankelijk van het bedrag per jaar dat wordt vergoed voor scholing per raads- en commissielid, moet worden bezien of hiervoor extra budget moet worden vrijgemaakt in de begroting, of dat dit gedekt zou kunnen worden vanuit het budget raadsbrede scholing. Dat budget is met ingang van 2022 opgehoogd om tegemoet te komen aan de vraag van de raad om een ondersteuning in trainingen en professionalisering van het raadswerk. In de modelverordening staat dat er een gemotiveerde aanvraag wordt ingediend bij de griffier, voorzien van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie, en dat de raad beslist op de

GRIFFIE m e m o aanvraag. Voorgesteld wordt om dit laatste te verleggen naar bijvoorbeeld het Presidium, de voorzitter/griffier of de fractievoorzitters.

Vraag aan de Fractievoorzitters - willen de fractievoorzitters een maximale vergoeding per jaar per raadslid/commissielid voor scholing voorstellen aan de raad in de verordening? Zo ja, welk bedrag? - wil het Presidium voorstellen aan de raad de beslisbevoegdheid op aanvragen voor scholing mandateren? Zo ja, aan wie? [Artikel 8. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak] Een commissielid wordt een vergoeding toegekend van [percentage (bijvoorbeeld 110%)] van de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als: a. het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of b. het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.

staan tot de

Dit betreft een facultatief artikel. Dit artikel kon voorheen ook al worden opgenomen, daar is destijds niet voor gekozen.

Vraag aan Fractievoorzitters: - Willen Fractievoorzitters dit artikel opnemen in de verordening en zo ja, welk percentage moet hierbij gehanteerd worden? Overige bijzonderheden Artikel 6. Loopbaanoriëntatie raadsleden 1. Een raadslid van een gemeente die kosten maakt om zich tijdens het ambt te oriënteren op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, als bedoeld in artikel 3.1.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, worden ten laste van de gemeente vergoed. 2. Geen vergoeding, als bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend indien: a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit onredelijk is; b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit of c. de kosten ervan reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.

Wordt niet opgenomen in de verordening, geldt alleen voor gemeenten met minimaal 100.000 inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/993/documents/1768